1.3 - Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Tekst van het document
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 en VERKENNEND ASBEST ONDERZOEK volgens NEN 5707 en NEN 5897 Ruimtevaartbaan 7a-11 IJsselstein
Datum:
18 juli 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320111
Opdrachtgever:
SAB Adviseurs in Ruimtelijke ontwikkeling Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem
Auteur: J.F. Eggink
Paraaf
Gecontroleerd door W. Wilbrink
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................3 2.3 Historische kaarten / Luchtfoto’s ..............................................................................................5 2.4 Informatie tanks ........................................................................................................................5 2.5 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................6 2.6 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................6 2.7 Loodverwachtingskaart .............................................................................................................6 2.8 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................7
2.9 Informatie Overheid ..................................................................................................................7 2.10 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................8 2.11 Hypothese en strategie .............................................................................................................8 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................9 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................9 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................9 3.3 Chemisch onderzoek .............................................................................................................. 10 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 12 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 12 4.2 Zintuiglijke waarnemingen .....................................................................................................
12 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 12 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 13 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 14 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 14 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 14 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 15 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 15 4.6.1 Vml. boomgaard (fruitteelt) ........................................................................................... 16 4.6.2 Gehele terrein ................................................................................................................ 16 4.7 Analyseresultaten asbest .......................................................................................................
17 4.8 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 18 4.8.1 Interpretatie toetsing hypothese ................................................................................... 18 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 20 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 20 5.1.1 Druppelzone schuur ....................................................................................................... 20 5.1.2 Boomgaard (voormalige fruitteelt) ................................................................................ 20 5.1.3 Gehele terrein ................................................................................................................ 21 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 21 BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek Foto’s onderzoek
Rapportnummer: K2320111
1
1 INLEIDING In opdracht van SAB Adviseurs in Ruimtelijke ontwikkeling is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 en NEN 5897 op de locatie Ruimtevaartbaan 7a-11 te IJsselstein (gemeente IJsselstein). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 29.828 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek.
In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320111
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie Het perceel waar het onderzoek heeft plaatsgevonden is kadastraal bekend als gemeente Lienden (LDN04), sectie N, perceelnummer 1612 (ged.) (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken.
Afbeelding 1, overzicht onderzoekslocatie Ruimtevaartbaan 7a-11 te IJsselstein
Het plangebied is gelegen in het noordelijk deel van IJsselstein, aan de rand van de ‘Nedereindse Plas’. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is de wijk ‘IJsselveld’ gelegen. Voor het plangebied bestaan er plannen tot de ontwikkeling van woonpercelen in een landelijke omgeving. De locatie is in gebruik geweest als landbouwgrond. Tussen de percelen zijn watergangen (IJsselwetering) gelegen. De watergangen zijn nog zichtbaar. Op het westelijk terreindeel is een stal, gebouwd omstreeks 1967, aanwezig welke bedekt is met asbestverdachte golfplaten. De stal zal voor de herontwikkeling worden afgebroken. Aan de zuidzijde van de stal is een verharding gelegen. Ten noorden van de stal is een paardenrijbak (zandbodem) en vaste mestopslag gesitueerd. 2.2 Locatie-inspectie Voorafgaand aan het veldonderzoek op 19 juni 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Een groot deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als paarden-/weiland. Aan de zuid(west)- en noordzijde worden de weilanden omzoomd door watergangen. Aan de oostzijde wordt de onderzoekslocatie begrenst door bosschages (houtsingel). Rapportnummer: K2320111
3
Centraal op de onderzoekslocatie is een schuur gesitueerd. De schuur heeft een zadeldak bedekt met asbestverdachte golfplaten. De schuur heeft geen dakgoot en aan de noordzijde is het terreindeel onverhard. Nabij de schuur is een paardenrijbak met een zandbodem (gemengd met houtsnippers) en een vaste mestopslag gesitueerd. Plaatselijk zijn kleine bouwwerken (tuinschuur, afdak en schuurtje) aanwezig voorzien van zinken dakplaten of shingles. Nabij het woonhuis (Ruimtevaartbaan 7A) is eveneens een paardenrijbak gesitueerd. De rijbak met een zandbodem (gemengd met houtsnippers) valt deels binnen de onderzoekslocatie. Op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie is een openbaar fietspad gelegen. Het fietspad bestaat uit een asfaltverharding en ontsluit de zuidelijk gelegen wijk (via een brug over de watergang). De locatie is zover bekend niet opgehoogd. Ter plaatse van de schuur is een beton- en elementenverharding gelegen. Rondom de vaste mestopslag is het terrein plaatselijk verhard met een puingranulaat. Onderstaande foto’s geven een indruk tijdens de locatie-inspectie.
foto 1
foto 2
foto 3
foto 4
foto 5
Foto 6
foto 7
foto 8
Foto 9
foto 10
foto 11
Foto 12
Rapportnummer: K2320111
4
2.3 Historische kaarten / Luchtfoto’s Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat nabij het perceel al voor 1900 de eerste bebouwingen aanwezig zijn (boerderij). De percelen rondom de boerderij zijn vermoedelijk in gebruik voor de fruitteelt. Opgemerkt kan worden dat de percelen sterk verkaveld zijn. Vanaf medio jaren tachtig van de vorige eeuw vind er zandwinning plaats ten noordoosten van de onderzoekslocatie. De zandwinlocatie, bekend als Nedereindse Plas’, gedijt en grens in de jaren negen tot aan onderhavige percelen. De plas wordt later in gebruik genomen als recreatiegebied. Op de onderzoekslocatie wordt omstreeks begin jaren tachtig een schuur gebouwd. In de jaren negentig worden onderhavige percelen omzoomd door bredere watergangen. In dezelfde periode wordt ten zuiden van de onderzoekslocatie een woonwijk gerealiseerd. Op basis van kaartmateriaal uit Toptijdreis blijkt dat het terrein van onderhavige onderzoekslocatie voorheen in gebruik is geweest als boomgaard. De boomgaard wordt als verdacht aangemerkt op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen. Binnen het onderzoeksgebied zijn watergangen gesitueerd. Voor zover bekend blijven de watergangen behouden. Er zijn geen andere verdachte zaken waar te nemen op de historische kaarten die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten.
2022 (luchtfoto)
2005
1990
1975
1950
1920
2.4 Informatie tanks In de bodeminformatieviewer Geoportaal regio Utrecht is beschikbare bodeminformatie geraadpleegd. Op de percelen Ruimtevaartbaan 9 en 11 is een ondergrondse brandstoftank aanwezig (geweest). Gegevens over een sanering van de tank(s) zijn niet bekend.
Rapportnummer: K2320111
5
2.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitszonekaart gelegen in de beleidszone “Bebouwing 1/1” met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: Landbouw/natuur (boven- en ondergrond) - Bodemfunctieklasse: Wonen - Toepassingsklasse: Wonen (boven- en ondergrond) (bron: Nota bodembeheer Werkgebied ODRU, Omgevingsdienst regio Utrecht, 23 mei 2022). 2.6 Asbestdakenkaart Onderstaande kaart is een uitsnede van de asbestdakenkaart Provincie Utrecht van onderhavige locatie. In de kaart is het onderzoeksgebied weergegeven. Op basis van de asbestdakenkaart is de dakbedekking van de bebouwing op het perceel asbestverdacht. Tijdens de locatie-inspectie is de dakbedekking eveneens als asbestverdacht aangemerkt. Aan de zuidzijde van de schuur is een gesloten verharding gelegen. De druppelzone aan de noordzijde van de schuur wordt als ‘verdachte’ deellocatie onderzocht. Ten noorden van de schuur is een tuinschuur aanwezig voorzien van zadeldak bedekt met zinken dakplaten. Ten oosten van de schuur is een afdak, voor de stalling van een tractor, en een schuurtje gesitueerd. De dakbedekking bestaat uit damwandbeplating.
Uitsnede asbestdakenkaart (bron: provincie Utrecht)
2.7 Loodverwachtingskaart Onderstaande kaart is een uitsnede van de loodverwachtingskaart van Provincie Utrecht (2017). In 2017 heeft de Provincie Utrecht in samenwerking met gemeente Amersfoort, gemeente Utrecht en de omgevingsdiensten een loodverwachtingskaart laten opstellen. Deze is het resultaat van de inventarisatie van de bestaande bodemgegevens uit de verschillende bodeminformatiesystemen van de Utrechtse gemeenten, RUD en ODRU. De kaart geeft het gebied aan waar sprake kan zijn van verhoogde concentraties lood in de bodem. De onderzoekslocatie is gelegen in een gebied waarbij een loodgehalte wordt verwacht van 100-390 mg/kg ds.
Rapportnummer: K2320111
6
Uitsnede loodverwachtingskaart (bron: provincie Utrecht (2017))
2.8 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B38F1587 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is west-/noordwestelijk gericht (bron: grondwatertools). 2.9 Informatie Overheid In de bodeminformatieviewer Geoportaal regio Utrecht is beschikbare bodeminformatie geraadpleegd. Op de percelen Ruimtevaartbaan 9 en 11 is een ondergrondse brandstoftank aanwezig (geweest). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen gegevens bekend over slootdempingen of dempingen en/of ophogingen (bron Provincie Utrecht (2006)). Rapportnummer: K2320111
7
Het zuidelijk deel is verdacht op toenmalig gebruik als boomgaard voor fruitteelt. Van de onderzoekslocatie zelf zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Onderstaand een overzicht en korte samenvatting van de relevante bodemonderzoeken verkregen uit Geoportaal Utrecht in de directe omgeving van onderhavige onderzoekslocatie. Ruimtevaartbaan 7 IJsselstein Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: - 1, Verkennend bodemonderzoek; Ad 1: Voor het perceel Ruimtevaartbaan 7 heeft in het kader van de aanvraag bouwvergunning een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. De hypothese van het onderzoek is onverdacht. Het perceel is in het kader van het doel van het onderzoek voldoende onderzocht. Gegevens over de uitvoerende partij en/of aangetroffen concentraties zijn niet bekend binnen het Geoportaal. Hitteschild 2-4 en 6 IJsselstein Op de locatie is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: - 2, Verkennend bodemonderzoek; Ad 2: Op het perceel bekend als Hitteschild 2-4 en 6, gelegen ten zuiden van de onderzoekslocatie, heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Aanleiding tot het onderzoek is de aanvraag van een bouwvergunning. Gegevens over de uitvoerende partij en/of aangetroffen concentraties zijn niet bekend binnen het Geoportaal.
2.10 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet of onvoldoende bekend. Er zijn vooraf aanwijzingen dat de bodem op de locatie ‘verdacht’ is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Het betreft de druppelzone van de schuur alsmede het toenmalig gebruik van de locatie voor de fruitteelt. 2.11 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie
Onverharde strook onder asbest dakbedekking Vml. gebruik fruitteelt (boomgaard) Overig terrein
Oppervlakte/ lengte (m²/m1) Ca. 20 m1
Hypothese
Verdachte stoffen
Verdachte bodemlaag
Strategie*
Asbest
Toplaag
NEN 5707 paragraaf 6.4.4
Ca. 20.000
Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht
OCB
Toplaag (0,3 m-mv)
VED-HO (NEN 5740)
Ca. 29.828
Onverdacht
-
-
ONV-NL (NEN 5740)
* Strategie: VED-HE = Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. VED-HO = Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K2320111
8
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 29.828 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen alsmede het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in de NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Veldwerk:
Analyses
Druppelzone (noordzijde) schuur
Druppelzone (noordzijde) schuur
3 gaten 0,3 x 0,3 m tot 0,1 m-mv
1 x Asbest in grond (laag 0,0-0,1 m-mv)
Gehele terrein (erf) (incl. vml. boomgaard)
Gehele terrein (erf) (incl. vml. boomgaard)
20 boringen tot 0,3 m-mv, doorboren tot 0,5 m-mv en
3 x OCB’s (bodemlaag 0,0-0,3 m-mv) 3 x Standaardpakket grond (bodemlaag 0,0-0,5 m-mv)
4 boringen tot 2,0 m-mv en
2 x Standaardpakket grond (bodemlaag 0,5-2,0 m-mv) 4 x Standaardpakket grondwater
4 peilbuizen
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen/gaten (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Druppelzone
3 gaten 0,3 x 0,3 m tot 0,1 m-mv (100, 101, 102)
-
Gehele terrein
22 boringen tot 0,5 m-mv (2, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 21, 22, 23, 26, 27, 28, 29, 30) 4 boringen tot 2,0 m-mv (1, 7, 12, 24)
1 peilbuis (Pb3, filterstelling 2,50-3,50 m-mv) 1 peilbuis (Pb18, filterstelling 2,50-3,50 m-mv) 1 peilbuis (Pb20, filterstelling 4,00-5,00 m-mv) 1 peilbuis (Pb25, filterstelling 3,00-4,00 m-mv)
Gehele terrein* 5 gaten 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv (G1 t/m G5), doorboren tot 1 m-mv 5 gaten 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv (G6 t/m G10), doorboren tot 1 m-mv
-
* Door het aantreffen van een puinverharding rondom de vaste mestopslag heeft aanvullend een asbest in puin onderzoek (conform NEN 5897) uitgevoerd. Tevens is in de bodem ter plaatse van de schuur (noordzijde) bodemvreemd materiaal in de vorm ondefinieerbaar puin en baksteen aangetroffen. Ondefinieerbaar puin wordt als asbestverdacht aangemerkt. Derhalve zijn aanvullend extra gaten gegraven voor een asbest in grondonderzoek (conform NEN 5707).
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 19 en 20 juni 2023 (boorwerkzaamheden) door de heer W. Lichtenberg en op 27 juni 2023 (monsterneming grondwater) door de heer D. van Konijnenburg. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heren Lichtenberg en Van Konijnenburg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). Voorafgaand aan het onderzoek is een graafmelding KLIC (meldnummer 23G0390341) uitgevoerd. Op basis van de graafmelding is een eis-voorzorgmaatregel van N.V. Nederlandse Gasunie van kracht. Op het perceel zijn gastransportleidingen gelegen. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een boorplan ingediend, hierop heeft Gasunie toestemming verleend voor de opgegeven werkzaamheden. Daarbij is opgemerkt dat de handmatige boringen dienen buiten een zone van > 5 meter van de gastransportleidingen uitgevoerd te worden. Opgemerkt dient te worden dat de toestemming van Gasunie expliciet gekoppeld is op bovengenoemde graafmelding en overeengekomen werklocatie en werkzaamheden (bodemonderzoek).
Rapportnummer: K2320111
9
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2. 3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Druppelzone
ASB01
A
100-1, 101-1, 102-1
0,00-0,10
Asbest in grond (NEN 5898)
Vml. boomgaard
OCB01
G
1-5, 2-2, 3-5, 8-2, 9-2, 10-2, 15-2, 16-2, 17-2
0,00-0,30
OCB pakket
OCB02
G
4-2, 5-2, 7-6, 11-2, 12-5, 13-2, 18-6, 20-5, 21-2
0,00-0,30
OCB-pakket
OCB03
G
22-2, 23-2, 24-6, 25-6, 26-2, 27-2, 28-2
0,00-0,30
OCB pakket
BG01
G
1-1, 3-1, 8-1, 9-1, 10-1, 15-1, 17-1
0,00-0,50
Standaardpakket grond + arseen*
BG02
G
4-1, 5-1, 7-1, 11-1, 13-1, 14-1, 20-1, 21-1
0,00-0,50
Standaardpakket grond + arseen*
BG03
G
22-1, 23-1, 24-1, 25-1, 26-1, 27-1, 28-1
0,00-0,50
Standaardpakket grond + arseen*
OG01
G
1-2, 1-4, 7-3, 7-5, 12-2, 12-4, 18-2, 18-4, 20-2, 20-4
0,50-2,00
Standaardpakket grond + arseen*
OG02
G
24-2, 24-4, 24-5, 25-2, 25-3, 25-4
0,50-2,00
Standaardpakket grond + arseen*
OG03
G
G1-2, G2-2, G3-2, G4-2
0,25-100
Standaardpakket grond**
OG04
G
G5-1, G6-1, G7-1, G8-1, G9-1, G10-1
0,00-0,70
Standaardpakket grond**
Pb3
W
Pb3-1
2,50-3,50
Standaardpakket grondwater
Pb18
W
Pb18-1
2,50-3,50
Standaardpakket grondwater
Pb20
W
Pb20-1
4,00-5,00
Standaardpakket grondwater
Pb25
W
Pb25-1
3,00-4,00
Standaardpakket grondwater
ASB02
AP
G1-1, G2-1, G3-1, G4-1
0,00-0,60
Asbest in puin (NEN 5898)**
ASB03
A
G6-3, G7-4, G8-3, G9-3, G10-3
0,00-0,60
Asbest in grond (NEN 5898)**
Gehele terrein
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
A = asbest in grond (NEN 5707) AP = asbest in puin (NEN 5897) G = grond W = grondwater * Door het zintuiglijk aantreffen van roest zijn de grondmonsters eveneens geanalyseerd op arseen. ** Door het aantreffen van een verharding met puingranulaat en/of puin als bijmenging in de bodem zijn extra mengmonsters geanalyseerd.
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en de grondwateranalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de volgende tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven. Door het visueel aantreffen van roest in de bodem zijn de grondmonsters aanvullend geanalyseerd op arseen.
Rapportnummer: K2320111
10
Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond
Grondwater
Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
Geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Organische stof en lutum
*
Aanvullend zware metalen: As
*
Rapportnummer: K2320111
11
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring Pb18 van onderhavig onderzoek welke als peilbuis is afgewerkt. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00-0,50 0,50-1,00 1,00-2,00 2,00-3,50
Bodemsamenstelling Klei, sterk zandig Klei, zwak siltig Klei, zwak siltig Klei, zwak siltig
Kleur Donkerbruin Neutraal bruingrijs Neutraal grijs Neutraal bruingrijs
Opmerkingen Zwak roesthoudend Zwak niet-houtige plantenresten Matig veenhoudend
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring
Traject (m-mv)
18 25 26 27 28 100 101 102 G1 G2
0,00-0,50 0,00-0,80 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,10 0,00-0,10 0,00-0,10 0,00-0,50 0,00-0,60 0,60-1,00 0,00-0,25 0,25-0,75 0,00-0,35 0,35-0,80 0,00-0,35 0,35-0,70 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,60 0,60-1,00 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,40 0,40-0,90
G3 G4 G5 G6 G7 G8 G9 G10
Zintuiglijke afwijking Sporen baksteen Sporen puin Sporen puin Sporen puin Sporen baksteen Matig baksteenhoudend Matig baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend Volledig puingranulaat, matig grindhoudend Volledig puingranulaat, matig grindhoudend Sporen puingranulaat Volledig puingranulaat, matig grindhoudend Zwak puingranulaat houdend Volledig puingranulaat, matig grindhoudend Zwak puingranulaat houdend Volledig puin, volledig tegel, baksteen, betonpuin grof Zwak puingranulaat houdend Matig puinhoudend Sporen baksteen Sterk puinhoudend Sporen baksteen Matig puinhoudend Sporen baksteen Matig puinhoudend Sporen baksteen Matig puinhoudend Sporen baksteen
4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Pb3
19-06-2023
27-06-2023
2,50-3,50
1,35
Pb18
19-06-2023
27-06-2023
2,50-3,50
1,20
Pb20
19-06-2023
27-06-2023
4,00-5,00
1,56
Pb25
19-06-2023
27-06-2023
3,00-4,00
1,78
Rapportnummer: K2320111
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
6,7
140
3,65
6,6
1840
2,21
6,5
740
4,54
6,7
1250
3,54
12
De geleidbaarheid van het grondwater in de peilbuizen Pb18 en Pb25 is aan de hoge kant. Een hoge geleidbaarheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de druppelzone van de schuur (noordzijde) is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de toplaag (0,00-0,10 m-mv) onder de druppelzone is een mengmonster (ASB01) samengesteld en geanalyseerd op asbest. In de bodem ter plaatse van de druppelzone (G6 t/m G10) is een bijmenging van ondefinieerbaar puin waargenomen. Ondefinieerbaar puin wordt als asbestverdacht aangemerkt. De grond uit de gegraven gaten is gezeefd en beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Daarbij is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Door het aantreffen van de bijmengingen is van de grond een extra grondmengmonster (ASB03, bodemlaag 0,00-0,60 m-mv) samengesteld en geanalyseerd op asbest. Rondom de vaste mestopslag is het terrein plaatselijk verhard met een puingranulaat.
Door het aantreffen van deze puinverharding heeft aanvullend een verkennend asbestonderzoek NEN-5897 plaatsgevonden. Ter plaatse zijn vijf gaten gegraven (G1 t/m G5). De puin uit de gaten is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal, daarbij zijn geen afwijkingen waargenomen. Van het puingranulaat uit de gaten G1 t/m G4 is een puinmengmonster (ASB02) samengesteld en geanalyseerd op asbest. In onderstaande tabel 4.4 staan de veldresultaten voor het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 4.4: Waarnemingen asbest Gat 100 101 102 G1 G2 G3 G4 G5 G6 G7 G8 G9 G10
Lengte (cm) 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30
Breedte (cm) 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30
Diepte (cm) 10 10 10 50 60 25 35 35 50 60 50 50 40
Aantal stukjes asbest geen geen geen geen geen geen geen geen geen geen geen geen geen
Gewicht asbest -
De opgeboorde grond uit de boringen van het gehele terrein is eveneens visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen.
Rapportnummer: K2320111
13
4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde1 tussenwaarde2
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale
1
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
2 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K2320111
14
waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren. Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In de volgende tabellen zijn de toetsingsresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4.
Rapportnummer: K2320111
15
4.6.1 Vml. boomgaard (fruitteelt) In de volgende tabel 4.5 zijn de toetsingsresultaten van de grond ter plaatse van de voormalige boomgaard weergegeven. Tabel 4.5: Resultaten toetsing grond Monster (traject)
Toetsing Wbb Beoordeling
Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
Grond OCB01 (0,00-0,30 m-mv)
-
-
Altijd toepasbaar
OCB02 (0,00-0,30 m-mv)
-
-
Altijd toepasbaar
OCB03 (0,00-0,30 m-mv)
-
-
Altijd toepasbaar
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
In de bovengrondmengmonsters OCB01, OCB02 en OCB03 (bodemlaag 0,0-0,30 m-mv) zijn de onderzochte chloorbestrijdingsmiddelen (som OCB) niet aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. 4.6.2 Gehele terrein In de volgende tabel 4.6 zijn de toetsingsresultaten van de grond en het grondwater van het gehele terrein weergegeven. Tabel 4.6: Resultaten toetsing grond en grondwater Monster (traject)
Toetsing Wbb Beoordeling
Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
Grond BG01 (0,00-0,50 m-mv)
-
-
Achtergrondwaarde
BG02 (0,00-0,50 m-mv)
+
Nikkel
Achtergrondwaarde
BG03 (0,00-0,50 m-mv)
-
-
Achtergrondwaarde
OG01 (0,50-2,00 m-mv)
+
Arseen, nikkel
Achtergrondwaarde
OG02 (0,50-2,00 m-mv)
-
-
Achtergrondwaarde
OG03 (0,25-1,00 m-mv)*
-
-
Achtergrondwaarde
OG04 (0,00-0,70 m-mv)*
+
Cadmium, lood
Achtergrondwaarde
Pb3 (2,50-3,50 m-mv)
+
Barium
n.v.t.
Pb18 (2,50-3,50 m-mv)
++
Barium
n.v.t.
Pb20 (4,00-5,00 m-mv)
+
Barium, naftaleen
n.v.t.
Pb25 (3,00-4,00 m-mv)
+
Barium
n.v.t.
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Grondwater
* Door het aantreffen van een verharding met puingranulaat en/of puin als bijmenging in de bodem zijn extra mengmonsters geanalyseerd. Grondmengmonster OG03 is samengesteld van de ontvangende bodem ter plaatse van de puinverharding (puingranulaat). Grondmengmonster OG04 is samengesteld van de bodem ter plaatse van de schuur. In de bodem zijn visueel bijmengingen van baksteen en puin aangetroffen.
Rapportnummer: K2320111
16
Interpretatie resultaten grond In het bovengrondmengmonster BG02 is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetroffen; In de bovengrondmengmonsters BG01 en BG03 zijn geen verhogingen aangetroffen; In het ondergrondmengmonster OG01 is een licht verhoogd gehalte aan arseen en nikkel gemeten; In het ondergrondmengmonster OG02 zijn analytisch geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetoond. In het ondergrondmengmonster OG03 zijn analytisch geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetoond. Het ondergrondmengmonster betreft de bodemlaag direct onder de puinverharding; In het ondergrondmengmonster OG04 is een licht verhoogd gehalte aan cadmium en lood gemeten. Het ondergrondmengmonster is samengesteld van de grond met bijmengingen van baksteen en puin direct ten noorden van de schuur. Interpretatie resultaten grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis Pb3 is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten; In het grondwatermonster uit peilbuis Pb18 is een matig verhoogd gehalte aan barium gemeten; In het grondwatermonster uit peilbuis Pb20 is een licht verhoogd gehalte aan barium en naftaleen gemeten; In het grondwatermonster uit peilbuis Pb25 is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. 4.7
Analyseresultaten asbest
In tabel 4.7a en 4.7b worden de resultaten van de asbestanalyse weergegeven. De analyseresultaten worden weergegeven in bijlage 3. Tabel 4.7a Samenstelling en analyseresultaten van de asbestverdachte mengmonsters grond en puin <20 mm Monstercode
Fractie (mm)
Gewicht veldvochtig (kg)
Gewicht droog (kg)
Soort asbest
Hechtgebonden
Gewogen asbestconcentratie
Aangetoond
Onderzocht
ASB01 (grond) (Gat 100, 101, 102)
0,5-20
0-31,5
12,54
12,54 x 89,1% = 11,18 kg
Chrysotiel Niet hechtgeb. Crocidoliet
2189 mg/kg ds.
ASB02 (puin) (Gat G1 t/m G4)
n.a.
0-31,5
30,16
30,16 x 94,1% = 28,38 kg
n.a.
n.a.
<2 mg/kg ds.
ASB03 (grond) n.a. (Gat G5 t/m G10) n.a. = niet aangetoond
0-31,5
13,72
13,72 x 91,0% = 12,48 kg
n.a.
n.a.
<2 mg/kg ds.
Tabel 4.7b Totale (gewogen) concentratie in grond en/of puin Monstercode
Concentratie materialen >20 mm (mg/kg ds)
Concentratie mengmonster <20 mm (mg/kg ds)
Te toetsen concentratie
Toetsing
ASB01 (grond) (Gat 100, 101, 102)
n.a.
2189 mg/kg ds.
2189 mg/kg ds.
> Interventiewaarde
ASB02 (puin) (Gat G1 t/m G4)
n.a.
<2 mg/kg ds.
<2 mg/kg ds.
<I / ½ Interventiewaarde
ASB03 (grond) (Gat G5 t/m G10)
n.a.
<2 mg/kg ds.
<2 mg/kg ds.
<I / ½ Interventiewaarde
<I / ½I
Gewogen asbestconcentratie <I en ½I (analytisch bepaald)
½I
Gewogen asbestconcentratie ½I (analytisch bepaald)
>I
Gewogen asbestconcentratie >I (analytisch bepaald)
n.a. = niet aangetoond
n.b. = niet bepaald
Rapportnummer: K2320111
17
Op basis van de berekening kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van gat 100 + 101 + 102 in de druppelzone van de schuur is een overschrijding van de interventiewaarde aangetroffen voor asbest (berekend asbestgehalte van 2189 mg/kg ds.). Het gehalte aan asbest overschrijdt daarmee de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds. uit het Besluit bodemkwaliteit. De omvang van de verontreiniging ter plaatse van de druppelzone van de schuur wordt geschat op circa 4 m3 (40 m2 met een laagdikte van 0,1 m1). De omvang van de verontreiniging is vastgesteld op basis van onderhavige onderzoeksresultaten. De aangetroffen concentratie overschrijdt de interventiewaarde voor asbest, derhalve is een sanering noodzakelijk. Omdat de verwering van de asbestdaken recent is opgetreden, ziet het bevoegd gezag dergelijke verontreinigingen als een zogenaamd ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’ en hiermee is de zorgplicht van toepassing. De aangetroffen verontreiniging dient ongedaan gemaakt te worden middels een bodemsanering. De sanering dient gemeld te worden middels een plan van aanpak bij het bevoegd gezag, gemeente IJsselstein. De sanering dient te worden uitgevoerd door een erkende instelling conform de BRL6000 (Milieukundige begeleiding) en BRL7000 (Uitvoering (water)bodemsanering).
Na de sanering van de asbestverontreiniging ter plaatse van de druppelzone van de schuur vormt de bodemkwaliteit ter plaatse geen belemmering meer voor de geplande herontwikkeling.
4.8 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel 4.8 staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.8: Toetsing hypotheses Deellocatie
Onverharde strook onder asbest dakbedekking
Oppervlakte/ lengte (m²/m1) Ca. 20 m1
Hypothese
Verdachte stoffen
Verdachte bodemlaag
Toetsing
Asbest
Toplaag
Aangenomen
OCB
Toplaag (0,3 m-mv)
Verworpen
Vml. gebruik fruitteelt (boomgaard) Overig terrein
Ca. 20.000
Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht
Ca. 29.828
Onverdacht
-
-
Aangenomen
Overig terrein (puinverharding) Overig terrein (puin in bodem) n.b. = niet bepaald
< 250 m2
Verdacht
Asbest
Puinverharding
Verworpen
< 275 m2
Verdacht
Asbest
Bovengrond
Verworpen
4.8.1 Interpretatie toetsing hypothese Tijdens onderhavig onderzoek is ter plaatse van de druppelzone van het noordelijk dakvlak van de schuur een sterke verontreiniging met asbest aangetoond, hierdoor dient de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met asbest’ aangenomen te worden. De aangetroffen concentratie aan asbest geeft aanleiding tot de uitvoer van een nader onderzoek. Doordat in de toplaag (tot 0,3 m-mv) van het terreindeel, welke in het verleden in gebruik is geweest voor de fruitteelt, geen verhoogde gehalten aan OCB’s zijn gemeten kan de hypothese ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen’ als gevolg van het gebruik als boomgaard verworpen worden. Rapportnummer: K2320111
18
Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond en de lichte tot matige verontreiniging in het grondwater van het gehele terrein dient de hypothese ‘de locatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ verworpen te worden. De aangetroffen gehalten in de grond zijn echter van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien. In het terreindeel van het gehele terrein welke verhard is met een puingranulaat is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond, waardoor de hypothese ‘de verharding is verdacht verontreinigd te zijn met asbest’ verworpen kan worden. Op het terreindeel van het gehele terrein waar puinachtige bijmengingen in de bodem zijn aangetroffen is zowel visueel als analytisch geen asbest in de desbetreffende bodemlaag aangetroffen. Hierdoor kan de hypothese ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van asbest’ worden verworpen. Formeel dient een nader onderzoek naar de matige verontreiniging met barium in het grondwater uitgevoerd te worden. Geadviseerd wordt om in eerste instantie een herbemonstering van het grondwater uit de peilbuis Pb18 uit te voeren en te analyseren op barium.
Rapportnummer: K2320111
19
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van SAB Adviseurs in Ruimtelijke ontwikkeling is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en verkennend asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 en NEN 5897 op de locatie Ruimtevaartbaan 7a-11 te IJsselstein (gemeente IJsselstein). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 29.828 m2. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling en bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat: de bodem overwegend uit (zandige) kleilagen bestaat. Plaatselijk is in de (diepe) ondergrond een zandlaag aangetroffen; ter plaatse van de verharding is een cunet met matig grof zand aanwezig; op het maaiveld en in de bodem is op zintuiglijke wijze geen bijmenging met asbestverdacht materiaal aangetroffen; een deel van het perceel, rondom de vaste mestopslag, is verhard met een puinverharding. Aanvullend heeft een asbest in puinonderzoek plaatsgevonden; in de bovengrond is ter plaatse van de schuur een bijmenging met sporen baksteen en/of matig tot sterk ondefinieerbaar puin aangetroffen. Ondefinieerbaar puin is asbestverdacht.
Aanvullend heeft een asbest in grondonderzoek plaatsgevonden. 5.1.1 Druppelzone schuur Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: ter plaatse van de schuur heeft het asbesthoudende dak aan de noordzijde geen deugdelijk dakgoot en/of is het terrein onder de druppelzone niet verhard; in de bodem is op zintuiglijke wijze geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen; analytisch in de bodem van de druppelzone een berekend asbestgehalte van 2189 mg/kg ds. aangetroffen. Het gehalte aan asbest overschrijdt daarmee de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds. uit het Besluit bodemkwaliteit; de hypothese, ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van asbest’ dient aangenomen te worden; de aangetroffen concentratie overschrijdt de interventiewaarde voor asbest, derhalve is een sanering noodzakelijk. 5.1.2 Boomgaard (voormalige fruitteelt) Uit de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat: in de toplaag (tot 0,3 m-mv) geen gehalten aan chloorbestrijdingsmiddelen (OCB) boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond; de hypothese, ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen’ kan daarmee verworpen worden.
Rapportnummer: K2320111
20
5.1.3 Gehele terrein Uit de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat: de bovengrond bevat plaatselijk een licht verhoogde gehalte aan het zware metaal nikkel; de ondergrond bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan arseen, nikkel cadmium en lood; plaatselijk is in de bodem ondefinieerbaar puin aangetroffen. Zowel visueel als analytisch is geen asbest in de puinhoudende grond aangetroffen; plaatselijk is het terrein verhard met een puingranulaat. Zowel visueel als analytisch is in het puingranulaat geen asbest aangetoond; in het grondwater een licht tot matig verhoogd gehalte aan barium en een licht verhoogd gehalte aan naftaleen is gemeten; de hypothese ‘de locatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ dient verworpen te worden, de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Formeel dient een nader onderzoek naar de matige verontreiniging met barium in het grondwater uitgevoerd te worden. Geadviseerd wordt om in eerste instantie een herbemonstering van het grondwater uit de peilbuis Pb18 uit te voeren en te analyseren op barium. 5.2 Algemeen Op het zuidwestelijk terreindeel is een fietspad, bestaande uit een asfaltverharding, gelegen. Vooralsnog zal het fietspad worden behouden. Indien het fietspad zal worden opgebroken wordt geadviseerd om voorafgaand het asfalt te onderzoeken op teerhoudendheid (PAK (10 VROM)).
Eveneens kan vastgesteld worden of er een fundatie onder de verharding aanwezig is alsmede de kwaliteit van het fundatiemateriaal. De watergangen binnen het plangebied blijven vooralsnog behoudend. Indien de watergangen binnen het onderzoeksgebied in de toekomst alsnog worden gedempt, wordt aanbevolen om deze watergangen voorafgaand te onderzoeken op eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond op een locatie buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K2320111
21
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Globale weergave onderzoekslocatie
Rapportnummer: K2320111
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K2320111
Boring:
1
Boring:
2
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
5
1
50
50 Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
2
100
100
Klei, zwak siltig, zwak niet-houtige plantenresten houdend, neutraalgrijs, Edelmanboor
3
150
4
200
200
Projectcode: K2320111
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
1
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
3
Boring:
4
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
GWS:
140
0
0
weiland
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
5
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
1
weiland
1
50
50
50
50 Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
100
100
Klei, zwak zandig, sterk niet-houtige plantenresten houdend, neutraalgrijs, Edelmanboor
3
150
4
200
250
250
Zand matig fijn, sterk siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor
300
350
350
Boring:
5
Boring:
6
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
2
1
50
Projectcode: K2320111
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Boring:
7
Boring:
8
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
6 1
50
0
0
Klei, zwak zandig, sterk roesthoudend, neutraal bruinroest, Edelmanboor
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 1
50
50 2 80
100
150
Klei, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal roestgrijs, Edelmanboor
3
4 160
Klei, zwak siltig, matig niet-houtige plantenresten houdend, donkergrijs, Edelmanboor
5 200
200
Boring:
9
Boring:
10
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
2
1
50
Projectcode: K2320111
50
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
1
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
5
1
braak
1
50
50
50
50
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
100
100
Klei, zwak siltig, matig niet-houtige plantenresten houdend, neutraalgrijs, Edelmanboor
3
150
4
200
200
Boring:
13
Boring:
14
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
2
1
50
Projectcode: K2320111
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
50
Boring:
15
Boring:
16
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
2 1
50
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
50
17
Boring:
18
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
GWS:
150
0
weiland
weiland Klei, sterk zandig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
6
1
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Boring:
0
weiland
1
50
50
50
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor 2
100
100
Klei, zwak siltig, zwak niet-houtige plantenresten houdend, neutraalgrijs, Edelmanboor
3
150
4
200
200
Klei, zwak siltig, matig veenhoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor 5
250
300
350
Projectcode: K2320111
350
Boring:
19
Boring:
20
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor, Klinker
20
Zand matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
erf Klei, zwak zandig, sterk roesthoudend, neutraal bruinroest, Edelmanboor
5 1
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
2 50
0
0
50
50
2
100
100
Klei, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
3
150
150
Klei, zwak siltig, matig niet-houtige plantenresten houdend, neutraalgrijs, Edelmanboor
4
200
250
300
350
400
450
500
Projectcode: K2320111
500
Boring:
21
Boring:
22
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
weiland
2 1
50
50
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig wortelhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
50
23
Boring:
24
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
gras
1
50
gras Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
6
1
50
0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Boring:
0
gras
50 2 80
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 100
150
3
4
180
Klei, zwak siltig, matig veenhoudend, licht bruingrijs, Edelmanboor
5 200
Projectcode: K2320111
200
Boring:
25
Boring:
26
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
GWS:
200
0
0
gras
6 1
50
0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin, Edelmanboor
gras Klei, matig zandig, sporen puin, Edelmanboor
2 1
50
50 2 80
100
Klei, zwak zandig, zwak roesthoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor
3
4 150
150
Zand matig fijn, sterk siltig, laagjes klei, neutraalgrijs, Zuigerboor 5
200
250
300
350
400
400
Boring:
27
Boring:
28
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0
0
gras
2
1
50
Projectcode: K2320111
50
gras Klei, zwak zandig, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
2
1
50
0
0
Klei, matig zandig, sporen puin, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
29
Boring:
30
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor, Klinker
20
Zand matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
1
Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
2 50
50
0
Boring:
101
Datum:
19-6-2023
Datum:
19-6-2023
0 10
Projectcode: K2320111
gras Klei, matig zandig, zwak humeus, matig grindig, matig baksteenhoudend, donkerbruin, Schep
Edelmanboor, Kinker
20
Zand matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
50
100
1
klinker
8
2 50
Boring:
0
0
0
0
1
10
gras Klei, matig zandig, matig humeus, matig grindig, matig baksteenhoudend, donkerbruin, Schep
Boring:
102
Boring:
G1
Datum:
19-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
0
1
10
gras
0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig grindig, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Schep
Volledig puingranulaat, matig zandhoudend, matig grindhoudend, Schep
1
50
50
Klei, zwak zandig, matig roesthoudend, neutraal bruingrijs, Schep
2
100
100
Boring:
G2
Boring:
G3
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
0
puin
0
Volledig puingranulaat, matig zandhoudend, matig grindhoudend, Schep
0
puin
25
Volledig puingranulaat, matig zandhoudend, matig grindhoudend, Schep
1
1
50
50
puin
Klei, zwak zandig, zwak puingranulaat houdend, donker grijsbruin, Edelmanboor
2
60
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen puingranulaat, donker grijsbruin, Edelmanboor
2
100
100
75
Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor
100
3
125
Projectcode: K2320111
Boring:
G4
Boring:
G5
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
Opmerking:
Opgestapelde tegels baksteen puin betonbouw grof
0
0
puin
0
0
Volledig puingranulaat, matig grindhoudend, matig zandhoudend, Schep
1
Volledig puin, Schep, Volledige tegels, baksteen, betonpuin grof
35
35
Klei, zwak zandig, zwak puingranulaat houdend, donker grijsbruin, Edelmanboor
50 2
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak puingranulaat houdend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 70
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
80
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 100
3
100
2
120
120
Boring:
G6
Boring:
G7
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
0
1
4
50 Klei, zwak zandig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
60
Klei, zwak zandig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
2
100
3 100
Projectcode: K2320111
gras Klei, matig zandig, sterk puinhoudend, Schep
3
50
50
0
0
Klei, matig zandig, matig puinhoudend, donkerbruin, Schep
4 1
gras
100
100
Boring:
G8
Boring:
G9
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
0
1
50
100
100
Boring:
G10
Datum:
20-6-2023
0
0
3
Klei, matig zandig, matig puinhoudend, donkerbruin, Schep
4
40
Klei, zwak zandig, sporen baksteen, matig roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
50 2
90
Projectcode: K2320111
Klei, zwak zandig, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor 2
100
gras
3
50
50 Klei, zwak zandig, sporen baksteen, matig roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
2
gras Klei, matig zandig, matig puinhoudend, donkerbruin, Schep
3
50
1
0
0
Klei, matig zandig, matig puinhoudend, Schep
4 1
gras
100
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K2320111
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. J.F. Eggink Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 5
: Ruimtevaartbaan Ijsselstein : K2320111 : 13890870, versienummer: 1.
Rotterdam, 29-06-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project K2320111. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.