CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Caravanpark De Voormolen - brief aan gemeenteraad inzake Invoering verblijfsbelasting/watertoeristenbelasting

Commissie Bestuur 4 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken1.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente IJsselstein T.a.v. de commissie- en gemeenteraadsleden Overtoom 1 3401 BK IJsselstein

IJsselstein, 23 februari 2021. Betreft: Invoering verblijfsbelasting/watertoeristenbelasting.

Geachte commissie/raadsleden, Bij toeval kwam ik er achter dat de Gemeente IJsselstein voornemens is om binnenkort een verblijfsbelasting in te voeren. Naar aanleiding hiervan heb ik op 2 februari 2021 een gesprek (zoommeeting) bijgewoond met de wethouder de heer Kees Geldof. De heer Geldof deelde o.a. mee dat het instellen van een verblijfsbelasting is ingegeven door de precaire financiële situatie van de Gemeente IJsselstein en dat de opbrengst dan ook zal opgaan in de algemene middelen. Het is duidelijk geen doelbelasting zoals bijvoorbeeld de rioolheffing. Tijdens dit gesprek is mij gebleken dat uw commissie Bestuur in haar vergadering van 4 maart 2021 over dit onderwerp zal spreken en dat dit op 18 maart in de raadsvergadering zal worden besproken. De bedoeling zou zijn om deze belasting dan per 1 april in te voeren.

Zeer onlangs ontving ik van de gemeente IJsselstein o.a. de conceptvoorstellen voor de verordening op de verblijfsbelasting (zaaknummer 928110) die zoals ik heb begrepen besproken zal worden in de vergadering van 4 maart van de commissie bestuur.

Naar aanleiding van deze documenten wil ik graag een aantal opmerkingen plaatsen. Doel van de heffing. Onder het kopje “Wat willen we bereiken?” wordt opgemerkt dat de invoering van de verblijfsbelasting zal leiden tot een rechtvaardigere verdeling in de kosten die gemaakt worden voor gemeenschappelijke en bezoekers specifieke voorzieningen tussen ingezetenen en niet-ingezetenen. Bij het formuleren van deze erg vage doelstelling kan ik mij niets voorstellen. Er zou thans kennelijk

sprake zijn van een onrechtvaardige verdeling van deze kosten. Ik kan mij niet voorstellen dat er ingezetenen zijn die dit als zodanig ervaren. Hetzelfde geldt voor de opmerking bij “Alternatieven” waar er van wordt uitgaan dat er een ongelijkheid zou blijven bestaan als de verblijfsbelasting niet zou worden ingevoerd. Beide vage formuleringen die het nut van de verblijfsbelasting zouden moeten aangeven spreken mij niet aan. Welke ongelijkheid in de verdeling van de kosten door invoering van de verblijfsbelasting nu ongedaan wordt gemaakt is mij dan ook een raadsel. Terzijde zij opgemerkt dat een niet uit te leggen ongelijkheid wordt gecreëerd binnen het gastenbestand van het caravanpark en de jachthaven. Daar komt nog bij dat de heer Geldof zoals hiervoor vermeld duidelijk heeft aangegeven dat de invoering van deze belasting is ingegeven door de precaire financiële situatie van de gemeente IJsselstein en dat de opbrengst van de verblijfsbelasting dan ook verdwijnt in de algemene middelen. Bij de argumenten voor invoering van de verblijfsbelasting wordt er ook volledig aan voorbij gegaan wat de bezoekers van IJsselstein die hier overnachten bijdragen aan de economie van met name de middenstand van IJsselstein. Ook de slogan “Doe loyaal koop lokaal” die bezoekers bij binnenkomst van IJsselstein zien komt wel in een vreemd daglicht te staan.

Gelet op het voorgaande kan ik mij dan ook goed voorstellen dat het College destijds de invoering heeft ontraden. Ik pleit er dan ook voor om af te zien van invoering van de verblijfsbelasting.

Praktische problemen van de invoering van de verblijfsbelasting. Het caravanpark verhuurt plaatsen/kavels grond waarop de klanten een eigen stacaravan of toercaravan mogen plaatsen tegen een jaarlijkse vergoeding. In principe geeft het caravanpark niet rechtstreeks gelegenheid tot overnachten. Door mij als eigenaar van het caravanpark, de beoogde belastingplichtige, is onmogelijk vast te stellen hoeveel overnachtingen er op mijn terrein plaats vinden. De klanten hoeven dit ook niet te melden en er naar vragen is alleen al een inbreuk op hun privacy. Mede om deze reden is er voor gekozen om de belasting volgens een forfaitair tarief vast te stellen waarbij de mogelijkheid wordt opengelaten om hiervan af te wijken wanneer wordt aangetoond dat het werkelijk aantal overnachtingen lager is dan het forfait. Dit aantonen is echter volstrekt onmogelijk zoals uit het voorgaande blijkt. Dit komt in mijn situatie neer op een bedrag van €252,00 per staanplaats. Dit betekent voor de recreanten niet-ingezetenen een tariefsverhoging van ruim 16%! Als er dan toch wordt besloten om de verblijfsbelasting in te voeren dan pleit ik, evenals de jachthaven, er voor om het forfaitaire tarief te stellen op maximaal 10% van het tarief voor de jaarplaatsen. Opbrengst. De verwachte bruto-opbrengst zou ongeveer €60.000 (2022) op jaarbasis zijn en de kosten die verband houden met de inning etc.

ruim €10.000 of wel ruim 16%. Verwachte netto-opbrengst ongeveer €50.000.

De totale begroting van de gemeente IJsselstein bedraagt ruim 80 miljoen euro. Tevens blijkt uit de begroting 2021 dat er nog niet gebruikte belastingruimte is bij de OZB-belasting van ongeveer 2,4 miljoen euro. In dit licht bezien is de verwachte opbrengst van de verblijfsbelasting voor de gemeente IJsselstein verwaarloosbaar. Het wordt dan ook als zeer onrechtvaardig ervaren dat drie ondernemers voor ongeveer 85% van de totale verwachte opbrengst van de verblijfsbelasting verantwoordelijk worden gesteld terwijl ook nog de opbrengst verdwijnt in de algemene middelen en zij c.q. de toeristen in IJsselstein er niets van zullen merken.

Invoeringsdatum. Tijdens het gesprek met de heer Geldof heb ik begrepen dat beoogd wordt de regelgeving vast te stellen in de raadsvergadering van 18 maart terwijl direct daarna op 1 april de heffing ingevoerd gaat worden. Voor wat betreft het caravanpark en ook de jachthaven is het zo dat de rekeningen voor de staan-c.q. ligplaatsen voor 2021 al in januari zijn verzonden. Invoering op zo korte termijn en in de loop van het jaar leidt tot veel extra niet voorziene administratieve lasten voor de ondernemers. Daarnaast voorzie ik problemen betreffende de inning van de verblijfsbelasting 2021 als deze nu nog in 2021 gefactureerd moet worden. Ook voor mijn gasten komt de invoering van de verblijfsbelasting als een donderslag bij heldere hemel. Als er dan toch besloten wordt tot invoering van deze belasting dan pleit ik er voor om de invoering pas per 1 januari 2022 plaats te laten vinden.

Tot slot. Ik geef u dan ook ernstig in overweging om van het invoeren van een verblijfsbelasting af te zien gelet op het minimale belang voor de begroting en het feit dat het als zeer onrechtvaardig wordt ervaren dat in hoofdzaak slechts drie ondernemers met de inning belast worden ten laste van nietingezetenen die op geen enkele wijze betrokken zijn bij de totstandkoming van de penibele financiële situatie van IJsselstein.

Met vriendelijke groeten,

Jeroen van der Wijngaard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9820531/2