CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Verkennend bodemonderzoek Panoven 23-25, projectnummer 21-2018, versie 3, d.d. september 2022

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Panoven 23 IJsselstein25.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voormalige (bedrijfs)activiteiten

In het Historisch Bodembestand (HBB) uit 2005 (Provincie Utrecht) is een overzicht opgenomen van verwijzingen naar voormalige (bedrijfs)activiteiten. De informatie in het HBB is voornamelijk afkomstig van archiefregisters en vermeldingen in het register van de Kamer van Koophandel. Door eerste op de i-knop in de blauwe balk bovenin het scherm en vervolgens op het HBB-icoontje in de kaart te klikken, kunt u de achterliggende informatie oproepen. De ODRU beschikt alleen over bomkrater informatie voor de gemeente Zeist en voor gedeelten van de gemeenten Bunnik,

Weergave op Geoloket: Historisch Bodembestand

Bomkraters

bijlage D3

eerder bodemonderzoek Panoven

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

RAPPORT 5484-N

u

BEPERKT ORIENTEREND ONDERZOEK PANOVEN 25 TE IJSSELSTEIN

UT/230/0052

In opdracht van: Provincie Utrecht Dienst water en milieu Postbus 80300 3508 TH Utrecht Contactpersoon: Provincie Utrecht De heer A. de Jong tel: 030-2583629

1»

Contactpersoon: DHV Milieu en Infrastructuur BV De heer ing. E. Damhuis tel: 033-4683031 Projectleider: De heer ir. H. Hofmeester Rapporteur: De heer ing. G. van Gorkum GRONDSLAG Milieukundig Adviesbureau B.V. Nijverheidsweg 7 3471 GZ KAMERIK tel: 0348-402103 fax: 0348-402703

Broeker Werf 6 1721 PC BROEK OP LANGEDIJK 0226-320440 0226-318394

Datum rapportage: 28 mei 2001

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

SAMENVATTING

••

i»

Soort:

Beperkt orienterend onderzoek

Doel:

het vaststellen of ter plaatse van da geselecteerde onderzoekslocatie mogelijk sprake is van een 'geval van ernstige bodemverantreiniging' in het kader van de Wet bodembescherming, middels het bepalen van de globale aard en omvang van de verontreiniging(en)

Opzet:

confomi protocol 'orienterend onderzoek' en NEN-5740 (VEP-BO)

Locatie;

Panoven 25 te IJsselstein

Oppervlakte:

ca 700 m'

Kadastraal:

Gemeente IJsselstein, sectie C, nummer 1191

Terreingebmik:

groenstrook en eigen terrein

Terreingebruik in omgevjng

wonen

Hypo these:

ter plaatse van de geselecteerde deellocaties is verontreiniging met minerale olie en/of aromaten in grond en/of grondwater niet uit te sluiten

Aantal boringen:

lot 1,3 m-mv

tot 2,0 m-mv

tot 2,5 m-mv

voorzien van peilbuls

10

9 (van 10)

3 (van 10)

3 (van 10)

Bodemopbouw:

0,00-0,05 klinken/erharding 0,05-1,00 (zand) 1,00-2,50 (klei)

Grondwaterstand:

gemiddeld 1,09 m-mv

Zintuiglijke waamemingen

puinsporen in bovengrond tot maximaal 2,5 m-mv

Resultaten grand:

lichte verhogingen minerale olie, metalen en PAK's sterke verhogingen PAK's

Resultaten grandwater:

lichte verhoging benzeen

Conclusies:

hypothese Is grotendeels niet bevestigd de lichte verhogingen in grond en grondwater vormen geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of bodemsanering de sterke verhogingen aan PAK's in grond vormen echter wel aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek op basis van de aangetroffen resultaten, is vastgesteld dat ter plaatse van de geselecteerde deellocaties geen sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniglng', bestaande uit minerale olie en/of aromaten met betrekking tot de aanwezigheid van minerale olie en/of aromaten, zijn er ter plaatse van de geselecteerde deellocaties geen humaan-toxicologische risico's aanwezig

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

INHOUDSOPGAVE

••

l.INLEIDINGENDOEL

1

2. TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie 2.6 Onderzoeksopzet en hypothese

1 1 2 2 2 2 3

3. VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater

4 4 5 5 5

4. CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Toetsingskader 4.2 Analyses grond 4.3 Analyses grondwater

6 6 7 10

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

11

BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV !•

Onderzoekslocatie en boorpunten Boorbeschrijvingen Toetsingstabel streef- en interventiewaarden Analyseresultaten

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

^

Project 5484-N

1. INLEIDING EN DOEL Door DHV Milieu en Infrastructuur is namens de Provincie Utrecht aan Grondslag Milieukundig Adviesbureau BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een beperkt orienterend onderzoek op een locatie op het perceel Panoven 25 te IJsselstein. Het doel van het onderzoek is het vaststellen of er ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een vermoedelijk 'geval van emstige bodemverontreiniging'. Tevens wordt een indicatieve uitspraak gedaan over de humaan-toxicologische risico's. Het onderzoek is gebaseerd op het protocol voor 'orienterend onderzoek' en het protocol 'nulsituatie bodemonderzoek Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks', NEN 5740(VEP-BO). De onderzoeksopzet is aangehouden, op basis van de verzamelde terreingegevens, als weergegeven in hoofdstuk 2.

I*

2. TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het feitelijke bodemonderzoek is een historisch vooronderzoek verricht naar alle verdachte voormalige bedrijfsterreinen binnen de gemeente IJsselstein. Chemielinco (Historisch onderzoek voormalige bedrijfslocaties gemeente IJsselstein VMB30, projectnummer 99921, 19 april 2000). Informatie is verkregen uit dossiers van vervallen hinderwetarchieven, gesprekken met gemeenteambtenaren en tijdens locatiebezoeken. Op basis van deze gegevens heeft de provincie de onderhavige onderzoekslocatie geselecteerd als een locatie waar mogelijk, als gevolg van voormalige bodembedreigende activiteiten een 'geval van emstige bodemverontreiniging' aanwezig is.

l»

Ter plaatse dient een beperkt orienterend onderzoek uitgevoerd te worden, aangezien het historisch onderzoek zich alleen heeft gericht op de voormalige bodembedreigende bedrijfsactiviteiten en niet op andere bronnen van bodemverontreiniging zoals slootdempingen, ophooglagen e.d. 2.1 Afbakening onderzoekslocatie Het vooronderzoek heeft zich gericht op het perceel Panoven 25 en de direct hier aangrenzende en omliggende percelen. Het feitelijke bodemonderzoek richt zich, op basis van het historische vooronderzoek op de geselecteerde verdachte deellocaties. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende drie deellocaties geselecteerd: Deellocatie A: voormalige 4.000 liter gasolietank; Deellocatie B: voormalige 6.000 liter benzinetank, incl. dieselpomp; Deellocatie C: voormalig pompeiland.

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

2

Project 5484-N

De voor onderzoek geselecteerde verdachte deellocaties zijn weergegeven in bijlage I. 2.2 Huidige situatie Het perceel Panoven 25 is kadastraal bekend als gemeente IJsselstein, sectie C, nummer 1191. Het huidige gebruik bestaat uit een kantoorpand. Het huidige pand is in eigendom van de heer Van Delft. De onderzoekslocatie voor en naast het pand Panoven 25 (deellocaties A +B + C) heeft een oppervlakte van circa 50 m^. Het is niet bekend of de tanks (deellocaties A en/of B) nog aanwezig zijn. Het pompeiland (deellocatie C) en de dieselpomp (ged deellocatie B) zijn niet meer aanwezig. Ter plaatse van de deellocaties A en C is een groenvoorziening aanwezig, ter plaatse van deellocatie B is een klinkerverharding aanwezig (eigen weg). 2.3 Historie tot op heden

••

Uit het historische onderzoek, uitgevoerd door Chemielinco, blijkt dat in 1951 een vergunning is verleend voor de ondergrondse 6.000 liter benzinetank (deellocatie B) en in 1957 een vergunning voor de ondergrondse 4.000 liter gasolietank (deellocatie A). Tevens is toen een vergunning verleend voor de pomp (ged deellocatie B) direct achter de 6.000 liter benzinetank. In 1964 is de pomp vervangen voor een pompeiland (deellocatie C). het pompeiland is niet meer aanwezig. Onbekend is tot wanneer de installatie in gebruik is geweest. Het aanwezige pand is in gebruik geweest als loods voor de cooperatieve landbouwvereniging De Eendracht. Tegenwoordig is het aanwezige pand als kantoor in gebruik. 2.4 Toekomstige situatie Het toekomstig gebruik ter plaatse van de geselecteerde, verdachte deellocaties zal niet wijzigen ten opzichte van het huidige gebruik (groenstrook en eigen weg). 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie

l»

Voor de bodemopbouw en geohydrologie in en rondom IJsselstein is gebruik gemaakt van de Geologische Overzichtskaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 31 oost, 32 west, 38 oost en 39 west. Aan het oppervlak liggen de perimariene afzettingen van de Formatie van Tiel. De afzettingen van deze formatie liggen op HoUandveen. Plaatselijk liggen onder het veen de (perimariene) Afzettingen van Calais/Gorkum. Bovengenoemde afzettingen behoren alien tot de Westland Formatie. De afzettingen vormen een overwegend uit klei en veen samengestelde afdekkende laag, plaatselijk doorsneden door meestal fijnzandige geulen (stroomgordels). IJsselstein valt binnen de geohydrologische eenheid 'het Plassen- en Rivierengebied'. Het Rivierengebied is betrekkelijk vlak en bestaat voor een belangrijk deel uit polders met in het oosten een geleidelijke overgang naar vrij afwaterend gebied. Het eerste watervoerend pakket is bijna overal afgedekt door slecht doorlatende holocene lagen. In westelijke richting neemt de dikte van de holocene deklaag toe. Plaatselijk komen freatische condities voor. Het tweede watervoerend pakket bestaat uit zandige en grindige afzettingen van de Formatie van Harderwijk. De scheidende laag wordt gevormd door de slecht doorlatende bestanddelen uit de Formatie van Sterksel en Kedichem. Het tweede

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

3

Project 5484-N

watervoerend pakket wordt van een derde watervoerend pakket gescheiden door de 'kleilaag van Tegelen'. Het grondwater in het eerste watervoerende pakket, stroomt overwegend in westelijke richting. Onbekend is over er sprake is van kwel of inzijging. 2.6 Onderzoeksopzet en hypothese Op basis van de informatie uit het historische vooronderzoek van Chemielinco zal voor het onderhavige beperkt orienterend onderzoek de hypothese als volgt zijn: De mogelijk aanwezige verontreiniging (minerale olie en vluchtige aromaten) is vermoedelijk heterogeen verdeeld; er is sprake van meerdere kemen (2 tanks + vulpunten, ontluchtingen een pomp en een pompeiland) waarvan de plaats van voorkomen bekend is.

••

In het onderhavige onderzoek is uitgegaan van drie kemen, de twee tankinstallaties als geheel en het pompeiland. Ter plaatse van de geselecteerde deellocaties is verontreiniging met minerale olie en/of aromaten in grond en/of grondwater niet uit te sluiten.

l»

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

3. VELDWERK 3.1 Uitvoering Het veldwerk (het verrichten van boringen en het plaatsen van peilbuizen) is uitgevoerd op 18 en 25 januari 2001. Grondwatermonstemame heeft plaatsgevonden op 22 februari 2001. Grondslag BV is voor het veldwerk KIWA-gecertiflceerd. Dit houdt in dat het veldwerk is verricht conform de door KIWA opgestelde richtlijnen, welke worden omschreven in de BRLK907/01. De BRL-K907/01 is gebaseerd op de volgende richtlijnen:

••

Normnr.

Omschrijving van de norm

NEN 5104 NPR 5741 NEN 5742 NEN 5743 NEN 5744 NEN 5745 NEN 5766 NEN 6411 ISO 7888 NPR 6601

Geotechniek - Classificatie Vcin onverharde monsters Bodem - Boorsystemen en monstememingstoestellen voor grond, sediment en grondwater Bodem - Monstememing van grond en sediment (voor bepaling van niet-vluchtlge verbindingen) Bodem - Monstememing van grond en sediment voor de bepaling van vluchtige verbindingen Bodem - Monstememing van grondwater (voor de bepaling van niet-vluchtige verbindingen) Bodem - Monstememing van grondwater ten behoeve van de bepaling van vluchtige verbindingen Bodem - Plaatsing van peilbuizen en bepaling stijghoogten van grondwater Bepalen van de pH, zuurgraad Bepalen van de EC, electrisch geleidlngsvemnogen (ISO) Water - Conservering van het monster

In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie tien boringen verricht (nrs. 1 t/m 10), waarvan er drie van een peilbuis zijn voorzien (nrs. 1, 2 en 9). De boringen 2, 3, 5 en 6 zijn verricht ter plaatse van de voormalige ondergrondse 4.000 liter gasolietank (deellocatie A), boring 1 en 4 zijn geplaatst bij het voormalige pompeiland (deellocatie C) en de boringen 7 t/m 10 zijn verricht ter plaatse van de voormalige 6.000 liter benzinetank (incl. pomp) (deellocatie B). De boringen 3, 4, 6 t/m 8 en 10 zijn verricht tot 2,0 m-mv (meter minus maaiveld), boring 5 is gestaakt op een handmatig ondoordringbare bodemlaag op 1,3 m-mv. De boringen 1, 2 en 9 zijn doorgezet tot 2,5 m-mv in verband met de plaatsing van een peilbuis. «»

Boring 1 is voorzien van een peilbuis, in verband met de ligging ter plaatse van het voormalige pompeiland, boring 2 is voorzien van een peilbuis, in verband met de ligging ter plaatse van de voormalige gasolietank, boring 9 is voorzien van een peilbuis, in verband met de ligging ter plaatse van de voormalige benzinetank. Tijdens het veldwerk is vastgesteld dat de tanks niet meer aanwezig zijn. De ligging van de boringen en peilbuizen is weergegeven m bijlage I.

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

3.2 Resultaten 3.2.1 Grond Bodemopbouw De boorprofielen zijn weergegeven in bijiage n. Vanaf het maaiveld tot een diepte van gemiddeld 1,0 m-mv bestaat de bodem uit zand. De kleur van het zand varieert van beige/bruin tot bruin/grijs. Onder het zand is klei (plaatselijk humeus) aangetroffen tot minimaal 2,5 m-mv. De kleur van het klei varieert van bruin/bruingrijs tot grijs/grijsblauw. Zintuiglijke waamemingen

••

In met name de bovengrond zijn, ter plaatse van alle boringen, tot een maximale diepte van 2,5 m-mv puinsporen aangetroffen. De aanwezigheid van puin in de bodem kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK's. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is hiermee rekening gehouden door het uitvoeren van aanvuUend analytisch onderzoek. Er zijn geen zintuiglijke waamemingen gedaan die duiden op een verontreiniging met olieprodukten. 3.2.2 Grondwater Grondwaterstand en zintuiglijke waamemingen

!•

Deellocatie

Peilbuis (filterstelling m-mv)

grondwaterstand (m-mv)

PH

EC (mS/cm)

zintuiglijke waamemingen

A (vml. gasolietank)

pbl (1.5-2.5)

1,00

7,18

0,69

zintulglijk niet verontrelnigd

B (vml. benzinetank)

pb 2 (1,5-2,5)

1,54

7,29

0,79

zintulglijk nIet verontrelnigd

C (vml. pompeiland)

pb 9 (1,5-2,5)

0,74

7,22

0,74

zintulglijk niet verontrelnigd

De gemeten waarden en zintuiglijke waamemingen vormen geen aanleiding een verontreiniging te vermoeden.

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

g

Project 5484-N

4. CHEMISCHE ANALYSES Voor dit onderzoek zijn zowel grond als grondwatermonsters voor analyse geselecteerd. De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een door Ster-lab gecertificeerd laboratorilun. 4.1 Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden, als genoemd in de Circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering (2000). De streef- en interventiewaarden zijn weergegeven in een toetsingstabel, die is weergegeven in bijlage HI. Streefwaarde:

••

Is de waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft, waarop de functionele eigenschappen van de bodem zijn veilig gesteld. Indien de streefwaarde wordt overschreden is sprake van een lichte verhoging.

T-waarde:

Is (streefwaarde+interventiewaarde)/2. Overschrijding van de T-waarde geeft aan dat er mogelijk een nader onderzoek nodig is. Indien de T-waarde wordt overschreden is sprake van een matige verhoging.

Interventiewaarde:

Is de waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft, waarop de fiinctionele eigenschappen van de bodem, voor mens, dier en plant emstig zijn verminderd, of dreigen te worden verminderd. Indien de interventiewaarde wordt overschreden is sprake van een sterke verhoging.

l»

De interventiewaarden zijn gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van 'een geval van emstige bodemverontreiniging' te spreken dient voor tenminste een stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m^ grond of 100 m'' grondwater de interventiewaarde te worden overschreden. De termijn waarop 'een geval van emstige bodemverontreiniging' dient te worden gesaneerd, wordt bepaald door de urgentie. Hierbij zijn de actuele risico's voor mensen en ecosystemen en verspreidingsrisico's bepalend. De streef- en interventiewaarden voor organische verbindingen (waaronder minerale olie) in grond zijn afhankelijk van het percentage organische stof De streef- en interventiewaarden voor een aantal niet-organische verbindingen in grond zijn afhankelijk van de percentages organische stof en lutum.

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

4.2 Analyses grond In eerste instantie zijn vijf grond(meng)monsters voor analyse geselecteerd. In verband met de zintuiglijk aangetroffen puinsporen in de bovengrond zijn twee mengmonster aanvuUend voor analyse geselecteerd, waarvan daama twee grondmonsters separaat voor her-analyse zijn geselecteerd. Ten behoeve van het vaststellen van de streef- en interventiewaarden zijn de percentages organische stof van alle grond(meng)monsters door het laboratorium bepaald. Van de geselecteerde puinhoudende mengmonsters is daamaast ook het percentage lutum door het laboratorium bepaald. De door het laboratorium bepaalde percentages zijn in de onderstaande tabel weergegeven.

I*

Tabel 4.1: Percentages organische stof en/of lutum Monsters

Bodemsoort

Percentage Lutum

Percentage Organische stof

1/4

zand

-

2,4

4/5/6

klei

-

3,5

3

zand

-

1,2

7/9

zand

-

5,1

8/9/10

klei

-

4,9

7/8

klei

12

4,2

zand

7,4

8,8

2/10

: percentage met bepaald door aboratonum

De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1 (in mg/kg ds). De mate van verontreiniging is in de tabel weergegeven door middel van een codering met sterretjes. De originele analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage IV. ^

Grondslag Milieukundig Adviesbureau B.V.

Project 5484-N

Tabel 4.2: Analyseresultaten grond Monster (m-mv)

Waamemingen

Oiie GC

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK's VROi\/1

Deellocatie A: voormalige 4.000 liter gasolietank 4(1,10-2,00)+ 5(0,95-1,30)+ 6(1,00-2,00)

zwak puinhoudend sporen puin

.

3(1,00-2,00)

-

110

Deellocatie B: voormalige 6.000 liter benzinetanl< (incl. pomp)

••

7(0,00-0,50)+ 9(0,30-0,80)

sporen puin

-

8(1,30-2,00)+ 9(1,50-2,10)+ 10(1,00-2,00)

sporen puin brokken baksteen

.

Deellocatie C: voormalig pompelland 1(0,00-0,40)+ 4(0,20-0,80)

zwak puintioudend

-

Aanvullend puin-onderzoek 7(1,50-2,00)+ 8(0,60-1,00)

matig puinhoudend brokken baksteen

-

0,6

-

29

0,36

71

-

100

1,5

2(0,90-1,50)+ 10(0,05-0,60)

matig puinhoudend brokken baksteen

-

0,7

-

-

0,27

81

19

130

160"

Uitsplitsing 2(0,90-1,50)

matig puinhoudend

-

10(0,05-0,60)

brokken baksteen

150"

Dianco gatal getar getal" getal *

P

geen analyse u tgevoerd het gehalte is k einer dan of gelijk aan da streefwaarde (of de etniellmie t) het gehalta ove rschiijdt de streefwaanla het gehalte ove rschrijdt de T-waarde het gehalte ove rachriidt de interventlewaarde het gehalte woittt grotendeels veroorraakt dotjr humuszuren ( natuurlljkt) heritom! 1)

Bespreking analyseresultaten grond De geselecteerde grond(meng)monsters van de ondergrond ter plaatse van de voormalige tanklocaties (deellocatie A + deellocatie B) en het geselecteerde grondmengmonster van de bovengrond ter plaatse van het voormalige pompeiland (deellocatie C) zijn geanalyseerd op minerale olie. In het zintuiglijk niet met minerale olie verontreinigde ondergrondmengmonster van de boringen 4+5+6 (deellocatie A) is het gehalte aan minerale olie niet verhoogd aangetroffen. In het zintuiglijk niet met minerale olie verontreinigde ondergrondmonsters van boring 3 (deellocatie A) is het gehalte aan minerale olie licht verhoogd aangetroffen. In het zintuiglijk niet met minerale olie verontreinigde bovengrondmengmonster van de boringen 7+9 (deellocatie B, incL pomp) is het gehalte aan minerale olie niet verhoogd aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13970993/1