VOBijlage 1 Besluitenlijst evaluatie Transitieplan 2023 2028(1)
Tekst van het document
Besluitenlijst / addendum realisatie Transitieplan Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen
Bestuurlijk overleg inzake evaluatie Transitieplan en afspraken met betrekking tot financiering, monitoring en evaluatie d.d. 16 juni 2022
Locatie: Meulengat, Sluiskil
Aanwezig: Namens ministerie van OCW: • •
Mevr. I. Berkhout, directie OCW Dhr. A. Toet, adviseur
Namens provincie Zeeland: • • •
Dhr. A.J. van der Maas, gedeputeerde Onderwijs Mevr. I. Calon, adviseur Mevr. M. van Groeningen, adviseur
Namens gemeente Sluis: • •
Dhr. C. Liefting, wethouder Onderwijs Dhr. S. Bosman, adviseur
Namens gemeente Hulst: • •
Dhr. D. Steijaert, wethouder Onderwijs Dhr. F. Hiel, adviseur
Namens gemeente Terneuzen: • •
Mevr. S. Suij, wethouder Onderwijs Mevr. S. Goossen, adviseur
Namens het schoolbestuur: • •
Dhr. P. de Witte (voorzitter) Dhr. S. van Nispen (lid)
Namens Inspectie van het Onderwijs, directie Rekenschap en Juridische Zaken: • •
Mevr. E. Prins, Financieel Inspecteur Dhr. S. Kole, Inspecteur VO
1
OVERWEGINGEN
1. In opdracht van alle partijen de realisatie van het Transitieplan is geëvalueerd door een extern adviesbureau, Beekveld & Terpstra. Deze evaluatie is uitgevoerd volgens besluit 12 van de besluitenlijst / addendum realisatie Transitieplan Voortgezet Onderwijs ZeeuwsVlaanderen d.d. 24 mei 2018 en omvat twee rapporten: ‘Resultaten evaluatieonderzoek eerste arrangementsperiode’ (21 januari 2021) en ‘Onderzoek kernscenario’s Transitieplan VO Zeeuws-Vlaanderen’ (1 december 2021). 2. Voor een aantal onderdelen van het Transitieplan geconcludeerd kan worden dat de betrokken partijen weliswaar op de goede weg zijn, maar dat de weg langer en hobbeliger is dan 4 jaar geleden voorzien. Voor een aantal besluiten hebben de onderzoekers van het evaluatieonderzoek geconstateerd dat de effecten van de besluiten niet zichtbaar zullen zijn of ingeboekt kunnen worden in de beoogde transitieperiode, waarmee de beoogde doelmatigheidsdoelstellingen onder druk staan. Hierdoor verslechtert de financiële positie van VO Zeeuws-Vlaanderen komende periode door een meerjarig begrotingstekort. 3. Alle partijen de ambitie onderschrijven om breed, thuisnabij en kwalitatief hoogwaardig onderwijs te waarborgen voor elke leerling in Zeeuws-Vlaanderen en om het eindadvies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen te blijven zien als bindend.
In principe blijven alle doelstellingen die in het Transitieplan zijn opgenomen ook na de afronding van het Transitieplan intact. 4. Het totale financiële tekort van VO Zeeuws-Vlaanderen over de periode 2023 t/m 2026 € 2.904.000 bedraagt doordat de doelmatigheidseffecten van nieuwe huisvesting in Hulst en Terneuzen pas later ingeboekt kunnen worden. Ook in 2027 en 2028 is nog sprake van een financieel tekort van in totaal € 792.000 doordat de doelmatigheidseffecten van nieuwe huisvesting in Terneuzen pas later ingeboekt kunnen worden. Met het realiseren van nieuwe huisvesting kan dit tekort meerjarig worden teruggebracht naar 0. 5. Met betrekking tot nieuwe huisvesting van het Reynaertcollege (unilocatie Zoutestraat) de gemeenteraad van Hulst op 16-12-2021 heeft besloten: a. In te stemmen met het realiseren van een unilocatie aan de Zoutestraat van het Reynaertcollege. b. Eenmalige bijdrage beschikbaar te stellen van € 450.000 in de verbouwingskosten van de huidige school aan de Zoutestraat. Financiële dekking hiervoor is de incidentele vrijval van de gereserveerde kapitaalslasten ad € 225.000 in de jaarschijven 2023 en 2024 van de gemeentebegroting. 2
c. Investeringskrediet beschikbaar te stellen van € 7.000.000 af te schrijven in 40 jaar vanaf 2025, waardoor de kapitaalslasten € 224.000 bedragen en dekking is voorzien in de gemeentebegroting. 6. Met betrekking tot nieuwe huisvesting van het Lodewijk College (unilocatie) de gemeenteraad van Terneuzen inmiddels de volgende besluiten heeft genomen: a. In te stemmen met het Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Terneuzen (15 mei 2020). In dit plan wordt verwezen naar het haalbaarheidsonderzoek voor nieuwe huisvesting van het Lodewijk College en is het restgebruik voor de huidige gebouwen van het Lodewijk College gewaardeerd op 0-5 jaar. b. In principe in te stemmen met de realisatie van nieuwe huisvesting voor het Lodewijk College op de locatie Zeldenrustlaan en dat bij nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen een heroverweging van de locaties hoort. c. Het jaartal waarop de nieuwe huisvesting in gebruik kan worden genomen te bepalen op 2028. d. Voor de nieuwe huisvesting van het Lodewijk College uit te gaan van een investeringsbedrag van € 44.480.000. e. Het college opdracht te geven tot het doen van voorstellen aan de gemeenteraad in het kader van de voorbereiding op de Kaderbrief 2022 om deze investering mogelijk te maken. f.
In te stemmen met het onderzoeken van de mogelijkheden om te komen tot doordecentralisatie van middelen voor huisvesting aan het bestuur van VOZVL en draagt het college op definitieve besluitvorming voor te bereiden
Voor de punten voor de punten b, c en d geldt de opschortende voorwaarde dat de gemeenteraad alsdan ingestemd heeft met de voorstellen die het College op grond van punt e nog zal doen. 7. In het Transitieplan geen doelmatigheidseffecten van nieuwe huisvesting in Oostburg zijn ingeboekt. Inmiddels is uitgebreid onderzoek gedaan naar de gebouwensituatie van Zwin College mede in het licht van de ontwikkelingen in het kader van het project Vitaal WestZeeuws-Vlaanderen. Nieuwbouw voor Zwin College is in dat onderzoek als de kwalitatief beste en de voordeligste optie naar voren gekomen. Na de realisatie van nieuwe huisvesting in Oostburg ontstaan nieuwe doelmatigheidseffecten in de begroting van VOZVL. 8. De stappen om te komen tot nieuwe huisvesting voor het Reynaertcollege inmiddels worden gezet. Hierdoor kan de school de gebouwexploitatielasten en de gebouwinvesteringen afstemmen op het moment van realisatie van de nieuwbouw (2025/2026) en de lasten
3
tussentijds omlaag brengen. Hierdoor wordt het financiële tekort, zoals dat bij 4 is genoemd, teruggedrongen met € 300.000 in de periode 2023 t/m 2026. 9. Nieuwe huisvesting van het Lodewijk College gegeven de besluiten van de gemeenteraad is te verwachten in 2028. Het meerjarenonderhoudsplan van de school gaat nu nog uit van volledige instandhouding van de huidige gebouwen. In de periode tot 2028 staat de school voor grote investeringsuitgaven waarvan het, gegeven de te verwachten nieuwe huisvesting in 2028, niet rendabel en verantwoord is om al die uitgaven te doen. Door uit te gaan van realisatie in 2028 en de onderhoudscyclus hier op af te stemmen (gedeeltelijke instandhouding), kan de school de gebouwexploitatiekosten en de gebouwinvesteringen fors terugdringen. Er zal nog wel een deel van het groot onderhoud worden uitgevoerd, mede omdat er nog geen harde garantie aanwezig is dat de nieuwbouw in 2028 wordt gerealiseerd. Hierdoor wordt het financiële tekort, zoals dat bij 3 is genoemd, verminderd met € 600.000 in de periode 2023 t/m 2026. Het financiële tekort in de periode 2027-2028 wordt hierdoor verminderd met € 300.000. Hierbij blijft artikel 28 van de Verordening Onderwijshuisvesting Terneuzen 2022 van kracht, tenzij het schoolbestuur en de gemeente hierover andere afspraken maken. 10.
Vanaf het moment dat VO Zeeuws-Vlaanderen duidelijkheid heeft over de realisatie van de nieuwe school in Terneuzen, kan het bedrag van de jaarlijkse besparingen bijgesteld worden conform de bevindingen in het onderzoeksrapport van Beekveld & Terpstra naar maximaal 225.000 euro per jaar (dus maximaal 900.000 euro over de periode 2023 – 2026) en maximaal 450.000 euro over 2027 – 2028. De gemeenteraad in Sluis unaniem heeft besloten verder te willen gaan met de ontwikkeling van een masterplan voor Vitaal West-ZeeuwsVlaanderen. Bij positieve besluitvorming over het masterplan door de gemeenteraad is nieuwe huisvesting voor Zwin College voorzien in 2025/2026. Het meerjarenonderhoudsplan van de school gaat nu nog uit van instandhouding van het huidige gebouw. In de periode tot 2025/2026 staat de school voor investeringsuitgaven waarvan het, gegeven de te verwachten nieuwe huisvesting in 2025/2026, niet rendabel en verantwoord is om die uitgaven te doen. Door uit te gaan van realisatie in 2025/2026 en de onderhoudscyclus hier op af te stemmen, kan de school de gebouwexploitatiekosten en de gebouwinvesteringen terugdringen. Hierdoor wordt het financiële tekort, zoals dat bij 4 is genoemd, verminderd met € 100.000 in de periode 2023 t/m 2026. Ook na 2026 ontstaat hierdoor een positief effect op de begroting van VOZVL, waardoor het tekort in 2027-2028 kan worden verminderd met € 50.000.
Randvoorwaardelijk is wel dat realisatie van nieuwe huisvesting in Oostburg uiterlijk in 2026 plaatsvindt, omdat bij eventuele uitstel de investeringen alsnog (deels) moeten worden gedaan. 4
11. VOZVL het financiële tekort, zoals dat bij 4 is genoemd, in de periode 2023 t/m 2026, naast de besparingen op de huisvesting, met eigen (incidentele) middelen van maximaal € 700.000 kan terug brengen. In de periode van 2027 – 2028 gaat het om een bedrag van maximaal € 100.000. 12. Zekerheden gevraagd worden van de gemeenten over de realisatie van nieuwe huisvesting, omdat het enerzijds effect heeft op het realiseren van de doelmatigheidsdoelstellingen en anderzijds het VOZVL in staat stelt om strategisch om te gaan met het onderhoud van de gebouwen, waardoor voorkomen kan worden dat er onnodig veel geld in onderhoud van gebouwen gaat zitten. 13. In de besluitenlijst overleg Transitieplan (mei 2018) is opgenomen dat de bijdrage van Provincie Zeeland aan het Financieel Arrangement betrekking heeft op de periode 2018-2022 en in beginsel eenmalig is. Er is door de partijen daarom onderzocht of de begroting voor 2023-2028 rond te krijgen is zonder bijdrage van Provincie Zeeland. Dit bleek niet het geval. Ondanks de eerder gemaakte afspraak doen de overige partijen dan ook een dringend verzoek op Provincie Zeeland om nog éénmaal bij te dragen aan het Financieel Arrangement 2023-2026 om de begroting sluitend te krijgen. De gevraagde bijdrage aan Provincie Zeeland bedraagt in totaal maximaal € 142.000. 14.
Ook het ministerie van OC&W zich heeft gecommitteerd aan het Transitieplan en zich van daaruit inspant om, binnen haar mogelijkheden, subsidiemogelijkheden voor VOZVL aan te kaarten en in te zetten. 15. Monitoring van de voortgang van een aantal onderdelen en beoogde doelmatigheidsdoelstellingen van groot belang blijven voor het realiseren van een sluitende meerjarenbegroting van VOZVL. Het is niet verstandig om in dit stadium reeds vooruit te lopen op mogelijke scenario’s (positief dan wel negatief) en daar nu al interventies bij te bedenken, mocht de realisatie van de doelstellingen onverhoopt tegen blijken te vallen. Indien noodzakelijk moeten schoolbestuur en de desbetreffende overheden tijdig met elkaar in gesprek over mogelijke/benodigde interventies. 16. In samenvattende zin het financiële tekort van VOZVL in de periode 2023-2026 op de volgende wijze wordt teruggebracht naar 0.
Totaal begrotingstekort VOZVL 2023-2026
€ 2.904.000
Besparingen huisvesting Reynaertcollege
€ 300.000
Besparingen huisvesting Lodewijk College
€ 600.000
5
Besparingen huisvesting Zwin College
€ 100.000
Bijdrage VOZVL uit eigen (incidentele) middelen1
€ 700.000
Financieel arrangement 2023-2026
€ 1.204.000
Het financiële tekort van VOZVL in de periode 2027-2028 op de volgende wijze wordt teruggebracht naar 0.
Totaal begrotingstekort VOZVL 2027-2028
€ 792.000
Besparingen huisvesting Lodewijk College
€ 300.000
Besparingen huisvesting Zwin College
€ 50.000
Bijdrage VOZVL uit eigen middelen
€ 100.000
Financieel arrangement 2027-2028
€ 342.000
1
Deze bijdrage bestaat uit het geraamde exploitatieoverschot 2022 van € 400.000, een jaarlijkse besparing op overhead van € 50.000 en € 100.000 aan overige incidentele middelen.
6
BESLUITEN 1. De overheden stemmen in met een financieel arrangement voor de periode 2023 t/m 2026 en voor de periode 2027-2028. Dit financieel arrangement is noodzakelijk om de onderwijsinhoudelijke uitgangspunten van het transitieplan in stand te houden. Alle drie de gemeenten kennen middelen toe uit het NPO-budget dat zij van het ministerie hebben ontvangen. Het arrangement is als volgt opgebouwd en bevat maximale bedragen:
Periode 2023-2026
Gemeente Hulst NPO
€ 80.000
Gemeente Sluis NPO
€ 77.225
Gemeente Terneuzen NPO
€ 208.000
Gelijke Kansen Alliantie (OC&W)
€ 300.000
Stelpost gemeentelijke bijdragen 2
€ 396.000
Provincie Zeeland
€ 142.775
Totaal
€ 1.204.000
Periode 2027-2028
Stelpost gemeentelijke bijdragen 3
€ 342.000
Totaal
€ 342.000
2. De gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis en de provincie Zeeland dragen voor de bijdrage zorg voor een beschikking aan het schoolbestuur. 3. Stichting VO Zeeuws-Vlaanderen draagt er zorg voor, dat wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van een subsidie in het kader van de Gelijke Kansen Alliantie en het Nationaal Programma Onderwijs conform de daartoe vastgestelde regelgeving.
2
In de gesprekken met de gemeenten Hulst en Terneuzen zijn bedragen genoemd die in de begroting zijn gereserveerd. De som van deze bedragen is hier opgenomen. In het bestuurlijk overleg van 16 juni 2022 zullen de gemeentelijke bestuurders de verdeelsleutel van deze stelpost bepalen. 3 In de periode 2027-2028 is nog sprake van een financieel tekort door niet gerealiseerde huisvestingsdoelen in Terneuzen. In het bestuurlijk overleg van 16 juni 2022 zullen de gemeentelijke bestuurders de verdeelsleutel van deze stelpost bepalen.
7
4. De voortgang van de realisatie van de huisvestingsdoelen en de doelen met betrekking tot passend onderwijs vragen, gezien de impact hiervan op de financiële positie van VOZVL, om een jaarlijkse voortgangsbewaking middels een fysieke bijeenkomst tussen het schoolbestuur en de betrokken overheden. De basis hiervoor vormen voortgangsrapportages vanuit het schoolbestuur over de realisatie van de doelen m.b.t. passend onderwijs en vanuit de desbetreffende gemeenten over de realisatie van de doelen m.b.t. huisvesting. Het schoolbestuur neemt het initiatief voor het plannen en voorbereiden van de jaarlijkse bijeenkomsten. 5. Mocht uit de jaarlijkse voortgangsgesprekken blijken dat de gestelde doelen met betrekking tot passend onderwijs en de huisvestingsdoelen onverhoopt niet worden gerealiseerd dan vindt gezamenlijk overleg plaats over de te ondernemen stappen. Het niet realiseren van de huisvestingsdoelen kan gevolgen hebben voor het onderwijsaanbod in de regio. 6. Mochten zich in de periode van het financieel arrangement ontwikkelingen in de bekostiging of in de realisatie van de huisvesting voordoen, die een significante impact hebben op de bekostiging van het schoolbestuur, dan treden partijen met elkaar in overleg. 7. Na 2028 wordt geen nieuw financieel arrangement afgesloten met alle overheden.
Van een nieuw financieel arrangement met een individuele gemeente kan enkel sprake zijn indien de huisvestingsdoelen in die gemeente niet (tijdig) worden gerealiseerd.
8