CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

14.1 Begroting WIL 2022

Commissie Samenleving 26 mei 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken15.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Houten 620.000 201.000 94.000 602.000 915.000 602.000 915.000 602.000 915.000 602.000

IJsselstein 375.000 240.000 24.000 511.000 639.000 511.000 639.000 511.000 639.000 511.000

Lopik 143.000 44.000 7.000 142.000 194.000 142.000 194.000 142.000 194.000 142.000

Nieuwegein 1.066.000 506.000 124.000 1.212.000 1.696.000 1.212.000 1.696.000 1.212.000 1.696.000 1.212.000

Totaal 2.203.000 991.000 249.000 2.466.000 3.443.000 2.466.000 3.443.000 2.466.000 3.443.000 2.466.000

Naast de begroting lopen een aantal extra diensten via een DVO, namelijk de extra inzet van de generalisten, uitvoering collectieve zorgverzekering en NPas.

21

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

6 Bedrijfsvoering Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat inzicht wordt gegeven in de algemene dekkingsmiddelen. Dat zijn dekkingsmiddelen die niet aan een programma kunnen worden toegeschreven en die algemeen inzetbaar zijn. In het geval van WIL is dat de bedrijfsvoering. De gemeenten dragen specifiek hierin bij op basis van een vooraf vastgesteld percentage. 6.1 Operationele doelstellingen KPI’s Percentage gegronde klachten ten opzichte van het totaal aantal klachten

Prestatie 2019 9,4% gegrond en 10,9% gedeeltelijk gegrond

Prestatie 2020 5,6% gegrond en 11,1% gedeeltelijk gegrond

Prognose 2021 Gegrond: 5% Gedeeltelijk gegrond: 12,5%

Prognose 2022 Gegrond: 5% Gedeeltelijk gegrond: 12,5%

Stip op de horizon Gegrond: 5% Gedeeltelijk gegrond: 12,5%

Aantal (gegronde) bezwaarschriften (inclusief herziene besluiten) per 100 klanten BUIG

Benchmark: 2,4 WIL: 1,4 (Benchmarkwaarden 2019 o.b.v. 2018) 93% binnen 41 seconden

Benchmark: 1,8 WIL: 2,0 (Benchmarkwaarden 2020 o.b.v. 2019) 94% binnen 60 seconden

Gemiddelde benchmark (jaarcijfer)

Gemiddelde benchmark (jaarcijfer)

Gemiddelde benchmark (jaarcijfer)

90% binnen 55 seconden

90% binnen 55 seconden

90% binnen 50 seconden

Bereikbaarheid van de dienstverlening door WIL (specifiek bereikbaarheid via telefoon)

22

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

6.2 Financiën

4.596.000 661.000 1.658.000 385.000 354.000

4.596.000 661.000 1.658.000 385.000 354.000

4.596.000 661.000 1.658.000 385.000 354.000

4.596.000 661.000 1.658.000 385.000 354.000

Primitieve Begroting 2021 4.642.000 651.000 1.633.000 380.000 349.000

Kapitaallasten Totaal lasten Advisering en ondersteuning

21.000 7.675.000 90.000

7.654.000 90.000

7.654.000 90.000

7.654.000 90.000

54.000,00 7.709.000 90.000

Vaste desintegratiekosten Totaal baten Saldo van baten en lasten Gemeente Houten 24,37% Gemeente IJsselstein 20,75% Gemeente Lopik 5,75% Gemeente Nieuwegein 49,14% Totaal bijdragen gemeente 100,00% Mutaties reserve Taakveld 0.4, Ondersteuning organisatie:

192.000 282.000 7.393.000 1.801.000 1.534.000 425.000 3.633.000 7.393.000 -

90.000 7.564.000 1.844.000 1.569.000 435.000 3.716.000 7.564.000 -

90.000 7.564.000 1.844.000 1.569.000 435.000 3.716.000 7.564.000 -

90.000 7.564.000 1.844.000 1.569.000 435.000 3.716.000 7.564.000 7.393.000

217.000,00 307.000 7.402.000 1.812.000 1.543.000 422.000 3.625.000 7.402.000 -

Programma Bedrijfsvoering Personeelskosten Huisvesting ICT Advisering en ondersteuning Kantoor kosten

Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025

Transitiekosten Uittreding gemeente Vijfheerenlanden uit de GR WIL Bij de uittreding van gemeente Vijfheerenlanden is een uittredingsschadevergoeding vastgesteld ter dekking van de structurele kosten die WIL in de begrotingen van de jaren 2019 – 2022 niet direct kon afbouwen. Deze vergoeding is tot stand gekomen in gezamenlijk overleg tussen de GR WIL en de gemeente Vijfheerenlanden. Er komt geen nacalculatie en/of verantwoording achteraf en het risico van een onder- of overschrijding van de ramingen zijn door de gemeente Vijfheerenlanden en WIL geaccepteerd. Voor 2022 resteert nog een bedrag van € 192.000 voor de dekking van vaste kosten en € 241.000 voor de dekking van variabele desintegratiekosten. De dekking van de vaste kosten is in de begroting opgenomen. De dekking van de variabele kosten heeft betrekking op personeelskosten WIL breed. WIL kan deze kosten op een termijn van drie jaar afbouwen. 2022 is het laatste jaar.

23

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

7 DVO - Programma SW WIL voert op grond van dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) onderdelen van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit voor de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vijfheerenlanden, Stichtse Vecht en De Ronde Venen, waarbij is vastgelegd dat de uitvoering van de Wsw als zelfstandig DVOprogramma door WIL wordt verantwoord en niet wordt geïntegreerd met de reguliere dienstverlening. De Wsw-dienstverlening aan de gemeenten betreft een gestandaardiseerd aanbod van trajectbegeleiding, werkgeverstaken en detachering van personeel naar de stichting WerkwIJSS. De gemeente Houten neemt de SW-dienstverlening niet af. Tussen de afnemende gemeenten, WIL en de gemeente Houten is afgesproken dat de gemeente Houten geen gevolgen zal ondervinden van de SW-dienstverlening aan de gemeenten. De gemeente Houten is door de betreffende gemeenten, in een afzonderlijke overeenkomst, vrijwaring verleend aangaande de SW-dienstverlening die vanuit WIL wordt uitgevoerd. In de voorliggende begroting is rekening gehouden met dit uitgangspunt. Het jaar 2019 was het eerste werkjaar voor de DVO SW en geldt als basis voor de DVO SW begroting. Programma - DVO SW

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Personeelskosten dienstverlening SW Taakstelling personeelskosten SW Personeelskosten WerkwIJSS ICT Huisvesting Advieskosten Totaal lasten

1.379.000 -52.000 897.000 170.000 40.000 40.000 2.474.000

1.379.000 -52.000 897.000 170.000 40.000 40.000 2.474.000

1.379.000 -52.000 897.000 170.000 40.000 40.000 2.474.000

1.379.000 -52.000 897.000 170.000 40.000 40.000 2.474.000

Vast fee DVO - Stichtse Vecht Vast fee DVO - De Ronde Venen Detachering Stichting Kringkoop Detachering Stichting WerkwIJSS Totaal baten Saldo van baten en lasten DVO - IJsselstein DVO - Lopik DVO - Nieuwegein DVO - Vijfheerenlanden Totaal bijdragen SW gemeenten Taakveld 6.4, Begeleide participatie

260.000 110.000 15.000 939.000 1.324.000

260.000 110.000 15.000 939.000 1.324.000

260.000 110.000 15.000 939.000 1.324.000

260.000 110.000 15.000 939.000 1.324.000

1.150.000 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

1.150.000 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

1.150.000 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

1.150.000 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000 1.150.000

Primitieve Begroting 2021 1.382.000 -55.000 900.000 170.000 40.000 40.000 2.477.000 260.000 110.000 15.000 942.000 1.327.000 1.150.000 413.000 117.000 512.000 108.000 1.150.000

24

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

8 PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen verplicht opgenomen worden in de begroting. Voor WIL zijn de paragrafen Financiering, Bedrijfsvoering en Risicoparagraaf van toepassing. A. Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en in ons treasurystatuut zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Langlopende leningen en renterisico Op dit moment zijn er geen langlopende leningen. In het begrotingsjaar 2022 worden geen investeringen voorzien en zal er zich derhalve geen financieringsbehoefte voor doen. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en het kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen.

Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Voor de Begroting 2022 geldt een norm van € 4 mln. Financieringsbehoefte in relatie tot investeringen Als er in 2022 nieuwe investeringen nodig zijn, dan worden deze apart aan het AB voorgelegd. De investeringen dienen een duurzaam karakter te hebben, waarbij de terugverdientijd wordt benoemd.

25

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

B. Paragraaf Bedrijfsvoering Personeel Formatieoverzicht en formatiebudget

Inhuur

Totaal

Bedrijfsvoering

Begroot Salariskosten 46,48

3.782.000

42.000

3.824.000

Inkomen

27,02

1.989.000

103.000

2.092.000

Inkomensondersteuning

32,41

2.442.000

24.000

2.466.000

Werk Totaal

34,99 140,90

2.928.000 11.141.000

20.000 189.000

2.948.000 11.330.000

Het loonkostenniveau is gebaseerd op de salaristabellen vanaf januari 2022. Voor de cao-ontwikkelingen in 2022 houden wij rekening met 1,5% stijging. • Personeelskosten buiten formatiebudget WIL - Extra inzet voor DVO-afspraken. Deze kosten worden los gefactureerd. - Voor de uitvoering van DVO SW wordt 30,34 fte ingezet, deze zijn conform afspraak rondom SW niet in het bovenstaande overzicht opgenomen. • Ziekteverzuimstreefcijfer 5,5% Om een gezonde organisatie te zijn, is bewustzijn van iedereen nodig. WIL doet er alles aan om het welbevinden van haar medewerkers te bevorderen. Met onze partner op ARBO gebied zetten we actief in op begeleiding bij ziekteverzuim. • Doorontwikkeling managers, teamcoördinatoren en medewerkers De nieuwe sturingsfilosofie/ontwikkelstrategie van WIL is verder ontwikkeld. Na evaluatie in 2020 wordt de doorontwikkeling verder aangescherpt en verbeterd met eigen opleidingsbudgetten voor de teamcoördinatoren ten behoeve van de individuele ontwikkeling van hun teamleden. Daarnaast wordt interne mobiliteit van medewerkers gestimuleerd. • Beoordelen en belonen De gesprekscyclus, inclusief 360 graden feedback, is de basis voor een periodieke verhoging of andere beloning (opleiding). De cyclus is in 2021 voor iedereen afgerond. HR gaat deze cyclus evalueren en zo nodig verbeteren/aanpassen op toegankelijkheid.

Tevens is er in 2021 aandacht voor loopbaangesprekken en interventies met medewerkers. • Werving en selectie Bepaalde functies blijven moeilijk vervulbaar. Interne mobiliteit/ traineeship blijft aandachtspunt om dit op te vangen. Financieel beheer en informatie Naast de zorg voor een tijdige uitbetaling van de uitkeringen aan klanten en de tijdige betaling van facturen namens onze klanten (schuldhulpverlening), is het onze verplichting om periodiek verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Gedurende het jaar monitoren we op diverse momenten of de overeengekomen afspraken ook worden gerealiseerd. Deze verantwoording vindt plaats via de kwartaalrapportages, de tussenrapportage (tot en met juni) en de jaarstukken. De bestuurlijke informatie wordt zo ingericht dat met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangegeven in hoeverre de doelstellingen worden gerealiseerd met bijbehorende bestuur- en beheersinstrumenten. De regelgeving met betrekking tot de certificering van de jaarverslagen van lokale overheden, waartoe ook WIL behoor, is gewijzigd. Het bestuur van WIL dient vanaf het boekjaar 2021 zelf verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid (de “in control-statement").

De accountant legt in dat geval alleen nog een controleverklaring afgeven met een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur. WIL gaat hierover in gesprek met de accountant.

26

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

Huisvesting en facilitair In mei 2018 is door de raad van Nieuwegein besloten tot verbouwing van het Atrium. Dit project is gestart en in volle gang. WIL is ondertussen ook bezig de eigen huisvesting goed onder de loep te nemen, mede in het licht van de combinatie van thuiswerken en op kantoor werken die na coronatijd ontstaat en het lokale werken. De effecten op onze huisvesting en de kosten hiervoor zijn nu nog lastig in te schatten. Communicatie Aan de hand van een goede analyse van de doelgroep, richten we onze communicatie in 2022 zo in dat deze nog beter aansluit bij de leefwereld van de klant. Aandachtspunten hierbij zijn onder andere laaggeletterdheid, digivaardigheden (of een gebrek daaraan) en anderstaligheid. Uiteraard blijven klantvriendelijkheid en duidelijkheid ook in 2022 speerpunten. ICT en automatisering De grote afhankelijkheid van ICT en digitalisering is duidelijker dan ooit sinds de coronacrisis en de aanhoudende en gericht cyberaanvallen op overheden. In 2020 is de inservice bij de ICT afdeling van de gemeente Houten voor 5 jaar verlengd. Richting 2025 doen zich de volgende ICT en automatiserings ontwikkelingen voor: applicaties gaan in de Cloud; we werken met laptops/tablets via 5G; robotisering dringt door in het KCC; de organisatie wordt datagestuurd.

Dit betekent dat WIL op termijn een beperkte server- en netwerkinfrastructuur nodig heeft en een grondige herziening van het applicatielandschap doorvoert. In dit kader is op initiatief van de gemeente Houten met WIL en de andere ICT partners van Houten een visie gevormd op deze toekomst ontwikkelingen. Op basis hiervan wordt de bijsturing/richting van de inservice bepaald. De kosten van deze herziening zijn nu nog lastig in te schatten. Op basis van de prioriteiten in de meerjarenbegroting 2020-2023 en de afspraken met de WIL-gemeenten richt het ICT beleid zich de komende periode primair op de kritische succesfactoren: • Een flexibele uitvoering met ruimte om te experimenteren en te ontdekken. • Een informatievoorziening op schaal en maat van de deelnemers van WIL. • Inzet van nieuwe ICT-hulpmiddelen en systemen voor het flexibel en lokaal werken. • Inzet op een data-gedreven organisatie om te kunnen sturen op doelen van WIL. NEN-ISO/IEC 27701: WIL conformeert zich aan deze standaard om de privacy-informatie nog beter te beheren en om aan wettelijke eisen te voldoen. Met deze uitbreiding op de al bekende standaarden voor informatiebeveiliging ISO 27001 en ISO 27002 kan WIL gemakkelijker voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Baseline Informatiebeveiliging (BIO): Voor informatiebeveiliging is WIL aangesloten op de (BIO) om in control te zijn m.b.t.

informatieveiligheid. Dat is en blijft noodzakelijk omdat WIL structureel digitaal interactie heeft met werkgevers, klanten, overheden en instanties. Hierbij ontkomt Wil er niet aan om privacygevoelige informatie te delen met partijen waar zij mee samenwerkt.

27

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

C. Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheer Weerstandsvermogen Omdat eventuele jaarlijkse financiële resultaten direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten, beschikt WIL niet over eigen vermogen en reserves en is er derhalve geen sprake van een weerstandsvermogen. Reserve en Voorzieningen Op dit moment worden door WIL geen reserves gevormd. Risico’s worden zoveel mogelijk meegenomen in de lopende begroting waardoor het vormen van voorzieningen achterwege kan blijven. Risicoparagraaf Een risico wordt gedefinieerd als “Een gebeurtenis die zich kan voordoen en die een financieel gevolg kan hebben en die (nog) niet op een andere manier is ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel”. Indien de gevolgen van risico’s zich voordoen komen de gevolgen hiervan ten laste van de deelnemende gemeenten. Per risico is in de tabel aangegeven in welke mate wij verwachten of het risico zich zal voordoen: hoog (rood), gemiddeld (oranje), en laag (geel). Risico Hoger ziekteverzuim dan geraamd

Transitie vergoeding bij ontslag

Hogere kosten BUIG

Calamiteiten

Oorzaak Afbouw ziekteverzuim lukt minder goed dan gewenst door blijvend hoge werkdruk en niet optimale arbeidsomstandigheden.

M.i.v. januari 2020 geldt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De regels van het civiel recht gelden voor de rechtspositie van personeel. Bij ontslag of afloop van tijdelijke contracten kan een transitievergoeding aan de orde zijn. De BUIG budgetten worden op basis van het aantal klanten conform de financiële uitgangspunten. Gebeurtenissen waar WIL zelf geen invloed op heeft, waarvan onvoorspelbaar is dat ze gebeuren en waarvan we niet weten wanneer en in welke vorm ze zich voordoen. Vergelijkbaar met de coronacrisis. Zou ook het uitvallen van systemen, brand in gebouw, overstroming of terroristische aanslag kunnen zijn.

Gevolgen Meer inhuren dan geraamd omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit en kwaliteit dienstverlening niet meer verantwoord is. De uitvoeringskosten zullen stijgen. Financiële gevolgen: € 120.000. Uitgaand van 6,5% ziekteverzuim, bij een streefcijfer van 5,5% Financiële gevolgen: Extra kosten door de transitievergoeding: € 80.000 - € 120.000. De transitie vergoeding bedraagt maximaal € 81.000 bij ontslag (afhankelijk van duur dienstverband, leeftijd en salaris). Bij afloop van tijdelijke contracten gaat het vaak over een half tot heel maandsalaris. Meer uitkeringen, waarvoor geen middelen beschikbaar zijn. Lastig te ramen, extra kosten worden doorbelast aan de gemeenten. De dienstverlening komt ernstig in de knel, is beperkt mogelijk of wordt tijdelijk stilgelegd. De klanten krijgen niet wat ze nodig hebben.

Beheersmaatregel Vanuit management, teamcoördinatoren en HR wordt extra aandacht gegeven aan verzuimpreventie.

Inrichten van beoordelings- en beheerprocessen personeel en bij tijdelijke contracten rekening houden met deze bepalingen.

Ontwikkelingen zijn conjunctuurgevoelig en niet beïnvloedbaar. Behoudens een goede informatievoorziening nemen wij hiervoor geen andere beheersmaatregelen Een actueel bedrijfscontinuïteitsplan (crisisprotocol) waarbij we voor verschillende scenario’s maatregelen treffen. De scenario’s houden rekening met voor ons werk drie noodzakelijke factoren: 1. Digitale systemen 2. Locatie 3. Bezetting

28

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

Kengetallen BBV overzicht De (netto) schuldquote is een indicator die aangeeft hoe de netto schulden zich verhouden tot de totale baten van de organisatie. Hoe hoger dit percentage, hoe meer externe financiering (geleend geld) WIL heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Omdat WIL geen geldmiddelen door- of uitleent, is alleen het overzicht “Netto schuldquote” relevant. In de GR, art 34 is vastgelegd dat alle resultaten toekomen aan de deelnemende gemeenten. Hierdoor beschikt WIL niet over een eigen vermogen. Netto schuldquote: de netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van WIL ten opzichte van de eigen middelen

A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Rekening 2020 0 2.606.000 635.000 0 3.200.000 138.000 78.000 59.393.000 -0,29%

Begroot 2021 0 3.700.000 600.000 0 3.500.000 300.000 400.000 59.942.861 0,17%

Begroot 2022 0 2.668.000 650.000 0 3.276.000 141.000 80.000 60.803.000 -0,29%

29

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

9 FINANCIËLE BEGROTING Uitgangspunten opstelling financiële begroting Inflatiecorrectie (+1,5%) Voor de inflatiecorrectie wordt gehanteerd het afgeleide inflatiecijfer voor de overheid (CPI) 2021 uit de Septembercirculaire 2020 van 1,5%. Loonindexatie (+1,5% excl. sociale lasten) De VNG gaat op het moment van opstellen van deze begroting uit van een loonbod van 0,5% in 2021. De looneis bedraagt 2,75%. Conform de ‘loonvoet sector overheid’ voor het jaar 2022 uit de septembercirculaire 2020 gaan we uit van een loonstijging van 1,5% exclusief sociale lasten. Zodra een nieuwe CAO bekend is, wordt een eventueel verschil conform de nieuwe CAO meegenomen in de begrotingswijziging 2022. De pensioenpremielasten zijn in 2021 gestegen van 24,9% naar 25,9%. Het ABP gaat uit van een verdere forse stijging van de pensioenpremielasten in 2022, maar geeft hierbij nog geen concrete verwachting aan. Ook over eventuele veranderingen van de sociale lasten is nog niets bekend. Zodra de pensioenpremielasten en de sociale lasten bekend zijn, worden deze in de begrotingswijziging 2022 opgenomen. BUIG middelen Bij de bepaling van de hoogte van het BUIG-budget rekenen wij met een gemiddeld uitkeringsbedrag per uitkeringsgerechtigde per gemeente. Deze berekening baseren wij op de uitkomsten van de Divosa benchmark 2020 met daar boven op een inflatiecorrectie.

Deze inflatiecorrectie is gebaseerd op het afgeleide inflatiecijfer voor de overheid (CPI) voor het jaar 2022. Zie punt 1 inflatiecorrectie. De omvang van het aantal bijstandshuishoudens wordt normaliter bepaald aan de hand van de septembercirculaire 2020 plus 0,5% risico opslag. De praktijk leert dat het cijfer vanuit de circulaires regelmatig bijgesteld wordt in de volgende circulaire. De belangrijkste maatstaf voor ons om het aantal bijstandshuishoudens te bepalen is het volume dat we meten op het moment dat de begroting wordt opgesteld. Als we dit principe onverkort zouden toepassen zou dit leiden tot een verlaging van het begroot volume 2022. Omdat evenwel op dit moment de richting van de ontwikkeling van het aantal bijstandshuishoudens onzeker is, is ervoor gekozen om uit te gaan van hetzelfde aantal als in de begroting 2021. Re-integratie middelen (Lokale handgelden) De integratie uitkering sociaal domein is vervallen en is geïntegreerd in de algemene uitkering, met als gevolg dat het budget niet meer specifiek is toebedeeld aan een onderwerp. De gemeenten zijn zelf aan zet om aan te geven hoeveel zij beschikbaar stellen voor de Lokale handgelden. Voor 2022 zullen deze bijdragen conform de afspraken in het Berenschot rapport worden opgenomen in onze begroting. Inkomsten terugvordering (1,5%) Het verwachte percentage inkomsten vanuit terugvordering is op 1,5% gesteld.

Door de invoering van de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet per 1 januari 2021 moet deze doelstelling worden bijgesteld. Voor de invoering van de wet geldt een overgangstermijn van 12 maanden. Voor 1 januari 2022 moeten alle aflossingen zijn omgezet naar de nieuwe wet. Dat vergt doorlichting van het gehele debiteurenbestand. Naar verwachting worden ook nieuwe vorderingen die door corona zijn ontstaan, over een langere termijn afgelost. Dat rechtvaardigt de bijstelling van de incassoratio naar 1,5%.

30

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

BBZ 2004 BBZ 2004 is een vraag gestuurde regeling waarvoor WIL het budget bepaalt op basis van de uitkomsten vanuit de jaarstukken 2019 en 2020. Vanaf 2020 is de financieringssystematiek voor BBZ kapitaalverstrekking gewijzigd. Dit houdt in dat het eigen bijdrage voor de gemeenten van 25% naar 75% is toegenomen. De overheid gaat ervan uit dat 75% van de lening wordt terugbetaald. Historisch gezien is dit een hoog percentage. Hierdoor neemt het risico voor de gemeenten toe. Verdeelsleutel Bij het opstellen van de begroting 2022 wordt voor de doorberekening van de uitvoeringskosten de verdeelsleutel bepaald aan de hand van de maatstaven uit de septembercirculaire en de definitieve uitkeringsspecificatie van het gemeentefonds. De regelingskosten worden verdeeld op basis van het aantal klanten per gemeente en de daadwerkelijke kosten per klant. Nullijn systematiek De financiële nullijn is sinds 2020 kaderstellend: WIL heeft het te doen met de middelen die beschikbaar worden/zijn gesteld. Uittredingsschadevergoeding Vijfheerenlanden De uittreding VHL is in de begroting worden verwerkt in het overzicht “Bedrijfsvoering”. SW Taken DVO Sinds 2019 voert WIL op grond van dienstverleningsovereenkomsten (‘DVO’s) onderdelen van de Wet sociale werkvoorziening (hierna: ‘SW’) uit voor de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein, Vijfheerenlanden, Stichtse Vecht en De Ronde Venen.

De basis van de begroting ligt in de DVO’s. De bijdragen zijn voor vier jaar conform afspraak gefixeerd. Voor de loonkostenstijging en inflatiecorrecties binnen SW neemt WIL het verschil op als taakstelling om de begroting sluitend te krijgen.

31

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

Overzicht van baten en lasten per programma Rekening 2020

Primitieve begroting 2021

Programma

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Programma Inkomen

37.596.000

37.596.000

-

39.392.000

39.392.000

Programma Werk

4.352.000

4.352.000

-

4.329.000

Inkomensondersteuning

7.074.000

7.074.000

-

DVO - programma SW

2.376.000

2.376.000

Totaal programma's

51.398.000

Begroting 2022 Saldo

Lasten

Baten

-

39.927.000

39.927.000

Saldo -

4.329.000

-

4.569.000

4.569.000

-

6.035.000

6.035.000

-

6.178.000

6.178.000

-

-

2.477.000

2.477.000

-

2.474.000

2.474.000

-

51.398.000

-

52.233.000

52.233.000

-

53.148.000

53.148.000

-

7.995.000

7.995.000

-

7.709.000

7.709.000

-

7.675.000

7.675.000

-

59.393.000

59.393.000

-

59.942.000

59.942.000

-

60.823.000

60.823.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

59.393.000

59.393.000

-

59.942.000

59.942.000

-

60.823.000

60.823.000

-

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserve Gerealiseerd resultaat

Verschillenanalyse De totale stijging van de lasten ten opzichte van de begroting 2021 bedraagt € 860.000 (nadelig). Op programma niveau worden majeure wijzigingen nader toegelicht. Programma Inkomen De totale lasten van het programma inkomen nemen toe met € 534.000 (nadelig). De belangrijkste oorzaken zijn: • De regelingskosten nemen toe met name door de toename van de gemiddelde uitkeringslast met € 207. In afwijking van onze gebruikelijke uitgangspunten is het aantal bijstandsklanten in 2022 begroot conform begroting 2021 (€ 514.000 nadelig).

Jaar 2021 2022 Verschil

• •

Aantal 537 537 0

Houten Uitkeringslast 14.707 15.138 431

Aantal geprognosticeerde bijstandsklanten en gemiddelde uitkeringslast IJsselstein Lopik Nieuwegein Aantal Uitkeringslast Aantal Uitkeringslast Aantal Uitkeringslast 527 14.657 134 16.022 1.280 14.940 527 14.933 134 15.960 1.280 15.048 0 276 0 -62 0 108

Aantal 2.478 2.478 0

WIL Uitkeringslast 14.888 15.095 207

De indexering van de loonkosten zoals bij de uitgangspunten aangegeven wordt volledig gecompenseerd door de loonindexering 2021, die was begroot op 2,9% en die lager is dan geraamd. Er is voor 2021 geen loonstijging, echter zijn er wel stijgingen van pensioen en sociale lasten. Het totale effect op de begrote loonkosten is positief (€ 5.000 voordelig). Structureel budget Uitkeringsadministratie extra taken uitvoering Wet Inburgering. (€ 25.000 nadelig).

32

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

Programma Werk De totale lasten voor het programma Werk nemen toe met € 240.000 (nadelig). De belangrijkste oorzaken zijn: • De indexering van de loonkosten zoals bij de uitgangspunten aangegeven wordt volledig gecompenseerd door de loonindexering 2021, die was begroot op 2,9% en die lager is dan geraamd. Er is voor 2021 geen loonstijging, echter zijn er wel stijgingen van pensioen en sociale lasten. Het effect op de begrote loonkosten is positief (€ 5.000 voordelig). • Structureel budget Jongerenloket zoals reeds opgenomen in de begrotingswijziging 2021 (€ 170.000 nadelig). • Structureel WGSP Suwi zoals reeds opgenomen in de begrotingswijziging 2021 (€ 75.000 nadelig). Programma Inkomensondersteuning De totale lasten van het programma inkomensondersteuning nemen toe met € 143.000 (nadelig). De belangrijkste oorzaken zijn: • De indexering van de loonkosten zoals bij de uitgangspunten aangegeven wordt volledig gecompenseerd door de loonindexering 2021, die was begroot op 2,9% en die lager is dan geraamd. Er is voor 2021 geen loonstijging, echter zijn er wel stijgingen van pensioen en sociale lasten. Het effect op de begrote loonkosten is positief (€ 7.000 voordelig). • In 2021 technische begrotingswijziging op personeel (inhuurbudget) vanuit Bedrijfsvoering naar Inkomensondersteuning (BW1) (€ 150.000 nadelig).

Bedrijfsvoering De totale lasten van het programma bedrijfsvoering dalen met € 35.000 (voordelig). De belangrijkste oorzaken zijn: • De indexering van de loonkosten zoals bij de uitgangspunten aangegeven wordt volledig gecompenseerd door de loonindexering 2021, die was begroot op 2,9% en die lager is dan geraamd. Er is voor 2021 geen loonstijging, echter zijn er wel stijgingen van pensioen en sociale lasten. Het effect op de begrote loonkosten is positief, echter zijn de overige personeelskosten (opleiding, Arbo etc.) geïndexeerd waardoor het effect negatief is (€ 3.000 nadelig). • Een structurele toename van de salariskosten als gevolg van het opnemen van de garantiebanen. Doel is 5,3 garantiebanen, te behalen uiterlijk in 2023 (€ 100.000 nadelig). • In 2021 een technische begrotingswijziging op personeel (inhuurbudget) vanuit Bedrijfsvoering naar Inkomensondersteuning (BW1) (€ 150.000 voordelig). • Stijging door indexering vaste kosten zoals bij uitgangspunten aangegeven (€ 44.000 nadelig). • Daling van de kapitaalslasten (€ 32.000 voordelig). DVO programma SW (De bijdragen van de Lekstroomgemeenten zijn conform de afspraken onveranderd) De totale lasten van het Programma SW blijven gelijk.

De belangrijkste oorzaken zijn: • De indexering van de loonkosten zoals bij de uitgangspunten aangegeven wordt volledig gecompenseerd door de loonindexering 2021, die was begroot op 2,9% en die lager is dan geraamd. Er is voor 2021 geen loonstijging, echter zijn er wel stijgingen van pensioen en sociale lasten. Het effect op de begrote loonkosten Personeelskosten dienstverlening SW is positief (€ 3.000 voordelig). • De taakstelling personeel daalt naar € 52.000 om de daling van Personeelskosten dienstverlening SW te compenseren (€ 3.000 nadelig).

33

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

Meerjarenraming per programma Het onderstaande overzicht presenteert de baten en lasten voor het meerjarenperspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarenperspectief is gebaseerd op 2021 en ontwikkelingen in de verwachte klantenaantallen vanaf 2021. 2. De middelen voor de re-integratie vanuit de participatiewet zijn gebaseerd op de onderverdeling die door het rijk is bepaald via de integratie-uitkering Sociaal Domein. Voor de middelen voor re-integratie van de “klassieke” doelgroep die met ingang van 2019 deel uitmaken van de “reguliere” algemene uitkering is uitgegaan van het Berenschot rapport van april 2019. Begroting 2022 Baten

Saldo

Begroting 2023 Baten

Lasten

Lasten

Programma Inkomen

39.927.000

39.927.000

-

40.307.000

40.307.000

-

40.686.000

40.686.000

-

Programma Werk Programma Inkomensondersteuning DVO - programma SW

4.569.000

4.569.000

-

4.569.000

4.569.000

-

4.569.000

4.569.000

-

6.178.000

6.178.000

-

6.178.000

6.178.000

-

6.178.000

6.178.000

-

2.474.000

2.474.000

Totaal programma's

53.148.000

53.148.000

-

2.474.000

2.474.000

53.528.000

53.528.000

Saldo

Begroting 2024 Baten

Programma

Lasten

-

2.474.000

2.474.000

53.907.000

53.907.000

Saldo

-

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten Mutaties reserve

7.675.000

7.675.000

-

7.654.000

7.654.000

-

7.654.000

7.654.000

-

60.823.000

60.823.000

-

61.182.000

61.182.000

-

61.561.000

61.561.000

-

Gerealiseerd resultaat

60.823.000

-

60.823.000

-

61.182.000

61.182.000

-

61.561.000

-

-

61.561.000

-

Incidentele baten en lasten In de Begroting 2022 zijn geen incidentele posten opgenomen omdat onderstaande uitgangspunten van toepassing zijn: • Posten worden als incidenteel aangemerkt indien er sprake is van eenmalige baten en lasten. • Er is sprake van materiele baten en lasten van minimaal € 50.000.

34

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: Taakvelden Programma

Verdeling Taakveld

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Domein: 0.0 Bestuur en ondersteuning Bedrijfsvoering Domein: 6.0 Sociaal domein

100% 0.4 ondersteuning organisatie

7.393.000

7.393.000

7.564.000

7.564.000

7.564.000

7.564.000

7.564.000

7.564.000

Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inkomensondersteuning

100% 6.3 Inkomensregelingen

39.351.000

39.351.000

39.731.000

39.731.000

40.110.000

40.110.000

40.491.000

40.491.000

76% 6.3 Inkomensregelingen

4.490.840

4.490.840

4.490.840

4.490.840

4.490.840

4.490.840

4.490.840

4.490.840

24% 6.7 Maatwerk dienstverlening 18+

1.418.160

1.418.160

1.418.160

1.418.160

1.418.160

1.418.160

1.418.160

1.418.160

Programma Werk

100% 6.5 Arbeidsparticipatie

4.569.000

4.569.000

4.569.000

4.569.000

4.569.000

4.569.000

4.569.000

4.569.000

DVO - programma SW

100% 6.4 Begeleide participatie

2.474.000

2.474.000

2.474.000

2.474.000

2.474.000

2.474.000

2.474.000

2.474.000

35

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: Beleidsindicatoren artikel 8 BBV De beleidsindicatoren in de onderstaande tabel zijn opgenomen op basis van de gegevens van “waar staat je gemeente”. Alleen de beleidsindicatoren die van toepassing zijn op de taken die WIL uitvoert zijn vermeld. Indicator bron: www.waarstaatjegemeente.nl Personen met bijstandsuitkeringen, per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder Huishoudens met bijstandsuitkeringen (percentage t.o.v. totaal aantal huishoudens) Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd (aantal per 1.000 inwoners van 66 jaar en ouder) Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen t.o.v. huishoudens alleenstaand Nieuwe re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners 15-74 jaar) Beëindigde re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners 15-74 jaar) Lopende re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Personen met een lopende re-integratievoorziening naar inkomstenbron: - Werkend zonder bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Werkend met bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Niet werkend met bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Niet werken zonder bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Banen (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Werkloosheidspercentage Huishoudens met laag inkomen Huishoudens met hoog inkomen Kinderen (tot 18 jaar) opgroeiend in een uitkeringsgezin

Jaar

Houten

IJsselstein

Lopik

Nieuwegein

Nederland

2020

23,5

30.6

20,2

38,6

46,0

2020

2.6%

3,6%

2,5%

4,4%

5,2%

2020

7,9

9,9

7,9

14,8

17,0

2020

5,2%

6,8%

4,7%

8,0%

9,0%

2018 – 2e halfjaar

3,2

2,3

1,8

1,6

6,6

2018 – 2e halfjaar

3,8

2,7

1,8

2,7

5,7

2020 - Q2

14,0

8,9

6,3

14,3

13,1

2020 - Q2 2020 - Q2 2020 - Q2 2020 - Q2 2019 2019 2018 2018 2019

1,3 1.1 11,1 0,8 646,9 2,9% 5,0% 16,0% 3%

1,5 0,8 5,8 0,4 579,3 2,9% 6,0% 13,0% 5%

1,8 0,0 3,6 0,0 515,8 2,4% 6,0% 13,0% 4%

2,0 2,5 1,0 1,0 10,0 8,6 1,2 1,0 946,7 677,1 3,2% 3,4% 7,0% 10,0% (2017) 9,0% 10,0% (2017) 6% 6%

36

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: Leidende principes WIL hanteert al enkele jaren acht leidende principes. Geen van deze principes staat op zichzelf. De kortste weg naar werk bijvoorbeeld, is geen dogma. Daar waar (duurzame) participatie ook of alleen via alternatieve routes bereikt kan worden, nemen we die opties uiteraard in overweging. Dat deden we al en gaan we nog meer doen; zij het dat vanaf nu een keuze in deze aan de lokale werkteams is. Hiermee wordt ook tegemoetgekomen aan de behoefte aan lokale speelruimte. Leidende principes van WIL • We gaan voor de kortste weg naar werk Werk is vanuit sociaal aspect en voor de persoonlijke ontwikkeling belangrijk. De uitdagende arbeidsmarkt vraagt van ons inzet, die is gericht op het beperken of zelfs opheffen van de uitkeringsafhankelijkheid van de klant. We voorzien de werkgever van een goede passende match. Ook onbetaald werk behoort tot de opties. Klanten moeten weer ’insider’ worden op de arbeidsmarkt. • We bieden inkomensondersteuning waar nodig en rechtmatig We bieden een goed vangnet als dat nodig is en daar aanspraak op bestaat. We handelen niet alleen naar de letter maar ook in de geest van de wet- en regelgeving, als we hebben vastgesteld dat klanten daar ook recht op hebben. Het vangnet stelt mensen in staat werk te maken van hun eigen perspectief en onder financiële druk uit te komen. Dat is een belangrijke voorwaarde voor participatie.

• We gaan uit van wat mensen wél kunnen We maken ons sterk om iedereen naar vermogen als volwaardige burger te laten deelnemen aan de samenleving. Bij voorkeur via een reguliere baan, maar als dat (nog) niet kan, door op een andere manier te participeren. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat iedereen iets kan en over capaciteiten beschikt, staat dat voorop. De dienstverlening van WIL vult hierop aan. De klant houdt de regie. • We leveren maatwerk waar nodig Waar mogelijk bieden wij standaarddienstverlening en waar nodig individueel maatwerk. Dan volstaat de generieke oplossing namelijk niet. Werkgevers krijgen van ons binnen onze mogelijkheden wat nodig is om mensen in dienst te nemen of te houden. We bewegen mee met onze klanten, maar treden hard op als er sprake is van een overtreding of fraude. Vertrouwen over en weer vinden wij belangrijk voor een goede dienstverlening. • We zijn oprecht, toegewijd en gedreven We zijn aanspreekbaar als we iets niet goed doen en spreken ook anderen aan als dat hun overkomt. Fouten stoppen we niet weg. Oprecht staat ook voor rechtmatig werken, binnen onze opdracht en de afgesproken kaders. Uit de kwaliteit die wij willen leveren en onze betrokkenheid bij de publieke zaak blijkt onze toewijding.

Onze gedrevenheid zien we terug in het streven goed te presteren, een stapje meer te zetten, door te gaan tot het gaatje en te willen leren en verbeteren. • We zijn duidelijk Duidelijkheid staat voorop in onze communicatie naar klanten en relaties. We maken gebruik van traditionele en moderne communicatiemiddelen. Ons taalgebruik is helder en begrijpelijk. Duidelijke wederzijdse verwachtingen van de klant en WIL staan centraal. Klanten weten wat we doen en waarvoor ze bij ons terecht kunnen. We verwachten van klanten dat ze gemotiveerd zijn en zich naar vermogen inzetten. Als ze daarin aantoonbaar tekort schieten treden we op. • We zijn kostenbewust WIL gaat zuinig om met de beschikbare publieke middelen. We denken in termen van rendement en zoeken goede oplossingen tegen zo laag mogelijke kosten. De inzet moet daadwerkelijk bijdragen aan de realisatie van het beoogde doel. We hebben oog voor de balans tussen kosten en opbrengsten. We kiezen daarom voor soberheid en niet voor luxe (goedkoopst-adequaat). • Samen maken we het verschil Aansluiting van zorg en ondersteuning bij de persoonlijke (thuis)situatie, de mogelijkheden en het netwerk van de klant zijn belangrijk, net als beperking van de omvang en kosten van de verzorgingsstaat.

Een samenhangend dienstverleningsaanbod en betere samenwerking tussen professionele en vrijwillige dienstverleners is daarop het logische antwoord. Dat staat wat ons betreft in het teken van doen, overleggen en experimenteren. Wij dragen daar graag aan bij.

37

Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

BIJLAGE: Zienswijze op Procesbrief 2022, beleidskader voor Begroting 2021 In december 2020 heeft WIL de raden een Procesbrief gestuurd in plaats van een Kaderbrief. Wij hebben gekozen voor een Kaderbrief omdat de ontwikkelingen nog onvoldoende accuraat op impact en omvang in te schatten waren en in die zelfde periode de raden ook nog een zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2021 konden indienen. In de Procesbrief hebben wij voor de raden geschetst op welke momenten richting 2022 zij in positie worden gebracht om de rol te pakken in het begrotingsproces. Bij het verzenden van de Procesbrief is er voor gekozen geen zienswijze te vragen. Alleen de raad van Nieuwegein heeft, in de zienswijze op de Begrotingswijziging 2021, haar instemming met de Procesbrief laten blijken. Hierbij geeft zij WIL mee dat in de Begroting 2022 vast wordt gehouden aan "de nullijn, tenzij...”. Dit is in de voorliggende Begroting opgenomen als uitgangspunt. Zienswijze van de cliëntenraad op de begroting 2021 Van de cliëntenraad hebben wij op haar initiatief een zienswijze op de Procesbrief ontvangen. Zoals gebruikelijk geven wij de zienswijze van de Cliëntenraad weer zonder verder oordeel of reactie. De Cliëntenraad geeft aan dat de stappen en uitgangspunten naar een toekomstig beleid op korte termijn helder moeten worden.

Zij vindt weinig van het Kaderstellend Raadsdebat terug in de keuzes die gemaakt worden in de Procesbrief. De Cliëntenraad vraagt zich af of de ontwikkelingen op arbeidsmarktniveau niet in conflict komt met het meer lokaal gerichte beleid in de Lekstroom. Onduidelijk is wie hier de regie heeft. De Cliëntenraad stelt dat de leefwereld niet ten onder mag gaan aan de systeemwereld en dat de kortste weg naar werk niet altijd de beste weg is. Zij vraagt dan ook om extra aandacht voor de mogelijkheden tot scholing, herscholing en bijscholing. De Cliëntenraad dringt aan op het voeren van de discussie over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Verder geeft de Cliëntenraad aan dat de discussie over de inzet en realisatie binnen de financiële kaders pas gevoerd kan worden als de beleidsrichting helder is. Voor de Cliëntenraad is oktober 2021 te laat om de kaders van de raden nog op te nemen in de Begrotingswijziging 2002. Zij acht het verstandiger de Kaderstellend Raadsdebatten los van de financiële kaders te laten plaatsvinden en hiermee zeker niet te wachten tot na de zomer van 2021.

Ten slotte stelt de Cliëntenraad dat de beleidsomschakeling zorgvuldig moet gebeuren en geen nadelige effecten voor de klanten van WIL mag hebben Hierbij benadrukt de Cliëntenraad dat achteraf terugvorderen of (te) lang zonder inkomen mensen in de financiële problemen brengt die later vaak niet zonder schade te herstellen zijn.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10086447/2