1.5 - Onderzoek externe veiligheid
Tekst van het document
Externe Veiligheid
IJsselstein Ruimtevaartbaan
Gemeente IJsselstein
Datum: 14-8-2023 Projectnummer: 210231.01 Versie: 1.0
Samenvatting Aan de Ruimtevaartbaan te IJsselstein ligt een agrarisch perceel. Het voornemen bestaat om de bestaande stal te slopen en het gebied te herontwikkelen tot 79 woningen. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de geldende kaders van het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de beoogde bestemmingsplanwijziging dient het plan derhalve getoetst te worden aan het aspect externe veiligheid. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek met verantwoording van het groepsrisico. Als gevolg van het ontwikkelplan zal de personendichtheid in het invloedsgebied van een nabije gasleiding toenemen. Gasleidingen kennen geen plasbrandaandachtsgebied. Uit de kwantitatieve risicoberekeningen is gebleken dat de gasleiding geen PR 10-6/j contour kent. Tevens is gebleken dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden en met minder dan 10% toeneemt. Ingevolge artikel 12 Bevb kon worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico, hoofdstuk 5 voorziet hierin. In die verantwoording van het groepsrisico wordt geconcludeerd dat de woningen binnen de PR 10-7/j contour en PR 10-8/j contour komen te liggen. Er zal bij de graafwerkzaamheden overlegd moeten worden met de leidingexploitant. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
PM Advies van de Veiligheidsregio Utrecht
INHOUD
Samenvatting
3
1
Inleiding
5
1.1 1.2
Situering Toekomstige situatie
5 6
2
Wettelijk kader
7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen Risicoaspecten Verantwoording Risicoaandachtsgebieden Aanwijzen onderzoeksgebied
7 7 9 10 11
3
Onderzoeksgebied
12
3.1 3.2 3.3 3.4
Risicovolle inrichtingen Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg Conclusie
13 13 14 15
4
Risicoanalyse
17
4.1 4.2
Onderzoeksgegevens Onderzoeksresultaten
17 17
5
Beperkte verantwoording groepsrisico
20
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Wettelijk kader Personendichtheid Groepsrisico Fakkelbrand Giftige wolk Beheersbaarheid / bestrijdbaarheid Zelfredzaamheid
20 21 21 21 22 22 23
6
Conclusie
25
7
Advies veiligheidsregio
26
Bijlage I – CAROLA berekening, huidige situatie Bijlage II – CAROLA berekening, toekomstige situatie
1
Inleiding Aan de Ruimtevaartbaan te IJsselstein ligt een agrarisch perceel. Het voornemen bestaat om de bestaande stal te slopen en het gebied te herontwikkelen tot 79 woningen. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de geldende kaders van het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de beoogde bestemmingsplanwijziging dient het plan derhalve getoetst te worden aan het aspect externe veiligheid. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek met verantwoording van het groepsrisico.
1.1
Situering Het voorliggende plan voorziet de realisatie van woningbouw aan de Ruimtevaartbaan. De locatie ligt aan de noordrand van IJsselstein. De directe omgeving wordt gekenmerkt door onder andere woningbouw, bedrijvigheid, natuur en landbouw. Navolgende figuren geven de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving en een luchtfoto van de ontwikkellocatie weer.
Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood)
5
Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in rood)
1.2
Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 79 woningen aan de Ruimtevaartbaan. Het 24 rug-aan-rugwoningen, 24 rijwoningen, 8 patiowoningen, 18 twee-onder-eenkapwoningen en 5 vrijstaande woningen. navolgende figuur geeft het stedenbouwkundig ontwerp weer.
Stedenbouwkundig ontwerp
6
2 2.1
Wettelijk kader Algemeen Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor of buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimaal beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) en het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit, circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, Besluit ruimte en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en het Basisnet.
Vooruitlopend op de introductie van de Omgevingswet heeft het RIVM op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het “Handboek Omgevingsveiligheid” invulling gegeven aan een gemoderniseerde aanpak van het externe veiligheidsbeleid. Het handboek is digitaal gepubliceerd en dient als levend document dat aansluit op recente besluitvorming en inzichten. De actuele en gearchiveerde versies zijn te vinden op omgevingsveiligheid.rivm.nl.
2.2
Risicoaspecten Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn drie aspecten van belang, namelijk het plasbrandaandachtsgebied (PAG), het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
2.2.1
Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Het Plasbrandaandachtsgebied (PAG) beschrijft de zone nabij wegen en spoorwegen die gebruikt worden voor grotere hoeveelheden transporten van gevaarlijke stoffen. In het Basisnet is voor het PAG een zone van 30 meter naast de infrastructuur opgenomen, afhankelijk van de soort infrastructuur wordt het meetpunt bepaald. De aanwezigheid van een PAG wordt bepaald aan de hand van de in het Basisnet vermelden gegevens. Voor plangebieden binnen een PAG gelden conform paragraaf 2.3 van de Regeling Bouwbesluit 2012 aanvullende bouweisen.
7
2.2.2
Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties wordt uitgegaan van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan 1 op de miljoen per jaar. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare 1 objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.
2.2.3
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
1
Objecten waar mensen doorgaans dag en nacht verblijven, genieten bijzondere bescherming (denk hierbij aan woningen). Dit geldt ook voor bepaalde groepen mensen die op basis van fysieke of psychische gesteldheid extra kwetsbaar zijn (denk hierbij aan verblijfruimten voor kinderen, ouderen, zieken of psychisch kwetsbare personen). Bovendien is het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gebaseerd op het aantal en de verblijftijd van groepen mensen en op de aanwezigheid van adequate vluchtmogelijkheden.
8
Figuur 1 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Het groepsrisico geeft aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarbij rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de risicobron. Dit laatste geldt ook voor inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale het aantal doden logaritmisch is weergegeven. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij inrichtingen is per inrichting gemeten en per jaar: − 10-5 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; − 10-7 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; − 10-9 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers; − enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde). De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment (geldt ook voor buisleidingen) gemeten per kilometer en per jaar: − 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; − 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; − 10-8 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers; − enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde).
2.3
Verantwoording In het Bevi, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn 9
bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform de Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.
Figuur 2 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
2.4
Risicoaandachtsgebieden In aanvulling op de voorgaande risicoaspecten wordt er in het Handboek Omgevingsveiligheid onderscheid gemaakt van drie soorten gevaren voor de omgeving: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie van giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Ten behoeve van deze drie gevaren zijn respectievelijk drie aandachtsgebieden getypeerd, namelijk het brandaandachtsgebied, het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied.
2.4.1
Brandaandachtsgebied In een brandaandachtsgebied is de berekende warmtestraling, als gevolg van een brand met gevaarlijke stoffen groter dan of gelijk aan 10 kW/m2 (Besluit kwaliteit leefomgeving [Bkl] artikel 5.12, lid 1). In de geldende regelgeving zijn er voor het brandaandachtsgebied vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen. Bij het transport van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorwegen wordt het brandaandachtsgebied, dus de nabije zone van de transportroute, in de vigerende regelgeving benoemd als het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). In het Basisnet is voor het PAG een zone van 30 meter naast de infrastructuur opgenomen, afhankelijk van de soort infrastructuur wordt het meetpunt bepaald. De aanwezigheid van een PAG wordt bepaald aan de hand van de in het Basisnet opgenomen gegevens. Voor plangebieden binnen een PAG gelden conform paragraaf 2.3 van de Regeling Bouwbesluit 2012 aanvullende bouweisen.
2.4.2
Explosieaandachtsgebied In het explosieaandachtsgebied is de berekende overdruk, als gevolg van een explosie van gevaarlijke stoffen, gelijk aan of hoger dan 10 kPa (0,1 bar).
10
2.4.3
Gifwolkaandachtsgebied Een gifwolkaandachtsgebied is het gebied waarbinnen de concentratie giftige stoffen binnenshuis groter is dan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW3). Bij ruimtelijke ontwikkelingen, niet zijnde vergunningen ten behoeve van milieubelastende activiteiten, geldt een beleidsmatige afkapgrens van 1,5 km. Binnen dit gebied dient rekening gehouden te worden met het groepsrisico als gevolg van een gifwolk (Bkl artikel 5.12, lid 4).
2.5
Aanwijzen onderzoeksgebied Uitgaande van de voorgaande wettelijke kaders is de beleidsmatige afkapgrens van 1,5 kilometer voor het gifwolkaandachtsgebied bij ruimtelijke ontwikkelingen de maximale zone waarbinnen risicobronnen dienen te worden meegenomen in de omgeving van een ontwikkellocatie. In dit onderzoek wordt derhalve stilgestaan bij alle risicobronnen in een straal van 1,5 kilometer vanaf de ontwikkellocatie.
11
3
Onderzoeksgebied In het kader van de waarborging van de externe veiligheid is het van belang om de risicobronnen rondom het plangebied in kaart te brengen. Onderstaande figuur voorziet hierin en toont alle in de nabije omgeving van het plangebied gelegen risicobronnen. Deze zijn slechts een indicatie van alle potentiële gevaren in het kader van externe veiligheid in de nabijheid.
[7] [4] [6] planlocatie [1]
[3]
[5]
[2]
[8]
Uitsnede digitale risicokaart met aanduiding plangebied (blauwe cirkel) bron: www.atlasleefomgeving.nl
[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8]
Buisleiding, W-518-01; Risicovolle inrichting, Zwembad De Hooghe Waerd; Buisleiding, DPO-208; Transportroute weg, A2 (U15); Risicovolle inrichting, BP De IJssel; Risicovolle inrichting, Skibaan Nieuwegein; Risicovolle inrichting, Coöperatie De Nedereindse Berg; Transportroute weg, autosnelweg A2 (U84).
12
In navolgende risico-inventarisatie is gekeken naar de volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op het plangebied, op maximaal 1,5 kilometer afstand: − risicovolle inrichtingen; − transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; − transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg.
3.1
Risicovolle inrichtingen In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevinden zich inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Tabel 1 geeft de kenmerken van de risicovolle inrichtingen weer. Tabel 1 Kenmerken risicovolle inrichtingen Naam inrichting
Plaatsgebonden risico
Groepsrisico
Afstand tot ontwikkellocatie
[2] Zwembad De Hooghe
510 meter
n.v.t.
n.v.t.
35 meter (vulpunt)
150 meter (vulpunt)
Waerd [5] BP De IJssel
520 meter
25 meter (reservoir)
150 meter (reservoir)
15 meter (afleverinstallatie)
150 meter (afleverinstallatie)
[6] Skibaan Nieuwegein
25 meter
160 meter
600 meter
[7] Coöperatie De Nede-
25 meter
160 meter
820 meter
reindse Berg
Geconcludeerd wordt dat de risicovolle inrichtingen gezien de afstand tot de ontwikkellocatie geen belemmering vormen voor het plan. Een nader onderzoek van de inrichtingen is derhalve niet noodzakelijk.
3.2
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevinden zich gasleidingen. Tabel 2 geeft de kenmerken van deze buisleidingen weer. Tabel 2 Hogedruk aardgasleidingen Gasleiding
Uitwendige
Werkdruk
diameter
100%
1%
Afstand tot
letaliteitsgrens
letaliteitsgrens
ontwikkellocatie
[1] W-518-01
8,62 inch
40,00 bar
60 meter
120 meter
Loopt door het
[3] N-570-39
8,63 inch
80,00 bar
80 meter
160 meter
670 meter
plangebied
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkellocatie binnen het invloedsgebied van één aardgasleiding ligt. Een nader onderzoek van hogedruk aardgastransportleiding W-518-01 is derhalve vereist.
13
Geconcludeerd wordt tevens dat de overige buisleiding gezien de afstand tot de ontwikkellocatie geen belemmering vormt voor het plan. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
3.3
Transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg
3.3.1
Spoor In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich geen relevant spoortraject. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Deze risicobron vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.3.2
Water Binnen een straal van 1,5 kilometer van de ontwikkellocatie bevinden zich geen risicobronnen in de vorm van vaarroutes. Wel ligt op circa 4 kilometer het Amsterdam Rijnkanaal. De afstanden met betrekking tot vaarroutes zijn hieronder weggegeven: Stofcategorie
Invloedsgebied (m)
LF1
45
LF2
45
LT1
730
LT2
880
GF2
280
GF3
355
GT3
560
Invloedsgebied per stofcategorie voor de modaliteit water (bron: Handreiking Risicoanalyse Transport).
De planlocatie ligt ruim buiten het invloedsgebied voor vaarroutes. Nadere beschouwing is derhalve niet noodzakelijk. Deze risicobron vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.3.3
Weg In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich twee relevante wegtrajecten. Tabel 3 en 5 geven de kenmerken van de wegtrajecten weer. Tabel 3 Invloedsgebied weg A2 (U15) Wegtraject autosnelweg A2 (U15) Afstand tot de ontwikkellocatie
540 meter
Stofcategorie
Invloedsgebied (m)
Aantal wagens per jaar
LF1
45
16.935
LF2
45
15.716
LT1
730
49
LT2
880
1.200
LT3
>4.000
0
LT4
n.v.t.
0
14
Wegtraject autosnelweg A2 (U15) Afstand tot de ontwikkellocatie
540 meter
Stofcategorie
Invloedsgebied (m)
Aantal wagens per jaar
GF1
40
0
GF2
280
0
GF3
355
3.000
GT2
245
0
GT3
560
0
GT4
>4.000
0
GT5
>4.000
0
Tabel 4 Invloedsgebied weg A2 (U84) Wegtraject autosnelweg A2 (U84) Afstand tot de ontwikkellocatie
700 meter
Stofcategorie
Invloedsgebied (m)
Aantal wagens per jaar
LF1
45
14.801
LF2
45
12.139
LT1
730
96
LT2
880
1.875
LT3
>4.000
0
LT4
n.v.t.
0
GF1
40
0
GF2
280
0
GF3
355
3.000
GT2
245
0
GT3
560
0
GT4
>4.000
0
GT5
>4.000
0
Gelet op het feit dat de ontwikkellocatie buiten de meest relevante zone van het groepsrisico (de 200 meter zone) ligt, hoeft het groepsrisico conform artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes enkel beperkt verantwoord te worden. Het betreft een motivering ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hierin wordt in hoofdstuk 5 voorzien. Ook de Veiligheidsregio moet in de gelegenheid gesteld worden om een advies uit te brengen.
3.4
Conclusie In voorliggend rapport worden de potentiële risicobronnen beschouwd voor wat betreft het aspect externe veiligheid. Uit de inventarisatie van nabije risicobronnen blijkt het volgende: − De ontwikkellocatie bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, watertrajecten en/of spoortrajecten; − De ontwikkellocatie bevindt zich binnen het invloedsgebied van één gasleiding. Een nader onderzoek is derhalve vereist; − De ontwikkellocatie bevindt zich binnen het invloedsgebied van wegtraject autosnelweg A2 (U15 en U84), maar valt buiten de meest relevante zone van
15
het groepsrisico (de 200 meter zone), derhalve kan hierbij worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De navolgende hoofdstukken voorzien in het onderzoek met betrekking tot de gasleiding en de verantwoording van het groepsrisico voor de gasleiding en het spoortraject.
16
4
Risicoanalyse Aan de hand van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen 2 en de risicokaart is de nabije gasleiding verkend. De kenmerken van de buisleiding inclusief letaliteitsgrenzen zijn in voorgaand hoofdstuk nader toegelicht.
4.1
Onderzoeksgegevens Bij de risicoberekening wordt uitgegaan een continue transport door de gasleidingen.
4.1.1
Huidige situatie In de huidige situatie betreft het een perceel wat wordt gebruikt voor landbouw met een enkel bedrijfsgebouw. Om inzicht te krijgen in de gasleiding als potentiële risicobron voor de ontwikkellocatie en de omgeving is de huidige populatie over een lengte van 1 kilometer in beide richtingen van de gasleiding vanaf de ontwikkellocatie meegenomen. De gegevens over aantallen aanwezigen zijn berekend in de BAG populatieservice3 en geëxporteerd ten einde deze te kunnen invoeren in het programma RBM II (versie 2.3 en versie 2.4). De gegevens uit de BAG populatieservice dienen derhalve als populatiebestand voor de huidige situatie.
4.1.2
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zijn op de nu braakliggende locatie 79 woningen gerealiseerd. Op basis van de ‘Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1’ 4 en de ‘Tabel: bepalen van personenaantallen EV’5 wordt bij een woning uitgegaan van gemiddeld 2,4 personen, dat wil zeggen in totaal circa 189,6 ofwel 190 aanwezigen in de 79 woningen. Het aantal aanwezigen in de toekomstige situatie is derhalve het aantal aanwezigen in de huidige situatie conform BAG populatieservice inclusief 190 personen voor de woningen.
4.2
Onderzoeksresultaten Om de haalbaarheid van deze ontwikkeling aan te tonen zijn respectievelijk de huidige situatie en de toekomstige situatie getoetst aan het aspect ‘externe veiligheid’ in relatie tot de nabije gasleiding. In het navolgende worden de onderzoeksresultaten nader toegelicht aan de hand van het Plasbrandaandachtsgebied, het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.
2
Handboek buisleiding in bestemmingsplannen. Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Geactualiseerde versie 2016
3
BAG Populatieservice, gegevensbestand 2021-01, geraadpleegd op dd. 21 april 2021
4
Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1, Deel 6: Aanwezigheidsgegevens. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, december 2003
5
Tabel: bepalen van personenaantallen EV, deel B voor gerealiseerde verblijfsfuncties t.b.v. de Populatieservice, september 2017 17
4.2.1
Plasbrandaandachtsgebied Gasleidingen kennen geen Plasbrandaandachtsgebied (PAG), er gelden derhalve geen aanvullende bouweisen voor bouwen in een PAG.
4.2.2
Belemmeringenstrook De hogedruk aardgastransportleiding W-518-01 ligt in het plangebied. Aan weerszijden van de buisleiding is een belemmeringenstrook van 4 meter aanwezig. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken worden opgericht en een vergunning aangevraagd worden bij werken of werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding.
4.2.3
Plaatsgebonden risico Uit de berekeningen met het programma CAROLA blijkt het Plaatsgebonden risico (PR). Een groene contour met gele vlakvulling geeft een PR-contour 10-6/j weer, een blauwe contour met groene vlakvulling geeft een PR-contour 10-7/j weer, een paarse contour met blauwe vlakvulling geeft een PR-contour 10-8/j weer. Figuur 3 geeft het plaatsgebonden risico van de aardgasleiding weer. Hieruit blijkt dat de gasleiding in de nabijheid geen PR-contour 10-6/j kent, wel is er sprake van een PR 10-7/j contour en een PR 10-8/j contour.
Figuur 3 PR-contouren met ontwikkellocatie (rood)
4.2.4
Groepsrisico Het groepsrisico is berekend met het programma CAROLA. In de navolgende figuren worden de fN-curves van de huidige situatie en de drie toekomstige situaties weergegeven. In alle figuren betreft het een weergave van de in termen van groepsrisico ‘slechtste’ kilometer van het tracé.
18
Figuur 4 Huidige situatie fN-curve
Figuur 5 Toekomstige situatie fN-curve
Voor beide situaties is de overschrijdingsfactor berekend, deze is de verhouding tussen de fN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor de maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de fN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de fN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Tabel 5 Overschrijdingsfactor huidige en toekomstige situatie Situatie
Overschrijdingsfactor
Huidige situatie
4.59E-008
Toekomstige situatie
4.59E-008
Uit de berekeningen blijkt dat zowel in de huidige situatie evenals in de toekomstige situatie voor wat betreft het hoogste groepsrisico per kilometer van de hogedruk aardgastransportleiding de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.
19
5
Beperkte verantwoording groepsrisico Aan de Ruimtevaartbaan te IJsselstein ligt een agrarisch perceel. Het voornemen bestaat om de bestaande stal te slopen en het gebied te herontwikkelen tot 79 woningen. In de voorgaande hoofdstukken zijn de huidige en toekomstige situatie nader toegelicht en in het kader van externe veiligheid onderzocht. Voor de nabij gelegen gasleiding W-518-01 was uitvoering van een groepsrisicoberekening vereist. Hieruit blijkt dat zowel in de huidige situatie evenals in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden. Gezien het gegeven dat het groepsrisico minder dan 10% toeneemt ten opzichte van de huidige situatie kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Tevens ligt de locatie in het invloedsgebied van de autosnelweg A2 (wegtraject U15 en U84), maar valt buiten de meest relevante zone van het groepsrisico (de 200 meter zone), derhalve kan hierbij worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de vigerende veiligheidsplannen van de gemeente IJsselstein en de Veiligheidsregio en de daarin gemaakte keuzes.
5.1
Wettelijk kader
5.1.1
Besluit externe veiligheid buisleidingen Ten aanzien van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding W-518-01 als genoemde risicobron dient te worden ingegaan op de elementen van de verantwoording uit artikel 12 van het Bevb: a de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar.
5.1.2
Besluit externe veiligheid transportroutes Ten aanzien van het groepsrisico van het wegtraject autosnelweg A2 (U15 en U84) als genoemde risicobron dient te worden ingegaan op de elementen van de verantwoording uit artikel 7 van het Bevt:
20
a b
5.2
de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Personendichtheid In de voorgaande hoofdstukken is als onderdeel van de berekening van het groepsrisico inzichtelijk gemaakt op welke wijze de bepaling van de personendichtheid in de huidige en toekomstige situatie heeft plaatsgevonden. Het betreft t.o.v. de huidige situatie een toename van circa 190 personen in de toekomstige situatie.
5.3
Groepsrisico In het voorgaande hoofdstuk is toegelicht op welke wijze de berekening van het groepsrisico heeft plaatsgevonden en wat het resultaat is van de berekening voor de huidige en de toekomstige situatie. Dit resultaat was aanleiding voor de beperkte verantwoordingsplicht met betrekking tot de hogedruk aardgastransportleiding W-518-01 als potentiële risicobron.
5.4
Fakkelbrand Een mogelijke spontane breuk van een aardgasleiding is niet te verwachten. Een breuk wordt meestal door externe factoren, zoals graafwerkzaamheden, veroorzaakt. Het ontsnappende gas zal ontsteken en hierdoor ontstaat een fakkelbrand, met als effecten warmtestraling en rook.
Figuur 6 Scenario fakkelbrand (Bron: scenarioboeken.nipv.nl)
21
5.5
Giftige wolk Een giftige plas ontstaat doordat de tank van de tankwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de giftige vloeistof in korte tijd uit. De giftige vloeistof verspreidt zich over de grond, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich snel met de wind mee.
Figuur 11 Scenario giftige wolk (bron: scenarioboeken.nipv.nl)
5.6
Beheersbaarheid / bestrijdbaarheid Allereerst is het voor de bestrijdbaarheid van een ramp of zwaar ongeval van belang om de aanrijdtijden van de brandweer voor het plangebied te inventariseren. Vanuit de brandweerkazerne IJsselstein is de locatie binnen 5 minuten te bereiken, vanuit de brandweerkazerne Nieuwegein-Noord binnen 7 minuten. Het plangebied is vanaf te Ruimtevaartbaan te bereiken en via de weg ten noorden van het plangebied langs de Nedereindse Plas. Indien aan beide zijdes een opstelplaats gerealiseerd wordt is de bereikbaarheid beter. Geconcludeerd wordt dat het plangebied en diens directe omgeving goed bereikbaar is voor de brandweer. Tevens zijn zowel de gasleiding evenals het wegvak vanuit de brandweerkazernes binnen circa eenzelfde tijd bereikbaar, echter kenmerken zich deze risicobronnen deels als moeilijk benaderbaar voor hulpdiensten. Een verantwoordelijkheid die primair bij de eigenaar van de gasleiding c.q. de wegbeheerder en de Veiligheidsregio ligt. Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid bij het toxische scenario worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
Ten aanzien van het brandbare scenario, zet de brandweer eveneens in op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. 22
De brandweer richt zich ook dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied.
Figuur 12 Verloop bij grootschalig brandweer optreden (Bron: scenarioboeken.nipv.nl)
Wel is het van belang dat zich in het plangebied voldoende bluswatervoorzieningen bevinden. Hier dient de Veiligheidsregio Utrecht advies op te geven.
5.7
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen.
Figuur 13 Handelingsperspectief scenario fakkelbrand (Bron: scenarioboeken.nipv.nl)
Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen en/of er een explosie plaatsvindt, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert.
23
Bij het genoemde toxische incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Immers, schuilen binnen de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit te overleven. Om schuilen binnen de nieuwbouw tijdens een toxisch scenario mogelijk te maken dient het ventilatiesysteem mechanisch en handmatig uitgeschakeld en afgesloten te kunnen worden. Schuilen binnen de locatie is mogelijk binnen de nieuwbouw, zeker gezien het feit dat de bebouwing als gevolg van de hedendaagse energieprestatie-eisen goed geïsoleerd is en derhalve voldoet aan de nodige veiligheidseisen. Echter, ook vluchtwegen van de bron af, in dit geval in westelijke richting naar de westzijde van IJsselstein, behoren tot de mogelijkheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Ten behoeve van het brandbare scenario is vluchten het meest realistische handelsperspectief. Aangezien de hogedruk aardgastransportleiding door het plangebied loopt is schuilen binnen het plangebied niet aan te raden. Echter om schuilen binnen de gebouwen in het plangebied beter mogelijk te maken kunnen maatregelen. Brandwerende maatregelen die beschermen tegen een brand buiten het gebouw voorkomen of vertragen dat een gebouw in brand raakt.
Daardoor worden personen in een gebouw beschermd en hebben deze personen meer tijd een goed moment te kiezen om uit het gebouw te vluchten.
24
6
Conclusie Op basis van de risicoanalyse is gebleken dat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van hogedruk aardgastransportleiding W-518-01 en de autosnelweg A2. Voor de gasleiding is een berekening van het groepsrisico uitgevoerd en is gebleken dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden of toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Binnen de belemmeringenstrook (4 meter aan weerszijde van het hart van de buisleiding mogen geen bouwwerken worden bestemd). Ten opzichte van de autosnelweg A2 ligt het plangebied buiten de meest relevante zone voor het groepsrisico. Derhalve is het groepsrisico beperkt verantwoordt ten aanzien van beide risicobronnen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De Veiligheidsregio Utrecht dient in de gelegenheid worden gesteld een advies over dit plan te kunnen uit te brengen.
25
7
Advies veiligheidsregio Er dient advies te worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio Utrecht en het advies dient aan de besluiten van het bevoegd gezag te worden toegevoegd. PM
26
Bijlage I – CAROLA berekening, huidige situatie
27
Kwantitatieve Risicoanalyse 210231.01 IJsselstein Ruimtevaartbaar HS Door: SAB adviseurs
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 8 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................
11 3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 14 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 14 4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 15 4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 15 4.4 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 16 4.5 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 17 5 FN curves .............................................................................................................. 19 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 920.00 en stationing 1920.00 .............................. 19 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4310.00 en stationing 5310.00 ................ 19 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 0.00 .......................... 20 5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1390.00 en stationing 2390.00 ................ 20 5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 780.00 ....................... 20 6 Referenties ............................................................................................................ 21
Pagina 2 van 21
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 3 van 21
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar
Openbaar
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Ja Ja
Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 4 van 21
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 20-06-2023. Dit project is opgeslagen onder de naam L:\2021\210231_01\onderzoek en recht\EV\werkmap\IJsselstein Ruimtevaartbaan.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 20-062023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Soesterberg. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
Pagina 5 van 21
N.V.
8906_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-510-deel-1
N.V.
8906_leiding-
Nederlandse Gasunie
W-518-01deel-1
N.V.
8906_leiding-
Nederlandse Gasunie
W-518-03deel-1
N.V.
8906_leiding-
Nederlandse Gasunie
W-518-03deel-2
N.V.
8906_leiding-
Nederlandse Gasunie
W-518-05deel-1
914.00
66.20
20-06-2023
219.10
40.00
20-06-2023
219.10
40.00
20-06-2023
323.80
40.00
20-06-2023
168.30
40.00
20-06-2023
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is
Pagina 6 van 21
De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
8906_leiding-
striktere
3.640
9.520
A-510-deel-1
begeleiding van werkzaamheden
8906_leiding-
striktere
130.790
133.710
A-510-deel-1
begeleiding van werkzaamheden
8906_leiding-
betonplaat +
405.820
1133.050
A-510-deel-1
waarschuwingslint
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
3866.940
3875.510
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
4307.750
4308.810
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
4311.280
4313.220
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
4324.040
4327.210
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
4328.250
4383.930
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
4657.450
4658.080
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
4721.220
4724.870
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
5238.400
5242.080
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
5419.100
5423.560
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
5443.830
5444.390
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
5445.840
5448.220
deel-1
werkzaamheden
8906_leidingW-518-01-
striktere begeleiding van
6316.690
6507.010
deel-1
werkzaamheden
Pagina 7 van 21
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Dichtheid
Vervangmodus
Percentage Personen
Populatiebestanden Pad
Ty
Aa
Perc
pe
nt al
enta ge Pers one n
Pagina 8 van 21
IJsselstein+Ruimtevaartbaan_geval+1_resultaten_resultaten\bijeen_spo
W
26
100
rt_cel_zkh-dag100-nacht80.txt
er ke
72
/ 80/
n
7/ 1/ 100 / 100
IJsselstein+Ruimtevaartbaan_geval+1_resultaten_resultaten\ hotel-dag0-nacht100.txt
Wer ken
3 3
0/ 10
4
0/ 7/ 1/ 10 0/ 10 0
IJsselstein+Ruimtevaartbaan_geval+1_resultaten_result aten\industrie-dag100-nacht30.txt
W er ke n
47
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
IJsselstein+Ruimtevaartbaan_geval+1_resulta ten_resultaten\kantoor_kliniek_onderwijs_win
W er
3 6
kel-dag100-nacht0.txt
ke n
1 6
IJsselstein+Ruimtevaartbaan_gev
W
12
al+1_resultaten_resultaten\wonen d_vakantiehuis-dag50-
on en
39 2
nacht100.txt
Pagina 9 van 21
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 21
3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 11 van 21
3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 21
1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 13 van 21
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 920.00 en stationing 1920.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 14 van 21
4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 103 slachtoffers en een frequentie van 4.59E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.049 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 4310.00 en stationing 5310.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 0.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.3 Figuur 4.3 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 15 van 21
4.4 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1390.00 en stationing 2390.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 16 van 21
4.5 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 780.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.5 Figuur 4.5 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 17 van 21
Pagina 18 van 21
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 920.00 en stationing 1920.00
5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4310.00 en stationing 5310.00
Pagina 19 van 21
5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 0.00
5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1390.00 en stationing 2390.00
5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 780.00
Pagina 20 van 21
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.
[5]
voor
Volksgezondheid
en
Milieu.
RIVM-rapport
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 21 van 21
Bijlage II – CAROLA berekening, toekomstige situatie
28
Kwantitatieve Risicoanalyse 210231.01 IJsselstein Ruimtevaartbaar TS Door: SAB adviseurs
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 8 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................
11 3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 14 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 14 4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 15 4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 15 4.4 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 16 4.5 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 17 5 FN curves .............................................................................................................. 19 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8906_leiding-A-510-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 920.00 en stationing 1920.00 .............................. 19 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 8906_leiding-W-518-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4310.00 en stationing 5310.00 ................ 19 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 0.00 .......................... 20 5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 8906_leiding-W-518-03-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1390.00 en stationing 2390.00 ................ 20 5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 8906_leiding-W-518-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 780.00 ....................... 20 6 Referenties ............................................................................................................ 21
Pagina 2 van 21
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 3 van 21
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar
Openbaar
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Ja Ja
Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 4 van 21
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 20-06-2023. Dit project is opgeslagen onder de naam L:\2021\210231_01\onderzoek en recht\EV\werkmap\IJsselstein Ruimtevaartbaan.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 20-062023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Soesterberg. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen