15. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat - Kennisgeving nieuwe wetgeving inzake digitale connectiviteit small cells
Tekst van het document
From:
Overal Snel Internet <overalsnelinternet@minezk.nl>
To: Subject:
Aan het college van burgemeester en wethouders, betreft: digitale connectiviteit / small cells
Date:
03.05.2021 10:39:41 (+0000)
Attachments:
Brief gemeenten digitale connectiviteit_small cells.pdf (8 pages), 20809Eindrapport-Impactanalyse Telecomcode-Cebeon-06apr21 eindrapport.pdf (31 pages), Dialogic - De ontwikkeling van het aantal antenne-opstelpunten.pdf (66 pages), Infographic over de ontwikkeling van het aantal antenne-opstelpunten in Nederland.pdf (1 page)
Aan het college van burgemeester en wethouders Datum: 3 mei 2021 Betreft: Digitale connectiviteit / small cells Geacht college, Via bijgesloten brief, die ook per post aan u is gezonden, wil ik u informeren over nieuwe wetgeving voor gemeenten volgend uit de implementatie van de Europese Telecomcode. Deze nieuwe wetgeving, die mogelijk dit jaar in werking treedt, brengt met zich mee dat gemeenten moeten instemmen met redelijke verzoeken van telecomaanbieders tot medegebruik van hun publieke infrastructuur voor de plaatsing van kleine antennes (small cells). In het licht van deze nieuwe wetgeving rond medegebruik van publieke infrastructuur heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in nauwe betrokkenheid van de VNG, enkele gemeenten en mobiele operators, in het afgelopen jaar twee onderzoeken laten uitvoeren, waarvan de belangrijkste bevindingen zijn opgenomen in de brief. Deze onderzoeken heb ik voor de volledigheid bijgesloten. Ten slotte wordt in de brief beschreven welke ondersteuning gemeenten in het komende jaar mogen verwachten bij implementatie van de nieuwe wetgeving. De brief en de onderzoeken staan ook op www.overalsnelinternet.nl/documenten.
Met vriendelijke groet, De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: mw. drs. Heleen Uijt de Haag Plaatsvervangend directeur directie Digitale Economie Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is gezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten. This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders
Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Directie Digitale Economie Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk
Datum Betreft
Behandeld door D. Yoshikawa
Digitale connectiviteit / small cells
Geacht college,
T 070 379 8332 d.yoshikawa@minezk.nl Ons kenmerk DGBI-DE / 21087122
In deze brief wil ik u informeren over nieuwe wetgeving voor gemeenten volgend Bijlage(n) uit de implementatie van de Europese Telecomcode1, die mogelijk dit jaar in wer- 1 king treedt2. Die wetgeving brengt onder andere met zich mee dat gemeenten moeten instemmen met redelijke verzoeken van telecomaanbieders tot medegebruik van hun publieke infrastructuur voor de plaatsing van kleine antennes (small cells). Om de bestuurlijke en financiële consequenties voor gemeenten in kaart te brengen van deze nieuwe wetgeving heb ik onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren door bureau Cebeon (hierna impactanalyse). Om verder in beeld te brengen wat er op gemeenten afkomt, is er ook onafhankelijk onderzoek gedaan door Dialogic naar de verwachte groei van antenne-opstelpunten voor mobiele communicatie, waaronder voor small cells (hierna antenne onderzoek). Beide onderzoeken zijn tot stand gekomen met betrokkenheid van de VNG en in wisselende samenstelling de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Almere, Tilburg en Haarlemmermeer. Beide onderzoeken zijn gepubliceerd op de website overalsnelinternet.nl3. In deze brief ga ik in op de, in het licht van de nieuwe wetgeving voor gemeenten, belangrijkste onderzoeksbevindingen en de ondersteuning die gemeenten mogen verwachten bij de implementatie van de nieuwe wetgeving.
Het maatschappelijke belang van hoogwaardige connectiviteit en de rol van gemeenten Nederland heeft in Europa een koppositie als het gaat om digitalisering waar de maatschappij als geheel van profiteert. Digitalisering is een belangrijke aanjager van economische groei en een krachtig middel bij de aanpak van tal van maatschappelijke opgaven en uitdagingen. Het belang van digitalisering en de beschikbaarheid van hoogwaardige digitale connectiviteit blijkt tijdens de huidige In Nederland wordt de Telecomcode middels een wijziging van de Telecommunicatiewet geïmplementeerd. De termijn voor implementatie van de richtlijn was 21 december 2020, maar is door Nederland en de meeste andere Lidstaten niet gehaald. 2 Eind 2020 is het wetsvoorstel ingediend bij de Raad van State (RvS) en het consultatieverslag gepubliceerd. Op 7 april is het advies van de RvS ontvangen. Op dit moment wordt het advies verwerkt, waarna het wetsvoorstel wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Tijdstip van behandeling van het wetsvoorstel is aan de Tweede en vervolgens Eerste Kamer. Afhankelijk van doorlooptijden is het mogelijk dat het wetsvoorstel in 2021 van kracht wordt. 3 https://www.overalsnelinternet.nl/documenten 1
Pagina 1 van 3
Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Directie Digitale Economie
coronapandemie cruciaal voor de continuïteit van veel maatschappelijk en economisch verkeer.
Ons kenmerk DGBI-DE / 21087122
Om te zorgen dat Nederland ook in de toekomst digitaal goed verbonden blijft, is het belangrijk dat telecombedrijven blijven investeren in de uitrol en opwaardering van hun vaste en mobiele netwerken. Lokale overheden spelen een belangrijke rol bij een soepele en zorgvuldige aanleg van nieuwe telecominfrastructuur, zoals voor glasvezel en 5G. Onder meer door het afgeven van benodigde vergunningen en het beantwoorden van vragen van inwoners over de uitrol van nieuwe telecommunicatienetwerken. Onderzoeksuitkomsten in het licht van de nieuwe wetgeving voor gemeenten Belangrijke vragen voor gemeenten rondom de nieuwe wetgeving zijn: wat houdt de nieuwe wetgeving rond medegebruik van publieke infrastructuur concreet in, wanneer gaat een verzoek tot medegebruik voor uw gemeenten spelen, en hoe kunt u zich als gemeente hierop voorbereiden? Op deze vragen geef ik, in het licht van de nieuwe wetgeving en de belangrijkste onderzoeksbevindingen, in bijgesloten oplegger beknopt antwoord. Deze oplegger is tot stand gekomen met betrokkenheid van de VNG. Kort gezegd houdt de nieuwe wetgeving in dat gemeenten moeten instemmen met redelijke verzoeken tot medegebruik van hun publieke infrastructuur voor de plaatsing van small cells.
Voor het afhandelen van verzoeken en het ter beschikking stellen van hun publieke infrastructuur kunnen gemeenten respectievelijk kostendekkende leges en een marktconforme gebruiksvergoeding vragen. Op grond van het antenne onderzoek, is de verwachting dat het gebruik van small cells door mobiele operators t/m 2026 nog beperkt zal zijn en daarmee ook het aantal verzoeken tot medegebruik van publieke infrastructuur. Als er verzoeken tot medegebruik worden ingediend, zal dat vermoedelijk vooral op drukke ‘hotspots’ (zoals drukke pleinen) in de grote (Rand)steden aan de orde zijn. In lijn hiermee geven de mobiele operators aan op dit moment geen plannen te hebben voor het indienen van verzoeken tot medegebruik in 2021. Dat geeft ons nog enige tijd om ons hierop goed voor te bereiden. Ondersteuning aan gemeenten bij de implementatie van de nieuwe wetgeving Om gemeenten te ondersteunen bij het treffen van voorbereidende werkzaamheden aangaande de nieuwe wetgeving, komt er uiterlijk begin 2022 een landelijke leidraad beschikbaar. Deze leidraad zal onder aanvoering van het Agentschap Telecom, in nauwe samenwerking met de VNG, vertegenwoordigers van grote en kleine gemeenten, het ministerie van EZK en mobiele operators tot stand worden gebracht.
Deze leidraad zal gemeenten heel concrete en praktische handvatten (inclusief processtappen en voorbeelddocumenten) bieden om aan alle verplichtingen uit de nieuwe wetgeving te kunnen voldoen. Gemeenten wordt daarom aangeraden gebruik te maken van voorgenoemd voorbeeldbeleid dat landelijk wordt ontwikkeld: het zal hen tijd en inzet schelen bij de implementatie van de nieuwe regelgeving. Om verder richting de toekomst de vinger aan de pols te houden zal ik in het periodieke antennebeleidsoverleg dat ik driemaal per jaar met VNG, gemeenten en Pagina 2 van 3
Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Directie Digitale Economie
operators beleg, aandacht vragen voor het uitwisselen van kennis en praktijkervaringen rondom de plaatsing van small cells op gemeentelijke infrastructuur. Ook zal ik over drie jaar bezien of het uitvoeren van een nieuw onderzoek naar de ontwikkelingen rondom de groei van antennes nodig is.
Ons kenmerk DGBI-DE / 21087122
Ten slotte wil ik van de gelegenheid gebruik maken om u te attenderen op een initiatief van mijn ministerie om u als bestuurder periodiek (zo’n vier keer per jaar) rechtstreeks op de hoogte te kunnen houden van voor u relevante ontwikkelingen aangaande digitale connectiviteit: ‘nieuwsbrief digitale connectiviteit voor bestuurders’. Via een inschrijfknop4 op de website overalsnelinternet.nl kun u zich rechtstreeks abonneren op deze digitale nieuwsbrief. Hoogachtend,
mr. drs. M.C.G. Keijzer Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
4
https://www.overalsnelinternet.nl/actueel/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-digitale-connectiviteit-voor-bestuurders Pagina 3 van 3
Oplegger bij de rapporten Impactanalyse telecomwet en Groei antenneopstelpunten
IN HET KORT: •
•
•
•
•
Bij aanpassing van de Telecommunicatiewet – die mogelijk in 2021 in werking treedt – zijn gemeenten en andere overheden, onder voorwaarden, verplicht te voldoen aan een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur (bijvoorbeeld gebouwen of straatmeubilair) ten behoeve van de plaatsing van small cells door telecomexploitanten. De impactanalyse van Cebeon onderzocht wat daarvan de bestuurlijke en financiële impact is voor gemeenten. Het onderzoek van Dialogic onderzocht hoeveel antennes voor mobiele communicatie, waaronder small cells, er in de komende jaren bijkomen. De impactanalyse van Cebeon laat zien dat gemeenten als gevolg van de nieuwe wetgeving bepaalde werkzaamheden dienen te verrichten om verzoeken tot medegebruik van hun infrastructuur voor de plaatsing van small cells in behandeling te nemen en te beoordelen. Een deel van die werkzaamheden speelt rond de invoering van de nieuwe Telecommunicatiewet en heeft betrekking op het treffen van voorbereidingen. Andere werkzaamheden gaan pas spelen op het moment dat operators overgaan tot het gebruik van small cells en een concreet verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur indienen bij gemeenten. Gemeenten kunnen op hun beurt een vergoeding vragen aan operators voor het behandelen van verzoeken en voor het medegebruik van hun infrastructuur.
De verwachting van Dialogic is dat mobiele operators t/m 2026 op basis van de bestaande en beperkte plaatsing van nieuwe (macro)antenne-opstelpunten, voldoende capaciteit kunnen bieden vanuit hun macronetwerk. Pas als capaciteitstekorten niet meer kunnen worden opgelost door het verbeteren van het macronetwerk, zal plaatsing van small cells op nieuwe locaties in de openbare ruimte aan de orde komen. Het gaat dan t/m 2026 om de plaatsing van een beperkt aantal losstaande small cells op bepaalde drukke locaties (hotspots), zoals pleinen en winkelstraten, voornamelijk in de grote (Rand)steden. In lijn hiermee geven de operators aan op dit moment geen concrete plannen te hebben voor het indienen van verzoeken tot medegebruik van publieke infrastructuur ten behoeve van het plaatsen van losstaande small cells in 2021. Vóór 2027 verwachten de onderzoekers niet dat operators op grotere schaal (bijvoorbeeld een heel stadscentrum) small cells uit zullen rollen. In samenwerking met de VNG, grote en kleine gemeenten, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Agentschap Telecom, ACM en mobiele operators komt er in 2021, op basis van de uitkomsten van de impactanalyse, een landelijke leidraad beschikbaar die gemeenten maximaal ontzorgt bij de implementatie van deze nieuwe wetgeving.
Gemeenten wordt daarom aangeraden om deze leidraad te gebruiken: het zal hen tijd en inzet schelen bij de implementatie van de nieuwe regelgeving. Onderdelen van de leidraad zijn: o Alle belangrijke componenten die voor gemeenten van belang zijn, zoals: duiding bij de behandelprocedure – qua proces en inhoud - waaraan een aanvraag wordt onderworpen en kaders voor het bepalen van de hoogte van de te vragen vergoedingen rondom medegebruik in de vorm van leges en marktconforme (gebruiks)vergoedingen; o De elementen van het op te stellen huurcontract; o Het openbaar maken van voorwaarden en weigeringsgronden voor medegebruik. o Het op orde hebben van communicatie richting burgers met betrekking tot small cells. Via de nieuwsbrief ‘digitale connectiviteit’1 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat houden wij u op de hoogte over de realisatie van de leidraad voor gemeenten. Voor tussentijdse vragen kunt u zich als gemeente wenden tot het Programma 5G en digitale connectiviteit van de VNG. Die onder andere een mailinglist hebben waar gemeenten over deze ontwikkelingen worden geïnformeerd en kunnen overleggen. Neem hiervoor contact op met Rudolf van der Berg, programmamanager via antenneconvenant@vng.nl.
U kunt zich hier aanmelden: https://www.overalsnelinternet.nl/actueel/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-digitaleconnectiviteit-voor-gemeenten 1
1
Welke verplichting voor gemeenten vloeit voort uit de nieuwe Telecommunicatiewet? Op basis van gewijzigde Europese regelgeving2 wordt de Nederlandse Telecommunicatiewet herzien. Onderdeel van de herziening van de Europese regelgeving is dat de plaatsing van kleine antennes (hierna small cells) in heel Europa in principe vergunningvrij wordt, wat voor Nederland al voor een deel het geval was.3 Ook is er de verplichting voor overheidsinstanties om in te stemmen met redelijke verzoeken van telecomexploitanten tot medegebruik van publieke infrastructuur (bijvoorbeeld gebouwen of straatmeubilair) voor de implementatie van small cells op die infrastructuur. Het gaat hierbij om infrastructuur die onder zeggenschap staat van een overheidsinstantie. Small cells zijn draadloze toegangspunten met een klein bereik die zorgen voor een betere dekking en hogere capaciteit op een specifieke locatie. In de Europese verordening4 (EU 2020/1070), die per 21 december 2020 van kracht is, staan de fysieke en technische eigenschappen van een small cell beschreven. Als wordt voldaan aan die definitie is de plaatsing van small cells omgevingsvergunningsvrij, enkele uitzonderingen daargelaten. In het nieuwe Antenneconvenant5 staan afspraken over het informeren van gemeenten en woongebouweigenaren voorafgaand aan het plaatsen van small cells.
Voor het indienen en behandelen van verzoeken tot medegebruik bij een overheid door een telecomaanbieder gelden bepaalde regels. Zo dient de aanbieder zijn verzoek te voorzien van een deugdelijke onderbouwing en kunnen overheden voorwaarden stellen omtrent het medegebruik, die billijk, redelijk, transparant en niet-discriminerend zijn. Een verzoek tot medegebruik kan alleen worden geweigerd op objectieve, transparante en evenredige gronden. Deze opsomming is limitatief en betekent dat medegebruik niet kan worden geweigerd op andere gronden dan de drie voorgenoemde gronden. In de Telecommunicatiewet wordt vervolgens aangegeven wat in ieder geval onder een van die drie genoemde gronden kan worden verstaan (bijvoorbeeld dat de publieke infrastructuur technisch niet geschikt is voor small cells). Deze opsomming staat ook opgenomen in de impactanalyse. Ten slotte mogen overheidsinstanties (kostendekkende) administratieve vergoedingen rekenen aan aanvragers voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik, alsmede een marktconforme (gebruiks)vergoeding voor het daadwerkelijke medegebruik van publieke infrastructuur. Ook dit staat beschreven in de impactanalyse. Wanneer gaat een verzoek tot medegebruik voor uw gemeente spelen? Een verzoek kan in principe pas gedaan worden als de nieuwe Telecommunicatiewet van kracht is geworden.
Het is niet waarschijnlijk dat u een verzoek tot medegebruik van publieke infrastructuur zult krijgen vóór 2022. In de jaren daarna is een verzoek mogelijk, maar naar verwachting alleen voor de drukste buitenruimtes in grote steden, zoals bepaalde pleinen en winkelstraten. Nieuwe Telecommunicatiewet wordt van kracht In december 2020 is het wetsvoorstel, na publieke consultatie, door het kabinet naar de Raad van State (RvS) gezonden. Op 7 april is het advies van de RvS ontvangen. Op dit moment wordt het advies van de RvS verwerkt, waarna het wetsvoorstel ter behandeling wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Op dat moment wordt het nieuwe wetsvoorstel ook openbaar. Daarna is het aan de Tweede Kamer wanneer het de behandeling van het wetsvoorstel agendeert. Afhankelijk van deze doorlooptijden is het mogelijk dat het wetsvoorstel in 2021 van kracht wordt.
2
Richtlijn (EU) 2018/1972 (Telecomcode)
3
Nederland had al regels waaronder antennes vergunningsvrij waren. De verordening breidt deze context iets verder uit. Zie ook https://www.overalsnelinternet.nl/documenten/publicaties/2020/12/17/interactieve-versieinfographic-plaatsing-van-antennes-uw-rol-als-gemeente-en-wel-of-geen-omgevingsvergunning-voor-een-antenne-installatie 4 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX%3A32020R1070&from=EN 5 https://www.antennebureau.nl/documenten/convenanten/2021/januari/26/antenneconvenant-2021-2025
2
De vraag naar medegebruik van publieke infrastructuur: gebruik van small cells door operators wordt in de komende jaren beperkt verwacht In de tweede plaats moeten telecomexploitanten 1) overgaan tot het gebruik van small cells en 2) deze willen plaatsen op of aan gemeentelijke infrastructuur. Hieronder gaan wij in op de voorgenoemde punten. Het ministerie van EZK heeft onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de verwachte groei van het aantal antenne-opstelpunten, voor macro-antennes en small cells, in de periode 2021 t/m 2030. Daarbij wordt voor de periode 2021 t/m 2026 een kwantitatieve prognose gegeven, en voor de periode 2027 t/m 2030 een kwalitatieve duiding. Op grond van de resultaten van dit onderzoek is de verwachting dat mobiele operators t/m 2026 voldoende capaciteit kunnen bieden vanuit hun bestaande macro-netwerk6. De operators zullen hun netwerken in de komende jaren wel (beperkt) uitbreiden, met name in het buitengebied en bijvoorbeeld bij nieuwe woonwijken. Ook zullen de operators de bestaande antenne-installaties blijven “upgraden” zodat op basis van hetzelfde aantal opstelpunten meer capaciteit kan worden gerealiseerd.
Het plaatsen van small cells op nieuwe locaties in de openbare ruimte zal om redenen van kostenefficiëntie en operationele uitdagingen pas plaatsvinden als de geboden capaciteit via het bestaande macro-netwerk op bepaalde plekken ontoereikend wordt. Verwacht wordt dat dit zich vooral zal voordoen op bepaalde drukke locaties (hotspots), zoals drukke pleinen en winkelstraten, in de grote steden. Het zal daarbij in eerste instantie gaan om plaatsing van losstaande small cells op die locaties. In lijn hiermee geven de operators aan op dit moment geen concrete plannen te hebben voor het indienen van verzoeken tot medegebruik van publieke infrastructuur ten behoeve van het plaatsen van small cells in 2021. Pas als er na verloop van tijd in een steeds groter gebied een capaciteitstekort ontstaat, die niet via het macronetwerk en de inzet van losstaande small cells op hotspots kan worden opgevangen, is grootschalige uitrol van small cells in een groter gebied voor de operators volgens de onderzoekers interessant. Ook dit zal in eerste instantie aan de orde zijn in de centra van grotere steden, met name in de Randstad. De onderzoekers verwachten niet dat dergelijke grootschalige uitrol van small cells vóór 2027 zal plaatsvinden.
Ten slotte adviseren de onderzoekers om in het najaar van 2023 wederom de ontwikkelingen in de markt in kaart te brengen, om zo de voorspellingen uit het onderzoek te toetsen en waar nodig bij te stellen. Hoe kunt u zich als gemeenten voorbereiden? Gemeenten wordt aangeraden gebruik te maken van voorbeeldbeleid die landelijk wordt ontwikkeld In de impactanalyse staat beschreven dat overheidsinstanties bepaalde werkzaamheden dienen te verrichten om verzoeken tot medegebruik in behandeling te nemen en te beoordelen. Een deel van die werkzaamheden spelen rond de invoering van de nieuwe Telecommunicatiewet en hebben betrekking op het treffen van voorbereidingen. Andere werkzaamheden gaan pas spelen op het moment dat een concreet verzoek wordt ingediend. Gemeenten wordt aangeraden om gebruik te maken van landelijk voorbeeldbeleid, die op basis van de uitkomsten van de impactanalyse middels een leidraad wordt ontwikkeld. Dit zal gemeenten tijd en inzet schelen bij de implementatie van de nieuwe regelgeving. In 2021 komt er een landelijke leidraad beschikbaar die gemeenten maximaal ontzorgt In samenwerking met de VNG, vertegenwoordigers van grote en kleine gemeenten, het ministerie van EZK, het Agentschap Telecom, ACM en mobiele operators komt er in 2021 een landelijke leidraad beschikbaar die gemeenten maximaal ontzorgt bij de implementatie van deze nieuwe wetgeving.
Hierdoor hoeft u niet zelf het wiel uit te vinden en ontstaat er tevens landelijk consistentie in beleid. De leidraad geeft ook inzicht in hoe u lokale accenten kunt aanbrengen. Wij verwachten alle componenten uit deze leidraad, al dan niet gefaseerd per component, uiterlijk eind 2021 / begin 2022 gereed te hebben. Dat is ruim voordat operators verwachten verzoeken bij het overgrote deel van de gemeenten te zullen indienen.
Juist ook mede door het beschikbaar komen van extra bandbreedte d.m.v. de 3,5 GHz-veiling in 2022. Deze band kunnen operators benutten via hun bestaande netwerk aan (macro)antenne-opstelpunten. 6
3
Componenten waaruit de leidraad zal bestaan zullen zijn: Behandelprocedure Procedureel: -
inrichten en openbaar maken van de wijze waarop een verzoek tot medegebruik in behandeling wordt genomen, via bijvoorbeeld een loket of een specifiek e-mailadres; bepalen van doorlooptijden, processtappen en wijze van communiceren tijdens de procedure; openbaar maken van weigeringsgronden en voorwaarden – zoals hieronder benoemd - voor zover een gemeente deze binnen het kader van de wet heeft opgesteld.
Inhoudelijk (vaststellen van beoordelingskader): -
-
onderbouwingsgrond waaraan een verzoek tot medegebruik moet voldoen. Vanuit de regelgeving dient de aanbieder te motiveren waarom medegebruik vanuit netwerktechnisch oogpunt nodig is; objectieve, transparante en evenredige weigeringsgronden en concreet maken hoe een aanvraag aan die gronden wordt getoetst. Een overzicht van mogelijke weigeringsgronden is te vinden in hoofdstuk 2.3.1 van de impactanalyse.
Vaststellen kaders hoogte van leges Wettelijk is vastgelegd dat overheidsinstanties voor de daadwerkelijke beoordeling van verzoeken tot medegebruik, aan aanbieders kostendekkende leges kunnen heffen op basis van urenbesteding en andere hieraan verbonden ambtelijke kosten. Opstellen concept huurcontract/gebruikersovereenkomst Het ligt voor de hand dat gemeente en initiatiefnemer een huurcontract/gebruikersovereenkomst tekenen ten behoeve van het medegebruik. Onderdelen daarvan zijn: -
-
(kaders) marktconforme (gebruiks)vergoeding voor het daadwerkelijke medegebruik7; billijke, redelijke, transparante en niet discriminerende voorwaarden, zoals bijvoorbeeld het opleggen van de verplichting aan de verzoeker om de infrastructuur waarvoor medegebruik wordt gevraagd ook daadwerkelijk in gebruik te nemen; wederzijdse opzegtermijnen; wijze van oplevering bij bevestiging en verwijdering van een opstelpunt; bepalingen in geval van schade aan, onderhoud, verplaatsing c.q. verwijdering van de gemeentelijke infrastructuur.
Op orde hebben van communicatie richting burgers -
Het opstellen van een Q&A small cells en de rol van de gemeente bij de plaatsing van small cells in de openbare ruimte en op gemeentelijke infrastructuur.
Verder lezen? Beide onderzoeken zijn gepubliceerd op de website overalsnelinternet.nl8. Een goed inzicht in de nieuwe wetgeving aangaande medegebruik van publieke infrastructuur verschaft hoofdstuk 2 van de impactanalyse. Het wetvoorstel zelf komt openbaar wanneer dit bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Via de nieuwsbrief ‘digitale connectiviteit’9 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat houden wij u hiervan op de hoogte. Via deze nieuwsbrief en de VNG zal u ook op de hoogte worden gehouden van de ontwikkeling van de leidraad voor gemeenten ter implementatie van dit wetsvoorstel. Daarnaast kunnen gemeenten voor meer algemene informatie rondom gemeentelijk antennebeleid en antennes terecht op de websites www.overalsnelinternet.nl en www.antennebureau.nl. Voor specifieke vragen rondom antennes kunnen gemeenten ook contact opnemen met
7
De onderzoekers geven aan dat kosten voor alle overige noodzakelijke werkzaamheden kunnen worden verwerkt in de marktconforme vergoeding voor het daadwerkelijke medegebruik, als onderdeel van een huurcontract. 8
https://www.overalsnelinternet.nl/documenten
9
https://www.overalsnelinternet.nl/actueel/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-digitale-connectiviteit-voor-gemeenten
4
het Antennebureau. Voor tussentijdse vragen kunt u zich als gemeente wenden tot het Programma 5G en digitale connectiviteit van de VNG. Die onder andere een mailinglist hebben waar gemeenten over deze ontwikkelingen worden geïnformeerd en kunnen overleggen. Neem hiervoor contact op met Rudolf van der Berg, programmamanager via antenneconvenant@vng.nl.
5
............................................................................................................................. ................................................................................................................................................................................................................................................................ .............................
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties ..........................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
20809
eindrapport
6 april 2021
I
Inhoudsopgave V Voorwoord ........................................................................................................................................ 3 1 Inleiding ............................................................................................................................................ 5 1.1 Achtergrond van de opdracht ..................................................................................................... 5 1.2 Probleemstelling, onderzoeksvragen en -activiteiten ................................................................. 6 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 7 2 Wet- en regelgeving .......................................................................................................................... 8 2.1 Inleiding ..................................................................................................................................... 8 2.2 Europese regelgeving ................................................................................................................. 8 2.3 Nationale wet- en regelgeving en beleid ....................................................................................
9 2.3.1 Telecommunicatiewet .................................................................................................. 9 2.3.2 Nationaal Antennebeleid ............................................................................................ 11 2.4 Gemeentelijk beleid en regelgeving ......................................................................................... 12 3 Bestuurlijke consequenties ............................................................................................................ 14 3.1 Inleiding ................................................................................................................................... 14 3.2 Noodzakelijke werkzaamheden als gevolg van de Telecomcode (artikel 57) .......................... 14 3.3 Extra noodzakelijke werkzaamheden en fasering van werkzaamheden ................................... 16 3.4 Aanvullende werkzaamheden rondom de komst van kleine antennes ..................................... 18 3.4.1 Opstellen van nieuw of aanpassen van bestaand beleid ............................................. 18 3.4.2 Inventarisatie van infrastructuur ................................................................................ 20 3.4.3 Organisatorische en procesmatige veranderingen ......................................................
21 3.5 Afbakening tussen werkzaamheden die wel en niet als direct noodzakelijke activiteiten voortvloeien uit Telecomcode.................................................................................................. 22 3.6 Inrichting van de openbare ruimte ........................................................................................... 23 4 Oplossingsrichtingen financiële consequenties ............................................................................ 25 4.1 Inleiding ................................................................................................................................... 25 4.2 Vergoedingssystematiek .......................................................................................................... 25 4.3 Oplossingsrichtingen voor geringere impact op overheidsinstanties ....................................... 28 5 Samenvatting en conclusies ........................................................................................................... 30
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
2
V
Voorwoord Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten (hierna exploitanten) hebben op grond van artikel 57 van de Telecomcode recht op toegang tot openbare gebouwen en andere publieke infrastructuur. Dit biedt hen de mogelijkheid om small cells (kleine antennes) op deze infrastructuur te plaatsen ten behoeve van openbare, draadloze communicatienetwerken. Small cells zijn draadloze toegangspunten met een klein bereik die zorgen voor een betere dekking en hogere capaciteit op een specifieke locatie. Het is nog onduidelijk hoeveel small cells zullen worden uitgerold.1 Hier wordt nog nader onderzoek naar gedaan. De resultaten worden eind 2020 verwacht. Overheidsinstanties dienen in te stemmen met redelijke verzoeken van exploitanten tot medegebruik van publieke gebouwen en infrastructuur voor het plaatsen van small cells op overheidsinfrastructuur. In bepaalde situaties hoeft een dergelijk verzoek niet te worden gehonoreerd, bijvoorbeeld omdat dit technisch niet mogelijk is. Daarnaast kan een vergunning worden verlangd wanneer er sprake is van een verzoek tot medegebruik voor de plaatsing van een small cell op/aan een monument.
Het voorliggende onderzoek is erop gericht om de bestuurlijke en financiële consequenties in kaart te brengen van de verplichtingen die voor overheidsinstanties voortvloeien uit de Telecomcode (artikel 57). We bedanken alle gemeenten, telecomproviders, experts op het gebied van telecommunicatie en overige betrokkenen voor hun medewerking aan het onderzoek.2 Ook zijn we dank verschuldigd aan de leden van de begeleidingscommissie – bestaande uit vertegenwoordigers van de VNG, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en twee gemeenten – voor het meedenken over de opzet van het onderzoek en het duiden van de uitkomsten.
J.L. Straatmeijer MSc Regioplan Beleidsonderzoek
1 2
dr. J.C. van Rij Cebeon
https://www.overalsnelinternet.nl/documenten/publicaties/2020/01/24/factsheet-wat-betekent-de-komst-van-5g-voor-uw-gemeente Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-juli 2020.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
3
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
4
1
Inleiding
1.1
Achtergrond van de opdracht Ten behoeve van de uitrol van kleine antennes met een laag vermogen en klein bereik voor snelle, openbare mobiele communicatienetwerken voorziet de Telecomcode (artikel 57), in een recht voor exploitanten op toegang – in geval van een redelijk verzoek hiertoe – tot openbare gebouwen en andere publieke infrastructuur (zoals lichtmasten en verkeerslichten). Deze verplichting ziet alleen toe op de plaatsing van kleine antennes met een bepaalde omvang – die is bepaald middels een door de EU vastgestelde uitvoeringsverordening3 – een laag vermogen en klein bereik op deze infrastructuur. De verplichting wordt geïmplementeerd via een herziening van de Telecommunicatiewet. Het hiertoe opgestelde wetsvoorstel is in 2019 openbaar geconsulteerd. Deze consultatie heeft veel reacties van gemeenten opgeleverd. Bij gemeenten leefden er vragen en zorgen over de impact van de verplichting om in te stemmen met redelijke verzoeken van exploitanten voor medegebruik van publieke infrastructuur. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft Cebeon en Regioplan daarom gevraagd om de bestuurlijke en financiële consequenties voor overheidsinstanties4 van artikel 57 van de Telecomcode nu in kaart te brengen.
Op grond van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen moeten Europese beleidsvoornemens worden beoordeeld op bestuurlijke en financiële consequenties (artikel 6 en 9). Dit is conform artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet (1997): “Indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn.” doel van de opdracht Het onderzoek heeft als doel om inzicht te geven in: • de bestuurlijke consequenties van de verplichting uit de Telecomcode (artikel 57) voor overheidsinstanties (met name gemeenten) om in te stemmen met redelijke verzoeken van exploitanten tot medegebruik van publieke gebouwen en infrastructuur voor het plaatsen van small cells op overheidsinfrastructuur; • de financiële consequenties van de verplichting voor overheidsinstanties (met name gemeenten) om in te stemmen met redelijke verzoeken van exploitanten voor medegebruik van overheidsinfrastructuur; • oplossingsrichtingen met het oog op een zo gering mogelijke impact op overheidsinstanties (met name gemeenten) van de genoemde verplichtingen gemoeid met artikel 57 van de Telecomcode.
Bij de uitvraag naar de bestuurlijke en financiële consequenties waarmee overheidsinstanties te maken krijgen als gevolg van de Telecomcode (artikel 57) is de focus gelegd op gemeenten.
3 4
Zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX%3A32018L1972&from=nl In het onderzoek gaat dit om gemeenten, provincies en waterschappen.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
5
1.2
Probleemstelling, onderzoeksvragen en -activiteiten De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat zijn de bestuurlijke en financiële consequenties van de verplichting uit de Telecomcode (artikel 57) voor overheidsinstanties om in te stemmen met redelijke verzoeken van exploitanten tot medegebruik van overheidsinfrastructuur en tot het plaatsen van small cells op deze infrastructuur? Deze centrale vraag is uitgesplitst in de volgende deelvragen: bestuurlijke consequenties 1. Welke organisatorische en procesveranderingen en overige werkzaamheden moeten overheidsinstanties doorvoeren om te voldoen aan de verplichtingen van artikel 57 van de Telecomcode? 2. In hoeverre moeten overheidsinstanties een inventarisatie maken van de beschikbare en geschikte fysieke infrastructuur? In hoeverre is dergelijke informatie al beschikbaar of moet deze nog gegenereerd worden/bij elkaar gebracht worden? 3. Welke overheidsinfrastructuur staat (op globaal niveau) onder zeggenschap van overheidsinstanties? 4. Wat betekenen de aan de Telecomcode (artikel 57) verbonden verplichtingen voor de sturingsmogelijkheden van overheidsinstanties op de inrichting van de openbare ruimte en welke gevolgen heeft dat voor het beheer van de eigen publieke infrastructuur? 5. Welke veranderingen zijn er bij overheidsinstanties nodig in ICT en processen? financiële consequenties 6.
Hoe kunnen overheidsinstanties invulling geven aan een vergoedingssystematiek voor het medegebruik van hun infrastructuur door exploitanten? Hoe kunnen zij de kosten die zij noodzakelijkerwijs maken om te voldoen aan de verplichtingen van artikel 57 van de Telecomcode dekken (conform artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet; zie hierboven)? 7. Zijn er mogelijk belemmeringen bij de uitvoering van een dergelijke vergoedingssystematiek? 8. Welke technische wijzigingen en investeringen mogen van een gemeente gevraagd worden om infrastructuur geschikt te maken? En mogen deze investeringen en beheer in rekening worden gebracht bij de telecomproviders? onderzoeksactiviteiten Om de onderzoeksvragen te beantwoorden hebben we, als aanvulling op een literatuurstudie (o.a. bestudering van de Telecomcode, (herziening van de) Telecommunicatiewet, beleidsnota’s), input verkregen (via interviews en schriftelijke beantwoording van een vragenlijst) van vertegenwoordigers van vijftien gemeenten, de P10, een provincie, twee telecomproviders, andere betrokken experts en partijen, waaronder het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL) en twee partijen met kritiek op small cells. We hebben tevens een expertbijeenkomst georganiseerd waaraan vertegenwoordigers deelnamen van het Antennebureau, het GPKL, Stichting Openbare Verlichting Nederland en een gemeente.
De voor de interviews opgestelde vragenlijsten en het programma van de expertbijeenkomst zijn afgestemd met de opdrachtgever en de begeleidingscommissie van het onderzoek. 5 Verder is bij de selectie van responsgemeenten rekening gehouden met omvang (aantal inwoners), stedelijkheid, een spreiding over de provincies en de mate waarin de gemeenten ervaring hebben met small cells.
5
Deze begeleidingscommissie bestond uit vertegenwoordigers van het ministerie van EZK, de VNG en twee gemeenten. Tevens hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Monet en het Antennebureau input gegeven op de eerste onderzoeksbevindingen.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
6
1.3
Leeswijzer In het vervolg van dit rapport gaan we achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen: • achtergrond over de voor de plaatsing van small cells relevante wet- en regelgeving (hoofdstuk 2); • onderzoeksresultaten met betrekking tot de bestuurlijke consequenties voor overheidsinstanties (hoofdstuk 3); • resultaten met betrekking tot financiële consequenties voor overheidsinstanties en oplossingsrichtingen voor een zo gering mogelijke impact op overheidsinstanties (hoofdstuk 4); • een samenvatting en conclusies waarin wordt teruggegrepen op de centrale onderzoeksvraag en de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek (hoofdstuk 5).
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
7
2
Wet- en regelgeving
2.1
Inleiding Op Europees, nationaal en gemeentelijk niveau zijn er regels voor de plaatsing van antennes. Dit hoofdstuk gaat in op relevante regelgeving voor de plaatsing van (kleine) antennes op overheidsinfrastructuur.
2.2
Europese regelgeving De Europese Unie (EU) bepaalt grotendeels de telecommunicatieregelgeving in de Europese lidstaten. In Nederland is de telecommunicatieregelgeving dan ook grotendeels gebaseerd op de Europese richtlijnen. In december 2018 is richtlijn 2018/1972 tot herziening van het regelgevende kader voor elektronische communicatienetwerken en diensten, ook wel de Telecomcode genoemd, vastgesteld. De Telecomcode bevat gemeenschappelijke EU-regels en -doelstellingen voor de regulering van de telecomsector en uitrol van small cells. In dit kader voorziet de Telecomcode (artikel 57) aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten in een recht op toegang – bij een redelijk verzoek hiertoe – tot openbare gebouwen en andere overheidsinfrastructuur voor de implementatie van small cells (kleine antennes) op deze infrastructuur. De Telecommunicatiewet wordt herzien om de aangepaste Europese regelgeving hierin te integreren. Het wetsvoorstel is in 2020 naar de Raad van State gegaan en treedt naar verwachting medio 2021 in werking. Europese uitvoeringsverordening draadloze toegangspunten met klein bereik De Europese Commissie heeft in juni 2020 een uitvoeringsverordening vastgesteld waarin de fysieke en technische eigenschappen van draadloze toegangspunten met klein bereik (small cells) worden gedefinieerd.
In EU-verordening 2020/10706 staan de kenmerken van small cells waarvan de implementatie op (overheids)infrastructuur in elk geval (omgevings)vergunningsvrij is. Dit geldt per 21 december 2020. Volgens deze verordening is de plaatsing van een small cell vergunningsvrij als deze: • valt binnen installatieklasse E0 (maximaal effectief isotroop uitgestraald vermogen (EIRP) enkele milliwatt), installatieklasse E2 (EIRP ≤ 2 watt) of installatieklasse E10 (EIRP ≤ 10 watt); • én volledig is geïntegreerd in de draagconstructie; • óf het zichtbare deel is niet groter dan 30 liter in omvang.7 Voor installatieklasse E10 gelden daarnaast eisen voor de plaatsingshoogte (2,2 meter plaatsingshoogte en indoor minimale plafondhoogte van 4 meter en outdoor 2,2 meter). Tevens worden met de verordening aanvullende algemene (plaatsings-)eisen gesteld (o.a. wat betreft de installatieklasse bij plaatsing van meerdere antennes op één locatie, aan binnenruimten gestelde eisen bij de plaatsing van E10 small cells) en specifieke eisen aan de visuele inpasbaarheid van small cells (o.a. kleur en vorm).8 Bij implementatie op/aan monumenten, in beschermde stads- of dorpsgezichten en bij natuurgebieden hebben overheidsinstanties de bevoegdheid om een vergunning te verlangen (zie paragraaf 2.3). Voor antennes 6 7 8
Zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX%3A32020R1070&from=EN De afmetingen van een small cell zijn niet vastgelegd in lengtematen. Een fictieve small cell van 40x30x25 cm heeft een volume van 30 liter. Zie hiervoor ook: https://www.antennebureau.nl/documenten/brochures/2020/juli/3/factsheet-lokaal-beleid-kleine-antennes.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
8
en small cells die buiten de verordening vallen (andere installatieklasse dan hierboven vermeld) geldt de bestaande regelgeving voor antenneplaatsing (zie 2.3).
2.3
Nationale wet- en regelgeving en beleid
2.3.1
Telecommunicatiewet In de Telecommunicatiewet zijn regels opgenomen over het aanbieden van openbare telecommunicatieinfrastructuur en vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte. 9 Daarnaast bevat de Telecommunicatiewet een gedoogregime voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken. De Telecommunicatiewet is gebaseerd op Europese regelgeving en wordt momenteel door middel van een wetsvoorstel herzien om de Telecomcode te implementeren. Dit wetsvoorstel faciliteert de exploitanten door de implementatie van small cells te vergemakkelijken. We gaan hieronder in op voor de implementatie van small cells relevante aanpassingen. herziening Telecommunicatiewet: redelijk verzoek tot medegebruik publieke infrastructuur Volgens de herziening van de Telecommunicatiewet dienen overheidsinstanties te voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van publieke infrastructuur voor de implementatie van small cells op deze infrastructuur. Het gaat hierbij om infrastructuur die onder zeggenschap staat van een overheidsinstantie. Het kan voorkomen dat het eigendom van bepaalde infrastructuur is overgedragen aan een marktpartij. In dat geval zal er veelal geen sprake zijn van infrastructuur die onder zeggenschap staat van een overheidsinstantie.
Er kan alleen om medegebruik worden gevraagd van de zogenoemde passieve elementen of passieve onderdelen van publieke infrastructuur (bijvoorbeeld gebouwen of straatmeubilair). Actieve elementen of actieve onderdelen van publieke infrastructuur, zoals busbanen, tramrails en rijbanen van de openbare weg vallen niet onder het begrip ‘publieke infrastructuur’. Ook fysieke geleidingsdraden en ongebruikte glasvezels zijn actieve elementen en daarmee geen ‘publieke infrastructuur’ in de zin van het nieuwe wetsvoorstel. In beginsel dient een overheidsinstantie in te stemmen met redelijke verzoeken van exploitanten. De aanbieder dient een verzoek tot medegebruik te voorzien van een deugdelijke onderbouwing en daarbij aan te geven waarom er medegebruik gevraagd wordt van publieke infrastructuur. Daarbij dient de aanbieder te motiveren waarom medegebruik vanuit netwerktechnisch oogpunt nodig is en in het geval van de noodzaak van het medegebruik voor het verbinden van de small cell met een backbonenetwerk, waarom dit noodzakelijk is. Tevens mag van aanbieders worden verwacht dat zij in eerste instantie kijken naar de mogelijkheid tot hergebruik van eigen, dan wel op grond van artikel 5a.3, tweede lid, van de Telecommunicatiewet, medegebruik van antenne-opstelpunten van andere aanbieders, ter implementatie van een small cell.
9
Zie: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009950/2020-03-01
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
9
Overheden kunnen voorwaarden stellen aan exploitanten omtrent het medegebruik.10 Deze voorwaarden dienen billijk, redelijk, transparant en niet discriminerend te zijn en moeten openbaar worden gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vergoeding die voor het medegebruik wordt gevraagd. Dit houdt bijvoorbeeld in dat inzichtelijk moet worden gemaakt hoe de prijs tot stand is gekomen en uit welke elementen die bestaat en dat de kosten in een redelijke verhouding moeten staan tot de prijs. Ook kan de overheidsinstantie als voorwaarde de verplichting opleggen aan de aanbieder om de infrastructuur waarvoor medegebruik wordt gevraagd ook daadwerkelijk in gebruik te nemen. Een overheidsinstantie hoeft niet te voldoen aan een verzoek tot medegebruik wanneer de exploitant niet akkoord gaat met de voorwaarden die zij aan het medegebruik stelt. Het wetsvoorstel voorziet in een (kostendekkende) administratieve vergoeding voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik voor de implementatie van small cells. Voor het daadwerkelijke medegebruik van publieke infrastructuur kunnen overheidsinstanties een marktconforme vergoeding vragen aan exploitanten.
herziening Telecommunicatiewet: weigeringsgronden verzoeken tot medegebruik Volgens het wetsvoorstel kan een verzoek tot medegebruik van overheidsinfrastructuur voor de implementatie van small cells uitsluitend worden geweigerd op objectieve, transparante en evenredige gronden. Onder een grond kan in ieder geval worden verstaan: • de publieke infrastructuur is technisch niet geschikt voor toegangspunten met klein bereik11; • de publieke infrastructuur is niet noodzakelijk voor de verbinding van toegangspunten met klein bereik met een backbonenetwerk; • redenen van veiligheid; • redenen van integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke nationale infrastructuur; • een risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt. Tot slot laten de verplichtingen die voor overheidsinstanties voortvloeien uit de Telecomcode andere wetgeving die van toepassing is op het plaatsen van antennes onverlet, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012, de Erfgoedwet, de Wet natuurbescherming, en bijbehorende stelsels van vergunningen, ontheffingen of andere toestemmingen, alsmede lokale regelgeving (zoals betreffende de ruimtelijke ordening).
Hiermee heeft de overheidsinstantie instrumenten in handen om eisen te stellen aan de plaatsing van small cells. Dergelijke instrumenten zijn alleen van toepassing bij situaties die vallen onder de uitzonderingsbepalingen in artikel 57 van de Telecomcode, dus waar het verlangen van een vergunning wel van toepassing kan zijn. herziening Telecommunicatiewet: colocatie en gedeeld gebruik In het wetsvoorstel is de mogelijkheid voor bevoegde instanties opgenomen om exploitanten in voorkomende gevallen gedeeld gebruik of colocatie op te leggen.12 De begrippen colocatie en gedeeld gebruik komen voor een deel met elkaar overeen. Daarbij is gedeeld gebruik het overkoepelende begrip en colocatie een bepaalde vorm van gedeeld gebruik. Onder colocatie wordt het delen van een bepaalde ruimte of locatie verstaan, bijvoorbeeld het delen van een antenne-opstelpunt. Er zijn ook andere vormen van gedeeld 10
11 12
Zowel het instemmen met medegebruik als het weigeren van medegebruik heeft een privaatrechtelijk karakter. Partijen moeten het medegebruik nadrukkelijk met elkaar overeenkomen en sluiten daarmee een overeenkomst in de zin van artikel 213 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Van overheidsinstanties wordt niet verwacht dat zij de infrastructuur technisch geschikt maken. De hiertoe in de Telecomcode (artikel 44) opgenomen voorziening wordt geïmplementeerd via een nieuw hoofdstuk (5B) van de Telecommunicatiewet.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
10
gebruik die in meer of mindere mate zien op het delen van het netwerk zelf. Zo kan gedeeld gebruik ook zien op het delen van netwerkelementen en zou een bevoegde instantie, voor zover technisch mogelijk, kunnen voorschrijven om elementen van een small cell te delen. Hiermee kan de impact op het straatbeeld als gevolg van een toename van small cells beperkt blijven. Tevens ziet de bevoegdheid niet alleen op small cells, maar ook op andere netwerkelementen en op zowel bovengrondse als ondergrondse bijbehorende faciliteiten. Dit betekent bijvoorbeeld dat een bevoegde instantie een exploitant kan opleggen om gebruik te maken van een al aanwezige mantelbuis bij het aanleggen van een netwerk, waardoor graafwerkzaamheden tot een minimum kunnen worden beperkt. Aan het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik zijn evenwel voorwaarden verbonden. Zo dient er een openbare raadpleging te worden doorlopen waarbij alle belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun standpunten in te brengen. Verder kan colocatie en gedeeld gebruik alleen worden opgelegd in specifieke gebieden. Hierbij kan worden gedacht aan gebieden waar er sprake is van congestie in de ondergrond of aan drukke binnensteden waarbij plaatsing van small cells kan leiden tot verrommeling van het straatbeeld.
Ten slotte dient de oplegging van colocatie of gedeeld gebruik te worden gemotiveerd vanuit de in de nieuwe wettekst opgesomde doelstellingen, waaronder de bescherming van het milieu of planologische of stedenbouwkundige doelstellingen. De bovengenoemde regelgeving ten aanzien van wanneer een verzoek tot medegebruik redelijk is en wanneer dit kan worden geweigerd en de sturingsinstrumenten die overheidsinstanties hierbij kunnen inzetten laten onverlet dat gemeenten mogelijk specifiek beleid dienen op te stellen over hoe om te gaan met verzoeken tot medegebruik. In hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in.
2.3.2
Nationaal Antennebeleid In Nederland zijn de uitgangspunten voor de plaatsing van antennes vastgelegd in het Nationaal Antennebeleid.13 Dit beleid is erop gericht om – binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid – randvoorwaarden te scheppen die een snelle en zorgvuldige plaatsing van antennes mogelijk maken. Het beleid bevat ook uitgangspunten omtrent omgevingsvergunningen voor de plaatsing van antennes. Overheidsinstanties mogen voor de plaatsing van small cells die vallen binnen de in paragraaf 2.2 beschreven uitvoeringsverordening geen individuele vergunningplicht of andere (strengere) eisen opleggen dan in deze verordening. Small cells die niet aan de in de verordening gedefinieerde kenmerken voldoen, vallen onder het reguliere plaatsingsregime. Verder kan een vergunning worden verlangd in geval van antenneplaatsing bij/op monumenten, in rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten en bij natuurgebieden. Dit blijft onveranderd van toepassing, ook voor small cells die qua kenmerken binnen de verordening zouden vallen. omgevingsvergunningsplicht en vrijstelling hiervan voor antennes die buiten de verordening vallen De Nederlandse regelgeving omtrent antenneplaatsing (anders dan nieuwe EU-regelgeving inzake art.
57 en de toepassing van de EU verordening) maakt onderscheid tussen twee antenne-installatiegroottes: antennes-installaties tot vijf meter hoogte en antenne-installaties hoger dan vijf meter. Deze hoogte wordt gemeten vanaf de voet van de antenne-installatie14 of, indien bevestigd aan een gebouw, gemeten vanaf het snijvlak met het dak.
13 14
Zie: https://www.antennebureau.nl/documenten/beleidsnotas/2018/januari/26/nationaal-antennebeleid-2000 Een antenne-installatie betreft het geheel van één of meerdere antennes, antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
11
Voor de plaatsing van antenne-installaties hoger dan vijf meter is een omgevingsvergunning benodigd. Hierbij dient het proces voor het aanvragen van een omgevingsvergunning te worden doorlopen, waarbij de aanvraag kan worden getoetst aan een bestemmingsplan. Antenne-installaties tot vijf meter hoogte zijn vergunningsvrij. Dat betekent dat telecomproviders deze in principe zonder toestemming van overheidsinstanties kunnen plaatsen.15 Uitzondering is wanneer de antenne-installatie bijvoorbeeld aan een monument of binnen een rijksbeschermd dorps- of stadsgezicht geplaatst wordt. In dergelijke gevallen gelden de regels van de Wabo en de Erfgoedwet.
2.4
Gemeentelijk beleid en regelgeving De meeste in dit onderzoek benaderde gemeenten hebben momenteel geen specifiek voorkeursbeleid voor de plaatsing van vergunningsvrije antennes (overigens hebben veel gemeenten ook geen specifiek beleid voor vergunningsplichtige antennes). In de perceptie van een aantal van de benaderde gemeenten is het lastig om, buiten de door de EU vastgestelde uitvoeringsverordening, de herziening van de Telecommunicatiewet en de in het Antenneconvenant gestelde regels en afspraken om, aanvullende en bindende voorwaarden te stellen aan de plaatsing van vergunningsvrije antennes. Feitelijk is het echter zo dat de in 2.3 genoemde gemeentelijke instrumenten (Wabo, Erfgoedwet) niet worden ingeperkt door de Telecomcode. Hiermee kunnen gemeenten in voorkomende gevallen nadere regels stellen ten aanzien van de plaatsing van small cells. Verder hebben overheidsinstanties, met de implementatie van de nieuwe wetgeving, de mogelijkheid om in voorkomende gevallen en voor zover technisch mogelijk, colocatie of gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en gedeeld gebruik van eigendom op te leggen.
Daarnaast kunnen gemeenten algemene uitgangspunten, al dan niet verwoord in een antennebeleid en/of andere beleidsplannen/nota’s, hanteren bij de afhandeling van verzoeken tot medegebruik van infrastructuur voor de plaatsing van vergunningsvrije antennes. Zo kunnen zij telecomproviders verzoeken om antennes zoveel als mogelijk buiten het zicht en/of onzichtbaar in bestaande bouwwerken te verwerken, zonder dat deze bouwwerken hier nadelen van ondervinden en waarbij plaatsing op bestaande antennemasten of andere bestaande bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, lichtmasten en verkeersportalen de voorkeur heeft. Telecomproviders zijn echter niet gebonden aan voorwaarden aanvullend op de geldende wet- en regelgeving (zie ook 2.3.1) op het gebied van de plaatsing van omgevingsvergunningsvrije antennes.16 Gemeenten kunnen aanvullend beleid voeren om de plaatsing van vergunningsvrije small cells ordentelijk te laten verlopen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld bepaalde gebieden en/of overheidsinfrastructuur hierbinnen aantrekkelijk maken voor de plaatsing van small cells en hierbij een goede samenwerking tussen gemeenten en de telecomproviders onderling stimuleren. Hoofdstuk 3 gaat verder in op welke overwegingen gemeenten hierbij hebben. Tot slot, operators geven aan dat de huidige uitvoeringspraktijk de afgelopen jaren in goed overleg is vormgegeven. Dit wordt bevestigd door gemeenten.
Gemeenten zijn gewend om in goed overleg met operators afspraken te maken. Zo zijn al bijna twee decennia de afspraken uit het door het Rijk, gemeenten en operators getekende Antenneconvenant van kracht, waaronder operators (vergunningsvrije) antenne-installaties plaatsen. Tevens proberen gemeenten in overleg bij te sturen door bepaalde plekken (zoals winkelstraten) 15 16
Wel zijn er in dit kader afspraken gemaakt tussen de overheid en de telecomsector, die zijn opgenomen in het Antenneconvenant. Hierbij moet worden opgemerkt dat de overheid als eigenaar wel eisen kan stellen. Een mogelijke voorwaarde is bijvoorbeeld dat als gemeenten de infrastructuur verplicht beschikbaar moeten stellen, de telecomaanbieders hun infrastructuur moeten verwijderen/verhangen als de gemeente een gegronde reden voor het beëindigen/wijzigen van het contract heeft.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
12
extra aantrekkelijk te maken. Of, door met gemeentelijke beheersplannen te voorkomen dat wegen meerdere keren (onnodig) worden opengebroken.
Onderzoek naar de impact van de Telecomcode (artikel 57) op overheidsinstanties
13
3
Bestuurlijke consequenties
3.1
Inleiding Om te voldoen aan de verplichtingen die de Telecomcode met zich meebrengt, moeten overheidsinstanties diverse werkzaamheden verrichten. Dit kunnen nieuwe werkzaamheden zijn, maar het kan ook betrekking hebben op (een intensivering van) bestaande werkzaamheden. Paragraaf 3.2 gaat in op activiteiten die als direct noodzakelijke werkzaamheden voortvloeien uit artikel 57 van de Telecomcode. In welke mate overheidsinstanties te maken krijgen met extra noodzakelijke werkzaamheden17 – ofwel nieuwe werkzaamheden, dan wel een intensivering van bestaande werkzaamheden – bespreken we in paragraaf 3.3. Tijdens onze gesprekken met overheidsinstanties zijn tevens aanvullende werkzaamheden benoemd die gemeenten mogelijk willen ondernemen als gevolg van de komst van small cells, zoals het voeren van proactief en faciliterend beleid naar exploitanten toe en het technisch geschikt maken van overheidsassets. Dit betreft (grotendeels) werkzaamheden die in principe vanuit de Telecomcode (artikel 57) niet als noodzakelijk uit te voeren werkzaamheden voortvloeien. Wij beschrijven deze door gemeenten benoemde aanvullende werkzaamheden in paragraaf 3.4. In paragraaf 3.5 gaan we in op de afbakening tussen werkzaamheden die vanuit de Telecomcode wel en niet als door overheidsinstanties noodzakelijk uit te voeren werkzaamheden voortvloeien.