13.2 Bijlage 2 Uitleg stijging overhead begroting 2026
Tekst van het document
Toelichting stijging overhead RMN Onderscheid overheadpercentage en opslagpercentage Om de vraag naar de stijging van de overhead en de daarmee samenhangende opslag op de directe kosten te kunnen uitleggen is het noodzakelijk eerst kort weer te geven hoe de begroting van RMN is opgebouwd. De begroting van RMN wordt opgesteld volgens een vastgesteld kostenallocatiemodel. Onderstaande schema geeft in het kort het financieel model van RMN weer:
Lasten De lasten zijn te verdelen in enerzijds de directe lasten zoals inzet personeel, inzet materieel, verwerkingskosten en directe kapitaallasten, en anderzijds de indirecte lasten (oftewel overhead). Het overheadpercentage wordt bepaald door de overheadkosten te delen door de totale kosten. Baten De baten bestaan simpel gezegd uit de doorbelastingen aan de gemeenten. Ze worden gespecificeerd per gemeente en per product. De doorbelastingen van de inzet van personeel materieel worden berekend via uren x uurtarieven. Voor de overige directe kosten worden 1-op-1 de werkelijke kosten doorbelast. Bovenop de doorbelaste kosten wordt een opslag voor overhead toegepast. Dat is gedifferentieerd naar een hoog opslagpercentage op de inzet van personeel en materieel, en een vaste opslag van 5% op de overige doorbelastingen. Het hoge opslagpercentage is sluitpost van de begroting, het wordt gebruikt om de begroting sluitend te krijgen. Hieruit is een gemiddeld opslagpercentage te bepalen door de totale opslag te delen door de doorbelaste kosten.
Er zit dus verschil tussen het overheadpercentage, wat de lastenkant betreft, en het opslagpercentage, wat de batenkant betreft. Ontwikkeling overheadpercentage
De overhead stijgt van 6,3 miljoen euro (2025.0) naar 6,9 miljoen euro ( 2025.1) naar 7,4 miljoen euro (2026). De totale lasten stijgen van 40,7 miljoen (2025.0) naar 43,3 miljoen (2026.0). Het overheadpercentage stijgt daardoor van 15,6% (2025.0) naar 17,1% (2026.0) van de totale lasten. De belangrijkste oorzaak van de stijging van de overheadskosten zit in de stijgingen van de loonkosten. Nadere details en toelichting hierop staan in de begrotingen op bladzijde 8 en 9 (2025.1) en bladzijde 19 en 20 (2026.0). Anderzijds wordt de stijging van het percentage gedempt door de stijging van de totale lasten. Ontwikkeling opslagpercentage
Het gemiddelde opslagpercentage stijgt van 17,1% (2025.0) via 19% (2025.1) naar 20,5% (2026.0) van de aan de gemeenten doorbelaste kosten. Dat is een combinatie is van enerzijds hogere overhead kosten en anderzijds lagere (2025.1) respectievelijk hogere (2026.0) kosten waarover de opslag wordt toegepast. De overhead die via het opslagpercentage van 5% aan gemeenten wordt doorbelast, daalt van 1,2 miljoen (2025.0) naar 1 miljoen (2025.1) en stijgt daarna naar 1,1 miljoen (2026.0). Dit komt doordat de kosten waarover het opslagpercentage van 5% wordt toegepast, namelijk de doorbelaste kosten exclusief de kosten van inzet personeel en inzet materieel, dalen van 15,3 miljoen (2025.0) naar 14,8 miljoen (2025.1) en daarna stijgen naar 15,8 miljoen (2026.0). De daling van 2025.0 naar 2025.1 zit met name in de daling van de verwerkingskosten en overige directe kosten. De daling van 2025.1 naar 2026.0 zit met name in de stijging van de verwerkingskosten en de directe kapitaallasten (recyclingstations en inzamelmiddelen). Nadere details en toelichtingen hierbij staan in de begrotingen op bladzijde 13 en 14 (2025.1) en bladzijde 23 t/m 25 (2026.0). De doorbelasting van overhead aan de gemeenten via het hoge opslagpercentage stijgt van 4,7 miljoen (2025.0) naar 5,4 miljoen (2025.1) naar 6,3 miljoen (2026.0).
Dit komt doordat de kosten waarover het hoge opslagpercentage wordt toegepast, namelijk de doorbelaste kosten van inzet personeel en inzet materieel, stijgen van 19,1 miljoen (2025.0 en 2025.1) naar 19,8 miljoen (2026.0). Het hoge opslagpercentage is daarmee gestegen van 24,5% (2025.0) naar 28,6% (2025.1) naar 31,5% (2026.0) van de doorbelaste kosten van inzet personeel en inzet materieel.