12.5 Statutenwijziging - Stichting Media Houten
Tekst van het document
DE BOER & VEROUDEN NOTARISSEN .
STATUTENWIJZIGING STICHTING
d.d. 13 november 2009 Heden, de dertiende november tweeduizend negen, verschenen voor mij, Mr Marco — Verouden, notaris gevestigd te Houten: 1. de heer Gerrit Hendrik KROES, wonende te 3991 KD Houten, Vierschaarserf 5, geboren te Deventer op zeven juni negentienhonderd acht en veertig, (Paspoort — • nummer: NJ2933937, uitgegeven te Houten op zeven en twintig mei tweeduizend vijf), gehuwd; 2. de heer Johannes Cornelus Hendrikus RENSEN, wonende te 3992 XA Houten, Randhoeve 7, geboren te Brummen op dertig juli negentienhonderd zes en zestig, (Paspoort nummer: NJ4308467, uitgegeven te Houten op vijftien juni tweeduizend vijf), gehuwd; -3. de heer Arthur Albert Maria VIERBOOM, wonende te 3991 SK Houten, Léisteen 21, geboren te Rotterdam op vijftien december negentienhonderd drie en zestig, — (Paspoort nummer: NK1168775, uitgegeven te Houten op tien november tweeduizend vijf), gehuwd; ten deze handelend als enige bestuursleden van de stichting STICHTING MEDIA — HOUTEN, gevestigd te Houten, feitelijk gevestigd te 3991 SK Houten, Leisteen 21, — ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30268411.
De.comparanten, handelend als gemeld, verklaarden: - dat het bestuur van de stichting op twintig september tweeduizend negen - met — inachtneming van het bepaalde in de statuten - heeft besloten de statuten van de stichting te wijzigen en deze geheel opnieuw vast te stellen op de wijze als hierna vermeld; - dat van dit besluit blijkt uit een afschrift van de notulen van bedoelde vergadering, welk afschrift aan deze akte is gehecht. Ter uitvoering van gemeld besluit verklaarden de comparanten, handelende als gemeld, de statuten van de stichting gewijzigd vast te stellen als volgt: Naam en Zetel Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: STICHTING MEDIA HOUTEN. 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Houten. Doel Artikel 2 De stichting heeft ten doel: a. Media-aanbod te verzorgen, bestemd voor de gemeente Houten, dat in zodanige mate is gericht op de bevrediging van de in de gemeente Houten levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften, dat haar — programma geacht kan worden van algemeen nut te zijn. b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. • Bestuur: samenstellino. wiize van benoemen Artikel 3 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie bestuurders. 2.
De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vaOatures — moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een — voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en —
2
penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld. . De bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk,doch ten hoogste twee maal herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden. -5. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun — functie gemaakte kosten. Bestuur: taak en bevoegdheden Artikel 4 . Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezw.aring van registergoederen, tenzij het besluit — wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders: — . Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, — waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. 4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden — aanvaard.
Bestuur: vergaderingen Artikel 5 . De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in de gemeente waar de — stichting haar zetel heeft. 2. Jaarlijks binnen zes maanden no afloop van het boekjaar wordt een vergadering — van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde — komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. Daarnaast — wordt elk kwartaal een vergadering gehouden. 3. Voorts worden vergaderingen gehouden, wanneer één van de bestuurders daartoe de oproeping doet. 4. De oproeping tot een vergadering geschiedt ten minste zeven dagen tevoren, de — dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een oproepingsbriet . Een oproepingsbrief vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder. 7. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden — vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en — notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de — secretaris. 8.
Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd. Bestuur: besluitvorming Artikel 6 1. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid
I j3
van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden. 2. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders — aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of — vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de — tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. — 3. Zolang,in een vergadering alle in functie zijnde bestuurderá aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 4. Het bestuur kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen.
Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, — dat na mede-ondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard. • Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuuribesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 6. Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of meer — bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 7. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 8. In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.— Bestuur: defunaeren Artikel 7 Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden of indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan; b. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; c. door zijn aftreden (al dan niet volgens het in artikel 3 bedoelde rooster van aftreden); d. door ontslag door de gezamenlijke overige bestuurders; e. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek. Vertecténwoordioina Artikel 8 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. 2.
De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders. 3. Tegen een handelen in strijd met artikel 4 leden 2 en 3 kan tegen derden beroep worden gedaan. 4. kj.0 bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan — derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Procutmmaraad (ProorammabeleidbeDalend oraaan).
•
4
Artikel 9 1. De stichting kent een programmaraad. Deze heeft tot taak: het vaststellen van een programmabeleid; -• toetsen van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; • het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid . • De programmaraad bestaat uit tenminste zeven leden. . De programmaraad dient zodanig te worden vastgesteld, dat deze representatief is voor de belangrijkste in de gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, — godsdienstige en geestelijke stromingen. In de progranirriaraad hebben tenminste vertegenwoordigers van de navolgende stromingen zitting: - maatschappelijke zorg en welzijn; cultuur en kunst; kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag. werknemers; werkgevers; or-idem/ijs en educatie; - sport en recreatie. . De programmaraad wijst uit haar midden een voorzitter en secretaris aan en voor elk hunner een vervanger. De programmaraad komt tenminste driemaal per jaar in vergadering bijeen. Van — deze vergaderingen worden notulen opgeteld en jaarlijks aan het Commissariaat — voor de Media ter beschikking gesteld. 6. ., De vergaderingen van de programmaraad worden bijgewoond door minimaal een vertegenwoordiger van het bestuur. Bestuursvertegenwoordigers hebben een — adviserende stem. .
De leden van de programmaraad worden door de programmaraad benoemd uit — een of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 10. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, leden van de programmaraad als bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. .• Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met — tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de programmaraad, genomen in een vergadering, waarin tenminste twee/derde van — de programmaraadsleden tegenwoordig is. 9. Is geen voordracht opgemaakt dan is de programmaraad vrij in de keus. 10. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die — • voordrachten. 11. Voordrachten en benoemingen geschieden onverminderd het bepaalde in lid 3.— 12. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in de programmaraad zullen de — overblijvende programmaraadsleden (of zal het enig overblijvende programmaraadslid) binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) — daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s). ' 13. Mocht(en) in de programmaraad om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken dan vormen de overblijvende programmaraadsleden of vormt het enige overblijvende programmaraadslid niettemin een wettige programmaraad. Einde lidmaatschap proorammaraad Artikel 10 1.
Het lidmaatschap van de programmaraad eindigt - indien het lid van de programmaraad heeft opgehouden vertegenwoordiger te zijn. - door bedanken. •
r."
2. Elk lid van de programmaraad treedt uiterlijk vierjaar na zijn benoeming af volgens een door de programmaraad op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond herbenoembaar. Proarammastaf hoofdredacteur Artikel 11 1. De stichting kent een programmastaf, bestaande uit een door het bestuur te bepalen aantal medewerkers onder wie een hoofdredacteur, belast met de leiding van de programmastaf. Een programmastatuut, taakomschrijving van de programmastaf en nadere regelen terzake van de verhouding tussen hoofdredacteur, programmastaf en — andere organen van de stichting worden vastgelegd door de programmaraad, nadat deze de daarbij belanghebbenden daarover geraadpleegd heeft. Het door de programmaraad vastgelegde programmastatuut behoeft instemming van hoofdredacteur en programmastaf. 2. De hoofdredacteur wordt door de programmaraad aangesteld. De hoofdredacteur kan uitsluitend op voordracht van het bestuur door de programmaraad worden ontslagen; zodanig besluit dient tevoren eveneens aan — overleg met de programmastaf te worden onderworpen, indien het ontslag op — journalistieke gronden wordt verleend. . Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien niet binnen een maand na het schorsingsbesluit het in het tweede lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang heeft genomen, 4.
De overige leden van de progranrimastaf worden op voorstel van de hoofdredacteur en/of overige leden van de programmastaf benoemd door het — bestuur, volgens door de programmaraad nader vast te stellen regelen. . Ontslag wordt hen verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur, programmastaf en programmaraad. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft — het de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de programmastaf.-. Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de hoofdredacteur verantwoordelijk en jegens de programmaraad verantwoording — verschuldigd. Boekjaar en leerstukken Artikel 12 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles • betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien u deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de — daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de — stichting kunnen worden gekend. • Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop vah het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.
De balans en de staat van baten en lasten worden — onderzocht door een door het bestuur aangewe2en deskundige. Deze deskundig brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. 4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheider en andere gegevensdragers gedurende door de Wet vereiste termijn te bewaren. 5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging — geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens —
6
tC .
gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. Reglement Artikel 13 1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen — worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven. 2. • Het reglement mag niet met de wet ofdeze statuten in strijd zijn. 3.. Het bestuur is bevoegd het reglement te wijzigen of te beëindigen. 4. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in — artikel 11 lid 1 van toepassing. 'Statutenwijziging Artikel 14 . Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vérgadering waarin alle — bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. . De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. — Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen verlijden. 8. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. Ontbinding en vereffenina Artikel 15 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. 2,; Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 14 lid 1 van overeenkomstige toepassing. 3.
Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het — liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld. Het liquidatiesaldo moet zoveel mogelijk worden bestemd voor een soortgelijk doel als dat van de stichting 4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit — tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. 6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing Slotbeoalingen Artikel 16 1 In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het — bestuur. 2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare; communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt. — Slot akte De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten/partijen is door mij, notaris, aan de hand van de hiervoor gemelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld. Waarvan akte is verleden te Houten op de datum als in het hoofd van deze akte vernield.
Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte en een toelichting daarop aan de — comparanten, hebben dezen verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.
7
1
Vervolgens is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de comparanten en Mij, notaris, ondértékénd. (Volgen handtekeningen) • UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT: