CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 Regionale Adaptatie Strategie 2020

Commissie Ruimte 2 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven6.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale ­AdaptatieStrategie Regio Utrecht Zuidwest november 2020

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Een regionale adaptatiestrategie, waarom? Onze visie, onze RAS Klimaatadaptatie als kans voor de regio We doen het samen De context We zijn adaptatief Doorlopen van het proces

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Onze kwetsbaarheden, de urgentie Hoe ontwikkelt het klimaat zich in onze regio? Wateroverlast: Meer neerslag en hoosbuien Hitte: Opwarming en meer zomerse dagen Droogte: Neerslagtekort en extreme droogte Waterveiligheid: Overstromingsrisico’s

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Onze regio in 2050 Onze doelen voor 2050 Thema wateroverlast: Droge voeten Thema hitte: Hoofd koel houden Thema droogte: Voldoende water Thema waterveiligheid: Schade beperken

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Hoe bereiken we dit? Ons streefbeeld Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief De stad als spons Leefbaarheid bij hitte Klimaatadaptieve landbouw- en natuur­ontwikkeling Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies Versterken natuurlijk (water)systeem Klimaatbewustzijn en handelings­perspectief bewoners en bedrijven

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Het vervolg, samen aan de slag! Het vervolg Hoe gaan we nu verder? We ontwikkelen onze strategieën samen met onze partners We werken aan een regionaal uitvoerings­programma De RAS als basis voor lokaal beleid Wij monitoren de voortgang

Colofon

2

1. 1.

Een regionale adaptatiestrategie, waarom? 1.1 Onze visie, onze RAS Het klimaat verandert. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. We moeten onze omgeving hierop aanpassen. Dat vergt dat we dingen anders gaan doen. Niet alleen als overheden, maar ook als bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Klimaat- en water­robuust inrichten moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van ruimtelijke plannen.

3

Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samen­

1.2 Klimaatadaptatie als kans voor de regio

leving zich aanpast aan het veranderende klimaat en

In onze regio Utrecht Zuidwest is het heerlijk wonen,

de schadelijke gevolgen zoveel mogelijk probeert te

werken en recreëren. We koesteren de bijzondere

beperken. Het resultaat van klimaatadaptatie is een

afwisseling van historische kernen, woon-, werk-,

klimaat­bestendige en waterrobuuste omgeving.

productie- en natuurlandschappen. We weten ook

Het is een omgeving die zodanig is ingericht dat de

dat de hoge kwaliteit van onze leefomgeving niet

impact van overstromingen, hitte, droogte en water-

vanzelfsprekend is. De regio staat namelijk voor grote

overlast binnen het acceptabele blijft. De visie die de

uitdagingen: hoe en waar bouwen we bijvoorbeeld

basis vormt voor deze Regionale Adaptatiestrategie

duizenden extra woningen? Hoe houden we de regio

(RAS) is als volgt:

bereikbaar? Hoe schakelen we over naar duurzame energie? Hoe houden we de regio groen en aantrekke­­lijk?

In 2050 hebben wij een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest, waarbij

Het veranderende klimaat zet de economie, de

het gebied en de samenleving zijn aangepast aan

leefbaarheid, landbouw en natuur onder druk, maar

de gevolgen van klimaatverandering.

biedt ook volop kansen om de regio mooier, veiliger en duurzamer te maken. Wij geloven in de kansen en gaan

En dit gaat niet vanzelf. Klimaatadaptatie is bij uitstek

ervoor!

een opgave die we moeten verknopen met andere opgaven, bijvoorbeeld met verstedelijking, biodiversiteit en energietransitie. En niemand kan het alleen: samenwerking is essentieel.

4

1.3 We doen het samen

1.4 De context

Sinds 2014 werken we samen aan een klimaatbestendige

De RAS verbindt regionale klimaat- en wateropgaven en

en waterrobuuste regio. Op 18 oktober 2019 hebben

biedt een basis voor lokaal, gemeentelijk beleid.

we via een samenwerkingsovereenkomst afgesproken

De RAS is daarmee een eerste stap, en geen blauwdruk,

om onze krachten te bundelen in het Netwerk Water &

voor de lokale adaptatiestrategieën. De partners zijn

Klimaat. In dit netwerk van 14 gemeenten, provincie

immers zelf verantwoordelijk voor hun lokale beleid.

Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en

Bovendien is in de uitvoering maatwerk nodig.

Veiligheidsregio Utrecht, werken we samen aan klimaaten wateropgaven, stimuleren we elkaar en wisselen we

Met de RAS sluiten we aan op beleid van andere

kennis en ervaring uit. Binnen het netwerk blijven de

overheidslagen, o.a.:

partners wel verantwoordelijk voor hun eigen lokale

ƒ Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA),

klimaatbeleid.

Deltaprogramma Zoetwater, de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) en de Nationale Omgevingsvisie

Om de regio klimaatbestendig te maken, hebben we (naast de partners van het netwerk) ook het Rijk,

(NOVI) van het Rijk. ƒ Het Programma Klimaatadaptatie en de Provinciale

­bedrijven, maatschappelijke organisaties en bewoners

Omgevingsvisie (POVI) van de provincie Utrecht, het

nodig. Deze partners betrekken we bij de risicodialogen

Programma Klimaatadaptatie van het waterschap en

en het uitvoeringsprogramma. We moeten en willen

het Deltaplan Agrarisch Waterbeer (DAW) van LTO.

samen aan de slag!

ƒ De lokale adaptatie strategieën en lokale omgevings­­ visies van gemeenten. Ook raakt de RAS direct aan andere grote ruimtelijke opgaven en trajecten in de regio, zoals de Regionale Energiestrategie (RES), het Regionaal Economisch Programma (REP), het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), de Blauwe Agenda

5

van de Utrechtse Heuvelrug en het Bestuurlijk Platform

uitvoeringsprogramma op. Hierin staan afspraken over

Groene Hart. De RAS biedt een basis en sluit aan bij

wie wat gaat doen, de planning en financiering.

deze trajecten.

Het uitvoeringsprogramma is geen onderdeel van deze RAS. De ontwikkeling van dit programma is reeds gestart.

De RAS gaat over ‘hoe’ we de regio klimaatbestending

De uitkomsten van de risicodialogen nemen we ook

en waterrobuust maken. De Provinciale Omgevingsvisie

hierin mee. Het uitvoeringsprogramma is een kortlopend

(POVI), het Ruimtelijke Economisch Programma (REP,

programma, dat de mogelijkheid biedt om in te spelen

U16) en lokale overheden bepalen ‘waar’ klimaatmaat­

op nieuwe inzichten en (politieke) veranderingen.

regelen en water hun ruimtelijk beslag krijgen.

Al doende leren we en waar nodig stellen we bij.

Op basis van de RAS gaan we verder met het voeren van

1.6 Doorlopen van het proces

risicodialogen. Dit zijn gesprekken met belanghebben­

De RAS is met het hele netwerk tot stand gekomen.

den op regionaal en lokaal niveau over welke risico’s we

Met dank aan een actieve werkgroep, het meedenken

bereid zijn te accepteren en welke we door klimaat-

van het netwerk tijdens meerdere bijeenkomsten en een

adaptatie moeten aanpakken. Niet alles kunnen we

netwerk brede review op dit document hebben we een

immers oplossen.

strategie kunnen opstellen om trots op te zijn.

1.5 We zijn adaptatief

Ook ProRail, Rijkswaterstaat, Natuur en Milieufederatie

Klimaatadaptatie is een relatief nieuwe opgave die volop

Utrecht, Natuurmonumenten, Blauwe Agenda, Staats-

in ontwikkeling is. De praktijk en onderzoek leveren in

bosbeheer, het Utrechts Landschap, Utrechts Particulier

de (nabije) toekomst nieuwe inzichten, die ons beleid

Grondbezit, LTO, Nederlandse Fruittelers Organisatie,

kunnen aanscherpen of veranderen. Daarom is de RAS

Vitens, Tuinbranche NL en VHG hebben met ons mee-

adaptief: we onderkennen onzekerheden en anticiperen

gedacht over de strategie.

hierop door ontwikkelingen te monitoren. De RAS is ons basisplan, voor de langere termijn. Om u­ itvoering

We vertrouwen erop dat deze strategie een

en invulling te geven aan de RAS, stellen we een

inspiratie voor de komende jaren vormt.

6

Binnen onze regio onderscheiden we vier unieke gebieden: Veenweidegebied Hoge (gereguleerde) waterstanden, landbouw- natuur en recreatiegebied Hoogstedelijk gebied Bebouwd gebied met relatief weinig groen en veel verharding Rivierengebied Natuur-, landbouw- en recreatiegebied. Dankzij de vruchtbare bodem van rivierklei zijn er veel (kersen)boomgaarden te vinden Utrechtse heuvelrug Groot hoogteverschil, groot waterreservoir en lage waterstanden in zandgrond

1.7 De regio Utrecht Zuidwest; ‘Nederland in het klein’

authentieke dorpjes. Aan de ene kant is het een druk

Een schitterende regio, van de uitgestrekte veenweide-

Wij spreken vaak over onze regio als “Nederland in het

landschap met veel verschillende functies en sterke

gebieden tot aan de hoger gelegen bosrijke gronden op

klein”. Vrijwel alle dominerende landschappen die

overgangen, en aan de andere kant een gebied met rust

de Heuvelrug, met daar middenin het rivierengebied en

in Nederland voorkomen, komen ook voor in Utrecht

en openheid, waar natuur en cultuurhistorie prachtig

de verstedelijkte kernen.

Zuidwest. Onze regio kent grote steden en kleine

met elkaar verweven zijn.

Kortom, wij zijn trots op onze regio!

7

2. 2.

Onze kwetsbaarheden, de urgentie

2.1 Hoe ontwikkelt het klimaat zich in onze regio? Wat zijn de kwetsbaarheden voor wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen? Om hier antwoord op te krijgen voerden we in 2018 een regionale stresstest uit (Aveco de Bondt, 2018). Het KNMI publiceerde – op basis van de landelijke klimaat­ scenario’s - een rapport over het huidige en verwachte toekomstige klimaat van onze regio (KNMI, 2018). Beide geven ons inzicht in de opgaven waar we voor staan als we de regio klimaatbestendig en waterrobuust maken en benadrukken het belang van deze RAS. Dit hoofdstuk beschrijft de kwetsbaarheden van de regio voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid. De thema’s staan niet los van elkaar, maar liggen in elkaars verlengde en moeten daarom integraal worden opgepakt. 8

2.2 Wateroverlast: Meer neerslag en hoosbuien Het is steeds natter geworden in onze regio. Sinds 1906 is de jaarlijkse hoeveelheid neerslag met dertig procent toegenomen. Niet alleen de jaarlijkse hoeveelheid neerslag is toegenomen, ook komen steeds vaker extreme buien voor. Zo is het aantal dagen met 20 millimeter of meer neerslag verdubbeld van 3 naar 6 dagen per jaar. In de toekomst zet deze trend verder door. Of er wateroverlast ontstaat, hangt mede af van lokale

1951 - 1980

omstandigheden, zoals de functie, het percentage verharding, eventuele helling van het terrein en eigenschappen van de bodem. Zo kan aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug schade aan huizen optreden door afstromend regenwater, terwijl in het veenweidegebied het water niet meer weggepompt kan worden omdat de boezemwateren vol staan. Daar kan door bodemdaling bij gelijkblijvende waterpeilen de kans op wateroverlast ook toenemen. In bebouwd gebied kan het water door hoog percentage verharding moeilijk in de bodem trekken, waardoor

1981 - 2010

wateroverlast ontstaat in de vorm van ondergelopen straten, tuinen en gebouwen. Ook neemt de kans op overstorten vanuit het gemengd rioolstelsel als gevolg

Toename gemiddelde hoeveelheid neerslag per jaar in mm - KNMI

Wateroverlast

van piekbuien toe, met negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit.

9

2.3 Hitte: Opwarming en meer zomerse dagen Zowel de gemiddelde temperatuur als het aantal warme dagen en nachten is in de regio gestegen en neemt in de toekomst nog verder toe. De gemiddelde temperatuur steeg met circa 2 graden Celsius in Nederland sinds 1906. Ook neemt het aantal zomerse dagen gestaag toe en blijft naar verwachting toenemen. Extreem hoge temperaturen kunnen onder meer leiden tot het uitvallen van elektriciteit, telecom, infrastructuur

1981 - 2010

en bruggen en tot vergrote kans op natuurbranden. Tot verminderde arbeidsproductiviteit en gezondheidsproblemen en zelfs tot toenemende kans op sterfte onder kwetsbare bevolkingsgroepen. Als gevolg van de opwarming van ons klimaat wordt het groeiseizoen steeds langer. Gewassen lopen hierdoor eerder uit en de kans op schade door nachtvorst neemt toe. Ook de kans op zonnebrand bij gewassen neemt door klimaatverandering toe. In het hoogstedelijk gebied zijn de gevolgen van hitte het grootst, omdat het daar warmer wordt dan in het buitengebied. De stad absorbeert de warmte overdag meer en koelt ’s nachts minder af dan het buitengebied.

2018

Dit leidt in stedelijk gebied tot meer hittestress en slapeloze nachten. In warme periodes is er meer behoefte aan zwemwater, terwijl de bacteriologische waterkwaliteit als

Aantal tropische dagen per jaar- tijdsblok 1981-2010 en klimaatscenario 2050 WH - KMNI

Hitte

gevolg van de warmte afneemt. We kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met blauwalg.

10

2.4 Droogte: Neerslagtekort en extreme droogte Droogte zorgt nu al regelmatig voor problemen, zoals we hebben ervaren tijdens de droge zomers van 2018, 2019 en 2020. De zandgronden op de Utrechtse Heuvelrug zijn extra gevoelig voor droogte, met daardoor een toe­ nemende kans op schade aan landbouw en natuur en natuurbranden. In het veenweidegebied kan tijdens een droge periode als gevolg van dalende grondwaterstanden versnelde

1981 - 2010

bodemdaling plaatsvinden, terwijl in de bebouwde gebieden schade kan ontstaan aan funderingen die droog komen te staan en kunnen woningen verzakken door inklinking van de bodem. Ook kan door verzakking schade aan infrastructuur optreden. Ook de biodiversiteit heeft te leiden onder de droogte. Groen in de stad kan onvoldoende van water worden voorzien en waterafhankelijke natuur verdwijnt door droogte. Tegelijkertijd kan in het Rivierengebied langdurige droogte leiden tot lage waterstanden in rivieren met gevolgen voor de scheepvaart.

2018

Droogte kan ook een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit en wateraanvoer en bemoeilijkt dan de landbouw en fruitteelt. De verwachting is dat de komende

Neerslagtekort in mm in de zomer - tijdsblok 1981-2010 en 2018 - KMNI

Droogte

jaren extreme droogte steeds vaker zal voorkomen.

11

2.5 Waterveiligheid: Overstromingsrisico’s De steden, dorpen en polders van onze regio worden goed beschermd tegen hoogwater dankzij dijken, sluizen en gemalen. Door de klimaatverandering krijgen de rivieren - met name in de winterperiode relatief meer en grotere pieken water af te voeren. Ook de zeespiegelstijging kan in de toekomst zorgen voor hogere waterstanden op de rivieren. Daarmee nemen, zonder extra maatregelen, ook de

2018

overstromingsrisico’s in de regio toe. Daarom werken we de komende jaren samen aan het vergroten van de (meerlaagse) veiligheid, zodat de regio ook in de toekomst veilig blijft.

Maximale waterdiepte in meters - Risicokaart overstroming hoofdwatersysteem 2015 - KNMI

Waterveiligheid 12

3. 3.

Onze regio in 2050

3.1 Onze doelen voor 2050 We weten dat de regio kwetsbaar is voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn, hebben we per klimaatthema doelen gesteld.

13

3.2 Thema wateroverlast:

In 2050:

Droge voeten

ƒ Is de openbare ruimte zo ingericht dat de waterover-

Voor wateroverlast hanteren we de volgende definitie: “Er is sprake van een niet acceptabele overlast als het

last bij een bui van 70 mm in één uur beperkt is. ƒ Zorgt een uitgebreid groenblauw netwerk in

gaat om materiële schade, langdurige overlast (>2

stedelijk gebied er bij extreme buien voor dat het

uur) of overlast op doorgaande verkeersroutes (incl. het

water optimaal wordt vastgehouden en geborgen in

spoor), in winkelstraten en stadscentra en op kwetsbare

bodem- en watersysteem.

plekken zoals bij ziekenhuizen en verzorgingscentra“. We hebben de doelen voor wateroverlast geformuleerd aan de hand van huidige kennis en inzichten. Enkele

ƒ Zijn de vitale objecten en infrastructuur waterrobuust ingericht. ƒ Is het watersysteem robuust en veerkrachtig

doelen bevatten een norm. Het is de verwachting dat

ingericht, zodat pieken in natte en droge perioden

de doelstellingen naar aanleiding van te voeren risico-

opgevangen worden.

dialogen verder geconcretiseerd worden, met daarbij

ƒ Vindt er geen negatieve beïnvloeding van de

ruimte voor lokaal maatwerk.

waterkwaliteit meer plaats als gevolg van over-

Tot die tijd werken we met de norm dat 70 mm in één

storten vanuit gemengd rioolstelsel.

uur niet tot wateroverlast leidt. Dit kan gezien worden

ƒ Zijn inwoners en bedrijven zich bewust van de

als ondergrens, de partners staan vrij om in lokaal

gevolgen van klimaatverandering en houden zij

beleid te gaan voor hogere normen.

zoveel mogelijk water op eigen terrein vast.

Thema Wateroverlast 14

3.3 Thema hitte:

In 2050:

Hoofd koel houden

ƒ Is het verschil van de gevoelstemperatuur (PET)

Hitte is een relatief nieuwe opgave voor Nederland.

tussen bebouwd en landelijk gebied verkleind tot

Daarom hebben we nog geen eenduidige definitie voor

maximaal 5 graden.

wanneer onze regio hittebestendig is. Uit onderzoek

ƒ Blijft de leefomgeving tijdens perioden van

blijkt dat bij hitte de gevoelstemperatuur relevanter

(langdurige) extreme hitte leefbaar.

is dan de werkelijke temperatuur. In bebouwd gebied loopt deze eerder op dan in landelijk gebied. Daarom wordt in bebouwd gebied eerder overlast (hittestress) ervaren.

ƒ Zijn vitale en kwetsbare functies bestand tegen de gevolgen van extreme of langdurige hitte. ƒ Is de kwaliteit van het oppervlaktewater tijdens langdurige periode van extreme hitte (of droogte) voldoende voor de functie die het heeft. ƒ Hebben inwoners en bedrijven hun terreinen zo hittebestendig mogelijk ingericht. ƒ Is de bebouwde omgeving zodanig ingericht dat hittestress ’s nachts zoveel mogelijk wordt beperkt.

Thema Hitte 15

3.4 Thema droogte:

In 2050:

Voldoende water

ƒ Houden we water zoveel mogelijk lokaal vast door te

Droogte is een langere periode waarin weinig neerslag

infiltreren in de bodem en benutten we het voor bijv.

valt. Bij zonnig weer met wind en hoge temperaturen

onze groenvoorzieningen.

kan er veel vocht verdampen, waardoor het watertekort

ƒ Leidt langdurige droogte niet tot verdroging of

snel toeneemt. Ook de voorgeschiedenis is van belang:

schade aan de bebouwde omgeving, inclusief

als het ook eerder in het jaar droog was, loopt het tekort

groenvoorzieningen.

op. Wanneer de vraag naar water het natuurlijke aanbod overstijgt, ontstaat waterschaarste.

ƒ Is het landelijk gebied, landbouw- en natuurgebieden, bestand tegen langdurige droogte. ƒ Is de inrichting van de omgeving afgestemd op de

Voor de definitie van ‘extreme droogte’ kijken we naar

natuurlijke grondwaterstanden en zoetwater-

de ‘5% droogste jaren-lijn’ in de droogtemonitor van het

beschikbaarheid tijdens droogte, zodat er een balans

KNMI. Daarin geven zij aan wanneer het neerslagtekort

ontstaat tussen onttrekkingen en dat wat natuurlijk

valt onder de 5% meest droge jaren. Wanneer het

wordt aangevuld. Met natuurlijk bedoelen wij hier

neerslagtekort groter is dan deze 5% lijn, definiëren wij

een watersysteem waarbij geen technische ingrepen

de droogte als extreme droogte. Het is nog onduidelijk

zijn uitgevoerd, zoals pompen of waterinlaten.

hoe deze 5% lijn zich in de toekomst gaat vormen.

ƒ Is het effect van droogte op versnelde bodemdaling (veenoxidatie en zetting) zoveel mogelijk beperkt.

Droogte komt door klimaatverandering steeds vaker voor. We moeten ons daarop voorbereiden.

ƒ Is er bij extreme droogte voor de meest urgente functies zoetwater van de juiste kwaliteit beschikbaar. We volgen hierbij de landelijke verdringingsreeks. ƒ Zijn inwoners en bedrijven zich bewust van de noodzaak en nemen zij maatregelen om de effecten van droogte te beperkten.

Thema Droogte 16

3.5 Thema waterveiligheid: Schade beperken

In 2050:

Voor waterveiligheid hanteren we het principe van

ƒ Zijn de gevolgen van overstromingen beperkt.

meerlaagsveiligheid (MLV). Deze benadering werkt

ƒ Zijn de evacuatiemogelijkheden geoptimaliseerd.

in drie ‘lagen’. De eerste laag is preventie: het zoveel

ƒ Is veerkracht met betrekking tot de wederopbouw

mogelijk voorkomen van een overstroming.

vergroot.

De tweede laag richt zich op het realiseren van een

ƒ Zijn de incidentbestrijdingsplannen met betrekking

duurzame ruimtelijke inrichting. De derde laag zet in

tot overstromingen op orde en zijn de crisis-

op een betere (organisatorische) voorbereiding op een

beheersingsorganisatie opgeleid, getraind en

mogelijke overstroming (rampenbeheersing).

geoefend.

De regionale werkgroep Gevolgenbeperking en de provinciebrede werkgroep Overstromingen stellen in 2021 de definitie vast voor wanneer de regio overstromingsrobuust is. Deze werken zij uit in een redeneerlijn en een lijst van Vitale & Kwetsbare functies. Onderstaande doelen worden aan de hand van deze uitwerking nader aangevuld en geconcretiseerd.

Thema Waterveiligheid 17

4. 4.

Hoe bereiken we dit?

4.1 Ons streefbeeld Om ons streefbeeld werkelijkheid te maken hebben we een strategie opgesteld. Deze strategie beantwoordt de vraag: hoe gaan we dat doen? In dit hoofdstuk lichten we de zeven strategische sporen één voor één toe. Per spoor geven we aan wat onze eerste stappen zijn. Deze dienen als startpunt. In het uitvoeringprogramma dat op de RAS volgt, werken we nader uit wat we te doen hebben en hoe we het aanpakken.

18

De stad als spons

Leefbaarheid bij hitte Klimaatadaptieve landbouw-

Nieuwbouw- en herstructurering

en natuurontwikkeling

klimaatadaptief

Streefbeeld klimaatbestendige en waterrobuuste regio 2050

Gevolgbeperking

Versterken

Klimaatbewustzijn

klimaateffecten vitale en kwetsbare functies

natuurlijk (water)systeem

en handelingsperspectief bewoners en bedrijven

19

4.2 Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief De woonomgeving is gevoelig voor de gevolgen van

Waar gaan we nu mee aan de gang? De eerste stappen: ƒ We dragen bij aan een provinciebreed bouw-

klimaatverandering. Met voldoende water, minder

convenant, met daarin een programma van eisen

stenen en het juiste groen, kunnen we water- en

voor klimaatadaptief bouwen. Deze borgen we

droogteoverlast beperken en hittestress tegengaan.

in omgevingsvisies en omgevingsplannen.

Daarom gaan we voor klimaatadaptieve nieuwbouw

ƒ We verzamelen en delen kennis met betrekking

en herstructurering.

tot het slim stapelen van functies, waarbij woonopgaven worden gecombineerd met

Deze strategie geldt voor de nieuwbouw, stedelijke

klimaatadaptatie, gezondheid en biodiversiteit.

inbreidingsprojecten, herstructurering, renovatie en

ƒ We maken prestatieafspraken met de woning-

onderhoud. Ook de verbouwing van een particuliere woning is een aandachtspunt. Klimaatadaptieve

bouwcorporaties. ƒ We stimuleren en belonen vernieuwende

nieuwbouw- en herstructurering betekent dat ont-

concepten met betrekking tot klimaatadaptief

worpen wordt op basis van alle vier de klimaatthema’s.

bouwen.

Hierbij versterken we waar mogelijk andere opgaven, zoals de energietransitie en biodiversiteit. Zo leidt gebiedsontwikkeling niet tot extra klimaatopgaven, maar tot een positieve impuls aan ons leefklimaat. De kans op schade door extreem weer en overstromingen neemt af, bij hitte blijft de leefomgeving gezond en onze regio wordt mooier en aantrekkelijker.

Nieuwbouw- en herstructurering klimaatadaptief 20

Wat doen we al? ƒ Meerdere gemeenten experimenteren al met klimaatadaptieve maatregelen, zoals de gemeente Bunnik in de Engboogerd buurt en de gemeente Zeist in de wijk Kerckebosch. ƒ Het nieuw te ontwikkelen hoogstedelijke gebied ‘City West’ in Nieuwegein wordt volledig klimaatadaptief ingericht. Hiervoor heeft de gemeente normen voor opvang van piekbuien, hittestress, natuurinclusief bouwen, biodiversiteit en de aanleg van een groenblauw netwerk ontwikkeld die aan de gebiedspartijen worden meegegeven. Onderzocht wordt hoe het regenwater en huishoudelijk afvalwater volledig hergebruikt kan worden, bijvoorbeeld voor de groenvoorziening in droge perioden.

21

4.3 De stad als spons

Waar gaan we nu mee aan de gang?

De kans op wateroverlast door extreme buien neemt

De eerste stappen:

toe. Tegelijkertijd leiden de steeds langere periodes

ƒ We ontwikkelen richtlijnen voor het realiseren van

van droogte tot watertekort. Deze toename in ­extremen

de ‘stad als spons’.

vraagt om een andere aanpak in de bebouwde omge-

ƒ We ontwikkelen richtlijnen voor klimaatadaptief

ving. In plaats van water af te voeren, willen we het

(groen en blauw) bouwen in het provinciebrede

lokaal vasthouden en bergen om het beter te kunnen

bouwconvenant.

benutten in tijden van droogte: de stad fungeert als spons.

ƒ In ruimtelijke visies en programma’s (zoals omgevingsvisies en omgevingsplannen) borgen we voldoende ruimte voor klimaatadaptatie.

Bij de sponsfunctie gaat het met name om het vasthouden van water in de haarvaten van het systeem.

ƒ We stimuleren het ontstenen en vergroenen van particuliere terreinen.

Het gaat om het vergroenen van particuliere terreinen

ƒ We voorzien de openbare ruimte van meer groen.

(tuinen en daken), het afkoppelen van verhard opper-

ƒ We ontwikkelen plaatsen waar water kan infiltreren

vlak van gemengde riolering en ook over herinrichting

en vastgehouden kan worden zoals wadi’s en

van openbare ruimten zoals (school)pleinen, parken

grindkoffers in de ondergrond.

en parkeerplaatsen. Al deze ruimte samen vormt wel 70% van het oppervlak van het bebouwd gebied. Door dit oppervlak steeds meer te gebruiken om water vast te houden, zijn we in staat om wateroverlast door intensieve neerslag te beperken én de gevolgen van langdurige droge perioden beter te overbruggen. Door groen en water op deze manier te ontwikkelen en te verbinden, kunnen we wateroverlast en gevolgen van hitte en droogte in bebouwd gebied beperken en werken we bovendien aan natuurontwikkeling en

De stad als spons

vergroting van de biodiversiteit.

22

Wat doen we al? ƒ Veel gemeenten hebben subsidiemogelijkheden voor afkoppelen van hemelwater en aanleg van groene daken. Bij de inrichting van de openbare ruimte geven zij ook steeds vaker het goede voorbeeld. Zoals de groene daken op de bushokjes in Utrecht. ƒ De regio heeft van het Rijk een bijdrage ontvangen om in vijf typen wijken klimaatadaptieve maatregelen te nemen en te onderzoeken wat werkt.

23

4.4 Leefbaarheid bij hitte

Kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals ouderen en

Het wordt de komende jaren warmer en dat veroorzaakt,

(chronisch) zieken, zijn extra gevoelig voor hitte.

met name in bebouwd gebied, hittestress. Om dorpen

Deze strategie gaat er ook over dat we via lokale

en steden leefbaar te houden op warme dagen, is het

hitteplannen zorgen dat zij in hete periodes de

van belang dat we voldoende koele en schaduw plekken

benodigde extra aandacht krijgen.

hebben. Groen zorgt voor frisse lucht, schaduw en koelte. Bovendien beïnvloedt groen (op de juiste plekken) het

Waar gaan we nu mee aan de gang?

absorptie vermogen en de stralingswarmte van verhard

De eerste stappen:

oppervlak, waardoor bebouwd gebied ’s nachts sneller

ƒ We brengen het huidig aantal koelteplekken

afkoelt. De beschikbaarheid van groen dichtbij iedere

binnen de regio in kaart en bepalen de gewenste

woning draagt bij aan de leefbaarheid van de stad.

afstand tot en omvang van deze koelteplekken.

Ook schaduw gevende overkappingen en zonweringen dragen daaraan bij.

ƒ We identificeren de ontbrekende schakels in de huidige groen-blauwe netwerken van onze bebouwde omgeving en ontwikkelen plannen

Naast groen hebben we ook water nodig. Zwemwater brengt verkoeling op hete dagen. Water is nodig om de groenvoorzieningen in droge tijden groen te houden. We verbeteren de leefbaarheid van steden en dorpen

om deze in te vullen. ƒ We brengen de zwemwaterlocaties in de regio in beeld en bepalen of er genoeg zijn. ƒ We brengen in beeld in welke watergangen/

in hete perioden door het versterken van groen-blauwe

-partijen kwetsbaar zijn voor hitte.

netwerken binnen de bebouwde omgeving. Als deze

ƒ We zetten in op lokale hitteplannen per

netwerken ook verbonden zijn met de regionale groenstructuren komt dit de leefbaarheid, natuurontwikkeling en biodiversiteit ten goede.

gemeente. ƒ We ontwikkelen en delen kennis met betrekking tot een hittebestendige en droogtebestendige leefomgeving.

Leefbaarheid bij hitte 24

Wat doen we al? ƒ Een aantal van de gemeenten in onze regio heeft een lokaal hitteplan opgesteld om kwetsbare bevolkingsgroepen te beschermen tegen de hitte. ƒ Ook hebben enkele gemeenten ontwerprichtlijnen ontwikkeld om straten en wijken hittebestendig te maken.

25

4.5 Klimaatadaptieve landbouw- en natuur­ontwikkeling De gevolgen van klimaatverandering kunnen negatieve

Daarin willen we zoveel mogelijk aansluiten bij wat

effecten hebben op landbouw en natuur. Oogsten

er al gedaan wordt en de verbinding zoeken met de

kunnen bijvoorbeeld mislukken en de natuur kan

andere thema’s die spelen in de landbouw.

schade ondervinden door bijvoorbeeld verdroging en natuurbranden.

Wij realiseren ons dat wij als overheden niet de initiatiefnemer zijn voor deze strategie.

We willen dat natuur zo goed mogelijk bestand is tegen

Maar wij willen graag samen met de betrokken

de effecten van klimaatverandering. Bestaande natuur

partijen aan de slag om een klimaatadaptieve

is vooral gebaat bij het vasthouden van water.

landbouw en natuur te ontwikkelen.

Nieuwe natuur kunnen we klimaatadaptief aanleggen met vegetatie die bestand is tegen droogte en natuur-

Waar gaan we nu mee aan de gang?

branden. We behouden (natte) natuur en verbinden

De eerste stappen:

natuur met andere groen/blauwe structuren die tot in

ƒ We zoeken de samenwerking met agrarische

het stedelijk gebied doorlopen. De nieuwe natuur draagt

collectieven om van elkaar te leren en elkaar te

op die manier bij aan de opgaves in het stedelijk gebied.

inspireren om klimaatadaptieve landbouw te

We combineren meerdere functies, van waterberging en

bevorderen.

recreatie, tot het behoud van de biodiversiteit.

Klimaatadaptieve landbouwen natuurontwikkeling

ƒ We onderzoeken hoe een klimaatbestendig

De landbouwsector maakt momenteel een transitie naar

bodem- en watersysteem eruit ziet en wat de

duurzaamheid door. Onderdeel van die transitie is het

draagkracht is.

anticiperen op de klimaatverandering. In de toekomst

ƒ We stimuleren het vasthouden van water.

bepalen klimaatomstandigheden in steeds grotere mate

ƒ We stimuleren de aanleg van klimaatadaptieve

of en hoe de landbouwsector gebruik kan maken van

natuur en het behoud van de klimaatbestendige

de bodem en het watersysteem. Door te kiezen voor

(natte) natuur.

bepaalde gewassen en teeltsystemen, kunnen boeren en tuinders beter inspelen op het veranderende klimaat.

ƒ We brengen de risico’s op natuurbranden binnen de regio in kaart.

26

Wat doen we al? In het Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld, gemeente Woerden, werken boeren samen met onderzoeksinstellingen en overheden aan een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw in het veenweidegebied. De grondgebonden landbouw is een belangrijke drager van dit cultuurlandschap. Maar de veenweidegebieden zijn kwetsbaar. Er komt een veelheid aan ontwikkelingen en daarmee samenhangende vragen samen in dit gebied. Dat vraagt om een integrale aanpak van de problematiek en een gezamenlijk zoeken naar oplossingsrichtingen.

27

4.6 Gevolgbeperking klimaateffecten vitale en kwetsbare functies

ook expliciet aandacht gevraagd voor het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de vitale

Bepaalde processen en functies zijn zo belangrijk

en kwetsbare functies met betrekking tot de andere

dat ze de term ‘vitale en kwetsbare functies’ hebben

klimaatthema’s: hitte, droogte en wateroverlast.

gekregen. Uitval of verstoring van deze basisfuncties door bijvoorbeeld een overstroming leidt tot ernstige

Waar gaan we nu mee aan de gang?

maatschappelijke ontwrichting en vormt een bedreiging

De eerste stappen:

voor de nationale veiligheid. Door de extreme weers-

ƒ In 2021 bepalen we onze ambitie met betrekking

omstandigheden de komende jaren neemt de kans

tot gevolgbeperking overstromingen: wanneer

op zulke maatschappelijke ontwrichtingen toe.

vinden wij onze regio overstromingsrobuust? En wie is verantwoordelijk voor wat?

We willen dat onze netwerken nu en in de toekomst bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering.

kwetsbaarheden in beeld met betrekking tot hitte,

Het functioneren van de maatschappij hangt nauw

droogte en wateroverlast.

samen met het functioneren van het elektriciteitsnet, ICT-voorzieningen, infrastructuur, gezondheidszorg, voedselvoorziening en de waterhuishouding.

de regio bekend. ƒ Inwoners en bedrijven zijn zich in 2023 bewust van de noodzaak en nemen uiterlijk in 2030 maatre-

samenwerking is dus essentieel.

gelen om de gevolgen van overstromingen te

Om de maatschappij veilig te laten functioneren, hebben

beperken. ƒ Nieuwe ontwikkelingen zijn uiterlijk in 2030

tegen deze extreme weersinvloeden.

overstromingsrobuust en vitale en kwetsbare

Mocht het toch misgaan, dan zetten we in op snel hers-

functies zijn uiterlijk in 2030 klimaatbestendig en

tel. In de Intentieverklaring Meerlaagsveiligheid Utrecht

waterrobuust.

(2018) hebben partners in de hele provincie Utrecht

vitale en kwetsbare functies

ƒ In 2022 zijn de gevolgen van een overstroming in

Hier zijn veel verschillende partijen bij betrokken en

onze basisfuncties en structuren bescherming nodig

Gevolgbeperking klimaateffecten

ƒ In 2021 zijn voor vitale en kwetsbare functies de

ƒ In 2030 is er beleid voor bestaande bouw

afgesproken hiervoor een aanpak voor gevolgbeperking

ontwikkeld, geprioriteerd aan de hand van de

overstromingen uit te werken. Naast dit thema is in het

Vitaal&Kwetsbaar-lijst.

Deltaprogramma 2021

28

Wat doen we al? We maken door dijkversterking momenteel de Lekdijk klimaatbestendig, met als doel het voorkomen van overstromingen, het vergroten van de biodiversiteit op en langs de dijk en het versterken van beleving van landschap en water.

29

4.7 Versterken natuurlijk (water)systeem

We streven naar het vasthouden van water in de haar-

We verwachten een toename van de kans op water-

vaten van het watersysteem. We voorkomen daarmee

overlast als gevolg van frequentere en intensievere

snelle afspoeling en vergroten de ­i­nfiltratie. Hiermee

buien. Dit kan onder andere resulteren in modder-

werken we tegelijkertijd aan de vergroting van de grond-

stromen of overstorten met negatieve gevolgen voor

watervoorraad en de beschikbaarheid van water.

de waterkwaliteit.

Zodoende dragen we bij aan de biodiversiteit en voor-

Tegelijkertijd verwachten we ook meer periodes van

komen we versnelde bodemdaling. Daarnaast kan het

extreme droogte, waardoor een te kort aan zoet water

versterken van het natuurlijke watersysteem uitstekend

ontstaat voor de verschillende functies die er zijn.

samengaan met aandacht voor een gezondere bodem.

De combinatie van minder neerslag en hogere

Een gezonde bodem kan meer water opnemen en

verdamping betekent dat er minder water beschikbaar

vasthouden, wat leidt tot aanvulling van grond-

komt vanuit de strategische grondwatervoorraden in ons

watervoorraden.

gebied. Onttrekking, zoals drinkwaterwinning, heeft hier ook effect op.

Waar gaan we nu mee aan de gang? De eerste stappen:

Dit vraagt om aanpassingen in ons regionale water-

ƒ We identificeren de locaties in het regionaal water-

en grondwaterbeheer. We streven naar een natuurlijk,

systeem waar meer ruimte voor buffering van water

robuust en veerkrachtig (grond) watersysteem, dat

gewenst is.

pieken kan opvangen in natte en droge perioden. We werken in de regio aan een watersysteem dat in

knelpunten ten aanzien van waterbeschikbaarheid.

balans is. Dit betekent dat we nu en in de toekomst

ƒ We onderzoeken hoe een klimaatbestendig bodem-

blijven werken aan droge voeten en voldoende

en watersysteem eruit ziet en wat de draagkracht is.

(kwalitatief goed) water, op een manier die past bij

ƒ We onderzoeken de ecologische kwaliteit van het

de klimaatextremen. Wanneer er in de toekomst een

stedelijk water door middel van ecoscans en hoe we

overschot aan water in de stedelijke gebieden is, dan

deze kunnen verbeteren.

zorgen we ervoor dat er zowel binnen als buiten de stad

Versterken natuurlijk watersysteem

ƒ We onderzoeken en agenderen de kansen en

ƒ We denken mee met lopende trajecten om drink-

buffers beschikbaar zijn waarin we het overtollige water

waterwinning zodanig vorm te geven dat de winning

kunnen opvangen.

het natuurlijke watersysteem in stand houdt.

30

Wat doen we al? ƒ Onder de naam ‘Blauwe Agenda’ zijn afspraken gemaakt om problemen door watertekorten én wateroverlast in en rondom Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug aan te pakken. ƒ In de Gooyerwetering houden we gebiedseigen water langs de flank van de Utrechtse heuvelrug langer vast, zodat het in droge tijden benut kan worden. ƒ Gemeente Houten vindt vitaal en aantrekkelijk oppervlaktewater in het stedelijk gebied belangrijk. Daarom verwijderen gemeente en waterschap exotische woekerende planten en vervangen zij beschoeiingen door natuurvriendelijke oevers.

31

4.8 Klimaatbewustzijn en handelings­ perspectief bewoners en bedrijven Om onze regio aan te passen aan de gevolgen van

Waar gaan we nu mee aan de gang? De eerste stappen: ƒ We zoeken de samenwerking met onze stake-

klimaatverandering, hebben we als ­partners van het

holders, om bewoners en bedrijven in beweging

Netwerk Water en Klimaat de hulp nodig van b­ ewoners,

te krijgen.

bedrijven, ondernemers en ­maatschappelijke

ƒ Vanuit het netwerk ondersteunen wij overheden

organisaties. We willen hun klimaatbewustzijn

bij het vergroten van het bewustzijn van

vergroten. We hebben daarbij een positieve boodschap:

inwoners met behulp van communicatietools.

een groene woon- en werkomgeving vergroot de leefbaarheid en maakt onze regio mooier. Met gerichte communicatie en het samenwerken aan

ƒ We stimuleren het samenwerken en van elkaar leren door onder andere inspiratiesessies. ƒ We ondersteunen onze partners bij het

voorbeeldprojecten maken we hen bewuster van de

verankeren van inwonersparticipatie in het

noodzaak en van de kansen die het voor hen oplevert.

beleid en handelen.

Denk bijvoorbeeld aan groene ruimten rond bedrijven, groene en toch onderhoudsarme tuinen en groene

ƒ We monitoren de resultaten van activiteiten en campagnes.

daken. Het vergroten van het klimaatbewustzijn leidt niet alleen tot directe acties in tuinen en op daken. Het bewustzijn geeft ook inspiratie bij bewoners en ondernemers om meer milieubewust te handelen en te leven. En hiermee ook op een gezamenlijk gezonde en meer leefbare regio.

Klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bewoners en bedrijven 32

Wat doen we al? ƒ Meerdere gemeenten in onze regio hebben de afgelopen jaren de ‘April Actiemaand’ georganiseerd. In samenwerking met tuincentra hebben we activiteiten opgezet om bewoners bewust te maken van het belang en de meerwaarde van een groene tuin en hen te stimuleren om hun tuin te vergroenen. Denk hierbij aan acties als ‘tegel eruit, plant erin’. ƒ De gemeenten Woerden, De Bilt, Zeist en Utrechtse Heuvelrug gebruiken de tool ‘Staat van je straat’. Deze tool geeft inzicht hoe klimaatbestendig het stedelijk gebied is. Woerden heeft onderzocht hoeveel extra kroonoppervlak per wijk nodig is voor voldoende schaduw.

33

5. 5.

Het vervolg, samen aan de slag!

5.1 Het vervolg In de voorgaande hoofdstukken hebben we kansen en kwetsbaarheden in de regio beschreven. En vooral ook de wijze waarop we een vervolg willen geven aan onze ambitie om gezamenlijk tot een klimaatbestendige en waterrobuuste regio te komen. De zeven strategische sporen zijn hierin de leidraad om onze doelstellingen te bereiken.

34

5.2 Hoe gaan we nu verder? ƒ We werken samen met onze partners en betrok­

Dit doen we door het (verder) vormgeven van de risico-

kenen verder aan het uitwerken en vormgeven

dialogen op regionaal en lokaal niveau. We zijn al in

van onze strategieën.

dialoog met maatschappelijke organisaties zoals LTO,

ƒ We werken aan risicodialogen en een regionaal uitvoeringsprogramma. ƒ We zien de RAS als basis voor lokaal beleid, waar­binnen wij elkaar stimuleren.

de natuurorganisaties, drinkwaterbedrijven, tuinbranche en terreinbeheerders. Deze dialoog blijven we voeren om onze strategie te versterken en richting concrete uitvoering te brengen.

ƒ Wij monitoren gezamenlijk de voortgang op ons werk.

Wij willen bijvoorbeeld graag met terreinbeherende organisaties werken aan groen-blauwe verbindingen,

Onderstaand geven we een beeld van het vervolg op

klimaatbuffers en het klimaatbestendig maken van onze

deze RAS langs bovengenoemde lijnen.

bossen. We willen graag met de agrariërs de mogelijkheden en kansen bespreken van klimaatadaptieve

5.3 We ontwikkelen onze strategieën samen met onze partners

landbouw. Met de drinkwatersector kijken we hoe we de strategische grondwatervoorraden optimaal kunnen

De RAS is niet een eindproduct, maar vooral het begin

beschermen. En met de woningbouwcorporaties,

van gesprekken met de stakeholders in het gebied.

ontwikkelaars en aannemers werken we aan een bouw-

We hebben maatschappelijke organisaties, bedrijven,

convenant. We stimuleren bewoners, maatschappelijke

bewoners en het Rijk nodig om de regio klimaat-

organisaties en bedrijven om mee te investeren in een

bestendig en waterrobuust te maken. We willen samen

klimaatbestendige regio. Daarnaast willen we klimaat-

aan de slag. We zoeken daarom actief de samenwerking

adaptatie een integraal onderdeel laten uitmaken van

en zetten in op participatie.

andere thema’s in ons gebied, zoals de energietransitie en de economisch regionale ontwikkeling. Hiervoor leggen we verbindingen met onder andere de RES en de REP.

35

5.4 We werken aan een regionaal uitvoerings­ programma

5.5 De RAS als basis voor lokaal beleid De RAS en het regionale uitvoeringsprogramma

De RAS is een lange termijn plan, met een visie voor

verbinden regionale klimaat- en wateropgaven en

2050. Dat lijkt ver weg, maar is daarmee niet vrij­

bieden een basis voor lokaal, gemeentelijk beleid en

blijvend.

voor lokale adaptatiestrategieën (LAS). De partners gaan hiermee zelf verder aan de slag. Binnen het

Klimaat- en waterrobuust inrichten moet een vanzelf-

Netwerk Water & Klimaat leren en stimuleren we

sprekend onderdeel worden van ruimtelijke plannen.

elkaar hierbij.

Om hieraan handen en voeten te geven, werken we vanaf medio 2020 aan een gezamenlijk regionaal

Figuur 1 geeft aan hoe deze RAS en de overige

uitvoeringsprogramma. Hierin vertalen we de lange

producten zoals de LAS en regionale en lokale

termijn visie en strategieën van de RAS naar een

uitvoeringsagenda’s zich tot elkaar verhouden.

uitvoeringsprogramma voor de komende vijf jaar. Dit programma krijgt vervolgens ieder jaar een kort-

5.6 Wij monitoren de voortgang

lopend, flexibel uitvoeringsplan met daarin concrete

Wij monitoren regelmatig, zodat we actueel en flexibel

maatregelen en acties. De kortlopende plannen creëren

kunnen zijn. Hoe we precies gaan monitoren, bepalen

de mogelijkheid om bij te sturen en in te spelen op

we in het uitvoeringsprogramma. We monitoren niet

nieuwe inzichten, knelpunten en politieke ontwikke-

alleen de voortgang, maar ook nieuwe ontwikkelingen.

lingen. We gaan aan de slag langs verschillende lijnen.

Al doende leren we en waar nodig sturen we bij.

We ontwikkelen icoonprojecten, fysieke maatregelen en nieuw beleid om klimaatadaptatie te borgen. We starten onderzoek en kennisuitwisseling en we stimuleren bedrijven en inwoners bij klimaatadaptieve activiteiten. Het regionaal uitvoeringsprogramma is de basis voor eventuele subsidieaanvragen (bijvoorbeeld

figuur 1

de impulsregeling klimaatadaptatie).

36

Colofon Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Gemeente Lopik

Gemeente Wijk bij Duurstede

Marcel Wijstma

Nico Vennema

Andre Vervoort

Tom Overgaauw Provincie Utrecht

Gezamenlijk vormen zij het Netwerk Water & Klimaat. Gemeente Montfoort

Gemeente Woerden

Martijn van Buuren

Lotte Versteeg

Ida Philip Veiligheidsregio Utrecht

De Regionale Adaptatie Strategie (RAS) is door 17 overheden opgesteld in een interactief proces. Het Netwerk Water & Klimaat bestaat uit 14 gemeenten, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Provincie Utrecht en Veiligheidsregio Utrecht.

Gemeente Nieuwegein

Gemeente Zeist

Robbin Knuivers

Jan Cornelis van der Vliet

Gemeente Oudewater

Netwerk Water& Klimaat

Arij Groenendaal

Laura Huigens

Kaarten

Koen te Velde

KNMI - rapport CRA/HDSR

Elsbeth Beeke Gemeente Bunnik Erik Blommaart Gemeente Stichtse Vecht Gemeente De Bilt

Malou ten Have

Meymet Seyman

Herbert Bos, AT Osborne Gemeente Utrecht

Gemeente Houten

Ruud Koch Gemeente Utrechtse Heuvelrug

Jorn Klaver

Janine Buijs, AT Osborne

Foto’s Sjon Heijenga, Menno Bausch, Nanda Sluijsmans, HDSR, ©Snappy.nl, Veenweiden Innovatiecentrum - Louis Bolk Instituut Streefbeeld en tekeningen

Richard Zwartenkot Gemeente IJsselstein

Redactie

Annemarie ter Schure

BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling Opmaak Dorine Epping - buitenruimte.nu tekstversie 4 en 18 november 2020 november 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9599139/1