11.1 26012024 Zienswijze Bewonersgroep Ruimtevaartbaan
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders gemeente IJsselstein Postbus 26 3400AA IJsselstein
IJsselstein, 5 februari 2024
Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Ruimtevaartbaan IDN nummer: (NL.IMRO.0353.Ruimtevaartbn-On01)
Geachte leden van het College van burgemeester en wethouders, De bewonersgroep woningbouwlocatie Ruimtevaartbaan dient bij deze een zienswijze in met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan Ruimtevaartbaan. Op basis van het totaal aan onderstaande argumenten verzoekt de bewonersgroep het College de bestemming van het plan Ruimtevaartbaan niet te wijzigen van agrarisch naar wonen. Argumenten: 1) De bouw van 81 wooneenheden direct grenzend aan het Nedereindse Park, het Groene Hart en het Utrechts landschap is onwenselijk. 2) Er is niet of onvoldoende gemotiveerd waarom de 81 wooneenheden niet binnenstedelijk in IJsselstein of de U10/U19 gerealiseerd kunnen worden, conform de ladder voor duurzame verstedelijking, onderdeel van de Omgevingswet. 3) Het plangebied heeft een significante cultuurhistorische en archeologische waarde, welke voor de Gemeente IJsselstein behouden zou moeten blijven. 4) De MER geeft aan dat er als gevolg van het bouwplan veel negatieve gevolgen te verwachten zijn voor de natuur, qua extra verkeer, qua extra geluid en qua verslechterde luchtkwaliteit, maar dat deze gevolgen stuk voor stuk beschouwd binnen acceptabele grenzen liggen. De extra hittestress is niet onderzocht, wat wel zou moeten. 5) Er loopt een risicovolle hogedruk aardgastransportleiding over de gehele breedte van het plangebied.
6) De lange-termijn gevolgen die voor de geplande woningen zijn te verwachten van de vervuiling van de Nedereindse plas zijn niet onderzocht. De aanleiding De aanleiding voor het ontwerp bestemmingsplan, zoals vermeld in het ontwerpbestemmingsplan luidt: (pag. 3) Aanleiding. Tussen de Nedereindse Plas en IJsselstein ligt een agrarisch erf wat ruimtelijk noch deel uitmaakt van IJsselstein, noch deel uit maakt van het recreatiegebied rondom de Nedereindse Plas. Het voornemen bestaat om het agrarische erf te herontwikkelen om zodoende te voorzien in een meer logische en een heldere ruimtelijke relatie tussen IJsselstein en de Nedereindse Plas. Vanuit een stedenbouwkundige en landschappelijke verkenning is onderzocht wat de mogelijkheden zijn. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een stedenbouwkundig plan, bestaande uit maximaal 81 woningen in verschillende typologieën en segmenten. De herbestemming van de agrarische functie naar wonen is in strijd met het geldend bestemmingsplan. Om die gewenste ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
Er is dus stedenbouwkundig en landschappelijk onderzocht wat de mogelijkheden voor deze locatie zijn en de conclusie van het College is dat het voor een relatie met het recreatiegebied De Nedereindse Plas de beste optie is om hier 81 wooneenheden met bijbehorende wegen en straatverlichting aan te leggen. Niet is onderzocht, of althans niet beargumenteerd, waarom het voor een goede aansluiting op het recreatiegebied rondom de Nedereindse Plas een minder gunstige optie zou zijn de huidige agrarische bestemming te behouden of het gebied terug te brengen in de oude cultuurhistorische staat en het groen ecologisch te verbeteren, zodat het landschappelijk aansluit bij het direct naastgelegen Nedereindse Park. Pagina 1 van 10
De bewonersgroep verbaast zich er verder over hoe het College blijkbaar denkt over de huidige status van het plangebied. In het ontwerpbestemmingsplan staat namelijk: Pagina 6: Doordat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het recreatiegebied of IJsselstein is de relatie tussen de Nedereindse plas en IJsselstein verstoord. Pagina 11: Het onderhavig plan wil een positie innemen om dit stukje niemandsland een adres te geven. Pagina 19, 21, 24 en 53: stukje niemandsland
De wethouder heeft tijdens de vergadering van de commissie ruimte d.d. 10 oktober 2023 toegegeven dat het gebruik van de term “niemandsland” ongelukkig is en heeft toegezegd deze aanduiding te zullen wijzigen. Ad 1) Huidige status van het plangebied volgens de bewonersgroep. Het plangebied ligt aan de noord-oost zijde van de Gemeente IJsselstein, grenst direct aan het Groene Hart, het Nedereindse Park (www.utrecht.nl/nedereindsepark Gemeente Utrecht) en is onderdeel van het Utrechtse landschap. Het plangebied is een van weinige plekken, zo niet de enige plek, met een cultuurhistorische- en archeologische waarde aan de noord-oost zijde binnen de Gemeente IJsselstein. Door de agrarische bestemming heeft het gebied een open en groen karakter, wat belangrijk is voor en gewaardeerd wordt door omwonenden, bewoners in de omliggende wijken en recreanten van het Nedereindse Park. Het huidige open en groene karakter sluit dan ook goed aan bij het Groene Hart en het Nedereindse Park. Citaat uit het ontwerpbestemmingsplan pag. 10: Alleen de kruip-sluip-door route naar de Nedereindse Plas en de bijbehorende parkeerplekken bieden een uitzicht op de weilanden aan de noordelijke zijde van ’t Veld. Deze belevingskarakterisering wordt beslist niet door de bewonersgroep gedeeld.
Een wandeling op de Ruimtevaartbaan en het Aquamarijnpad nabij het plangebied is voldoende om deze stelling te ontkrachten. Ook het citaat pag. 13: Er is in de toekomst ruimte om verder aan te haken op de ontwikkeling van het Nedereindse Park van de gemeente Utrecht staat haaks op de gevolgen van dit ontwerpbestemmingsplan.
Ad 2) Omgevingswet en ladder voor duurzame verstedelijking Op pagina 16 van het ontwerpbestemmingsplan staat: Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.
In het bestemmingsplan zijn zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve motivering opgenomen waarom deze ontwikkeling van 81 wooneenheden niet binnenstedelijk zou kunnen. Motivatie kwantitatief Op pagina 17 van het ontwerpbestemmingsplan staat: In totaal wil de gemeente tot 2030 minimaal 2.500 woningen realiseren. Een aantal van deze woningen kan binnenstedelijk gerealiseerd worden, maar er wordt ook aangegeven dat circa 1.700 tot 1.900 woningen buiten de contour gerealiseerd zullen dienen te worden.
Voor een onderbouwing waarom buitenstedelijk gebouwd zou moeten worden, wordt zowel in het ontwerp bestemmingsplan als in de bijbehorende bijlage 1: “Toets ladder voor duurzame verstedelijking” verwezen naar de Woonvisie Gemeente IJsselstein 2019 -2030. In deze woonvisie (pag. 16) is het volgende hierover opgenomen: Ontwikkeling binnenstedelijk en buiten de contour. Om onze groeiambitie te realiseren zetten we in op nieuwbouw binnenstedelijk en buiten de contour. De binnenstedelijke ruimte zal als eerste worden ingezet voor de versnelling van de bouwproductie. Er is binnenstedelijk nog ruimte voor 600-800 woningen. We willen nieuwbouw realiseren met behoud van de identiteit van IJsselstein en het groene karakter. Een forse binnenstedelijke bouwopgave accommoderen betekent dat we concessies moeten doen door extra te verdichten. Om binnenstedelijk groen te Pagina 2 van 10
behouden is het noodzakelijk dat een deel van de bouwopgave wordt gerealiseerd met gepaste hoogbouw met een aantrekkelijke architectuur. Voor de ontwikkeling van 1.700 – 1.900 woningen zal buiten de contour worden gezocht naar locaties die direct en logisch aansluiten bij de kern om een compacte stad te behouden.
Waarom is er maar ruimte voor 600-800 woningen binnenstedelijk? Kunnen de huidige binnenstedelijke bouwplannen niet met enige creativiteit met 81 wooneenheden opgehoogd worden? Is onderzocht of binnen de U10/U19 voldoende ruimte is om binnenstedelijk 81 wooneenheden te bouwen? Is er onderzocht of bedrijfsgebouwen of bedrijfsterreinen binnenstedelijk voor woningbouw beschikbaar zijn of kunnen komen? Is onderzocht of binnenstedelijk extra hoogbouw realiseerbaar is? Er zijn in IJsselstein nog voldoende binnenstedelijke locaties aanwezig die zich voor woningbouw lenen (o.a. uitplaatsing Roba , Paardenveld, Televisiebaan, Lagebiezen, en het benutten van ongebruikte of te verplaatsen bedrijfsgebouwen). Tevens wordt vermeld op pagina 20 van het ontwerp bestemmingsplan: In aanvulling wordt in de Omgevingsvisie onder voorwaarden ruimte geboden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwaliteit te vergroten (lokaal maatwerk). Wij nemen aan dat hier
verwezen wordt naar het IOV artikel 9.12 Instructieregel éénmalige uitbreiding tot 50 woningen voor lokale vitaliteit van kernen. Hier zien wij ook geen onderbouwing voor terug. De uitbreiding is meer dan 50 woningen en dient ook niet voor de vitaliteit van de kern van IJsselstein. Verder zien wij ook niet terug dat dit gebied vooraf bij het vaststellen van de omgevingsverordening in het werkingsgebied van de regeling is opgenomen. In de bijbehorende bijlage 1: “Toets ladder voor duurzame verstedelijking” wordt op pagina 14 vermeld: Het plangebied is in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht deels aangewezen als stedelijk gebied en deels als kernrandzone. Wij zien geen waardestelling van het plangebied in de kernrandzone van IJsselstein. Deze
moet vooraf opgenomen worden in een integrale visie kernrandzone door de gemeente, wat wij niet hebben kunnen terugvinden. Naar de mening van de bewonersgroep wordt op geen enkele wijze (kwantitatief) onderbouwd waarom de 81 wooneenheden van projectplan Ruimtevaartbaan niet binnenstedelijk gebouwd kunnen worden en op welke juridische basis dit aantal buitenstedelijk gebouwd mag worden. Op die manier wordt de te volgen ladder, zoals voorgeschreven in de omgevingswet, een wassen neus. Motivatie kwalitatief Op pagina 19 van het ontwerpbestemmingsplan staat: Het groene, dorpse en ruim opgezette karakter van de ontwikkeling met een dergelijke omvang en grote diversiteit aan woningtypen maakt dat sprake is van een woningbouwontwikkeling met een groot aantal kenmerken, waarvan gesteld wordt dat er binnen de planperiode onvoldoende potentiële inbreidingslocaties met voldoende capaciteit en dezelfde kwalitatieve kenmerken (tijdig) voorhanden zijn.
In de bijbehorende bijlage 1: “Toets ladder voor duurzame verstedelijking” wordt dit verder toegelicht: (pag. 10) De kwalitatieve behoefte richt zich op doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en dergelijke (pag. 11) Woningmarktmonitor provincie Utrecht. De woningmarktmonitor bevat gegevens ten aanzien van de ontwikkeling van de behoefte aan de diverse typen woonmilieus voor de periode 2016-2040. Uit dit overzicht blijkt dat er in West-Utrecht voornamelijk een groeiende behoefte is aan de woonmilieus ‘centrum-dorps’, ‘dorps’, ‘kleinstedelijk’ en ‘landelijk perifeer’.
Naar de mening van de bewonersgroep wordt niet of althans onvoldoende (kwalitatief) gemotiveerd, waarom woningen voor de beoogde doelgroepen en in de beoogde prijsklassen niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Het “waarvan gesteld wordt” wordt op geen enkele manier onderbouwd.
Pagina 3 van 10
De enige (kwalitatieve) motivatie om buitenstedelijk te bouwen die dan nog resteert is dat er in WestUtrecht blijkbaar groeiende behoefte is tot 2040 aan woonmilieus ‘centrum-dorps’, ‘dorps’, ‘kleinstedelijk’ en ‘landelijk perifeer’. De behoefte aan deze woningtypen is evenwel niet terug te vinden in de Woonvisie Gemeente IJsselstein 2019 -2030. Dit is ook logisch, aangezien IJsselstein inmiddels een stedelijk karakter heeft gekregen. De realisatie van genoemde woonmilieus/ woningtypen passen dan ook beter in de dorpen binnen de U19. De aangegeven kwalitatieve behoefte heeft dan ook het karakter van een á priori motivering die lijkt te zijn ingegeven door de aard van het ingebrachte bouwplan van de projectontwikkelaar. Hierbij is veelzeggend dat, zoals ook door de portefeuillehouder is toegegeven, door het College dit plangebied als mogelijke bouwlocatie niet in de toekomstige bouwplannen is betrokken voordat de planontwikkelaar met dit voorstel voor een bouwproject kwam. In de bijbehorende bijlage 1: “Toets ladder voor duurzame verstedelijking” wordt verder toegelicht: Pag. 7: Het voorliggende plan voorziet niet in de toevoeging van woningen waarvan een dusdanige aantrekkingskracht uit gaat, dat dit bewoners van buiten de gemeente zal trekken.
Op basis van het type woningen, de ligging van de beoogde ontwikkeling en de verhuisbewegingen uit het verleden, geldt de verwachting dat de woningbouwontwikkeling geen bovengemeentelijke aantrekkingskracht heeft. Het verzorgingsgebied betreft in principe dus de gemeente IJsselstein.
De verwachting is dus dat dit type woningen geen aantrekkingskracht heeft voor mensen van buiten IJsselstein, maar wel voor eigen inwoners. In de tabel op pagina 6 van bijlage 1 staat echter vermeld dat slechts 37% van de in IJsselstein gevestigde personen uit IJsselstein afkomstig is. Op basis van de historie valt dus te verwachten dat rond 63% van de woningen door mensen van buiten IJsselstein gekocht/ bewoond zal worden. De door het College uitgesproken verwachting is ook tegengesteld aan wat in de woningmarktmonitor provincie Utrecht wordt vermeld. De verwachting lijkt dan ook eerder een misvatting te zijn die geen enkele waarde heeft als motivering. Motivatie conclusie Er wordt in het ontwerpbestemmingsplan duidelijk gezocht naar argumenten om het projectplan te laten voldoen aan de omgevingswet en de daarin opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking. Bij nadere inspectie zijn alle kwantitatieve en kwalitatieve motiveringen niet/ onvoldoende onderbouwd of gezocht en hebben zij een sterk á priori karakter. Het lijkt er sterk op dat het College de ladder voor duurzame verstedelijking, een bindend onderdeel van de Omgevingswet, “genuanceerd” heeft toegepast/ geïnterpreteerd met het oog op de behoefte aan woningbouw, waardoor deze ladder als toetsingskader iedere werking verliest. Zie ook de registratie van de vergadering Commissie Ruimte d.d.
10 oktober 2023 vanaf 42 minuten en 45 seconden https://ijsselstein.raadsinformatie.nl/vergadering/1022470. Ad 3A) Cultuurhistorische waarde. Op pag. 53 van het ontwerpbestemmingsplan staat vermeld: Met onderhavig ontwikkeling wordt een agrarische functie omgevormd tot een woonbuurt met 81 woningen. Dit kan de waarden van het agrarisch cultuurlandschap schaden. Echter, met de aanleg van de Nedereindse Plas is de relatie tussen IJsselstein en de open polder voorgoed verstoord. Het agrarisch perceel wordt gezien als een stukje niemandsland dat ruimtelijk noch deel uitmaakt van IJsselstein, noch deel uit maakt van het recreatiegebied rondom de Nedereindse Plas.
Het plangebied wordt door het College dus gezien als een stukje niemandsland zonder enige cultuurhistorische waarde. Waar komt de uitdrukking “niemandsland” vandaan? Waarom maakt het ruimtelijk geen deel uit van IJsselstein als groene buffer met cultuurhistorische waarde?
Pagina 4 van 10
Deze karakterisering is naar de mening van de bewonersgroep in tegenspraak met de omschrijving op pag. 9/10: De locatie ’t Veld ligt al honderden jaren diep in de polder. Ooit een afgelegen polder, nu aan de rand van IJsselstein. De boerderij van ’t Veld was altijd via een pad verbonden met het centrum van IJsselstein. Steek de Hollandse IJssel over via de Poortdijk, vervolgens door de uiterwaarden, buig over de dijk en ga noordwaarts een enorme polder in. …. De IJsselwetering vormt de scheidingslijn tussen de gemeente IJsselstein en Utrecht en is een eeuwenoude lijn in het landschap. In de loop der jaren is de waterweg verplaatst om ruimte te maken voor ontwikkeling in boerderij ’t Veld. Het agrarisch perceel wordt daarom als het ware omringd door water. … Het perceel ’t Veld is een ruimtelijk krachtig element aan de rand van IJsselstein, dat het verhaal vertelt van het agrarische verleden van de regio.
Naar de mening van de bewonersgroep illustreert de uitgave no. 120, maart 2008, van de Stichting Historische Kring IJsselstein, die in zijn geheel gewijd is aan deze locatie, een cultuurhistorische waardestelling. Het plangebied is een van de weinige plekken, zo niet de enige plek, met een cultuurhistorische waarde aan de noord-oost zijde binnen de Gemeente IJsselstein. Het College zou juist alles in het werk moeten stellen om deze cultuurhistorische plek te behouden voor IJsselstein en deze plek niet moeten afdoen als een stukje niemandsland. De uitgave van de HKIJ is als bijlage opgenomen. Het plangebied valt binnen het Utrechtse landschap “Groene Hart” en de Lopikerwaard. Hier zijn openheid, het agrarisch karakter, de landschappelijke diversiteit, de dierenvariatie en rust en stilte de wezenlijke kernkwaliteiten. Het plangebied doet op dit moment recht aan deze kernkwaliteiten. Het agrarisch gebied heeft een open karakter, de naastgelegen waterberging, de beplanting, de bomenrij en de IJsselwetering met zijn waterkanten zorgen voor biodiversiteit qua flora en fauna. Dat de wetering destijds is verlegd doet hier niets aan af. Agrarische gebieden als deze liggen van oudsher rondom het binnenstedelijk gebied van IJsselstein.
Derhalve is dit plangebied zeer zeker van cultuurhistorische waarde, is het van belang voor de biodiversiteit en biedt het een landelijke belevingswaarde voor de omwonenden, passanten en recreanten. Ad 3B) Archeologie Op pag. 51/52 van het ontwerpbestemmingsplan staat: Het plangebied ligt in het archeologisch landschap ‘Rijn-Maasdelta’, in de landschapszone overstromingsvlakte. Ter hoogte van het plangebied ligt de Wiersch beddinggordel uit het Neolithicum en een crevasse uit periode IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen. De archeologische verwachting in het plangebied hangt samen met deze landschappelijke ligging. Op de Wiersch beddinggordel kunnen archeologische resten uit het Neolithicum aanwezig zijn. Op de crevasse-afzettingen kunnen archeologische resten uit de periode Ijzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. In het plangebied zijn zestien boringen gezet. De maximale boordiepte is 500 cm.
De aanwezigheid van de Wiersch beddinggordel en de crevasse in het plangebied wordt in de bijbehorende bijlage 9 “Archeologisch onderzoek” bevestigd. Op pag. 8 wordt het volgende advies gegeven: Bureau voor Archeologie adviseert met deze archeologisch relevante niveaus rekening te houden door graafwerkzaamheden tot in deze niveaus te vermijden, rekening houdend met een veiligheidsmarge van 30 cm. Dat betekent dat aanbevolen wordt om niet dieper dan 80 cm -mv en -21 cm NAP te graven in het zuiden en westen van het plangebied. Zie de figuur achterin dit rapport voor de ligging van deze zone. In aanvulling daarop wordt aanbevolen om in het hele plangebied graafwerkzaamheden tot 360 cm -mv (-312 cm NAP) te vermijden. Daarnaast wordt aanbevolen om het eventuele funderingspalenplan archeologie vriendelijk te ontwerpen. Als wel tot in de archeologisch relevante niveaus wordt gegraven, dan wordt aanbevolen te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn door het uitvoeren van een booronderzoek in de karterende fase.
Zie ook de advieskaart op pag. 72 van bijlage 9 voor de ligging van de zones. Is het realistisch dat er in het zuiden en westen van het plangebied niet dieper dan 80 cm of -21 cm NAP wordt gegraven? Het betreft hier poldergebied (verzakking). Kan dit door de Gemeente IJsselstein en de projectontwikkelaar gegarandeerd worden? Pagina 5 van 10
Wordt er intensief op toegezien dat de graafwerkzaamheden zich tot de aanbevolen maximale diepte beperken? Wat zijn de juridische en financiële gevolgen voor de projectontwikkelaar als toch dieper wordt gegraven? Wordt er op toegezien of aanvullend booronderzoek tijdig wordt uitgevoerd? De bewonersgroep vindt dat het realiseren van wooneenheden in het gebied waarvoor het Bureau voor Archeologie adviseert niet dieper dan 80 cm of -21 cm NAP te graven (zie advieskaart pagina 72 van bijlage 9) bij ontbrekende klemmende noodzaak onwenselijk en onverantwoord is wegens de kans op verstoring of vernietiging van archeologische resten. Ad 4) Milieueffectrapportage Op pagina 29 van het ontwerpbestemmingsplan wordt vermeld: Conclusie. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
Welk criterium voor al dan niet belangrijke gevolgen wordt gehanteerd, is niet duidelijk; het is zonder specificatie een inhoudsloze term. In bijlage 2 “Vormvrije m.e.r. beoordeling” staat vermeld: Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.- beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan.
Dit is een duidelijk geval van de slager die zijn eigen vlees keurt. De Gemeente IJsselstein stelt zelf een vormvrije MER beoordeling op. Vervolgens wordt door de Gemeente gesteld dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en het daarom niet noodzakelijk is een gedegen (onafhankelijke) MER beoordeling op te stellen. Het bevreemdt de bewonersgoep dat de Provincie Utrecht het wel noodzakelijk vond om een onafhankelijk MER onderzoek voor o.a. dit plangebied (daarin genaamd uitleglocatie Ruimtevaartbaan) uit te laten voeren door de Altea Group. Deze MER is op 3 februari 2023 gepubliceerd. In bijlage 2 “Vormvrije m.e.r. beoordeling” wordt ook vermeld: Mogelijk zijn ook nestplaatsen en/of essentieel leefgebied aanwezig van huismus, gierzwaluw, buizerd, roek, havik, sperwer, boomvalk, ransuil en steenuil. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Verder zijn mogelijk beschermde elementen zoals verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied van vleermuizen, bunzing, hermelijn, wezel, boommarter, steenmarter, das, ringslang, alpenwatersalamander, rugstreeppad en eekhoorn aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Deze twee nader uit te voeren onderzoeken hebben nog niet plaatsgevonden Dat ‘belangrijke’ nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten, mist een deugdelijke onderbouwing zeker als nog niet alle onderzoeken zijn uitgevoerd. De bewonersgroep vraagt deze onderzoeken alsnog uit te laten voeren. Pagina 6 van 10
Geluid/ stikstof/ Verkeer In het ontwerpbestemmingplan staat op pag. 64 onder 6.2.1.1. vermeld: “De locatie is grotendeels buitenstedelijk. Dan geldt artikel 9.13 van onze interim omgevingsverordening (groen evenwichtig mee laten groeien)… Wat gaat deze wijk betekenen om het buitengebied mooier te maken. − Recreatieve structuur versterken − Parkeernorm liefst autoloos”. Wij zien niet voldoende onderbouwd dat de bouw van zoveel woningen de
recreatieve structuur versterkt en zijn van mening dat deze regeling hier onjuist wordt toegepast. Voor 81 wooneenheden zullen totaal 151 parkeerplaatsen worden gerealiseerd met een verwacht aantal verkeersbewegingen van 575 per etmaal in het plangebied (200.000 per jaar). De zeer nabij gelegen (bouw)locaties van appartementencomplexen BOKA en Hitteschild zullen al fors meer verkeersbewegingen op de Ruimtevaartbaan gaan veroorzaken. Er is geen aanpassing voorzien van de verkeersontsluitingswegen om de doorstroming te bevorderen. De concentratie stikstof en fijnstof is al te hoog in deze wijk door de nabijheid van de snelweg A2 met een overschrijding van de WHO norm (zie de MER van de Altea Groep). Meer bebouwing en meer verkeersbewegingen zullen deze concentraties nog verder verhogen. Ook de bouwwerkzaamheden die nodig zijn om het plan te realiseren, zullen tot hogere concentraties leiden, zonder dat daarvoor compensatie is voorzien, zoals de huidige rechtspraak vereist. De geluidstoename is alleen becijferd voor de Ruimtevaartbaan. Aangezien er een ontsluitingsweg parallel aan het Aquamarijnpad is voorzien, zal ook bekeken moeten worden welke geluidstoename er is voor woningen aan het Aquamarijnpad en of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Ad 5) Buisleiding (hogedruk aardgastransportleiding) Op pag.
37 van het ontwerpbestemmingsplan staat vermeld: Beperkte verantwoording groepsrisico Voor de nabij gelegen gasleiding W-518-01 was uitvoering van een groepsrisicoberekening vereist. Hieruit blijkt dat zowel in de huidige situatie evenals in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden. Ondanks dat het plangebied grotendeels binnen de 100%-letaliteitszone ligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico, gezien het gegeven dat het groepsrisico minder dan 10% toeneemt ten opzichte van de huidige situatie.
Onder letaliteit wordt verstaan de "mate van dodelijkheid". Er loopt een hogedruk aardgastransportleiding over de gehele breedte van het plangebied met een 100% mate van dodelijkheid bij een serieus ongeval met de buisleiding voor het grootste deel (van de aanwezige personen in/) van het plangebied. De bewonersgroep acht het onverantwoord dat de bestemming van het gebied naar wonen gewijzigd zou worden, gezien dit grote risico. Veel omwonenden waren tot nu toe niet op de hoogte van deze hogedruk aardgastransportleiding en het risico hiervan en maken zich nu zorgen over hun veiligheid. Deze ongerustheid neemt alleen nog maar toe, als in de nabijheid van deze buisleiding graafwerkzaamheden zouden gaan plaatsvinden en de ontsluiting van het plangebied over deze leiding heen zou lopen. Het zware bouwverkeer zou dan ook over deze leiding heen gaan rijden. Het college zou Russisch roulette spelen met de levens van omwonenden en nieuwe bewoners, indien het bouwplan zou worden uitgevoerd. Op pagina 26 van bijlage 5 “Onderzoek externe veiligheid” staat vermeld: Binnen de belemmeringenstrook (4 meter aan weerszijde van het hart van de buisleiding) mogen geen bouwwerken worden bestemd. Buiten de 100%-letaliteitszone raadt de Veiligheidsregio aan om bouwkundige maatregelen te treffen tegen het verspreiden van secundaire branden. Binnen de 100%-letaliteitszone zal dit niet afdoende zijn.
Pagina 7 van 10
In bijlage 17 “Diverse kaarten” op pag. 17 heeft de projectontwikkelaar een buffer van 2 meter vanaf het hart van de gasleiding ingetekend. Dit is niet vertrouwenwekkend. Op welke wijze zou er vanuit de Gemeente IJsselstein op worden toegezien dat de bouw veilig voor omwonenden zou gaan verlopen? Worden de 5 adviezen van de Veiligheidsregio Utrecht opgevolgd? Is de Gemeente IJsselstein en/of de projectontwikkelaar verzekerd voor eventuele schade aan omliggende woningen en/of omwonenden? Zo ja, tot welk bedrag per geval? Is er contact opgenomen met de eigenaar van de buisleiding om deze te laten verplaatsen of (tijdelijk) af te sluiten? Zou bij realisatie van de bouwplannen aan de omwonenden in bijvoorbeeld een straal van 75 meter van de buisleiding vervangende woonruimte worden aangeboden gedurende de bouwwerkzaamheden? Wij nemen aan dat potentiële kopers en sociale huurders vooraf op de hoogte gesteld moeten worden van de risico’s. Ad 6) Nedereindse Plas (Put van Weber)
Het plangebied grenst direct aan de Nedereindse Plas. In de Nedereindse Plas zijn verhoogde concentraties bariet en radioactiviteit gemeten. In het ontwerpbestemmingsplan is de serieuze vervuiling van de Nedereindse Plas niet vermeld, noch is het (toekomstige) potentiële gevaar hiervan voor de gezondheid van nieuwe bewoners onderzocht. Dit onderzoek lijkt ons wel noodzakelijk. Publicatie van RTV Utrecht: https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1457683/grondig-saneren-nedereindse-plas-onbetaalbaar AFVAL In de Put van Weber is ook heel veel illegaal afval terecht gekomen, waaronder licht radioactief ziekenhuisafval, lasplasma en vaten met onbekende inhoud. Nadat de stort gesloten is, werd hij omgebouwd tot recreatieplas met een wielerbaan en een skipiste. Na onderzoek van de voorganger van RTV Utrecht bleek zwemmen niet veilig en werd de plas weer gesloten. Saneringen van de plas zijn keer op keer mislukt. Grond om het afval af te dekken bleef niet liggen en folie begon te drijven. De gemeente wil nu een nieuwe poging doen het afval af te dekken. De gemeenteraad is daar niet gerust op en vroeg om alternatieven te onderzoeken. Die alternatieven blijken er niet te zijn, meent de wethouder.
Nederland moet vanaf 2027 voldoen aan de EU Kaderrichtlijn water (KRW), de Europese richtlijn die de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater moet waarborgen. Dit heeft niet alleen consequenties voor het grondwater onder de bouwlocatie, maar ook voor de bouw in de nabijheid van kwetsbare of kwalitatief ondermaatse wateren. Op basis van deze richtlijn is het zeer twijfelachtig of voor deze locatie de wijziging van bestemming van agrarisch naar wonen een juridische toets kan doorstaan De bewonersgroep neemt aan dat potentiële kopers en huurders vooraf op de hoogte worden gesteld van de huidige en mogelijk toekomstige gezondheidsrisico’s. Participatie/ Historie acties bewonersgroep De participatieprocedure heeft een valse start gemaakt. De omwonenden zijn niet tijdig en voldoende kenbaar geïnformeerd over voorgenomen woningbouwplannen. In november 2022 verscheen deze locatie uit het niets en zonder aankondiging in een bericht op Social Media vanuit de gemeente. Er is hierover geen informatie naar omwonenden gestuurd; niet door de gemeente en pas achteraf door twee van de eigenaren. Op 21 februari 2023 is deze locatie ook opgenomen in het Ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken met een mogelijkheid een zienswijze in te dienen tot 11 april 2023, wederom zonder aankondiging Pagina 8 van 10
vooraf naar de omwonenden. Op 5 april 2023 is door de bewonersgroep een zienswijze ingediend bij de Provincie met het dringende verzoek de plannen van deze uitbreidingslocatie voor woningbouw negatief te beoordelen op basis van diverse argumenten. Pas op 06 april 2023 heeft de gemeente IJsselstein een brief naar omwonenden gezonden, welke 07 april is ontvangen, waarin de bouwplannen worden vermeld. Tijdens de vergadering van de Commissie Ruimte d.d. 23 mei heeft de bewonersgroep de Commissie verzocht op grond van diverse bezwaren de keuze van deze locatie voor woningbouw negatief te beoordelen. Dit verzoek is tijdens de vergadering van de commissie d.d. 10 oktober 2023 door de bewonersgroep herhaald. Noch de Provincie noch de Commissie Ruimte heeft bovenstaande verzoeken ingewilligd en op 28 december 2023 is het ontwerpbestemmingsplan Ruimtevaartbaan gepubliceerd. De projectontwikkelaar heeft diverse informatieavonden verzorgd, waarbij ook vragen gesteld konden worden. Dit is door de bewonersgroep gewaardeerd. Ook heeft de projectontwikkelaar het mogelijk gemaakt digitaal te reageren en verzoeken tot wijzigingen van het projectplan in te dienen. Een klein gedeelte van deze verzoeken is gehonoreerd, maar een groot deel niet.
De projectontwikkelaar heeft toegezegd contact met direct omwonenden op te gaan nemen, voornamelijk om het groen aan de rand van de bouwlocatie te bespreken (t.b.v. privacy) en overlast (licht en geluid) van de nieuwe (ontsluitings)wegen zo veel mogelijk te beperken. Materiële schade en vermindering van woongenot Een grote groep direct omwonenden van het plangebied kijkt uit op agrarisch gebied. Dit is zo beoogd tijdens de bouw en er is ook geen aanleiding geweest om er rekening mee te houden bij het betrekken van de woningen dat de bij de boerderij behorende gronden van agrarisch actieve particulieren bebouwd zouden gaan worden. De huizen van de omwonenden hebben een hogere waarde vanwege de rustige ligging met vrij uitzicht. Mocht hier gebouwd gaan worden, dan zal dit een significante waardedaling betekenen van de huizen en zal het woongenot sterk verminderen. Uitbreiding woningaanbod Ook de bewonersgroep sluit de ogen niet voor de woningopgave waarvoor ook de gemeente IJsselstein zich gesteld ziet en staat open voor overleg over alternatieve binnenstedelijke bouwlocaties en over de mogelijkheid binnen de bestaande agrarische bebouwing (de bijgebouwen) enkele woningen te realiseren. Zo zou deze locatie toch een bijdrage kunnen leveren aan uitbreiding van het woningaanbod, zonder dat het groen, de biodiversiteit en de openheid aangetast worden.
Wij zouden deze zienswijze graag mondeling willen toelichten.
Hoogachtend, Bewonersgroep woningbouwlocatie Ruimtevaartbaan Van Bergen, Tourmalijnpad 2 IJsselstein De Bruijn, Arianehof 4 IJsselstein Buddeke, Aquamarijnpad 8 IJsselstein Dekker, Aquamarijnpad 27 IJsselstein Van Dijk, Aquamarijnpad 9 IJsselstein Van Doorn, Ruimtevaartbaan 5 IJsselstein Van Engelen, Aquamarijnpad 7 IJsselstein Galesloot/Andries, Aquamarijnpad 20 IJsselstein Van de Heuvel, Ruimtevaartbaan 12 IJsselstein Hiemstra, Omloop West 24 IJsselstein Pagina 9 van 10
Hiemstra/Hussein, Ruimtevaartbaan 23 IJsselstein Hunter, Aquamarijnpad 16 IJsselstein De Jong, Aquamarijnpad 17 IJsselstein Jongebloed, Aquamarijnpad 10 IJsselstein Kempjes, Rakethof 11, IJsselstein Landers, Aquamarijnpad 6 IJsselstein Linssen, Aquamarijnpad 22 IJsselstein Lippus/Van der Palen, Tourmalijnpad 3 IJsselstein Lobregt/Smaal, Ruimtevaartbaan 16A IJsselstein Manders, Ruimtevaartbaan 16 IJsselstein Van der Meer, Aquamarijnpad 13 IJsselstein Van Oel/Oplaat, Arianehof 7 IJsselstein Den Ouden, Arianehof 13 IJsselstein Pouw, Aquamarijnpad 19 IJsselstein Pronk, Ametisthof 5, IJsselstein Schoonebeek, Aquamarijnpad 21 IJsselstein Schuurman, Ruimtevaartbaan 8 IJsselstein Schneijdenberg, Aquamarijnpad 18 IJsselstein Teeuw, Aquamarijnpad 11 IJsselstein Tresidder, Aquamarijnpad 12 IJsselstein Tresidder/Van Oel, Aquamarijnpad 31 IJsselstein Verwijs, Basishof 7 IJsselstein De Wildt, Arianehof 17 IJsselstein Van Zwieten, Tourmalijnpad 1 IJsselstein Contactpersoon: De heer A.F.P. van Dijk, Aquamarijnpad 9 3402 GJ IJsselstein Telefoon 06-20363990 Mailadres: avandijkijsselstein@gmail.com
Pagina 10 van 10