CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen naar aanleiding van raadsvoorstel zienswijze GR Publiek Vervoer

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel zienswijze conceptbegroting 2026 en bijdrageregeling Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland1.131 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Vragen naar aanleiding van raadsvoorstel “Zienswijze conceptbegroting 2026 en bijdrageregeling Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland”. Vragen ABGH: 1. Is er nog geen sprake van grensoverschrijdend OV-vervoer? Het is momenteel niet mogelijk om met Flex over de regiogrenzen (binnen de provincie Zeeland) heen te reizen. Dit gaat wel komen. Er is een aantal Hub-locaties buiten de provinciegrenzen te vinden. Voorbeelden hiervan zijn Zelzate, Maldegem en De Klinge. Er gaan uiteraard wel grote bussen de landsgrenzen over. 2. Is het een idee om de bus 3x per dag laten rijden ipv elke 2u? De GR Publiek Vervoer Zeeland en de Mobiliteitscentrale nemen het beheer van de bus-concessie pas over van de Provincie Zeeland vanaf de start van de nieuwe concessie. De dienstregeling voor 2027 wordt momenteel nog door de Provincie Zeeland voorbereid. De centrale kan ook pas invloed gaan uitoefenen op buslijnen vanaf het moment dat de het concessie beheer is overgedragen. 3. Waarom is er gekozen voor een bijdrage per inwoner in plaats van een bijdrage op basis van het werkelijke gebruik of het aantal gereden kilometers in onze gemeente? Wat was het verschil in de kosten? De bijdrage voor vervoerskosten is gebaseerd op het volume inzeturen (dus daadwerkelijk gebruik) van Hulst in 2024.

De verdeelsleutel voor de uitvoeringskosten van de GR is op basis van stemverhouding in het AB (de stemverhouding is gebaseerd op het inwonersaantal). De uitvoeringskosten van de Mobiliteitscentrale zijn verdeeld op basis van de afdelingen (back-midfront-office) en het type werk dat de mensen hier doen (doelgroepenvervoer-werk is voor gemeenten, front office Flex-werk is 100% voor rekening Provincie en de mid-officepersoneelskosten worden 70/30 tussen provincie en gemeenten gedeeld. Deze verdeelsleutel sluit het meest aan bij de verantwoordelijkheden van alle partijen en op het gebied van vervoerskosten wordt er gekeken naar historisch daadwerkelijk verbruik. 4. In de stukken wordt gesproken over een jaarlijkse indexering. Hoe voorkomen we dat de Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland een "open einde" regeling wordt waarbij de kosten elk jaar onbeheersbaar stijgen? Jaarlijkse indexering van de vervoerskosten met de NEA-index is een contractuele afspraak met de vervoerders. Bij een samenwerking in een GR zijn de deelnemers per definitie financieel verantwoordelijk voor tekorten. Dat is vastgelegd in de Wet gemeenschappelijke regeling. Dat maakt dat iedere GR in principe een ‘open eind-regeling’ is.

Vanuit de GR PVZ is de opdracht om met een vastgesteld budget vraagafhankelijk vervoer in te kopen en met dat vervoer de vervoersvraag van Zeeland (Flex, Wmo-vraagafhankelijk en Jeugdzorg-vraagafhankelijk) op te kunnen vangen. Als de vervoersvraag veel groter wordt (door meer gebruik/indicaties etc.) dan het aanbod is, moeten er door het bestuur keuzes gemaakt worden over bijvoorbeeld het aanpassen van spelregels, accepteren dat er meer ‘nee-verkopen’ zijn of besluiten om meer capaciteit in te kopen en daarvoor de budgetten te verhogen. Kosten zullen dus niet onbeheersbaar stijgen, maar uitsluitend als gevolg van een weloverwogen keuze, waarbij er ook andere mogelijkheden zijn voor het bestuur dan uitsluitend het budget te verhogen. 5. Kunnen we het Algemeen Bestuur van de GR-PVZ vragen dat er uiterlijk eind 2026 een evaluatie plaatsvindt op de verdeelsleutel (bijdrage per inwoner vs. werkelijk gebruik)? Er is in de GR afgesproken dat er geen verdeelsleutel of verrekening komt op basis van werkelijk gebruik. Het idee van de samenwerking binnen de GR PVZ is dat alle deelnemers een budget inleggen en dat vanuit die totale pot een X- hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in Zeeland kan worden georganiseerd. Deze afspraak ligt er voor een fixatieperiode tot eind 2029. In 2028 wordt er een grootschalige evaluatie gedaan op het systeem van de voorgaande 3 jaar.

In deze evaluatie kan gekeken worden naar daadwerkelijk verbruik en mogelijk - als het bestuur daarmee instemt ook worden gekeken naar een nieuwe verdeelsleutel naar de toekomst toe. 6. Kan er jaarlijks aan de gemeenteraad worden gerapporteerd of de kwaliteit van het vervoer in de kleine kernen van Hulst is verbeterd dan wel verslechterd ten opzichte van de oude Zeeuws-Vlaamse regeling? Het bestuur van de GR en de betrokken ambtenaren, ontvangen ieder kwartaal een rapportage over de voortgang van publiek vervoer in Zeeland. Deze rapportage richt zich op de prestaties van het gehele systeem en hoe de werkelijke kosten zich verhouden tot de begrote kosten. Of deze rapportages binnen de gemeenten met de gemeenteraden worden gedeeld, is niet aan de GR PVZ. De rapportage gaat niet specifiek in op hoe de situatie van het vervoer in de kleine kernen van

MEMO Hulst is. Vanuit de Mobiliteitscentrale kunnen er wel cijfers worden aangeleverd vanuit bij de gemeente Hulst over het gebruik en de kwaliteit. Vragen CDA: 1. Op pagina 8 staat dat er geen post “onvoorzien” is opgenomen en vervolgens worden er op pagina 9 allemaal risico’s opgenoemd. ls er tekorten of overschotten zijn, is binnen de GR afgesproken hoe hiermee om te gaan. Vooraf een post onvoorzien opnemen is, gezien de grote hoeveelheid aan variabelen, op dit moment niet betrouwbaar in te schatten. Daarnaast is de provincie Zeeland de eerste provincie in Nederland, waar publiek vervoer op deze schaal én intensiteit wordt uitgerold. Dus benchmark hiervoor is er niet. Het kan zijn dat het opnemen van een post onvoorzien een leerpunt is voor de komende jaren. 2. Op pagina 9 van de conceptbegroting staat dat de GR geen weerstandsvermogen heeft en geen post onvoorzien. Ik vind dat we hier best kritische noot aan mogen toevoegen, want wij mogen dus voor de kosten opdraaien als het fout gaat. Iedere GR is een 'open eind-regeling', waarbij tekorten altijd op de deelnemers verhaald kunnen worden. Dat is in dit geval niet anders. Het weerstandsvermogen kan ontstaan zodra er overschotten ontstaan binnen de GR. Deze worden als reserve geboekt en aangesproken wanneer er tekorten dreigen. 3.

Welke criteria worden gebruikt om een tekort toe te wijzen aan welke deelnemer?

Er wordt gerapporteerd op verbruik per vervoerssoort per gemeente. Dit verbruik wordt aangeduid in euro's en in kilometers en mogelijk ook andere parameters zoals aantal actieve reizigers, gemiddelde rit afstand en nog een set aan variabelen die vanuit de Mobiliteitscentrale worden gemeten. Er wordt ieder kwartaal een rapportage over de voortgang naar het DB en het AB van de GR verzonden. 4. Op pagina 9 staat dat de gemeenten zich moeten verzekeren tegen contractuele aansprakelijkheid. Waarom ligt contractuele aansprakelijkheid bij de gemeenten zelf, terwijl de uitvoering en contractering via de GR en de mobiliteitscentrale lopen? Vanuit andere regio's is dit logisch, aangezien respectievelijk het SWVO en de Walcherse gemeenten individueel 'contractpartij' zijn voor de doelgroepenvervoer contracten. In ZeeuwsVlaanderen was de voormalige GR Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen (CVV) de aanbestedende partij en contracthouder. De nieuwe GR Publiek Vervoer is de rechtsopvolger van de voormalige GR CVV en wordt daarmee dus contracthouder van het contract voor Zeeuws-Vlaanderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17034598/2