CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

16.1 Groene Hart Scheg

Commissie Ruimte 13 mei 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken3.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BB+W

Inwonersgroep

adviesgroep van en voor IJsselstein

KROMME IJSSELGEBIED

IJsselstein 24 maart 2025 aan Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort info@cultureelerfgoed.nl

Groenpla orm IJsselstein, Adviesgroep BB+W en Inwonersgroep Kromme IJsselgebied doen hierbij, op grond van de aanwijzing NOVI-gebied voor het Groene Hart, een aanvraag bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor aanwijzing tot bescherming van de GROENE HART SCHEG. De GROENE HART SCHEG bestaat uit een bijzonder historisch inlaatpunt bij Klaphek in IJsselstein, een historische blokverkaveling en een groot uitgebreid achterland dat uitvloeit in het hart van het Groene Hart.

REDEN AANVRAAG Bij buurtschap Klaphek in de Lopikerwaard lag eeuwenlang een belangrijk inlaatpunt van het Groene Hart. Hier stroomde de Hollandse IJssel het achterliggende veenweidegebied binnen waardoor het Groene Hart geologisch kon groeien. In de bijlagen is deze ontwikkeling van Rijn en Hollandse IJssel in kaart gebracht. Na afdamming van de Hollandse IJssel in 1285 werd het Groene Hart veiliger en kon het speci eke veenweidegebied als cultuurgrond worden ontwikkeld waardoor ook de steden konden groeien. In een recente studie van Guus Borger zijn de grote gevolgen van de afdamming door de eeuwen heen onderzocht. Deze gevolgen, met soms drama sche ontwikkelingen, tekenen het unieke Groene Hart gebied. Het gebied direct achter de dam (IJsseldam) met oude rivierstroom, middeleeuwse blokverkaveling en latere copeverkaveling wordt Kromme IJsselgebied genoemd. Dit gebied ligt al zeven eeuwen in een open cultuurlandschap en bezit zeldzame kenmerken en landschapskwaliteiten. Samen met Klaphek en het aangrenzende natuurreservaat De Bossenwaard is dit het begin van een ‘groene wig’ in de verstedelijkte Randstad en een cultuurhistorische bron van de GROENE HART SCHEG. Het Kromme IJsselgebied wordt sinds 2004 in vele visies door woningbouw bedreigd w.o. Structuurvisie IJsselstein, Omgevingsvisie, Hallo IJsselstein, Woonvisie.

Tegelijk circuleren visies die dit bijzondere landschap nadrukkelijk inpassen in het behoud van natuur nabij een stedelijke omgeving, o.a. het rapport Utrecht Nabij van de Metropoolregio Utrecht. Sinds 2021 wordt door de gemeente IJsselstein ac ef onderzoek gedaan naar de bouw van 1100 nieuwe woningen in het Kromme IJsselgebied. Rapport Gebiedsperspec ef 2022 doet van dit onderzoek verslag en waardeert natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, landbouw- en recrea eve waarden zeer hoog. Door het onderzoek ontstonden bij de bovengenoemde ini a efnemers de volgende inzichten: 1. IJsselstein bezit een unieke scheg van het Groene Hart 2. Klaphek is de historische ‘geboorte van het achterliggende Groene Hart’ en het begin van de scheg 3. een nieuwe woonwijk in het Kromme IJsselgebied zal het open landschap erns ge aantasten en is vanwege deze culturele vernie ging onacceptabel 4. De GROENE HART SCHEG is een kroonjuweel en hee landelijke bescherming nodig.

fi

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

tf

1

Het Groene Hart is in 2022 aangewezen als ‘NOVI-gebied’ (NOVI = Na onale Omgevingsvisie). Door deze aanwijzing wordt sindsdien door meerdere organisa es gewerkt aan integrale ontwikkeling van het Groene Hart. De geogra sche impact van de IJsseldam en het Kromme IJsselgebied hebben in het verleden onvoldoende aandacht en waardetoekenning gekregen, reden voor de indieners van de aanvraag om een beschermingsverzoek in te dienen. De samenhang van IJsseldam, het Kromme IJsselgebied, de Lopikerwaard met uitwaaeringen naar het hart van het Groene Hart, hee extra waardering nodig. Voor de aanvraag hebben wij diverse landkaarten ingebracht en een historisch verslag samengesteld uit literatuur- en internetgegevens. Hierbij vooral aandacht voor de beschermde gebieden, de geologie, de bewoningsgeschiedenis, het bodemgebruik, de vaarwegen en de defensiegebieden in het Groene Hart.

VERGETEN KROONJUWEEL

Steenhuis en Rietveld naar de IJsseldam

Tijdens de onderzoeksinventarisa e van SteenhuisMeurs in 2020 kreeg Marinke Steenhuis een rondleiding van Bart Rietveld in het Kromme IJsselgebied en bezochten zij de IJsseldam bij Klaphek. Steenhuis was buitengewoon verrast over de schoonheid, gaa eid, openheid en historie van dit kleine gebiedje dat zij onvoldoende kende. In het rapport Landschapsbiogra e Groene Hart SteenhuisMeurs 2021 wordt de Lopikerwaard als volgt gewaardeerd: “De Lopikerwaard is het toonbeeld van een zeer regelmatige veenontginning, die vanaf de 11e eeuw werd ontwikkeld. De waardering van de waarden als samenhangend geheel (van dijk tot dijk) is terug te zien in het provinciaal beleid van de provincie Utrecht, waarbij de Lopikerwaard bijna integraal is opgenomen als speerpunt agrarisch cultuurlandschap. Deze waardering is overgenomen en aangevuld. In de update heeft ook het Kromme IJsselgebied ten zuiden van IJsselstein (Polder Over Oudland) hoge waarde. Dit gebied is een integraal onderdeel van het samenhangende landschap van de Lopikerwaard en verbindt de historische binnenstad van IJsselstein met het landschap.

Het Kromme IJsselgebied had in 1996 een hoge waarde en heeft sindsdien beperkt veranderingen ondergaan.” In het rapport Landschapsbiogra e Groene Hart SteenhuisMeurs 2021 wordt ook een voorbeeld gegeven van een agrarisch cultuurlandschap dat in 1996 hoog werd gewaardeerd maar door verstedelijking nu is afgewaardeerd: “ …. De verstedelijking ten westen van Vianen (Hoef en Haag) was aanleiding het landschap af te waarderen tot basiswaarde.”

ft

ti

ti

fh

ti

fi

fi

fi

2

Het idee om 1100 woningen in het Kromme IJsselgebied te bouwen zal mogelijke leiden tot afwaardering van de hoge waardestelling. Het open en gave Groene Hart cultuurlandschap van het Kromme IJsselgebied wordt door een woonwijk de nitieve vernietigd. In het rapport Nabij Utrecht: Metropoolregio Utrecht is het Kromme IJsselgebied op pagina 74-76 ingekleurd als Park Oudegein waarmee een begin gemaakt is van een landschappelijke invulling van dit kwetsbare gebied. Groene Hart Scheg is een kroonjuweel en een authen ek cultuurlandschap van grote schoonheid dat vraagt om: 1. landelijke bescherming van natuur- en cultuurwaarden 2. zorgvuldige recrea eve invulling en autoluw wandel/ etsgebied 3. duurzame (biologische) landbouw De aanwijzing NOVI-gebied voor het Groene Hart in 2022, biedt mogelijkheden om IJsseldam, Kromme IJsselgebied en achterliggende scheg als Groene Hart Scheg te beschermen.

De indieners horen graag uw reac e via: email: info@wimvansijl.eu post: Walkade 15 3401 DR IJsselstein tel: 06 13471199

Namens de indieners

Inwonersgroep Kromme IJsselgebied:

Mirjam Weijer

Groenpla orm IJsselstein:

Agnes Jonker

Adviesgroep BB+W:

Bert Murk

Bart Rietveld

Wim van Sijl

BIJLAGEN: - Groene Hart Scheg - zicht op: De Bossenwaard e.a - Beschermde gebieden - HISTORIE 1. Geologie 2. Bewoningsgeschiedenis 3. Bodemgebruik 4. Vaarwegen 5. Defensie - Literatuur

4 5 6 7 10 14 15 16 17

ti

fi

ti

fi

ti

tf

3

GROENE HART SCHEG

4

zicht op: natuurreservaat De Bossenwaard, Klaphek, IJsseldam en Kromme IJsselgebied

IJSSELDAM bij KLAPHEK

5

BESCHERMDE GEBIEDEN - beschermde stadsgezichten: IJsselstein, Oudewater, Gouda, Schoonhoven - beschermde dorpsgezichten: Baambruggen; Bonrepas; Haarzuilens; Haastrecht; Jaarsveld; Kamerik; Kockengen; Lintschoten; Moordrecht; Nieuwersluis; Nieuwer Ter Aa; Vlist - Natura 20000-gebieden uiterwaarden van de Lek met o.a. De Bossenwaard; Botshol; Nieuwkoopse Plassen & De Haeck; Broekvelden; Ve enbroek & Polder Stein - UNESCO werelderfgoedlijst delen van de Stelling van Amsterdam; voor het Nederlandse deel van de Limes wordt een nomina e voorbereid voor plaatsing op de UNESCO werelderfgoedlijst, als uitbreiding van het al bestaande deel in Duitsland

GROENE HART SCHEG HOLLANDSE IJSSEL

KLAPHEK

ti

tt

6

HISTORIE GROENE HART 1. Geologie Circa 10.000 jaar begon het holoceen, de huidige geologische periode. Het klimaat werd warmer en voch ger en in de regio ontstond een gesloten bosgebied. Zowel de zeespiegel als grondwaterspiegel stegen, waardoor het milieu veranderde in een moeras waarin dikke veenlagen tot ontwikkeling kwamen. Het landschap werd doorsneden door vertakkingen van de Nederrijn: de Kromme Rijn, de Lek, de Vecht en de Hollandsche IJssel. De rivieren ze en klei af: vlak bij de stroom werden de grofste korrels neergelegd. Hierdoor ontstonden vanaf 6000 jaar geleden aan weerskanten van de rivier rela ef hooggelegen oeverwallen en stroomruggen. Verder van de rivier af en kwamen de jnere deeltjes in lagere delen tot bezinking: de komklei. Op een gegeven moment kon de rivier door de stroomrug heen breken en een nieuwe koers volgen. De oude oeverwal blij dan als een fossiele stroomrug in het landschap liggen, het Linschotense stroomstelsel van Schalkwijk naar Mon oort. Komgebieden liggen bij Schalkwijk en in de veel grotere Lopikerwaard. Hier kwam op grote schaal veen tot ontwikkeling, waaroverheen later weer klei is afgezet. Enkele veenriviertjes, zoals de Lobeke, de Zevender en de Vlist, voerden het neerslagwater uit het veengebied af naar de Lek en de Hollandsche IJssel.

ti

tt

fi

tf

ft

ti

7

8

9

2. Bewoningsgeschiedenis - Prehistorie en Romeinse jd In de brons jd en ijzer jd werd op verschillende plaatsen bij Harmelen, in Mon oort en in Leidsche Rijn op de oeverwallen en stroomruggen gewoond. Van de Harmelerwaard wordt aangenomen dat het de afgelopen 2500 jaar con nu bewoond is geweest. In de Romeinse jd werd de Oude Rijn ingericht als noordgrens of Limes van het Romeinse Rijk. Op strategische plekken werden forten gebouwd, zoals bij Woerden en bij Zwammerdam. De verdedigingswerken waren met elkaar verbonden door een doorgaande weg over de oeverwal. In Leidsche Rijn is een deel van de limesweg uit de eerste eeuw teruggevonden. Omstreeks 325 werden de forten verlaten. Langs de Oude Rijn en de Hollandsche IJssel bleef bewoning aanwezig. In Woerden woonde men in de buurt van het oude Romeinse castellum (fort). Van de Limes is bovengronds niets terug te vinden. De resten van de grensweg, castella, kampdorpen, grafvelden en boerderijen zijn afgedekt door kleilagen. Bij de aanleg van Leidsche Rijn en uitbreidingen van Woerden, maar ook bij Vianen zijn belangrijke vondsten gedaan, zoals enkele schepen. Deze vondsten zijn de inspira e geweest voor enkele aanpassingen aan de stedenbouwkundige plannen op beide plekken.

Voor het Nederlandse deel van de Limes wordt een nomina e voorbereid voor plaatsing op de werelderfgoedlijst, als uitbreiding van het al bestaande deel in Duitsland.

tf

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

10

- Middeleeuwen en nieuwe jd In het landschap wijst de onregelma ge percelering op de hogere oeverwallen bij Vleuten, Harmelen, Tull, Woerden en Mon oort op ontginningen uit de vroege middeleeuwen. Vanaf omstreeks het jaar 1000 ze e de grote verandering in, toen het aangrenzende veengebied in gebruik werd genomen. Vanuit de oevers van de rivieren en vanuit nieuwe ontginningsassen werden op georganiseerde wijze sloten in het veen gegraven die lange, strookvormige percelen omsloten. Deze cope-ontginningen werden door de bisschop geïni eerd. Ze onderscheiden zich van de oudere veenontginningen door hun regelma ge, planma ge opzet. De term cope slaat op de overeenkomst tussen de landheer en de boeren om gronden te ontginnen. De oudste copen lagen dicht bij Utrecht: Papendorp en Galecop (circa 1060). De cope-nederze ngen zijn herkenbaar als langwerpige lintdorpen. Door de afdamming van de Kromme Rijn (1122) en de Hollandsche IJssel (1285) werd het aantal Rijntakken teruggebracht tot één: de Lek.

Met de afdamming daalde de waterstand op de Oude Rijn en konden aan weerskanten van de rivier en langs de Leidsche Rijn ontginningsblokken worden uitgezet. De standaardmaat was ongeveer 1250 meter lang en 110 meter breed. De zijgrenzen van het blok werden uitgezet en gemarkeerd door kades of sloten. Meestal werd een wetering gegraven die als ontginningsbasis diende. Soms kon men ook gebruikmaken van een bestaande waterloop, zoals bij Breeveld en Haanwijk. Evenwijdig hieraan werd de achtergrens van het

tt

ti

ti

tti

ti

ti

ti

tf

11

ontginningsblok in het land uitgemeten. Als de ontginningsbasis een bocht vertoonde dan kreeg de achterkade dezelfde bocht, zoals bij Reijerscop en Bijleveld. De zuidelijke grens van Bijleveld, de Reijerscopse wetering werd gebruikt als ontginningsbasis voor een andere cope-ontginning: Reijerscop. De ontginningen vanaf de Hollandsche IJssel leidden tot bewoningslinten met haaks daarop staande strokenverkavelingen, zoals Hekendorp, IJsselveld, Mastwijk, Achthoven. Rond de Linschoten komen ook regelma ge ontginningen voor. Plekken die als laatste werden ontgonnen zijn restontginningen. Ruige Weide, Papekop en Diemerbroek zijn hiervan voorbeelden. Tot het jaar 1000 vonden in de Lopikerwaard de eerste ontginningen met vrije opstrek plaats vanaf de oeverwallen van de Lek en de Hollandsche IJssel. In de volgende fase kwamen copeontginningen tot stand, te beginnen met het blok Lopik (omstreeks 1050). Als ontginningsbasis dienden enkele met elkaar verbonden waterlopen, zoals de Zevender. Voor de grote ontginning Benschop werd in de 12 eeuw tussen de Hollandsche IJssel en de Vlist de Benschopperwetering gegraven. De overige cope-ontginningen vonden plaats vanaf de Hollandsche IJssel, waarvan de achterkaden de rivier volgden (Heeswijk, Willeskop, Vliet/

Deltawerken van het Groene Hart nr. 3 Dam bij Zwammerdam 1165 nr. 4 IJsseldam bij Klaphek 1285 nr. 5 Enkele en Dubbele Wiericke 1364 - 1367 nr. 7 Afwateringskanaal Harmelen-Nessersluis 1413

ti

12

Dijkveld en Rozendaal). Deze achterkaden dienden op hun beurt als basis voor de ontginning Hoenkoop en de restontginning Blokland. Haaks op de ontginningsassen lopen zijkaden als begrenzing: de Biezenwetering, de Damweg en de Grote Kerkvliet. Langs de twee grote ontginningsassen ontstonden de dorpen Lopikerkapel, Lopik, Cabauw en de iets jongere dorpen Benschop en Polsbroek.

13

3. Bodemgebruik De hogere kleigronden langs de Oude Rijn werden gebruikt als bouwland. Omdat veel kleigronden later zijn afge cheld voor baksteen- en dakpanfabricage, kwamen ze lager te liggen en konden ze nadien alleen als grasland gebruikt worden. Door de verlaging van de grondwaterstand in de 20 eeuw werden veel van deze percelen weer geschikt voor de teelt van groenten. In het huidige landschap zijn veel van deze gronden als kassen of als vollegrondstuinbouw in gebruik. Ook in het veengebied werd aanvankelijk akkerbouw bedreven, maar na het in cultuur brengen trad ook bodemdaling op, waardoor de grond te nat werd. Vanaf het einde van de middeleeuwen schakelde men daarom over op veeteelt en werden de gronden als grasland in gebruik genomen. Er werd onder meer kaas geproduceerd, waar kaaspakhuizen in Woerden en Bodegraven van getuigen. Een speci eke vorm van agrarisch grondgebruik in de regio betrof de hennepcultuur, die zich op enkele plaatsen wist te handhaven tot het einde van de 19 eeuw. Hennep werd gebruikt voor de fabricage van touw en zeildoek. Het centrum van de touwfabricage was Oudewater. Langs de sloten in het landschap staan tal van knotwilgen. Opgaande bomen blijven in de regel beperkt tot de boerenerven, bermen, houtkaden en gerie osjes. Verspreid door de regio lagen meerdere eendenkooien, waarvan er enkele zijn overgebleven.

Eendenkooien zijn zeldzame landschapselementen en herbergen hoge

fb

fi

ti

14

ecologische waarden. Bedijking en afwatering Op diverse plaatsen liggen dijkjes uit 10 /11 eeuw, van vóór de doorgaande bedijkingen van de Lek. Ze vormden het begin van de doorgaande bedijking langs de rivieren. De afdamming van de Kromme Rijn in 1122 was daar een onderdeel van. Hoog water op de Lek veroorzaakte regelma g wateroverlast en overstromingen van de Hollandsche IJssel in de buurt van Gouda, reden voor graaf Floris V van Holland om bij de bisschop van Utrecht erop aan te dringen de IJssel af te dammen. In 1285 werd uiteindelijk een dam bij ’t Klaphek aangelegd. De dijken werden in de eeuwen erna regelma g verhoogd. De Lekdijken waren aanvankelijk niet berekend op de vergrote afvoer. Overstromingen in 1321 en 1322 leidden tot de oprich ng van de hoogheemraadschappen Lekdijk. Benedendams (1323) en Lekdijk Bovendams (1328). De Meerndijk tussen de Hollandsche IJssel en de hogere gronden van de Oude Rijn was een dwarsdijk, die voorkwam dat Holland door S chts water zou worden overstroomd. De afdammingen betekenden ook een belangrijke verbetering van de waterhuishouding voor de lage komgebieden, die daarop in gebruik werden genomen, nadat er nieuwe weteringen in werden aangelegd.

Veel polders in het westen van de regio gingen afwateren naar de Hollandsche IJssel, andere polders loosden hun water via nieuwe weteringen op de Vecht of de Amstel (Heycop, Bijleveld) of de Utrechtse grachten. Rond Schalkwijk en Vreeswijk werd de afwatering gericht op de Vaartsche Rijn. Vanaf het einde van de 15 eeuw was de bodemdaling zo ver gevorderd, dat molenbemaling noodzakelijk was. Er moesten daartoe nieuwe molenweteringen gegraven worden en boezemgebieden worden ingericht voor jdelijke opvang, alvorens het water kon worden geloosd op de rivieren. Eind 19 eeuw werden de molens successievelijk vervangen door gemalen, aangedreven door stoom, gevolgd door diesel en elektriciteit.

4. Vaarwegen Door de afdamming van de Kromme Rijn raakte Utrecht haar vaarverbinding met de Rijn en het Duitse achterland kwijt. Daarom besloot men tot het graven van een kanaal, de Vaartsche Rijn tot aan de Hollandsche IJssel. Dit kanaal was één van de eerste kanalen in Nederland. De geschiedenis van de IJsseldam hee directe invloed op de geschiedenis van de Vaartse Rijn (een middeleeuws wereldwonder, Canon van Nederland). Na de afdamming van de Hollandsche IJssel werd de Vaartsche Rijn doorgetrokken tot de Lek bij Vreeswijk (1373). De Hollandsche IJssel is omstreeks 1850 gekanaliseerd. In de 19 eeuw wilde Amsterdam een betere verbinding met de Rijn, wat uiteindelijk in 1892 leidde tot de opening van het Merwedekanaal en de bouw van de Koninginnesluis bij Vreeswijk. Toen de Kromme Rijn werd afgedamd verliep vervoer over water naar het westen via weteringen, totdat begin 14 eeuw de Leidsche Rijn werd gegraven. Deze loopt tot Harmelen en sluit daar aan op de Oude Rijn. In 1663 werd een jaagpad langs de Leidsche Rijn/Oude Rijn aangelegd. Grote delen hiervan liggen nog als voetpad aan het water. Ook de Heycop en de Bijleveld werden als kanaal gebruikt. 5. Defensie

ti

ti

ti

ft

ti

ti

15

In het Groene hart ligt in het grensgebied van Holland en het S cht . Van oorsprong middeleeuwse kastelen lagen in IJsselstein, Woerden, Mon oort, Harmelen, Linschoten en Haarzuilens. In De Ham bij Vleuten staat een oude woontoren. Sommige kastelen zijn in latere eeuwen omgevormd tot buitenplaats. Kasteel de Haar werd rond 1900 geheel herbouwd op de resten van zijn voorganger. Het oude dorp Haarzuilens is toen afgebroken en iets verderop herbouwd. Het moest een middeleeuwse uitstraling krijgen met een brink. Met het ontstaan van de Republiek en later het Koninkrijk der Nederlanden, werd defensie een na onale aangelegenheid. Met de aanleg van de Oude Hollandse Waterlinie werd water als verdedigingswapen ingezet. De stad Utrecht maakte daar geen deel uit. Woerden en Oudewater werden wel in de linie opgenomen. Ten westen van Woerden kon het gebied tussen de Enkele en de Dubbele Wiericke onder water worden gezet. Ter verdediging van de Rijndijk en de Oude Rijn is het fort Wierickerschans aangelegd en verrezen enkele forten langs de rivieren, waarvan contouren bewaard zijn bij Woerden en Linschoten. In 1815 werd besloten om Utrecht alsnog binnen de linie te trekken en werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) aangelegd.

Tussen 1880 tot 1920 werd de Stelling van Amsterdam als verdedigingslinie, gelegen op 15 tot 20 kilometer rond het centrum van de Nederlandse stad Amsterdam aangelegd. De Stelling is 135 kilometer lang, bevat 45 forten. In 1996 werd de Stelling van Amsterdam op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst. In 2021 werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie toegevoegd aan het reeds bestaande werelderfgoed. Beide componenten staan sindsdien op de lijst onder de naam Nederlandse waterverdedigingslinie.

ti

ti

tf

16

LITERATUUR

- Natura 2000: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, internet 2025 - Leven met water, dijken, muren tegen de waterwolf: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, internet 2025 - Panorama Landschap - Oude Rijn, Lopikerwaard: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, internet 2025 - Ontwikkelperspec ef 1.0 Groene Hart 2050, NOVEX-gebied: Stuurgroep Groene Hart 2024 - Het hoge land van IJsselstein, Lopikerkapel en Uitweg: s ch ng HKIJ en s ch ng WBL 2024 - Waterhuishouding en verkeer in het Kromme Rijngebied: G. Borger (voordracht Youtube) 2023 - het Groene Hart: SteenhuisMeurs 2023 - Gebiedsperspec ef Kromme IJsselgebied: gemeente IJsselstein 2022 - Omgevingsvisie Provincie Utrecht: 2021 - Omgevingsvisie gemeente IJsselstein: 2021 - Landschapsbiogra e Groene Hart: SteenhuisMeurs 2021 - Landschap van de Kromme IJssel: HKIJ & tlu landschapsarchitecten (youtube). 2020 - Utrecht Nabij: diverse overheden Metropoolregio Utrecht 2020 - De dam bij Hoppenesse: G. Borger e.a. 2016 - Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen, Gebiedskatern Groene Hart: provincie Utrecht 2011 - Tastbare jd, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht: R. Blijdens jn & Provincie Utrecht 200 - Lopikerwaard 1953 - 2003: L. de Laat, Landinrich ngscommissie 2003 - Utrechtse Dijken: Hoogheemraadschap S chtse Rijnlanden 2001 - Het Groene Hart, een Hollands cultuurlandschap: G. Borger e.a.

1997 - Generaale landkaart van den Loopicker-waard 1771: D. Ha nga 1993 - Het ontstaan van het rivierenlandschap in de omgeving van IJsselstein: HKIJ 58/59 (pag. 365-384) 1991 - Het Utrechts Landschap: S ch ng Het Utrechts Landschap 1990 - De Lopikerwaard I. & II.: Den Uyl 1963

ti

ti

ti

tti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

fi

ti

ti

ti

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15501419/1