1.1 Evaluatie Thuiszittersaanpak
Tekst van het document
Thuiszittersaanpak Lekstroom 2017 – 2020 Resultaten, conclusies en borging 1. Inleiding De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben samen met de drie ministeries (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Veiligheid en Justitie) op 13 juni 2016 het landelijk Thuiszitterspact (bijlage 1) gesloten. Daarin is de ambitie dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg vastgelegd. Aanleiding voor de totstandkoming van het Thuiszitterspact is dat nog te veel kinderen geen passend onderwijs volgen en vaak tussen wal en schip vallen. Elk kind heeft recht op onderwijs. Met het pact werden samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en gemeenten opgeroepen om met andere partners sluitende afspraken te maken om het aantal thuiszitters (kinderen die zonder geldige reden meer dan 4 weken verzuimen van school of niet ingeschreven staan bij een school) en kinderen met een vrijstelling van de leerplichtwet omlaag te brengen. Preventie, samenwerken met de zorg en andere ketenpartners, diversiteit in het aanbod en maatwerk voor kinderen moesten daar onderdeel van uitmaken. Deze afspraken worden gemonitord via het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs en de jaarlijkse leerplichttelling. Er werd een landelijk aanjager (Marc Dullaert) benoemd.
Er is een werkgroep Thuiszitterspact Lekstroom ingesteld met als doel om vast te stellen wat al goed ging in werkprocessen en afstemming rondom leerlingen en welke ontwikkelpunten er waren. Zo bleek er in ieder geval sprake van ‘verborgen thuiszitters’ en hiaten in de samenwerking. De werkgroep, bestaande uit medewerkers van GGDRU, de samenwerkingsverbanden PO en VO en de vijf gemeenten, heeft de ambitie van het landelijk Thuiszitterspact aangescherpt en per thema input geleverd vanuit de verschillende disciplines. Zo is de Thuiszittersaanpak Lekstroom 2017-2020 (zie bijlage 2) met activiteiten ontstaan. Deze aanpak richtte zich voornamelijk op het PO en VO en niet op het MBO. Dit is belegd bij de bovenregionale School-Werkt Agenda. De looptijd van de Thuiszittersaanpak Lekstroom is bijna verstreken (31-12-2020) waardoor we de balans willen opmaken. In deze evaluatie wordt aangegeven hoe we hebben getracht aan de ambitie te voldoen en wat de behaalde resultaten zijn op de vooraf gestelde doelen. De notitie wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen voor de voortgang en borging van de aanpak vanaf 2021.
2. Ambitie en doelen Ambitie: In het landelijk Thuiszitterspact is de ambitie gesteld dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Deze ambitie is voor regio Lekstroom aangescherpt:
1
In 2020 zit ieder kind binnen zes weken op een passende plek binnen onderwijs en/of zorg. Het is de crux om met elkaar zo snel mogelijk te achterhalen wat in welke situatie passend is en daar uitvoering aan te geven. Hiervoor is het van belang om maatwerk te leveren binnen een sluitend systeem. Hoofddoelen: De hoofddoelen die we met de aanpak beoogden waren: Het aantal thuiszitters (zowel geoorloofd als ongeoorloofd) wordt verlaagd. Het aantal vrijstellingen van onderwijs wordt verlaagd. Subdoelen: Om de hoofddoelen te kunnen bereiken was het nodig om actiepunten te benoemen en uit te voeren. In diverse sessies met vele betrokkenen uit het veld zijn de belangrijkste hiaten in de lokale praktijk naar boven gekomen. Deze zijn omgezet in actiepunten en de actiepunten hebben we geclusterd per subdoel. De subdoelen die we nastreefden waren:
De preventie wordt verbeterd Voor een passende onderwijs/zorg plek voor ieder kind wordt gezorgd De route naar vrijstellingen wordt verbeterd De verbinding met een jeugdhulpinstelling met verblijf wordt verbeterd
3. Aanpak in Lekstroom De ambitie, hoofddoelen en aanpak langs subdoelen is na intensieve uitwisseling door de belanghebbende partijen vastgelegd in een hoofdlijnennotitie (bijlage 2). Deze is in 2017 besproken in het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) tussen onderwijs en gemeenten. Na de overeenstemming werd er een Kerngroep Thuiszittersaanpak ingesteld met deelnemers uit alle geledingen. De aanpak werd gestart en geleid door een coördinator/aanjager. Er werd een Convenant opgesteld dat door alle vijf de colleges en de samenwerkingsverbanden op 8 maart 2018 is ondertekend. Hiermee heeft iedere deelnemende organisatie zich gecommitteerd om zich volledig in te spannen voor verbetering van de situatie. Tevens is de Thuiszittersaanpak benoemd als een opdracht in de Samenwerkingsagenda Sociaal Domein Lekstroom met zowel een ambtelijk als bestuurlijk opdrachtgever. De projectleider hield zicht op de voortgang van de activiteiten, was gespreksvoerder bij de diverse betrokken organisaties, zowel op management-, beleids- als uitvoerend niveau, informeerde over de voortgang en organiseerde diverse bijeenkomsten. Het centrale platform waar de algemene voortgang werd besproken was het REA (regionale educatieve agenda), het regionale overleg tussen wethouders Onderwijs en de directeuren/bestuurders van de samenwerkingsverbanden.
In 2019 heeft er een gemeentelijke herindeling plaatsgevonden. Gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan vanuit de gemeenten Vianen met Leerdam en Zederik. Vijfheerenlanden heeft besloten deel te nemen aan de Thuiszittersaanpak Lekstroom. Naast uitbreiding van woonplaatsen en scholen betekende dit ook uitbreiding van samenwerkingsverbanden.
2
4. Resultaten Bij de start van de Thuiszittersaanpak Lekstroom hebben we onze ambities vastgelegd op basis van landelijke voorbeelden en voortschrijdend inzicht. Hier hebben we wenselijke acties aan verbonden. Er zijn veel resultaten behaald met het uitvoeren van de acties, maar thuiszitters en vrijstellingen zijn niet te voorkomen. Dit is tevens een landelijk beeld. Toen we startten was nog niet goed te overzien hoe complex en weerbarstig de praktijk van het thuiszitten is. We kwamen er al snel na de start achter dat we niet alleen te maken hadden met veel verborgen thuiszitters die bij de samenwerkingsverbanden en bij leerplicht niet duidelijk in beeld waren. Dit kwam door een gebrek aan eenduidige werkwijzen voor leerplicht, de scholen en de sociale teams van de Lekstroom, maar bijvoorbeeld ook omdat we te maken hebben met een grote spreiding aan scholen waar kinderen uit de Lekstroom heen gaan, die weer te maken hebben met diverse samenwerkingsverbanden en JGZ-afdelingen, ieder met een eigen dynamiek. We ontdekten tevens dat een relatief groot deel van budget Jeugdhulp werd besteed aan thuiszitters en jeugdigen met vrijstelling, terwijl het over een relatief kleine groep kinderen gaat. Een belangrijke factor die de aanpak lastig maakt is de diversiteit aan wetten die bij het thuiszitten betrokken zijn.
Denk aan de wet Passend Onderwijs, de Leerplichtwet, de Jeugdwet, de wet Publieke Gezondheid en de wet Langdurige Zorg, allen met een andere geldstroom. De beweging in de goede richting is echter in gang gezet. Hieronder volgen de behaalde resultaten voor zover deze concreet weer te geven zijn. Er is een verdeling gemaakt in ‘resultaten op de hoofddoelstellingen’ en ‘resultaten op de subdoelstellingen’, zowel in cijfers als in toelichting. Het resultaat op de ambitie dat een kind binnen zes weken een passende plek moet hebben, dus de duur van het thuiszitten, blijkt niet meetbaar. Er zijn geen betrouwbare gegevens te leveren (dat werd dit voorjaar ook door een landelijke commissie over evaluatie van de thuiszittersaanpak aangegeven).
4.1 Resultaten op de hoofddoelen
Bovenstaande grafiek geeft het verloop van het aantal vrijgestelde jongeren weer die om lichamelijke of psychische redenen vrijgesteld worden van onderwijs. De vrijstelling wordt altijd voor de duur van een jaar afgegeven en geëvalueerd voor verlenging. Uit deze grafiek is af te lezen dat het aantal 3
vrijstellingen in de Lekstroom nagenoeg gelijk is gebleven, terwijl de Lekstroom in de tussentijd is gegroeid met de gemeenten Zederik en Leerdam. Wat niet uit deze grafiek blijkt is dat vrijstellingen beter worden gemonitord en er altijd een multidisciplinair overleg wordt gevoerd voor afloop van het jaar om eventuele schoolgang te bespreken. De gemiddelde looptijd van vrijstellingen is verkort. In paragraaf 4.2.3 wordt nader ingegaan op vrijstellingen.
Deze grafiek laat zien dat er een daling is in het aantal langdurig verzuimers ten opzichte van het schooljaar 2018-2019, wat een goed resultaat is. Het aantal fluctueert overigens gedurende het jaar. In schooljaar 2017-2018 was het aantal geregistreerde langdurig verzuimers aanzienlijk lager. Tijdens de uitvoering van de Thuiszittersaanpak bleek dat verzuim (thuiszitten) niet altijd of niet tijdig wordt erkend en gemeld en dus geregistreerd. Dit heeft diverse oorzaken, zoals de grilligheid van de problematiek van de leerling en daarmee het thuis zitten, maar ook gebrek aan kennis, verschil in interpretatie of verschil in werkwijze van de wisselende betrokken professionals in een casus. Want is een kind dat ingeschreven staat op school, maar bijvoorbeeld drie dagen per week niet naar school gaat, maar naar een zorginstelling wel of geen thuiszitter? Gedurende de looptijd van het project is hier meer eenheid in gekomen waardoor de aantallen soms opliepen in de registratie, terwijl deze aantallen in de praktijk altijd al bestonden. Hieraan is gewerkt via acties op deelvragen. Hieronder volgen de daarop behaalde resultaten. In bijlage 3 zijn de behaalde resultaten op gemeente-niveau weergegeven.
4.2 Resultaten op de subdoelen
4.2.1 De preventie wordt verbeterd Ten aanzien van preventie zijn er een aantal concrete acties verricht. Zo zijn er eerst enkele analyses uitgevoerd om beter inzicht te krijgen in de situatie en die als vertrekpunt konden dienen voor verdere acties. Denk aan een overzicht van jeugdhulpmiddelen gekoppeld aan scholen, analyse vanuit de jeugdhulp naar kinderen met dagbesteding en deze lijst te vergelijken met de leerlichtgegevens. Ook is bij de start een ronde gemaakt langs alle (uitvoerende) teams van de betrokken organisaties en het onderwijs om hen te informeren over de aanpak in Lekstroom. Sociale teams is nadrukkelijk gevraagd niet direct te handelen op verzoek van ouders wanneer ze een dagbesteding onder schooltijd willen, maar altijd ouders te verwijzen naar het onderwijs, want zij hebben zorgplicht rond onderwijs. 4
Bovendien is een rapportageformat ontwikkeld waarin de aantallen thuiszitters en vrijgestelden 2maandelijks worden bijgehouden op gemeenteniveau. Zo is er overzicht. Deze aantallen zijn gebaseerd op de meldingen van scholen die worden geregistreerd door de gemeentelijke administratie en gedeeld met het ministerie. Maandelijks worden de leerlingen van gemeente en SWV met elkaar vergeleken en opmerkelijke verschillen worden geanalyseerd en besproken met de melders of behandelaars, zoals leerplicht en sociaal team. Twee maal per jaar maakt het SWV-VO een ronde langs alle scholen om de thuiszitters te bespreken. Ook het SWV-PO bespreekt regelmatig tijdens de IB-gesprekken de (mogelijke) thuiszitters. Zogenaamde ‘verborgen thuiszitters’ worden zo blijvend opgespoord. Een ander resultaat is de ontwikkeling van een uniek gezamenlijk Verzuimprotocol Lekstroom. Dit protocol bestaat uit 3 stroomschema’s die de te volgen route beschrijven met betrekking tot: - geoorloofd verzuim (ziekte o.a.), - ongeoorloofd verzuim - vrijstelling van onderwijs / aanpassingen in onderwijstijd. Het protocol is eenvoudig en eenduidig voor alle partijen die betrokken zijn bij de handelingen in het stroomschema. Het Verzuimprotocol wordt jaarlijks aangepast en is positief ontvangen.
Er is extra aandacht besteed aan de implementatie en gebruik en dit wordt gecontinueerd, zo is er de afspraak dat leerplichtambtenaren, leden van sociaal teams, jeugdgezondheidsmedewerkers en het onderwijs bij start van het nieuwe schooljaar, een gesprek met elkaar aangaan om het verzuimprotocol weer scherp op het netvlies te krijgen en correct te gebruiken. “Ik zie de stroomschema’s bij veel zorg coördinatoren en IB-ers op het prikbord hangen” Een derde actie betreft de Verwijsindex Jeugd. Deze is landelijk ingevoerd in 2011 en verankerd in de wet op Jeugdhulp 2015. Deze Verwijsindex wordt gecoördineerd door de GGD (jeugdgezondheidszorg) en elke gemeente heeft een eigen beheerder. Doel van de Verwijsindex is het voorkomen dat meerdere professionals met een jeugdige of gezin werken zonder dat men dat van elkaar weet. Bij de aanscherping van de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2019) is ook een link gelegd met de Verwijsindex. Mede door de Thuiszittersaanpak Lekstroom zijn er diverse acties ondernomen om het gebruik van de Verwijsindex te bevorderen, zoals: - Verwijsindex beter te integreren in sociale teams - meer organisaties (zorgaanbieders, scholen etc.) aan te sluiten op de Verwijsindex - voorlichting te geven aan zorgcoördinatoren en intern begeleiders van scholen.
Ondanks dat het gebruik van de Verwijsindex in de regio hoog is vergeleken met andere regio’s in de provincie Utrecht blijft het aantal meldingen vanuit het onderwijs laag.
4.2.2 Een passende plek voor alle kinderen Het vinden en behouden van een passende plek voor alle kinderen is complex. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat elk kind uniek is en het systeem rond een kind ook. Maatwerk is daarom noodzakelijk. Bij de start van de Thuiszittersaanpak zijn er diverse analyses gemaakt om inzicht te krijgen in welke kinderen niet naar school gaan en waarom niet, waar de kinderen naar school gaan, welke Jeugdhulp zij evt. ontvangen (en of de inschrijvingen op scholen nog wel correct zijn), hoeveel en welke jeugdhulp er nog meer is in deze gezinnen en welke uitgave Jeugdhulp er is per school of per vrijgestelde leerling. Deze analyses gaven ons het inzicht waar de hiaten zitten, enerzijds in het proces rondom het vinden van de passende plek en ondersteuning en anderzijds in het aanbod. 5
Hierop zijn een aantal ontwikkelingen in gang gezet die we grofweg in vier acties kunnen verdelen die we hieronder nader omschrijven; 1. Verbeteren samenwerking tussen partijen 2. Een regionaal aanspreekpunt leerplicht 3. Ontwikkeling van OZA-beleid en OZA’s 4. Zorgplicht van de scholen 1. Verbeteren samenwerking Wanneer diverse organisaties, werkend vanuit een eigen visie, expertise en belang, volgens diverse wetten tot een gezamenlijk besluit moeten komen over een passende plek voor een kind ontstaat er vaak ruis. Binnen de Thuiszittersaanpak is gewerkt aan het wegnemen van deze ruis. In eerste instantie is met alle partijen afzonderlijk gesproken over de bevindingen van de analyses, ten behoeve van bewustwording, maar ook om ervaringen en wensen van medewerkers te vergaren. Deze gespreken hebben meerdere keren plaatsgevonden, in diverse samenstellingen. Iedere organisatie heeft hierop de eigen werkprocessen aangepast en men weet elkaar steeds beter te vinden. Met het voorkomen en het terugdringen van het aantal thuiszitters zijn verschillende partijen betrokken: De ouder(s) heeft/hebben een inspanningsverplichting om samen met school te zorgen dat hun kind onderwijs volgt.
De school waar een leerling ingeschreven staat heeft zorgplicht voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, zij kunnen ondersteund worden door diverse externe partners, denk hierbij aan jeugdgezondheidszorg/GGD en sociaal team. Het samenwerkingsverband heeft als belangrijkste verantwoordelijkheid het organiseren van passend onderwijs. Het terugdringen van het aantal thuiszitters en voorkomen dat er kinderen thuis komen te zitten, vormt een belangrijke indicator voor passend onderwijs en dus van de samenwerkingsverbanden. De leerplichtambtenaar van de gemeente waarin de thuiszitter woont ziet er op toe dat leerplichtige leerlingen ingeschreven worden op een school, naar school gaan en naar school kunnen. De onderwijsinspectie belt met de melder en de school. Als er geen school bij betrokken is, bellen ze met het samenwerkingsverband. De Onderwijsinspectie lost zelf geen thuiszitterssituaties op, maar spreekt scholen en samenwerkingsverbanden aan op hun verantwoordelijkheid. De onderwijsconsulenten van het samenwerkingsverband zijn onafhankelijke deskundigen die scholen adviseren over leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben of over leerlingen die langer dan 4 weken thuis zitten zonder uitzicht op een passende plek. “Gesprekken over thuiszittende leerlingen vinden nu vrijwel altijd multidisciplinair plaats, dit werkt!” 2.
Regionaal aanspreekpunt Leerplicht Leerplicht is lokaal georganiseerd. De leerplichtambtenaren werken op basis van de Leerplichtwet, maar een gemeentelijke invulling is onvermijdelijk. Uit de analyses en bevindingen aan het begin van het project kwam naar voren dat deze verschillen belemmerend werken in het terugdringen van thuiszitters en vrijstellingen. Om de werkwijze van de vijf teams van Leerplicht meer uniform te maken is ervoor gekozen om een regionale coördinator voor leerplicht m.b.t. thuiszitters aan te stellen. Deze persoon (0,2 fte) fungeert als vraagbaak bij (complexe) casussen, signaleert onregelmatigheden in aanpak en bespreekt deze casuïstiek met de betrokkenen leerplichtambtenaren en is aanspreekpunt voor de samenwerkingsverbanden en andere betrokken partijen voor vragen.
6
“Deze samenwerking is onmisbaar om thuiszittende leerlingen in beeld te hebben” Besloten is om deze functie als definitieve uitbreiding te continueren omdat er nog niet uniform binnen de Lekstroomgemeenten wordt gewerkt. Het verzuimprotocol wordt verschillend geïnterpreteerd. De verschillen zijn soms niet alleen per gemeenten maar ook binnen de gemeente is er verschil van interpretatie. Er is sprake van onregelmatigheden in de uitvoering en behoefte aan ondersteuning (zie ook hieronder onder punt 3 en 4). Vanuit het project is er tevens ingezet op meer lokale bewustwording van het belang van een goed werkend team Leerplicht dat nauw samenwerkt met het sociaal team (en met jeugdgezondheidszorg). In deze samenwerking is veel verbeterd maar valt ook nog meer winst te behalen. 3. Onderwijszorgarrangementen - OZA Een OZA is een arrangement waarbij zowel passend onderwijs als jeugdhulp worden gecombineerd. OZA’s zijn er grofweg in twee vormen; de groeps-OZA en de individuele OZA. Een groeps-OZA is een kleine groep kinderen met een vergelijkbare leeftijd en problematiek die zowel onderwijs als jeugdzorg ontvangt in de groep. Dit vindt meestal op een school plaats en individueel maatwerk is mogelijk binnen de groep en ook daarbuiten. Een individuele OZA is een op maat gesneden arrangement voor een kind.
In de Lekstroom zijn er in de afgelopen jaren enkele groeps-OZA’s ontstaan vanuit een bepaalde behoefte. Er zijn in de Lekstroom zo’n 5 verschillende groeps-OZA’s op verschillende scholen. Deze zijn allen uitgebreid beschreven en worden goed benut. Ook zijn er kinderen uit de Lekstroom die buiten de Lekstroomgemeenten op een groeps-OZA op hun school zitten. Het uitgangspunt van een oza is om de reguliere onderwijsontwikkeling van een kind te ondersteunen, om zo de continuïteit van de schoolloopbaan te bevorderen. Door het behalen van een startkwalificatie en het versterken van de eigen kracht van de leerling en zijn omgeving, kan een kind zich fysiek en mentaal optimaal ontwikkelen op school, thuis en in zijn vrije tijd In juni 2020 is het beleidskader OZA’s vastgesteld waarin de visie en uitgangspunten van OZA’s in de Lekstroom zijn beschreven.
In oktober 2020 wordt een OZA-werkgroep gestart die de volgende zaken nader uitwerkt wat moet leiden tot een meer eenduidige invulling en werkwijze: - Welke onafhankelijke en gezamenlijke route volgen we voor de totstandkoming van individuele- en groeps-OZA’s? - Welke afbakening in bevoegdheden en taken tussen de betrokken werkorganisaties kunnen we onderscheiden? - Hoe organiseren we de tweeledige financiering (passend Onderwijs en Jeugdhulp) van de OZA’s? En welke gevolgen heeft dit voor de inkoop van Jeugdhulp door gemeenten? - Hoe borgen we de afspraken van de vorige punten in de regio en daarbuiten? 4. Zorgplicht van scholen Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden hebben scholen een zorgplicht. Scholen werken daarbij samen in een regio. De samenwerkingsverbanden zorgen ervoor dat er een passende plek is voor alle leerlingen in de regio en zij sturen continue op de verantwoordelijkheid van scholen om hun zorgplicht na te komen.
4.2.3 Terugdringen vrijstellingen van onderwijs In het eerste jaar van de Thuiszittersaanpak Lekstroom is er een analyse gemaakt van de leerplichtige jeugdigen met een vrijstelling, aangevuld met een analyse van de jeugdigen in jeugdhulp met inzet van dagbesteding onder schooltijd. Uit deze analyse in het eerste jaar bleek: 7
-
-
-
dat er veel meer leerplichtige jeugdigen niet naar school gingen dan het aantal geregistreerde aantal vrijstellingen. dat de procedure rond vrijstellingen niet voor een ieder helder was en voor zover die wel helder was werd die vaak niet gevolgd (bijvoorbeeld geen onafhankelijke beoordeling, geen toets vanuit onderwijs of een kind leerbaar is, etc.). dat veel leerplichtige jeugdigen met dagbesteding (jeugdhulp) ook nog ingeschreven stonden op een school en dat ze niet altijd een vrijstelling hebben. dat bij veel vrijstellingen er geen multidisciplinair overleg (MDO) is geweest en heeft het onderwijs dus niet meegekeken of onderwijs echt niet mogelijk is.
In de periode van de Thuiszittersaanpak zijn diverse acties ondernomen om de vrijstellingen te verminderen, zoals: - herijking van vrijstellingen (op grond van artikel 5A – lichamelijke en psychische gronden) door leerplicht a.h.v. het nieuwe verzuimprotocol, in samenwerking met andere betrokkenen; - het ontwikkelen van het Verzuimprotocol Lekstroom; - het verzoek aan Sociale teams om niet meer in te gaan op verzoeken van ouders voor een dagbesteding vanuit de jeugdhulp onder schooltijd, maar ouders eerst te verwijzen naar onderwijs (laatste school of het samenwerkingsverband – zorgplicht onderwijs). - het starten van de OZA Kangoeroegroep door gemeente Nieuwegein samen met het samenwerkingsverband PO, een SBO school en een zorgaanbieder voor vrijgestelde leerlingen om ze alsnog naar onderwijs te leiden (inmiddels zijn zo’n 10 kinderen met een vrijstelling naar onderwijs geleid). - het onderwijs altijd mee te laten beoordelen over instroom 4/5 jarigen met extra ondersteuningsbehoefte. - Tot slot biedt de Variawet uit 2019 meer mogelijkheden om kinderen op school te houden of te krijgen zonder dat ze de volledige week onderwijs krijgen. In de zomer van 2020 is er opnieuw een analyse gemaakt van de leerplichtige jeugdigen met een vrijstelling, wederom aangevuld met een analyse van de jeugdigen in jeugdhulp met inzet van een dagbesteding onder schooltijd.
Belangrijkste uitkomsten hieruit zijn: - het aantal leerplichtige jeugdigen met een vrijstelling is afgenomen; - het aantal leerlingen dat onder schooltijd dagbesteding (via jeugdhulp) krijgt zonder vrijstelling is sterk afgenomen, maar - tegelijkertijd komt naar voren dat er nog steeds vrijstellingen worden afgegeven zonder dat de procedure rond vrijstellingen goed is gevolgd en - dat er nog steeds leerplichtige jeugdigen onder schooltijd naar een dagbesteding gaan zonder een vrijstelling of plan van aanpak o.b.v. de Variawet, met inschrijving op een school.
4.2.4 De verbinding met instelling met residentieel verblijf Uit een analyse van 2018 in de regio naar de onderwijssituatie van jeugdigen met jeugdhulp met (residentieel) verblijf weten we dat de onderwijscontinuïteit veelal wordt verstoord. Vaak komt de jongere niet meer terug op de oude school of verdwijnt soms geheel uit het onderwijs. Belangrijkste uitkomsten uit deze analyse:
8
-
-
-
-
-
Een groot deel van de jeugdigen raakt uit beeld bij leerplicht van de oorspronkelijk gemeente/regio, omdat ze in de woonplaats van de voorziening wordt ingeschreven en daar met de lokale afdeling leerplicht te maken krijgen. Doordat verwijzing voor het merendeel van deze jongeren gebeurt via een bepaling jeugdhulp door Jeugdbescherming (Samen Veilig Midden Nederland of William Schrikker Groep), is gemeente/sociaal team veelal niet op de hoogte van jeugdhulp met verblijf (en onderwijs). Regelmatig worden gegevens over schooluitschrijvingen door de oude school niet, niet goed of niet tijdig doorgegeven aan leerplicht. Bij leerplicht is veel informatie aanwezig over de voorgeschiedenis van eerdere scholen, maar ook over de zorgpartijen die betrokken zijn bij betreffende cliënt, echter hier wordt vervolgens niets meer mee gedaan. Ongeveer de helft van de leerlingen bezocht het speciaal onderwijs, een enkeling was al thuiszitter of absoluut verzuimer (stond nergens ingeschreven). Veel van de jeugdigen hebben vaak al veel en lang met zorginstellingen te maken. Formeel heeft de instelling waar de jeugdige verblijft zorgplicht en is verantwoordelijk voor het vinden van een passende vervolg school. In de praktijk verloopt dit regelmatig niet soepel. Bijvoorbeeld omdat de oorspronkelijke school de leerling niet meer wil opnemen.
Bij terugkomst uit de voorziening wordt leerplicht in de oorspronkelijke gemeente niet altijd tijdig betrokken waardoor het voorkomt dat jeugdigen langere tijd niet naar school gaan. Een aantal jeugdigen heeft na verblijf in een voorziening een vrijstelling gekregen van leerplicht in de gemeente waar de voorziening is gevestigd (eenmaal voor de gehele leerplichtige periode).
In de regio Lekstroom zijn gemeenten in het kader van de Transformatie van de Jeugdhulp volop bezig met het voorkomen van jeugdhulp met verblijf. Mocht jeugdhulp met verblijf toch noodzakelijk zijn dan gaat de voorkeur uit naar jeugdhulp met verblijf in een gezinsvorm boven verblijf in een residentiele voorziening, bij voorkeur in dezelfde woonplaats. Uit de analyse van 2018 bleek dat er 26 jeugdigen uit de regio naar een specialistische jeugdhulpvoorziening inclusief eigen school zijn gegaan (denk aan driemilieuvoorzieningen, jeugdzorg + en bijzondere opname psychiatrische zorg). Deze specialistische jeugdhulp wordt gezamenlijk met 16 gemeenten bovenregionaal ingekocht. In 2020 is zijn er afspraken gemaakt met Yeph (een samenwerking van Pluryn, s’Heerenloo en Youke), een nieuwe zorgaanbieder die deze specialistische jeugdhulp ook voor regio Lekstroom gaat aanbieden. In dat kader worden er in najaar 2020 afspraken gemaakt over continuïteit van onderwijs tussen gemeenten, zorgaanbieder en het onderwijs. Kern van deze afspraak wordt dat de jeugdigen in deze jeugdhulpvoorzieningen continu in beeld zijn zodat onderwijs continuïteit wordt gegarandeerd, waarbij helder is wie wanneer moet acteren bij terugkomst van verblijf. Uitgangspunt is echter dat de jeugdigen zo veel mogelijk op de oorspronkelijke school blijven of contact blijven houden met deze school.
Conclusie Uit bovenstaande beschreven resultaten maken we op dat het geen kwestie is van ‘we brengen de thuiszitters eenvoudig en snel weer terug naar school’. Niet elke thuiszitter kan naar school of is klaar voor de stap naar passende hulp, welke voorziening/ondersteuning heeft hij/zij nodig , wie bepaalt 9
dat en is iedereen het daarover eens, is de benodigde voorziening wel voor handen (denk aan wachtlijsten), wie gaat wat financieren en wie monitort de voortgang? We hebben getracht deze processen helder te krijgen en eenduidigheid te creëren. Hiervoor moet aandacht blijven door met alle betrokken partijen samen op te blijven trekken. Ondertussen hebben we ook geconstateerd dat er nog veel kan verbeteren in zaken als vroegtijdige signalering, snelle interventies, gebruik Verwijsindex en het betrekken van de juiste personen in een zo vroeg mogelijk stadium. Hier moeten we continue alert op blijven. De invloed op de aanpak rondom deze leerlingen is groot en zal het verschil maken in de levens van de jongeren. “We staan aan het begin van een nieuwe periode om thuiszitten tegen te gaan, of laten we de jongeren nu al weten dat we de handdoek in de ring gooien?” In de laatste brief van de verantwoordelijk ministers aan de Tweede Kamer van januari 2020 (zie bijlage 4) wordt eveneens aangehaald dat de doelen op rijksniveau nog niet zijn bereikt. Zij beschrijven welke activiteiten en interventies doorgevoerd worden die gericht zijn op het voorkomen van uitval. Deze hebben ook invloed op onze lokale werkwijze. Wij nemen deze informatie mee in onze aanbevelingen voor de voortzetting na 2020 hieronder.
5. Aanbevelingen en borging In dit hoofdstuk staan we stil bij de borging van de ingezette weg nu het project Thuiszittersaanpak eindigt. Tevens doen we aanbevelingen voor de toekomst. Zoals hierboven al geschetst zijn er grote stappen gezet in de aanpak van thuiszittende leerlingen en leerlingen met een vrijstelling. De opgedane ervaringen in de afgelopen jaren lijken erop te duiden dat er altijd leerlingen zijn die thuis komen te zitten en/of op een bepaald moment in hun leven niet in staat zijn om onderwijs te volgen. Om hen zo goed mogelijk te kunnen begeleiden is de belangrijkste aanbeveling om niet te stoppen met de aanpak, maar het werk voort te zetten, afspraken strak in te regelen en de urgentie tot handelen blijvend onder de aandacht te houden. Dit alles ingebed in het reguliere werk. Hieronder volgen de aanbevelingen gerangschikt op thema. De acties worden opgenomen in de regionale strategische REA-ontwikkelagenda. Cijfers/analyse/financiering: Houd landelijke ontwikkelingen met betrekking tot thuiszitters in de gaten. Wijs iemand aan die deze taak op zich neemt en agendeer ze regionaal/op de RBO-agenda. Zet de extra 0,1 fte voor Leerplichtadministratie voort voor het in beeld blijven houden van de cijfers/aantallen en vergelijk en bespreek deze op casus-niveau tussen de betreffende gemeente en het samenwerkingsverband.
De procesbegeleider REA maakt jaarlijks in mei de financiële consequenties voor het jaar erna inzichtelijk en geeft aan wat hiervoor geregeld moet worden (in mei i.v.m. Kadernota).
10
Samen optrekken: Zorg gezamenlijk voor en stimuleer een constante verbetering in de domein-overstijgende samenwerking tussen de ketenpartners Sociaal Team, Leerplicht, Jeugdgezondheidszorg, samenwerkingsverband en school. Doe dit op lokaal niveau (dus binnen de gemeente) en op regionaal niveau. Gebruik hiervoor in ieder geval de spreekuren op school, regionale overleggen en overige expertisedeling op uitvoerend- en beleidsmatig gebied. De individuele school organiseert aan het begin van elk schooljaar een startgesprek tussen de school, leerplicht, het samenwerkingsverband, het sociaal team en de jeugdgezondheidszorg. De gemeentelijk beheerder van de Verwijsindex blijft samen met de GGD aandacht geven aan deelname van het onderwijs aan de VIR. Pas gezamenlijk het Verzuimprotocol Lekstroom aan op ontwikkelingen en blijf aansturen op eenduidig gebruik door alle partijen ervan. Procesregisseur REA bewaakt dit traject en zet lijnen uit. Betrokken professionals spreken elkaar aan op onjuist gebruik en/of interpretatie van het Verzuimprotocol. Heb als gemeente aandacht voor team Leerplicht in de individuele gemeente (formatie op orde conform landelijke richtlijn en inhoudelijke afspraken en sturing). Zet de extra inzet op regionale coördinatie van Leerplicht voort voor 0,2 fte.
met als doel om meer uniformiteit in werkwijzen tussen gemeenten te creëren, afdelingen leerplicht met elkaar te laten reflecteren op handelswijzen, complexe casussen te doorbreken, een mogelijkheid tot sparren te bieden en als centraal aanspreekpunt voor de samenwerkingsverbanden. Zorg eerst voor een duidelijke en gedragen taakomschrijving. Beschrijf het proces van de onafhankelijke en gezamenlijke route naar een onderwijszorgarrangement (OZA). Ga hierbij in op volgorde van acties, rollen, taken, afbakening, wijze van communicatie en financiering. (taak OZA-werkgroep) Blijf elkaar op alle niveaus opzoeken en bespreek knelpunten en successen.
Dekkend netwerk en zorgplicht: De Leerplichtambtenaar (in samenwerking met sociaal team) van de woongemeente van de jongeren die permanent in een voorziening verblijft, houdt de jongere continue in beeld zodat continuïteit van onderwijs kan worden gegarandeerd. Zorg voor een structurele verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp met het doel een effectieve en efficiënte handelswijze te realiseren en snel en adequaat te kunnen reageren bij (dreigende) crisissituaties. De OZA-werkgroep beschrijft hoe deze verbinding in stand wordt gehouden. Indien een leerling een ondersteuningsbehoefte heeft op school, wordt altijd een multidisciplinair overleg (MDO) georganiseerd. Hierbij zijn alle betrokken partijen aanwezig. De casus wordt zoveel mogelijk opgelost met elkaar in het (MDO) in scholen. De OZA-werkgroep beschrijft Doorzettingskracht voor stagnerende besluitvorming. Spreek elkaar aan op verantwoordelijkheden en gemaakte afspraken.
Oktober 2020 Kerngroep Thuiszittersaanpak Lekstroom
11
Bijlage 1
Thuiszitterspact 1. Wij verbinden ons aan de ambitie dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. 2. Wij stimuleren gemeenten en samenwerkingsverbanden om in elke regio een sluitende thuiszittersaanpak te realiseren en ondersteunen hen daarbij. 3. Deze sluitende aanpak begint bij het centraal stellen van het kind: steeds moeten oplossingen worden gezocht vanuit het recht van het kind op een passend aanbod. Ouders, en waar mogelijk het kind zelf, worden vanaf het begin betrokken bij het realiseren van een passend aanbod. 4. De sluitende aanpak omvat in elk geval afspraken over: a. Doelen voor de reductie van het aantal thuiszitters b. Preventie van uitval c. Samenwerking met de zorg d. Maatwerk voor kinderen e. Route naar een passende plek f. Doorzettingsmacht of -kracht g. Terugdringen vrijstellingen op grond van artikel 5 onder a 5. De sluitende thuiszittersaanpak wordt vastgesteld in het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) dat gemeenten en samenwerkingsverbanden voeren. 6. De verbinding met de justitieketen wordt versterkt. 7. Wij monitoren bovenstaande afspraken via het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs en de jaarlijkse leerplichttelling. Waar nodig ondernemen we extra actie. 8.
We benoemen een landelijke aanjager die zowel de landelijke als de regionale partners scherp houdt op de te realiseren ambitie.
9. OCW en VWS organiseren jaarlijks een thuiszitterstop.
12
Bijlage 2:
Thuiszittersaanpak regio Lekstroom Ontwikkelplan van thuiszitten naar schoolgaan
Aanleiding De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben samen met de drie ministeries (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Veiligheid en Justitie) het thuiszitterspact gesloten. Daarin is afgesproken om het aantal thuiszitters1 omlaag te brengen. Aanleiding voor de totstandkoming van het Thuiszitterspact is dat nog te veel kinderen geen onderwijs volgen en vaak tussen wal en schip vallen. Met het pact worden samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs en gemeenten opgeroepen om met andere partners een helder stappenplan op te stellen om het aantal thuiszitters en kinderen met een vrijstelling van de leerplichtwet omlaag te brengen. Preventie, samenwerken met de zorg, doorzettingsmacht en maatwerk voor kinderen moeten daar onderdeel van uitmaken. In het overleg tussen de gemeenten en de samenwerkingsverbanden is besloten om een werkgroep op te richten om aan deze opdracht invulling te geven. Het samenwerkingsverband VO Zuid Utrecht heeft hiertoe de ‘werkgroep Thuiszitterspact Lekstroom’ geïnitieerd. Deelnemers waren: GGDRU, directeuren en beleidsmedewerkers van de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs Lekstroom en vanuit de gemeenten beleidsmedewerkers Jeugd en Onderwijs, leerplichtambtenaren en sociale teams.
In een serie werkoverleggen is de ambitie van het Thuiszitterspact aangescherpt en per thema input geleverd vanuit de verschillende disciplines. In de uitvoering van het plan is het van belang om ook ouders als ketenpartner te betrekken. De werkgroep heeft geconstateerd dat er in werkprocessen en afstemming rondom leerlingen veel goed gaat. Voorliggende notitie richt zich met name op de ontwikkelpunten. Eerst worden hoofddoel en ambitie beschreven. Daarna komen de volgende subdoelen met bijbehorende actiepunten aan de orde: verbeteren van de preventie, een passende onderwijsplek voor elk kind, terugdringen van vrijstelling van onderwijs en verbinding met een instelling met verblijf. De notitie wordt afgesloten met een uitvoeringsschema waarin de nadere uitwerking zichtbaar wordt gemaakt.
1 Thuiszitten is zonder geldige reden meer dan 4 weken verzuimen van school of niet ingeschreven staan bij een school1. Jongeren die
ontheffing hebben op grond van de Leerplichtwet, vrijstelling van geregeld schoolbezoek hebben of ander onderwijs volgen, vallen niet onder de definitie thuiszitten. Bron: www.ingrado.nl en www.onderwijsinspectie.nl
13
Hoofddoel en ambitie Hoofddoel van het Thuiszitterspact is het terugdringen van het aantal thuiszitters en kinderen met een vrijstelling van de leerplicht. Vertrekpunt hierbij is dat kinderen recht hebben op een passende plek binnen onderwijs en/of zorg. In het Thuiszitterspact is de ambitie gesteld dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Deze ambitie is voor regio Lekstroom aangescherpt:
In 2020 zit ieder kind binnen zes weken op een passende plek binnen onderwijs en/of zorg.
Hiermee loopt de ambitie van regio Lekstroom parallel aan de zorgplicht in het kader van passend onderwijs. Het is de crux om met elkaar te achterhalen wat in welke situatie passend is en daar uitvoering aan te geven. Hiervoor is het van belang om van aanbod gestuurd werken de omschakeling te maken naar het leveren van maatwerk. We beogen hiermee het aantal thuiszitters (zowel geoorloofd als ongeoorloofd) en het aantal vrijstellingen terug te dringen, zodat er geen thuiszitters zijn zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. De komende drie jaar zal hier op basis van onderstaande subdoelen en bijbehorende actiepunten uitwerking aan worden gegeven.
Subdoelen en actiepunten 1. Verbeteren van de preventie Het tijdig opvangen van signalen en het tijdig melden van verzuim verloopt nog niet altijd naar wens. Het regionaal verzuimprotocol wordt nog niet altijd naar tevredenheid nageleefd. Zo loopt bijvoorbeeld de ziekteverzuimmelding van scholen bij de GGD per school verschillend. Het is van belang dat scholen casussen zo snel mogelijk oppakken met ouders en waar nodig ketenpartners betrekken. Met betrekking tot de preventieve taken om thuiszitters te voorkomen, is het vaak onduidelijk wie wat doet. Ook heeft de overstap naar een andere school of de start van een zorgarrangement vaak een lange doorlooptijd. Bij de overstap van VO naar MBO is de afstand van school naar leerplicht groter2. Tot slot maakt de regionale functie van VO-scholen dat je met grensverkeerleerlingen te maken hebt en aanloopt tegen verschillende werkwijzen bij gemeenten.
Actiepunten 2
Aanscherpen van en toezien op naleving van het Verzuimprotocol Lekstroom. Nut en noodzaak van de VerwijsIndex Risicojongeren (VIR) onderzoeken en eventueel implementeren. Verbeteren van de doorlopende lijn met betrekking tot de ontwikkelingsfases van het kind met aandacht voor korte doorlooptijden en warme overdracht. Het in kaart brengen en houden van geoorloofde en ongeoorloofde thuiszitters.
Dit punt is onderdeel van een van de actielijnen van het Voortijdig SchoolVerlaters (VSV)-programma.
14
2. Een passende onderwijsplek voor elk kind Passend onderwijs Met de invoering van de wet passend onderwijs is wettelijk geregeld dat elk kind recht heeft op passend onderwijs. De wet schrijft voor dat binnen elk samenwerkingsverband de scholen verplicht zijn kinderen een passende onderwijsplek te bieden. Voor de meeste kinderen is deze passende onderwijsplek te vinden binnen de basisondersteuning van het regulier onderwijs. Het tegengaan van verzuim en mogelijk zelfs schooluitval, begint hierdoor met passend onderwijs. Maatwerk Voor sommige kinderen is al op jonge leeftijd duidelijk dat een passende onderwijsplek binnen de basisondersteuning van het regulier onderwijs niet gevonden kan worden. Bij andere kinderen blijkt dit gedurende de schoolloopbaan. Als er sprake is van een combinatie van onderwijs en zorg om onderwijsdeelname mogelijk te maken, spreken we van zogeheten onderwijszorgarrangementen (OZA)3. Er zijn nog relatief weinig onderwijszorgarrangementen. De combinatie van zorg en onderwijs blijkt in de praktijk vaak nog lastig te realiseren (bijvoorbeeld rooster is leidend, waardoor leerling die therapie heeft onderwijs mist en achterstanden ontwikkelt). De vraag doet zich voor of het speciaal Onderwijs flexibel genoeg is om werkelijk maatwerk te kunnen leveren.
Ook blijkt de handelingssnelheid van verschillende organisaties vaak nog te laag: VSO-scholen en specialistische jeugdhulpverlening, maar ook VO-scholen worden als ‘log’ ervaren. Andere knelpunten bij maatwerktrajecten voor een passende onderwijs-/zorgplek zijn: de financiering, de monitoring van het ondersteuningsaanbod in een OZA , wachtlijsten in het VSO die doorstroom bemoeilijken, de opschaling en samenwerking met SAVE, de afhankelijkheid van sociale teams van specialistische zorgaanbieders en een leemte in het aanbod van VSO met een hoger uitstroomniveau (HAVO/VWO). Overall is de wens om andersom te denken: nu is het systeem leidend, leerlingen inpassen in bestaand onderwijs, terwijl de leerling met zijn ondersteuningsbehoefte leidend zou moeten zijn. Route In de zoektocht naar een passende onderwijsplek is tijd een complicerende factor. Nog niet altijd wordt snel genoeg doorgepakt, is er onduidelijkheid over de te volgen route en/of is onduidelijk wie de regie heeft over een casus. Zo is het van belang dat het sociaal team in een zo vroeg mogelijk stadium wordt betrokken. Wanneer een passende plek is gevonden, is het tempo van doorverwijzing een aandachtspunt. Met regelmaat wordt aangelopen tegen bureaucratie, waaronder bemoeilijking door loting, wachtlijsten en/of een (te) grote afstand tot de passende plek.
Doorzettingsmacht/-kracht Hoewel binnen het samenwerkingsverband VO afspraken zijn gemaakt rondom de doorzettingsmacht met betrekking tot passend onderwijs van de directeur van het samenwerkingsverband VO lijkt er een spanningsveld te liggen in de wijze waarop deze afspraken worden nageleefd. Bij patstellingen is er gebrek aan en onduidelijkheid over de bevoegdheid om deze te doorbreken. Voor het PO moet doorzettingsmacht nog belegd worden. Daarnaast moeten er afspraken gemaakt worden over de bevoegdheden van een regisseur bij de zoektocht naar een passende onderwijs/zorg-plek.
3 Bij een onderwijszorgarrangement gaat het om een arrangement waarin onderwijs en één of meerdere zorginstellingen samenwerken
met ouders en leerling op basis van één gezin, één kind, één plan voor leerlingen met een complexe onderwijsondersteunings- en zorgvraag die begeleiding, behandeling, persoonlijke verzorging en/of verpleging nodig hebben tijdens de onderwijsuren om onderwijsdeelname mogelijk te maken.
15
Actiepunten Maatwerk Maatwerk per leerling leveren Dekkend onderwijsaanbod realiseren Vraag en aanbod onderwijszorgarrangementen op elkaar afstemmen, rekening houdend met: o Maken van bestuurlijke afspraken ter bevordering van de samenwerking tussen onderwijs en (specialistische) zorg o Borgen uitkomsten Proeftuin gemeente Utrecht De Proeftuin beoogt onderwijszorgarrangementen zo integraal, effectief en efficiënt mogelijk te organiseren in de regio. o Beschikbaarheid van passend onderwijs en/of zorg realiseren Route Opstellen stroomschema richting een passende onderwijsplek eventueel in combinatie met zorg waarin beschreven wie wat wanneer doet en wie daarin regie voert. Sociaal team betrekken bij het zoeken naar een passende onderwijs-/zorgplek en afspreken dat het sociaal team de doorzettingsmacht heeft bij het inzetten van zorg. Leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte buiten de loting van de VO-scholen houden. Doorzettingsmacht
De betrokken ketenpartners maken bindende afspraken om gezamenlijk bij stagnerende besluitvorming één functionaris de bevoegdheid te geven om te bepalen welke onderwijs/zorgplek voor het kind passend is en toe te zien op de juiste naleving van de gemaakte afspraken. Inrichten doorzettingsmacht in het PO met betrekking tot passend onderwijs.
3. Terugdringen vrijstellingen van onderwijs Binnen de Lekstroomregio is een procedure voor de behandeling van een vrijstellingsaanvraag bij leerplicht in de maak. Er wordt (vaak) een MDO georganiseerd om te kijken of een kind in staat is om onderwijs te volgen en/of om te bespreken welke onderwijsmogelijkheden er voor een kind zijn. Het samenwerkingsverband, de leerplichtambtenaar , een onafhankelijk medisch specialist en het sociaal team maken altijd deel uit van dit MDO. De leerplichtambtenaar behandelt de aanvraag en geeft de uiteindelijke vrijstelling af. De overige instanties hebben vanuit hun expertise invloed op dit besluit. Het sociaal team behandelt de zorgvraag van het kind.
Actiepunten
‘Procedure ‘vrijstelling PO en VO Lekstroom’ afronden, vaststellen en invoeren. Toezien op de naleving van de ‘Procedure Vrijstelling PO en VO Lekstroom. Het in kaart brengen en houden van het aantal en soort vrijstellingen.
16
4. Verbinding met een instelling met verblijf Het komt voor dat een leerling afkomstig vanuit het PO of VO naar een instelling met verblijf “verhuist” (een Jeugdinstelling, zowel vrijwillig als met drang en dwang). Wanneer deze situatie zich voordoet, is het van belang dat de juiste personen/instanties de juiste stappen zetten ten aanzien van de schoolgang voor, tijdens en/of na het verblijf. Wij zien hierin een rol weggelegd voor: o De school van herkomst, eventueel met ondersteuning van het Samenwerkingsverband o De school in de Instelling (voor zover van toepassing) o De bij de leerling betrokken begeleider of reclasseringsambtenaar o De mentor van de jongere in de instelling o Het Sociaal Team o Leerplicht o Ouder(s)/verzorger(s) o Pleeggezin o Een eventueel nieuwe school bij terugkeer o Veiligheidshuis/Trajectberaad
Actiepunten
Aanstellen van een regiehouder wanneer een kind in een instelling/pleeggezin verblijft Komen tot afspraken met instellingen met verblijf over de te nemen stappen met betrekking tot de schoolgang van het kind tijdens en na het verblijf.
5. Conclusie en monitoring Wanneer gestart wordt met de uitvoering van actiepunten zal jaarlijks in oktober monitoring op de actiepunten en de stand van zaken met betrekking tot het behalen van de gestelde ambitie op doorlooptijden plaatsvinden. In het OOGO wordt het Thuiszitterspact bestuurlijk vastgesteld en tweejaarlijks wordt hier een vernieuwde stand van zaken gepresenteerd .
17
Bijlage 3: Tabellen per gemeente
18
19
20
21
Bijlage 4: Link naar de kamerbrief van ministerie OCW van januari 2020 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/01/30/thuiszit tersbrief-januari-2020
22