CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

VTH uitvoeringsprogramma 2026

Commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken 9 februari 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken14.697 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3 alinea's met “uitwisseling”: 18 498 500

5.3 Grondwateronttrekking Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Grondwateronttrekking

In stand houden van het grondwaterpeil

Hoe is het nu? Voor het onttrekken van oppervlakte is zo goed als altijd een watervergunning nodig. Naast een watervergunning mag water enkel onttrokken worden wanneer het peil boven het gestelde zomerpeil staat. Deze watervergunningen zijn een bevoegdheid van Waterschap Scheldestromen. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Het Waterschap Scheldestromen heeft in afstemming met de provincie Zeeland in de aanpak Waterbeheer 2.0 bepaald dat het thema grondwateronttrekkingen vooruitlopend op het totale waterbeheer opgepakt wordt. De specifieke maatregelen zijn na te lezen in de Kadernota 2026 van het Waterschap.

26

De gemeente Hulst heeft hier geen afzonderlijke doelen voor gesteld.

5.4 Borgen van middelen en kwaliteit thema Water Het Waterschap en Rijkswaterstaat zijn bevoegd gezag voor het grootste deel van de activiteiten van de taken. Zij voeren voor preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving activiteiten uit voor de onderstaande taken. De capaciteit hiervoor is opgenomen in jaarplannen van deze organisaties.

27

6. Groen Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Groen is: Doel: De gemeente Hulst is een veelzijdig gebied met landelijke dorpen en bijzondere natuur. Binnen de gemeente zijn er verscheidene natuurgebieden, onder andere grenspark Groot Saeftinghe, Clingse en Steense bossen, de Westerschelde, de Vogelkreek, de stadswallen en 't Groot Eiland. Dit willen we uiteraard koesteren. Wat gaan wij doen: Zoals vermeld in het voorgaande hoofdstuk is vergroening van de openbare ruimte zeer belangrijk. De hittestress door het veranderende klimaat willen we hiermede afnemen. Daarnaast streven we naar een verbetering van de natuurwaarden door middel van de herplantplicht en de landschappelijke inpassing bij nieuwe ontwikkelingen. Het beschermen, ontwikkelen en beheren van natuur en landschap zijn belangrijke taken van de Provincie. RUD Zeeland houdt voornamelijk toezicht op dit aspect. Onderstaande paragrafen vallen hiermede voornamelijk binnen de bevoegdheden van Provincie Zeeland. Wanneer zijn wij tevreden: Wij zijn tevreden als de kenmerkende en waardevolle natuurwaarden in onze gemeente behouden blijven. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.

6.1 Hinderlijk verblijf in natuurgebieden/zeeweringen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Hinderlijk verblijf in natuurgebieden en zeeweringen

Natuurgebieden zijn (sociaal) veilig t.b.v. recreatie.

Indicatoren (streefwaarde) Geen meldingen

Hoe is het nu? Er wordt geen (over)last ervaren van hinderlijk verblijf in natuurgebieden. Daarom is dit aspect geen prioriteit voor gemeente Hulst. Betrokkenen bij dit onderwerp zijn voornamelijk Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Het Zeeuwse Landschap, RUD Zeeland namens Provincie Zeeland, Politie en Rijkswaterstaat. De uitwerking van dit punt is opgenomen in het handhavingsuitvoeringsprogramma toezichtskringen natuurhandhaving 2022.

6.2 Natuurbrandrisico Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel

Indicatoren (streefwaarde)

28

Natuurbrandrisico

Branden in NNN-gebieden worden voorkomen en beheersbaar gehouden.

Aantal natuurbranden (0) Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen t.a.v. natuurbrandrisico’s per LHScategorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)

Hoe is het nu? Op 23 maart 2025 woedde er een brand in de Clingse bossen. Hierbij ging 2,4 hectare in vlammen op. Dankzij de snelle inzet van de brandweer bleef de schade beperkt. Een aantal maanden later werden dode sparren verwijderd, zodat het verdere risico op bosbrand verlaagd werd. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Als het langere tijd droog is, is het risico op natuurbranden groter. Om deze reden is in het APV Hulst 2025 (geldend vanaf 6 december 2025) een rookverbod in bossen en natuurterreinen opgenomen. Hierdoor is enerzijds een grondslag om handhavend op te treden en anderzijds hopen we de bewustwording op dit onderwerp te vergroten. Verder wordt een Natuurbrandbeheersingsplan 2026-2030 Clingse Bos (NBBP) opgesteld. Het plan heeft als doelstelling de kans op onbeheersbare natuurbranden in dit natuurgebied, door samenwerking en uitvoering van maatregelen, te verminderen. Dit plan wordt integraal opgesteld, waaraan VRZ, gemeente Hulst, Het Zeeuwse Landschap, Evides, Waterschap Scheldestromen, Provincie Zeeland, Provincie OostVlaanderen, gemeente Sint-Gillis-Waas en Waasland hulpverleningszone aan meewerken. Het vervolg hierop is een uitvoeringsplan waarin de wijze en mate van handhaving wordt vastgesteld. Natuurbranden willen we op deze wijze voorkomen.

Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. De benodigde capaciteit is gebaseerd op een eerste raming in het concept beheersplan. In de conclusie voor dit thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Cluster van activiteiten Preventie

Opstellen beheers- en uitvoeringsplan

Benodigde uren 280

Vergunningverlening

Advies VRZ bij omgevingsvergunningen

40

n.v.t.

Toezicht

Controles

30

n.v.t.

Handhaving

Handhavingscontroles BOA's

40

n.v.t.

390

-

Totaal

Benodigde middelen n.v.t.

6.3 Gebiedsbescherming/behoud natuurwaarden Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Gebiedsbescherming/ behoud natuurwaarden

Indicatoren (streefwaarde) Ontwikkeling in biodiversiteit (geen verdere achteruitgang)

29

Tegengaan van de achteruitgang in biodiversiteit

Aantal gevallen van drugs- en afvaldumping (0) Aantal geconstateerde gevallen van illegaal houtsprokkelen ten opzichte van voorgaand jaar (afname) Aantal geconstateerde gevallen van illegale jacht (0)

Hoe is het nu? Het landschap in onze gemeente kenmerkt zich door een afwisseling van bos, water, kreken, polders en dijken. In onze gemeente zijn er twee Natura-2000 gebieden welke voornamelijk bestaan uit water, namelijk de Westerschelde & Saeftinghe en de Vogelkreek. In veel natuurgebieden komt zoveel stikstof terecht, dat het schadelijk kan zijn voor de kwetsbare natuur. De Provincie Zeeland is verantwoordelijk voor de bescherming van de Zeeuwse Natura-2000 gebieden. In het geval van vergunningverlening wordt getoetst of het initiatief kan leiden tot aantasting van natuurwaarden. Deze toetsing kan gebeuren middels een Aerius-berekening, Quickscan flora en fauna of ecologische rapporten. Bij complexere of grotere initiatieven wordt hiervoor het advies van de provincie gevraagd. Indien significante negatieve effecten op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, dient initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor een Natura-2000 activiteit aan te vragen bij Provincie Zeeland. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Middels het opstellen en actueel houden van beheerplannen en natuurbeleid wenst de Provincie Zeeland de Natura-2000 instandhoudingsdoelen te behalen. Daarbij stelt de provincie vanaf 2026 een jaarplan Natuurtoezicht op in samenwerking met RUD Zeeland. De specifieke maatregelen zijn na te lezen in het Uitvoeringsprogramma 2026 VTH van de Provincie Zeeland.

6.4 Soortenbescherming Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Soortenbescherming Flora en fauna wordt niet beschadigd

Indicatoren (streefwaarde) Percentage instandhoudingsdoelen dat voldoet aan N2000-beheerplannen (100%) Aantal geconstateerde gevallen van (illegale) stroperij ten opzichte van voorgaand jaar (afname)

Hoe is het nu? In het geval van vergunningverlening wordt getoetst of het initiatief kan leiden tot aantasting van natuurwaarden. Deze toetsing kan gebeuren middels een Quickscan flora en fauna of ecologische rapporten. Bij complexere of grotere initiatieven wordt hiervoor het advies van de provincie gevraagd. Indien bij een initiatief dieren gedood worden, hun rust- en verblijfplaatsen worden vernield of planten vernield worden, dient initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor een Floraen fauna-activiteit aan te vragen bij Provincie Zeeland. Wat gaan we doen om het doel te bereiken?

30

De Provincie Zeeland zet vooral in op het zoveel mogelijk regelen van ingrepen via faunabeheerplannen en vergunningen. Daarbij stelt de provincie vanaf 2026 een jaarplan Natuurtoezicht op in samenwerking met RUD Zeeland. De specifieke maatregelen zijn na te lezen in het Uitvoeringsprogramma 2026 VTH van de Provincie Zeeland.

6.5 Behoud waardevolle bomen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Lokale prioriteit Subdoel Behoud waardevolle Kapvergunning binnen de bomen bebouwde kom om onnodig weghalen van waardevolle en/of gemeentelijke bomen te voorkomen

Indicatoren (streefwaarde) Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van wet-regelgeving t.a.v. kappen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)

Hoe is het nu? Als een inwoner een boom wil kappen of stevig snoeien die op de gemeentelijke bomenlijst vermeld staat, is een omgevingsvergunning verplicht. Ook is binnen het beschermd stadsgezicht van Hulst, een natuurbestemming of beschermde dijk een vergunning hiervoor nodig. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Middels paragraaf 3.5.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Hulst (2023) zijn de regels omtrent waardevolle bomen vastgelegd. Hierin is tevens de mogelijkheid tot het stellen van een herplantplicht geregeld. Alle meldingen en constateringen van kap zonder vergunning worden opgevolgd. Ook in deze gevallen heeft het college de bevoegdheid een herplantplicht op te leggen. Bij aanvragen om een kapvergunning wordt intern advies opgevraagd bij de medewerker groenvoorzieningen. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. De benodigde capaciteit is berekend met de gegevens van voorgaand kalenderjaar. In de conclusie voor dit thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Cluster van activiteiten Preventie

n.v.t.

Benodigde uren -

Vergunningverlening

Omgevingsvergunningen (kap)

31

n.v.t.

Toezicht

Controle op herplantplicht

10

n.v.t.

Handhaving

Kappen zonder vergunning/ herplantplicht nog niet uitgevoerd

10

n.v.t.

51

-

Totaal

6.6 Borgen van middelen en kwaliteit thema Groen

Benodigde middelen -

De Provincie Zeeland is bevoegd gezag voor het grootste deel van de activiteiten van de taken. Zij voert, of RUD Zeeland namens de provincie, voor preventie, vergunningverlening, toezicht en

31

handhaving activiteiten uit voor de onderstaande taken. De capaciteit hiervoor is opgenomen in jaarplannen van deze organisaties. In de tabel hieronder is enkel de benodigde en beschikbare uren en middelen opgenomen voor natuurbrandrisico en voor het behouden van waardevolle bomen. Subdoel Natuurbrandrisico Waardevolle bomen Totaal

Uren Benodigd 390 51

Beschikbaar 390 51

Middelen Benodigd n.v.t. n.v.t.

Beschikbaar n.v.t. n.v.t.

441

441

-

-

De huidige formatie is toereikend om de benodigde uren op te vangen.

32

7. Leefbaarheid Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Leefbaarheid is: Doel: We streven naar een leefbare, groene en verbonden gemeente waar natuur, cultuur en zorg samenkomen. Een gemeente voor wie durft te kiezen voor kwaliteit, voor nu en later. De organisatie van evenementen, de huisvesting van arbeidsmigranten, de recreatieve activiteiten en de daarbij behorende geluidsproductie dient veilig en in overeenstemming met de wet- en regelgeving te verlopen. Dat geldt ook voor de effecten van voornoemde activiteiten op de leefomgeving. Wat gaan wij doen: We zetten in op een integrale benadering voor het creëren van een veilige en leefbare samenleving. We hebben niet alleen aandacht aan afzonderlijke aspecten, maar ook voor de onderlinge banden en samenwerkingen tussen verschillende disciplines en lokale en regionale partners. Zelf zijn we vooral zichtbaar via onze toezichthouders en handhavers (BOA's). Zij hebben een oogen oor functie en fungeren tevens als eerste aanspreekpunt voor zowel inwoners als partners. Op basis van opgehaalde informatie evalueren we de situatie en stellen we bij waar nodig. Ook preventief toezicht zetten we in waar mogelijk met behulp van onze BOA's. Wanneer zijn wij tevreden: We willen met elkaar de veiligheid waarborgen en we zijn tevreden als we het sterke verenigingsleven en gevoel van gemeenschapszin kunnen handhaven in onze gemeente.

In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.

7.1 Evenementen Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Evenementen Zeeuwse evenementen zijn veilig en duurzaam georganiseerd

Indicatoren (streefwaarde) Aantal ernstige incidenten tijdens evenementen (0) Directe en indirecte CO2-uitstoot van evenementen (afname) Afname van klachten/meldingen t.o.v. eerdere edities (suggestie: -50%)

Hoe is het nu? Evenementen brengen mensen samen en dragen bij aan een levendige en ontwikkelende gemeente. In Hulst is er een rijk en gevarieerd aanbod dat uitnodigt tot beleven en meedoen. Dit zijn grote, middelgrote en kleinere evenementen. Denk hierbij aan Vestrock, Graauwrock, Vestingsdagen, carnaval en ga zo maar verder. Al deze evenementen trekken veel bezoekers. Het is dan ook van groot belang dat deze evenementen veilig plaatsvinden en volgens de regels verlopen. Dit borgt de veiligheid en voorkomt hinder.

33

Wat gaan we doen om het doel te bereiken? In aanloop naar en tijdens deze evenementen worden verscheidene controles uitgevoerd. Deze controles hebben een integrale benadering. We zetten dan ook veel uren in op toezicht bij evenementen, aangezien hier een grote winst te behalen is op naleving en effect op de leefomgeving. Na afloop van de grote evenementen wordt tevens integrale evaluatiemomenten georganiseerd om successen en verbeterpunten met elkaar te delen. In 2026 zal er een herziening van de evenementennota komen, waarin voornamelijk aanpassingen aan de Omgevingswet worden opgenomen. In 2026 organiseert gemeente Hulst het grootste sportevenement in de geschiedenis van Zeeland, namelijk het UCI Wereldkampioenschap Veldrijden. Drie dagen lang staan de stad en vestingwerken wereldwijd in de schijnwerpers. Zo'n internationaal evenement heeft natuurlijk veel impact. Er komen tienduizenden bezoekers naar Hulst. Als gemeente willen we ervoor zorgen dat Hulst tijdens het evenement aantrekkelijk blijft voor zowel haar inwoners alsook voor bezoekers. In 2025 waren er project- en werkgroepen waarin collega's vanuit verschillende disciplines (VTH, AOV, Realisatie en Beheer, etc.) alsook externe partners (VRZ, politie, wegbeheerders, etc.) de voorbereiding projectmatig hebben aangepakt.

Ook in 2026 vergt dit evenement nog veel capaciteit in zowel de voorbereidende fase, alsook tijdens het evenement. Tijdens het evenement zullen de toezichthouders, BOA's en AOV'ers toezicht houden. Daarnaast is de gemeente telefonisch bereikbaar gedurende dat weekend en zijn collega's aangewezen voor de aansturing van materialen en het legen van afvalbakken. Zowel ambtelijk alsook bestuurlijk zijn er mensen van de gemeente Hulst aanwezig en bereikbaar tijdens het evenement. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. De benodigde capaciteit is berekend met de gegevens van voorgaand kalenderjaar. In de conclusie voor dit thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Cluster van activiteiten Vergunningen / meldingen

Benodigde uren 116

Controles / handhaving

269

Vergunningverlening

Evenementenvergunningen

975

Toezicht

Controles grote evenementen

170

WK veldrijden 2026

Handhaving

58

Totaal

1588

Benodigde middelen €10.000,00

€10.000,00

7.2 Illegale recreatie Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Illegale recreatie Geen illegale overnachtingen (in natuurgebieden, op parkeerplaatsen etc.)

34

Indicatoren (streefwaarde) Aantal geconstateerde illegale overnachtingen (streefwaarde

te bepalen per bevoegd gezag) Hoe is het nu? Er wordt geen (over)last ervaren van illegale recreatie. Daarom is dit aspect geen prioriteit voor gemeente Hulst.

7.3 Gescheiden afvalinzameling particulieren Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Gescheiden Particulieren bieden hun afval afvalinzameling op de juiste (gescheiden) particulieren wijze aan.

Indicatoren (streefwaarde) Percentage verkeerd aangeboden afval, op basis van steekproeven (<10%) Ontwikkeling van door afvalverwerkers afgekeurde dan wel ‘vervuilde’ partijen ingezameld huisvuil (dalende trend of evt. uit data afvalverwerkers een concreet percentage benoemen)

Hoe is het nu? De afvalinzameling binnen de gemeente Hulst is uitbesteed bij de ZRD (Zeeuwse Reinigingsdienst). Zij zorgen voor de inzameling van restafval, GFT-afval, papier en karton en PMD van particulieren. Daarnaast kunnen particuliere huishoudens maximaal vier keer per kalenderjaar gebruik maken van de mogelijkheid om grof huisvuil en/of tuinafval op afroep te laten ophalen. Verder kan vrijwel al het afval afgegeven worden op de milieustraat. Het grootste deel van het afval dat we gescheiden inzamelen, verwerken de afvalverbrandingsinstallaties apart. Het grootste deel van het afval is geschikt als grondstof. Enkel restafval wordt verbrand. Dit gebeurt in Nederland en is schadelijk voor het milieu en kostelijk. Daarom zetten we als gemeente in om de hoeveelheid restafval te verminderen. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Sinds 1 november 2025 is een toegangspas verplicht voor een bezoek aan de milieustraat. Op deze wijze wil de ZRD misbruik tegengaan. Er werd namelijk veel afval gebracht door mensen die geen afvalstoffenheffing betalen, wat zorgde voor een toename van afval per inwoner en de kosten voor afvalverwerking hoog waren. Middels deze toegangspas krijgt de ZRD ook meer inzicht in data, zoals drukte en bezoekfrequentie, om het beleid te verbeteren.

Er kan tevens maatregelen genomen worden indien er misbruik gesignaleerd wordt, bijvoorbeeld wanneer één kenteken opvallend vaak met verschillende pasjes verschijnt of één pasje met veel verschillende voertuigen wordt gebruikt.

7.4 Geluidhinder openbare ruimte Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel

Indicatoren (streefwaarde) Aantal overlastmeldingen (-50%)

35

Geluidhinder openbare ruimte

Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte (of evenementen)

Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10% Licht: 25%)

Hoe is het nu? Voor het afspelen van versterkte muziek, zowel in de openbare ruimte alsook in de tuin tijdens een feest, is een ontheffing geluidshinder nodig. Horecagelegenheden mogen maximaal zes dagen per jaar de geluidsnormen overschrijden bij festiviteiten. Hiervoor hebben horecagelegenheden een meldingsplicht. De RUD Zeeland verzorgt de advisering van geluidsnormen en voert gericht geluidscontroles uit. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om geluidshinder in de openbare ruimte te beperken, nemen wij verschillende maatregelen. Naast het intensiveren van geluidscontroles tijdens evenementen en activiteiten zoeken we samen met organisatoren risico gestuurd naar alternatieve oplossingen om geluidsoverlast te verminderen. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van geluidswerende materialen of het aanpassen van de opstelling van podia. Ook vragen we extra aandacht bij organisatoren om inwoners op de hoogte te stellen van aankomende evenementen. In de herziening van de evenementennota zal ook meer aandacht besteed worden aan dit onderwerp.

7.5 Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast) Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Huisvesting Beperken van overlast door arbeidsmigranten arbeidsmigranten (welzijn/overlast) Verminderen van arbeidsuitbuiting van arbeidsmigranten

Indicatoren (streefwaarde) Aantal klachtmeldingen (afname) Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHS-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%)

Hoe is het nu? Op dit moment ontvangen wij weinig tot geen klachten die te maken hebben met overlast veroorzaakt door arbeidsmigranten. Tevens ontvangen wij nauwelijks klachten over slechte huisvestingsomstandigheden. Tijdens reguliere en integrale controles zijn we echter waakzaam op dit onderwerp. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om meer zicht te krijgen op de aantallen en huisvestingslocaties van arbeidsmigranten binnen onze gemeente dient de verhuurder er zorg voor te dragen dat huurder(s) zich op tijd en volledig inschrijven als inwoner van de Gemeente Hulst. Dit zal vanaf 2026 als voorwaarde gesteld worden bij een besluit om een omgevingsvergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Bij meldingen van overlast wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van een omgevingsvergunning. Indien er geen omgevingsvergunning is verleend, wordt bezien of legalisatie mogelijk is. Indien er

36

wel een omgevingsvergunning is verleend, wordt gecontroleerd of er aan alle voorwaarden wordt voldaan. De controle op een (brand)veilige huisvesting van seizoenarbeiders wordt in samenwerking met de VRZ uitgevoerd. De huisvesting blijft aandacht vragen en wordt periodiek gecontroleerd. Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen De benodigde capaciteit voor dit onderwerp is reeds meegenomen in paragraaf 3.4 van dit uitvoeringsprogramma.

7.6 Borgen van middelen en kwaliteit thema Leefbaarheid

In de tabel hieronder is enkel de benodigde en beschikbare uren en middelen opgenomen voor evenementen. Voor het thema arbeidsmigranten is dit reeds opgenomen in paragraaf 3.4. De andere paragrafen zijn voor het domein VTH niet verder van toepassing. Subdoel Evenementen Totaal

Uren Benodigd 1588 1588

Beschikbaar 1588 1588

Middelen Benodigd €10.000,00 €10.000,00

Beschikbaar €10.000,00 €10.000,00

Het WK veldrijden dat eind januari 2026 zal plaatsvinden, vergt veel capaciteit. Vanwege de specifieke expertise en de belasting op de ambtelijke organisatie wordt er externe capaciteit ingehuurd.

37

8. Samenwerking In de probleem- en risicoanalyse zijn enkele thema’s van samenwerking opgenomen. In de volgende paragrafen geven we aan hoe gemeente Hulst bijdraagt aan deze samenwerkingsthema’s.

8.1 Ondermijning Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Ondermijning Tegengaan van ondermijnende activiteiten

Indicatoren (streefwaarde) Percentage gevallen waarin Bibob-toets of onderzoek is gedaan waar dat volgens het Bibob-beleid zou moeten (100%)

Hoe is het nu? Ondermijning is een overkoepelend thema. Om de effecten van ondermijnende criminaliteit te beperken moeten we als gemeenten weerbaar zijn. De Zeeuwse norm heeft de structurele aandacht om gezamenlijk de weerbaarheid en integriteit te versterken. Ook is het van belang dat signalen van ondermijnende criminaliteit worden herkend en gemeld. Onze inwoners zijn de ogen en oren van de gemeente en kunnen dan ook heel waardevol zijn de aanpak van ondermijning. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? In 2025 is de beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) geactualiseerd. Hierin zijn de aantal toetsingen op diverse onderdelen uitgebreid, onder andere bij de huisvesting van arbeidsmigranten. Door deze uitbreidingen willen we het onbewust faciliteren van criminele activiteiten verder tegengaan. Verder worden de prioriteiten op het gebied van ondermijning vastgesteld in het Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid. Dit jaarplan wordt jaarlijks opgesteld door de collega's van het taakveld Openbare Orde en Veiligheid van de gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis. Door middel van afgestemd toezicht en handhaving gaan wij ondermijnende activiteiten tegen. Het streven is om vier integrale controles in samenwerking met belangrijke veiligheidspartners uit te voeren.

Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. De benodigde capaciteit is berekend met de gegevens van voorgaand kalenderjaar. In de conclusie voor dit thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Cluster van activiteiten Preventie

n.v.t.

Benodigde uren -

Vergunningverlening

Legalisatie / BIBOB onderzoek

810

n.v.t.

Toezicht

Integrale controles

550

n.v.t.

Handhaving

Hierboven bij integrale controles opgenomen

-

-

1360

-

Totaal

38

Benodigde middelen -

8.2 Beleidsafstemming Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Beleidsafstemming Zeeuwse VTH-partners zorgen voor een eenduidige uitvoering van VTH-taken

Indicatoren (streefwaarde) Percentage VTH-partners dat de afspraken uit het VTH-beleid volledig toepast (tenminste 80%)

Hoe is het nu? De Omgevingswet (Ow) en het Omgevingsbesluit (Ob) bevat kwaliteitseisen voor beleid, organisatie en de kwaliteit van personeel. De wet en de Omgevingsvisie zijn gericht op duurzame ontwikkeling en integrale besluitvorming ter bescherming van de fysieke leefomgeving. De eerste stappen die hiervoor zijn gezet, is het onlangs vastgestelde U&H beleid Zeeland 2025-2028 met daarin opgenomen de gezamenlijke probleemanalyse en het Protocol Casemanagement 2025. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Hoewel de basis is gelegd, moet de daadwerkelijke integratie naar eenduidige regels nog plaatsvinden. Vanuit het Regieteam U&H worden lopende en nieuwe werkgroepen leven ingeblazen om beleid, uitvoering en samenwerking in de regio te verbeteren. Vanuit gemeente Hulst zal aangesloten worden bij de werkgroepen 'Gezamenlijke opgaven en prioriteiten' en 'VTHuitvoeringsprogramma'. Op deze wijze willen wij mede invulling geven aan de implementatie van beleid. In 2025 is tevens de nieuwe functie van beleidsadviseur opengesteld binnen het VTH-team. De beleidsadviseur dient te zorgen voor een goede coördinatie van de VTH-beleidscyclus en zorgt voor een beleidsafstemming en –ontwikkeling met alle VTH-partners. Met de komst van deze functie wil gemeente Hulst de dienstverlening binnen het VTH-team naar een hoger niveau tillen en beleidsstukken vertalen naar uitvoerbare processen.

Benodigde en beschikbare capaciteit en middelen In onderstaande tabel zijn de voorgenomen activiteiten per werkveld (preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving) geclusterd. Per cluster van activiteiten is aangegeven hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren. De benodigde capaciteit is gebaseerd op de gegevens van voorgaand kalenderjaar. In de conclusie voor dit thema wordt aangegeven of deze benodigde capaciteit en middelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Cluster van activiteiten Preventie

Benodigde uren 650

Benodigde middelen -

-

-

Vergunningverlening

Deelname werkgroepen/ AOOR / beleidscyclus n.v.t.

Toezicht

n.v.t.

-

-

Handhaving

n.v.t.

-

-

650

-

Totaal

8.3 Ketentoezicht

39

Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Ketentoezicht Vastleggen van afspraken in welke gevallen er in welke mate ketentoezicht plaatsvindt, en hiertoe ook bindende afspraken maken.

Indicatoren (streefwaarde) Mate waarin de kwantitatieve afspraken ketentoezicht worden behaald (tenminste voor 90%)

Hoe is het nu? Door versterking van ketentoezicht streven we naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Dit doen we door samenwerking tussen toezichthoudende partijen te intensiveren, waardoor toezicht effectiever, efficiënter en consistenter wordt uitgevoerd. De RUD Zeeland en DCMR controleren bedrijven namens onze gemeente. Ze spelen een belangrijke rol door signalen door te geven aan andere organisaties die toezicht houden op verschillende gebieden binnen het Omgevingsrecht. Als wij of andere organisaties iets zien wat belangrijk is voor het toezicht, melden we dit. Zo zorgen we ervoor dat we goed geïnformeerd blijven en werken we samen aan een beter toezicht. Dit helpt ons ook om beleid en uitvoering beter op elkaar af te stemmen en maatschappelijke vraagstukken samen aan te pakken. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Om deze doelen te bereiken, maken we duidelijke afspraken over waar, wanneer en hoe we ketentoezicht doen. Deze afspraken worden besproken met alle betrokkenen en zorgen voor een georganiseerde uitvoering. Ook zorgen we ervoor dat signalen en observaties actief teruggekoppeld worden binnen de keten, zodat toezichtinformatie beter gedeeld en gebruikt kan worden.

8.4 Uitwisseling expertise Beoogd maatschappelijk effect (subdoel) Regionale prioriteit Subdoel Uitwisseling expertise Expertise wordt uitgewisseld en informatie zodat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden

Indicatoren (streefwaarde) Percentage gemeenten dat deelneemt in tenminste een VTHsamenwerkingsactiviteit (100%)

Hoe is het nu? De regelgeving wordt steeds complexer en er worden steeds strengere kwaliteitscriteria opgelegd op de bevoegde gezagen. Informatie-uitwisseling over VTH-werkzaamheden is daarom noodzakelijk. Momenteel vindt dit plaats via gezamenlijke Zeeuwse of Zeeuws-Vlaamse bijeenkomsten en op individuele basis tussen medewerkers. Deze samenwerking draagt bij aan een meer uniforme werkwijze en betere dienstverlening. Wat gaan we doen om het doel te bereiken? Ook op dit vlak wordt vanuit het Regieteam U&H een nieuwe werkgroep opgestart om de kennisdeling en communicatie in Zeeland te versterken. Verder blijven wij de onderlinge afstemming en kennisdeling tussen medewerkers van verschillende organisaties en disciplines stimuleren.

8.5 Inhoudelijke samenwerkingsprojecten

40

De gemeente Hulst is een veelzijdig gebied waarin wonen, recreëren en ondernemen samengaan. We willen voorkomen dat er overlast is, maar dat bedrijfsmatige activiteiten ook mogelijk zijn. We overleggen hierover en denken mee met de Zeeuwse ketenpartners, zoals RUD Zeeland, Provincie Zeeland, DCMR, GGD, VRZ, Waterschap Scheldestromen, politie, OM, andere Zeeuwse gemeenten, enzoverder. In de voorgaande hoofdstukken en paragrafen zijn de samenwerkingen met deze VTHpartners eerder per onderdeel besproken.

8.6 Borgen van middelen en kwaliteit thema Samenwerking Subdoel Ondermijning Beleidsafstemming Totaal

Uren Benodigd 1360 650 2010

Beschikbaar 1360 650 2010

Middelen Benodigd n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Beschikbaar n.v.t. n.v.t. n.v.t.

De benodigde uren voor parafen 8.3 tot en met 8.5 zijn verweven in bovengemelde uren. Om deze reden is hier geen specificatie over opgenomen. De huidige formatie is toereikend om de benodigde uren en middelen op te vangen.

41

9. Ontwikkelingen en risico’s In dit hoofdstuk staan we stil bij de relevante ontwikkelingen en risico's die van invloed kunnen zijn op het uitvoeren van dit uitvoeringsprogramma. De belangrijkste ontwikkeling die nog steeds voortduurt in onze werkprocessen is de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze wet is ondertussen twee jaar 'oud', maar de implementatie van deze wet blijft ook komend jaar nog een uitdaging. We willen het integraal denken, samenwerken met externe partners en het omgaan met participatieprocessen van onze medewerkers versterken. De Omgevingsvisie Land van Hulst 2050 zal in 2026 vastgesteld worden en zal de koers en strategie op vlak van VTH-taken bepalen. Deze visie wordt verder uitgewerkt in onder andere het omgevingsplan. Dit omgevingsplan is volop in ontwikkeling en zal in 2026 deel voor deel worden vervangen door een definitief omgevingsplan. Ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) moet nog verder voet aan de grond krijgen in onze werkprocessen. Hoewel taken nu verschoven zijn naar private partijen, blijft de gemeente uiteindelijk verantwoordelijk als bevoegd gezag. In 2026 zullen we bezien of ons beleid en werkwijzen verder aangepast dienen te worden. Op gebied van Erfgoed willen we in 2026 verdere stappen maken. De kerkenvisie is namelijk in 2024 al opgesteld en de inventarisatie van het gemeentelijk erfgoed is in 2025 opgevraagd.

Dit wordt in 2026 opgeleverd. Daarna volgt het opstellen van een erfgoedvisie en –beleid. Er is tevens een visie opgesteld in 2025 over de bruggen en oorspronkelijke wateren in de historische binnenstad van Hulst. De verdere uitwerking van deze visie staat ook in 2026 op de planning. Woensdag 18 maart 2026 staat het vierjaarlijkse hoogtepunt van de lokale democratie weer op de agenda: de gemeenteraadsverkiezingen. Ook dit zullen nieuwe ontwikkelingen met zich meebrengen. Er kunnen verschuivingen plaatsvinden in de samenstelling van het college en er kunnen andere thema's de focus krijgen. Afhankelijk van het bestuursakkoord wordt gekeken of er later wijzigingen nodig zijn voor dit uitvoeringsprogramma. Daarnaast blijven we alert op sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen, zoals de huisvesting van arbeidsmigranten, ondermijning, drugsafval, stikstofproblematiek, energietransitie en klimaatvraagstukken. We realiseren ons dat niet alle ontwikkelingen voorspelbaar zijn. Onvoorziene gebeurtenissen of signalen uit de samenleving – via meldingen, klachten of ons eigen toezicht – kunnen impact hebben op de leefomgeving en mogelijk ondermijnend werken. Daarom blijven we investeren in alertheid, signaleringsvermogen en handelingsgerichtheid van onze medewerkers. Zo bouwen we aan een wendbare organisatie die proactief inspeelt op wat er speelt in de samenleving.

42

10. Eindconclusie Met dit jaarplan geven wij richting aan onze inzet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Wij baseren ons op het Zeeuwse U&H beleid 20252028 en werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet: integraal, risicogericht, professioneel en transparant. Wij spelen actief in op actuele maatschappelijke opgaven zoals ondermijning, energietransitie, leefbaarheid en de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarbij werken wij nauw samen met onze partners, waaronder de RUD Zeeland, GGD, Veiligheidsregio Zeeland, DCMR en de provincie. Onze inzet is afgestemd op zowel regionale als lokale prioriteiten, met oog voor effectiviteit en maatschappelijke impact. Met dit jaarplan leggen wij een basis voor een toekomstbestendige uitvoering van onze VTH-taken. Wij blijven leren, verbeteren en samenwerken om de kwaliteit van de leefomgeving voor onze inwoners en bedrijven te waarborgen. In bijlage H is een capaciteitsberekening toegevoegd. Op basis van deze berekening is vastgesteld dat de huidige formatie toereikend is om de werkdruk te kunnen opvangen. Dit komt mede door de inhuur van personeel op vlak van juridische ondersteuning. Daarnaast vindt er inhuur plaats in het kader van het WK veldrijden 2026.

We streven naar een uitstekend woonklimaat in een open en landschappelijk waardevolle gemeente Hulst, waarin het lokale bedrijfsleven, toerisme, recreatie en landbouw zich in evenwicht met natuur en landschap kunnen ontwikkelen. De gemeente zorgt via beleid en organisatie voor een evenwichtige ontwikkeling van de vestingstad Hulst en de landelijke kernen waarbij kwaliteit voor kwantiteit gaat en waarbij het bedienen van de burger in brede zin de centrale doelstelling van de gemeente vormt.

43

Bijlage A: Afkortingenlijst Afkorting

Omschrijving

AOV

Ambtenaar Openbare Veiligheid

APV

Algemene Plaatselijke Verordening

Awb

Algemene wet bestuursrecht

Bbl

Besluit bouwwerken leefomgeving

BBT

Best Beschikbare Technieken

Bibob

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

BOA

Buitengewoon opsporingsambtenaar

BOPA

Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit

BRZO

Besluit risico's zware ongevallen

DCMR

Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

ETFAL

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

FTE

Fulltime-equivalent

GFT

Groente-, Fruit- en Tuinafval

GGD

Gemeenschappelijke gezondheidszorg

I&W

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

IBT

Interbestuurlijk toezicht

i.s.m.

In samenwerking met

KRW

Kaderrichtlijn Water

LHSO

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

MBA

Milieubelastende activiteit

Ob

Omgevingsbesluit

OM

Openbaar Ministerie

OOVJ

Openbare Orde, Veiligheid en Juridische Zaken

Ow

Omgevingswet

PFAS

Per- en polyfluoralkylstoffen

PIOFACH PMD

Acroniem voor: Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratie, Communicatie, Huisvesting Plastic verpakkingen, metalen verpakking en drinkpakken.

R&B

Realisatie en Beheer

RAT

Risico Analyse Toezicht

RO

Ruimtelijke Ordening

RUD

Regionale Uitvoeringsdienst

SPUK Bodem

Tijdelijke regeling uitkering bodem (SPUK: Specifieke Uitkeringen)

U&H

Uitvoering en Handhaving

UCI

Union Cycliste Internationale (Internationale Wielerunie)

VFL

Verordening Fysieke Leefomgeving

VRZ

Veiligheidsregio Zeeland

VTH

Vergunningen, Toezicht en Handhaving

Wkb

Wet kwaliteitsborging voor bouwen

Wro

Wet ruimtelijke ordening

ZRD

Zeeuwse Reinigingsdienst

ZZS

Zeer Zorgwekkende Stoffen

44

Bijlage B: Schematische weergave Landelijke Handhavingsstrategie

45

Bijlage C: Overzicht overleggen Vergunningen, Toezicht en Handhaving Naam

discipline

Afdelingsoverleg

Alle

Vergader frequentie 1x per maand

Teamleidersoverleg

Alle

1x per week

Intaketafel

Alle

1x per week

Weekoverleg Vergunningverlening

Vergunningen en Toezicht

1x per week

Handhavingsoverleg

Alle

1x per 2 weken

Vergunningverlenersoverleg

Vergunningen

1x per maand

Toezichthoudersoverleg

Toezicht

1x per maand

Lokaal Handhavings Overleg

Alle

4 x per jaar

Omgevingstafel

Alle

1x per maand

Diverse overleggen Regionale Uitvoerings Dienst Zeeland

Alle

Diversen

Deelnemers

Voorzitterschap

Intern  Afdeling W&W Intern  Afdelingshoofd en teamleiders VTH, RO en OOVJ Intern  Beleidsmedewerker(s) W&W  Beleidsmedewerker(s) R&B  Beleidsmedewerker(s) Samenleving Intern  Teamleider VTH  Vergunningverleners  Toezichthouders bouwen

Afdelingshoofd

Intern  Teamleider VTH en OOVJ  Beleidsadviseur VTH  Toezichthouders bouwen  Juristen Intern  Teamleider VTH  Vergunningverleners  Beleidsadviseur VTH Intern  Teamleider VTH  Toezichthouders bouwen  Beleidsadviseur VTH  Waterschap  Gemeente  Provincie  Regionale Uitvoeringsdienst  Politie  Algemene inspectiedienst  Staatsbosbeheer  Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap  VTH-partners: RUD Zeeland, DCMR, RWS, terreinbeherende organisaties, Veiligheidsregio Zeeland  Diversen

Toezichthouder bouwen

Teamleider VTH

Algemene afstemming

Teamleider VTH

Algemene afstemming

Gemeente

Informeren over en afstemmen handhavingstrajecten op dossierniveau Afstemmen actualiteiten

46

Afdelingshoofd

Opmerkingen/doel van de vergadering  Algemene informatie afstemmen  Afstemmen personeel en organisatie

Beleidsmedewerker RO & Wonen

Afstemmen ingediende principe verzoeken, schetsplannen, BOPA's

Teamleider VTH

Afstemmen binnengekomen aanvragen omgevingsvergunningen Afstemmen verleende omgevingsvergunningen Afstemmen handhavingszaken

Gemeente (momenteel een beleidsmedewerker van gemeente Terneuzen)

Bespreken van initiatieven welke een grote(re) invloed hebben op de omgeving of waar advies van verscheidene VTHpartners benodigd is

Diversen

Diverse overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau

 Diverse overleggen Veiligheidsregio Zeeland

Alle

Diversen

Diversen

Diversen

 

Ambtelijk Overleg Omgevingsrecht (AOOR)

Alle

Halfjaarlijks

 

Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR)

Alle

Halfjaarlijks

 

Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap VTH-partners: RUD Zeeland, DCMR, RWS, terreinbeherende organisaties, politie, OM, Veiligheidsregio Zeeland Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap VTH-partners: RWS, terreinbeherende organisaties, politie, OM

47

Regieteam

Regieteam

Gericht op afstemming van beleid en uitvoering Diverse overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau Gericht op afstemming van beleid en uitvoering Voorbereiding BOOR

Principe-afspraken over het gezamenlijk VTHbeleid en de uitvoering daarvan, die vervolgens binnen elke deelnemende organisatie afzonderlijk moeten worden vastgesteld

Bijlage D: Indeling bouwprojecten De indeling van de bouwprojecten vindt plaats naar het hoofdgebruik van het bouwproject en bouwsom zonder BTW. Wonen: Kenmerk van deze categorie bouwprojecten is dat er in de gebouwen gewoond en overnacht wordt. Voorbeelden: woningen logiesverblijven Bepalende gebruiksfuncties: woonfunctie, logiesfunctie wonen cat.I dakkapel wonen cat.I <€100.000 eenvoudig wonen cat.I <€100.000 complex wonen cat.II €100.000-1.000.000 wonen cat.III >€1.000.000 Publiek: Kenmerken van deze categorie bouwprojecten is dat de gebouwen publiektoegankelijk zijn en dat er zich (grote) hoeveelheden mensen in kunnen bevinden. Voorbeelden: publieksgebouwen, scholen, sportfaciliteiten, winkels, uitgaansgelegenheden etc. Bepalende gebruiksfuncties: bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie publiek cat.I <€100.000 publiek cat.II €100.000-1.000.000 publiek cat.III >€1.000.000 Bedrijf: Kenmerkend aan deze categorie bouwprojecten is dat er in deze gebouwen alleen gewerkt wordt (geen overnachting). Voorbeelden: kantoren, bedrijfscomplexen Bepalende gebruiksfuncties: kantoorfunctie, industriefunctie bedrijf cat.I <€100.000 bedrijf cat.II €100.000-1.000.000 bedrijf cat.III >€1.000.000 Overig: Dit is een restcategorie.

Voorbeelden: kassenbouw, infrastructuur, civiele kunstwerken Bepalende gebruiksfuncties: overige gebruiksfuncties, bouwwerk geen gebouw zijnde Controle omgevingsvergunning bouwen overig cat.I+II+III

48

49

50

Bijlage E: Indeling milieubedrijven Voor bedrijven ondergebracht bij RUD Zeeland worden de volgende 4 risicocategorieën gehanteerd: 1. Hoog risico 2. Medium risico 3. Beperkt risico 4. Verwaarloosbaar risico Dit gebeurt op basis van een risicoanalyse op brancheniveau en per milieuthema. Per branche zijn scores gegeven per milieudoel (geluid, lucht, veiligheid, etc). De risicocategorie bepaalt de controlefrequentie en mede het soort controle-instrument (zoals bijvoorbeeld zelfcontrole of integrale controle) wat kan worden ingezet. Er wordt gewerkt met een 38- tal branches. Bijvoorbeeld de branche Akkerbouw, Op- en overslag gevaarlijke stoffen, Bouwnijverheid, Houden van dieren, Raffinaderijen etc. Branches zijn samengestelde groepen van bedrijven op basis van SBI-codes, bijvoorbeeld de branche motorvoertuigenhandel- en herstelinrichtingen omvat garages, showrooms, autospuiterijen, etc. De basis wordt gevormd door de hoofdactiviteit. Er wordt gewerkt met branches, omdat het voor een meerjarenaanpak ondoenlijk is om voor 8700 bedrijven individueel te scoren. Er is altijd discussie mogelijk over de wijze van indelen en er is ook geen absolute waarheid hierin. Het is op basis van gezond verstand en gaat erom om tot een zo logisch mogelijke indeling te komen. Vooralsnog is gekozen om de indeling die DCMR aanhoudt te volgen.

Voordelen van de DCMR-systematiek zijn:  Alle bedrijven, van eenvoudig tot complex, passen binnen deze methodiek. - Elementen van huidige Zeeuwse methodieken komen erin terug;  Risicoanalyse is reeds beschikbaar. In onderstaande tabel is de risico-indeling per branche weergegeven: Branchecluster

Risicocategorie

Afval(water)beheer

Medium

Akkerbouw

Beperkt

Autodemontagebedrijven

Medium

Bouwnijverheid

Beperkt

Chemie

Hoog

Chemische wasserijen

Medium

Droge bulk

Medium

Emplacementen (spoor)

Hoog

Energiebedrijven

Hoog

Energiedistributie en waterhuishouding Glastuinbouw

Beperkt

Glasproductie en -bewerking

Medium

Grafische activiteiten

Beperkt

Groot- en detailhandel

Verwaarloosbaar

Horeca

Beperkt

Houden van dieren

Medium

Hout-/meubelindustrie

Beperkt

Beperkt

51

Industrie

Beperkt

Installaties

Beperkt

Metaalelectrobedrijven

Medium

Motorvoertuigenhandel en herstelinrichtingen Onderwijs

Medium

Op- en overslag (tank)

Hoog

Op- en overslag gevaarlijke stoffen

Hoog

Overige dienstverlening

Beperkt

Overige op- en overslag

Beperkt

Raffinaderijen

Hoog

Rubber- en kunststofindustrie

Medium

Scheepswerven

Medium

Sport en recreatie

Beperkt

Tankstations

Hoog

Textielbedrijven

Beperkt

Vlees- en visverwerkende industrie

Beperkt

Voedingsmiddelenindustrie

Beperkt

Vuurwerk

Medium

Zorg

Beperkt

Windmolens

Beperkt

Propaantanks particulieren

Beperkt

Verwaarloosbaar

Via een speerpuntenanalyse krijgen branches per milieuthema een score (1, 2, 3 of 4) die uitdrukt hoeveel impact en/of relevantie de activiteiten in die branche op het milieuthema hebben. Bij het toekennen van de scores wordt uitgegaan van de grootste groep(en) bedrijven binnen de branche. De zogenaamde 80/20 regel. Het kan zijn dat er binnen een branche bepaalde groepen voorkomen die op een thema meer of minder invloed hebben. Dat is geen probleem. Tijdens het bepalen van de aanpak kan vervolgens gedifferentieerd worden welke controle aspecten belangrijk zijn en welke controlediepgang vereist is. Bijvoorbeeld de groep autospuiters bij autoherstelbedrijven. Dit type inrichtingen heeft meer invloed op het thema lucht, maar vormt slechts een kleine groep van de totale branche. Risicocategorieën en toezicht Bij de verwaarloosbaar risicobedrijven wordt “klacht- en incidentgericht toezicht” gehanteerd. Dit betekent dat alleen toezicht plaatsvindt bij klachten of incidenten. Beperkt risicobedrijven De beperkt risicobedrijven worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Dit is toezicht met een lage frequentie. Ook zelfcontrole valt hieronder. In de toekomst worden naleefgedrag en klachten gebruikt om te bepalen welke subgroep meer toezicht krijgt. De controlefrequentie ligt hierop eenmaal per 5 jaar.

Medium risicobedrijven Dit vraagt in principe om een meerjarig ingeplande branche aanpak bij alle bedrijven in de hiertoe behorende branches. De medium risicobedrijven krijgen daarom een branche-/thema aanpak. Daarbij wordt projectmatig een branche en/of thema gecontroleerd door middel van controlebezoeken en/of (diepgaand) administratief toezicht. In de toekomst worden naleefgedrag

52

en klachten gebruikt om te bepalen welke subgroep meer toezicht krijgt. De controlefrequentie is vastgelegd op 2-jaarlijks. Hoog risicobedrijven De groep hoog risicobedrijven krijgt een individuele aanpak. Bij deze bedrijven wordt de branche gerichte risicoanalyse uitgebreid met een bedrijfsgerichte analyse. In deze bedrijfsgerichte analyse komen ook de aspecten naleefgedrag, klachten, “kunnen” (is het bedrijf zodanig georganiseerd dat het kan naleven) en “willen” (cultuur) aan bod. Ook bestuurlijke relevantie speelt daarin een rol. De uitkomst van deze bedrijfsgerichte analyse kan invloed hebben op het aantal uren dat aan het bedrijf besteed wordt. De controlefrequentie is tenminste eenmaal per jaar.

53

Bijlage F: Indeling evenementen Categorie A. Klein evenement

Kenmerken • Duurt max. één dag, en • heeft geen versterkte muziek na 21.00 uur, en • heeft lokale uitstraling (o.a. wijk-/buurtfeest), en • er worden geen openbare wegen afgesloten, en • vormt uit milieu- of natuurbeschermingsoogpunt geen bezwaar en • zal (evt. op basis van ervaring ) niet leiden tot klachten.

Voorbeelden Hieronder kunnen vallen o.a. intocht Sinterklaas, buurtfeestjes etc.

B. Middelgroot evenement

• • • •

heeft bovenlokale uitstraling, of versterkte muziek in avond- of nachtperiode, of vergt nadere verkeersmaatregelen, of enige hinder of overlast voor de omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, of vergt advies en eventuele inzet van politie of brandweer, en er kan doorgaans worden volstaan met standaardvoorschriften.

Tot deze categorie worden onder meer gerekend dorpsfeesten, braderieën.

heeft (boven-)regionale uitstraling, of zal naar verwachting extra hinder of overlast opleveren voor omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, of er is een risico op aantasting openbare orde, evt. gelet op ervaringen uit het verleden, of inzet politie, brandweer of GHOR is noodzakelijk.

Tot deze categorie worden onder meer gerekend Vestrock en WK veldrijden

• •

C. Groot evenement

• •

• •

54

Bijlage G: Risico Afwegingsmodel Toezicht (RAT) RAT kan in feite worden gezien als een ‘optelsom’, waardoor een object middels verschillende stappen in één van de vijf risicoklassen geplaatst wordt zoals in de tabel hieronder te zien. Aan die risicoklasse is een controlefrequentie gekoppeld, waardoor de uiteindelijke planning voor ieder te controleren object, ontstaat. Hoe een object in een van deze vijf klassen terechtkomt, wordt hieronder uitgelegd in de verschillende stappen.

Stap 1A: generieke risicoklasse van een object Binnen deze stap wordt ieder object geclassificeerd aan de hand van de gebruiksfunctie, het aantal personen, maar ook het al dan niet aanwezig zijn van zelfredzame personen en het al dan niet aanwezig zijn van slapende personen. Zie onderstaande tabel.

Stap 1B: classificeren d.m.v. kenmerkenschema In deze stap wordt aan de hand van mens-, gebouw-, interventie-, en omgevingskenmerken een gebouw verder geanalyseerd, waaraan punten worden toegekend. Middels deze kenmerken uit het zogeheten kenmerkenschema, kan de totale brandveiligheid van een pand in beeld worden gebracht. Stap 1C: afweging primaire risicoklasse

55

Door de puntenscore uit de vorige stap (1B) op te tellen met de generieke risicoklasse uit stap 1A, wordt voor elk object de primaire risicoclassificatie bepaald. Stap 2A: beoordelen naleefgedrag (LHS-component) In deze stap wordt voor het object tijdens een controle, het naleefgedrag van de gebouweigenaar beoordeeld. Deze beoordeling gebeurt met behulp van de Landelijke Handhavingsstrategie (hierna: LHS). Zie onderstaande tabel. Er wordt gekeken naar twee aspecten: het gedrag van de overtreder én de (mogelijke) gevolgen van de overtreding. Hieraan kan vervolgens weer een risicoklasse worden gekoppeld.

Stap 2B: bepalen secundaire risicoklasse Door de primaire risicoklasse uit stap 1C te verhogen/verlagen met de resultaten uit de beoordeling van het naleefgedrag (stap 2A), kan de primaire risicoklasse van een object veranderen; de secundaire risicoklasse van het object ontstaat.

56

Bijlage H: Detailoverzicht werkzaamheden en uren Zie separaat bijgeleverd Excel-bestand.

57

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16555214/1