13. RMN - Beantwoording ontvangen zienswijzen begroting 2025.1 en 2026 RMN
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders en gemeenteraad Deelnemende gemeenten
Ons kenmerk: Betreft: Bijlagen: Datum:
U25-063 Beantwoording ontvangen zienswijzen ontwerpbegrotingen 2025.1 en 2026 RMN 4 28 augustus 2025
Geacht leden van de gemeenteraad en college, Op 22 april jl. heeft het dagelijks bestuur van Reinigingsbedrijf Midden Nederland ingestemd met de ontwerp begrotingswijziging 2025.1 en de ontwerpbegroting 2026 en deze voor een zienswijze aan te bieden aan uw raad. Ons bestuur heeft zienswijzen ontvangen van de raden van Baarn, Bunnik, IJsselstein, Soest en Nieuwegein. Graag spreken wij onze dank uit voor alle zienswijzen en de grote betrokkenheid van de gemeenteraden bij RMN. De gemeenteraden van Bunnik en Baarn geven aan geen zienswijzen in te dienen over de begroting 2025.1 maar wel over de begroting 2026. De zienswijzen van IJsselstein, Nieuwegein en Soest hebben betrekking op beide begrotingen. In de wet gemeenschappelijke regelingen is bepaald dat het dagelijks bestuur uw raad, voordat een begroting ter definitieve vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, een overzicht van alle ontvangen zienswijzen en de overwegingen van het dagelijks bestuur op deze zienswijzen toezendt. ➢
Vragen en opmerkingen vanuit meerdere gemeenteraden
Traject basis op orde Zowel de raden van de gemeente Baarn, Bunnik, IJsselstein als Nieuwegein schrijven te zien dat er de afgelopen jaren stappen zijn gezet in het verbetertraject ‘De basis op orde’, maar constateren ook dat de planning- en controlcyclus nog verder kan worden versterkt. Het dagelijks bestuur onderschrijft deze zienswijzen en hecht eveneens aan een tijdige, transparante en volledige informatievoorziening. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat RMN beschikt over continuïteit in de bezetting van sleutelfunctionarissen binnen de concernstaf en de afdeling financiën. De gemeenteraad van Soest schrijft om meer informatie over de voortgang en tijdplanning van het project Basis op orde. Het bestuur wijst erop dat tweemaal per jaar een voortgangsrapportage wordt verzonden over dit onderwerp aan alle colleges van de deelnemende gemeenten.
Ontwikkeling opslagpercentage overhead De raden van de gemeente Baarn, Bunnik en Soest schrijven zich zorgen te maken over de toename van kosten in de ontwerpbegroting 2026 en vragen om nadere onderbouwing van de stijgende overheadkosten en gehanteerde percentages. De belangrijkste oorzaak van de stijging van de overheadskosten zit in de stijgingen van de loonkosten. Nadere details en toelichting hierop staan in de begrotingen op bladzijde 8 en 9 (2025.1) en bladzijde 19 en 20 (2026.0). Anderzijds wordt de stijging van het percentage gedempt door de stijging van de totale lasten. Bij deze brief voegen wij een notitie met meer uitleg over overhead en de berekening van het opslagpercentage op de directe kosten. Gevolgd bezuinigingstraject Vorig jaar, naar aanleiding van de toen voorliggende begrotingen 2024.1 en 2025, hebben meerdere gemeenteraden in hun zienswijzen RMN verzocht een traject te starten om te komen tot bezuinigingen. Zowel de raden van de gemeente Baarn, Bunnik, IJsselstein, Nieuwegein als Soest vragen om de resultaten van dit bezuinigingstraject in de begroting op te nemen.
Vanaf medio 2024 heeft RMN deze opdracht in nauw overleg met de voor RMN verantwoordelijke ambtenaren vanuit alle deelnemende gemeenten opgepakt, wat inmiddels heeft geleid tot een aantal maatregelen op het gebied van zowel efficiënter werken als een lijst met potentiële bezuinigingen in de dienstverlening aan de gemeenten. Met deze lijst is, in overeenstemming met het standpunt van de betrokken ambtenaren, het gezamenlijke traject om te komen tot een inventarisatie van mogelijkheden tot bezuinigingen afgerond. Keuzes met betrekking tot de taken die RMN uitvoert Onderdeel van het hierboven genoemde lijst met potentiële bezuinigingen is aanpassing van de huidige dienstverlening door RMN. Gezamenlijk zijn er verschillende maatregelen uitgewerkt. De keuze om de dienstverlening aan de inwoners daadwerkelijk aan te passen (bijvoorbeeld ten aanzien van de inzamelfrequentie van GFT in de winter of het inzamelen van grof tuinafval huisaan-huis) is een keuze van de betreffende individuele gemeente. Pas na besluitvorming hierover door de gemeente zelf kan RMN de betreffende bezuiniging verwerken in de eerstvolgende begroting.
Efficiëntere bedrijfsvoering Wat betreft de eigen bedrijfsvoering werkt RMN naast de maatregelen om de basis op orde te krijgen volop aan efficiëntiemaatregelen om de (autonome) kostenstijgingen voor afvalinzameling en het reinigen van de openbare ruimte zoveel als mogelijk te beperken. In 2025 zet RMN stappen op weg naar meer data-gestuurd werken, zoals rijden op vulgraadsensoren en bijplaatsingsensoren bij ondergrondse containers of het efficiënt inzetten van de werkzaamheden in de openbare ruimte door meer gebruik te maken van het digitale systeem Jewel. De bijplaatsingsensoren betreft een proef om te ervaren of dit ons gaat helpen in snel kunnen schakelen op bijplaatsingen. Het rijden op vulgraad heeft enige vertraging opgelopen, we streven ernaar om dit jaar nog wel met een pilot te starten. In beide gevallen is het financiële effect niet op voorhand in te schatten en daarmee nog niet verwerkt in de begroting. RMN heeft daarnaast alle gladheidroutes opnieuw beoordeeld. Door de invoering van routeoptimalisatie bij de gladheidbestrijding is het aantal strooiroutes verminderd zonder dat dit ten
koste gaat van de verkeersveiligheid. In de begroting 2025.1 is dan ook (voor de meeste gemeenten) de bijdrage voor gladheidbestrijding verlaagd. Deze voorbeelden geven aan dat zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie van RMN de opdracht vanuit de gemeenteraden tot efficiënter werken zeer serieus nemen. Het bestuur merkt daarbij op dat om verdere efficiencyslagen te maken RMN vaak wel afhankelijk is van de medewerking vanuit de gemeenten. Een potentiële efficiencymaatregel als het gelijk trekken van de openingstijden en de acceptatievoorwaarden van het recyclingstation vergen bijvoorbeeld bij meerdere gemeenten een aanpassing van afvalstoffenverordening (een bevoegdheid van de raad) of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten (een collegebevoegdheid), en kunnen dus niet door RMN zelfstandig worden doorgevoerd. Efficiencymaatregelen en daarmee gaande harmonisatie tussen gemeenten vormen dan ook regelmatig onderwerp van ambtelijk overleg tussen RMN en de gemeenten. Bevriezing van uitgaven De raad van Baarn streeft naar bevriezing van de uitgaven van alle gemeenschappelijke regelingen in 2026 en 2027. Het dagelijks bestuur acht, in lijn met bovenstaande opmerkingen, een nullijn zonder grote beleidswijzigingen door de gemeenten bij zowel de inzameling van afval als het beheer van de openbare ruimte niet haalbaar.
Daarnaast heeft RMN net als de gemeenten zelf te maken met autonome ontwikkelingen als loon- en prijsontwikkelingen, stijgende rentes en groei van arealen door woningbouw. Dezelfde argumenten gelden voor het verzoek van de gemeenteraad van IJsselstein om ten minste 3% op de kosten te besparen: RMN is hiervoor afhankelijk van de keuzes die de individuele gemeenten maken. Dit geldt zowel voor de totale RMN-brede uitgaven als voor de bijdrage per afzonderlijke gemeente. Onderling afwijkende cijfers De gemeenteraden van Bunnik en IJsselstein merken op dat er afwijkende cijfers worden gehanteerd voor de begroting 2025.1. Inderdaad is per abuis in de begeleidende brief aan uw raad over begroting 2026 een verouderde tabel gebruikt met onjuiste cijfers ten aanzien van 2025.1. In de begroting 2025.1 zelf, de begeleidende brief voor begroting 2025.1 en de begroting 2026 wordt wel de juiste tabel gebruikt. Het verschil is zeer beperkt (circa 0,06%) en heeft geen inhoudelijke impact op de conclusies of het beeld dat in de begeleidende wordt geschetst. Daarnaast is in zowel de begroting 2025.1 als in de begroting 2026 een beperkt aantal kleine wijzigingen aangebracht in de kolommen of in de toelichting op de kolommen: ➢
Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025.1 zijn de volgende inconsistenties hersteld: • Blz. 12: In de tekst Belastingen en verzekeringen het bedrag € 89.000 aangepast naar € 222.000 conform het bedrag in tabel Materieel op blz. 11. • Blz. 35: kolom mutatie in tabel Financieringsbehoefte aangepast. De berekeningen van de mutaties klopten niet.
➢
Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 zijn de volgende inconsistenties heb hersteld: • Blz 10: Tabel RMN Programma: kolom concept JR 2024 aangepast. Aanleiding: de regel Totaal baten kwam niet overeen met de regel Gerealiseerde resultaat in tabel Totaal lasten op blz. 15. Oorzaak: de posten Inzameling Huis aan Huis, Verwerkingskosten Huis aan Huis en Beheer Openbare ruimte waren niet correct ingevuld.
• Blz 16: Tabel Totaal baten: kolom concept JR 2024 aangepast. Aanleiding: de regel Totaal baten kwam niet overeen met de regel Gerealiseerde resultaat in tabel Totaal lasten op blz. 15. Oorzaak: de post Aanvullende taken en afrekeningen was niet correct ingevuld. • Blz. 18: Tabel Overhead aangepast. Aanleiding: o Kolom 2025.0: Personeelskosten en Huisvestingskosten kwamen niet overeen met de betreffende cijfers in tabel Totaal lasten op blz. 15. o Kolom concept JR 2024: het cijfers Totaal lasten kwam niet overeen met Totaal lasten in de tabel Totaal lasten op blz. 15. • Blz. 19: koptekst aangepast van “Toelichting bij de begroting 2025 RMN”, naar “…begroting 2026 …”. • Blz. 54: tabel Investeringen aangepast. Reden: totaal tellingen klopten niet. • Blz. 73 tabel personeelsstaat aangepast. Aanleiding: cijfers buitendienst klopten niet met de toelichting eronder, totaaltellingen klopten niet. Oorzaken: o (Assistent) teamleiders: kosten 938, moet zijn: 895 o Medewerkers buitendienst: kosten 9.462, moet zijn: 8.775 o Medewerkers buitendienst inhuur: 24,1 FTE; toelichtende tekst onder de tabel: 24,7. Moet zijn 25,0. o Medewerkers werkplaats: kosten 434, moet zijn: 446. o Totalen: FTE 218,6 moet zijn: 231,1. Kosten 14.879.000 (!) moet zijn: 16.654. ➢
Vragen en opmerkingen vanuit één gemeenteraad
Toelichting op bedrijfsmatige keuzes De gemeenteraad van Soest vraagt om een oplegger bij de begroting 2026 met daarin een toelichting op de bedrijfsmatige keuzes die zijn gemaakt. De begroting van 2026 is een beleidsarme begroting. In december 2024 hebben wij u reeds de Kadernota opgestuurd waarin de uitgangspunten voor de begroting staan vermeld. Deze uitgangspunten worden in de begroting herhaald in hoofdstuk 3 (bladzijde 11 t/m 13). Inverdieneffecten Grondstoffen inzamelplan Nieuwegein De raad van Nieuwegein vraagt naar het inverdieneffect zoals opgenomen in het Grondstoffen inzamelplan 2021-2024. Dit inverdieneffect ontstaat door de planmatige vervanging van 78 locaties met grindcocons voor restafval voor ondergrondse containers, die minder vaak en met minder personeelsinzet kunnen worden geleegd. In het Grondstoffen inzamelplan leidt deze efficiëntie-maatregel tot een structureel voordeel van € 40.000 (de overige € 110.000 aan geraamde inverdieneffecten wordt conform het plan gerealiseerd door een beter scheidingsresultaat, waarop RMN echter geen invloed heeft). Voor 2021 zette RMN voor het legen van 78 grindcocons in de openbare ruimte, in combinatie met inpandige containers in hoogbouwcomplexen, zes dagdelen per week een achterlader met twee medewerkers in (24 uur voertuig, 48 uur medewerkers).
Halverwege is deze inzet afgeschaald naar vier dagdelen per week (16 uur voertuig en 32 uur arbeid). Per 1 januari 2025 is de inzet verder afgeschaald naar twee dagdelen per week (8 uur voertuig, 16 uur arbeid). Volgens planning worden in de tweede helft van 2025 de laatste grindcocons vervangen door ondergrondse containers. Omdat er echter nog steeds sprake is van een aantal inpandige containers is de verwachting dat bij gelijkblijvende situatie deze route niet verder afgeschaald zal worden.
Kijken we enkel naar de inzet voor verzamelcontainers dan is Nieuwegein in 2025 € 110.000 per jaar minder kwijt aan het legen van de verzamelcontainers dan in 2022 (waarvan een deel nog in de begroting verwerkt moet worden). Van deze inverdieneffecten is een gedeelte al verwerkt in de begroting 2024, terwijl de frequentieverlaging per 1 januari 2025 de werkzaamheden voor het opstellen van de begrotingen 2025.1 en 2026 heeft gekruist en daarmee nog niet zijn verwerkt. Dit heeft echter niet zozeer geleidt tot een daling van de inzamelkosten voor restafval maar slechts tot een demping van de totale kostenstijgingen. Dit komt doordat verzamelroutes maar een klein deel beslaat van de totale begrotingspost inzameling restafval. De grootste deel van deze begrotingspost bestaat uit het legen van minicontainers bij de laagbouw elke twee weken, het legen van ondergrondse containers en de verwerkingskosten voor het restafval. Daarnaast is er de afgelopen jaren sprake geweest van forse prijs- en loonidexaties en zijn er in Nieuwegein veel nieuwe woningen gebouwd de laatste jaren. Kosten beheer inzamelmiddelen Baarn De raad van Baarn vraagt tevens naar onderbouwing toename van kosten voor het beheer van inzamelmiddelen.
De stijging van deze kosten is toe te schrijven aan de toename van met name het aantal ondergrondse containers, zoals toegelicht op bladzijde 63 van de ontwerpbegroting 2026. De kapitaallasten van ondergrondse containers stijgen in begroting 2026.0 met 43.000 euro ten opzichte van 2025.1. Dit komt door de investeringen in 2025: - investering € 208.000 voor 16 nieuwe containers (12 uitbreiding en 4 vervanging) > kapitaallast 2026: ondergrondse containers € 28.000 - investering € 65.000 voor inhaalinvestering van elektronica > kapitaallast in 2026: €15.000. Deze areaalgroei leidt niet alleen tot extra kapitaalslasten maar ook tot hogere onderhoudskosten. In deze begrotingspost zijn ook de kosten voor het reinigen van de containers inbegrepen. Inrichting begroting De gemeenteraad van Soest vraagt in haar zienswijze om een nieuwe inrichting van de begroting, waarbij wordt gestreefd naar een één op één relatie tussen de dienstverleningsovereenkomst en de begroting. Concreet wordt voorgesteld per deelproduct in de begroting [bij de baten per gemeente] de inzet van uren personeel en tractie, de hoeveelheden te verwerken afval, aan dit product gerelateerde kosten zoals beheer ondergrondse containers en de overheadopslag inzichtelijk te maken. Deze voorgestelde koppeling tussen de begroting en dienstverleningsovereenkomsten bestaat al en vormt reeds de basis van de begroting.
Daarbij wordt wel onderscheid gemaakt tussen het uitgebreide ambtelijke rekenmodel en de begroting die bestuurlijk voorligt, vergelijkbaar met de werkwijze bij de gemeenten zelf waarin eveneens sprake is van een gedetailleerde ambtelijke werkbegroting en het bestuurlijke boekwerk waarin de hoofdlijnen staan vermeld. Momenteel werkt RMN aan een verdere verfijning van het bestaande rekenmodel voor de begroting. Wij wijzen u erop dat er in totaal circa 1200 producten in de zes verschillende dienstverleningsovereenkomsten worden onderscheiden. Hierbij opgeteld komen nog de begrotingsregels voor de algemene bedrijfslasten, huisvestingskosten, kapitaalslasten enzovoort. Het uitsplitsen van alle deelproducten (of zelfs al op hoofdniveau) maakt naar
oordeel van het bestuur de begroting niet leesbaarder, zeker niet wanneer er tevens sprake is van een meerjarenbeeld en een analyse van de verschillen in de begroting en tussen de begroting en de jaarrekening. Er zit bovendien een spanning tussen de wens enerzijds tot meer inzicht en toelichting op de verschillen in de begroting, jaarrekening en periodieke (financiële) rapportages en anderzijds de zorg van verschillende gemeenteraden om de ontwikkeling van de overhead: uitgebreidere toelichtingen en rapportages zorgen voor meer werkbelasting en kunnen daarmee leiden tot de noodzaak tot versterking van de afdeling financiën, en daarmee tot hogere indirecte personeelslasten. Wel heeft ons bestuur begrip voor de wens van de raad van Soest om meer inzicht in de aan de gemeente doorberekende kosten. Wij willen dan ook kijken op welke wijze wij de ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeenten meer inzicht kunnen verschaffen in de relatie tussen de dienstverleningsovereenkomsten en de begroting door nemen in de dienstverleningsovereenkomsten meer details op te over de geraamde ureninzet van personeel en materieel per deelproduct. Ambtelijke vragen De gestelde ambtelijke vragen waarnaar in de zienswijze van de raad van IJsselstein wordt verwezen zijn inmiddels beantwoord. ➢
Vervolg
Naar verwachting zal het algemeen bestuur op 10 september aanstaande de definitieve begrotingswijzigingen 2025.1 en de begroting 2026 vaststellen. Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van RMN,
John van Engelen Voorzitter
Sietske Klein- De Jong Secretaris-directeur