1.1 Startdocument Warmteprogramma
Tekst van het document
Startdocument Warmteprogramma Versie 4.0
27-03-2024
Nick de Jongh
1. Inleiding 1.1.
Aanleiding
In de gemeente IJsselstein wordt net als in alle andere gemeenten in Nederland overgegaan naar duurzame warmte voor onze woningen; we gaan van het aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. Naast aardgasvrij streeft IJsselstein ernaar om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Dit betekent dat de gemeente netto geen negatieve effecten heeft op het klimaat. We maken geen gebruik meer van fossiele brandstoffen en minimaliseren de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2. Dit doen we om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen en onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland te beperken. Elke vijf jaar actualiseren In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten elke vijf jaar een Transitievisie Warmte vaststellen. De gemeente IJsselstein heeft in 2021 de Transitievisie Warmte vastgesteld. Dit houdt in dat uiterlijk 2026 een nieuwe Transitievisie Warmte moet worden vastgesteld. Anticiperen op veranderende wetgeving Na het intreden van de toekomstige Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, (Wgiw) wordt het opstellen van een Warmteprogramma verplicht. De Wgiw verankert de Transitievisie warmte juridisch in de vorm van een Warmteprogramma onder de Omgevingswet.
In het Warmteprogramma moet staan in welke wijken de gemeente de komende tijd aan de slag gaat met verduurzaming of het aardgasvrij maken. Ook geeft de Wgiw de gemeente instrumenten om de regie te nemen in de warmtetransitie. Zo krijgen de gemeenten ook aanwijsbevoegdheid. Dit is de mogelijkheid om vóór een bepaalde datum gebieden aan te wijzen voor de overgang naar een duurzaam alternatief voor aardgas. Het warmteprogramma geeft invulling aan de regierol van de gemeente en hoe en wanneer instrumenten kunnen worden ingezet. Naar verwachting treedt de Wgiw op 1 juli 2025 inwerking. Een tweede toekomstige wet is de Wet collectieve warmte (Wcw) als vervanger van de warmtewet. De Wcw geeft de gemeente de bevoegdheid om warmtekavels vast te stellen. Een warmtekavel is een gebied in een of meerdere gemeenten, waarbinnen de wijken liggen waarin de gemeente van plan is om te kiezen voor een warmtenet. Na het vaststellen van een warmtekavel dient het college een warmtebedrijf aan te wijzen. 50% van het warmtebedrijf moet direct of indirect in eigenaarschap van zijn van de (lokale) overheid. Er wordt beoogd om de Wcw op 1 januari 2025 in werking te laten treden.
Bieden van helderheid en handelingsperspectief Inwoners en ondernemers van IJsselstein zijn gebaat bij helderheid en handelingsperspectief.’ Het warmteprogramma stelt hen in staat om bij huidige keuzes voor warmtevoorziening rekening te houden met toekomstige scenario’s. Met de ingang van de verplichting voor een hybride warmtepomp in 2026, is het voor inwoners nodig om te weten of de gemeente concrete plannen heeft voor hun wijk. Daarnaast bevat het warmteprogramma ook een wijk-voor-wijkstappenplan en een planning die alle partijen houvast geeft
Nieuwe inzichten verwerken Sinds het vaststellen van de Transitievisie warmte in 2021 hebben veel gemeente ervaring opgedaan in de transitie naar een aardgasvrije toekomst. Daarnaast zijn nieuwe inzichten ontstaan over de warmtepotentie van de rioolwater zuiveringsinstallatie (rwzi), de Hollandse IJssel, groengas en collectieve warmtesystemen. Aan de hand van deze nieuwe inzichten is het mogelijk om voor de gemeente IJsselstein een helder toekomstperspectief te bieden. Daarbij bieden de nieuwe inzichten ook de mogelijkheid om voor een aantal wijken keuzes te maken met betrekken tot de warmtevoorziening. Veranderingen in de samenleving Tot slot is ook de samenleving veranderd. De energiecrisis in 2022 zorgde voor stijgende energieprijzen. Deze ontwikkeling geeft bewoners een extra financiële prikkel om te verduurzamen. Tegelijkertijd vergroot dit bij inwoners de behoefte aan duidelijke keuzes vanuit de gemeente. Tot slot is de laatste jaren nog duidelijker geworden dat de warmtetransitie om een passende aanpak per doelgroep vraag. Deze veranderingen onderstrepen de noodzaak om scherpere keuzes te maken in de warmtetransitie en de maatschappij daar in mee te nemen.
1.2.
Opgave en doel
De opgave van het Warmteprogramma is om de Transitievisie Warmte uit 2021 te herijken en de visie voor de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen in IJsselstein verder uit te werken. Met als doel het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming te verminderen en te vervangen door hernieuwbare energiebronnen. Om te komen tot een aardgasvrije en klimaat neutrale gemeente in 2050.
1.3.
Samenhang
In het klimaatakkoord is afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49%, en in 2050 met 95%,moet zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. In het regeerakkoord van 2022 wordt deze CO2-reductiedoelstelling voor 2030 verhoogd naar 55%. Als onderdeel van de opgave uit het klimaatakkoord, zijn doelen geformuleerd voor de gebouwde omgeving. In 2030 moet nagenoeg 20% van de woningen verduurzaamd zijn, om uiteindelijk in 2050 alle woningen van het aardgas te kunnen hebben afgesloten. De gemeente IJsselstein heeft in haar duurzaamheidsbeleid een gerichte aanpak gekozen Daarbij zijn er verschillende intenties uitgesproken, met samenwerkende partijen, die allemaal tot doel hebben: een energieneutraal IJsselstein in 2050. Hieronder volgt een opsomming van het bestaand beleid, gestarte samenwerkingen en onderzoeken relevant voor het opstellen van het warmteprogramma. Strategische aanpak energiebesparing In de strategische aanpak energiesparing worden de opgave, doelen en strategie van de aanpak van de gemeente omschreven met betrekking tot energiebesparing. Energie besparen houdthet terugbrengen van de energievraag van gebouwenin. Bijvoorbeeld door isolatie of door aanpassingen aan installaties en verlichting. Het resulterend beleid is een verdere uitwerking van “Spoor 1”, zoals vermeld staat in de Transitievisie Warmte 1.0.
De opgave, doelen en strategie die in de strategische aanpak staan, worden verwerkt in het Warmteprogramma. Uitvoering Nationaal Isolatieprogramma In 2024 gaat de gemeente IJsselstein, in samenwerking met het Energie Diensten Centrum (EDC), uitvoering geven aan de eerste tranche van het Nationaal Isolatieprogramma. De doelstelling van de eerste tranche is om uiterlijk in 2026 minimaal 270 slecht geïsoleerde woningen in IJsselstein te voorzien van één van de isolerende maatregelen (spouw-, vloer-, raam-, dakisolatie). In de toekomst zullen aanvullende tranches volgen. De aanpak en de doelstellingen hiervan worden verwerkt in het Warmteprogramma.
2
Visie en uitvoeringsagenda duurzaamheid & energie (2024) De visie van de uitvoeringsagenda dient als een integraal en samenhangend verhaal, over een duurzaam IJsselstein en de rol die gemeente en maatschappelijke partners/stakeholders daarin hebben. Een integrale visie met daaraan gekoppelde doelstellingen en activiteiten. De visie en uitvoeringsagenda duurzaamheid & energie dient als paraplu, waar het Warmteprogramma uiteindelijk onder valt.
1.4.
Resultaat
Een warmteprogramma voor de gemeente IJsselstein die de organisatie, bewoners en ondernemers duidelijkheid en handelingsperspectief biedt. Het warmteprogramma moet devolgende elementen bevatten: 1.
Evaluatie Transitievisie Warmte 1.0
De Transitievisie Warmte is het uitgangspunt voor het nieuwe beleid. Een beschikbare evaluatie van dit beleid geeft input voor de nieuwe beleidscyclus van de komende jaren. De evaluatie geeft een overzicht van de bereikte resultaten, lopende zaken en nog uit te voeren acties voor de komende jaren. De verworven informatie wordt gebruikt voor de analyse die uitgevoerd dient te worden. 2. Analyse, inclusief trends en ontwikkelingen In de analyse wordt een beeld geschetst van de huidige situatie van de gemeente IJsselstein. Onder andere de huidige energievraag, de analyse van de gebouwde omgeving en de beschikbare warmtebronnen, worden in kaart gebracht. Deze analyse vormt de basis van de visie en vanuit hier wordt er gekeken naar de toekomst. 3. Het Warmteprogramma, uitgangspunten voor beleid en keuzes Het Warmteprogramma geeft antwoord op de vraag welke rol we als gemeente hebben bij het uitvoeren van het beleid. Waar is de gemeente verantwoordelijk voor en welke andere rollen kunnen we vervullen ? Welke verantwoordelijkheden leggen we bij andere partijen? Welke partij is verantwoordelijk voor welke taak, en welke taken moeten gezamenlijk worden uitgevoerd? Naast deze vragen die spelen, is vastgesteld dat het visiedocument voldoet aan de Omgevingswet en toekomstige wet en regelgeving. Zodoende bevat het warmteprogramma de volgende onderdelen: -
-
Aankaarten “kennis leemtes” + vervolgstappen Regierol gemeente Overzicht warmtebronnen of warmte alternatieven per locatie Aantal gebouwen dat naar verwachting wordt geïsoleerd Tijdspad voor bewoners: ▪ Welke bronnen voor welke wijken bruikbaar zijn ▪ Tijdspad wijken aardgasvrij ▪ Hoe en hoeveel woningen voor 2035 zijn geïsoleerd en/of aardgasvrij zijn gemaakt ▪ Doorkijk naar 2050 Uitvoeringsagenda Planning & begroting De basis voor uitvoeringsplannen
3
2. Aanpak, fasering en planning Aanpak Voor het herijken van de Transitievisie Warmte en het opstellen van een warmteprogramma zal een extern bureau worden ingehuurd, die de documenten opstelt en het proces begeleidt.
Fasering, mijlpalen en besluitvorming 1) 2) 3) 4)
Opstellen startdocument Vastellen startdocument door College Aanbesteding/opdrachtverlening onderzoeksbureau Start uitvoering/onderzoek a. Opstellen projectteams. Intern & extern b. Monitoring en resultaat Transitievisie Warmte 2021 c. Analyse huidige situatie d. Analyse trends, ontwikkelingen & leemtes in kennis e. Uitganspunten f. Uitvoeringsstrategie 2025-2035 5) Warmteprogramma vaststellen door College en de Raad
april 2024 Q2 2024 september 2024
juni 2025
3. Organisatie, communicatie en participatie Organisatie In de komende periode wordt er een projectstructuur opgezet met een projectleider, projectgroep en interne klankbord groep. De gemeentelijke organisatie is verantwoordelijk voor het aanhaken van de eigen organisatie, hetbestuur en de bestuurlijke besluitvorming (documenten).Het bureau bereidt de gesprekken/vergaderingen voor, leidt ze en werkt op basis van deze gesprekken aan het opstellen van een Visie en de Uitvoeringsagenda. . Dit doet zij in nauwe afstemming met de projectleider en waar nodig met de projectgroep. • • • •
Bestuurlijke opdrachtgever: Edwin Tas Ambtelijke projectleider: Nick de Jongh Medewerkers uit de teams: Samenleving, Ruimte & Projecten, Civiel & Vastgoed en Advies Stakeholders: o Inwoners en ondernemers met in het bijzonder particuliere woningeigenaren o Belangengroepen (KNIJ, achterveld actief, ect.) o Sociale instanties (Pulse, WIL, ect.) o Vastgoed eigenaren waaronder Cazas en particuliere beleggers o Ondernemers (BIS-e, Bis-I en VHIJ) o Woningeigenaren o Stedin o HDSR o Eigenaren/beheerders energie/warmtebronnen o Raad & college o Provincie
4
Communicatie Vanuit communicatie willen wij bijdragen aan een open en transparantparticipatietraject . Door dit traject samen met collega’s, stakeholders, partners en inwoners te doen, bieden we ruimte voor we samenspel en creëren we draagvlak en commitment. We willen open en transparant zijn in alle processtappen die gemaakt worden. Zodat de doelgroepen begrijpen waarom we bepaalde stappen zetten en beslissingen nemen. Het doel is dat het Warmteprogramma helderheid en handelingsperspectief biedt voor de bewoners.
Participatie Het participatietraject is essentieel om: •
•
• •
Tijdig alle belangen op tafel te krijgen, om zo tot een goede inhoud van het warmteprogramma te komen. Hiermee voorkomen we verrassingen later in het proces Deskundige en lokale kennis, concrete wensen, en eventuele zorgen op te halen. Op deze manier kunnen mogelijkheden worden onderzocht en tussentijdse ontwikkelingen worden verwerkt in het warmteprogramma. Betrokkenen zorgvuldig en goed te informeren over de inhoud en het besluitvormingsproces. Draagvlak te creëren. Wanneer belanghebbenden het gevoel hebben dat hun stem gehoord is zijn ze eerder geneigd veranderingen te accepteren en ondersteunen.
De warmtetransitie komt achter elke voordeur. Het betrekken van inwoners en belanghebbenden is daarom belangrijk. De volgende belanghebbenden worden actief betrokken bij de opstelling van het Warmteprogramma: -
Woningcorporatie HDSR Doelgroep- en welzijnsorganisaties (Pulse, WIL) Bewonersinitiatieven (KNIJ, Achterveldactief) Stedin
Uiteraard worden ook bewoners en ondernemers betrokken bij het opstellen van het Warmteprogramma. Het doel is om ideeën en geluiden op te halen. Het warmteprogramma heeft een relatief hoog abstractieniveau. Voor de participatie met inwoners en ondernemers zetten we dan ook in op treden 4 en 5 (informeren en raadplegen). Door middel van enquêtes kunnen we bewoners mee laten denken met ontwerpprincipes voor de Warmtetransitie. Tijdens één of meerdere informatieavonden, gecombineerd met andere duurzaamheidsonderwerpen, gaan we inwoners informeren over het proces en op een laagdrempelige manier vragen om input te geven. Het adviesbureau adviseert in welke vorm hier invulling aan wordt gegeven. Na het vaststellen van het warmteprogramma zal de participatie met inwoners geïntensiveerd worden. Het warmteprogramma vormt de basis om te komen tot wijkuitvoeringsplannen. Hierin wordt nader uitgewerkt op welke alternatieve warmtebron een wijk over gaat en hoe de gemeente dit traject begeleid. In deze fase wordt worden de gevolgen voor individuele inwoners concreter. In deze fase wordt de participatie dan ook geïntensiveerd. Op die manier zorgen we er voor dat we later in het traject ook de particuliere woningeigenaren intensief betrekken.
5
4. Kostenraming en dekking Inzet Tot Juni 2025: • •
Beleidsadviseur duurzaamheid: +-700 uur (16 uur p/w) – Projectleiding, interne bijeenkomsten, extern bijeenkomsten/participatie. Ambtelijke leden werkgroep : +-25 uur (schatting van 4 bijeenkomsten van 4 uur + voorbereiding + naleeswerk)
Kosten Schatting op basis van verkennende gesprekken: de kosten voor het externe bureau, eventuele locaties en onvoorzien bedragen: €80.000, Op dit moment wordt nog wel onderzocht of het warmteprogramma aan een PlanMER dient te worden onderworpen. Dit kan mogelijk nog tot aanvullende kosten leiden.
Dekking De kosten zijn gedekt uit de CDOKE middelen voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord. De eventueel benodigde middelen voor een PlanMER zijn hier waarschijnlijk ook uit te dekken.
6