CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

ZandstraatBijlage 1. Ontwerp partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Zandstraat 59 en Zandstraat ong. tussen 30 en 32 Hulst compressed

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ' Zandstraat 59 en Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst’17.261 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied met een oppervlakte van 100 hectare of meer, of 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De voorgenomen ontwikkeling betreft het verplaatsen van de bouwmogelijkheid van woning binnen

30

dezelfde straat in het buitengebied van Hulst. In planologische zin wordt er in feite niet eens een woning toegevoegd. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hierin voorziet de toelichting van het bestemmingsplan. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zoals blijkt uit hoofdstuk 4 van deze toelichting, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

31

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving Het bestemmingsplan ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat ong.’ kan gekarakteriseerd worden als een zogenaamd ontwikkelingsplan en vormt de juridische regeling voor de realisatie van een nieuwe woning op het perceel Zandstraat ong tussen de huisnummers 30 en 32. De planopzet sluit waar mogelijk aan bij het moederplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hulst, waarbinnen de ontwikkeling is gelegen. Omdat in voorliggende ontwikkeling sprake is van de roodvoor-rood regeling zijn aan de artikelen uit het moederplan nieuwe voorschriften toegevoegd.

5.1 Regels De regels sluiten aan bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ en bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Artikel 3 Wonen Hierin is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de woning aan de Zandstraat ong. pas mag worden gebouwd nadat de woning aan de Zandstraat 59 te Hulst is gesloopt en wegbestemd. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie van waterberging op het eigen perceel van de nieuw te bouwen woning. Tevens zijn voorschriften opgenomen uit het paraplubestemmingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ (vastgesteld 23 februari 2017). Voor het overige sluit het artikel aan bij het moederplan ‘Buitengebied Hulst’ (vastgesteld d.d. 16-052013). Artikel 4 ‘Waarde Archeologie-2’ Dit artikel is 1 op 1 overgenomen uit het paraplubestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ (vastgesteld d.d. 8-6-2017).

5.2 Verbeelding Op het perceel Zandstraat 59 vervalt de bestemming wonen. De gronden krijgen de bestemming ‘agrarisch’. Op het perceel Zandstraat ong. wordt de bestemming ‘wonen’, met hierop een bouwblok. Binnen dit bouwblok mag één woning worden gebouwd.

32

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Omwille van de strekking van het bestemmingsplan is de Veiligheidsregio niet geïnformeerd. Provincie Zeeland De provincie Zeeland heeft opmerkingen gemaakt ten aanzien van flora en fauna. Hiervoor is een aparte quickscan uitgevoerd, welke is toegevoegd aan de toelichting behorende bij dit bestemmingsplan. Waterschap Scheldestromen Het waterschap Scheldestromen heeft enkele opmerkingen gemaakt over de watertoetstabel en de voorschriften ten aanzien van waterberging op het perceel. Deze opmerkingen zijn verwerkt. Regionale Uitvoeringsdienst De Regionale Uitvoeringsdienst heeft onderzocht of er aan de nieuwe woning op het perceel tussen Zandstraat 30 en 32 sprake is van een goed woon- en leefklimaat, wanneer in het theoretische geval er vee zou worden gehouden op het tegenoverliggende perceel met huisnummer 65. Hier is sprake van. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

6.1.2 Zienswijzen Op grond van het bepaalde in artikel 3.8, lid 1, van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 3:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan van dd. tot en met dd. ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn wel/geen zienswijze ingediend.

6.2 Financiële uitvoerbaarheid De financiële uitvoerbaarheid van het project wordt aan de gemeente Hulst aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatiewet opgenomen. De zogenaamde grexwet regelt verplicht kostenverhaal door de gemeente. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgezien door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). In een bestemmingsplan is sprake van kostenverhaal (6.2.3. t/m 6.2.5. Bro) als een bouwplan (6.2.1 Bro) wordt mogelijk gemaakt. De wetgever heeft de volgende verschillende bouwplannen vastgesteld. • Bouw van één of meer woningen; • Bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; • Uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² of met één of meer woningen; • Verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht worden, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; • Verbouwing van een of meer gebouwen voor andere doeleinden mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt; 33

•

De bouw van kassen tot 1.000 m².

In dit bestemmingsplan wordt een 'bouwplan' mogelijk gemaakt dat voorziet in de herbouw van één woning. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in de grondexploitatiewet waarvoor kostenverhaal verplicht is. De gemeente heeft met de grondeigenaren een anterieure overeenkomst gesloten over eventueel kostenverhaal voor de woning. De kosten die de gemeente op een ontwikkelaar kan verhalen staan vermeld in 6.2.3, 6.2.4 en 6.2.5 Bro. De gemeente is dan ook niet genoodzaakt op basis van 6.12 Wro een exploitatieplan vast te stellen. De eigenaar van het perceel, danwel de toekomstige eigenaren voorzien in de financiering van de bouwplannen. Conclusie Geconcludeerd mag worden dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan afdoende is gewaarborgd en dat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld.

34

Bijlage 1 | Akoestisch onderzoek

35

36

Bijlage 2 | Advies RUD

37

38

Bijlage 3 | Onderzoek aanwezigheid beschermde diersoorten perceel Zandstraat 59, Hulst

39

40

Bijlage 4 | Quickscans Flora en Fauna op sloop- en nieuwbouwlocatie

41

42

Bijlage 5 | AERIUS Stikstofberekening

43

44

Bijlage 6 | Watertoets

45

Planregels partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)

Juli 2022

1

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

2

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................................ 4 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................. 5 Artikel 2 Wonen................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3 Algemene regels ................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................... 7 Artikel 3 Slotregel ................................................................................................................................ 7

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

3

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

4

Hoofdstuk 1 Inleidende regels De inleidende regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' van de gemeente Hulst. zulks met uitzondering van de onderstaande leden die alleen gelden voor het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenzandstr59-001O.

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt voor dit plangebied verstaan onder: 1.1.

het plan het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' van de gemeente Hulst.

1.2.

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0677.bpbuitenzandstr59-001O met de bijbehorende regels en bijlagen.

Voor het overige blijven de bestemmingsplanregels behorende bij Artikel 1 die die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' van de gemeente Hulst.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

5

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De bestemmingsregels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' van de gemeente Hulst. zulks met uitzondering van de onderstaande leden die alleen gelden voor het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’ met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenzandstr59-001O.

Artikel 2 Wonen Aan artikel 22.4 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ wordt het volgende lid toegevoegd en geldt alleen voor dit plangebied:

2.1 Voorwaardelijke verplichting: a. Een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd indien op hetzelfde bouwperceel ten minste een waterberging/infiltratievoorziening is gerealiseerd waarvan de wijze en de dimensionering is afgestemd met en is goedgekeurd door het waterschap. Het gaat hier om de te verharden oppervlakken van woning, bijgebouwen, bouwwerken en verhard terrein. Deze dienen kenbaar gemaakt te worden in de bouwaanvraag. De goedgekeurde waterberging/infiltratievoorziening wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. Voor de aanleg binnen de (Keur Watersysteem) beschermingszones van waterlopen is tevens een watervergunning benodigd, al dan niet gecombineerd met de omgevingsvergunning. b. Voor de woning op het perceel Zandstraat ong. tussen 30 en 32 (kadastraal HUL T 373) te Hulst geldt, dat deze niet eerder mag worden gebouwd, nadat de bestaande woning op het perceel Zandstraat 59 (kadastraal HUL T 491) te Hulst is gesloopt en wegbestemd.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

6

Hoofdstuk 3 Algemene regels De algemene regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' van de gemeente Hulst.

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

7

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels De regels inzake het overgangsrecht die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)' van de gemeente Hulst. zulks met uitzondering van slotregels van alle genoemde bestemmingsplannen die worden gewijzigd overeenkomstig het onderstaande artikel en geldt alleen voor het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’ met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenzandstr59-001O.

Artikel 3 Slotregel De slotregels in de hierboven aangehaalde bestemmingsplannen worden als volgt gewijzigd en gelden alleen voor dit plangebied: Deze regels worden aangehaald als ‘Regels van het bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

Planregels partiële herziening bestemmingsplan ‘Buitengebied (Zandstraat 59, Zandstraat ong. tussen 30 en 32, Hulst)’

Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst

Akoestisch onderzoek

rapportnummer: datum:

2006.R01 24 maart 2020

opdrachtgever:

De Koster Ruimtelijke Ordening

Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst

Akoestisch onderzoek

rapportnummer: datum

2006.R01 24 maart 2020

opdrachtgever:

De Koster Ruimtelijke Ordening

Van Kooten Akoestisch Advies

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding .........................................................................................................................3

2 Toetsingskader .............................................................................................................4 2.1 Wet geluidhinder .......................................................................................................4 2.1.1 Zones langs wegen .................................................................................................4 2.1.2 Normstelling ............................................................................................................5 3 Uitgangspunten ............................................................................................................6 3.1 Kaartmateriaal ...........................................................................................................6 3.2 Verkeersgegevens ....................................................................................................6 3.3 Rekenmethode wegverkeerslawaai .........................................................................6 4

Resultaten .....................................................................................................................8

5

Conclusie ......................................................................................................................9

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst

Pagina 2

Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

212

Van Kooten Akoestisch Advies

1

Inleiding

Voor een locatie aan de Zandstraat tussen de nummers 30 en 32 in Hulst wordt een plan ontwikkeld voor de bouw van een nieuwe vrijstaande woning. Deze woning dient als vervanging van de bestaande woning Zandstraat 59 die wordt gesloopt. Daar het plan voor de nieuwbouw niet past binnen het vigerend bestemmingsplan, dient voor de locatie een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld of er moet een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden aangevraagd. In beide gevallen dient te worden getoetst aan milieukwaliteitseisen. De planlocatie ligt binnen de geluidszone van de Zandstraat. In dit onderzoek in opdracht van De Koster Ruimtelijke Ordening zijn berekeningen en toetsing van de resultaten aan de Wet geluidhinder uitgevoerd. Onderstaande afbeelding geeft een indicatief overzicht van de ligging van het plangebied.

Afbeelding: Locatie Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst (indicatief)

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 3

Van Kooten Akoestisch Advies

2

Toetsingskader

Voor wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het belangrijkste toetsingskader. In voorkomende gevallen kunnen gemeentelijk beleid of in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvullende toetsingen aan de orde zijn. In dit geval is dat echter niet van toepassing.

2.1

Wet geluidhinder

2.1.1

Zones langs wegen

Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder ligt langs elke weg een geluidszone. De zonebreedte langs een weg is afhankelijk van de situatie: stedelijk of buitenstedelijk, alsmede van het aantal rijstroken van de weg. Het onderscheid tussen stedelijk en buitenstedelijk is als volgt: buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; In onderstaande tabel 1 is per situatie de geldende zonebreedte vanaf de kant van de weg aangegeven. Tabel 1: Zonebreedten langs wegen per situatie Aantal rijstroken Buitenstedelijk 1of 2 250 m 3 of 4 400 m 5 of meer 600 m

Stedelijk 200 m 350 m

Uitzondering op bovenstaande vormen wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur en wegen die in een woonerf zijn opgenomen; dergelijke wegen hebben geen geluidszone. Wanneer nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van een weg mogelijk worden gemaakt dient akoestisch onderzoek plaats te vinden, waarbij een toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder wordt uitgevoerd. De onderzoekslocatie ligt binnen de zone van de Zandstraat. Voor het overige liggen geen relevante wegen in de nabije omgeving. De berekeningen voor wegverkeerslawaai in dit onderzoek zijn dan ook beperkt tot de Zandstraat.

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 4

Van Kooten Akoestisch Advies

2.1.2

Normstelling

De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in L den. Dit is een gewogen gemiddelde over dagavond- en nachtperiode, waarbij middels een toeslag rekening wordt gehouden met het feit dat in de avond en nacht eerder geluidhinder kan ontstaan dan overdag. Uitgangspunt is dat de geluidsbelasting op de gevel van nieuwe woningen niet hoger dient te zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB (L den). Indien niet zondermeer aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan dient te worden onderzocht of de geluidsbelasting middels maatregelen kan worden gereduceerd. Mochten dergelijke maatregelen niet mogelijk of onvoldoende doeltreffend zijn, dan kunnen Burgemeester en Wethouders een hogere waarde vaststellen. De onderzoekslocatie ligt buiten de bebouwde kom. In de te onderzoeken situatie geldt volgens artikel 83, lid 1 van de Wet geluidhinder voor de Zandstraat een maximaal vast te stellen hogere waarde van 53 dB. In de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller zal worden is bij toetsing aan de Wet geluidhinder een aftrek op de berekende geluidsbelasting van toepassing. In artikel 110g en artikel 3.4 van het ‘Reken en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012’ is de in rekening te brengen aftrek vastgelegd.

De aftrek bedraagt: a) 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b) 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c) 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d) 5 dB voor de overige wegen; e) 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. Op de geluidsbelasting vanwege de Zandstraat (maximumsnelheid 60 km/uur) is een aftrek van 5 dB van toepassing.

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 5

Van Kooten Akoestisch Advies

3

Uitgangspunten

Om de geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woning te kunnen bepalen is een rekenmodel voor wegverkeerslawaai opgesteld. Voor het opstellen van het rekenmodel is gebruik gemaakt van diverse gegevensbronnen.

3.1

Kaartmateriaal

De opdrachtgever heeft aangegeven op welk perceel de nieuwe woning moet worden gerealiseerd. Als stedenbouwkundig uitgangspunt geldt verder dat de voorgevel van de woning in de bestaande rooilijn van de naastliggende huisnummers 30 en 32 komt te liggen. Verder zijn BGT-gegevens gedownload om de ligging van wegen, water en bestaande gebouwen in de omgeving in het rekenmodel te zetten. Ook is gebruik gemaakt van foto’s van Google Streetview, satellietfoto’s van Google Earth en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) voor het bepalen van de juiste hoogten van de gebouwen.

3.2

Verkeersgegevens

Van de Zandstraat, die in beheer is bij het Waterschap Scheldestromen, zijn geen tellingen beschikbaar. Het waterschap heeft aangegeven dat een etmaalintensiteit van 750 motorvoertuigen per etmaal in het peiljaar 2030 een realistisch uitgangspunt is. Het wegdek op de Zandstraat bestaat uit asfalt met een oppervlaktebehandeling en de maximumsnelheid bedraagt 60 km/uur. Voor de verdeling van het verkeer over de dag-, avond- en nachtperiode zijn voor dit wegtype gangbare percentages op basis van ervaringscijfers gehanteerd. Hetzelfde geldt voor de verdeling over de voertuigcategorieën licht, middelzwaar en zwaar verkeer. Wel is het percentage vrachtverkeer wat aan de hoge kant genomen om het effect van landbouwverkeer voldoende in rekening te brengen.

3.3

Rekenmethode wegverkeerslawaai

Aan de hand van de verzamelde gegevens is een rekenmodel voor wegverkeerslawaai opgesteld. Het overdrachtsgebied is in het algemeen akoestisch zacht verondersteld (bodemfactor 1,0). Daar waar zich akoestisch harde bodem bevindt, zoals bijvoorbeeld wegdek en water, is die als zodanig ingevoerd in het model (bodemfactor 0,0). De nieuw te bouwen woning is als rechthoekig bouwblok ingevoerd in de rooilijn van naastliggende nummers 30 en 32. De geluidsbelasting op de gevels is berekend op 1,5, 4,5 en 7,5m+ maaiveld. De berekeningen zijn uitgevoerd conform Standaardrekenmethode II van het ‘Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012’. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van het softwarepakket Geomilieu versie 5.21 van DGMR software B.V.

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 6

Van Kooten Akoestisch Advies

Afbeelding: 3D impressie van het rekenmodel voor wegverkeerslawaai In figuur 1.1 is een overzicht gegeven van het gehanteerde rekenmodel voor verkeerslawaai. en in figuur 1.2 is een detail weergegeven waarop de nieuw te bouwen woning en het ingevoerde duidelijker te zien is. In bijlagen 1 en 2 zijn de meest relevante invoergegevens van de ingevoerde weg en toetspunt terug te vinden. Aan belanghebbenden kan op aanvraag de volledige invoer van het rekenmodel (digitaal) worden aangeleverd.

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 7

Van Kooten Akoestisch Advies

4

Resultaten

In figuur 2 en bijlage 3 is de berekende geluidsbelasting vanwege de Zandstraat ter plaatse van de gevel van de nieuwbouw gegeven. De in de figuur aangegeven geluidsbelastingen zijn na toepassing van de aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting op de gevel blijkt maximaal 52 dB te bedragen. Hiermee wordt wel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet de maximaal vast te stellen geluidsbelasting van 53 dB overschreden. Maatregelafweging Er kunnen uiteeenlopende maatregeltypen worden toegepast. Als bronmaatregel komt de toepassing van een stiller wegdektype of snelheidsverlaging in aanmerking. Het vervangen van het huidige wegdek met oppervlaktebehandeling door dicht asfaltbeton levert een reductie van ruim 2 dB op. Dit is nog niet voldoende om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het is echter niet aannemelijk dat de wegbeheerder in deze situatie bereid is te investeren in een stiller wegdektype, omdat er langs de weg geen sprake is van een aanzienlijk aantal woningen dat is blootgesteld aan een hoog geluidsniveau. Hooguit zal dit kunnen worden afgewogen wanneer er planmatig groot onderhoud wordt uitgevoerd, en daarvan is in de nabije toekomst geen sprake. Het verlagen van de maximumsnelheid is in theorie mogelijk, maar levert slechts beperkte reductie op.

Zo zou een verlaging naar 50 km/uur een vermindering van het geluid van iets meer dan 1 dB opleveren. Het is niet aannemelijk dat de wegbeheerder deze maatregel wil toepassen. Behalve bovengenoemde bronmaatregelen dienen ook overdrachtsmaatregelen te worden onderzocht. De mogelijkheden hiertoe zijn het oprichten van een geluidsscherm en het vergroten van de afstand tot de weg Het oprichten van een scherm stuit op bezwaren van landschappelijke en financiële aard. Daarnaast zou de bouw een scherm van voldoende lengte de aanleg van een oprit van de woning naar de weg onmogelijk maken. Het bouwen van een scherm is in deze situatie daarom niet realistisch. Het vergroten van de afstand van de woning tot de weg is in beginsel mogelijk. Uit figuur 3 blijkt dat de nieuwe woning minimaal 12 meter achter de bestaande rooilijn moet worden geplaatst om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Deze oplossing is vanuit stedenbouwkundig oogpunt bezwaarlijk. De afwijking van de bestaande rooilijn zou namelijk opvallend groot zijn. Daarom dient er vanuit te worden het in voldoende mate vergroten van de afstand tot de weg niet haalbaar is. Er zijn al met geen doelmatige en acceptabele mogelijkheden voorhanden om de geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woning te reduceren. Geadviseerd wordt om de gemeente Hulst te verzoeken een hogere waarde vast te stellen.

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 8

Van Kooten Akoestisch Advies

5

Conclusie

Voor de nieuw te bouwen woning aan de Zandstraat tussen nummers 30 en 32 in Hulst zijn berekeningen en toetsingen uitgevoerd voor wegverkeerslawaai. Vanwege de Zandstraat bedraagt de geluidsbelasting maximaal 52 dB. Hiermee wordt wel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet de maximaal vast te stellen hogere waarde van 53 dB overschreden. Maatregelen aan de bron of in de overdracht zijn waarschijnlijk niet haalbaar omdat het om de realisatie van slechts één woning gaat. Het aanhouden van voldoende afstand van de nieuwe woning tot aan de weg lijkt nog het meest haalbaar. Om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen dient de woning echter minimaal 12 meter achter de rooilijn van de naastliggende bestaande woningen te worden gesitueerd. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit een bezwaarlijke oplossing. Voor een volledige afweging van maatregelen wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Gezien bovenstaande wordt geadviseerd om aan de gemeente Hulst te verzoeken vanwege de geluidsbelasting van de Zandstraat een hogere waarde van 52 dB vast te stellen voor de nieuw te bouwen woning. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient tevens te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de gevels van de woning voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit.

Hierbij dient als uitgangspunt de worden genomen de geluidsbelasting op de gevel zonder toepassing van de aftrek van artikel 110g van de Wet geluidhinder.

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Akoestisch onderzoek, 24 maart 2020

Pagina 9

Figuren en Bijlagen

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Van Kooten Akoestisch Advies Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1 wegen

basismodel Hulst-noord (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Zandstraat

Geomilieu V5.21

ISO_H 0,00

ISO M. 1,00

Hdef. Relatief

Cpl_W 1,5

Wegdek W8

Wegdek Oppervlaktebewerking

V(LV(D)) 60

V(MV(D)) 60

V(ZV(D)) 60

23-3-2020 23:35:10

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Van Kooten Akoestisch Advies Model: Groep:

Naam 1

Bijlage 1 wegen

basismodel Hulst-noord (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Totaal aantal 750,00

Geomilieu V5.21

%Int(D) 7,00

%Int(A) 2,60

%Int(N) 0,70

%LV(D) 92,00

%LV(A) 92,00

%LV(N) 92,00

%MV(D) 6,00

%MV(A) 6,00

%MV(N) 6,00

%ZV(D) 2,00

%ZV(A) 2,00

%ZV(N) 2,00

23-3-2020 23:35:10

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Van Kooten Akoestisch Advies Model: Groep:

Naam 01

Bijlage 2 toetspunt

basismodel Hulst-noord (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr.

Geomilieu V5.21

X 62848,31

Y 368486,12

Maaiveld 1,00

Hdef. Relatief

Hoogte A 1,50

Hoogte B 4,50

Hoogte C 7,50

Gevel Ja

23-3-2020 23:37:41

2006.R01 Bouwplan Zandstraat tussen 30 en 32 in Hulst Van Kooten Akoestisch Advies Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel basismodel Hulst-noord LAeq totaalresultaten voor toetspunten Zandstraat Ja

Naam Toetspunt 01_A 01_B 01_C

Dag 51,3 51,6 51,3

Hoogte 1,50 4,50 7,50

Avond 47,0 47,3 47,0

Nacht 41,3 41,6 41,3

Bijlage 3 Resultaten Zandstraat

Lden 51,4 51,7 51,5

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.21

23-3-2020 23:39:35

DE OM G E VI N G S D I E N ST VOOR EEN SCHOON EN VEILIG ZEELAND

TÀ 33

II

20.03659

Gemeente Hulst t.a.v. mevrouw M. de Rijcke Postbus 49 4560 AA Hulst

ons kenmerk document nr. contactpersoon tel. e-mail verzonden

W-AVR2003801 00258902 2020-576789 de heer P.M.J. van den Brande +31 (0)6 51204562 pmj.vandenbrande@rud-zeeland.nl 6 november 2020

Terneuzen, 5 november 2020 Betreft: concept bestemmingsplan Zandstraat tussen 30 en 32

Geachte mevrouw de Rijcke, Middels uw e-mail van 21 oktober jongstleden geeft u aan dat de gemeente Hulst een concept bestemmingsplan heeft ontvangen voor het bouwen van een woning aan de Zandstraat ong., tussen de huisnummers Zandstraat 30 en Zandstraat 32. Aan de zuidwestzijde van de ontwikkellocatie ligt aan de Zandstraat 65 het agrarisch bedrijf van de heer Nijskens. Dit is een kleinschalig landbouwbedrijf. Het bestemmingsplan laat hier veeteelt toe. Aan de richtafstand, die, uitgaand van gemengd gebied, 50 meter bedraagt, wordt niet voldaan. U verzoekt aan te geven of er desondanks toch sprake is van een goed woon- en leefklimaat, indien op dit agrarisch bedrijf vee gehouden zal gaan worden. Woon- en leefklimaat op ontwikkellocatie voor de aspecten stof, geluid en gevaar Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat op het perceel Zandstraat 65 uitsluitend het houden van melkvee en/of ander vee is toegelaten. Voor het fokken en houden van rundvee worden in Bedrijven en milieuzonering onderstaande richtafstanden gehanteerd: * voor het aspect geur: 100 meter (bij gemengd gebied 50 meter); * voor het aspect stof: 30 meter (bij gemengd gebied 10 meter); « voor het aspect geluid: 30 meter (bij gemengd gebied 10 meter); * voor het aspect gevaar: 0 meter. Voor de aspecten stof, geluid en gevaar wordt voldaan aan de respectievelijke richtafstanden.

Voor deze aspecten mag derhalve worden aangenomen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op de ontwikkellocatie. Onderstaand wordt nader ingegaan op het aspect geur. Woon- en leefklimaat op ontwikkellocatie voor aspect geur indien veebestand kleiner dan 10 stuks Het agrarisch bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Tijdens de laatst gehouden controle (op 8 juli 2020) is geconstateerd dat er hobbymatig 4 stuks vee werden gehouden. Voor het agrarisch bedrijf geldt derhalve dat in de huidige situatie de artikelen 3.112 tot en met 3.129 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, daar artikel 3.111, lid 2 van het Activiteitenbesluit stelt dat deze niet van toepassing zijn als er minder dan 10 overige landbouwhuisdieren worden gehouden. Indien De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland voert sinds 1 januari 2014 milieu- en veiligheidstaken uit namens de Zeeuwse gemeenten, Waterschap Scheldestromen en Provincie Zeeland. RUD Zeeland Postbus 35.4530 AA Terneuzen

Bezoekadres Stadhuisplein 1 4531 GZ Terneuzen

E-mail: info@rud-zeeland nl

Bļ beantwoording a.u b onderwerp, datum

Internet: www.rud-zeeland.nl

en kenmerk van deze brief vermelden

er minder dan 10 stuks vee gehouden (blijven) worden, kan gesteld worden dat er ter plaatse van de ontwikkellocatie voor het aspect geur sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Woon- en leefklimaat op ontwikkellocatie voor aspect geur indien veebestand groter dan 10 stuks Indien het agrarisch bedrijf er in de toekomst toe zou overgaan om 10 of meer stuks vee te gaan houden worden, op grond van artikel 3.111, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer de artikelen 3.112 tot en met 3.129 van datzelfde besluit wel van toepassing. Van deze artikelen zijn hier met name de artikelen 3.115 tot en met 3.117 van belang. Samengevat geven deze artikelen aan dat het oprichten, uitbreiden of wijzigen van een dierenverblijf met dieren met geuremissiefactor respectievelijk zonder geuremissiefactor is verboden indien de geurbelasting te hoog danwel de afstand te klein is tot omliggende woningen. Er dient in casu gekeken te worden naar het houden van dieren met en zonder geuremissiefactor, daar vee tot beide categorieën kan behoren. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op een afstand van ruim 35 meter vanaf de (noordoostelijke, en dus dichtstbijzijnde) grens van het agrarisch bouwblok van het agrarisch bedrijf. De kortste afstand van de (bestaande) woning Zandstraat 30 tot dit agrarische bouwblok bedraagt circa 20 meter.

De afstand van de (bestaande) woning Zandstraat 30 tot eerdergenoemde noordoostelijke grens van het agrarisch bouwblok bedraagt minder dan 25 meter. Indien het agrarisch bedrijf zou overwegen in zijn bedrijf grotere aantallen dan 4 stuks vee te gaan houden zal de woning Zandstraat 30 de maatgevende woning zijn en blijven, indien het dierenverblijf gerealiseerd zou worden in het noordoostelijke deel van het bouwblok. Dit verandert niet door de voorgenomen bouw van de woning op Zandstraat ong. Indien het dierenverblijf gerealiseerd zou worden in het noordwestelijke deel van het bouwblok wordt de woning Zandstraat 67 de maatgevende woning. Ook dit verandert niet door de voorgenomen bouw van de woning op Zandstraat ong. Indien het dierenverblijf gerealiseerd zou worden in het zuidelijk deel van het bouwblok wordt de (agrarische bedrijfs)woning Zandstraat 63 de maatgevende woning. Ook dit verandert niet door de voorgenomen bouw van de woning op Zandstraat ong. Het agrarisch bedrijf zal dan ook niet extra belemmerd worden in zijn toekomstige uitbreidingsmogelijkheden als gevolg van de voorgenomen bouw op Zandstraat ong. In de huidige situatie (nu er sprake is van het hobbymatig houden van 4 stuks vee) is er sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen op Zandstraat 30, 63 en 67.

Voorafgaand aan een eventuele gewenste uitbreiding van het agrarisch bedrijf op Zandstraat 65 (met het houden van (meer dan 10 stuks) vee) dient getoetst te worden aan de maatgevende woningen op Zandstraat 30, 63 en 67. (Op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient een verandering van de inrichting namelijk ten minste vier weken voor de verandering gemeld te worden.) Daarbij zal getoetst worden of bij deze maatgevende woningen òf een afstand van 50 meter aangehouden is tot het te realiseren dierenverblijf òf geen geurbelasting optreedt die hoger is dan 8,0 ouE/m3. (Deze gegevens dienen bij een melding van een verandering van de inrichting gevoegd te worden op grond van artikel 1.18 van het Activiteitenbesluit.) Hierdoor wordt gegarandeerd dat bij de(ze) maatgevende woningen, ook qua geur, altijd sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Dit zal derhalve ook gelden voor Zandstraat ong

W-AVR200380

2

Conclusie Op de ontwikkellocatie zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat indien op het agrarisch bedrijf op Zandstraat 65 vee gehouden zal worden. Indien u naar aanleiding van bovenstaande vragen en/of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met de behandelende ambtenaar. De contactgegevens staan in het briefhoofd. Hoogachtend,

hoofd afdeling Vergunningen mevr. mr. ing. I. Jansen

W-AVR200380

3

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

1

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Datum: 10 april 2021

Uitgevoerd en opgesteld door: Ecomark advies en beheer Churchillweg 19 4561WL HULST © Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

INHOUD

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................

9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................12 3.1 Zoogdieren............................................................................................................12 3.2 Vogels ...................................................................................................................13 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................13 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................13 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................14 3.4 Vissen ...................................................................................................................14 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................15 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................15 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland

(NNZ)..............................................................................................16 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................17

Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming

3

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

De opdrachtgever wil bebouwing op de locatie Zandstaat 59 te Hulst slopen. Voor deze activiteit geldt een onderzoeksplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze quickscan worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt het slopen van een woning op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk

4

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

5

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.

Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.

6

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd.

De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden.

7

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

1.3

Afbakening plangebied en werkwijze

Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).

8

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Figuur 1. Plangebied (rood).

Het terrein is bezocht op 15 maart 2021. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.

1.4

Opzet beoordeling

De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.

9

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is gelegen ten noorden van Hulst. Het betreft een huis met tuin. De omgeving bestaat uit agrarisch gebied. De geplande werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van bebouwing. Op deze locatie komt geen vervangende nieuwbouw. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.

10

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

Foto 1. Te slopen bebouwing.

Foto 2. Te slopen bebouwing.

11

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

3

Soortenbescherming

Hieronder worden soorten vernoemd die in en nabij het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.

3.1

Zoogdieren

Huisspitsmuis, Veldmuis, Vos, Ree. Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland en veldbezoek, NDFF 15 maart 2021 Grondgebonden soorten komen sporadisch voor in het plangebied. Het plangebied heeft geen specifieke waarden voor grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen komen voor in het plangebied. De te slopen bebouwing is geschikt als zomerverblijfplaats voor vleermuizen. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie: Voor grondgebonden zoogdieren is de te slopen bebouwing niet geschikt. De bebouwing is wel geschikt als zomerverblijfplaats voor vleermuizen. Om te bepalen of deze gebruik maken van de te slopen bebouwing is een nader onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 noodzakelijk.

12

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

3.2

Vogels

3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Kauw, Winterkoning, Heggenmus, Groenling, Zwartkop, Vink, Merel, Zanglijster, Grote Lijster, Zwarte roodstaart, Witte kwikstaart, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Zwarte kraai, Ekster, Turkse Tortel, Huismus. Vetgedrukt zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Vogelatlas van Nederland, NDFF 15 maart 2021. De genoemde soorten komen voor in de directe omgeving. Op het perceel en in de beplanting zijn tijdens het veldbezoek geen bezette vogelnesten aangetroffen. Hier zijn wel nesten te verwachten in de broedperiode. Het ins niet bekend of er in de te slopen bebouwing huismussen nestelen. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Geen effect. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie: Op het perceel zijn broedvogels te verwachten. Om te bepalen of de huismus in de te slopen bebouwing broedt dient er een onderzoek uitgevoerd te worden conform de soortenstandaard Huismus.

3.2.2 Watervogels In de omgeving komen geen watervogels voor. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 23-03-2021; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2018; In het plangebied zelf komen geen watervogels voor. Vanwege de ligging tussen lintbebouwing en nabij beplanting is het biotoop niet geschikt. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Is niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te

13

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten.

3.3

Reptielen en Amfibieën

Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker, Kleine watersalamander.

Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl De genoemde soorten komen voor in waterpartijen in de wijdere omgeving van het plangebied. In het plangebied zelf zijn geen voortplantingswateren aanwezig. Ook als landbiotoop is het plangebied ongeschikt omdat het bestaat uit korte (begraasde) vegetatie. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: geen nadelige effecten te verwachten.

3.4

Vissen

In het plangebied komen geen vissen voor. Voorkomen en functie van het plangebied: (Website Ravon versie 25 maart 2021). Er is geen water in het plangebied. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

14

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing Zandstraat 59 te Hulst

3.5

Ongewervelden

Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007. NDDF 23 maart 2021,. www.verspreidingsatlas.nl In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelde voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is gelegen in bebouwd gebied. Het plangebied is grotendeels verhard. Er komen geen beschermde soorten voor binnen 500 meter van het plangebied. Uit te voeren maatregelen: slopen van bebouwing. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11951392/1