1.5 Zienswijze RKIJ over ravijnjaar
Tekst van het document
Rekenkamer IJsselstein Aan de gemeenteraad van IJsselstein
IJsselstein, 13 december 2024 Betreft: zienswijze bezuinigingen ravijnjaar
Geachte raadsleden, Op 14 november 2024 informeerde de gemeentesecretaris de rekenkamer over het voorstel van het college van burgemeester en wethouders om met ingang van 2026 bijna 15% te bezuinigen op het onderzoekbudget van de rekenkamer. Het college heeft de ambtelijke organisatie opdracht gegeven om alle sturingsmogelijkheden in kaart te brengen, los van enige politieke richting of voorkeuren. Ook wanneer dit als zeer onwenselijk gezien kan worden, botst met bestaand beleid of andere negatieve gevolgen kan hebben, zo schrijft het college. Op basis van de ambtelijke inventarisatie heeft het college scenario’s opgesteld, waarbij ook de (maatschappelijke) gevolgen en risico’s weergegeven worden. Hierover schrijft het college: ‘We doen hierbij geen uitspraak of de mogelijke maatregelen wenselijk of verstandig zijn. Het rapport bevat dus geen adviezen. Het rapport heeft als doel om de politieke besluitvorming over mogelijke maatregelen te faciliteren.’ Ten behoeve van de behandeling van de voorstellen door de raad in januari 2025, delen wij hierbij onze zienswijze met u. De rekenkamer heeft waardering voor de zorgvuldige aanpak van de het college. Zij begrijpt de noodzaak om in voorbereiding op het ravijnjaar 2026 alle bezuinigingsmogelijkheden te onderzoeken en te overwegen.
De rekenkamer vindt de voorgestelde bezuiniging op haar onderzoeksbudget om meerdere redenen zeer bezwaarlijk. In de eerste plaats kan de rekenkamer hierdoor substantieel minder onderzoeken per jaar doen, of krijgen onze onderzoeken minder diepgang. Terwijl het juist in tijden van schaarste van groot belang is dat de rekenkamer voldoende goed onderzoek kan doen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van bestedingen. In de tweede plaats constateert de rekenkamer dat de door het college voorgestelde bezuiniging van 15% voor de rekenkamer grote gevolgen heeft, maar voor de gemeente slechts een besparing van 7.000 euro per jaar oplevert. Op het totaal van de noodzakelijk geachte ombuigingen is dat een bedrag dat nauwelijks bijdraagt aan de totale opgave. Voor de rekenkamer betekent deze ingreep echter een forse aderlating die onze productie en effectiviteit niet ten goede zal komen. Deze keuze lijkt ons dan ook niet doelmatig.
Ten slotte vraagt de rekenkamer zich af de raad het college bezuinigingsvoorstellen wil laten doen voor het budget ter ondersteuning van de raad zelf. Als rekenkamer zijn we immers een belangrijk instrument ter ondersteuning van de raad bij het uitvoeren van de wettelijke taken die de volksvertegenwoordiging heeft op het gebied van kaderstelling en controle.
Hoogachtend,
Matthijs van den Berg voorzitter rekenkamer IJsselstein
2