CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

was/wordt lijst nieuwe verordening 2026

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling verordening bekostiging Leerlingenvervoer 20262.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was – wordt lijst verordening leerlingenvervoer

Was Artikel 2. Doelstelling

Wordt Artikel 2. Doelstelling

Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Het college streeft ernaar dat leerlingen zo dicht mogelijk bij de woning passend onderwijs volgen, bij voorkeur binnen het reguliere onderwijs, om vervoersbewegingen te beperken en inclusie te bevorderen.

Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs

Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs

g. -

g. de wijze waarop wordt toegewerkt naar een inclusiever onderwijsaanbod, waarbij leerlingen zoveel mogelijk onderwijs volgen binnen het reguliere onderwijs in de nabijheid van hun woonomgeving.

Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

7. -

7. Burgemeester en wethouders kunnen periodiek beoordelen of de leerling nog is aangewezen op de toegekende vervoersvoorziening, mede in het licht van ontwikkelingen in het onderwijsaanbod en de mogelijkheden voor inclusief onderwijs.

Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders/verzorger(s) met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, waarbij wordt beoordeeld in hoeverre de benodigde ondersteuning binnen het reguliere onderwijs kan worden geboden. Tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders/verzorger(s) met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

3. Als voor een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste of tweede lid verstrekken burgemeester en wethouders de ouders maximaal het eerste jaar een bekostiging van 100%, in het tweede jaar een bekostiging van 50%, in het derde jaar een bekostiging van 25%. Daarna wordt geen bekostiging meer verstrekt.

3. Als voor een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste of tweede lid, verstrekken burgemeester en wethouders de ouders een volledige vergoeding (100%) van de kosten voor openbaar vervoer of vervoer per fiets, zolang de leerling aangewezen is op deze vorm van vervoer.

Artikel 24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage

Artikel 24. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage

5.De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2026jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.

5.De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2026jaarlijks aangepast aan de wijziging die de Landelijke Tariefindex (LTI) van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.

Artikel 26. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.

Artikel 26. Hardheidsclausule 1. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, waarin strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening. 2. Afwijking op grond van het eerste lid wordt gemotiveerd in een afzonderlijk besluit van het college van burgemeester

en wethouders. Indien nodig wint het college advies in bij een onafhankelijke deskundige of het samenwerkingsverband. 4. Van het gebruik van de hardheidsclausule wordt een registratielijst bijgehouden, die jaarlijks wordt geëvalueerd in het kader van het leerlingenvervoersbeleid. 3.

Artikel 26b. Escalatieprocedure 1. Indien er tussen ouders, school en gemeente verschil van inzicht bestaat over de noodzaak, aard of omvang van de vervoersvoorziening, vindt eerst bemiddeling plaats via een daartoe aangewezen medewerker van de gemeente. 2. Indien bemiddeling niet tot overeenstemming leidt, kan op verzoek van ouders of school advies worden gevraagd aan een onafhankelijke deskundige. 3. Het college besluit op basis van dit advies en motiveert afwijking daarvan. 1. Artikel 26c. Gedrag in het vervoer en escalatie 2. Leerlingen behoren zich gedurende het vervoer te gedragen overeenkomstig de aanwijzingen van de vervoerder en de door burgemeester en wethouders vastgestelde gedragsregels. 3. Bij herhaalde of ernstige misdragingen kan burgemeester en wethouders, na hoor en wederhoor, passende maatregelen treffen, waaronder tijdelijke schorsing van het vervoer. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor de omgang met misdragingen, inclusief een escalatieprocedure.

Volgens de nieuwe Modelverordening: Was Definitie van 'school' – Artikel 1, lid p

Wordt Definitie van 'school' – Artikel 1, lid p

p. school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is:

p. school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is:

opmerking De VNGmodelverordening specificeert dat onder 'school' ook centrale

1. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 3. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. 5. een vergelijkbare school in België, zoals bedoeld onder p 1° tot en met p 4°.

1. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 3. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. 5. een vergelijkbare school in België, zoals bedoeld onder p 1° tot en met p 4°. 6. een centrale opvangklas voor nieuwkomers, een internationale schakelklas of een vergelijkbare vorm van taalonderwijs die onder verantwoordelijkheid van een bevoegde onderwijsinstelling valt.

Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag

Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag

1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.

1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase. 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.

taalklassen en internationale schakelklassen vallen.

De VNGmodelverordening biedt de mogelijkheid om vervoerstrainingen in te zetten ter bevordering van de zelfredzaamheid van leerlingen.

4. Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 6. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.

4. Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8, waarbij nadrukkelijk wordt betrokken in hoeverre de benodigde ondersteuning binnen het reguliere onderwijs kan worden geboden. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 6. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. 7. In aanvulling op het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders een vervoerstraining aanbieden gericht op het bevorderen van zelfstandigheid, indien dit (op termijn) bijdraagt aan het toekomstig zelfstandig reizen van de leerling.

Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. 3. De kosten van een vervoerstraining die door of namens burgemeester en wethouders wordt ingezet,

Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. 3. De kosten van een vervoerstraining die door of namens burgemeester en wethouders wordt ingezet,

De VNGmodelverordening biedt de mogelijkheid om vervoerstrainingen in te zetten ter bevordering van de zelfredzaamheid van leerlingen.

worden vergoed of bekostigd binnen de vervoersvoorziening.

worden vergoed of bekostigd binnen de vervoersvoorziening.

Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van de leerling en een begeleider

Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van de leerling en een begeleider

1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling van een school van primair onderwijs jonger dan negen jaar is, dan wel een leerling van het speciaal onderwijs jonger dan 11 jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. de leerling valt onder de definitie gehandicapte leerling.

1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling van een school van primair onderwijs jonger dan negen jaar is, dan wel een leerling van het speciaal onderwijs jonger dan 11 jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. de leerling valt onder de definitie gehandicapte leerling.

2. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt 75% van het belastingvrije kilometervergoeding voor de auto. 3. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

2. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt 75% van het belastingvrije kilometervergoeding voor de auto. 3. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

In de VNGmodelverordening wordt expliciet vermeld dat de kosten voor een begeleider slechts eenmaal worden vergoed, ongeacht het aantal begeleide leerlingen.

4. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, wordt slechts eenmaal bekostiging voor de begeleider verstrekt, ongeacht het aantal begeleide leerlingen. Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een

Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een

De VNG-

drempelbedrag

drempelbedrag

4.Het inkomensbedrag van € 27.450,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.450,-.

4.Het inkomensbedrag van € 27.450,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers, zoals gepubliceerd door het CBS, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-.

modelverordening bevat geactualiseerde bedragen en indexeringsmechanis men voor drempelbedragen en draagkrachtafhankelijk e bijdragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16853562/2