CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Bijlage (reactie WIL op zienswijzen) bij aanbiedingsbrief raden definitieve 1ste BW WIL 2023

Commissie Samenleving 24 mei 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Overige ingekomen stukken5.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie van Werk en Inkomen Lekstroom op de zienswijzen van de Lekstroomgemeenten op de eerste begrotingswijziging 2023 Alle deelnemende raden hebben een zienswijze op de ontwerp begrotingswijziging 2023 ingediend. Hiermee zijn de raden aan de voor- en achterkant betrokken geweest bij het tot stand komen van de begroting(swijziging). Aan de voorkant via het meegeven van kaderstellende noties in het Kaderstellend Raadsdebat op grond waarvan het bestuur de eerste begrotingswijziging 2023 heeft opgesteld. Aan de achterkant via het indienen van zienswijzen op deze begrotingswijziging. Ook de Cliëntenraad WIL heeft wederom gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze op de eerste begrotingswijziging in te dienen. De zienswijzen zijn in zijn algemeenheid als positief te duiden wat betreft de voorgestelde begrotingswijzigingen: - De businesscase bewindvoering kan op brede sympathie rekenen. De Cliëntenraad zou zelfs graag een langdurigere pilot wensen, wellicht dat een (tussen) evaluatie kan leiden tot een verlenging van de inzet van dit instrument. - Voor de extra middelen voor HR die gevraagd worden is ook draagvlak. Houten zou hier wel graag harde doelstellingen qua verzuim en medewerkerstevredenheid aan verbonden willen zien. - Op ICT is er een gemengd beeld. Steun vanuit IJsselstein, Nieuwegein en Lopik, een kritische noot en voorbehoud vanuit Houten.

Hieraan ligt waarschijnlijk een interpretatieverschil ten grondslag. - Alle raden geven aan graag geïnformeerd te blijven over de resultaten van de extra inzet en vragen om een goede vinger aan de pols van het DB van WIL. Het bestuur van WIL ziet op grond van bovenstaande zienswijzen geen aanleiding niet in te stemmen met de voorgestelde begrotingswijzigingen; zij het met een lichte aanpassing op ICT. Aanvullend hierop is een rode draad in alle zienswijzen dat de Nullijn door WIL als leidraad wordt vast gehouden, maar dan primair als inhoudelijke leidraad: alle gemeenten willen dat WIL de dienstverlening kwalitatief en kwantitatief op peil houdt. In het belang van de inwoners en klanten. De dienstverlening van WIL is goed en moet dat blijven. Wel moet WIL scherp aan de wind blijven varen en er uiteraard naar streven binnen de begroting te blijven; ruimte om financieel van de Nullijn af te wijken krijgt het bestuur wel, mits (achteraf) verantwoord. Een voorbeeld hiervan is het meebewegen met eventueel oplopende klantvolumes of de inzet van het calamiteiten budget. Het bestuur heeft in het geval van een “tenzij, ..” altijd een goede afweging te maken tussen de kwaliteit van dienstverlening en de extra kosten. Maatwerk dus, maar met principieel en op voorhand speelruimte.

In de voorliggende reactie kunt u per onderdeel van de ontvangen zienswijzen de reactie van het bestuur terugvinden. Hierbij geeft zij aan hoe zij omgaat met de zienswijzen en op welke onderdelen eventueel nog een aanpassing volgt. Door omstandigheden volgt de formele besluitvorming in de raad van IJsselstein op een later moment, na de vaststelling van de begrotingswijziging in het bestuur van WIL. Wij hebben begrepen dat de opgelopen vertraging (waarschijnlijk) niet leidt tot een aanpassing van de zienswijze. Daarom hebben wij de zienswijze van IJsselstein verwerkt zoals die op de raadsvergadering van 9 maart 2023 op de agenda staat. Mocht deze zienswijze uiteindelijk anders zijn, dan zal het bestuur zich buigen over mogelijke gevolgen voor de dan reeds formeel vastgestelde begrotingswijziging.

1

Gemeente

Zienswijze/wens gemeenten

Hoe wordt deze zienswijze verwerkt?

1

Houten

Algemeen akkoord De raad kan (deels en soms met een voorwaarde) instemmen met de voorgelegde punten: 1 Extra inzet businesscase bewindvoering 2 Huishoudboekje 3 Uitbreiding ondersteuning op HR 4 Stijging van de uitkeringen op basis van Rijksbesluit 5 Transitiebudget ICT

Wij zijn blij dat de raad (deels en soms met een voorwaarde) kan instemmen met de voorstellen in de ontwerp begrotingswijziging. De kritische kanttekeningen die u benoemd zijn gelukkig onderbouwd, zodat wij goed kunnen inschatten wat de raad mee wil geven. Bij de punten hieronder wordt ingegaan op de gemaakte kanttekeningen en hoe hiermee wordt omgegaan.

2

Houten

Proces kaderstellend raadsdebat (KRD) De raad is van mening dat het ophalen van input vanuit het KRD nog beter kan worden vormgegeven, voornamelijk waar het gaat om punten die financiële consequenties hebben. Vooraf aan het KRD verwachten wij een totaaloverzicht van de voorgestelde financiële consequenties met daarbij een onderbouwing. En voorafgaand aan dit debat moet e.e.a. ambtelijk besproken (kunnen) worden zodat raadsleden op hoofdlijnen hun inbreng leveren en dat met die inbreng de stukken die er liggen verder aangescherpt worden in DB / AB. Om die reden vraagt de raad ook nogmaals aandacht voor de aanlevertijden in het hele proces. De raad rekent er op dat WIL op het kaderstellende raadsdebat een tijdlijn kan aangeven van aanlevertijden en beslismomenten in het vervolgproces, dat in dienst staat van het democratische besluitvormingsproces.

Het KRD is in het leven geroepen om de raadsleden op een vroeg tijdstip aan de voorkant te betrekken bij de mogelijk noodzakelijke aanpassingen van de begroting. Het is een instrument dat (nog) geen formele plek heeft in de GR en de besluitvorming, maar ondertussen tegelijk niet meer weg te denken is. Wij delen dan ook uw opvatting dat een goede voorbereiding en positionering wenselijk is. De tijdspanne om vanuit WIL te komen tot goed uitgewerkte voorstellen is in de praktijk zeer kort. Onze voorbereiding start medio augustus, 4 maanden na het voorleggen van de ontwerp begroting voor zienswijze, een maand na formele vaststelling. Het verder naar voren schuiven van onze voorbereiding zou betekenen dat er de facto vrijwel geen tijd zit tussen de ontwerpbegroting en het opstellen van de stukken voor het KRD. Sterker nog, de voorbereiding start dan tijdens de periode die de raden hebben om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting. Wij ervaren evenwel net als u dat deze planning hierdoor ook druk legt op de voorbereiding van de raadsleden. Onze voorbereiding naar voren schuiven is al met al maar beperkt mogelijk; we zullen evenwel ons best doen de tijdswinst die mogelijk is te realiseren en strak te plannen.

We zullen daarbij beginnen met die voorstellen die financiele consequenties hebben en die ambtelijk zo vroeg als mogelijk delen, zodat een eventueel lokaal ambtelijk advies mogelijk is. Die heeft u dan als eerste, samen met een totaal overzicht van de financiële consequenties. Het overall programmaboekje komt daarna, met als streven dat u het totaal pakket minimaal 1,5 week voor het KRD in uw bezit heeft.

2

3

Houten

Businesscase Bewindvoering De raad kan zich vinden in de uitwerking van de businesscase bewindvoering en de bijbehorende investeringen. Wat voor de raad onduidelijk is, is op welke manier, bij positieve resultaten, deze extra inzet wordt gecontinueerd en wanneer dit besluit wordt genomen. De raad geeft de opdracht aan het DB van WIL om de opdracht voor de evaluatie vast te stellen en gemeenten te informeren over de uitkomsten en het vervolgproces op basis van de (tussen)evaluatie.

Goed om te horen dat de raad de uitwerking van de businesscase passend vindt. De investeringen zijn niet structureel opgenomen. Wij verwachten na 1 jaar inderdaad voldoende ervaringen te hebben opgedaan om een (tussen)evaluatie te kunnen uitvoeren en u dan een voorstel te kunnen doen hoe verder. Het DB draagt hier zorg voor. Het bestuur deelt uw verzoek om alle raden te informeren over de uitkomsten van de evaluatie en een mogelijk voorstel tot voortzetting met de raad te delen. Het bestuur zal de raden tijdens de verschillende momenten rondom de P&C cyclus informeren over de voortgang en mogelijke voortzetting.

4

Houten

ICT-kosten In de begroting van 2023 heeft u gevraagd om een ophoging van ICT-budget met €200.000 (Lekstroom-breed). In deze begrotingswijziging vraagt u om twee jaar transitiekosten van €150.000 per jaar. De raad heeft nog steeds geen goed beeld van de situatie bij WIL. Een analyse daarvan en toekomstscenario’s. U huurt hiervoor een change-manager in. Het is van belang om als organisatie zelf een beeld te hebben van de wensen en processen, voordat ICT hier een faciliterende rol in kan spelen. Wij maken ons zorgen hierover en vragen het DB hierin de regie te nemen en de gemeenten ook over de tussenstappen te informeren. De raad van Houten verwacht in de begroting 2024 een (project)beschrijving met daarin duidelijke resultaten van wat de ICTtransitie op moet leveren en een proces met go / no go momenten om hier te komen. Dat WIL (een deel van de) eerste €150.000 aanwendt om de ICT-situatie, het

Uit uw zienswijze blijkt dat wij niet voldoende duidelijk zijn geweest. Graag maken we daarom van de gelegenheid gebruik beter uit te leggen wat er speelt. Om te beginnen bij uw eerste punt. Het bedrag van € 200.000 dat u noemt betreft de verhoogde kosten die door onze ICT-partner in rekening worden gebracht; en die wij 1-op-1 door berekenen. Deze ICT-partner bent u zelf. We krijgen voor dit geld niet meer geleverd dan voorheen. De uitvoering door en van ICT Houten vraagt evenwel meer geld. Via een brief van uw eigen college zijn wij hierover in 2021 geinformeerd. Onlangs hebben we begrepen dat we voor de komende jaren minimaal hetzelfde bedrag moeten begroten. Uw tweede punt is de beoogde transitie. Het woord change-manager schept hier de verwarring denken we. We weten namelijk heel goed waar we staan en wat we willen; dat is ook in de bijlage bij de begrotingswijziging beschreven. De realisatie hiervan vraagt om een transitie van ICT WIL naar een regie-organisatie die met haar ICT-partners in professioneel opdrachtgever-opdrachtnemerschap samenwerkt. Deze regie-organisatie kent meerdere nieuwe functies t.o.v. de huidige organisatie, zoals een change-manager, e.d.. Dit is geen kwartiermaker, maar een functionaris die er voor zorg draagt dat veranderingen in de bedrijfsvoering goed en gestructureerd hun ICT vertaling krijgen.

Deze formatieve uitbreiding kost geld, structureel meer geld (=personeelsbudget). We gaan deze meerkosten evenwel gaandeweg inverdienen door meer en betere interne en externe regie (en daarmee minder materiele ICT kosten). Vandaar dat we tijdelijk een transitiebudget nodig hebben. We zijn blij dat de raad voor 2023 de noodzaak ziet om deze transitie te maken. U wilt daar evenwel minder geld dan gevraagd (=€ 75.000) beschikbaar stellen. Voor

3

transitieproces en het eindplaatje in kaart te brengen wordt als positief gezien. Hiervoor kan een bedrag van maximaal € 75.000 worden aangewend. Wij vragen u ons per brief te informeren over de opdracht en de start. Bij de begroting 2024 komt dan het vervolg van het traject aan bod.

zover wij nu kunnen inschatten durven wij het risico aan met dit budget van start te gaan. Sinds het moment dat wij de ontwerp begrotingswijziging aan u voorlegden voor een zienswijze, hebben wij al enkele maanden ervaring opgedaan met het proces met WIL richting regie-organisatie op ICT gebied. Hierbij hebben wij door zaken slimmer en eenvoudiger in te regelen de eerste kostenbesparende stappen kunnen nemen, bijvoorbeeld door kritisch de ict-contracten nog eens tegen het licht te houden. Hierdoor hebben wij het vertrouwen dat wij met een verlaagd bedrag van start kunnen gaan. Het bestuur kan daarom meegaan met deze wens van Houten. Wij ramen ons transitiebudget dan ook naar beneden af voor zowel 2023 als 2024. Met de kanttekening dat we er daarbij vanuit gaan dat er zich onder meer aan de kant van ICT Houten geen onverwachte of bijzondere situaties zullen voordoen.

5

Houten

Informatievoorziening WIL noemt in de begrotingswijziging een aantal belangrijke onderwerpen: de aantallen van mensen in de bijstand,(die nu constant zijn gehouden, maar kunnen fluctueren, het eventueel werven van externen, het verbeteren van de ondersteuning van de medewerkers(HR) en bovengenoemde punten (bewindvoering en ICT). De raad blijft op deze punten, bijvoorbeeld in de kwartaalrapportage, graag periodiek geïnformeerd.

Gemeenten en WIL werken ambtelijk aan een voorstel over de mogelijke herijking van de verantwoording en informatievoorziening gedurende het jaar. De verwachting is dat hierin ook de communicatie over genoemde onderwerpen een plek zal krijgen. Dit geldt ook voor het in de zienswijze van IJsselstein genoemde onderwerp Handhaving (punt 13). Dit is nog in ontwikkeling en de raden zullen hierover op een later moment worden bijgepraat en betrokken. We hopen u in de begroting 2024 hiertoe een eerste voorstel te kunnen doen.

6

Houten

Nullijn Wij willen dat WIL de nullijn blijft hanteren en alleen daar van af kan wijken voor onvoorziene omstandigheden. De €150.000 ruimte voor extra inhuur wordt met terughoudendheid ingezet en voordat het wordt uitgegeven, voorgelegd aan het DB.

Het voorgestelde calamiteitenbudget is bedoeld voor onvoorziene omstandigheden. Onvoorzien in de zin dat de mate of en in welke mate ontwikkelingen zich voordoen niet is in te schatten. Hierbij zal het bestuur in de regie zijn en toezien dat er gepast wordt omgegaan met de inzet van dit budget. Hierbij zal elke keer een afweging tussen dienstverlening en financiën gemaakt worden.

7

Houten

Afname klantaantallen Wij willen dat Houten beter onderbouwde prognoses krijgt van de verwachte afname van het aantal cliënten van WIL wat te

De krapte op de arbeidsmarkt biedt zeker kansen voor inwoners van de Lekstroomgemeenten. Tegelijkertijd is het niet evident dat de klanten van WIL hier in gelijke mate van kunnen profiteren, de klanten die al kunnen werken, werken namelijk al. Om de kansen voor onze klanten zo groot mogelijk te maken is een

4

verwachten is vanuit de krapte op de arbeidsmarkt.

goed samenspel tussen de inzet vanuit het lokaal werkteam en het werkgeverservicepunt van belang, met een leidende rol voor de lokale werkteams omdat de zeggenschap op de omvang en aard van de inzet op re-integratie hier bepaald wordt. En u gaat zelf over deze inzet. Maar bovenal: gelet op de huidige economische ontwikkeling, de huidige arbeidsmarkt en de aard van het huidige klantenbestand is een daling van het klantenbestand in 2023 en 2024 niet aannemelijk.

8

Houten

HR De raad vindt dat er kwantitatieve doelen aan de extra inzet HR gekoppeld moet worden, zodat ook duidelijk is waar de extra inzet op gericht is. Hierbij valt te denken aan verlaging van het ziekteverzuim of een betere score op onderdelen in het medewerker tevredenheidsonderzoek.

We snappen dat u graag smarte doelstellingen wilt. En die hadden we ook kunnen toevoegen: we willen dat ons verzuim niet verder stijgt (dus max 7% in 2023), onze medewerkers minimaal zo tevreden blijven als ze nu zijn (dus dikke voldoende) en onze personeelsbezetting op minimaal hetzelfde blijft als nu (dus vrijwel geen openstaande vacatures). En dit allemaal vanuit de gedachte dat we met tevreden en voldoende medewerkers goede dienstverlening kunnen blijven bieden. Deze ambitie is in deze arbeidsmarkt fors met een forse concurrentie, veel mobiliteit en een hoge werkdruk. Het is hierom dat we onze HR-organisatie moeten versterken als ook extra middelen nodig hebben om personeel te vinden en te binden. Twee actuele casussen waar dit speelt (en we dit met succes kunnen doen) zijn de functie van handhaver (we ‘kopen’ hier junioren met begeleiding in) als ook de functie van HR-adviseur zelf (we zetten hier een search opdracht uit).

9

IJsselstein

Algemeen akkoord De raad kan zich vinden in de aanpassingen op de begroting 2023 zoals beschreven in de eerste begrotingswijziging. Deze aanpassingen zijn zowel wat betreft de inhoud als de financiële consequenties in lijn met hetgeen in het kaderstellend raadsdebat in oktober 2022 is besproken.

Wij zijn blij dat de raad positief oordeelt over de aanpassingen zoals beschreven in de ontwerp begrotingswijziging en dat de deze aanpassingen in lijn zijn met wat er het KRD besproken is.

10 IJsselstein

In de kaderbrief vraagt WIL expliciet om een reactie op de vraag of het nog realistisch is dat WIL moet uitgaan van de nullijn. In de kaderbrief stelt WIL dat vasthouden aan de nullijn resulteert in een vrijwel zekere begrotingswijziging later in het jaar terwijl als WIL mag begroten wat nodig is, dit wellicht niet nodig zou zijn. De raad heeft begrip voor de behoefte aan het mogen begroten

WIL deelt dat het nodig is om financieel scherp aan de wind te blijven zeilen. Dat hierbij een afweging tussen de kwaliteit van dienstverlening op niveau moet blijven is ook helder. De beweging die wij zien is dat er meer dan voorgaande jaren ruimte is om het niveau van dienstverlening te laten prevaleren en er meer speelruimte is. Dit biedt de organisatie ook meer flexibiliteit om veranderende omstandigheden op te vangen. Dit betekent geenszins het loslaten van het financiële deel van de nullijn. We zijn blij dat de raad het budget ad € 150.000 ziet als een mogelijkheid deze ruimte te bieden.

5

wat nodig is, maar is het niet eens met de opgevoerde tegenstelling. Ook wanneer WIL mag begroten wat nodig is, kan een begrotingswijziging later in het jaar nodig zijn, immers ontwikkelingen gaan snel en zijn onvoorspelbaar. De raad wil inderdaad graag vasthouden aan het op een hoog niveau handhaven van de kwaliteit van dienstverlening, hij vraagt WIL om daarvoor te begroten wat nodig is maar tegelijkertijd daarbij scherp aan de wind te blijven zeilen. Bij de begrotingswijziging 2023 en de kaderbrief 2024 heeft het bestuur van WIL ruimte gecreëerd om te kunnen doen wat nodig is à € 150.000. Dit is al een aanpassing van de principiële nullijn van de afgelopen jaren. In 2023 en 2024 gaan we ervaring opdoen met deze extra ruimte. Laten we deze ervaringen afwachten en daarna een besluit nemen over het al dan niet blijven uitgaan van de nullijn. 11 IJsselstein

Bewindvoering De raad wil graag op de hoogte worden gehouden over de voortgang van de businesscase bewindvoering en ontvangen daarvoor graag de tussentijd se- en eindevaluatie. Voor de evaluatie moeten heldere, eenduidige criteria worden gehanteerd op basis waarvan kan worden besloten of, op welke manier en wanneer besloten wordt of extra inzet en extra instrumenten worden gecontinueerd.

Ook andere raden hebben aangegeven behoefte te hebben aan informatie en terugkoppeling over verschillende onderwerpen. Zie ook de beantwoording bij punt 3 (bewindvoering).

12 IJsselstein

ICT Ook blijft de raad graag op de hoogte over de voortgang van de ICT transitie. Zoals WIL al opmerkt is een goed functionerende en kosteneffectieve ICT essentieel voor WIL

Ook andere raden hebben aangegeven behoefte te hebben aan informatie en terugkoppeling over de ICT transitie. Zie ook de beantwoording bij punt 4.

6

en voor de klanten van WIL. Het is daarmee ook essentieel dat de stappen zoals beschreven in het transitieplan ICT WIL goed worden uitgevoerd. De raad gaat ervan uit dat het DB hierin de regie neemt en de gemeente informeert over tussentijdse uitkomsten. 13 IJsselstein

Handhaving Ook wil de raad graag alsnog informatie ontvangen over de resultaten van handhaving en de extra formatie handhaving die is opgenomen in de begrotingswijziging 2022 met een structurele doorwerking naar de begroting 2023 e.v.

Ook andere raden hebben aangegeven behoefte te hebben aan een informatie over de resultaten en inzet bij handhaving. Zie ook de beantwoording bij punt 5.

14 IJsselstein

Compliment Tot slot wil de raad u complimenteren met de wijze waarop de WIL-organisatie de uitvoering van de energietoelage heeft georganiseerd en nog organiseert en de inzet van WIL op nieuwe ontwikkelingen zoals een breder aanbod voor ondernemers met schulden en de Oekraïense vluchtelingen. De raad kijkt uit naar en vertrouwt op een goede samenwerking in 2023.

WIL dankt de raad voor de waardering die zij uitspreekt voor de flexibele en snelle dienstverlening die wij op deze dossiers hebben kunnen inrichten. De samenwerking met de gemeenten is hierbij voor WIL van groot belang.

15 IJsselstein

Algemeen akkoord en compliment De raad steunt de 1ste begrotingswijziging WIL 2023. De raad dankt WIL voor het verrichtte werk en zien met vertrouwen uit naar de verdere samenwerking.

Wij danken de raad voor het uitgesproken vertrouwen. WIL ziet ook met vertrouwen uit naar de verdere samenwerking.

16 Lopik

Algemeen akkoord In de begrotingswijziging vraagt WIL extra middelen aan die het gevolg zijn van wettelijke taken, dan wel taken die

Wij zijn blij dat de raad zich kan vinden in de aanpassingen zoals die beschreven zijn in de ontwerp begrotingswijziging.

7

besproken zijn tijdens het kaderstellend raadsdebat van oktober 2022. De raad kan zich hierin vinden. 17 Nieuwegein

Strikt toezicht op het meerjarig flexibel budget. WIL vraagt om een meerjarig flexibel budget, dat ingezet kan worden indien het aantal klanten toeneemt. De raad begrijpt uw zorgen en onzekerheden en stemt in, doch met het dringende verzoek om prudent om te gaan met deze instemming, waarbij u de financiële ruimte niet overschrijdt en het budget uitsluitend gebruikt voor de genoemde bestemming.

WIL deelt de wens van de raad dat met terughoudendheid en prudentie moet worden omgegaan met de inzet van het calamiteiten budget. Bij de inzet zal telkenmale de afweging tussen het al dan niet inzetten van personeel en de gevolgen daarvan voor de dienstverlening moeten worden afgewogen. Uiteraard speelt het bestuur van WIL bij de inzet een belangrijke rol.

18 Nieuwegein

Inzicht in debiteuren voor de zomer van 2023. De rijksoverheid is gestart met de versoepeling van de Participatiewet. Enkele regelingen zijn reeds verruimd, zoals die voor de giften, studietoeslag en de kostendelersnorm voor jongeren tot 27 jaar. In de zienswijze bij uw Tussenrapportage annex 2e begrotingswijziging 2022 heeft de raad u verzocht om te anticiperen op de aanpassingen in de Participatiewet door coulance te betrachten naar onze inwoners, dit door de reeds aanwezige ruimte in de wet op te zoeken in de aanloop naar de wetswijziging. Aanvullend hieraan verzoekt de raad u om vóór de zomer 2023 te onderzoeken welke Nieuwegeinse debiteuren in het verleden schulden hebben opgebouwd bij WIL ten gevolge van deze (inmiddels gewijzigde) regelingen. Het is vervolgens aan de gemeente Nieuwegein om te besluiten om

Samen met de gemeenten doorloopt WIL al een proces om de debiteuren waar mogelijk af te boeken. Hierbij spelen onder andere de aard van de vordering en de duur van (mogelijke) terugvordering een rol. Hierbij wordt al geanticipeerd op de voorgenomen aangepaste wetgeving vanuit het Rijk. Oftewel WIL en gemeenten zetten hier al op in. Wij verwachten in het eerste kwartaal deze slag te kunnen afronden.

8

de schulden van deze huishoudens eventueel kwijt te schelden. 19 Nieuwegein

Procesbrief in gemeenschappelijke regeling. (Mede) naar aanleiding van het verzoek van de Nieuwegeinse raad heeft u voor het eerst in jaren een kaderbrief-met-begroting ingediend. Wat de raad betreft moet dit weer de standaard worden. Desondanks is er begrip voor dat, in tijden van financiële onzekerheid, u flexibiliteit nodig heeft in uw planning- en controlcyclus. Daarom verzoekt de raad u om de zogenaamde ‘procesbrief’ een plek te geven in de conceptgemeenschappelijke regeling, zodat u in incidentele gevallen kunt afwijken van de kaderbrief.

Goed om te lezen dat de raad waardeert dat dit jaar een kaderbrief inclusief financiële paragraaf is opgesteld, maar daarbij er in speciale omstandigheden begrip voor kan hebben als WIL met een Procesbrief in plaats van met een Kaderbrief (met begroting) voorlegt. Het verzoek om dit in de GR-tekst op te nemen is nog niet meegenomen in de GRwijziging op basis van de Innovatieagenda. Een dergelijke wijziging past meer bij de aanpassing van de GR naar aanleiding van de wijziging van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarin is de positie van de raad ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling vooral de reden van de wijziging. Omdat een procesbrief ook op de positie van de raad betreft, is het logisch om de voorgestelde wijziging bij het proces rondom de wijziging Wgr te bespreken.

20 Nieuwegein

Informatievoorziening WIL Verder wenst de raad graag met u in gesprek te blijven over de ontwikkelingen in de afgelopen en komende periode. De raad refereert specifiek aan de evaluatie van het taakveld Handhaving (zoals eerder aan u gevraagd), maar ook aan de businesscases die zijn opgenomen als bijlage bij uw begrotingswijziging (bewindvoering, ICT, etc.).

Ook andere raden hebben aangegeven behoefte te hebben aan informatie en terugkoppeling over de ICT transitie. Zie ook de beantwoording bij punt 3 (bewindvoering), 4 (ICT) en 5 (overige onderwerpen).

9

Conceptreactie op de zienswijze van de cliëntenraad op de ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 De Cliëntenraad heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerp begrotingswijziging 2023 (hierna begrotingswijziging). OP 18 januari 2023 heeft de Cliëntenraad haar advies tijdens het reguliere overleg met WIL besproken en toegelicht. Dit wordt gewaardeerd en past bij de wijze en traditie waarop de Cliëntenraad gebruik maakt van de haar ter beschikking staande mogelijkheden om te adviseren aan WIL. Hieronder wordt samengevat de zienswijze van de Cliëntenraad weergegeven en voorzien van een reactie.

Zienswijze/wens Cliëntenraad

Reactie Bestuur

A

Inhoudelijke uitgangspunten Onderkend wordt dat niet alle klanten dat zijn en een andere benadering behoeven. Binnen de WIL is er zelfs een traject gestart hoe een en ander inhoud gegeven kan worden. Een andere benadering voor een deel van de klanten betekent extra inzet van menskracht. De vraag is of dat door interne aanpassingen kan worden opgevangen zonder dat het niveau dienstverlening wordt aangetast. De CRWIL ziet dan ook graag bij de tenzij ’s van de pragmatische nullijn het volgende aangevuld; • Aanpassingen van de benadering van klanten waarbij zelfredzaamheid en/of bestaanszekerheid een knelpunt is. Onder andere bij kwetsbare groepen.

WIL vult vooralsnog binnen de bestaande bezetting de andere werkwijze voor genoemde klanten met, onder andere, meer maatwerk in. Verder is WIL inderdaad een traject gestart welke benadering voor deze doelgroep wenselijk is incl. consequenties. Het bestuur ziet op dit moment dan ook nog geen aanleiding om de benadering al aan te passen en wacht de uitkomsten van het traject binnen WIL af.

B

Financiële uitgangspunten De nullijn is van naam veranderd. Van Principiële naar Pragmatische Nullijn. Dat betekent zo begrijpt de CRWIL dat alle structurele aanpassingen in het lopend jaar 2023 op basis van begrotingswijzigingen worden verwerkt in de begroting en die daarmee een nieuwe nullijn heeft, de Pragmatische nullijn. Of zoals de CRWIL dat noemt de ‘Dynamische nullijn’. De CRWIL vindt dat het duidelijker is indien reëel te verwachten of zelfs geplande uitgavenstijgingen direct in de begroting van enig jaar worden opgenomen. De geplande projecten met bijbehorende uitgaven worden al afzonderlijk benoemd.

Voor zover mogelijk worden reële of reeds geplande stijgingen al in de begroting verwerkt. De raden geven ook nog een zienswijze op de begrotingswijziging en het bestuur zal besluiten hoe zij naar de toekomst zal omgaan met de Nullijn.

10

C

Gemist wordt dat in de Oogst van het KDR van 5 oktober 2022 staat dat bij volumestijging geen gebruik meer zal worden gemaakt van het crisesregiem. Bij de voorwaarden staat dat het DB in samenwerking met het AB het vertrouwen krijgt om ‘met maatwerk keuzes te maken over aantrekken van personeel of het (tijdelijk) inperken van de dienstverlening’. De CRWIL is er tegen dat de dienstverlening wordt ingeperkt! Een combinatie van tijdelijke inhuur en op termijn het inrichten van een permanent flex-team binnen de aangepaste sterkte (als alternatief voor het crisisregiem) is naar het oordeel van de CRWIL de beste oplossing. Hiermee kunnen ook ander knelpunten als hoog ziekteverzuim en tijd nemende vacaturevervulling worden opgelost. Inperking van de dienstverlening kan dan worden voorkomen. Het zou goed zijn als hiervoor een structurele aanpassing in de begroting wordt opgenomen. In de Oogst van het KDR van 5 okt. wordt daar ook ruimte voor gegeven. Bij versterking van de arbeidsmarktpositie van de WIL staat. “Er is oog voor de gevolgen voor het personeel van WIL en daarmee voor de dienstverlening aan inwoners. Over het algemeen dient de inzet van personeel om de kwaliteit en omvang van de dienstverlening te garanderen. Indien de basisdienstverlening in het gedrang komt, is een groot deel van de aanwezigen van mening dat WIL enige ruimte moet hebben om hier (vooraf) op te schakelen.”

In de oogst van het KRD is als kaderstellende notie inderdaad opgenomen dat de Nullijn iets meer ruimte moet geven om flexibel te reageren op schommelingen. Weliswaar is in de begrotingswijziging niet expliciet opgenomen dat het crisisregime wordt losgelaten, maar met de ruimte voor een calamiteitenbudget is in de praktijk wel degelijk een nieuwe weg die ingeslagen. WIL krijgt de ruimte om binnen de afgebakende ruimte flexibel te reageren op fluctuaties. Het bestuur hanteert de lijn dat dienstverlening het liefst op peil blijft, maar het (tijdelijk) beperken van de dienstverlening kan naar omstandigheden noodzakelijk zijn.

D

Investeringen Zowel externe als interne ontwikkelingen leiden er toe dat de WIL op een punt komt waarbij bij het niveau en de kwaliteit van de dienstverlening kwetsbaarheden kunnen ontstaan. De WIL geeft aan de hiervoor tijdig investeringen te willen doen om deze te voorkomen. Het betreft o.a. investeringen in Uitvoering Businesscase bewind voering, transitie-inzet ICT en HR-inzet. De CRWIL staat zeer positief tegenover deze initiatieven omdat het de kwaliteit

Wij zijn blij dat de Cliëntenraad de geschetste investeringen onderschrijft.

11

van de dienstverlening direct en op termijn ten goede zal komen. Naast deze investeringen worden maatregelen genomen om de verhoging van 10% op de uitkeringsnorm te implementeren. De CRWIL gaat er van uit dat gemeenten de kwetsbaarheden onderkennen en passende faciliteiten verstrekken. E

Extra inzet op armoede en schulden De CRWIL staat positief tegenover het aanbod van de WIL om extra inzet op armoede en schulden van gemeenten uit te voeren. De CRWIL vraagt gemeenten nadrukkelijk bij die extra inzet zoveel als mogelijk gelijkwaardige en waar mogelijk gelijkvormige/gelijkluidende regelingen in te voeren. Dat zal de transparantie en het gevoel van gelijkberechtiging bij cliënten vergroten. Niet weer elke gemeente zijn eigen regelingen! In de gemeenten IJsselstein ‘Aanpak negatieve impact energiecrisis door (inkomens) ondersteunende maatregelen’, Houten met het ‘Armoedefonds’ en Nieuwegein met het ‘Jongerenperspectief fonds’ lijkt vooralsnog het lokaal maatwerk voorrang te krijgen op harmonisatie van regelingen.

WIL is op het onderdeel minimabeleid uitvoerder van de beleidskeuzes die conform de GR door de afzonderlijke gemeenten worden gemaakt. De Cliëntenraad noemt een aantal voorbeelden waarbij gemeenten elk eigen keuzes maken die verschillen voor klanten kunnen betekenen. Het bestuur is van mening, zoals eerder besproken met de Cliëntenraad, dat de raden hier de eigen verantwoordelijkheid hebben en dit buiten de invloedsfeer van het bestuur ligt.

F

Uitvoering Businesscase bewindvoering De CRWIL is positief over dit initiatief en ziet dit als de eerste fase. Verder kiest de CRWIL; a. Voor invoering eerder dan 1 april. Zo mogelijk eerder; b. Te kiezen voor de gelijktijdige invoering van scenario 2 en 3; c. Bij de implementatie van het gebruik van het Huishoudboekje naast voorbeelden zoals Utrecht ook te kijken naar het gebruik door welzijnsorganisaties in de deelnemende gemeenten.

Omdat de businesscase gepaard gaat met een stevige investering zal de invoering op zijn vroegst na ontvangst van de zienswijzen plaatsvinden. Op dat moment zal namelijk duidelijk hoe de raden zich tot dit voorstel verhouden. Het bestuur heeft draagvlak gevoeld voor een combinatie van scenario 1 en 3 en dat ook verwerkt in de begrotingswijziging. Op basis van de ervaringen die WIL opdoet kan een verlenging van de inzet een goede optie zijn. Hierover zal het bestuur zich buigen na een (tussen)evaluatie. Na de aanschaf van het Huishoudboekje zullen de mogelijkheden om dit instrument ook voor andere doelgroepen in te zetten.

G

De CRWIL is het eens met de prioritering van en het blijven investeren in de participatie van kwetsbare

Het bestuur is het met de CR WIL eens dat er een groep jongeren is die niet geregistreerd zijn in het doelgroepenregister, hierdoor soms

12

groepen. Met name mensen in beschut werk en mensen die een baangarantie nodig hebben. Daarnaast vraagt de CRWIL aandacht voor de groeiende groep jongeren met een lichte arbeidsbeperking die niet zijn geregistreerd. Zij vallen buiten de boot en behoeven wel inzet van gemeenten en WIL.

buiten de boot vallen, maar wel hulp en ondersteuning nodig hebben. Het bestuur adviseert u met de gemeenten hierover in gesprek te gaan, omdat de zeggenschap over de inzet op participatie bij de gemeenten en lokale werkteams ligt.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12636672/2