11.2 Uitgave HKIJ
Tekst van het document
lichting Historische Kring IJsselstein o. 120 maart 2008
BLOKHUIS AKKERMANS ] s j C 3 > T ^ ^ . K . i s s E r < r
mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mw. mr drs B.S. de Vries mw. mr M. van Eijk
Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl
Stichting Historische Kring IJsselstein
Nieuwsbrief voorjaar 2008 Van de voorzitter
Lente-avondwandelingen
Sinds I januri mag ik de voorzittershamer van de HKIJ hanteren. Een boeiende en uitdagende functie waarbij ik met veel aspecten van onze cultuurhistorische samenleving in aanraking kom. IJsselstein is bijzonder om zijn levende en zichtbare historie. Het werkterrein van de HKIJ ligt daarom niet alleen bij onderzoek naar en publicatie van geschiedenisfeiten, maar strekt zich uit tot het actief participeren in actuele zaken die ons gemeenschappelijk erfgoed raken. Dat kan zijn van het plaatsen van monumentenborden tot het meedenken over de (her)inrichting van cultuurhistorische gebieden. Een belangrijk doel van de HKIJ is ernaar te streven dat het historisch karakter van de stad behouden blijft en versterkt wordt. IJsselstein is een '5 sterren historische stad' zoals ik dat eerder benoemde bij de discussie rond de uitplaatsing van ons stadsarchief naar Woerden. Een zaak waar wij niet gelukkig mee zijn en waarover veel gesproken is. Maar nu de beslissing is gevallen willen we graag bijdragen aan een goed functioneren van ons archief te Woerden, want daar schortte het te IJsselstein nogal aan. Onder de nieuwe naam 'Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard' zal per i april het IJsselsteins archief in Woerden ondergebracht zijn.
Zoals in het raadsbesluit ligt opgesloten zal daar voldaan worden aan een belangrijke doelstelling van de Archiefwet: 'een studiezaal, deskundige mensen met voldoende tijd om de archieven te inventariseren, ter beschikking te stellen en actief bezoekers te begeleiden, scholen erbij te betrekken, historische verenigingen te begeleiden en e.e.a veel meer promoten (internet).' Als deze doelstelling wordt gehaald mogen we concluderen dat de verhuizing een bijdrage kan leveren onze geschiedenis levend en inzichtelijk te houden. Laten we er voor zorgen dat het IJsselsteins stadsarchief hiermee een plaats in ons cultuurhistorisch hart krijgt.
Ook dit jaar gaan we weer lenteavondwandelen! Op de woensdagen 28 mei, 4, II en 18 juni van 19.30 uur tot 21.00 uur kan men onder deskundige leiding de IJsselsteinse binnenstad beter leren kennen. U hoeft zich niet op te geven en kunt gewoon naar de Plaats bij het Oude Stadhuis komen waarvandaan de wandelingen om 19.30 uur aanvangen.
Bart Rietveld
1 Uitgave 120
*^" ^w^' *
In de wijk Ijsselveld staat aan de Ruimtevaartbaan, vlak bij de gemeentegrens met Utrecht, achter een blokje van twee huizen met de nummers 9 en n , een boerderij. De ruim twee eeuwen oude boerderij is in 1897 ingrijpend verbouwd en toen voor een deel nieuw opgetrokken, zodat het in bouwkundig opzicht geen harmonisch geheel mag worden genoemd. In 1957 is er een dubbel woonhuis voorgezet.
lis
Dit verhaal gaat over een stukje IJsselsteins grondgebied ter grootte van 7 morgen,
s ichliiig Historistlk' Kriiit; l|s.s<is!rin
een oppervlakte die u kunt vergelijken met 8 voetbalvelden. Vanaf het begin van de 17e i eeuw IS deze kavel talloze keren van eigenaar veranderd. Nu is deze inmiddels al 38 i jaar bedekt met woningen, straten en pleinen. De uitgave verhaalt over de lotgevallen
f van dit perceel en zijn eigenaars in een historische context.
Jaarlijkse excursie De jaarlijkse excursie vindt plaats op vrijdag 5 september 2008 kerk en molen te Bronkhorst
en zaterdag 6 september 2008. Dit jaar komen het kleinste stadje van Nederland Bronkhorst en de Hanzestad Doesburg aan de beurt. Met de daar gevestigde V W ' s zijn de contacten voor een goed onderbouwd programma in middels in volle gang. Eind juni hopen we u mee hierover te kunnen vertellen en komen de aanmeldingsformulieren bij u in
vestingstad Doesburg
de bus. Voorinschrijving is reeds mogelijk bij Rietha Winkelaar (0306884080) of via de email: rietha@kabelfoon.net
Symposium IJsselsteins Cultuurhistorisch Erfgoed op zaterdag 19 april 2008. De HKIJ wil met betrokkenen uit de IJsselsteinse gemeenschap van gedachten wisselen over de cultuurhistorische waarde van gebieden waarvan de ontwikkeling op dit moment actueel is. We denken hierbij aan de inrichting van het Kloosterplantsoen en het Kasteelterrein. Ook delen van de binnenstad waarvoor nieuwe ontwikkelingen te wachten staan kunnen aan de orde komen. De HKIJ brengt hierbij 3 stellingen in: 1. Het kasteelgebied dient een open invulling te krijgen met publieksfuncties als kasteeltuin en toernooiveld. De contouren van het voormalig kasteel kunnen zichtbaar gemaakt worden. 2. Bij het Kloostergebied moeten komende ontwikkelingen gericht zijn op het vrije zicht daarvandaan op de oude binnenstad. Na de sloop van de flats aan de Anna van Buurenstraat mag hier geen nieuwbouw plaatsvinden. 3. Wat betreft de binnenstad staan we op het standpunt dat ontwikkelingen rond de Schuttersgracht gebaseerd moeten zijn op onze stedebouwkundige geschiedenis. Geïnteresseerden kunnen zich vóór 15 april aanmelden bij Rietha Winkelaar-Wulfert; 030 6884o8o/rietha@kabelfoon.net Plaats van handeling: Burgerzaal van het Oude Stadhuis, aanvang 10.30 uur en einde 13.00 uur.
Vraag vanuit de redactie De Historische Kring IJsselstein is van plan om de komende tijd aandacht te besteden aan de vele verenigingen die vanaf 1962 bij de Stichting Jeugd en Gezin in de panden Kloosterstraat 5 t/m 9 (Ons Centrum) gevestigd waren. Wij doen een oproep aan allen die in dat gebouw lid waren van een vereniging. Ook clubleid(st)ers vragen wij om informatie en foto's. Als u nog materiaal beschikbaar heeft willen wij dat graag van u lenen! Onze bedoeling is foto's te scannen en terug te geven. Tevens kunt u op donderdagavond (vanaf 20.00 uur) met uw materiaal naar de Bovenwaag, Benschopperstraat 39, komen. Na het scannen kunnen de foto's direct worden meegenomen. U kunt uw foto's ook opsturen naar Rietje ten Berge, Kloosterstraat 5c, 3401 CR IJsselstein. Rietje ten Berge (lid redactieraad)
ACCEPTGIROKAARTEN Om de donateurs tegemoet te komen heeft de penningmeester acceptgirokaarten besteld. Het overmaken van de donaties bleek niet altijd soepel te verlopen. De penningmeester vraagt om niet te lang te wachten met uw donatie omdat de bodem van onze schatkist in zicht is. Voor de komende excursie krijgen de donateurs een acceptgirokaart. Dit om betaling makkelijker te maken en te bespoedigen! De HKIJ bestaat bij de gratie van donateurs en er is geen speelruimte als het geld niet op tijd binnen is. Voor bijvoorbeeld een reisje moeten wij de bus en de organiserende VW's vooruit betalen.
7 morgen tussen Kille en IJsselwetering Hoofdstukken uit de geschiedenis van een oud perceel door Ans van der Linden-Ru^enberg, Hans Jonkers en Ko Peelers
In de Ijsselsteinse wijk Ijsselveld staat aan de Ruimtevaartbaan, vlak bij de gemeentegrens met Utrecht, achter een blokje van twee huizen met de nummers 9 en n , een boerderij. Het zou ons zeer verbazen als dit pand ooit in aanmerking komt voor een plaats op de monumentenlijst. De ruim twee eeuwen oude boerderij is namelijk in 1897 ingrijpend verbouwd en toen voor een deel nieuw opgetrokken, zodat het in bouwkundig opzicht geen harmonisch geheel mag worden genoemd. In 1957 is er ook nog eens een dubbel woonhuis voorgezet. We kunnen ons voorstellen dat u zich verwonderd afvraagt, waarom door ons dan niet gekozen is voor bespreking van één van de tientallen monumentale boerderijen die Ijsselstein rijk is. Het antwoord is dat niet zozeer het pand zelf, maar eerder de grond waarop het staat, uitgangspunt is geweest van ons artikel waarvan u de tekst voor ogen heeft. Dit verhaal gaat over een stukje IJsselsteins grondgebied ter grootte van 7 morgen, een oppervlakte die u kunt vergelijken met 8 voetbalvelden. Vanaf het begin van de 17e eeuw is deze kavel talloze keren van eigenaar veranderd. Nu is het lapje grond inmiddels al 38 jaar bedekt met woningen, straten en pleinen. In dit artikel proberen we de lotgevallen van dit perceel en zijn eigenaars in een historische context te plaatsen, waarbij we ons beperken tot het uitlichten van aspecten.
Belegeraars in 's Heeren Kille
Aan het begin van dit verhaal nodigen wij u uit om in gedachten met ons mee te gaan naar de wijk IJsselveld in het noordoosten van IJsselstein. De namen van straten, pleinen en hofjes zijn hier gebaseerd op de thema's ruimtevaart, televisie, planeten en (half)edelstenen. Even ten noorden van de wijk ligt - vroeger in de gemeente Jutphaas/Nieuwegein, nu gemeente Utrecht - de Nedereindse Plas. De wijk IJsselveld komt, wat vorm en oppervlakte betreft, vrij nauwkeurig overeen met het vroegere tiendblok de Klinckhoef De naam van dit tiendblok
zal zijn ontstaan uit klinck en hove (hoeve). Een klink is een ondiepe plek of zandbank in een rivier. Ter plaatse was dit het Vlowijkerzand langs de IJssel, die in de vroege middeleeuwen in een noordelijke tak voor het bewuste blok stroomde. Het woord ho(e)ve duidt op een bepaalde oppervlaktemaat. Later werd ermee bedoeld: het land dat bij een boer-
derij hoorde. Nog later werd het de algemene naam voor een boerderij. Naar alle waarschijnlijkheid is er nooit een boerderij met de naam 'Klinckhoef' geweest. De benaming heeft uitsluitend met het grondgebied te maken. Nu herinnert alleen de naam van het winkelcentrum nog aan het i6e-eeuwse tiendblok van het kapittel van St.Marie in Utrecht. In noordoostelijke richting werd de Klinckhoef doorsneden door de Poortdijk, vroeger ook wel 's Heren Hofdijk, Veerweg of Kerkweg genoemd. Deze dijk is genoemd naar de poort (=
stad) IJsselstein. De Poortdijk lag tot ca. 1490 precies in het verlengde van de IJsselpoort. IJsselstein was tot dat moment nog vrij kwetsbaar geweest voor vijandelijke aanvallen, onder meer vanuit de stad Utrecht. Dat bleek bijvoorbeeld in 1482 bij de belegering door de Utrechters. Het was toen vooral aan de komst van heer Frederik
van Egmond met een leger Hollanders te In het voorjaar van 1511 trok een Utrechts danken dat de Utrechters het hazenpad legertje - ondanks de oproep van de biskozen. schop om de vrede te bewaren - naar IJsselstein, om onder aanvoering van De Utrechtse belagers namen bij al hun acties steeds dezelfde route: via Jutphaas, de doorslag en langs 't Gein bereikten ze lopend IJsselstein. In feite viel er geen andere, goed begaanbare weg te kiezen, want pas m 1652 werd de Poortdijk verlengd door de aanleg van een pad naar de ridderhofsteden Rijnenburg en Rhijnestein. In dat jaar kocht de heer van Rhijnestein op het IJsselveld een smalle strook grond van 457 roeden, om het pad aan te leggen van de IJsseldijk tot aan het land van Rhijnestem. "Sulcx tselve bij den voornoemde heere tot een stege is geapproprieert." Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw kon men vanuit IJssel-stein Utrecht ook bereiken via de route die over de Poortdijk, de Rhijnestemsesteeg en de Taatschedijk rechtstreeks naar Oude Rijn leidde. Kort na het beleg van 1482 werd in IJsselstein de IJsselbarrière opgericht om voortaan de aanvallen met meer succes te kunnen weerstaan. Vanaf ca.1490 bevond zich een bastion ongeveer op de plaats van de huidige ophaalbrug over de IJssel. Komend vanaf de Poortdijk moesten belegeraars twee maal een hoek omslaan en diverse hindernissen nemen, voordat ze de IJsselpoort bereikten.
Toch weerhield dit IJsselstemse bolwerk de Utrechters er niet van om opnieuw te proberen de IJsselstad in te nemen. Het zal duidelijk zijn dat het eeuwenlang niet zo boterde tussen Utrecht en IJsselstein. Sterker nog, het was onderling haat en nijd en van de 13e tot de i6e eeuw ontaardde dat regelmatig in schermutselingen en oorlogjes. IJsselstein lag in het grensgebied tussen Holland en het Sticht en was voortdurend het slachtoffer van gewelddadigheden.
Karel van Gelre de stad in te nemen. Bij het samenstellen van het Utrechtse leger werden nauwelijks selectiecriteria toegepast: mannen tussen 20 en 70 jaar liepen mee, ook gewone burgers van Utrecht. In een ooggetuigenverslag uit 1511 is te lezen hoe zelfs kreupelen en hinkepoten deelnamen aan de strafexpeditie. In dit verslag wordt vervolgens precies verteld waar dit Utrechtse leger bij IJsselstein aangekomen - zijn kamp opsloeg.
2 (boven). De IJsselpoort met bastion 'Swijgh Utrecht'; tekening uit 1743.
3 (onder). IJsselbrug met op de achtergrond de IJsselpoort, situatie 2008.
n^m^^
Aldus sinnen sij Voor Iselsteyn gekamen Ende hebhen haer Oude leger wer ingenommen In enen dal Geheten den Kijll Slogen sij hem nedder ende svegen stijl Dar sij int belech over xxix iaren Ode bij nacht standeliken wut gerumt warem. Nadere bestudering van de tekst maakt duidelijk dat de Utrechters hun oude stellingen weer innamen, dat wil zeggen: hun tenten stonden op dezelfde plek waar ze in 1482 ook hun kamp hadden opgeslagen. Die plek was een laagte die de Kille genoemd werd. Ze hielden zich stil, want 29 jaar eerder waren ze genoodzaakt geweest om 's nachts op beschamende wijze de aftocht te blazen. De beschutte plaats die de Utrechters uitkozen, was dus de Kille, of: 'Heeren Kille'. Om aan te geven waar deze laagte zich bevond, noemen we heden daagse oriëntatiepunten. Op de plaats waar de Poortdijk en de Noord IJsseldijk (nu: Prins Willem-Alexanderdijk) elkaar kruisten, lag links en rechts een strook die de Kille(n) werd genoemd. Globaal gezien
lagen de Killen tussen de plaats van de tegenwoordige IJsselhal (met de vijver) en zwembad de Hooghe Waerd/Randdijk. Een kil (vergelijk de Dordtse Kil) was oorspronkelijk een waterloop, maar had hier een speciale betekenis van een gedeeltelijk met klei en zand opgevulde oude bedding van de IJssel. De Killen vormden een natuurlijke laagte, omdat er een vrij diepe IJsseltak door had gestroomd en er oeverwallen aanwezig waren. Aan de Prins WiUem-Alexanderdijk (nr. 59) staat nu een woning met de naam de Kille. Deze naam verwijst inderdaad naar het laaggelegen gebied, dat zich iets ten zuiden van het bewuste huis over zo'n 700 m uitstrekte. Frank van den Hoven is de auteur van het boek 'Op ontdekkingstocht door de Krimpenerwaard en Lopikerwaard'. Hij heeft het laatste stukje van de oeverwal van de Killen nog gezien aan de Duitslandstraat, toen er een diep riool werd ingegraven ten behoeve van zwembad de Hooghe Waerd. Door bodemonderzoek heeft Van den Hoven kunnen achterhalen waar de Killen, de verlande
zijtak van de IJssel, precies gesitueerd moet worden. Om de ligging ervan te kunnen aangeven, moeten we vanzelfsprekend namen noemen van tiendblokken en dijken die er kwamen lang nadat de stroom verzand was. De zijtak kwam even voorbij de Rijpickerwaard oostelijk van IJsselstein in polder de Hoge Waard, liep langs de Randdijk, boog verder de Hoge Waard in naar het midden, verliet de polder waar de Poelwaard begon en kwam meanderend op de IJssel af Oudere IJsselsteiners zullen zich wellicht herinneren dat in herfst en winter het
ten om de stadsmuur van IJsselstein te vernielen. Men had zelfs een oude ploeg meegezeuld, om na de inname van IJsselstein triomfantelijk alle straten om te ploegen.
land ten zuidwesten van de IJsseldijk (nu Oranjekwartier) onder water liep en bij vorst konden aanwonenden vanuit hun achterhuis de schaatsen onderbinden.'
Kille door te brengen, op ruim 500 m afstand van de IJsselsteinse stadmuur. Daarom kwam er elke avond 600 man voetvolk om bij de burgers de wacht te houden.
De Utrechters kozen dus in 1511 weer voor de Kille(n), de natuurlijke beschutting in het landschap even ten zuiden van de toenmalige Noord IJsseldijk. Ze waren bepaald niet onvoorbereid op pad gegaan. Kanonnen met illustere namen als Zwarte Griet en Rode Hond werden meegesleept naar de IJsselstad. Volgens de geschiedschrijver hadden ze verder 21 kleinere kanonnen, mortieren, brandkogels van 20 pond per stuk en 2 katapul-
In de Kille gelegerd, gingen de Utrechts burgers 's avonds een beetje stoer doen. Ze liepen naar de Hoge Waard om het daar opgestelde geschutsstuk te bekijken. De Utrechters lagen veilig en wel verschanst in de laagte. Ondanks de natuurlijke beschutting van de ruimte waren ze angstig om de stikdonkere nacht in de
De afloop van dit relaas is waarschijnlijk wel bekend. Het lukte de IJsselsteiners om de Utrechters op de vlucht te drijven, vooral dankzij de komst van Floris van Egmond en Hendrik van Nassau met een sterk leger. Het slot van liedje was dat het verslagen Utrechtse burgerleger naar huis strompelde met.. "gehavende smoelwerken, bloedende koppen, behlaarde voeten en gewonde nekken". De vrouwen en pries-
ters die m Utrecht waren achtergebleven om de stad te 'bewaken' , hadden zich intussen wekenlang kostelijk geamuseerd, daarover laat het verhaal uit 1511 geen enkele twijfel bestaan. Toen deze paters en vrouwen het allesbehalve fiere Utrechtse leger zagen terugkeren en m die groep hun eigen stadsgenoten niet meer herkenden, sloten ze uit angst de stadspoorten Later m het jaar 1511 werd er vrede gesloten tussen Holland (keizer Maximiliaan en de heer van IJsselstein) enerzijds en het Sticht (de bisschop van Utrecht en de heer van Montfoort) anderzijds Deze vrede was nog niet echt definitief Tijdens de Gelderse oorlog was er een hernieuwd conflict met Utrecht, wat m 1528 leidde tot brandschatting van IJsselstein, waarschijnlijk door Maarten van Rossum De verhoudingen bleven zeer gespannen tot ca 1600 Na het jaar 1600 ontwikkelde de handel tussen de voormalige aartsvijanden zich en zo kon het gebeuren dat luttele jaren na de conflicten een stuk grond m tiendblok de Klmckhoef door een inwoner van IJsselstein werd verkocht aan een Utrechter' Op 22 juni 1626 verkocht Claes Adnaansz van Meerland (burger te IJsselstein) aan Peter Dirkss van der Weij (burger te Utrecht) 5 morgen land, gelegen op 't IJsselveld m de Klmckhoef strekkende van de hoge IJsseldijk tot de landscheiding van Jutphaas en een uiterdijkje (daaraan grenzend) groot ongeveer 2 hont, gelegen tussen de IJsseldijk en 's
heren killen Claes van Meerland was m IJsselstein een belangrijk man Hij was er enkele jaren gasthuismeester geweest en bewoonde gedurende 30 jaar het aanzienhjkste huis van de Benschopperstraat
De Sleutel op nr 25 Deze akte van transport is op dit moment - althans voor de schrijvers van dit artikel - de oudst bekende vermelding van het perceel dat eeuwen later een onderdeel was van de bezittingen van de IJsselstemse familie Van Schaik De verkoopprijs uit 1626 is met bekend, maar zal enigszins m de buurt gelegen hebben van de ƒ 3250,- waarvoor dezelfde kavel in 1640 werd verkocht aan Harman Janss Van Nes(ch) Bij deze laatste transactie werd schriftelijk toegevoegd dat de bewuste grond bezwaard werd met jaarlijks 5 stuivers ten behoeve van de kerk m IJsselstein en eveneens 5 stuivers ten behoeve van het Ewouds gasthuis ''' Het meest zuidelijke deel van het perceel bevatte zware nvierklei Het middengedeelte was van oorsprong een stroomrug met makkelijk te verwerken, vruchtbare grond Het door Van Meerland verkochte perceel maakte deel uit van de Klmckhoef Dit tiendblok was verdeeld m wel 40 percelen, die elk m de loop der eeuwen diverse keren van eigenaar of pachter wisselden Er is bijvoorbeeld een leenbrief van Karel V bekend (gedagtekend 8 oktober 1555) waarbij aan Cornells Jans De Wilde beleend werd éene halve houve lands gelegen m de gerechte van Iselsteijn geheten de Clynkhouve ^ Het middelste deel van de Klmckhoef werd 't Veld genoemd We bedoelen het deel ten noordwesten van het tweede stuk van de Poortdijk Op diverse plaatsen m het rivierengebied komen namen met
het woord veld voor Vaak blijken dat gebieden te zijn m de nabijheid van locaties die m de 9^ of 10^ eeuw al bewoond werden Deze veW-gebieden werden gebruikt door de bewoners van de nabijgelegen nederzettingen voor het winnen van hout en net, voor jacht en visserij of
Het perceel van 7 morgen in de Clinckhoef
als weidegebied. Het deel van de Klinckhoef aan de zuidoostelijke kant van de Poortdijk heette 't Rot. De betekenis heeft te maken met rode (vergelijk: rooien, = ontginnen). Het bijgaande kaartje toont waar de in 1626 (afb. 6) verkochte kavel lag.^ De breedte is ongeveer 130 m. Zelfs nu is de
Poortdijk
breedte van de kavel nog heel goed te belopen. Vanaf woning de Kille (Prins Willem-Alexanderdijk 59) liep de ondergrens van de kavel min of meer tot iets voorbij het vreemde knikje in het wegdek ter hoogte van huis nr. 71/73. (Die vreemde kronkel is trouwens op oude kaarten ook al te zien.) De lengte van de kavel was ongeveer 500 m, namelijk tot de IJsselwetering, de grens met het vroegere Jutphaas. Ten zuiden van de IJsseldijk lag nog een klein stukje van het perceel, in de uiterwaard tussen de Kille en de IJsseldijk. Vanaf dit moment is er een aantoonbaar verband tussen het bovengenoemde lapje grond in 't Veld op de Klinckhoef en de landgoederen die behoorden tot de ridderhofstad Rijnenburg te Jutphaas, gelegen in het Nedereind, aan de Nedereinds(ch)e(n)weg. In 1661 werden de 5 morgen (zie boven) namelijk verkocht aan Willem baron de Renesse de Baer, heer van Rijnenburg. Deze baron
Willem bezat al een aangrenzend stukje van 2 morgen in de uiterwaard • grenzend aan de Kille - en samengevoegd werd dat dus 7 morgen. Deze 7 morgen bleven vervolgens ruim drie eeuwen een perceel vormen, tot de laatste eigenaar, Antoon van Schalk, dit stuk land, samen met andere bezittingen, aan de gemeente IJsselstein verkocht ten behoeve van de bouw van de woonwijk IJsselveld. Het perceel van 7 morgen werd dus toegevoegd aan de bezittingen van ridderhofstad Rijnenburg, in die tijd doorgaans Huis te Gend (Gent) genoemd. Enkele eeuwen vóór deze aankoop leefden de bewoners van Rijnenburg trouwens nog op gespannen voet met de IJsselsteiners. De heren van IJsselstein zagen er namelijk in 1481 geen bezwaar in om via list en bedrog kasteel Rijnenburg in handen van bisschop David van Bourgondië te spelen. Bijna heel Jutphaas was geplunderd en in brand gestoken, alleen de hofsteden Vronenstein, Rijnenstein en Rijnenburg waren voor deze ellende
6 (hierboven). Kaartje van de kavels nr. 62 en 63, grenzend aan de Killen.
7 (links). Tramovergang Poortdijk/ Televisiebaan. Op het kaartje Is dit nagenoeg de plaats waar de Rhljnesteinsesteeg begon.
gespaard gebleven, omdat die tijdig door de Utrechters waren versterkt. Toch lukte het bisschop David om het huis Rijnenburg in handen te krijgen, en wel op de volgende manier. De heren van IJsselstein hadden op hun kasteel een gevangene, Brendt Paradin geheten, die aanbood om huis Rijnenburg op een gemakkelijke wijze voor de bisschop van Utrecht te veroveren en zo zichzelf als beloning vrij te kopen. Deze Brendt kende namelijk een
zwakke plek van het gebouw, zodat je ongemerkt kon binnendringen. Tijdens de regenachtige avond van 28 november 1481, voeren 50 IJsselsteinse mannen op aanwijzingen van Brendt in bootjes over de gracht en drongen via een gat in de keldermuur huis Rijnenburg binnen. Allen die zich daar bevonden, werden vastgebonden en de aanvallers deden zich rijkelijk tegoed aan het aanwezige eten en drinken. Toen ze voldaan waren, richtten ze vernielingen aan en staken het kasteel in brand. Het is niet bekend of de geboeide bewoners het avontuur hebben overleefd. Evenmin is bekend of Brendt Paradin na deze missie zijn vrijheid terugkreeg. Boerderij 't Veld In 1677 werd ridderhofstad Rijnenburg, compleet met alle landgoederen (dus ook 'ons' stukje grond van 7 morgen) verkocht aan Aernout Bartholotti Van den Heuvel, gezegd Beichlingen, intussen jaarlijks bezwaard met 15 stuivers voor kerk en Ewouds gasthuis.
Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Geertruyd Cornelia Bartholotti (een dochter van Aernout.') gaf op 30 juni 1736 van de ons inmiddels bekende 7 morgen een stukje van een halve morgen in eeuwige erfpacht aan Claas de Cruyff (ook: De Kruyff), op een jaarlijkse canon van 12 gulden en 3 koppels hoenderen. Het ging om het meest zuidelijke stukje van het perceel, bij de Noord IJsseldijk (nu: Prins Willem Alexanderdijk). Het stukje wordt in de verkoopakte uyterdijkje genoemd en grensde ooit aan de Killen. Claas was tot dan toe gewoon pachter geweest. Op dat stukje erfpachtland bezat Claas de Kruyff een huisje waarin hij met vrouw en drie kinderen woonde. Het huisje heeft gestaan op de plaats waar nu de reeds hiervoor vermelde woning met de naam 'de Kille' staat. Het is waarschijnlijk dat de woning van Claes de Cruyff tot circa 1780 de enige boerderij op het perceel van de 7 morgen is geweest. De Cruyff kreeg de boerenwoning in erfpacht. Erfpacht was voor het
hele leven van een persoon bedoeld en voor diens nakomelingen. De erfpacht verviel als de laatste erfgenaam was gestorven, of bij omzetting in pacht of eigendom. Het feit dat in het geval van Claes de Cruyff de erfpacht vanaf de zomer van 1736 werd vastgesteld op 12 gulden en 3 koppels hoenderen, wijst vrijwel zeker op aanzienlijke verbouwing van de boerenwoning, of op nieuwbouw van een pachthoeve. Het is goed mogelijk dat op die plaats al een huisje stond voor 1736, al blijkt dat niet uit de kaart van Adan. Er is wel een vermelding van Barent de Cruyff (vader van Claes.^) uit 1734 op deze plek. Barent betaalde de laagste belasting aan de stad, een aanwijzing voor een simpele woning. Door Claes de Cruyff werd dus wellicht een grotere pachthoeve gebouwd die aan de IJsseldijk was gelegen en niet op de plaats van de latere boerderij van de familie Van Schaik, die omstreeks 1785 aan de IJsselwetering werd gebouwd. Deze ca. 1785 gebouwde boerderij is altijd naamloos gebleven. Om praktische
land van IJsselstein
redenen hebben we deze hofstede binnen het kader van dit artikel de naam 't Veld gegeven. Na de dood van Claes {1765) werden zijn zoon Willem en diens vrouw Geertruy van Baardewijk pachters van de halve morgen. Waarschijnlijk hebben zij geen vette jaren gekend op de pachthoeve. Willem stierf in 1780 en werd van de armen begraven, een teken dat het slecht boeren was en dat hij bepaald niet de middelen had om een tweede boerderij te bouwen. Vervolgens werden in 1774 ridderhofstede Rijnenburg met bijbehorende landerijen (waaronder ook de 7 morgen, inclusief de halve morgen van de familie De Kruyff) verkocht aan de nieuwe heer van Rijnenburg. Zijn naam luidde: Anne Willem Carel, baron Van Nagell. Hij was burgemeester van de stad Zutphen. Ook was hij 'edelman van de bedkamer van Zijne Doorluchtige Hoogheid de Prins'. Uit de transportakte blijkt dan dat de 7 morgen (nr. 62 en 63) - gekenschetst als
bouw- en weiland - voor 4200 gulden verkocht werden, inclusief de opstallen. We zien dan dat die opstallen op 8 juni 1775 omschreven worden als: 'een huisinge, een boerewoninge en verder getimmerte, strekkende uit de Gapersloot tot de landscheiding van Jutphaas toe' Merkwaardig is het feit dat boerderij 't Veld van Van Schaik rond 1785 niet aan de IJsseldijk werd gebouwd, - bijvoorbeeld in plaats van de pachtboerderij die daar al stond - maar als enige hoeve aan de IJsselwetering (de Jutphase Landscheiding) werd gesitueerd, vrij diep in het land liggend. Bovendien is boerderij 't Veld gebouwd met de voorkant naar het noorden (afb. 10), dus gericht op kasteel / ridderhofstad Rijnenburg. De achterzijde, met erf, hooiberg en verdere opstallen is gericht op het zuiden (IJsselstein). Dat lijkt vreemd, omdat Rijnenburg zo'n 5 jaar vóór de bouw van boerderij 't Veld al werd gesloopt. De keuze van deze ligging had daarom in ieder geval niets te maken met een zekere vorm van eerbetoon aan de heer van Rijnenburg: er stond vanaf
ca. 1780 immers helemaal geen ridderhofstede meer. Misschien speelde de persoonlijke voorkeur van de eerste bewoners van beide boerderijen wel een rol bij de ligging ervan. In het volgende hoofdstuk zullen we zien dat twee schoonzussen - beiden weduwe - de twee boerderijen gingen bewonen. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen voor een oudere boerderij aan de IJsselwetering op de plaats waar in circa 1785 boerderij 't Veld zou worden gebouwd. Wel is er een kleine mogelijkheid dat boerderij 't Veld is ontstaan als woning bij een paardenmolen (afb.ii), waarvan er meer langs de IJsselwetering stonden. Rond 1680 stond er hier, of vlakbij, een door een paard aangedreven particuliere molen die de gronden binnen een boerenbedrijf bemaalde. Tegenwoordig gebruikt men daarvoor kleine elektrische gemalen. Een paardenof rosmolen stond gewoonlijk op een door bomen of struiken omgeven terrein. Een en ander staat aangegeven op de kaart van G.Reets uit 1684.
Tussen boerderij 't Veld en de tegenwoordige hofstede Rijnenburg aan de Nederemdseweg hgt nu de Nedereindse Plas, ook wel de Put van Weber genoemd. Uiteraard was de plas er vroeger nog niet. Staande op een heuvel vlak bij die hofstede Rijnenburg kijkt men pal op boerderij 't Veld die precies anderhalve kilometer verder ligt in de richting van IJsselstem. Wat de exacte ouderdom van boerderij 't Veld betreft: die is niet bekend. Het is zo goed als zeker dat Catharina Benschop samen met haar man Arie van Kippersluis als pasgetrouwd echtpaar in 1785 boerderij 't Veld als huurders al bewoonden. Arie overleed er in elk geval een jaar later. In dit artikel nemen we daarom 1785 als vermoedelijk bouwjaar van 't Veld. Eén van de onzekere factoren in dit verhaal is de kwestie of er voor 1780 al een boerderij op het terrein van kasteel/ridderhofstede Rijnenburg heeft gestaan. Vanaf 1405 had het kasteel 2 hoeven land (circa 27 ha) in bezit tussen de Nedereindseweg en de IJsselwetering. In
1775 was dit bezit al uitgebreid tot 42 morgen land, ofwel zo'n 36 ha, (35 onder Jutphaas en de 7 morgen onder IJsselstem) We hebben geconstateerd dat zeker vanaf 1661 die 7 morgen m 't Veld al tot de landgoederen van Rijnenburg hebben behoord Vaak was aan een kasteel een boerderij verbonden Normaalgesproken lag die op de voorburcht, maar de boerderij kan ook verderop hebben gelegen Wat is nu met zekerheid bekend over een boerderij bij kasteel (na 1536 ndderhofstede) Rijnenburg' Het enige dat vaststaat, is dat vóór het kasteel een voorburcht lag die al m 1336 wordt genoemd Deze kende volgens een tekening m het ridderhofstedenboek circa 1665 een wemig samenhangende bebouwing, die rond 1700 was vervangen door een blokvormig gebouw op de noordoosthoek Delen van dit i7e-eeuwse blokvormige gebouw bevinden zich nog m het woongedeelte van de huidige boerderij Rijnenburg Wij hebben nu geen concrete aanwijzing dat er op het terrein van het kasteel zelf ooit een boerderij heeft gestaan De huidige boerderij Rijnenburg (zie afb ^')is pas m de tweede helft van de i8e eeuw ontstaan door verbouwing c q samenvoeging van enkele bijgebouwen als koetshuis, koetsstallmgen en poortgebouwen ^ Op dit moment is er volgens ons onvoldoende reden om aan te nemen dat de rond 1800 ontstane boerenhofstede Rijnenburg op die plaats een oudere voorganger zou hebben gehad
Er zijn volgens ons twee mogelijke opties I Er was voor 1780 helemaal geen boerderij op of bij Rijnenburg aanwezig Alle agrarische activiteiten vonden plaats vanuit een boerderij op 't Veld Dat zou dan de pachthoeve van de
familie De Cruyff aan de IJsseldijk zijn geweest 2 Er was vóór 1780 wel een boerderij op het terrein van Rijnenburg (of daar vlakbij) gelegen, bijvoorbeeld aan de andere zijde van de Nederemdseweg Maar het terrein (42 morgen) was op een zeker moment te groot om met éen boerderij te beheren Toen werd er aan de andere kant van het landgoed, m 't Veld, een tweede boerderij in gebruik genomen, waarschijnlijk de pachtboerdenj van De Cruyff m 1736 Vanaf ca 1785 werd deze pachtboerdenj vervangen door hofstede 't Veld. Wellicht zal later onderzoek m het archief van het huis Rijnenburg (en/of van de families die het kasteel hebben bezeten) uitwijzen hoe het m werkelijkheid is gegaan Zoals m het voorafgaande al werd gezegd, werd ndderhofstede Rijnenburg m 1774 verkocht aan Anne Willem Carel, baron van Nagell Zes jaar later, m 1780, verkocht deze heer Anne van Nagell ridderhofstad Rijnenburg met de bijbehorende grond aan zijn broer Jacques, baron van Nagell Het vermoeden bestaat dat deze broer zeer gecharmeerd was van de titel "Ridderhofstad Rijnenburg", maar verder geen zm had om zich te bekommeren om gebouw en landgoederen Het IS namelijk wel heel opvallend dat deze broer Jacques m datzelfde jaar 1780 al toestemming vroeg aan de vroedschap van Utrecht om het pand te mogen slopen Alles wijst erop dat baron Van Nagell in 1774 duidelijk de intentie had het vervallen kasteel af te breken
en er een moderne boerderij te bouwen Dat werd de hofstede Rijnenburg, die tussen 1780 en 1800 voltooid werd Dat paste m het streven om de landerijen te exploite-
ren, aan de noordkant vanuit Rijnenburg, aan de zuidkant vanuit de circa 1785 gebouwde boerderij 't Veld, die - gelegen aan de IJsselwetering - precies in het verlengde van het landgoed zou komen te liggen. Daarvoor moest alles in één hand worden gehouden. De spilfiguur zal Cornells van Kippersluis zijn geweest. Hij wist het landgoed binnen de famihe te houden en uit te breiden.
nog jeugdherinneringen hebben aan schaatspartijen op de bevroren slotgracht. Op de plaats van kasteel en slotgracht is nu slechts weiland te zien. Toch is er nog één detail dat wijst op een eeuwenoude historie. Ooit was de buitengracht omsloten door een singel. Een stukje van die singel - een vreemd gebogen stuk sloot in de vorm van een boemerang - is nu nog steeds in het land zichtbaar.
Overigens mogen we aannemen dat Rijnenburg in 1780 in een slechte staat verkeerde. In de verkoopakte wordt namelijk vermeld: "ruïne van Rijnenburg". Kort daarna vond de sloop van het gebouw plaats. Koetshuis en poortgebouw werden niet afgebroken, maar werden tussen 1780 en 1800 verbouwd tot een dwarshuisboerderij die de naam kreeg van de verdwenen ridderhofstad: 'Hofstede Rijnenburg'. Deze boerderij staat nog steeds aan de Nedereindseweg. Van het kasteel zelf is niets meer bewaard gebleven. De buitengracht verdween als laatste. Een gedeelte hiervan werd pas in 1957/1958 gedempt door de heer Ben van Schalk, een broer van de laatste eigenaar van de 7 morgen, de heer Toon van Schalk. Het is dus goed mogelijk dat er onder de lezers vijftigplussers zijn die
Twee weduwen, twee boerderijen In 1797 verkocht baron van Nagell de bezittingen van Rijnenburg. De kasteelruine was al jaren daarvoor gesloopt. De verkoop omvatte: 1. Huisinge en boerewoning met 7 morgen land in 't Veld voor 6 8 0 0 gulden 2. 35 morgen land op het grondgebied van Jutphaas voor 10.000 gulden Om te weten aan wie deze bezittingen werden verkocht, is enige achtergrondinformatie over de kopers onmisbaar. Dit is het moment bij uitstek om twee IJsselsteinse families ten tonele te voeren. De families Van Kippersluis en Van Schalk waren invloedrijk en vermogend. De gegevens van de familie Van Schalk gaan in rechte lijn terug tot 1620, wan-
neer melding wordt gemaakt van de geboorte van Teunis van Schaik. Ook de familie Van Kippersluis heeft een eeuwenlange voorgeschiedenis in IJsselstein en directe omgeving. De familienaam wordt in documenten ook geschreven als Van Kippersluys of Kippersluis (zonder van). De familie Van Kippersluis bezat veel land aan de noordelijke kant van de IJssel en leden van de familie waren pachters van tienden. Er werd ooit een tiendblok naar een sluis genoemd, de oorspronkelijke Keper-sluis, een sluis met een V-vorm in een IJsselgeul. Dat tiendblok heette de Kippersluis. De familienaam is daarvan afgeleid. Bekend is dat in 1580 ene Philip Jansz. van Kippersluis werd geboren en aan de IJsseldijk woonde. De twee families werden in 1792 door een huwelijk met elkaar verbonden. In 1754 trouwde Cornelis van Kippersluis met Anna van der Wal. Dit echtpaar kreeg zes kinderen. Dochter Aaltje en zoon Arie zijn binnen het kader van dit artikel interessant. Arie van Kippersluis trouwde in 1785 met Catharina Benschop. Na hun huwelijk woonden en werkten ze op boerderij 't Veld. Ze huurden deze hoeve van de heer van de voormalige ridderhofstad Rijnenburg, baron van Nagell. De pasgebouwde boerderij maakte deel uit van de bezittingen van Rijnenburg. Al een jaar later overleed Arie op de leeftijd van 30 jaar en bleef Catharina kinderloos achter.
Zij zou niet hertrouwen en bleef nog een aantal jaren in boerderij 't Veld wonen. Dochter Aaltje van Kippersluis trouwde in 1792 met Gerrit van Schaik. Zij woonden op het Hogeland. Ook Aaltje werd relatief korte tijd later weduwe, toen haar
man Gerrit op 41-jarige leeftijd in 1800 op het Ho(o)ge(n)land overleed. Cornelis van Kippersluis had dus een dochter en een schoondochter die beiden op vrij jonge leeftijd weduwe waren geworden. We komen nu terug op de bovengenoemde verkoop van de bezittingen van de voormalige ridderhofstad Rijnenburg. Alles werd in 1797 verkocht aan Cornelis van Kippersluis en zijn schoondochter Catharina, de weduwe van zijn zoon Arie. Ieder van hen kwam in het bezit van de helft van het verkochte. Catharina Van Kippersluis-Benschop woonde al enige tijd op hofstede 't Veld, zij huurde tot 1797 de woonruimte en bleef daar dus gewoon wonen, maar na 1797 voor de helft als eigenares. Boerderij 't Veld was toen nog vrij nieuw. Catharina verkocht haar helft van boerderij 't Veld voor 3400 gulden door aan haar schoonzus Aaltje Van Schaik-Van Kippersluis, dochter van Cornelis, in 1800 weduwe geworden. Aaltje kwam na het overlijden van haar vader Cornelis (11 april 1804) in het bezit van de andere helft van de boerderij. Waarschijnlijk is zij toen met haar vier kinderen op 't Veld komen wonen. Behalve de bekende 7 morgen kwamen ook andere percelen in haar bezit. Op de plaats van de voorburcht van het gesloopte Rijnenburg werd een boerderij gebouwd. Enkele niet afgebroken objecten (koetshuis en poorthuis) werden in deze hofstede Rijnenburg geïntegreerd.
Catharina ging op de hofstede wonen die nu - met de bijbehorende percelen - haar eigendom was. Zij heeft vervolgens nog lang geleefd: op de leeftijd van 96 jaar overleed zij te IJsselstein, in het huis aan de Benschopperstraat nr. 121.
De verdere lotgevallen van de familie Van Schalk Het perceel van 7 morgen in 't Veld op IJsselsteins grondgebied was maar een klein deel van de geërfde bezittingen van Aaltje. Op het grondgebied van Jutphaas was nog veel meer grond haar eigendom geworden. Op (een detail van) de kaart van de gemeente Jutphaas, sectie A, genaamd West-Nedereind, zijn genummerde percelen te zien. In het roze deel staan de nummers 402 t/m 419. Dit langgerekte stuk grond, ongeveer i i o o m lang en 230 m breed, was ook in het bezit van Aaltje gekomen. Het land hoorde tot 1797 tot de bezittingen van ridderhofstad Rijnenburg. Het perceel van 7 morgen in 't Veld (inclusief de boerderij 't Veld), sloot onmiddellijk aan bij de bezittingen op het grondgebied van Jutphaas. Bij de percelen met de nummers 407, 409 en 418 is de overgang naar de 7 morgen in 't Veld op IJsselsteins grondgebied. De percelen van Aaltje werden voor verschillende doeleinden gebruikt. Er was een afwisseling van weiland (bijv. 402 t/m 405), bouwland (bijv. 406) en tuin (bijv. 407 en 408). Zelfs een stukje Bosch ontbrak niet. Dat is het kleine stukje 411a, precies in het midden gelegen. Mogelijk was dit een zg. 'pestbosje'. Het grondbezit van Catharina van Kippersluis-Benschop, verkregen uit de erfenis van haar schoonvader, is op het kaartje groen aangegeven. Het gaat om de hofstede Rijnenburg met de omringende percelen 386 t / m 401.
Deze percelen bestonden gedeeltelijk uit boomgaard (bijv. 392 en 393), bouwland (bijv. 394 t/ m 397) en weiland (bijv. 399, 4 0 0 en 401). Catharina bezat nog wel meer land op Jutphaas' grondgebied, maar die perce-
len zijn op dit kaartje niet te zien. Aaltje van Schalk-Van Kippersluis bleef tot 1834 met haar vier kinderen op boerderij 't Veld wonen. Ook zij hertrouwde niet. Zowel weduwe Aaltje van Schalk-Van Kippersluis als weduwe Catharina van Kippersluis-Benschop worden in officiële documenten bouwvrouw genoemd. Aaltje's jongste kind, Arie, trouwde in 1829 met Judith van Wijk. Deze zoon Arie wilde graag een eigen boerderij beginnen. Het jonge echtpaar had de keus: of de ouderlijke boerderij 't Veld kopen, of de te koop staande boer-
derij van Spelt aan de Panoven kopen. De keuze van het stel viel op boerderij 't Veld. Dat werd hen aangeraden door moeder (of grootmoeder), omdat dat gezonder zou zijn voor de kinderen. De boerderij aan de Panoven stond nogal dicht bij de bebouwing van IJsselstein en dat werd als ongezond beschouwd. Op 17 juli 1834 werd boerderij 't Veld met het bijbehorende land (onder meer de 7 morgen) getaxeerd door Willem Verwey en Emmeric van de Ham: "Een hofstede bestaande in een huis, schuren, twee hergen en een hergschuur met de grond waarop de getimmerdten staan, met 4 hun-
IJsselpoort en de sluis van Montfoort. Uiterst rechts naast de sluis is de woning afgebeeld van Willem Vreeswijk. Dit pand was een logement waar landmeter Hattinga zou hebben overnacht. Het lijkt ons een voor de hand liggende gedachte dat het hier hetzelfde huis betreft waarin zo'n 84 jaar later Aaltje introk bij haar dochter en schoonzoon. Op 16 november 1834 ondertekende Aaltje haar testament, waarin ze een som van ƒ 1300,- legateerde aan elk van haar twee zoons en aan haar schoonzoon Gerbert. Haar dochter Anna was inmiddels overleden. Aaltje van Schalk-Van Kippersluis overleed op 16 april 1850 - op 86-jarige leeftijd - te Montfoort. Arie en Judith hebben na hun intrek in boerderij 't Veld niet veel gelukkige jaren gekend. Het was wrang dat - in de boerderij die nota bene uitgekozen was vanwege de gezonde omgeving - vier van hun kinderen op jonge leeftijd stierven. Tot overmaat van ramp overleed Judith zelf in 1851, op de leeftijd van 42 jaar.
Het logement in Montfoort (rechts van de sluis) waar Aaltje introk.
Naast zijn werk op de boerderij was Arie heel actief in de gemeentepolitiek. Van 1848 tot 1885 was hij gedurende 37 jaar ononderbroken raadslid. Zelfs in het jaar ders en 86 roeden en ^o ellen. Zoo wei als boomgaardland staande en gelegen onder de van zijn overlijden zat hij als 86-jarige gemeente IJsselstein in de polder het IJsselvelt". nog in de gemeenteraad. Aan de felle discussies rond de plannen om een nieuDe waarde werd bepaald op 10.000 gulwe rooms-katholieke kerk te bouwen den. Twee weken later kocht Arie, zoon nam hij - als katholiek -wellicht van harte van Aaltje, voor dat bedrag boerderij 't deel. Daarnaast was Arie tussen 1858 en Veld met de grond. Hierin zat ook zijn 1870 wethouder in IJsselstein. Andere eigen erfdeel. functies die hij bekleedde waren: lid van de commissie die de gemeenterekening Moeder Aaltje ging vervolgens bij haar onderzocht en voorzitter van het stembudochter Anna en schoonzoon Gerbert reau in 1873. Bovendien had Arie zitting (Gijsbertus) Vreeswijk wonen. Zij in de commissie voor de schutterij in beheerden in Montfoort een logement. IJsselstein. Schutters waren tussen circa Er bestaat een prent, in 1750 getekend 1350 en 1907 groepen van burgers die de door P. van Liende, voorstellende de
stad konden beschermen tegen overvallers en ander gespuis. De activiteiten van de schutters stelden in die jaren echter weinig meer voor. In het jaar 1866 werd er naar schatting door elke IJsselsteinse schutter totaal nog maar zo'n 22 uur geoefend, waarbij het nuttigen van gratis schuttersbier niet werd geschuwd. Daar kwam nog bij dat in 1898 een algemene dienstplicht werd ingevoerd, waardoor de schutterijen helemaal overbodig werden.
In de volgende generaties was telkens een zoon die boer werd op 't Veld. Arie, de in 1836 geboren zoon van de hierboven vermelde Arie en Judith, trouwde in 1873 met Annigje Peek. Zij hebben meegemaakt hoe in 1876, vlak naast hun land in 't Veld, tijdens zandafgravingen in de bedding van de Killen, in de boomgaard van Arie Bos een schip werd gevonden. De toenmalige provinciale Utrechtse Courant besteedde aandacht aan de vondst.
Fabrieken kende IJsselstein tijdens het leven van deze Arie nog niet. De meubelindustrie kwam pas aan het eind van de 19e eeuw grootschalig van de grond. Natuurlijk waren er buiten de stad wel de steenfabrieken. Er was echter vóór de komst van de meubelfabrieken wel degelijk een stoommachine binnen de IJsselsteinse stadsgrenzen. Die werd namelijk in 1881 in de korenmolen aangebracht om ook bij windstil weer te kunnen malen.
Deze boer Arie van Schalk heeft tijdens de jaren dat hij boerderij 't Veld bewoonde het silhouet van IJsselstein danig zien veranderen. Vanaf zijn land zag hij aanvankelijk op enkele honderden meters afstand eigenlijk alleen de oude N.-h. Nicolaaskerk met de toren van Pasqualini, het stadhuis, de molen en het kasteel boven de woningen uitsteken. In het jaar 1887 werd de rooms-katholieke St.Nicolaaskerk voltooid. De 70 m. hoge toren van het op 1091 heipalen staande
BID VOOR DE ZIEL VAH /ALIOER
mi
VAN SCHAiK GL. • wMawQur TUI
J U D I T H YAH WIJK,
ia leTflB lid TSB des Baatl dftr ffUMMRte IJiuUtriB. •Mrvfw* MM da fl anyainwiiaw, « M T M M t« ÏJnttiMtt dtn iS ^M0w<iM« MAS, Oetaafiag «on O. £. Froww* Htm^Mtnrt, jn dn* g—igwijtw OMdtnlom Mu> bff«a «M «> tatktig jarrm , ttt dm £tf UMgiwtM* iaamaiuKttiitn^ op Jut Stut De TXMz^ Ooón ia de ro«m des ffrttBMtrds. Knll TX T 8 Met nt'W alt het leven «oheldende, liMft bg slok dor grysbeid wft&rdlg getooitd, ea dta jongeren een krachtig voorbeeld eobtergeleten. a Hachab VI 37, SS. Van bem kan even aU van Tobloii gezegd worden de rest van zQu leven braobt b^ Is blDdarbap door, en aobetddo ebKleltJk In Viêde. VDorslen VAn vele vracbten iler vreeze Oods. Tohlaa XIV 4. Sn by kon met Toblae ceggon Kinderen, iQlatert naar nvren Vader, dient den Heer met opreobtbeld en koekt, wat Hem bebagotuk Ie. Tobias XIV. 10 Deze dood 18 geen dood, raaiu-eene overgang en verandering vau woonplaats, van eene «lecbtere tot eeuo betere H Cbrrsost O L. Vrouw van bet H, Hart, bid voor ons I (100 dagan aflaat). Onze Vader ~ Wees gegroet
HIJ R U S T E IN VREOE. Urn» EUNDiaS, UieUtUn.
kerkgebouw zou vanaf dat moment medebepalend zijn voor het aanzicht van de IJsselstad vanuit de verte. Bij de inwijding van de nieuwe kerk was er van de aanwezige kerkmeesters één met een bekende naam: A. van Kippersluis. Een jaar later veranderde het gezicht op IJsselstein opnieuw. Het kasteel werd afgebroken en alleen de traptoren bleef gespaard. Vanaf 1896 en 1897 vormden de meubelfabrieken van respectievelijk Schilte en Van Rooyen markante herkenningspunten in de skyline van IJsselstein. In dezelfde periode -1897 kregen Arie en Annigje ook dichter bij huis te maken met bouwwerkzaamheden. Hun boerderij, die op dat moment waarschijnlijk 112 jaar oud was, onderging een ingrijpende verbouwmg. Ingrijpend ook op het gebied van de vormgeving: er werd gekozen voor een praktische combinatie van bruikbare delen van de oorspronkelijke boerderij met nieuwbouw die daarmee niet echt in overeenstemming was. Het eindresultaat was weliswaar solide, maar niet harmonieus genoeg om later voor het predikaat monument in aanmerking te komen.
In die tijd werden als erfafscheiding nog steeds de zogeheten horden gebruikt: een hekwerk van horizontaal gevlochten wilgentakken ter bescherming van indringend vee. Na de intrede van gaas en prikkeldraad was deze eeuwenlang gebruikte erfafscheiding verleden tijd geworden. Een markant detail in de boerderij van Van Schaik was het zogenoemde bedelaarsgleufje. In het kozijn van één der ramen van de woonkamer zat onderaan een kleine schuiflade (zoals bij een loket). Als een bedelaar of zwerver zich meldde, kon van binnenuit wat geld gegeven worden, zonder dat men daadwerkelijk contact hoefde te hebben met de haveloze landloper. Boerderij 't Veld hoorde tot de gemeente IJsselstein, maar in de 19 eeuw werden op het grondgebied van Jutphaas enkele opstallen op moestuintjes gebouwd. De gemeentegrens maakte hier pas vanaf eind jaren 1970 een kleine hoek, kennelijk om die opstallen en de boomgaard onder de gemeente IJsselstein te laten vallen. Nu behoren er zeven opstallen toe en is de kleine boomgaard verdwenen.
19Situatie op de boerderij rond 1910.
Op alle foto's boer Cornells
Joseph van Schaili
en boerin Adriana
Boven met een
de kaasmakerij er onder tijdens de hooitijd.
Een zoon van Arle en Annlgje, Cornells Joseph, huwde In 1910 met Adriana de Wit. Deze CorneHs Joseph zag als boer op 't Veld hoe IJsselstein zich fors ging uitbreiden. Een voorbode daarvan was In 1907 de aanleg van de IJsselbrug, vlak bij de IJsselpoort. Gedurende vele jaren zou deze brug de enige toegangsmogelljkheid naar IJsselstein vanuit Utrecht zijn. In 1918 verrees het Imminkpleln en
dellijk zouden worden afgekeurd. W I J was de in 1926 in IJsselstein opgerichte voetbalvereniging, de opvolger van IJVV. In 1930 vond de club een nieuw terrein bij Van Schalk in 't Veld aan de toenmalige Noord-IJsseldijk, nu de Prins WillemAlexanderdljk geheten. Oud WIJ-voorzitter Wim van Doorn vertelde in Zenderstreeknieuws hoe hij in zijn actieve voetbalcarrière vaak moest improviseren. "Soms moest iUff^ '3^^^. •^,.
In 1920 werd - goed zichtbaar vanaf de boerderij - de (het!) Jullanawljk gebouwd, met 65 royale eengezinswoningen. De uitslaande brand In de N.h. kerk op 10 augustus 1911 zal ongetwijfeld vanaf't Veld een bizar schouwspel zijn geweest. CorneHs van Schalk heeft vaak tientallen mannen op zijn land zien rennen. Achter een bal welteverstaan. Het voetbal van de (amateur)clubs speelde zich af op 'speelvelden' die volgens hedendaagse normen door elke scheidsrechter onmid-
^^^^^^^^^^^^ Kobus van Montfoort eerst naar het als voetbalveld gebruikte weiland om de koeien weg te jagen! Later hield schrikdraad het vee gelukkig op afstand. De spelers verzorgden bij toerbeurt het veld: belijnen, verwijderen van koeienvlaaien en het strooien van zand in de modderpoelen voor de doelen. Aan beide zijden van het veld lag een sloot. De bal kwam om de haverklap in het water. Alleen keiharde hoofden konden het door het water loodzwaar geworden lederen monster daarna nog koppen." Wim van Doorn wist ook te vertellen hoe de spelers zich na de wedstrijd in de sloot gingen wassen. Een kantine was er ook: de houten keet die gebruikt werd als kleedruimte had een klep die dienst deed als verkooppunt van consumpties. Na afloop van de wedstrijd kwamen de
gemoederen tot rust (of juist niet) in café De Strik, het clubhuis van de vereniging. In de periode dat deze Cornells boerderij 't Veld bewoonde, was er bij hem een knecht in dienst met de naam Gijs Bouman. Deze woonde in een oud daggeldershuisje in de uiterwaard, grenzend aan de Kille, waarschijnlijk de woning die ooit aan de familie De Cruyff had toebehoord. Deze man was verplicht om op zondag het hek van de boerderij te openen en te sluiten, als de familie Van Schalk met de koets naar de kerk ging. Zo konden de boer en zijn gezin comfortabel in de koets blijven zitten.
Cornelis Joseph van Schalk en Adriana de Wit kregen 10 kinderen.. Eén van de zonen was Wijnand. (geboren in 1915). Deze Wijnand van Schalk trouwde met Annie van Klppersluis. Hij stond in IJsselstein bekend als een sympathiek, sociaal bewogen man. Naast zijn baan als directeur van de plaatselijke Rabo-bank bekleedde hij diverse functies op maatschappelijk terrein. Bij de Historische
Kring blijft Wijnand in dankbare herinnering als de altijd opgewekte en bijzonder kundige penningmeester van de stichting. Hij overleed - een jaar voor zijn vrouw Annie - op 28 augustus 1992. Drie andere broers, Arie, Ben en Toon volgden de voetsporen van hun vader In 1947 was er sprake van een reorganisatie binnen het bedrijf. Arie ging zich vanaf dat moment met de veehouderij bezighouden. Hij stond in de omgeving bekend als een bijzonder hartelijke man. Vanuit de boerderij verkocht hij melk en eieren. De klantvriendelijkheid van Arie en zijn gezin was zo groot, dat er niet aan slui-
tingstijden gedaan werd, alleen de zondag was heilig. De broers Ben en Toon gingen beiden verder in de fruitteelt. Het zat in diverse opzichten niet altijd mee. Op een gegeven moment moesten de boomgaarden helemaal opnieuw worden ingeplant. Er werd zelfs i ha beplant met fruitbomen die via een veiling uit Houten afkomstig
Toon van Schaik nog met de hand gemaaid. Daarbij gebruikte men een zich(t), een soort kleine zeis met een steel van ongeveer 60 cm lengte. In de ene hand had men een pikhaak, die om het graan werd geslagen en daaronder sloeg men de zicht. Gedurende enkele meters werd er zo gemaaid, daarna rolden de maaiers met de pikhaak het koren terug tot een zogeheten garf (een korenschoof). De garf werd met halmen bijeengebonden.
Ereboog bij thuiskomst van Toon uit NederlandsIndië in 1950. De mensen op de foto zijn buurtbewoners die ook de ereboog hebben gemaakt. Op de achtergrond boerderij 't Veld. Let op de pilaren van het toegangshek.
uidige situatie jimtevaartbaan
Wr het in 1957 bouwde duble woonhuis de ide boerderij 't
waren. Ben vestigde zich met zijn bedrijf aan de Nedereindseweg. Toon bleef samen met Arie op boerderij 't Veld wonen en was eigenaar van onder meer de kavel van de 7 morgen, inmiddels kadastraal bekend als nr. 345 en 346. Op het meest zuidelijke deel - nr. 345bestond de grond uit zeer zware rivierklei. Daar konden, wat de fruitteelt betreft, alleen perenbomen gedijen. In het middenstuk van het perceel was de grondsoort veel losser van structuur. Het hield in dat deel nr. 346 geschikt was voor appelbomen. Het koren werd in de jonge jaren van
Boerderij 't Veld beschikte vóór 1950 nog met over waterleiding. Er was wel een pomp, maar het water daarvan was vanwege de wat bruinige kleur niet geschikt om er beddengoed en kleding mee te wassen. Daarom werden bij knecht Gijs Bouman kuipen water gehaald: zijn huis was namelijk wel aangesloten op de waterleiding. De waterleidingmaatschappij wilde boerderij 't Veld wel aansluiten op het waternet, maar alleen op voorwaarde dat de bewoners zelf de geul zouden graven voor de buizen. Toon van Schaik heeft toen, na als marinier zijn militaire dienstplicht in Nederlands-Indië te hebben vervuld, in 1950 zelfde honderden meters lange en 90 cm diepe
geul gegraven om de boerderij aan stromend water te helpen. Wat de aansluiting op het elektriciteitsnet betreft, was ook enige zelfwerkzaamheid geboden: de zware houten palen, waaraan de draden werden bevestigd, moesten door Toon eigenhandig worden geplaatst. De broers Toon en Arie van Schaik besloten in 1957 een dubbel woonhuis te laten bouwen tegen de bestaande bebouwing aan. Die bestaande bebouwing was, vanaf de oprijlaan gezien, rechts de voormalige boerderij (in oorsprong uit circa 1785), die in 1957 als schuur voor het fruitbedrijf van Toon bestemd was en Hnks de veestal van broer Arie, daterend van ongeveer 1928. Tot aan zijn overlijden - in 2006- heeft Arie m huis nr 9 aan de Ruimtevaartbaan gewoond. Toon bewoonde het buurhuis, nr. 11. Behalve de fruitteelt hield Toon van Schalk zich, met veel genoegen, ook bezig met de verzorging van jong vee: pinken en vaarzen. En op de grote zolder van de boerderij werden door hem kippen gehouden, die alle ruimte hadden om naar hartelust rond te scharrelen.
Het nadeel was echter dat het pluimvee gevoelig was voor de luizen die in groten getale in het rieten dak huisden. Op het erf van boerderij 't Veld hgt een steen waarop het wapen van IJsselstem is afgebeeld met het jaartal 1695. Gezien de aanwezigheid van het IJsselsteinse stadswapen zal het wellicht gaan om een grenssteen of een gedeelte van een grenspaal. De heer Toon van Schalk wist te vertellen dat deze steen ooit was gemetseld in een vroegere toegangsbrug
Foto uit 1955. De situatie van de 7 morgen is nog te vergelijl<en met die in 1790. Linksonder het notarisl<antoor, vroeger bekend als de villa van Van Rooijen. Op de voorgond de Poortdijk met Imminkplein. Bij de kruising de Ijsseldijk met het gebied van de Killen. Op de achtergrond boerderij 't Veld.
als grenssteen - dateert de brug dus na 1695, misschien rond 1738.
sselstein groeit I de richting Veld (rechtsoven). Aanleg •ranjekwartler in
naar de boerderij. De toegangsbrug zal een oude brug zijn geweest over de sloot langs de Ijsseldijk die naar de pachthoeve van De Cruyff leidde. Er liep vanaf de stad over de Hogewaard een pad naar deze brug. Als de steen inderdaad m die oude brug werd ingemetseld - misschien
Van veel oudere datum is een - nog geheel intacte - vaas van aardewerk die op de kavel van de familie Van Schalk tijdens drainagewerkzaamheden tevoorschijn kwam. De vaas of kruik is door deskundigen van ROB onderzocht. Het blijkt een product te zijn uit de Romeinse tijd, vermoedelijk vervaardigd in de vierde eeuw na Chr. Het is gissen naar de manier waarop het stuk aardewerk in de bodem van de 7 morgen is terecht gekomen. Tijdens archeologische onderzoeken in 1996 en 1998 aan weerszijden van de Lage Dijk (en ten oosten en ten westen ervan) werden door middel van grondboringen goed geconserveerde sporen vastgesteld van een nederzetting die op grond van het vondstmateriaal in de Romeinse tijd werd gedateerd. De IJsseltak door de Killen was in de Romeinse tijd zeker actief Romeinen voeren van het castellum bij de Meem,
over het kanaal langs de latere Meerndijk en via de IJssel naar de Lek en verder. We hebben in de voorgaande tekst gezien dat de oudst bekende verkoop van het perceel van 7 morgen van het jaar 1626 dateert. Tientallen keren is de kavel daarna in andere handen terecht gekomen. In 1969 vond de allerlaatste verkoop plaats van het stukje grond dat we zo langzamerhand enigszins hebben leren kennen. Omdat Toon van Schaik geen directe buren had in de omgeving, vernam hij pas vrij laat dat eigenaren van omringende percelen hun land inmiddels aan de gemeente IJsselstein hadden verkocht ten behoeve van de aanleg van de nieuwbouwwijk IJsselveld. Vrij snel daarna eind jaren '60 van de vorige eeuw -
bereikte Toon van Schaik met de gemeente overeenstemming over de verkoop van het grootste deel van zijn bezittingen op IJsselsteins en Jutphaas' grondgebied, zodat er gestart kon worden met de voor-
bereidingen van de bouw. Naast diverse andere percelen verkocht Antoon in 1969 en 1970 ook de percelen met de nummers 345 en 346. En dit stukje grond, de 7 morgen van eeuwen geleden.
—
^
De laatste foto's van het perceel van de 7 morgen vóór de ontwikkeling van IJsselveld.
mm^m^^
y
^r''*''p''"' JpÉB had toen nog exact dezelfde vorm en oppervlakte als bij de verkoop die 344 jaar daarvoor plaatsvond! De eerste boom werd op 10 april 1969 uit de boomgaard gehaald. Ruim twee maanden later, op 18 juni 1969, werd de eerste paal geslagen voor de woonwijk IJsselveld. De kavels op het grondgebied van Jutphaas (later Nieuwegein en nog
later Utrecht) zijn nog steeds onbebouwd, maar een deel is ook voorgoed onbegaanbaar. Ter plekke bleek de bodem namelijk een gigantische zandvoorraad te bevatten, die werd afgegraven voor onder meer de zandlichamen onder de A2. Het afgegraven deel is nu gevuld met water Het had als de zogeheten Put van Weber aanvankelijk nog een kwalijke reputatie, maar als recreatieterrein de Nedereindse Plas heeft het gebied inmiddels een goede naam verworven. De kavel van de 7 morgen is nu al weer 38 jaar bedekt met woningen, straten, plantsoenen en parkeerplaatsen. We treffen er nu bijvoorbeeld aan: Omroepplein, Monitorplein, Radioplein, Cameraplein, Hitteschild, Basishof, Tourmalijnpad en delen van de Ruimtevaartbaan en de Televisiebaan. Toch werd ook de woonwijk IJsselveld niet gebouwd voor de eeuwigheid. In Zenderstreeknieuws van 20 februari 2008 werd aandacht besteed aan de op handen zijnde renovatie van IJsselveld-Oost. De plannen voor vernieuwing zijn al jaren onderwerp van gesprek binnen de gemeente, de IJsselsteinse Woningbouwvereniging en de bewoners. Er is een
zogenoemde verwachüngenkaart gemaakt, een plattegrond van de wijk met gekleurdeflatgebouwen,waarop direct zichtbaar is wat de bestemming is sloop, koop of huur. Wethouder Overkamp heeft de herstructurenng van IJsselveld m haar portefeuille Ze benadrukt dat de wijk met alleen fysiek vernieuwd moet worden, maar dat daarnaast het streven is om de leefbaarheid te verbeteren. De vernieuwing geschiedt m drie fasen en eindigt m 2025 Ook de bebouwing op de 'kavel van de 7 morgen' zal eraan moeten geloven. De flatwoningen aan Radioplein, Cameraen Momtorplein worden gerenoveerd. De flats aan het Omroepplem zullen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouwwoningen.