CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

10.2 Bijlage 1ste BW WIL 2023 definitieve versie

Commissie Samenleving 24 mei 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken8.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1e Begrotingswijziging 2023

VOORWOORD Voor u ligt de 1e begrotingswijziging 2023, hierna BW1 genoemd. Wij bieden u deze bijstelling van de begroting aan voordat het begrotingsjaar echt gestart is. Wij doen dit omdat wij bij de procesbrief 2023 en het opstellen van de begroting 2023 (nog) niet met alle ontwikkelingen rekening konden houden, zodat een bijstelling op basis van de actualiteit nodig blijkt. WIL heeft op 5 oktober tijdens het Kaderstellend Raadsdebat (KRD) tussentijds kaderstellende noties bij de raadsleden opgehaald voor de noodzakelijke bijstelling(en). In de procesbrief 2023 hebben wij dit reeds toegezegd omdat wij u voorafgaand aan deze BW wilden betrekken en tijdig ‘aan het stuur laten zitten'. Het AB WIL heeft de opgehaalde kaderstellende noties gewogen en ter zake als dus besloten.

INLEIDING Bij het vaststellen van de procesbrief 2023 en de begroting 2023 was voor een aantal ontwikkelingen de besluitvorming nog niet afgerond, dan wel nog niet helder wat te gebeuren stond. Hierdoor was de inhoudelijke en financiële vertaling van deze ontwikkelingen in begroting 2023 nog niet mogelijk. Gedurende het jaar 2022 is gebleken dat 2022 een roerig jaar is waarin de ontwikkelingen snel gaan. De stijgende kosten levensonderhoud, energiecrisis, krapte op de arbeidsmarkt, gewijzigd beleid in de Miljoenennota, et cetera zijn allemaal factoren met impact op WIL en haar dienstverlening. Het is duidelijk dat dit inhoudelijke en financiële consequenties heeft die tot uiting komen in een bijstelling van de begroting 2023. In uw zienswijzen op de begroting heeft u hiervoor begrip getoond. Conform uw wensen nemen wij de nullijn nog steeds als basis voor de begroting. Hiermee blijven de dienstverlening en financiële kaders overeind. Dit past bij hetgeen ons tijdens het KRD door u is meegegeven: de ingeslagen inhoudelijke koers en inzet moeten de basis blijven. Verschillende ontwikkelingen leiden er evenwel toe dat er op een aantal punten toch een tenzij nodig op de nullijn is. WIL pakt tegelijk een aantal bijstellingen ook binnen de begroting op. Andere onderwerpen vragen een extra investering om de dienstverlening te laten aansluiten bij de inhoudelijke koers.

De verhoging van de uitkeringsnormen met 10% per 1 januari 2023 leidt tot een verhoging van de regelingskosten, een ontwikkeling waar WIL geen invloed op heeft. Notabene. Wij berekenen de uitvoerings- en regelingskosten voor de 2de tranche Energietoeslag en mogelijke extra compensatie van de stijgende kosten levensonderhoud door gemeenten 1-op-1 door aan de gemeenten. Dit wordt buiten de begroting als extra opdracht uitgevoerd en is niet verwerkt in deze bijstelling van de begroting. Bovenstaande in acht nemend legt het bestuur van WIL u de voorliggende begrotingswijziging 2023 (BW1) voor.

LEESWIJZER Voor 2023 voorzien wij meerdere ontwikkelingen die op een aantal punten tot aanpassing van beleid en uitvoering leiden en/of een BW impliceren. Per programma treft u deze onderstaand aan. Wij beginnen evenwel met een korte beschrijving de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die het bestuur van WIL heeft vastgesteld als basis voor deze BW1. De kaderstellende noties die zijn opgehaald in het KRD vormen hiervoor een belangrijke grondslag.

1

1e Begrotingswijziging 2023

UITGANGSPUNTEN BW1 2023, MEDE N.A.V. HET KRD Conform inmiddels goed gebruik heeft het bestuur van WIL, net als de voorgaande jaren, ook in 2022 gemeend de raadsleden in de Lekstroom in een vroeg stadium te moeten betrekken bij het proces richting een mogelijke actualisering van de begroting WIL 2023. Op 5 oktober jl. hebben wij daarom met u in het KRD het gesprek gevoerd en heeft u de gelegenheid aangegrepen om kaderstellende noties op zowel inhoud als financiën mee te geven aan het Algemeen Bestuur. Het bestuur heeft deze noties gewogen en vertaald in onderstaande uitgangspunten voor wijziging van de begroting 2023. Inhoudelijke uitgangspunten De koers, inzet en uitvoering, zoals die in de begroting 2023 zijn omschreven, worden gecontinueerd. Vanuit het KRD is geen wens of noodzaak tot bijstelling van de koers op tafel gekomen. Dat betekent onder andere dat de kwaliteit van de dienstverlening en uitvoering goed is, maar ook op niveau moet blijven. WIL blijft aansluiten op de leefwereld van onze klanten en hiervoor maatwerk leveren. Inzet op preventie blijft een belangrijk element van de dienstverlening van WIL. M.a.w. de (basis)dienstverlening WIL is op orde en heeft de juiste focus.

Op deze nullijn zijn een aantal tenzij's bespreekbaar als gevolg van een inhoudelijke wijziging of aanscherping van de begroting 2023: • Aanpassingen in het kader van de versoepeling van de Participatiewet; • Continueren van het Matchingsteam op het niveau van 2022, dus zonder extra inzet; • Aanpassing wet Suwi en doorontwikkeling Utrechtse Werktafel; • Uitvoeren van de businesscase bewindvoering (zie bijlage Bewindvoering); • Versterken van de HR-organisatie in verband met de HR-uitdagingen als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt (zie bijlage HR); • Vormgeven van de ICT-doorontwikkeling WIL met bijbehorende uitdagingen met inzet van een transitiebudget (zie bijlage ICT); • Afronden implementatie van de Innovatieagenda; • Inspelen op de kansen en de krapte op de arbeidsmarkt in samenspel tussen de lokale werkteams en WIL; • Doorvoeren van de door het RIJK vastgestelde verhoging van de uitkeringsnorm met 10% per 1 januari 2023. Daar waar keuzes gemaakt moeten worden, zijn de volgende zaken prioritair: • Preventie in alle opzichten: voorkomen is beter dan genezen; • Blijf aansluiten op de leefwereld van de inwoner waarmee je extra werk aan de achterkant voorkomt. De maatschappelijke meerwaarde speelt hierbij een belangrijke rol; • Participatie van de bijstandspopulatie kost tijd, geld en energie.

Gemeenten en WIL moeten blijven investeren in de participatie van kwetsbare groepen; • Lokaal en regionaal pakken we door op participatie. Gemeenten zijn daarbij primair aan zet om keuzes te maken bij het aanbrengen van de focus van de inzet in de lokale werkteams. Financiële uitgangspunten De voorliggende 1ste begrotingswijziging (BW) 2023 is een actualisering en herijking van de begroting 2023 met als insteek de ‘Nullijn, tenzij …'. Overschrijdingen zijn beperkt mogelijk waarbij kwaliteit van de dienstverlening voor de kwantiteit gaat. Het loslaten van de Nullijn op verschillende onderdelen moet ook in balans en proportioneel zijn met de gevraagde totale financiële inzet. Wat betreft de klantvolumes gaan wij voor 2023 vooralsnog uit van een stabiel volume op het niveau van 2022. Er zijn meerdere ontwikkelingen (energiecrisis, toenemende kosten levensonderhoud, nasleep corona, krapte

2

1e Begrotingswijziging 2023

arbeidsmarkt) die invloed hebben op de volumeontwikkeling. Deze effecten zijn op dit moment niet accuraat in te schatten qua consequenties voor de volumes en zijn niet vertaald in een bijstelling. Uitgangspunten wijzigingen met financiële gevolgen Met betrekking tot een aantal van de hiervoor genoemde inhoudelijke wijzigingen/aanscherpingen wordt een BW met financiële gevolgen acceptabel en noodzakelijk geacht: • De verhoging van de uitkeringsnorm met 10% per 1 januari 2023 leidt tot een ophoging van de regelingskosten BUIG binnen het programma Inkomen. Dit is een technische wijziging die doorgevoerd moet worden als gevolg van Rijksbeleid; • De businesscase bewindvoering wordt in 2023 uitgevoerd als een combinatie van scenario 1 (1 fte personele inzet extra) en scenario 3 (invoeren digitaal Huishoudboekje), met in totaal in 2023 € 180.000 aan hogere uitvoeringskosten en structureel lagere regelingskosten ad € 90.000. Zie programma Inkomensondersteuning; • Om de ICT-doorontwikkeling WIL met bijbehorende uitdagingen vorm te kunnen geven is een transitiebudget nodig. Dit vraagt voor 2023 een BW van € 150.000. Daartegenover staat een materiele kostenbesparing ICT van €75.000. Zie programma Bedrijfsvoering; • De krapte op de arbeidsmarkt levert een aantal HR-uitdagingen op.

De invulling van het personeel binnen onze HR-organisatie en toenemende investering voor het werven van nieuw personeel, leiden ertoe dat het team HR moet worden versterkt. Dit vraagt een verhoging van de begroting in 2023 ad € 75.000. Zie programma Bedrijfsvoering; • Daarnaast leidt de krapte op de arbeidsmarkt tot het moeilijker invullen van vacatures WIL breed met hogere kosten tot gevolg. Hiervoor stelt het bestuur voor om geen budget te vragen, maar ruimte om te handelen indien nodig en dit te verrekenen bij de jaarrekening 2023; • De lagere regelingskosten in de businesscase bewindvoering zijn doorlopend in 2024 en 2025. Het ICT-transitiebudget en de HR-inzet zijn doorlopend in 2024. Dit zal zichtbaar zijn in de begroting 2024 en niet verder ter sprake komen in de BW1. Uitgangspunten wijzigingen zonder financiële gevolgen Met betrekking tot de overige hiervoor genoemde inhoudelijke wijzigingen/aanscherpingen wordt een BW zonder financiële gevolgen acceptabel en noodzakelijk geacht. De noodzakelijke aanpassing van de dienstverlening wordt wel ingevoerd, maar dit wordt binnen de begroting opgepakt. Er wordt dus geen financiële wijziging aan gekoppeld. Voorwaarden Bij de gemaakte keuzes zijn een aantal uitgangspunten van belang. Deze vormen voorwaarden in de zin dat WIL het voorgaande alleen kan waarmaken als deze uitgangspunten gehanteerd worden.

Het gaat hierbij om de volgende voorwaarden: • Bij stijgende volumes doet WIL wat goed is. Dit is aan het Dagelijks Bestuur in samenwerking met het Algemeen Bestuur. We gaan ervan uit dat WIL de ruimte en het vertrouwen krijgt om met maatwerk keuzes te maken over aantrekken van personeel of het (tijdelijk) inperken van de dienstverlening. Hierover legt WIL achteraf verantwoording af; • Als de gemeenten extra inzet van WIL vragen op armoede en schulden om de gevolgen van de energiecrisis en inflatie te beperken, dan zijn wij bereid deze opdracht uit te voeren. Hierbij zullen wij de regelings- en uitvoeringskosten 1-op-1 afrekenen, zoals wij dat ook bij de uitvoering Tozo hebben gedaan. Dit wordt daarom niet in de begroting opgenomen; • Voor de tweede tranche van de energietoeslag zullen wij dit ook 1-op-1 afrekenen; • Wij gaan de businesscase bewindvoering pas oppakken nadat het Algemeen Bestuur de BW1 definitief heeft vastgesteld. Dit is pas gebeurd in april 2023. Het is hierdoor niet onwaarschijnlijk dat de verwachte inverdieneffecten op de regelingskosten in 2023 lager dan geraamd zullen uitvallen;

3

1e Begrotingswijziging 2023

•

Op de overige bijstellingen zoals hiervoor beschreven zullen wij direct schakelen, vooruitlopend op de definitieve besluitvorming in het Algemeen Bestuur in maart of april 2023.

FINANCIËLE SAMENVATTING BW1 2023 In deze BW1 geven wij aan hoe wij beleidsmatig en financieel onze begroting willen aanpassen aan wat van ons gevraagd wordt. Op inhoud continueren we onze dienstverlening en inzet. Voor een viertal knelpunten is een aanpassing van onze inzet noodzakelijk om onze dienstverlening op niveau te houden en onze klanten en medewerkers goed te bedienen. Dit betreft de verhoging van 10% op de uitkeringsnorm, onze inzet op uitvoering businesscase bewindvoering, transitie-inzet ICT en HR-inzet. Financieel leidt dit tot een extra bijdrage van circa 4 miljoen euro in de begroting. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur WIL wordt verder de ruimte gegeven om maximaal € 150.000 extra aan personeel in te zetten en dit bij de jaarrekening 2023 te verrekenen. Dit in relatie tot het versterken van de arbeidsmarktpositie. Financiële samenvatting

Programma Inkomen Programma Werk Programma Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering Totaal Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Totaal bijdragen per gemeente

Primitieve VerdeelBegroting 2023 sleutel 39.393.000 4.622.000 6.130.000 7.919.000 58.064.000 23,85% 12.680.000 20,35% 11.616.000 5,84% 3.327.000 49,95% 30.441.000 100,00% 58.064.000

1e BW structureel 3.700.000 0 -90.000 0 3.610.000 862.000 735.000 211.000 1.802.000 3.610.000

1e BW incidenteel 0 0 180.000 150.000 330.000 79.000 68.000 19.000 164.000 330.000

Begroting 2023 na 1e BW 43.093.000 4.622.000 6.220.000 8.069.000 62.004.000 13.621.000 12.419.000 3.557.000 32.407.000 62.004.000

Toegepaste afrondingen: De cijfers zijn afgerond op duizenden euro’s. Bij de berekening van de BW houden we wel de uiteindelijke cijfers aan zodat een correct inzicht wordt geboden in de mutaties van de gemeentelijke bijdragen. Bij de uiteindelijke begroting worden deze bedragen weer afgerond.

Programma Inkomen Inkomensondersteuning Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Saldo begrotingswijzigingen

Omschrijving Ophoging bijstandsnorm met 10% Uitvoering businesscase bewindvoering uitvoeringskosten Uitvoering businesscase bewindvoering regelingskosten Transitie-inzet ICT HR-inzet WIL ICT materiele kosten

Structureel 3.700.000 0 -90.000 0 0 0 3.610.000

Incidenteel 0 180.000 0 150.000 75.000 -75.000 330.000

4

1e Begrotingswijziging 2023

PROGRAMMA INKOMEN Programma Inkomen BUIG BBZ 2004 Wet op de Lijkbezorging Personeel incl. inhuur Totaal lasten BUIG Wet op de Lijkbezorging (Nieuwegein) Totaal baten Saldo van baten en lasten Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

Verdeelsleutel

23,85% 20,35% 5,84% 49,95% 100,00%

Primitieve 1e BW structureel 1e BW incidenteel Begroting 2023 37.242.000 3.700.000 0 420.000 0 0 15.000 0 0 2.290.000 0 0 39.967.000 3.700.000 0 559.000 0 0 15.000 0 0 574.000 0 0 39.393.000 3.700.000 0 8.458.000 883.000 0 7.853.000 753.000 0 2.282.000 216.000 0 20.800.000 1.848.000 0 39.393.000 3.700.000 0

Begroting 2023 na 1e BW 40.942.000 420.000 15.000 2.290.000 43.667.000 559.000 15.000 574.000 43.093.000 9.341.000 8.606.000 2.498.000 22.648.000 43.093.000

Wat gaan we doen? Binnen het programma Inkomen is de insteek voor 2023 hetzelfde als in 2022. We bieden dezelfde dienstverlening, passend bij de koers die we hebben vastgesteld. We verwerken de ophoging van de uitkeringsnormen. Dit vraagt geen extra uitvoeringskosten omdat wij bij onze reguliere uitvoering al minimaal 2 keer per jaar een aanpassing van de uitkeringsnormen verwerken. Financieel Het minimumloon wordt per 1 januari 2023 met 10% verhoogd. De uitkeringsnormen zijn gekoppeld aan het minimumloon waardoor de uitkeringsnorm per 1 januari 2023 eveneens met 10% stijgt. Dit leidt tot een stijging van de regelingskosten BUIG van circa 3,7 miljoen euro.

5

1e Begrotingswijziging 2023

PROGRAMMA INKOMENSONDERSTEUNING Programma Inkomensondersteuning Bijzondere bijstand Wet Kinderopvang Personeel Totaal lasten Bijzondere bijstand Totaal baten Saldo van baten en lasten Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

Verdeelsleutel

23,85% 20,35% 5,84% 49,95% 100,00%

Primitieve Begroting 2023 3.631.000 249.000 2.519.000 6.399.000 269.000 269.000 6.130.000 1.513.000 1.197.000 375.000 3.045.000 6.130.000

1e BW structureel -90.000 0 0 -90.000 0 0 -90.000 -21.000 -18.000 -5.000 -46.000 -90.000

1e BW incidenteel 0 0 180.000 180.000 0 0 180.000 43.000 37.000 10.000 90.000 180.000

Begroting 2023 na 1e BW 3.541.000 249.000 2.699.000 6.489.000 269.000 269.000 6.220.000 1.535.000 1.216.000 380.000 3.089.000 6.220.000

Wat gaan we doen? Binnen het programma Inkomensondersteuning is de insteek voor 2023 hetzelfde als in 2022. We bieden dezelfde dienstverlening, waarbij we wel een extra investering doen in de businesscase bewindvoering. Met de businesscase beogen wij kwalitatief gezien een slag vooruit te maken door meer klanten (meer) financieel zelfredzaam te maken zodat een beroep op bewindvoering niet (meer) nodig is. Het afnemende beroep op bewindvoering heeft een drukkend effect op de kosten van bijzondere bijstand voor bewindvoering. We zien de kosten voor beschermingsbewind jaarlijks stijgen. De afgelopen jaren zijn deze kosten met ruim 50% toegenomen. Door de businesscase uit te voeren streven wij naar 25 succesvol afgeronde dossiers. Daarnaast zetten we het Huishoudboekje in. Dit is een voorziening die inwoners helpt het eigen budget te beheren op een moment in hun leven dat ze dit zelf niet kunnen zonder hulp. Dit instrument is een uitbreiding van het pakket aan dienstverlening. Een mogelijkheid voor inwoners om gebruik te maken van een laagdrempelige voorziening als steun in de rug om overzicht te houden op hun financiële administratie zodat er minder snel een beroep op bewindvoering nodig is.

Eind 2024 evalueren we de businesscase bewindvoering en bepalen we hoe verder Financieel De businesscase vraagt een eenmalige investering van € 180.000 voor de inzet van 1 fte in 2023 en het inzetten van het Huishoudboekje. Daar staat tegenover dat er een structurele besparing van € 90.000 wordt gerealiseerd op de kosten bijzondere bijstand.

6

1e Begrotingswijziging 2023

PROGRAMMA WERK Programma Werk Lokale handgeld Houten Lokale handgeld IJsselstein Lokale handgeld Lopik Lokale handgeld Nieuwegein Personeel Totaal lasten Personeel Totaal baten Saldo van baten en lasten Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

Verdeelsleutel

23,85% 20,35% 5,84% 49,95% 100,00%

Primitieve Begroting 2023 104.000 344.000 32.000 1.141.000 3.001.000 4.622.000 0 0 4.622.000 820.000 955.000 207.000 2.640.000 4.622.000

1e BW structureel

1e BW incidenteel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Begroting 2023 na 1e BW 104.000 344.000 32.000 1.141.000 3.001.000 4.622.000 0 0 4.622.000 820.000 955.000 207.000 2.640.000 4.622.000

Wat gaan we doen? Binnen het programma Werk is de insteek voor 2023 hetzelfde als in 2022 waarbij we dezelfde dienstverlening bieden. Dit betekent dat we geen extra inzet nodig hebben voor het Matchingsteam. In 2022 was hier nog een extra bedrag van € 150.000 begroot, maar dit budget is in 2022 niet ingezet omdat het beroep op het Matchingsteam met de reguliere inzet bediend kon worden. Voor 2023 gaan wij er bij gelijkblijvende volumes vanuit dat er geen extra inzet, of tenzij, nodig is. We zetten binnen de begroting nog steeds in op de wijzigingen in de wet Suwi en de bijbehorende doorontwikkeling van de Utrechtse Werktafel. De implementatie van de keuzes over de Innovatieagenda bevindt zich in de laatste fase. Financieel De genoemde extra inzet wordt binnen de geldende begroting uitgevoerd. Er is geen BW nodig voor het programma Werk.

7

1e Begrotingswijziging 2023

PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering Personeel Huisvesting ICT Advisering en ondersteuning Kantoorkosten Totaal lasten Advisering en ondersteuning Totaal baten Saldo van baten en lasten Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Totaal bijdragen gemeente

Verdeelsleutel

23,85% 20,35% 5,84% 49,95% 100,00%

Primitieve Begroting 2023 4.695.000 673.000 1.890.000 390.000 361.000 8.009.000 90.000 90.000 7.919.000 1.889.000 1.611.000 463.000 3.956.000 7.919.000

1e BW structureel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

1e BW incidenteel 225.000 0 -75.000 0 0 150.000 0 0 150.000 35.781 30.522 8.766 74.930 150.000

Begroting 2023 na 1e BW 4.920.000 673.000 1.815.000 390.000 361.000 8.159.000 90.000 90.000 8.069.000 1.924.781 1.641.522 471.766 4.030.930 8.069.000

Wat gaan we doen? Binnen het programma Bedrijfsvoering is de insteek voor 2023 hetzelfde als in 2022. We bieden dezelfde dienstverlening waarbij op enkele punten extra inzet nodig is. De krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat op HR-gebied een aantal uitdagingen liggen. Voor de HR-organisatie zelf geldt dat door een combinatie van omstandigheden een extra investering nodig is om het team te versterken. Het vinden en binden van nieuwe medewerkers vraagt in de huidige arbeidsmarkt bijvoorbeeld een andere wervingsstrategie. Daarbij komt dat het vervullen van de vacature voor een HR-medewerker in de huidige arbeidsmarkt lastig is. Dit samen vraagt voor 2023 de extra inzet van 1 fte. Verder blijkt WIL breed dat vervulling van vacatures moeizamer verloopt door de krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het van belang om de arbeidsmarktpositie van WIL te versterken. Extra inzet van personeel kan noodzakelijk zijn om curatief en soms ook proactief te kunnen schakelen. WIL zal net als andere overheidsorganisaties in ICT moeten investeren om de inwoners en klanten goed en veilig van dienst te kunnen zijn. Samen met onze ICT-partner Houten kijken we wat nodig is in deze, waarbij we geen grote ambities formuleren. Onze ICT-partner Houten is bezig zich als regie-organisatie te positioneren, wat consequenties heeft voor het onderlinge samenspel en de onderlinge verhoudingen.

WIL staat voor de opgave zichzelf ook tot regieorganisatie te ontwikkelen en de regie weer meer in eigen hand te krijgen om zelf keuzes te kunnen maken. Hiertoe voeren we in 2023 en 2024 een transitie uit. Ten behoeve van deze transitie hebben we een transitiebudget nodig. De verwachting is dat dat we hierdoor tegelijk uiteindelijk structureel beter binnen de ICT-begroting kunnen blijven opereren.

8

1e Begrotingswijziging 2023

Financieel Het versterken van de HR-organisatie vraagt een budget van € 75.000. Het bestuur vraagt daarnaast ruimte om de arbeidsmarktpositie te verbeteren tot een bedrag van € 150.000. Indien aan de orde wordt dit verrekend bij de jaarrekening 2023. De transitiekosten ICT leiden tot een verhoging van € 150.000 qua personeelslasten bedrijfsvoering in de begroting en € 75.000 aan inverdienbaten qua materiele kosten ICT.

9

1e Begrotingswijziging 2023

BIJLAGE BIJ DEFINITIEVE 1STE BW2023 ICT TRANSITIE WIL 2023 – 2025 ICT wordt steeds belangrijker; voor WIL, maar ook als maatschappelijke ontwikkeling. WIL moet hierin tot op zekere hoogte mee. We hebben het dan niet alleen over de digitalisering van onze front-office dienstverlening aan klanten, maar ook de stabiliteit en functionaliteit van onze back-office systemen en dienstverlening. Een goed voorbeeld van het eerste is WIL-Direct, maar ook de wens van klanten digitaal toegang te hebben tot hun uitkeringsspecificatie via mijnoverheid.nl en DigiD. De ICT van WIL wordt vanaf de start vanuit Houten verzorgd. Gaandeweg heeft WIL ook zelf een aantal zaken opgepakt, waardoor een hybride situatie is ontstaan. Houten is nog steeds onze belangrijkste ICT-partner evenwel en doet dat goed; zeker gelet op de complexiteit die speelt, de onderlinge afhankelijkheden, de risico’s en relevante ontwikkelingen. De inzet van Houten is evenwel niet altijd ook voor WIL de juiste (qua dienstverlening, kosten, interventies, e.d.), door tal van redenen. Waar staan we nu? Aan de vooravond van een stevige ICT-transitie! Bij Houten en WIL zelf. De situatie nu is dat Houten zich heroriënteert op haar positie als ICT-dienstverlener met als voornemen de volledige uitbesteding van haar ICT naar een externe leverancier.

Dit betekent een stevig transitieproces met -vanaf 2025- Houten als een regie-organisatie op ICT. Houten is dan zelf geen ICTdienstverlener meer, maar draagt zorg voor de afstemming van de vraag naar ICT (van WIL en ook de eigen organisatie bijvoorbeeld) en het aanbod van haar ICT-partners binnen de afgesproken kaders van beleid, financiën en strategie. Deels parallel aan en deels volgend op deze ontwikkeling heeft WIL het besluit genomen ook stappen gericht vooruit te zetten om vanaf 2025 de eigen ICT te kunnen uitbesteden. • Gericht vooruit betekent als eerste stap een verzakelijking en ontvlechting van de relatie WIL-Houten. Een stap waarin WIL zichzelf als ICTopdrachtgever positioneert en inricht, helder krijgt en maakt wat zij wil en zich eveneens als regie-organisatie inricht. In deze fase – de periode 20222024- blijven WIL en Houten partners van elkaar. Deze periode loopt gelijk met de vigerende contractperiode. • Gericht vooruit betekent aansluitend, als tweede stap, dat WIL kijkt bij wie zij haar ICT-vraag en dienstverlening neerlegt en dit ook cf. wens inregelt voor de komende jaren. Nog steeds zou dit Houten kunnen zijn, als tussenpersoon; want samen sta je waarschijnlijk sterker naar derden dan als WIL alleen. Een andere (meer directe) uitbesteding kan echter ook.

Aan het DB van WIL worden tegen die tijd de meest relevante keuzes en scenario’s voorgelegd ter besluitvorming. Onderdeel van bovengenoemde eerste stap is ook een herbezinning op alle lopende contracten, afspraken, werkwijzen en aanverwante zaken op ICTgebied. Samenvattend Een goed functionerende en kosteneffectieve ICT is voor WIL essentieel voor haar dienstverlening. Daarvoor is het noodzakelijk dat WIL helder heeft wat zij nodig heeft en ook de regie hierin kan voeren richting partners en opdrachtnemers. Op dit moment is dit onvoldoende het geval; WIL is onder andere te

10

1e Begrotingswijziging 2023

afhankelijk van Houten. Mede in het licht van het transitieproces dat Houten is ingegaan is dit een groot risico. Het is hierom dat WIL ook zelf aan de bak moet; daar nemen we 2 jaar voor. Het transitieplan ICT WIL in stap 1 Om uiteindelijk tot uitbesteding van de eigen ICT over te kunnen gaan, moet WIL in control zijn over de eigen ICT. Dat zijn we zoals gezegd beperkt. We gaan daarom op vijf domeinen aan de slag: •

Inrichten van een effectief veranderproces met invulling van de rol van verandermanager/changemanager. Dit veranderproces sluit uiteraard aan op het veranderproces van de gemeente Houten (en eventueel t.z.t. een andere ICT-leverancier). Doel is grip krijgen en houden op het gecontroleerd realiseren van veranderingen. Op dit moment is er sprake van een hybride situatie: soms starten veranderingen in Houten (technisch gedreven bijvoorbeeld) en moet WIL hierin (onvoorbereid) mee; soms starten veranderingen bij WIL en moet Houten op stel en sprong mee.

•

Inrichten eerstelijns gebruikersondersteuning voor medewerkers WIL. Doel is om bij verstoringen minder afhankelijk te zijn van of Houten (of welke ICT-leverancier dan ook) wel of geen tijd heeft en als er verstoringen zijn hierop snel en goed te kunnen schakelen. Ook hier is momenteel sprake van een hybride situatie met een werkplekbeheerder bij WIL en een helpdesk bij zowel Houten als bij WIL; dat is niet effectief. Parallel hieraan maken we de keuze als WIL zelf geen ICT-middelen meer aan te schaffen (wat we nu soms wel doen), maar deze alleen nog maar als dienst af te nemen van onze ICT-leverancier. Een heldere en effectieve rolverdeling is hier het doel.

•

Professionaliseren projectmanagement. De dienstverlening van WIL ontwikkelt zich continue, niet zelden projectmatig. Een goed voorbeeld is de digitalisering van een aantal van onze bijstandsregelingen via WIL Direct. De impact van deze projecten op de ICT van WIL is vaak groot; maar wordt niet altijd goed op voorhand in een project meegenomen. Doel van de beoogde professionaliseringsslag is dat WIL controle heeft en houdt over de eigen lopende projecten, resultaten van projecten zijn vooraf bepaald, de uitvoering van projecten gestructureerd verloopt, en WIL steeds controle heeft op voortgang, resultaat en kosten.

•

Contract- en leveranciersmanagement (CLM) inrichten. Zowel Houten als WIL hebben verschillende ICT-dienstverleners aan zich gebonden. Wederzijds is er evenwel momenteel nog geen volledig zicht op wie met wie welke afspraken heeft gemaakt; WIL heeft ook zelf nog geen volledig beeld. Het doel van de beoogde herinrichtingsslag is dat WIL controle krijgt en houdt over contracten, kwaliteit van dienstverlening en de daarvoor door leveranciers berekende kosten.

•

Inrichten securityproces. WIL heeft op dit moment geen eigen gegevensbeschermingsbeleid, maar sluit aan op dat van Houten. WIL heeft de rol van CISO (= hoofd informatiebeveiliging) en FG (= functionaris gegevensbescherming) wel binnen de eigen organisatie belegd. Deze hybride situatie wordt onwenselijk geacht. Het doel van deze herinrichtingsslag is daarom een kanteling waarin WIL vanaf 2025 zowel beschikt WIL over een eigen gegevensbeschermingsbeleid, als een eigen CISO en FG heeft. Mocht dit laatste niet haalbaar zijn, dan is het een optie deze rollen bij een van de deelnemende gemeenten te beleggen, omdat beide rollen weinig tijd vragen maar wel noodzakelijk zijn.

11

1e Begrotingswijziging 2023

Gevolgen voor de organisatie Om deze veranderingen te bereiken en toe te groeien naar een effectieve regieorganisatie, is een aanpassing van de ICT-organisatie WIL nodig. Deze is nu nog redelijk conform de begin 2013 ingericht. Onderstaande plaatje geeft aan waar we naar toe willen: naar een regieorganisatie met een eigen informatiemanager/Ciso, applicatiebeheerders, een werkplekbeheerder en professioneel contractmanagement. ICT-organisatieplaatje IST en SOLL

Inhuur of vast in dienst Vast in dienst

IST-situatie

SOLL-situatie Informatie-manager

Informatie-adviseur Applicatiebeheerders FG

Applicatiebeheerders Werkplekbeheerder FG (mogelijk alleen tijdelijk) CISO (mogelijk alleen tijdelijk)

Inhuur Informatiemanager/Ciso Werkplekbeheerder

Change-manager (voor 2 jaar) Ciso (tot 2025)

Contractmanagement (houtje touwtje)

Contractmanagement (professioneel)

Rollen

Inschatting kosten ICT-transitie Onze inschatting is dat de beoogde verschuiving van inhuur naar vast in dienst, in combinatie met de afbouw van de functie informatieadviseur -uiteindelijk- in hoge mate break-even binnen de ICT-begroting kan worden gerealiseerd; uiteraard afhankelijk van de vraag hoe snel wij de gewenste collega’s geworven krijgen. De rol van Ciso is nu nog ondergebracht bij de ingehuurde informatiemanager. Om de werving van een interne informatiemanager niet extra moeilijk te maken, zullen we de functie van Ciso de komende 2 jaar eerst extern beleggen. We ramen de inhuurkosten voor een Ciso op € 25.000 per jaar. Veel van de processen die verder geoptimaliseerd gaan worden, worden nu al deels ingevuld door eigen medewerkers. Door verder slimme verbindingen te beleggen en openstaande vacatures goed in te vullen, denken we structureel geen extra personele kosten kwijt te zijn. Wel is voor de opzet en initiële begeleiding van deze processen tijdelijk extra capaciteit nodig en zullen sommige functies tijdelijk soms dubbel gevuld zijn. Dit geldt bijvoorbeeld zeker in aanvang voor de functie van informatie-manager die ook de rol van kwartiermaker van het transitieproces op zich moet nemen. Goed om te noemen hier is dat we in deze tijdelijk gebruik kunnen maken van de expertise en diensten van een Houtense collega.

12

1e Begrotingswijziging 2023

Al met al zijn hiervoor transitiemiddelen nodig. We schatten in dat in de loop van de komende twee jaar de extra inzet die we moeten plegen waarschijnlijk steeds kleiner zal worden. Wij ramen de kosten van deze tijdelijke transitie-inzet op € 125.000 per jaar. Tegelijk denken we -begin Q1 2023- dat het ondertussen verantwoord is om ook al een inverdieneffect in te boeken door de betere interne en externe regie die we gaan realiseren; we denken aan een bedrag van € 75.000 per jaar aan minder materiele ICT kosten. Wat we nu al zien is dat we door zaken slimmer en eenvoudiger in te regelen de eerste kostenbesparende stappen kunnen nemen, bijvoorbeeld door kritisch de ICT-contracten nog eens tegen het licht te houden en sommige contracten te beëindigen. We hebben hierdoor al met al hebben wij het vertrouwen dat wij met een verlaagd transitiebudget van start kunnen gaan. Met de kanttekening dat we er daarbij vanuit gaan dat er zich onder meer aan de kant van ICT Houten geen onverwachte of bijzondere situaties zullen voordoen. Het transitieproces ICT kost WIL daarmee zowel 2023 als 2024 in totaal gemiddeld € 75.000 per jaar. Uit pragmatische overwegingen ramen we twee jaar hetzelfde bedrag; we weten namelijk niet precies wanneer we al hoever zijn en welke inzet wanneer gevraagd is.

13

1e Begrotingswijziging 2023

BIJLAGE BIJ DEFINITIEVE 1STE BW2023 BUSINESSCASE BEWINDVOERING Al jaren zien we een trend, namelijk: veel en stijgende kosten vanuit de bijzondere bijstand, voor de kosten van (beschermings)bewindvoering. Mensen kunnen om verschillende redenen onder bewind worden gesteld. Dit heeft tot doel om hen te helpen niet verder in financiële problemen te komen. Rechtbanken leggen bewindvoering dwingend op, veelal voor meerdere jaren achtereen (veelal 5 jaar) en vaak voor onbepaalde tijd. Bewindvoerders hebben tot taak de financiën op orde te brengen én te houden. Onderbewindgestelden worden daarmee ontzorgd. Omdat dit een opgelegde maatregel is van de rechter, is dit geen vrijblijvende regeling. De kosten die daaruit voortvloeien komen voor rekening van de onderbewindgestelde. Vaak gaat het om mensen met een laag inkomen. Door deze structurele kosten dreigen mensen onder het sociaal minimum terecht te komen. Gemeenten in Nederland verstrekken daarom bijzondere bijstand voor deze kosten. En meestal voor vele jaren achtereen. Het gaat daarmee dus om langdurige structurele kosten. De kosten van bijzondere bijstand voor genoemde bewindvoering bedragen nu omtrent de € 1,6 miljoen per jaar, voor het werkgebied van WIL. Bewindvoerders hebben ook de taak mensen weer financieel zelfredzaam te laten worden.

Maar het probleem daarbij is dat ze een vergoeding krijgen voor hun rol als financieel beheerder, maar nauwelijks voor andere taken. Dat betekent dat bewindvoerders geen prikkel hebben om de ondersteuning actief af te bouwen. Daardoor werden en worden klanten vaak niet of nauwelijks geholpen richting financiële zelfredzaamheid. Die prikkel is er inmiddels wel wat meer, maar in zeer beperkte mate. Het helpen van klanten richting een financieel zelfredzame situatie vraagt namelijk veel (persoonlijke) begeleiding en aandacht. Daar is weinig tijd en ruimte voor. Om deze redenen blijven de genoemde uitgaven structureel hoog en lopen zelfs verder op. Wat willen we? De Lekstroom-gemeenten en WIL (als uitvoerder) willen daarom via pilots en daarmee dus in de praktijk onderzoeken of we deze structurele (oplopende) kosten kunnen beperken, door -daar waar het kan- klanten te begeleiden richting financiele zelfredzaamheid (binnen de begroting en dienstverlening van WIL) en ze daarmee uit bewindvoering te houden. Een bijkomend doel is de onderbewingestelde inwoner/klant van WIL ook zelf gericht vooruit te helpen. Begeleiding en aandacht voor klanten levert namelijk minder stress op. En we weten dat stress een belangrijke factor is in relatie tot gezondheid, werk, thuissituaties, leerbaarheid en eigenwaarde.

Door hier op in te zetten verwachten we ook een verbetering op diverse leefgebieden. Samenvattend De kosten van (beschermings)bewindvoering blijven naar verwachting hoog. Gemeenten zijn gebonden aan de uitgaven, op grond van de P-wet. Rechtbanken Verplichten bewindvoerders tegenwoordig ook toe te werken naar financiële zelfredzaamheid, maar het toezicht daarop en de tijd die bewindvoerders daarvoor hebben is zeer beperkt. Gemeenten hebben daardoor nauwelijks invloed op het proces, maar betalen wel de kosten. Klanten blijven vaak heel lang onder bewind, zonder een duidelijk vooruitzicht op financiële zelfstandigheid. Om toch de kosten te verlagen is inzet nodig om onderbewindgestelden te helpen uit te stromen uit bewindvoering en weer financieel zelfredzaam te worden. Uit onderzoek blijkt dat veel bewindvoerders hier ook voor openstaan. Het spreekt voor zich dat we parallel hieraan met bewindvoerders in gesprek gaan over hun eigen verantwoordelijkheid in deze.

14

1e Begrotingswijziging 2023

Onze beoogde inzet: de businesscase bewindvoering In de kern zijn er drie scenario’s denkbaar, om deze kosten te verlagen en de onderbewindgestelden financieel redzaam te maken. Scenario 1 en 2 WIL begeleidt actief onderbewindgestelden zelf naar financiële zelfredzaamheid. Dit zijn klanten die voldoende leerbaar zijn en die gecoacht kunnen worden inzake hun financiën. Om te komen tot deze situatie van financiële zelfstandigheid, wordt klanten begeleiding geboden vanuit de medewerkers Budgetbeheer van WIL. De extra personele inzet zal een plaats krijgen in dit team. In scenario 1 beginnen we met een pilot van 25 klanten (= uiteindelijk 25 succesvol afgeronde dossiers), in scenario 2 met 60 klanten (inverdieneffect door schaalgrootte). In zowel scenario 1 als 2 gaan we uit van een duur van de pilot van 1 jaar. Het zelf begeleiden vraagt om financiële expertise, maar ook om coachingsvaardigheden. Gezien de huidige arbeidsmarkt is het te verwachten dat zulke professionals niet makkelijk gevonden worden. In de pilotfase kiest WIL er voor deze professionals in te huren; op langere termijn is vaste formatie hiervoor het meest logisch. Uitgaande van een caseload van 25 klanten vraagt scenario 1 circa 1 fte aan inzet. Deze personele inzet betekent een kostenpost van € 100.000. We gaan daarbij zoals gezegd uit van ingehuurd personeel tegen marktconform tarief.

Als opbrengst staat hier een plus van € 45.000 besparing op de bijzondere bijstand tegenover per jaar (= 25 dossiers x € 150 bijzondere bijstand per maand). Klanten zijn meestal langdurig onder bewind en vragen jaarlijks bijzondere bijstand aan. Wanneer zij uitstromen uit bewind, levert dit jaarlijks een besparing op. Deze besparing werkt meerdere jaren door. De besparing over 5 jaar bezien is derhalve € 225.000. De termijn van 5 jaar is realistisch. Scenario 2 is identiek aan het eerste scenario, maar dan met dubbele capaciteit. In dit scenario gaan we uit van 2 fte en wordt de investering € 200.000. Doordat er meer samenwerking mogelijk is, zien we ook een efficiëntieslag. We schatten in dat we via dit scenario 60 dossiers succesvol kunnen afronden. De besparing wordt daarmee verhoudingsgewijs iets hoger: € 108.000 per jaar (= 60 dossiers x € 150 bijzondere bijstand per maand). Over de genoemde 5 jaar gerekend is de verwachte besparing daarmee € 540.000. WIL kiest er voor met scenario 1 te starten om de pilot zowel financieel als organisatorisch behapbaar te houden; opschalen kan altijd nog. Scenario 3 In dit scenario speelt WIL in op een innovatieve ontwikkeling op het gebied van schuldhulpverlening: het inzetten van het Huishoudboekje.

Het Huishoudboekje is een voorziening die inwoners helpt het eigen budget te beheren in een moment van hun leven dat ze dit zelf niet kunnen zonder hulp. De gemeente Utrecht is een van de koplopers in Nederland die hier al goede ervaringen mee hebben. Het Huishoudboekje is een uitbreiding van het bestaande pakket aan dienstverlening. Een mogelijkheid voor inwoners om gebruik te maken van een laagdrempelige voorziening als steun in de rug om overzicht te houden op hun financiële administratie. Inzet aan de voorkant (preventie) Deelname aan het Huishoudboekje kan worden ingezet bij inwoners die “te weinig” problemen hebben om voor schuldhulpverlening in aanmerking te komen, maar wel ondersteuning kunnen gebruiken. Dit bespaart uiteindelijke de kosten op de lange termijn (voorkomen van problematische schulden) en verbetert de kwaliteit van leven voor de deelnemers.

15

1e Begrotingswijziging 2023

Inzet aan de achterkant Inzet van het Huishoudboekje kan er ook voor zorgen dat een duurder ingezet product zoals budgetbeheer en bewindvoering eerder kan worden afgeschaald. In het Huishoudboekje is bijvoorbeeld een stappenplan opgenomen waarin in fases afgeschaald wordt. Er ontstaat doorstroom vanuit zwaardere hulpverlening, zodat er meer ruimte is om nieuwe inwoners te ondersteunen. Daarnaast is het Huishoudboekje een voorziening die breder ingezet kan worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de klantgroep statushouders in het kader van hun inburgering en het ontzorgen waarvoor gemeenten de eerste zes maanden verantwoordelijk zijn. WIL kiest er voor om scenario 1 en scenario 3 tegelijk uit te voeren. Kosten en baten Het inzetten van het Huishoudboekje aan de preventieve kant resulteert niet direct in het besparen van kosten van bijzondere bijstand voor bewindvoering. Het beoogde effect is dat mensen financieel fit blijven, door middel van laagdrempelige hulpmiddelen en daardoor niet in grotere problemen terechtkomen. Op de langere termijn is zoals gezegd wel te verwachten dat er minder mensen bij een bewindvoerder terechtkomen. Dit levert besparing op. Het levert ook veel maatschappelijk effect op, zoals stressreductie, voorkomen van de armoedeval, kosten van advocaat en procedures. Voor klanten levert het meer kwaliteit van leven op, meer eigenwaarde, zelfredzaamheid.

Deze maatschappelijke effecten zijn niet eenvoudig in financiën uit te drukken. Ook de besparing op de bijzondere bijstand is moeilijk in cijfers uit te drukken. Maar het Huishoudboekje werkt preventief, helpt bij de zelfstandigheid, eigenwaarde en voorkomt dat financiële problemen zo groot worden dat langdurige hulpstructuren nodig zijn. Dit effect is terug te zien bij o.a. de gemeente Utrecht. Wanneer het Huishoudboekje wordt ingezet aan de achterkant, is wel een directe financiële besparing wel te verwachten. Het gaat dan om klanten die nu begeleid worden door een bewindvoerder. Het Huishoudboekje is dan te zien als een uitstroominstrument. Wij schatten in dat wanneer in het eerste jaar 25 klanten gebruik maken van het Huishoudboekje dat de besparing uitkomt op (25 x € 150 per maand) = € 45.000 in het eerste volledige jaar (en zoals gezegd de 4 jaren er na ook nog). De implementatiekosten van het Huishoudboekje zijn € 25.000 eenmalig. Dit zijn de aanschafkosten van de applicatie. Daarnaast zijn er jaarlijkse kosten voor het gebruik (€ 17.500), op basis van een SLA. Ook is er inzet nodig, vanuit WIL, om ook daadwerkelijk persoonlijke begeleiding te bieden. Wanneer we uitgaan van een halve (specialistische) fte komt dit neer op € 55.000 aan kosten, op basis van een marktconform tarief.

Notabene Door aanschaf van het Huishoudboekje verwachten we overigens dat er meer klanten gebruik van kunnen gaan maken. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om het Huishoudboekje als instrument in te zetten voor al onze klanten, die zich melden met vragen over hun financiën. In bredere zin werkt het Huishoudboekje dan dus als preventiemiddel, waarbij zwaardere begeleiding niet nodig is. Het voegt daarmee een stuk preventie toe aan onze dienstverlening en voorkomt hogere kosten in een later stadium. Het is niet goed mogelijk om dit in bedragen uit te drukken, maar we verwachten hier ook een flinke sociale/maatschappelijke impact te kunnen realiseren, voor klanten. Niet alleen klanten vanuit de doelgroep van de bijzondere bijstand, maar ook de context van schulden én van uitkeringen.

16

1e Begrotingswijziging 2023

Onderstaand plaatje schetst de kosten en baten van de businesscase Bewindvoering die WIL wil uitvoeren in een oogopslag. Financieel overzicht businesscase bewindvoering Personeel scenario 1 Personeel scenario 3 Huishoudboekje (implementatie en gebruik) Totale investering Besparing scenario 1 Besparing scenario 3 Totale besparing Overall besparing Cumulatief

2023 100.000 55.000 43.000 198.000 45.000 45.000 90.000 -108.000 -108.000

2024

2025

2026

2027

18.000 18.000 45.000 45.000 90.000 72.000 -36.000

18.000 18.000 45.000 45.000 90.000 72.000 36.000

18.000 18.000 45.000 45.000 90.000 72.000 108.000

18.000 18.000 45.000 45.000 90.000 72.000 180.000

Afhankelijk van de startdatum van het proces zullen de effecten en de resultaten zichtbaar worden. Begin 2024 zal er tussentijdse een evaluatie plaatsvinden, waarbij resultaten gerapporteerd worden. Aan het einde van de looptijd van de pilot (eind 2023, begin 2024, wordt een eindevaluatie gedaan en daarover wordt ook gerapporteerd. Op grond daarvan kan besloten worden de pilot te continueren, eventueel te intensiveren (opschaling van scenario 1 naar 2 bijvoorbeeld) of om de werkwijze regulier te maken. Te ondernemen acties en uitwerking Werven van een nieuwe (tijdelijke) kracht, die deze BC gaat uitvoeren. Ontwerp werkwijze, oriëntatie en doelgroep bepalen. Contacten leggen met bewindvoerders en voorstellen doen van overname cliënten. Starten met overname van klanten.

Kostenrealisatie

Uitwerking besparing

Investering

Opbrengsten

Start werving maart/april februari 2023 Voorkeur gaat uit naar een medewerker in tijdelijke dienst. Start nieuwe medewerker medio mei 2023. Met ingang van medio mei 2023. Dit proces heeft een opstart van 2 maanden intensief. Het loopt ook de maanden daarna door, om continu klanten te vinden die meegenomen kunnen worden in de BC. Dit proces start vanaf 1 juni, met een klein aantal. Het proces om klanten over te nemen via de BC en de opstart richting financiële begeleiding heeft een aanloop nodig. Verwacht wordt: 12 klanten in oktober 2023 Vanaf het moment waarop de eerste klant opgenomen wordt in de BC stoppen de kosten van bewindvoering. Omdat er een opbouw is van klantenaantallen, stijgt de kostenbesparing elke maand. Het streefgetal van 25 klanten verwachten we medio februari 2024. Juni 3 klanten, juli 5 klanten, september 10 klanten, oktober 12 klanten, et cetera (x € 150 p.p.p.m.) We streven naar 25 dossiers, als doel van de BC. Dit is geen begrensd aantal. Daar waar mogelijk zullen we meer klanten proberen op te pakken. De kosten voor personeel worden gemaakt vanaf het moment waarop we een medewerker aannemen. De kosten voor de implementatie van het Huishoudboekje loopt daarmee gelijk. Inverdieneffect ontstaat in het 2e jaar met als eindplaatje: 25 klanten uit bewindvoering: € 45.000 per jaar 25 klanten in huishoudboekje: € 45.000 per jaar

17

1e Begrotingswijziging 2023

BIJLAGE BIJ DEFINITIEVE 1STE BW2023 HR PROBLEMATIEK WIL De concurrentiepositie van WIL op de arbeidsmarkt staat onder druk De arbeidsmarkt verandert de komende jaren steeds meer van een vraaggerichte markt naar een aanbodgerichte markt. Het vinden, binden en boeien van personeel wordt een sleutelfactor voor het succesvol zijn van organisaties en het waarmaken van de opdracht waarvoor zij staan. Dat geldt niet alleen voor de werkgevers die WIL bedient, maar ook voor WIL zelf: ‘de boze buitenwereld bereikt nu ook WIL zelf”. Dat zien we nu al, maar zal de komende jaren nog sterker opspelen. De arbeidsmarktpositie van WIL is nog steeds goed te noemen, maar staat onder druk. Het is niet onwaarschijnlijk dat in 2023 knelpunten in de personeelsvoorziening tot discontinuïteit of verminderde dienstverlening kunnen leiden. Een structureel hoger personeelsbudget lijkt wenselijk om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen, tenzij schommelingen in de omvang en kwaliteit van onze dienstverlening acceptabel worden geacht. Wij opteren daarom voor een ‘tenzij, …’ op de vastgestelde Nullijn in deze van maximaal € 150.000 per jaar voor in ieder geval de komende 3 jaar. We vragen niet om dit budget op voorhand, maar om de ruimte om waar nodig te investeren in ons personeel (boven de reguliere begroting), met een afrekening bij de Jaarrekening 2023.

Zonder medewerkers, geen dienstverlening; maar zonder HR hapert WIL ook Ook HR als organisatieonderdeel zelf heeft last van de krapte op de arbeidsmarkt: er zijn het afgelopen jaar twee medewerkers vertrokken en het werven van nieuwe collega’s kost veel moeite (op vrijwel alle takken van sport binnen bedrijfsvoering binnen WIL en heel Nederland speelt dit). Met inhuur vullen we de gaten; budgettair betekent dit evenwel dat we veel minder uren terug krijgen dan nodig. Voor 2023 is dit niet meer verantwoord; we hebben alle begrootte uren meer dan nodig om collega’s de aandacht te geven die ze verdienen en de organisatie nodig heeft. Mocht het ons lukken tijdig nieuwe vaste medewerkers aan ons te binden, dan kunnen we met de begroting uit, anders is een ‘tenzij, …’ aan de orde van snel € 75.000 voor in ieder geval 2023. In dat geval opteren we wel voor een budget op voorhand. Samenvattend Overall vragen we dus in 2023 om een extra HR-budget van € 75.000 voor het versterken van sec de HR-organisatie (incidentele investering) en ruimte tot € 150.000 als extra personeelsbudget voor de gehele WIL-organisatie in geval van nood. Stand van zaken Overall lukt het WIL nog steeds vaste medewerkers aan zich te binden. Soms duurt dit evenwel wel veel langer dan normaal, vraagt de werving meer geld of moeten alternatieve oplossingen gezocht worden.

Een goed voorbeeld van dit laatste is Handhaving, waar nu gekeken wordt naar een eigen opleidingspool. Zo’n pool lost het probleem waarschijnlijk wel op, maar kost tijdelijk extra geld en verminderde productiecapaciteit. Een ander voorbeeld is HR zelf, waar al ruim een ½ jaar intensief geworven wordt voor een goede HR-adviseur en na 3 procedures (en assesmentrondes) de teller nog steeds op ‘0’ staat. We zien tegelijk dat er meer dan voorheen ook aan onze medewerkers getrokken wordt. De externe mobiliteit loopt op. WIL is overall (nog steeds) een goede en aantrekkelijke werkgever voor haar 190 medewerkers en 50 inhuurkrachten; medewerkers willen nog steeds graag bij ons werken. Dat blijkt ook uit het recente MTO. De krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende uitstroom, maken het noodzakelijk extra aandacht te hebben voor goed personeelsbeleid, gericht op behoud en duurzame inzetbaarheid. Dat vraagt in ieder geval een HR organisatieonderdeel dat staat als een huis. Dat huis heeft het zwaar zoals eerder gezegd. Ter illustratie: voor hetzelfde geld krijgen we nu ruim 0,4 fte minder aan productiecapaciteit).

18

1e Begrotingswijziging 2023

Voor 2023 is dit niet meer verantwoord gelet op de uitdagingen die er liggen. • Veerkracht en vitaliteit medewerkers. Ten tijde van de coronacrisis heeft WIL zich zeer flexibel getoond, doch deze periode heeft duidelijk een wissel getrokken op de veerkracht van de medewerkers. Het zoeken naar een nieuwe balans tussen thuis en op kantoor werken is iets waar we nog middenin zitten en ook iets van medewerkers vraagt. HR moet hier vol op kunnen inzetten/ondersteunen. • Vinden, binden en boeien personeel. Tot nu toe hebben we de dienstverlening op peil kunnen houden, maar ook WIL merkt nu langzaam maar zeker de effecten van de krapte op de arbeidsmarkt. Zie hiervoor. E.e.a. kost HR steeds meer tijd. • Werkdruk. Door langer openstaande vacatures en uitstroom van vaste medewerkers wordt de werkdruk in de organisatie steeds hoger (uiteraard in samenhang met de stevige opdracht waarvoor WIL staat). Vanuit het MTO 2021 is dit nogmaals bevestigd. We kunnen niet meer vragen van onze medewerkers dan dat we al doen. Ook hier moet HR op kunnen meedenken en schakelen. • Verzuim. Het verzuim binnen WIL is in absolute termen nog steeds aan de hoge kant, maar is echter gelijk gebleven ondanks de landelijke trend dat dit toeneemt na een periode van Corona, thuiswerken en de vitaliteit die dit heeft gevraagd van medewerkers. HR zal ook tijd moeten hebben om op verzuim te kunnen schakelen.

Tot slot WIL is een van de ketenpartners van de Lekstroom-gemeenten op het sociale domein. Het is niet onwaarschijnlijk dat als WIL te maken krijgt met discontinuïteit in de dienstverlening dit op meerdere vlakken zijn doorwerking zal hebben. Dat geldt uiteraard ook andersom.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12636673/2