Voorstel tot het uitbrengen van een positieve zienswijze op de (concept) Verordening jeugdhulp gem. Hulst 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknummer: 831741 Portefeuillehouder(s):
Wethouder R. Ruissen
Aan:
De raad van de gemeente Hulst
Onderwerp Verzoek tot het uitbrengen van een zienswijze op de (concept) Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026 Samenvatting Uw Raad wordt de mogelijkheid geboden een zienswijze uit te brengen op de (concept) Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026. 1. Besluit Het uitbrengen van een positieve zienswijze op de (concept) Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026. 2. Argumenten Het vaststellen van een verordening is een bevoegdheid van de Gemeenteraad. In deze fase wordt aan alle Zeeuwse Gemeenteraden een gelijkluidende verordening voorgelegd voor zienswijzen. De uitgebrachte zienswijzen zullen door de colleges via de portefeuillehouders jeugd worden voorgelegd aan het Zeeuws portefeuillehoudersoverleg. De bespreking daarvan kan resulteren in aanpassingen in de definitieve verordening die eind dit jaar aan u ter besluitvorming zal worden voorgelegd. 3. Kaders Eind 2023 hebben alle dertien Zeeuwse gemeenteraden de Regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028 vastgesteld. Op basis van de regiovisie is een uitvoeringsagenda opgesteld. Die is onderdeel van het meerjarig uitvoeringsprogramma Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (ZSSD). In februari 2025 bent u hierover geïnformeerd met een brief en digitale informatiebijeenkomst. Een van de speerpunten in het uitvoeringsprogramma is een integraal en dekkend (jeugd)hulpaanbod, efficiënt georganiseerd.
Een bijbehorende actie is het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Na het portefeuillehoudersoverleg Jeugd van 19 september 2024 hebben de dertien Zeeuwse colleges de bestuursopdracht ‘Afbakening jeugdhulp’ vastgesteld. Op 13, 14 en 15 januari 2025 hebben fysieke consultatiesessies plaatsgevonden voor de raden van respectievelijk de Oosterschelderegio, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. Daarnaast hebben sessies plaatsgevonden met jeugdhulpaanbieders, medewerkers van de lokale toegang, beleidsmedewerkers jeugd, cliëntvertegenwoordigers/ervaringsdeskundigen en Wmo-adviesraden/adviesraden sociaal domein. Op basis van de gegeven input in bovengenoemde sessies, het landelijke document ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’ en de modelverordeningen jeugdhulp van Schulinck en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is deze (concept) Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026 opgesteld (bijlage 1). In alle Zeeuwse gemeenten wordt eenzelfde verordening jeugdhulp voorgelegd. Wat willen we bereiken? We willen dat jeugdhulp in de toekomst beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, of jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Met het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht in de verordening dragen we bi j aan een inhoudelijk en financieel toekomstbestendig jeugdhulplandschap in Zeeland. Wat gaan we ervoor doen? Pagina 1 van 3
1.1 We willen een toekomstbestendig jeugdhulplandschap in Zeeland. Op zowel landelijk als regionaal (Zeeuws) niveau zien we dat steeds meer jeugdigen en/of ouders een beroep doen op jeugdhulp. Het jeugdhulpstelsel staat inhoudelijk en financieel onder druk. Doorgaan op dezelfde voet betekent vastlopen. Daarom is de landelijke Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. Een van de opgaven is om jeugdhulp in de toekomst beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, of jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. 1.2 De Zeeuwse gemeenten kunnen en willen niet wachten op de landelijke afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Hoofdstuk 2.1 van de Hervormingsagenda Jeugd gaat over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Hoofdstuk 2.1.4 gaat over het verduidelijken en afbakenen (het begrenzen) ervan. Het doel is om duidelijk te maken wat er wél onder de jeugdhulpplicht valt, in plaats van wat er niet onder valt. Het Rijk gaat de Jeugdwet daarvoor aanpassen. Het is nog niet bekend wanneer de aangepaste Jeugdwet in werking treedt, maar zeker niet eerder dan de zomer van 2026. 1.3 De afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht is een van de beheersmaatregelen in de aanbesteding jeugdhulp Zeeland. De Zeeuwse gemeenten en Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) doorlopen momenteel de aanbestedingsprocedure jeugdhulp Zeeland.
Die leidt tot nieuwe contracten voor individuele voorzieningen (met beschikking) vanaf 1 januari 2026. Voor de aanbesteding is door de bestuurscommissie IJZ een aantal maatregelen vastgesteld voor meer inhoudelijke en financiële sturing en regie op het jeugdhulplandschap. Het (gezamenlijk) afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht door het aanpassen van de lokale verordening (voor het onderdeel) jeugdhulp is een van de maatregelen. Aanscherping ten opzichte van huidige verordening De afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht komt met name terug in: ·
Artikel 9 – Criteria individuele voorzieningen o Het vierde lid schrijft voor dat, waar beschikbaar en passend, er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Het vijfde lid bevat een toelichting. o In het zesde lid staat dat, in situaties waarbij de ouder(s) begeleiding, behandeling of ondersteuning nodig hebben door maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen en er geen sprake is van een hulpvraag voor de jeugdige, de jeugdige en/of ouder(s) niet in aanmerking komen voor individuele voorziening. Het zevende lid bevat een uitzondering. o Het achtste lid schrijft voor dat een individuele voorziening niet met terugwerkende kracht wordt verstrekt. Behalve als sprake was of is van een crisissituatie en voor zover we de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kunnen beoordelen.
·
Artikel 10 – Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht o In dit artikel is een uitgebreide definitie opgenomen van (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht. Dit is een van de adviezen in het landelijke document ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’.
·
Artikel 11 – Vervoer
Pagina 2 van 3
o Dit artikel stelt aanvullende eisen aan vervoer van de jeugdige naar en van de jeugdhulpaanbieder. ·
Artikel 13 – Vak-therapie o Dit artikel stelt aanvullende eisen aan vak-therapie.
·
Artikel 14 – Kinderopvang en buitenschoolse opvang o Dit artikel schrijft voor in welke situaties jeugdhulp kan worden ingezet in de kinderopvang en buitenschoolse opvang.
4. Financieel n.v.t. 5. Aanpak Het college neemt uw zienswijze – of het besluit geen zienswijze naar voren te brengen – mee naar het portefeuillehoudersoverleg Jeugd. Daar bespreken de Zeeuwse portefeuillehouders Jeugd de binnengekomen zienswijzen. Niet alleen die van de raden, maar ook die van andere belanghebbenden en de adviezen van de Wmo-adviesraden/adviesraden sociaal domein. De portefeuillehouders Jeugd stemmen af of de zienswijzen en adviezen leiden tot een aanpassing in de ontwerpverordening en waarom (niet). 6. Communicatie/participatie Niet alleen die van de raden, maar ook die van andere belanghebbenden en de adviezen van de Wmo-adviesraden/adviesraden sociaal domein. 7. Termijn Naar verwachting bespreekt het portefeuillehoudersoverleg Jeugd op 25 september 2025 de binnengekomen zienswijzen en adviezen. In het vierde kwartaal van 2025 legt het college de Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026 ter vaststelling aan u voor. De (mogelijk aangepaste) verordening treedt dan op 1 januari 2026 in werking. 8. Uitkomst De Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026 kan na uw besluitvorming hierop per 1 januari 2026 in werking treden. 9. Risico Een aanscherping van de reikwijdte kan tot gevolg hebben dat jeugdigen en/of ouders in bezwaar tegen het besluit zullen gaan. Er bestaat dus het risico op een toename van het aantal bezwaarschriften.
Burgemeester en wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester,
Bijlage(n): bijlage 1. (concept) Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026 bijlage 2. Toelichting (concept) Verordening jeugdhulp gemeente Hulst 2026
Pagina 3 van 3