1. Verkennend bodemonderzoek Panoven 23-25, projectnummer 21-2018, versie 3, d.d. september 2022
Tekst van het document
BODEMONDERZOEK PANOVEN 23-25 IJSSELSTEIN
SEPTEMBER 2022
opdrachtgever
De Wit Ontwikkeling BV Achthoven Oost 4 3417 PD Montfoort
Projectnummer
21-2018
versie:
3
datum:
september 2022
LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 4191 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS T 0345 - 570 272
| F 0345 - 570 287 |
opgesteld door: Arjan Vlasblom
INFO@LINGEMILIEU.NL
|
WWW.LINGEMILIEU.NL
|
KVK TIEL 30233558
controle / vrijgave: John Hol Hierbij verklaar ik, Nico Verweij, het veldwerk in IJsselstein uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2001, 2002 en 2018, in febr en maart 2021, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar
1
1. Inleiding
1
2. Vooronderzoek
2
2.1 2.2 2.3
Historie en actuele situatie Conclusies vooronderzoek Bodemopbouw
3 3 4
3. Opzet en invulling van het onderzoek
6
3.1 3.2 3.3
Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek
6 7 7
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2 4.3
5
9
Analyseresultaten grond Resultaten asbest Analyseresultaten grondwater
9 12 13
Conclusie en aanbevelingen
13
5.1 5.2
Conclusies Betrouwbaarheid
13 15
bijlagen bijlage A: algemene toelichting bodemonderzoek bijlage B1 analyseresultaten grond 2021 bijlage B2 analyseresultaten grond, olie 2022 bijlage B3 analyseresultaten grondwater bijlage B4 resultaten asbest bijlage C: boorstaten bijlage D1 kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 informatie Omgevingsdienst Utrecht bijlage E: gegevens asbest-onderzoek bijlage F: situatieschets
1 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
1. Inleiding In februari en maart 2021 en maart 2022 is in opdracht van De Wit Ontwikkeling BV te Montfoort bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Panoven 23-25 in IJsselstein.
Op de locatie staat een bedrijfspand uit 1950, met een oppervlak van 250 m². Het pand staat langs de Hollandse IJssel. Aanleiding voor het onderzoek is de herontwikkeling van de locatie. Het perceel heeft een oppervlak van 250 m². Kadastrale gegevens van het perceel zijn IJsselstein C, nummer 1191. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit van het terrein. Het onderzoek heeft uit de volgende onderwerpen bestaan.
NEN 5740-onderzoek, in eerste instantie bestaande uit negen boringen tot maximaal 3.3 m-mv en twee peilbuizen. In maart 2022 zijn drie aanvullende boringen geplaatst.
Asbest-onderzoek. Er zijn vijf inspectiegaten gegraven. Er zijn twee mengmonsters grond op asbest geanalyseerd.
Wat eventuele verontreiniging betreft zijn grond en grondwater als onverdacht beschouwd, met uitzondering van olie. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op circa 1.5 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, olie, asbest en PFAS. Dit is versie drie van het rapport. De versies één (maart 2021) en twee (april 2022) zijn aangevuld naar aanleiding van een beoordeling door de ODRU. De wijziging in Versie Drie is een verwijzing naar de juiste bodemkwaliteitskaart, omdat er ondertussen een nieuwe bodemkwaliteitskaart van kracht is geworden voor IJsselstein. Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in IJsselstein of anderszins betrokken bij het terrein aan de Panoven via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever. Een dergelijke relatie tussen De Wit Ontwikkeling en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/7. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL-Protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd.
In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.
1
2. Vooronderzoek 2.1
Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft de Panoven 23-25 in IJsselstein. Kadastrale gegevens van het terrein zijn IJsselstein C, nummer 1191, postcode is 3401 RA. De locatie heeft een oppervlak van 250 m². De contouren van het pand zijn gelijk aan die van het kadastrale perceel. Voor het historisch onderzoek zijn gegevens gebruikt van Omgevingsdienst Utrecht. Verder zijn oude kaarten, luchtfoto's, eerder onderzoek en gegevens van de opdrachtgever gebruikt. De historische gegevens zijn opgenomen in bijlage D. Algemene gegevens locatie Het bedrijfspand op de locatie is gebouwd in 1950. Op het moment van het onderzoek was het pand (tijdelijk) in gebruik als atelier. De locatie ligt langs de Hollandse IJssel. Tussen het pand en de rivier loopt het Jaagpad, openbare weg. In het hele pand ligt een betonvloer. Deze heeft een dikte van ongeveer 15 centimeter. Onder het beton bevindt zich enkele decimeters zand, zonder noemenswaardig puin. De betonvloer is gefundeerd op betonnen balken. De indeling en contouren van het terrein zijn aangegeven in de tekening in bijlage F. Foto's van de locatie zijn opgenomen in bijlage D1. Aanleiding voor het onderzoek is de herontwikkeling van het terrein. In het bestaande pand gaan appartementen worden gerealiseerd. Er gaat een fundering van 400 bij 400 mm worden aangebracht. Daarvoor gaat geheid worden.
Op de palen komt een geïsoleerde betonvloer met daarop een cement-dekvloer te liggen. De aanlegdiepte van het geheel wordt 0.75 meter onder het huidige maaiveld. Een dwarsdoorsnede van de vloer en fundering is opgenomen in bijlage D1. Voor de funderingsbalken is enig graafwerk nodig. Maximale graafdiepte is 0.8 m-mv. Er zal naar verwachting enkele tientallen kuubs grond vrijkomen.
Geschiedenis van het terrein De eerste gebruiker van het pand was de coöperatieve landbouwvereniging De Eendracht. De vereniging was in het pand gevestigd tot 1970 en heeft er onder andere een opslag voor kunstmest gehad. In 1971 is de vereniging verhuist naar Oudewater. In bijlage D1 is een luchtfoto uit de jaren '50 van de locatie te vinden uit het archief van de Eendracht. De afgelopen jaren was het bedrijf Fire Protection Engineering BV in het pand gevestigd. FPE was gespecialiseerd in brandbeveiligingssystemen. Het bedrijf had aan de Panoven een kantoor en ontwerpafdeling plus een kleine werkplaats. Momenteel wordt het pand gebruikt als atelier door een lokale kunstenaar. In bijlage D1 zijn zes kaarten van het gebied opgenomen : uit 1930, 1960, 1970, 1980, 1995 en 2005. Op de kaarten uit 1970 en 1980 is geen bebouwing aangegeven op het terrein, maar dat is niet juist. Op de kaart uit 1960 is het pand wel duidelijk te zien. Verder zijn in bijlage D1 vier luchtfoto's opgenomen, uit 2005, 2007, 2015 en 2019. Er zijn in deze periode geen wijziging in de bebouwingsituatie of het bodemgebruik te zien.
Gedempte sloten Er zijn geen gedempte sloten op de locatie terug te vinden op oude kaarten.
Tanks Op het kadastrale perceel nummer 1191 (onder de vloer van het pand) zijn geen huidige of voormalige 2 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
tanks bekend. Direct ten westen zijn wel twee tanks bekend. Deze waren eigendom van de landbouwvereniging De Eendracht. De tanks waren een 6.000 liter benzinetank en een 4.000 liter dieseltank. Tussen de tanks bevond zich een pompeiland. De tanks zijn geïnstalleerd in 1951 en 1957. Het pompeiland was aangelegd in 1964. De tanks zijn in gebruik geweest tot 1970. De locaties van de tank en het pompeiland zijn aangegeven in de tekening in bijlage F. In bodemonderzoek van Grondslag BV (zie onder) uit mei 2001 is vermeld dat toen niet bekend was of de tanks nog aanwezig waren. Dat geldt (helaas) nog steeds. Er zijn geen gegevens beschikbaar over sanering of verwijdering van de tanks. Er zijn voor onderhavig onderzoek enkele boringen op de tanklocaties gezet. Deze zijn gestaakt op een diepte van circa 1.4 m-mv. Gezien het grote aantal kabels en leiding is het niet verantwoord geacht vergaand hak- of graafwerk te verrichten om eventuele tanks op te sporen.
Asbest Op het dak van het bedrijfspand liggen vermoedelijk asbestplaten. Het dak loopt naar één kant af, de kant van het water. Daar hangt een dakgoot. Van asbest-verdachte druppel-gootlijnen is dus geen sprake. Mogelijke bron van asbest-bodemverontreiniging is het puin in de klei onder de betonvloer van het pand. De vloer van het pand is echter aangelegd rond 1950. Het puin onder de vloer dateert dus van voor die tijd. Het puin is daarmee weinig verdacht voor asbest. Een mengmonster van zowel het geroerde zand en van de klei onder de vloer is op asbest geanalyseerd.
Eerder onderzoek, omgeving In mei 2001 is oriënterend onderzoek uitgevoerd door Grondslag BV. Rapport-nr van het onderzoek is UT/230/0052, opdrachtgever was Provincie Utrecht. Aanleiding voor het onderzoek was de vermelding van de locatie op een lijst met voormalige, risicovolle bedrijfslocaties in IJsselstein. Het rapport is opgenomen in bijlage D3. Onderwerp van het onderzoek waren de tanks ten westen van het pand. De resultaten kunnen als volgt worden samengevat. I. Er zijn tien boringen en drie peilbuizen over het terrein verdeeld. Er zijn geen boringen in het pand
gezet. II. In de grond buiten het pand zijn tot 2.5 m-mv sporen aan puin waargenomen. Deze grond was licht
verontreinigd met olie en metalen. Zintuiglijk waren nergens spore van olie aangetroffen. Voor PAK werd lokaal de interventiewaarde overschreden. Dat was in boring 10, tussen 1.0 en 2.0 m-mv. Boring 10 stond in de klinkers ten westen van het pand. Het PAK-gehalte was 150 mg/kg ds. III. Er zijn vijf grondmonsters op olie geanalyseerd. In één daarvan was olie licht verhoogd, in de grond
tussen 1.0 en 2.0 m-mv. Dat was boring 3. IV. Het grondwater stond in 2001 op circa 1.2 m-mv. Benzeen was als enige licht verhoogd in het
grondwater, met 2.9 µg/l. Syncera BV heeft in 2006 historisch bodemonderzoek voor de locatie uitgevoerd, in opdracht van provincie Utrecht. Het rapport is helaas nergens meer beschikbaar, ook niet bij de ODRU. Het rapport is vermoedelijk niet meer dan een samenvatting van informatie die ook in andere onderzoeken is besproken. In de omgeving zijn Omgevingsdienst Utrecht de onderstaande onderzoeken bekend.
In augustus 2007 is onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Panoven 19-21, door AT Milieu BV. Rapport-nr is AT170167. Aanleiding was de bouw van het appartementencomplex op de locatie. Er is verontreiniging aangetroffen. Dit betrof PAK in bovengrond. Het volume van de verontreinigde grond is geschat op 133 m³. Het voorblad en de samenvatting van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage D3. Het hoogst gemeten oliegehalte in de grond in 2007 was ter info 130 mg/kg ds. Dat was in de bovengrond tot 0.6 m-mv.
3 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
In 2013 is bodemsanering voor de PAK-verontreiniging uitgevoerd, op basis van een BUS-melding. De verontreiniging is geheel gesaneerd. De beschikking op de resultaten van de sanering dateert van 27 oktober 2014.
PJ Milieu BV heeft in 2019 bodemonderzoek uitgevoerd voor de openbare weg van de Panoven. Ook voor het graafwerk op de openbare weg is een BUS-melding ingediend. De sanering is uitgevoerd in maart 2020.
AT Milieu BV heeft in juni 2013 onderzoek verricht voor de openbare weg Parralelweg en een deel van de Panoven. Grond en grondwater waren maximaal licht verontreinigd.
PAK-verontreiniging Grondslag BV heeft in 2001 een sterk verhoogd PAK-gehalte vastgesteld in de bovengrond van boring 10. Deze boring staat midden in de openbare weg van de gemeente. In het verleden hoorde deze strook bij de onderzoekslocatie. ODRU heeft als tekortkoming bij versie één van dit rapport opgemerkt dat de verontreiniging afgeperkt had moeten worden. Daar over het volgende: De openbare weg is eigendom van Gemeente IJsselstein. Er kunnen niet zomaar boringen in de openbare weg gezet worden om meerdere redenen. Er is toestemming van gemeente nodig. Gemeente is verder niet gebaat bij kosten voor ongevraagd onderzoek en consequenties van eventuele verontreiniging. Voor de ontwikkeling van het pand is eventueel PAK op de locatie van boring 10 en omgeving weinig relevant. Het PAK in boring 10 van Grondslag BV is gerelateerd aan funderingsmateriaal onder de openbare weg. Daar is het geen risico voor de volksgezondheid of risico waarvoor dan ook.
Bodemkwaliteitskaart, bestrijdingsmiddelen PFAS en japanse duizendknoop Voor IJsselstein is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar, uit 2021. De Panoven 23-25 ligt op deze kaart in de zone Bebouwing 3/3. De boven- en ondergrond daarvan zijn gemiddeld industrie-kwaliteit. Tot medio jaren '50 hebben er boomgaarden ter hoogte van de Panoven gestaan. De onderzoekslocatie is echter als vanaf 1950 bebouwd en van oorspronkelijke bovengrond is geen sprake meer. De grond van het terrein wordt daarom als onverdacht wat betreft bestrijdingsmiddelen beschouwd. De grond van het terrein aan de Panoven is net als de rest van Nederland verdacht voor PFAS. Onderzoek naar PFAS is relevant als er grond van de locatie moet worden afgevoerd. Voor de volledigheid is de zandige bovengrond op PFAS geanalyseerd. Er is geen japanse duizenknoop waargenomen rond het pand.
2.2
Conclusies vooronderzoek I. Naar aanleiding van de tanks direct naast het pand is olie in grond en grondwater een
aandachtspunt. Daarbij opgemerkt : bij eerder onderzoek is geen olie van betekenis aangetoond in de grond en het grondwater rond de tanks. II. De puinhoudende grond onder de betonvloer wordt als beperkt verdacht voor asbest beschouwd. III. De bovengrond is onverdacht voor bestrijdingsmiddelen.
2.3
Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Westlandformatie. De oorspronkelijke bodem ter plaatse bestaat uit klei en zandige klei. De slecht doorlatende deklaag heeft een dikte van circa 8 meter. Onder dit pakket bevindt zich matig grof tot grof zand.
4 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
In het zand direct onder de betonvloer is alleen wat grind en enkele brok beton aanwezig. De kleiige grond onder het zand is licht tot matig puinhoudend. Het bodemvreemde materiaal bestaat voornamelijk uit baksteen. Er is puin waargenomen tot een diepte van 1.3 m-mv. Eén van de boringen in het pand is gestaakt op deze diepte, boring 6. Er is visueel nergens asbest-verdacht materiaal zoals plaatjes aangetroffen. Het maaiveld van rond het pand bevindt zich op circa 1.4 meter boven NAP. Ten tijde van het onderzoek bevond het grondwater zich op circa 1.0 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is westelijk. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
5 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1
Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de bijlage ONV van de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek, onverdacht) als richtlijn gehanteerd. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit in het kader van de eigendomsoverdracht van de locatie. Voor het asbest-onderzoek is § 6.4.5 van de NEN 5740gevolgd. Er zijn voor het asbest-onderzoek geen inspectiegaten gegraven op het buitenterrein. Dat is als tekortkoming aangemerkt door de ODRU. Het kadastrale perceel èn onderzoeksterrein is in principe alleen de contour van het pand. Er zijn wel enkele handboringen op het buitenterrein gezet, maar geen inspectiegaten. De boringen hebben een diameter van 10 cm, die zijn goed weer dicht te maken. Bij inspectiegaten is dat moeilijker. Het buitenterrein is eigendom van Gemeente IJsselstein. Er is daarom gekozen voor het plaatsen van alleen boringen en niet voor inspectiegaten, omdat daarvoor het roeren van grond wat ingrijpender is. Het puin in de grond rond het pand zal dezelfde oorsprong en samenstelling hebben als het puin onder het pand.
3.2
Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd volgens de BRL-protocollen 2001, 2002 en 2018. Het veldwerk is uitgevoerd op 22 februari en 5 maart 2021, door Nico Verweij (Geldermalsen), erkend veldwerker voor de protocollen. Zie ook www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu. Er zijn voor het NEN 5740-onderzoek negen boringen en twee peilbuizen geplaatst, tot een diepte van maximaal 3.3 m-mv. Boring 9 is op 5 maart gezet, in de klinkers ten westen van het pand. Dit naar aanleiding van de aanwezigheid van olie in de grond onder het pand. De boringen 3 en 5 zijn afgewerkt met een peilbuis met een filter van resp 2.2-3.2 en 1.7-2.7 m-mv, bij grondwaterstanden van 1.8 en 1.2 m-mv. Bij de bemonstering van de peilbuizen op 5 maart zijn de pH, troebelheid en de geleidbaarheid bepaald. De locaties van de boringen en peilbuizen zijn terug te vinden in de schets in bijlage F.
Aanvullend onderzoek Op 22 maart 2022 zijn drie aanvullende boringen gezet, om de olieverontreiniging onder het pand verder in kaart te brengen. Deze boringen zijn genummerd 101, 102 en 103. De nummers 101 en 102 staan in de betonvloer van het pand, boring 103 staat in de klinkers ten westen van het pand.
Asbest Voor het asbest-onderzoek zijn onder andere vijf inspectiegaten gegraven. Met een diamantzaag zijn daarvoor dure gaten in de beton-vloer gezaagd van 0.3 bij 0.3 meter. Gegevens van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage E. Het veldwerk heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan.
Uitgebreide inspectie van het terrein, uitzetten van de gaten.
De bodem is ontgraven in lagen van circa 0.1 meter. De grond is uitgeharkt. Daarbij is een scheiding gemaakt tussen de fijne en grove fractie. Door middel van zeven en wegen is het percentage aan puin groter dan 20 mm vastgesteld. De monsternemer heeft bij het veldwerk nergens asbest op het maaiveld of in de grond gevonden. Er zijn twee representatieve mengmonsters samengesteld. Het monster van de kleiige ondergrond weegt 9.7 kg. Dat is onder het voorgeschreven minimum-gewicht van 10 kg. Het resultaat van deze
6 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
analyse moet dus als indicatief worden beschouwd. Het asbest-onderzoek samengevat
tabel 2: asbest-onderzoek, omschrijving
3.3
locatie
m-mv
omschrijving
asbest op mv visueel asbest in grond
mm asbest
mm A, gat 3-6 mm B, gat 3-6
0.45 0.4-0.8
zand kleiig, licht-matig puin, indicatief
neen neen
mm A, 14.4 kg mm B, 11.4 kg
neen neen
Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. De bodem ter plaatse bestaat uit klei. Onder het beton bevindt zich zand. Deze laag heeft een dikte van 0.2 á 0.3 meter. In het zand zijn wat grind en enkele brok beton aanwezig. De kleiige grond onder het zand is licht tot matig puinhoudend. Het bodemvreemde materiaal bestaat voornamelijk uit baksteen. Er is puin waargenomen tot een diepte van 1.3 m-mv. Eén van de boringen in het pand is gestaakt op deze diepte, boring 6. Er is visueel nergens asbest-verdacht materiaal zoals plaatjes aangetroffen. De bodem is als volgt opgebouwd: tabel 1: Schematische weergave bodemopbouw m-mv
grondsoort
opmerkingen
kleur
- 0.4 0.4 - 1.4 1.5 - 3.3
zand klei klei
geroerd, grind siltig, lokaal licht puin -
bruingrijs grijsbruin grijs
De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage C. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn zestien grond(meng)monsters samengesteld. Voor de monsters is de relatief meest geroerde grond geselecteerd. Naar aanleiding van de tussenwaarde-overschrijding voor olie in het ondergrond-mengmonster van de boringen 3, 4, 5 en 7 zijn de betrokken deelmonsters individueel geanalyseerd op olie. Tabel 2 is een overzicht van de monsters en analyses. tabel 2: boringen, peilbuis en analyses nr
boringen / peilbuis
1 2 3 4 5 6 7 8 9
B3-5 B3-5 en 7 B3 B4 B5 B7 B5 B6 B9
febr '21
10 11 12 13 14
B101 B101 B102 B102 B103
maart '22
15 16
mm A, gat 3-6 mm B, gat 3-6, indicatief
febr '21
17 18
pb 3 pb 5
febr '21
m-mv
NEN analyses
0.1 - 0.5 0.1 - 1.0 0.4 - 0.8 0.4 - 0.9 0.3 - 0.8 0.1 - 0.5 0.8 - 1.2 0.2 - 1.2 0.7 - 1.2
NEN 5740 grond, PFAS NEN 5740 grond minerale olie minerale olie minerale olie minerale olie minerale olie NEN 5740 grond minerale olie
1.2 - 1.4 1.4 - 1.9 0.9 - 1.4 1.4 - 1.5 1.0 - 1.5
minerale olie minerale olie minerale olie minerale olie minerale olie
grind licht-matig puin
0.4 0.4 - 0.8
asbest-grond, NEN 5898 asbest-grond, NEN 5898
grondwater grondwater
2.2 - 3.2 1.7 - 2.7
olie en aromaten NEN 5740 grondwater
zand kleiig, licht-matig steen
zandig, baksteen kleiig, licht puin zandig
7 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
NEN-pakket grond AS3000 (stap 1) - droge stof, lutum en organische stof, - zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), - PAK (10VROM), - PCB´s en olie. NEN-pakket grondwater AS3000 (stap 2) - zuurgraad (pH), - zware metalen (barium, cadmium, molybdeen, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink), - vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en olie, - vluchtige chloorkoolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2- trichloorethaan, trichlooretheen (tri), trichloormethaan.
8 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1
Analyseresultaten grond De analysecertificaten en toets zijn opgenomen in bijlage B1. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). In de tabel zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage F. tabel 3A : analyses en toets grond (mg/kg ds), stand.bodem, 2021 boring m-mv puin
B3-5 0.1-0.5 -
3-5 en 7 B6 AW 0.1-1.0 0.2-1.2 licht-matig licht
org.stof (%) dr.stof (%) lutum (%)
0.7 94.9 1
4.2 80.8 14.8
zw metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK 10VROM PCB´s olie C10-40
30 • <35
0.65 • 1.1 • 0.32 • 0.43 • 108 • 144 • 167 • 205 • 2.1 • 2.619 •• <35
TW
4.1 82.1 10.9
0.6 15
IW
B5 B3 B4 B5 0.8-1.2 0.4-0.8 0.4-0.9 0.3-0.8 baksteen
B7 B9 wonen industr 0.1-0.5 0.7-1.2
3.4 76.2 1
3 2 83.9 80.4 1 1
3 79.3 1
3 85.1 1
3 85.8 1
6.8 108
1.2 35 54 0.83 210 88
0.15 18 50 290 140 430 1.5 21 190 2600 5000 5.000 •• <35
200 6.8 0.04 <35
8.000 ••• <35
4.3 190 190 4.8 530 190 720 40 0.5
<35
PFAS PFOA lineair PFOA vertakt PFOS lineair PFOS vertakt som PFOA som PFOS
<0.1 <0.1 <0.1 <0.1 0.1 0.1 -
1.9 7 1.4 3
- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), •• : matige verhoging, overschrijding van de tussenwaarde (TW), ••• : sterke verhoging, overschrijding van de interventiewaarde (IW).
Boven- en ondergrond In de boven- en ondergrond van het terrein aan de Panoven worden met uitzondering van olie geen tussenwaarden overschreden. Voor olie is in twee grondmonsters de tussenwaarde overschreden. Dat is één keer in een mengmonster en één keer in een separaat grondmonster. De vier deelmonsters van het mengmonster zijn naar aanleiding van de overschrijding individueel geanalyseerd op olie. Olie Er zijn vijf separate grondmonsters op olie geanalyseerd. In één boring is olie sterk verhoogd (of gelijk aan de interventiewaarde). Dat is boring 5, in de zandige grond tussen 0.3 en 1.2 m-mv. Boring 5 staat in de betonvloer aan de westkant van het pand. De olie bestaat voornamelijk uit de lichtere fracties, van C10 tot C16. Deze componenten maken circa 90% uit van het totaal. Op het analysecertificaat is aangegeven dat in beide monsters ook wat vluchtige olie bevatten. Dat is olie in de fractie tot C10.
9 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
In onderstaande tabel is de globale verdeling van fracties voor diverse oliesoorten gegeven.
De olie in de grond ter plaatse van de Panoven is waarschijnlijk te kwalificeren als benzine. De twee (voormalige) tanks naast het pand van de voormalige landbouwcorporatie bevatten ter info gasolie en benzine. In maart 2022 zijn drie aanvullende boringen gezet. Zintuiglijk is daarin geen olie waargenomen. Er zijn van de drie boringen vijf grondmonsters op olie geanalyseerd. tabel 3B : analyses en toets grond (mg/kg ds), stand.bodem, maart 2022 boring m-mv zintuiglijk
B101 1.2-1.4
101 1.4-1.9
102 AW 0.9-1.4
org.stof (%) dr.stof (%)
3 78.7
5.7 69.2
olie C10-40, tot fractie C10-12 fractie C12-16 fractie C16-20 fractie C20-30 fractie C30-40
<35 -
132 45 12 12 25 32
TW
IW
B102 1.4-1.5
B103 1.0-1.5
2.6 80.2
3.5 73.6
3.5 83.3
<35 -
190 2600 5000 286 • 66 174 15
<35 -
- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), •• : matige verhoging, overschrijding van de tussenwaarde (TW).
Olie is maximaal licht verhoogd in de aanvullende boringen, het hoogst gemeten gehalte is 286 mg in boring 102. Deze staat in het midden van het pand, aan de noordkant. De grond rond de tanks is onderzocht door Grondslag BV in mei 2001. Zintuiglijk is toen nergens olie waargenomen. Er zijn in 2001 vijf grondmonsters op olie geanalyseerd. In één was olie licht verhoogd, 110 mg/kg ds. Dat was in boring 3, tussen 1.0 en 2.0 m-mv. Deze olie bestond voor 62% uit de fractie C20-29, iets zwaarder dan de olie die nu onder het pand is gevonden. De ernst en omvang van de verontreiniging kunnen als volgt worden samengevat. I. Er zijn totaal elf grondmonsters op olie geanalyseerd. In één monster wordt de interventiewaarde
van 5.000 mg/kg ds overschreden, in boring 5. II. In de omgeving van boring 5 staan de boringen 1, 6 en 9. Boring 1, in de groenstrook ten noorden
van het pand is gestaakt door de kabels en leidingen aan die kant van het pand. In de boringen 6 en 9 ten zuiden en westen van boring 5 is olie niet verhoogd. De olie in boring 5 is in noordelijke en oostelijke richting afgeperkt met de aanvullende boringen 101en 102.
10 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
III. Het oppervlak van de verontreinigde grond ter plaatse van boring 5 wordt geschat op 10 m².
Uitgaande van een diepte van de verontreiniging van 0.3 tot 1.8 m-mv komt het volume van de verontreinigde grond op 15 m³. Dit bij een grondwaterstand van 1.2 m-mv. IV. Er is geen sprake van een ernstig geval van verontreiniging. Het criterium daarvoor is een volume
aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³. V. De bron en oorzaak van de verontreiniging zijn naar alle waarschijnlijkheid de tanks buiten het
pand (en het kadastrale perceel). In het pand zijn geen mogelijke bronnen van olieverontreiniging bekend. Bovendien kan de kans op significante lekkage van olie door 15 of 20 cm beton vrijwel uitgesloten worden. VI. Bij het onderzoek van Grondslag BV van 2001 zijn geen boringen gezet in het pand. De grond
buiten het pand was toen schoon wat betreft olie. VII. De tanks zijn waarschijnlijk rond 1971 buiten gebruik gesteld De olie wordt beschouwd als oud
geval verontreiniging, ontstaan voor 1987.
PFAS Van de PFAS-componenten is er niet één meetbaar verhoogd in het zand onder de betonvloer.
11 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
4.2
Resultaten asbest Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hecht-gebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 4 : Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg ds) omschrijving monster
m-mv
aantal deeltjes gewogen gehalte visueel asbest gewicht asbest tot, gewogen < 20 mm <20 mm >20 mm > 20 mm, mg mg/kg ds
mm A, gat 3-6 mm B, gat 3-6, indicatief
0.4 0.4-0.8
nul nul
<0.4 mg/kg ds <1.1 mg/kg ds
neen neen
-
<0.4 mg/kg ds <1.1 mg/kg ds
Asbest mm, < 20 mm Analytisch is door het lab geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in de twee mengmonsters van de geroerde grond onder de betonvloer van het pand. Asbest mm, >20 mm Visueel is nergens asbestverdacht (plaat)materiaal gevonden in of op de grond op de locatie aan de Panoven.
12 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
4.3 Analyseresultaten grondwater Het analysecertificaat van het grondwater en de toets zijn opgenomen in bijlage B1. De locaties van de peilbuizen zijn te vinden in de schets in bijlage F. De toets is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). tabel 4 : analyseresultaten grondwater (μg/l) peilbuis m-mv 5 maart 2021
pb 3 2.2-3.2
pH geleidbaarheid (μS/cm) grondwater, cm-mv troebelheid, NTU
7.3 793 180 85
molybdeen cadmium barium koper kobalt lood nikkel zink kwik vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen
SW TW
pb 5 1.7-2.7 7.3 802 120 38
50
338
<1 -
130 • <1 -
vl. chl. koolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen dichloorbenzenen chloorbenzenen monochloorbenzeen minerale olie C10-40
IW
<50
50
<50
- : geen overschrijding van de streefwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde.
Het grondwater stond begin maart op circa 1.4 m-mv. De pH, EC en troebelheid van het water kunnen als normaal voor deze bodem worden beschouwd. De peilbuizen staan in de betonvloer van het pand. Barium is licht verhoogd in het grondwater. Dit metaal is van nature verhoogd in grote delen van Nederland en niet specifiek voor de locatie zelf. Olie en aromaten zijn in peilbuis 3, achterin het pand, niet meetbaar verhoogd. In peilbuis 5 is olie met 220 µg/l licht verhoogd. Ook in het grondwater bestaat de olie uit de lichtere soort, tot C16. De grond in boring 5 is sterk verontreinigd met olie. Het licht verhoogde gehalte in het grondwater duidt er op dat de olie in de grond weinig mobiel is. Een ernstig geval van olieverontreiniging kan wat betreft het grondwater uitgesloten worden. Het criterium daarvoor is een bodemvolume aan sterk verontreinigd grondwater van tenminste 100 m³.
13 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
5
Conclusie en aanbevelingen In februari en maart 2021 is in opdracht van De Wit Ontwikkeling BV te Montfoort bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Panoven 23-25 in IJsselstein. Kadastrale gegevens van het perceel zijn IJsselstein C, nummer 1191. Op het perceel staat een bedrijfspand uit 1950, met een oppervlak van 250 m². Dit is ook de contour van het kadastrale perceel. Aanleiding voor het onderzoek is de herontwikkeling van de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit van het terrein. Dit is versie Twee van het rapport. Versie Eén (maart 2021) is aangevuld naar aanleiding van een beoordeling door de ODRU. Er zijn voor de aanvulling onder andere drie aanvullende boringen gezet, om olieverontreiniging verder af te perken. Wat eventuele verontreiniging betreft zijn grond en grondwater als onverdacht beschouwd, met uitzondering van olie. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op circa 1.5 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740-pakket, olie, asbest en PFAS. Het onderzoek heeft uit de volgende onderwerpen bestaan.
5.1
NEN 5740-onderzoek, bestaande uit twaalf boringen tot maximaal 3.3 m-mv en twee peilbuizen.
Asbest-onderzoek. Er zijn vijf inspectiegaten gegraven. Er zijn twee mengmonsters grond op asbest geanalyseerd.
Conclusies De bodem ter plaatse bestaat uit klei. Onder de betonvloer bevindt zich enkele decimeters zand. In het zand zijn alleen wat grind en enkele brok beton als bodemvreemd materiaal aanwezig. De kleiige grond onder het zand is licht tot matig puinhoudend, tot een diepte van max 1.3 m-mv. Het puin bestaat voornamelijk uit baksteen. Eén van de boringen in het pand is gestaakt op deze diepte, boring 6. Er is visueel nergens asbest-verdacht materiaal zoals plaatjes aangetroffen.
Grond, grondwater In de boven- en ondergrond van het terrein aan de Panoven worden met uitzondering van olie geen tussenwaarden overschreden. Er zijn voor het onderzoek naar het grondwater twee peilbuizen geplaatst. Barium is als licht verhoogd in het grondwater. Dit metaal is van nature verhoogd in grote delen van Nederland.
Asbest Visueel is nergens asbest op het maaiveld of in de grond waargenomen. Er zijn voor het onderzoek twee mengmonsters grond op asbest geanalyseerd. Asbest is daarin niet aantoonbaar.
Olie Er zijn totaal elf separate grondmonsters op olie geanalyseerd. In één boring is olie sterk verhoogd. Dit is boring 5, aan de westkant van het pand. In de grond tussen 0.3 en 1.2 m-mv is het hoogst gemeten oliegehalte 8.000 mg/kg ds. De olie bestaat voornamelijk uit de lichtere fracties, van C10 tot C16. In de overige grondmonsters is olie niet meetbaar verhoogd. Van de twee peilbuizen in het pand is er één licht verontreinigd met olie, pb-5. Ook in het grondwater bestaat de olie uit de lichtere soort, tot C16. De ernst, omvang en consequenties van de verontreiniging kunnen als volgt worden samengevat.
14 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
I. In de omgeving van boring 5 staan de boringen 1, 6 en 9. Boring 1, in de groenstrook ten noorden
van het pand is gestaakt door de kabels en leidingen aan die kant van het pand. In de boringen 6 en 9 ten zuiden en westen van boring 5 is olie niet verhoogd. II. In noordelijke en oostelijke richting is de olie afgeperkt met de aanvullende boringen van maart
2022. III. Het oppervlak van de verontreinigde grond rond boring 5 is geschat op 10 m². Uitgaande van een
diepte van de verontreiniging van 0.3 tot 1.8 m-mv komt het volume van de verontreinigde grond op 15 m³. Er is geen sprake van een ernstig geval van verontreiniging. Het criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³. IV. Het licht verhoogde gehalte in het grondwater duidt er op dat de olie in de grond weinig mobiel is.
Een ernstig geval van olieverontreiniging kan wat betreft het grondwater uitgesloten worden. Het criterium daarvoor is een bodemvolume aan sterk verontreinigd grondwater van tenminste 100 m³ V. De bron en oorzaak van de verontreiniging zijn naar alle waarschijnlijkheid de tanks buiten het
pand en het kadastrale perceel. In het pand zijn geen mogelijke bronnen van olieverontreiniging bekend. Bovendien kan de kans op significante lekkage van olie door 15 of 20 cm beton vrijwel uitgesloten worden. VI. Bij het onderzoek van Grondslag BV van 2001 zijn geen boringen gezet in het pand. De grond
buiten het pand was toen schoon wat betreft olie. VII. De tanks zijn waarschijnlijk rond 1971 buiten gebruik gesteld De olie wordt beschouwd als oud
geval verontreiniging, ontstaan voor 1987.
Conclusie, aanbevelingen De olie ter plaatse van boring 5 bevindt zich in de grond vanaf ca 0.4 m-mv. Er is waarschijnlijk geen graafwerk nodig op deze locatie. Alleen op de contouren van het pand en de te realiseren appartementen wordt nieuwe fundering aangebracht. De olie hoeft dus geen belemmering te zijn voor de plannen voor ontwikkeling. Voorwaarde daarvoor is dat er geen verspreiding van de verontreiniging plaats zal vinden na ontwikkeling van het terrein. Op basis van het licht verhoogde oliegehalte in het grondwater kan dat bevestigd worden. De verwachting is dat het oliegehalte in het grondwater niet (meer) toe zal nemen. Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten van het onderzoek is de ODRU, namens Gemeente IJsselstein. De ODRU heeft in de beoordeling van de vorige versie van het rapport aangegeven dat er na sloop van het pand en de vloer aanvullende boringen geplaatst moeten worden om de verontreinigingscontour verder in kaart te brengen. Aanvullend is waarschijnlijk een saneringsplan of een plan van aanpak nodig, afhankelijk van de omvang van de verontreiniging.
5.2
Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in IJsselstein uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.
15 Panoven 23-25 IJsselstein, sept 2022
bodemonderzoek 21-2018
Bijlage A: Toelichting onderzoek Toetsing van de analyseresultaten wordt uitgevoerd met behulp van de Botova-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). Deze richtlijn is van kracht sinds 1 november 2013, ter vervanging van toetsingsrichtlijnen, die tot die tijd werden gehanteerd voor diverse toepassingen.
Achtergrondwaarde De achtergrondgehaltes voor Nederlandse bodems of detectielimiet van de toegepaste analysemethode. De streefwaarden kunnen worden beschouwd als indicatieve concentratieniveaus, waarboven wel en waaronder geen sprake is van aantoonbare verontreiniging. De streefwaarden zijn afhankelijk gesteld van het organische stof- en lutum(klei)gehalte, zodat bodemtypecorrectie kan worden toegepast .
Criterium voor nader onderzoek, tussenwaarde In het kader van de Wet bodembescherming wordt nader onderzoek op korte termijn wenselijk geacht als er sprake kan zijn van een ernstig gevaar voor vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. Wanneer de concentratie van één of meer stoffen het criterium voor nader onderzoek overschrijdt, wordt aangenomen dat in principe sprake kan zijn van dergelijk risico. Of dit inderdaad het geval is, wordt vastgesteld in het nader onderzoek. Overigens kan afhankelijk van de situatie, ook gehalten lager dan dit criterium een nader onderzoek gewenst zijn.
Interventiewaarde De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is sprake van (een geval van) ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor land- en waterbodems. Voor de interventiewaarden geldt dat zowel ze humaan- als ecotoxicologisch onderbouwd zijn. Verder geldt dat ze gedimensioneerd zijn, om in geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarden. De waarden zijn afhankelijk van het organisch stof- en lutumgehalte, hetgeen is vastgelegd in zogenaamde bodemtypecorrectieformules. Als een geval van ernstige verontreiniging geconstateerd is, dient saneringsonderzoek uitgevoerd te worden. Bij lagere concentraties is de urgentie van een saneringsonderzoek minder groot, maar in bepaalde gevallen kan het echter toch wenselijk zijn het saneringsonderzoek niet te lang uit te stellen.
Veldwerk Ruimtelijke verdeling boringen/peilbuizen Als er sprake is van onverdacht terrein worden de boringen ruimtelijk evenredig verdeeld. Van een verdachte locatie is sprake als er op die plaats activiteiten plaatsvinden of in het verleden plaats hebben gevonden, die kunnen leiden tot verontreiniging, ofwel als in de toekomst activiteiten gaan worden uitgevoerd die tot verontreiniging kunnen leiden. Het aantal boringen is afhankelijk van de oppervlakte van de (verdachte) locatie en van de mogelijke verspreiding. In veel gevallen wordt gekozen voor een gecombineerde onderzoeksstrategie: de bodemkwaliteit voor het gehele terrein wordt bepaald volgens de strategie voor een onverdacht of homogeen verdacht terrein, terwijl verdachte locaties apart worden onderzocht. Bemonstering Meestal worden boringen handmatig gezet met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een puin- of pulsboor. Soms is een verharding aanwezig die niet tijdelijk verwijderd kan worden: in beton- of asfaltverhardingen worden met een diamantboor gaten geboord om de onderliggende bodem te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een slagguts, een ramguts of een compressorhamer.
In één of meer boorgaten worden peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te kunnen nemen. Peilbuizen zijn PVC of HDPE buizen die over een lengte van één of twee meter zijn geperforeerd. Het filterdeel wordt zo afgesteld dat grondwater van een specifieke diepte wordt bemonsterd. Voor het afpompen en bemonsteren wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een kunststof slang met pulsklep. In het veld wordt van elke onderscheiden bodemlaag een grondmonster genomen, met dien verstande dat afwijkende of verontreinigde bodemlagen apart worden bemonsterd. De maximale laagdikte per monster is 50 cm. De grondmonsters worden verpakt in glazen potten die volledig worden gevuld en worden afgesloten met neopreen deksels. De monsters worden gekoeld bewaard. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis gespoeld, direct na plaatsing en voorafgaand aan de bemonstering. Bemonstering vindt in principe plaats na minimaal een week standtijd. Zintuiglijk onderzoek In het veld wordt grond opgeboord en grondwater opgepompt. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek worden opgenomen in het rapport. Mede op basis van deze resultaten wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in: ▪
Lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd. Dit is onder andere nodig omdat de natuurlijke achtergrondconcentraties van stoffen verschillen per grondsoort. Ook de adsorptie van stoffen aan bodemdeeltjes en daarmee de snelheid van verspreiding van verontreinigingen varieert met de grondsoort.
▪
Onderzoek naar verontreiniging, waarbij waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. Hierbij wordt gezocht naar zichtbaar bodemvreemd materiaal zoals puin en afval, en naar geuren van bodemvreemd materiaal, zoals olie en oplosmiddelen.
Waarnemen minerale olie en vluchtige aromaten De eigenschappen van olie kunnen sterk variëren. Zogenoemde zware oliën (lange koolstofketens) zijn niet of slecht te ruiken. Bij twijfel wordt vaak gebruik gemaakt van de 'oliepanmethode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olie in de grond aanwezig kan zijn. Dit kan dan worden gecontroleerd met een analyse.
Chemisch onderzoek Indien bij het zintuiglijk onderzoek in overeenkomende bodemlagen uit verschillende boringen geen afwijkingen worden aangetroffen, mogen mengmonsters worden samengesteld van maximaal tien monsters. Voor chemische analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een lichte/matige/sterke verontreiniging wordt aangetroffen, waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters van waaruit dat mengmonster was samengesteld, geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. In principe wordt overgegaan op het uitsplitsen van mengmonsters als de tussenwaarde wordt overschreden. ls er sprake is van een onverdacht terrein worden minimaal twee grondmengmonsters en één grondwatermonster geanalyseerd op een breed scala aan stoffen. Dit zijn de zogeheten NENanalysepakketten. Als er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, of indien het onderzoek wordt uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen.
In het kader van het chemisch onderzoek worden in het algemeen monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Voor het chemisch onderzoek worden de grond- en grondwatermonsters aangeleverd bij een onafhankelijk STERLAB laboratorium.
bijlage B1
analyseresultaten grond Panoven 23-25 IJsselstein
maart 2021
Linge Milieu BV T.a.v. Arjan Vlasblom Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN
Analysecertificaat Datum: 25-Feb-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021028194/1 21-2018 Panoven 23-25 IJsselstein 2018 22-Feb-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
21-2018 Panoven 23-25 IJsselstein 2018 Nico Verweij
Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
2021028194/1 22-Feb-2021 25-Feb-2021 25-Feb-2021/16:21 A,B,C 1/3
1
2
3
4
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
Uitgevoerd
Verkleinen kaakbreker S
Droge stof
% (m/m)
94.9
80.8
76.2
S
Organische stof
% (m/m) ds
<0.7
4.2
3.4
Gloeirest
% (m/m) ds
100
95
96
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
<2.0
14.8
S
82.1 1)
4.1 95 10.9
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
<20
110
130
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
0.49
0.77
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
8.5
8.1
7.2
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
<5.0
24
26
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
0.27
0.35
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
6.5
21
18
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
<10
88
110
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
<20
120
130
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
340
460
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
700
1100
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
15
31
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
16
14
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
8.9
7.2
<5.0
5.8
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
1100
Minerale olie
S
<6.0 2)
Zie bijl.
Chromatogram olie (GC)
1700
<6.0 2)
<35
Zie bijl.
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
11880361
B3-5 en 7 (12-95)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
B5 (0.8-1.2)
Grond (AS3000)
11880363
4
B6 (25-125)
Grond (AS3000)
11880364
1
B3-5 (15-45)
2
11880362
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S
21-2018 Panoven 23-25 IJsselstein 2018 Nico Verweij
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
2
2021028194/1 22-Feb-2021 25-Feb-2021 25-Feb-2021/16:21 A,B,C 2/3 4
3
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
perfluorbutaanzuur (PFBA)
µg/kg ds
<0.1
perfluorpentaanzuur (PFPeA)
µg/kg ds
<0.1
perfluorhexaanzuur (PFHxA)
µg/kg ds
<0.1
perfluorheptaanzuur (PFHpA)
µg/kg ds
<0.1
perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair
µg/kg ds
<0.1
perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt
µg/kg ds
<0.1
perfluornonaanzuur (PFNA)
µg/kg ds
<0.1
perfluordecaanzuur (PFDA)
µg/kg ds
<0.1
perfluorundecaanzuur (PFUnDA)
µg/kg ds
<0.1
perfluordodecaanzuur (PFDoA)
µg/kg ds
<0.1
perfluortridecaanzuur (PFTrDA)
µg/kg ds
<0.1
perfluortetradecaanzuur (PFTeDA)
µg/kg ds
<0.1
perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA)
µg/kg ds
<0.1
perfluoroctadecaanzuur (PFODA)
µg/kg ds
<0.1
perfluorbutaansulfonzuur (PFBS)
µg/kg ds
<0.1
perfluorpentaansulfonzuur (PFPeS)
µg/kg ds
<0.1
perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS)
µg/kg ds
<0.1
perfluorheptaansulfonzuur (PFHpS)
µg/kg ds
<0.1
perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair
µg/kg ds
<0.1
perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) vertakt
µg/kg ds
<0.1
perfluordecaansulfonzuur (PFDS)
µg/kg ds
<0.1
4:2 fluortelomeer sulfonzuur (4:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
6:2 fluortelomeer sulfonzuur (6:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
8:2 fluortelomeer sulfonzuur (8:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
S
<0.0010 3)
0.0049
<0.0010 3)
0.0049
3)
PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
11880361
B3-5 en 7 (12-95)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
B5 (0.8-1.2)
Grond (AS3000)
11880363
4
B6 (25-125)
Grond (AS3000)
11880364
1
B3-5 (15-45)
2
11880362
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
21-2018 Panoven 23-25 IJsselstein 2018 Nico Verweij
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
10:2 fluortelomeer sulfonzuur (10:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
N-methylperfluoroctaansulfonamideacetaa µg/kg ds
<0.1
2
2021028194/1 22-Feb-2021 25-Feb-2021 25-Feb-2021/16:21 A,B,C 3/3 4
3
t(MeFOSAA) N-ethylperfluoroctaansulfonamideacetaat µg/kg ds
<0.1
(EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamide (PFOSA)
µg/kg ds
<0.1
N-methylperfluoroctaansulfonamide
µg/kg ds
<0.1
µg/kg ds
<0.1
som PFOA (*0,7)
µg/kg ds
0.1
3)
som PFOS (*0,7)
µg/kg ds
0.1
3)
(MeFOSA) 8:2 fluortelomeerfosfaatdiester (8:2 diPAP)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
0.36
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
0.18
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.072
0.44
0.11
mg/kg ds
<0.050
0.17
0.058
S S
Chryseen
mg/kg ds
<0.050
0.20
0.086
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
0.099
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.050
0.22
0.078
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.050
0.20
0.100
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
0.21
0.078
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.39
2.1
0.65
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
11880361
B3-5 en 7 (12-95)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
B5 (0.8-1.2)
Grond (AS3000)
11880363
4
B6 (25-125)
Grond (AS3000)
11880364
1
B3-5 (15-45)
2
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
11880362
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021028194/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
11880361
Uw monsteromschrijving Boornr
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
B3-5 (15-45)
0538702847
3.1
15
45
22-Feb-2021
B3.1
0538702883
4.1
12
45
22-Feb-2021
B4.1
0538702540
5.1
15
35
22-Feb-2021
B5.1
11880362
B3-5 en 7 (12-95)
0538702889
3.2
45
80
22-Feb-2021
B3.2
0538702894
4.2
45
95
22-Feb-2021
B4.2
0538702559
7.1
12
50
22-Feb-2021
B7.1
120
22-Feb-2021
B5.3
0538702580
11880363 0538702587
11880364
B5 (0.8-1.2) 5.3
85
B6 (25-125)
0538702574
6.2
25
75
22-Feb-2021
B6.2
0538702547
6.3
75
125
22-Feb-2021
B6.3
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2021028194/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
Het organische stof gehalte is gecorrigeerd voor het lutumgehalte van 5.4 % m/m (SIKB 3010 pb 3). Opmerking 2)
Vluchtige oliefractie aanwezig. Opmerking 3)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2021028194/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Malen kaakbreker (1kg)
W0101
Voorbehandeling
NEN-EN 16179
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Chromatogram MO (GC)
W0202
GC-FID
NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
PFAS (28) Handelingskader
W0323
LC-MSMS
Eigen methode
Som lineair en vertakt PFOS en PFOA
W0323
LC-MSMS
Eigen methode
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7) PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)
(AS3000 en AP04) grond Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Chromatogram TPH/ Mineral Oil
10000
5000
5000
C40
C30-C35 C35-C40
C21-C30
C21
C16-C21
C10-C12 C12-C16
pA
10000
C10
pA
Sample ID.: 11880362 Certificate no.: 2021028194 Sample description.: B3-5 en 7 (12-95) V
0
0 0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
Minutes
1000
pA
C40
C30-C35 C35-C40
C21-C30
C21
500
C16-C21
500
C10
pA
C10-C12 C12-C16
1000
0
0 0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
1.6
1.8
0.4
0.6
C30-C35 C35-C40
C10-C12 C12-C16
0
C40
0 0.8
1.0
1.2 Minutes
1.4
1.6
1.8
pA
100
C21-C30
100
C21
200
C16-C21
200
C10
pA
Minutes
BoToVa T12 Toets Wbb grond projectnummer Projectnaam monstername Monsternemer Certificaatnummer
21-2018 Panoven 23-25 IJsselstein 22-02-2021 Nico Verweij 2021028194
boring m-mv
B3-5 GSSD toets 3-5 en 7 15-45 12-95
Organische stof lutum Verkleinen kaakbreker Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie olie totaal C10-40 PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB som factor 0.7 PAK Naftaleen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Indeno(123-cd)pyreen PAK 10VROM
* ** ***
0,7 2 uitgevoerd % (m/m) 94,9 % (m/m) ds <0,7 % (m/m) ds 100 % (m/m) ds <2,0 mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,20 8,5 <5,0 <0,050 <1,5 6,5 <10 <20
GSSD toets
4,2 14,8 94,9 0,49 1,4
3,4 1
80,8 4,2 95 14,8
80,8 4,2
76,2
82,1 4,1
130 0,77 7,2 26 0,35 <1,5 18 110 130
238,5 1,075 12,83 39 0,433 1,05 30,14 143,8 204,8
* * * *
<35
59,76
-
-
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0049
0,002 0,002 0,002 0,002 0,002 0,002 0,002 0,012
-
*
<0,050 <0,050 <0,050 0,11 0,058 0,086 <0,050 0,078 0,1 0,078 0,65
0,035 0,035 0,035 0,11 0,058 0,086 0,035 0,078 0,1 0,078 0,65
-
110 0,49 0 24 0,27 <1,5 21 88 120
163,9 0,65 11,87 32,73 0,3167 1,05 29,64 108,4 166,8
* * * *
<35 122,5
-
1100
2619
**
-
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0049
0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0016 0,0116