1.1 Sloopmetersystematiek U10
Tekst van het document
Aantal sloopmeters in m² 3.650 m2 3.500 m²
- Gebouw 1 - 2.000 m2 - Gebouw 2 - 1.500 m2 - Gebouw 3 - 150 m2 privébijgebouw
Oppervlakte bebouwing aanwezig voor sloopmeterberekening
Achterliggende rekensom
- 150 m2 privé bijgebouw (maatvoering gemeentespecifiek)
3.500 m2
Stap 2: Toeslag/Afroming berekenen (alsof er volledige functiewijziging is) Om geen verschil te laten ontstaan tussen een gedeeltelijke en een gehele functiewijziging, wordt eerst de afroming berekend zoals deze zou zijn als het hele bedrijf beëindigd wordt. Op deze manier is gedeeltelijke sloop niet aantrekkelijker dan gehele sloop en andersom. Ook ontstaat geen verschil in het ‘gewicht’ van een sloopmeter. Op basis van het vastgestelde percentage geldt de onderstaande rekensom:
Oppervlakte bebouwing aanwezig Bebouwing > 2.000 (afroming van 25%) Bebouwing 1.000 - 2.000 m2 (afroming 10%) Bebouwing 500 - 1.000 m2 (geen afroming) Bebouwing < 500 m2 (50% toeslag) Inzetbare sloopmeters (bij gehele functiewijziging)
Aantal sloopmeters in m² 3.500 m2 -375 m² -100 m² 0 m² +250 m2 3.275 m²
Achterliggende rekensom
3.500 - 2.000 = 1.500 * 25% = 375 2.000 - 1.000 = 1.000 * 10% = 100 1.000 - 500 = 500 * 0 = 0 500 * 50% = 250 m2
Stap 3: Afroming berekenen gedeeltelijke sloop Vervolgens wordt rekening gehouden met de te slopen én de te behouden oppervlakte. De toeslag/afroming die bij een gehele functiewijziging van toepassing zou zijn, wordt nu evenredig verdeeld over deze oppervlakten. Als bijvoorbeeld 75% van de bebouwing gesloopt wordt, dan geldt hierbij ook 75% van de afroming die van toepassing zou zijn bij een gehele functiewijziging.
Sloopmetersystematiek 2025
pag. 27
Aantal sloopmeters in m² 3.500 m2 2.000 m² 1.500 m²
Oppervlakte bebouwing Te slopen Te behouden Afroming Te slopen Te behouden
225 m² 129 m² 96 m²
Achterliggende rekensom
2.000 van 3.500 is 57,14% 1.500 van 3.500 is 42,86 % 3.500 – 3.275 129 van 225 is 57,14% 96 van 225 is 42,86 %
Stap 4: Sloopmetercompensatie Tenslotte wordt de evenredige afroming afgetrokken van de te slopen bebouwing zodat inzetbare sloopmeters ontstaan uit deze gedeeltelijke functiewijziging. Als het overige deel van het bedrijf in de toekomst beëindigd wordt, dan wordt de resterende afroming verrekend.
Oppervlakte te slopen bebouwing Evenredige afroming Inzetbare sloopmeters
Aantal sloopmeters in m² 2.000 m2 129 m² 1.871 m²
Achterliggende rekensom
129 van 225 is 57,14%
De initiatiefnemer heeft geen ontwikkelwens. De aanwezige sloopmeters, 1.871 m2, zijn te verhandelen voor ontwikkelingen elders in de regio.
Figuur 11. Sloopmetersystematiek gedeeltelijke sloop in beeld.
Sloopmetersystematiek 2025
pag. 28
3.6.
Bijzondere situaties
3.6.1. BEDRIJFSBEBOUWING MET LAGERE SLOOPMETERTOEKENNING Niet alle vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing wordt op eenzelfde manier gewaardeerd. Bedrijfsbebouwing zoals kassen ten behoeve van glastuinbouw en nertsensheds wordt lager gewaardeerd. Hiervoor geldt een omrekening naar sloopmeters: 3 m² bebouwing gelijk staat aan 1 m² sloopmeter. 3.6.2. BIJZONDERE BEBOUWING Bij functiewijziging dient alle vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing, die niet wordt ingezet voor hergebruik of privébijgebouw, te worden gesloopt. Uitzondering hierop zijn: de ‘deel’ van de woonboerderij en aantoonbare cultuurhistorische of monumentale bebouwing. Deze bebouwing telt niet mee in de sloopmeterberekening en mag zonder sloopmeters/groencompensatie een ander gebruik krijgen, mits passend binnen de regels in het (gewijzigde) Omgevingsplan en Omgevingsverordening. 3.6.3. SLOOPMETERS TOEKENNEN AAN OUDE VOORMALIGE AGRARISCHE BEBOUWING Het is ook mogelijk om sloopmeters toe te kennen aan voormalige agrarische bebouwing. Dit is van toepassing op percelen waar vóór de inwerkingtreding van deze sloopmetersystematiek een functiewijziging heeft plaatsgevonden. Een sloopverplichting was destijds geen onderdeel van de functiewijziging. Hierdoor kan nog vergunde voormalige agrarische bebouwing aanwezig zijn. Hierop is de sloopmetersystematiek ook van toepassing. 3.7.
Coördinatiegroep sloopmetersystematiek
Om de sloopmetersystematiek U10 (met het verhandelen van inzetbare sloopmeters) goed te laten functioneren is een periodieke regionale afstemming en een goede sloopmeterregistratie per afzonderlijke gemeente essentieel. In de coördinatiegroep worden alle gemeenten, de regio U10 en de provincie Utrecht vertegenwoordigd. De toepassing en effecten van de sloopmetersystematiek worden gemonitord, en bepaalt hoe het registeren van sloopmeters op een juiste en eenzelfde manier het beste kan worden bijgehouden. Bij structurele veranderingen op de sloopmetermarkt heeft de coördinatiegroep een ‘knop’ om het benodigde aantal sloopmeters voor het woonrecht of het bedrijfsrecht bij te sturen. Dit kan het verhogen of het verlagen van het benodigde aantal sloopmeters betekenen zonder dat de systematiek als geheel moet worden aangepast. Er kan van deze tool gebruik worden gemaakt als in de toekomst bijvoorbeeld veel meer sloopmeters beschikbaar komen dan wordt verwacht waardoor de waarde van de sloopmeters dusdanig daalt dat het bouwen in het landelijk gebied goedkoper wordt dan in de bebouwde kom. Dergelijke wijzigingen zullen altijd voorafgaand aan de Bestuurstafel U10 Groen en Landschap voor instemming worden voorgelegd. 3.7.1. REGIONALE INZET SLOOPMETERS Het slopen van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters.
Dit betekent dat de inzetbare sloopmeters tussen alle deelnemende gemeenten kunnen worden verhandeld en ingezet. De sloopmeterprijs wordt bepaald door de markt (vraag/aanbod). 3.7.2. GELDIGHEIDSDUUR GEREGISTREERDE (BESTAANDE) SLOOPMETERS EN BEËINDIGING SYSTEMATIEK De geldigheidsduur voor de inzet van (bestaande) sloopmeters wordt bepaald door een eventuele beëindiging van de sloopmetersystematiek. Bij het bevestigen van een registratie moet dit worden gemeld aan de eigenaar van de sloopmeters. In het geval dat de sloopmetersystematiek wordt beëindigd wordt een redelijke overgangsregeling geboden aan de eigenaren van sloopmeters. 3.7.3. OVERGANGSREGELING Met het vaststellen van de sloopmetersystematiek U10 2025 komen eerder vastgestelde sloopmeterregels te vervallen. Dit heeft geen gevolgen voor initiatieven waarvoor de planologische procedure al in gang gezet is. Hiervoor blijft de op dat moment geldende vastgestelde regels van toepassing. 3.7.4. EVALUATIE Iedere 5 jaar wordt de werking van de sloopmetersystematiek U10 geëvalueerd. Deze evaluatie en eventuele wijzigingsvoorstellen worden voor instemming voorgelegd aan de Bestuurstafel Groen en Landschap van de regio U10 (of haar opvolgers). Sloopmetersystematiek 2025
pag. 29
Bijlagen - Bijlage 1. Stroomschema sloopmetersystematiek U10 2025
Sloopmetersystematiek 2025
pag. 30