Zienswijze Veere
Tekst van het document
AB 08-12-2025 Onderwerp: 2e Begrotingswijziging 2025 Toelichting: De zienswijze van de gemeente Veere is later ontvangen en derhalve niet opgenomen in het document met overige zienswijzen. Omwille van een zo zorgvuldig mogelijk besluitvormingsproces wordt de zienswijze hieronder integraal gedeeld, zodat eenieder hiervan kennis kan nemen alvorens tot een besluit te komen. Zienswijze 2e begrotingswijziging gemeente Veere Onze zienswijze op deze begrotingswijziging luidt als volgt: ‘De raad van de gemeente Veere stemt niet in met de 2e begrotingswijziging 2025. In de 2e begrotingswijziging 2025 stijgen de kosten allereerst ten behoeve van het uitvoeren van de jaarplannen uit deze 1e Voortgangsrapportage 2025. Deze stijging in de deelnemersbijdrage wordt veroorzaakt door de verschuiving van bodemtaken van de provincie naar gemeenten. Daarnaast vallen de kosten voor de op 1-1-2024 overgehevelde basistaken eronder. In de 1e voortgangsrapportage staat tevens aangegeven dat de financiële gevolgen van besluit huisvesting & PIOFAC een mogelijk negatief resultaat laten zien van €337.000 en dat deze aan het eind van het jaar (conform de verdeelsleutel) alsnog aan de deelnemers worden toegerekend. Echter maakt dit geen onderdeel uit van de 2e begrotingswijziging 2025.
Het zou voor ons logischer zijn dat de extra kosten voor de uitvoering van het besluit huisvesting & PIOFAC in de begrotingswijziging werden meegenomen, in plaats van genoemde taken die (deels) niet worden uitgevoerd in 2025. Dat levert in onze ogen een completer totaalplaatje op, dat meer recht doet aan de praktijk. Tijdens het bestuderen van de stukken en het volgen van het proces van de robuuste RUD constateren we dat we onvoldoende zicht hebben op de uitvoering van de wettelijke taken waarvoor de kosten in rekening zijn gebracht. Zo hebben we onvoldoende zicht op de voortgang van de warme overdracht bodem: voor de uitvoering van de taken die vallen onder de warme overdracht bodem is al in 2024 gezegd dat de voorgang hiervan in beeld zou worden gebracht middels een monitoringstool. Deze tool moet inzicht verschaffen in de gepleegde inzet op deze taken en de financiële consequenties ervan. Gebleken is dat deze monitoringstool nog niet goed van de grond komt, waardoor we de uitvoering van deze bodemtaken dus niet goed in beeld hebben. Daarnaast zijn de per 1-1-2024 overgedragen basistaken nog niet opgenomen in het Jaarplan 2025: De dossiers hiervoor worden inmiddels wel overgedragen van de gemeente naar de RUD. Het is echter niet de verwachting dat deze taken in 2025 nog op de planning komen.
Het bedrag wat ons nu in rekening wordt gebracht is gebaseerd op een geschatte jaarronde uitvoering van VTH taken bij deze bedrijven. Volgens onze informatie wordt er in 2025 geen VTH inzet hierop gepleegd. We vragen daarom aan de RUD om te specificeren wat zij hiervoor in 2025 precies gedaan hebben voor Veere. Ook hebben wij wederom zorg over de kwaliteit van onze leefomgeving. Als gevolg van de uitvoering van het besluit van huisvesting & PIOFAC worden een deel van de benodigde acties voor de robuuste RUD voorlopig uitgesteld: Dit is nodig om de organisatie klaar te maken voor de toekomst, maar heeft wel als gevolg dat wettelijk verplichte basistaken; zoals energietoezicht en ketentoezicht voorlopig niet of minder zullen worden uitgevoerd. Wij moedigen aan dat de RUD er momenteel hard aan werkt om een stabiele en robuuste omgevingsdienst (od) te worden zodat zij zich erna
meer inhoudelijk kunnen richten op deze relevante thema’s. Vanuit onze verantwoordelijkheid als gevoegd gezag voor de uitvoering van deze taken, ligt hier voor ons wel een zorg aangaande de continuïteit van de RUD: mede daarom dringen we daarom nogmaals aan op een strategisch plan voor de komende 5 jaar. Daarin zouden we ook graag inzicht willen in het geplande tijdspad voor de uitvoering van deze taken. Tot slot bleek de termijn van de zienswijze op basis van de aanleverdatum van de stukken niet haalbaar. Er was nadere interne afstemming nodig om deze stukken goed te beoordelen. Daarom dienen we onze zienswijze later in. Aangezien we waarde hechten aan een zorgvuldig besluitvormingsproces, zien hierin ook graag verbetering in de toekomst.’