CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie middelen 05 december 2024

Commissie Middelen 30 januari 2025, gemeente HulstBij agendapunt: Verslag vorige vergadering5.556 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag Commissievergadering Middelen d.d. 5 DECEMBER 2024 Aanwezig: F.J.C. Smits (PvdA), J. Alvarez-Morcus (Groot Hontenisse-Hulst), M. Broekaart (Algemeen Belang Groot Hulst), J. Prins (Algemeen Belang Groot Hulst), P. van de Kerkhove (CDA), J. van Eck (HulstPLUS), E. Naessens (VVD), P. Erpelinck (D66), T. Willaert (Fractie Willaert), J. Scheele (ambtenaar), A. Praet (ambtenaar), J-P. Hageman (wethouder), D. Steijaert (wethouder), C. de Kraker (voorzitter), M. Marin (griffier) Afwezig: P. de Bruijn (FVD), M. Eckhardt (Fractie Eckhardt) 1.

Opening

De voorzitter opent de vergadering om 19:30 uur en meldt de afwezigen. De heer De Bruijn en mevrouw Eckhardt zijn zonder afmelding afwezig. 2.

Mededelingen

Wethouder Steijaert meldt dat de gemeente een winstwaarschuwing heeft ontvangen over het ZEH dividend voor 2024, dat in 2025 wordt uitgekeerd. Het oorspronkelijk geplande dividend van 200 miljoen euro wordt verlaagd naar 110 miljoen euro. Hoewel dit incidenteel tot lagere inkomsten leidt, heeft dit geen directe impact op de begroting van Hulst. De heer Van Eck vraagt hoe de dividendverlaging van 3 miljoen euro per jaar concreet wordt verwerkt in de begroting van 2025 en 2026. Hij wil dit onderwerp geagendeerd hebben in de volgende commissievergadering en wijst erop dat hier niet mee gewacht moet worden tot eind januari of begin februari. De heer Willaert waarschuwt voor de afhankelijkheid van dergelijke inkomsten en roept op tot structurele oplossingen. De heer Naessens uit zijn zorgen over de forse verlaging en vraagt zich af hoe dit geen gevolgen kan hebben voor de begroting. Wethouder Steijaert legt uit dat het geen impact op de begroting voor 2025 heeft, omdat voor dit jaar geen structureel dividend is ingeboekt. Wel heeft het impact op wat ze incidenteel in de meerjarenraming hadden. Hij benadrukt dat de fluctuaties te wijten zijn aan schommelende energieprijzen.

De heer Willaert wil een verdere discussie over dit onderwerp in de commissie en waarschuwt ervoor dat als de kerncentrale eerder gaat sluiten dan de tien jaar waar nu vanuit wordt gegaan er nog minder dividend beschikbaar is. Wethouder Steijaert legt uit dat de gemeente tijdens de begrotingsvergadering heeft afgesproken slechts 25 procent van de structurele inkomsten uit het dividend van 100 miljoen euro in te zetten. Ondanks dat het dividend nu 110 miljoen euro is, blijft de gemeente zich aan deze afspraak houden. Hij benadrukt dat dit geen gevolgen heeft voor de structurele component van de begroting. De wethouder verduidelijkt dat de incidentele inkomsten wel lager uitvallen, namelijk 3,8 miljoen in plaats van de verwachte 6,8 miljoen. Deze incidentele bedragen worden zoals afgesproken gestort in de bestemmingsreserve. Over de besteding van deze reserve wordt begin volgend jaar een afwegingskader opgesteld, dat met de raad zal worden besproken. De wethouder erkent dat de daling van het dividend fors is en benadrukt nogmaals dat dit vooral te wijten is aan de schommelingen in energieprijzen. Eerdere voorspellingen zijn meer dan een jaar geleden gemaakt en sindsdien is de

1

situatie sterk veranderd. Hij geeft aan dat de overdracht van de kerncentrale aan het Rijk nog in proces is, maar dat dit geen invloed heeft op de huidige ramingen omdat de opbrengsten daarvan nog onbekend zijn. Tot slot stelt de wethouder voor om volgend jaar een uitgebreid gesprek met de raad te voeren over het afwegingskader en de verdeling van structurele en incidentele inkomsten. Hij benadrukt dat er op dit moment geen noodzaak is om op korte termijn aanvullende maatregelen te treffen. De voorzitter stelt voor dat er een memo wordt verstuurd met alle bedragen en de uitleg hierover, de wethouder gaat hiermee akkoord. De heer Willaert stelt voor om hier ook een doorrekening op de begroting bij te voegen. Wethouder Steijaert brengt verder een stijging van de waterprijs onder de aandacht. Voor een gemiddeld gezin betekent dit een verhoging van 40 euro per jaar. De stijging is nodig om investeringen in de waterkwaliteit op de lange termijn mogelijk te maken. De wethouder geeft aan dat de Precariozaak bij de Hoge Raad ligt en hij nog niet weet wanneer er hier uitspraak over wordt gedaan. Tot slot heeft de wethouder een mededeling over de VZG-richtlijn. De begroting voor 2026 houdt rekening met een VZG-richtlijn met een daling van 2,2 procent. Hoewel dit geen directe impact heeft op de begroting van 2025, zal het in 2026 mogelijk leiden tot bezuinigingen.

De heer Van Eck vraagt aandacht voor de impact van deze daling op gesubsidieerde instellingen, verenigingen en stichtingen met personeel. Hij pleit voor een uitgebreide discussie hierover in het komende jaar. Wethouder Steijaert bevestigt dat de richtlijn een onderwerp van gesprek zal zijn in de voorjaarsnota van volgend jaar. 3.

Vaststelling agenda

De voorzitter stelt de agenda vast. 4.

Verslag vorige vergadering

De voorzitter geeft aan dat er geen opmerkingen zijn ingediend over het verslag en wil deze vaststellen. De heer Van Eck maakt melding van enkele toezeggingen die niet nagekomen zijn. Namelijk, het opstellen van een inventarisatie van oude balansposten die mogelijk niet meer worden uitgevoerd, het agenderen van het zorgbeleid in de commissievergadering, een voorstel met betrekking tot overschotten in het onderwijs voor kinderen, dat nog steeds ontbreekt. De voorzitter wijst erop dat opmerkingen over het verslag vooraf ingediend moeten worden en niet tijdens de vergadering ingebracht kunnen worden. Hij herinnert de heer Van Eck eraan dat alle fractievoorzitters hierover afspraken hebben gemaakt. Hij stelt voor dat vragen schriftelijk worden ingediend, zodat ze ambtelijk kunnen worden behandeld. De heer Van Eck benadrukt dat deze toezeggingen al in eerdere vergaderingen waren gedaan en dat het de taak van de voorzitter is om te bewaken dat dergelijke toezeggingen worden nagekomen. De voorzitter sluit de discussie af door het verslag definitief vast te stellen en gaat over naar het volgende agendapunt. Hij benadrukt dat verdere vragen schriftelijk ingediend kunnen worden.

2

5.

Spreekrecht burgers

Er hebben zich geen insprekers voor deze commissie gemeld. 6.

Nieuws van de gemeenschappelijke regelingen/ verbonden partijen

De voorzitter merkt op dat er geen nieuws is van de zijde van de portefeuillehouder(s) aangaande GR’en. 7.

Nieuws van de grote projecten

Er is geen nieuw van de grote projecten. 8.

Bespreekstukken

A. Verhoging dotatie MJOP Vastgoed 2025-2044 De voorzitter opent het onderwerp en geeft aan dat dit beleidsplan in de commissie Ruimte van afgelopen dinsdag is besproken en als hamerstuk richting de raad gegaan. Hij stelt dat het voorstel een verdere structurele financiële uitwerking betreft en vraagt de commissieleden of er nog vragen zijn. De heer Smits merkt op dat een document (raadsvoorstel) bij dit voorstel niet op tijd beschikbaar was bij de vergaderstukken. Dit lijkt pas later toegevoegd, wat verwarrend was tijdens zijn voorbereiding. De voorzitter merkt op dat dit een omissie was en dat na constatering dat het raadsvoorstel ontbrak dit direct is gecorrigeerd. De heer Van Eck vraagt naar een indicatie van de gebouwen die onder de verhoging vallen en merkt op dat het bedrag van 250.000 euro significant is. Hij wil verduidelijking over welke groep gebouwen dit betreft. Wethouder Steijaert legt uit dat deze vragen in de commissie Ruimte uitgebreid zijn behandeld. Hoewel de opmerkingen van de heer Van Eck terecht zijn, kan hij nu geen specifieke lijst van gebouwen opleveren. De voorzitter stelt vast dat dit als hamerstuk door gaat naar de gemeenteraad. B. Grondprijzen 2025 De voorzitter introduceert het onderwerp en vraagt de commissieleden om vragen over de grondprijzen.

De heer Van Eck vraagt hoe de prijsverhoging van restgronden (50 euro naar 60 euro per vierkante meter) zich vertaalt naar de verkoopcijfers. Wethouder Hageman legt uit dat de grondprijs marktconform is en nog steeds relatief laag vergeleken met omliggende gemeenten. Hij benadrukt dat dergelijke prijsstijgingen doorgaans geen belemmering vormen voor kopers, behalve bij grotere stukken grond waarvoor een aparte taxatie wordt gedaan. Het stuk gaat als hamerstuk naar de gemeenteraad. C. Begrotingswijzigingen Sabewa

3

De heer Alvarez-Morcus stelt dat Sabewa jaarlijks meer geld nodig heeft en vraagt waarom het college een positieve zienswijze adviseert, ondanks de negatieve cijfers. Hij pleit voor consistentie bij het toepassen van de VGZ-richtlijn op andere gemeenschappelijke regelingen. De heer Broekaart vraagt waarom het waterschap minder bijdraagt en waarom de automatiseringskosten volledig door de gemeente wordt gedragen. Hij stelt voor dat Sabewa de kosten via toekomstige besparingen terugbetaalt, bijvoorbeeld met een lening. De heer Willaert spreekt zijn vertrouwen uit in de directeur van Sabewa en is positief over de genomen stappen. Hij vraagt of de input van de commissie heeft bijgedragen aan de plannen en of de automatisering daadwerkelijk zal leiden tot besparingen. De heer Smits wil graag een nadere toelichting op het onderwerp objectbeheer. Verder wijst hij op een aanzienlijke stijging in de gemeentelijke bijdrage, van 531.000 euro naar 853.000 euro. Hij vraagt of dergelijke stijgingen in de toekomst voorkomen kunnen worden en of de kosten eenmalig zijn. De heer Van Eck vraagt of de kosten van de belastingapplicatie eenmalig zijn of terugkerend in de begroting. Hij uit zorgen over een mogelijk gebrek aan transparantie rondom deze uitgaven. De heer Erpelinck vraagt zich af hoe zeker het is dat de applicatie direct goed werkt en of dat de kosten niet hoger uitvallen.

Wethouder Steijaert erkent dat de vorige belastingapplicatie aanvankelijk goedkoop leek, maar dat er veel mankementen waren. De nieuwe applicatie heeft zich wel bewezen, maar nog niet bij Sabewa. Er wordt echter vanuit gegaan dat de applicatie ook hier gaat slagen en gaat naar verwachting minstens tien jaar mee. De kosten worden eenmalig gedragen om rentekosten te vermijden, en hij benadrukt dat Sabewa op termijn lagere lasten verwacht. De heren Erpelinck, Van Eck en Smits geven aan dat hun vragen niet zijn beantwoord. De heer Willaert herinnert zich eerdere discussies over Sabewa en spreekt zijn waardering uit voor de hoge kwaliteit waarmee de organisatie functioneert. Hij vraagt of toekomstige gemeenten die willen instappen, ook een bijdrage leveren aan de gemaakte investeringen volgens een verdeelsleutel. Hij benadrukt dat dit idee rust kan geven aan zijn medecommissieleden. Daarnaast stelt hij voor om alle belastingen die de gemeente zelf beheert over te dragen aan Sabewa, gezien de effectiviteit van hun werkwijze. Wethouder Steijaert reageert dat een eventuele toetreding van nieuwe gemeenten wordt begeleid door een nieuwe businesscase waarin kostenverdeling wordt meegenomen. Hij bevestigt dat toeristen- en parkeerbelastingen momenteel door de gemeente worden beheerd, maar dat eventueel bezien kan worden of Sabewa deze taken mogelijk kan overnemen.

Als antwoord op de heer Van Eck bevestigt hij dat de kosten eenmalig zijn. Hij legt uit dat de nieuwe belastingapplicatie fors lagere lasten belooft en dat heel Nederland hier met belangstelling naar kijkt. De wethouder legt uit dat objectbeheer betrekking heeft op het controleren van gegevens van woningen en bedrijfspanden, die ten grondslag liggen aan de waardering van deze onreorende zaken ten behoeve van de belastingheffing. Dit omvat het bijwerken van informatie, zoals wijzigingen aan gebouwen, bijhouden objectonderdelen (vb. dakkapel, aanbouw etc.), en het corrigeren van vervuilde/onjuiste data. Dit proces is eenmalig en wordt uitgevoerd in het kader van de belastingapplicatie maar ook het verkrijgen van de vier sterrenstatus. De heer Van Eck vraagt of de eenmalige kosten van de belastingapplicatie, die verdeeld worden over 2024 en 2025, zullen leiden tot lagere tarieven in 2026. Hij stelt voor om deze kosten af te schrijven over een periode van vijf jaar. Hoewel hij het voorstel steunt, wil hij duidelijkheid over de structurele en incidentele lasten.

4

De heer Scheele bevestigt dat de implementatiekosten van het belastingpakket eenmalig zijn en niet structureel op de begroting drukken. De personele lasten van Sabewa blijven trendmatig gelijk, met een lichte stijging door indexering. Hij legt uit dat de eenmalige kosten direct betaald worden door gemeenten en het waterschap, zonder dat rentekosten of meerjarige afschrijvingen ontstaan. De heer Willaert benadrukt nogmaals zijn enthousiasme het dossier en de gemeenschappelijke regeling. De voorzitter stelt vast dat er wordt ingestemd met de positieve zienswijze. D. Financiële verordening, normen- en toetsingskader 2024 en aanwijzing accountant De heer Erpelinck vraagt hoe lang de gemeente dezelfde accountant mag behouden en of er sprake is van advieswerk door de accountant, wat mogelijk een conflict kan vormen. De heer Broekaart vraagt waarom er geen nieuwe aanbesteding voor een accountant is uitgeschreven, zoals eerder was beloofd. Hij mist daarnaast de toetsingskaders van het inkoopbeleid in de stukken. De heer Van de Kerkhove vraagt zich af of er ook nog andere offertes aangevraagd zijn naast Deloitte en of dit in overeenstemming is met het inkoopbeleid. De heer Naessens wijst op een passage waarin staat dat misbruik bij rechtmatigheid niet meer wordt gemeld. Hij wil weten wat dit betekent voor de transparantie en rapportage.

Wethouder Steijaert legt uit dat de controlerende accountant periodiek (om de vijf jaar) moet veranderen. In dit geval gaat het niet om het kantoor maar de accountant die zijn handtekening zet onder de controle. Momenteel is er tevredenheid over het huidige accountantscontrole en de betrokkenheid van de controlerende accountant. Deze is met zijn bijdrage binnen de commissie BBV van groot belang qua kennis en expertise bij het optimaliseren van de controle binnen de gemeente Hulst. Daarnaast blijkt uit diverse aanbestedingstrajecten dat er weinig interesse is van andere accountantbureaus om de jaarrekeningcontrole van een gemeente op zich te nemen. De heer Scheele legt uit waarom het inkoop- en aanbestedingsbeleid niet meer is opgenomen in het normenkader. Hij stelt dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid altijd de verantwoordelijkheid is van het college en dat dit beleid eerder al ter kennisneming aan de raad is aangeboden. De wijziging is consistent met de verordening en het beleid van vorig jaar. Verder bespreekt hij het rechtmatigheidsbeleid en de aanpassing daarvan. Hij geeft aan dat de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) werkt aan nieuwe richtlijnen om rechtmatigheid beter te definiëren.

Volgens de wethouder betekent dit dat als er sprake is van geconstateerd misbruik, bijvoorbeeld met terugvorderingen of sancties, dit niet meer hoeft te worden meegenomen in de rechtmatigheidsparagraaf door de accountant. Het blijft echter wel vermeld in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting, zodat het zichtbaar is voor de gemeenteraad. Hierdoor wordt de eis verlicht, en een score van acht wordt nu als voldoende beschouwd, in plaats van de eerdere eis van een tien. Op de vraag van de heer Erpelinck bevestigt de heer Scheele dat er een strikte scheiding is tussen advies- en controlewerkzaamheden. Hij legt uit dat advieswerk wordt uitgevoerd door Deloitte Advisory en controlewerk door Deloitte Accountants. Beide entiteiten opereren volledig onafhankelijk van elkaar, met aparte teams en opdrachten. De heer Van Eck leest een passage voor waarin staat dat het college bevoegd is om zelfstandig uitgaven tot maximaal 50.000 euro te doen, mits deze binnen de begroting vallen. Hij benadrukt dat dit alleen geldt voor bedragen die niet zijn begroot en dat hogere bedragen altijd vooraf aan de raad

5

moeten worden voorgelegd via een raadsvoorstel. Hij noemt dit een belangrijke regel, omdat het vandaag nog op andere punten van toepassing zal zijn. De voorzitter stelt vast dat het stuk als hamerstuk naar de raad gaat. E. Aankoop grond bikepark Hulst De voorzitter introduceert het voorstel over de aankoop van grond voor het Bikepark Hulst, dat een verhoging van het investeringskrediet met 241.200 euro vereist, met een kapitaallast van 7.200 euro. De heer Erpelinck uit zijn zorgen over de kosten die zijn gestegen van 195.800 euro naar 437.000 euro meer dan een verdubbeling. Hij vraagt of de raad in 2022 een compleet beeld had en of ze zouden hebben ingestemd als deze hogere kosten toen bekend waren. Hij benadrukt dat de aanleg al begonnen is en vraagt of het überhaupt nog mogelijk is om nee te zeggen tegen het voorstel. De heer Van Eck stelt dat het college de bevoegdheid van de raad heeft overschreden door uitgaven te doen boven de toegestane 50.000 euro zonder voorafgaande toestemming. Hij vraagt waarom de raad geen inzicht heeft gekregen in de grondprijzen en waarom dit niet eerder is gecommuniceerd. De heer Smits uit kritiek op de werkwijze van de gemeente, die hij achterstevoren op een paard zitten noemt. Hij wijst op het prijsverschil tussen de grond van verschillende eigenaren en vraagt om een verklaring voor de gemaakte afspraken.

Hij wil weten hoe het kan gebeuren dat er een verdubbeling van het bedrag voor de grond is ontstaan en hoe zulke fouten in de toekomst voorkomen kunnen worden. De heer Prins sluit zich aan bij de opmerkingen van de heer Erpelinck en noemt het bedrag van 241.200 euro onverwacht. Hij vindt dat de argumentatie in het voorstel onvoldoende is. De heer Van de Kerkhove vraagt hoe het mogelijk is dat de totale kosten meer dan verdubbeld zijn en hoe het qua proces geregeld is, aangezien een aannemer namens de gemeente op iemand anders zijn grond aan het werk is. De heer Alvarez-Morcus vraagt om verduidelijking over het verschil tussen de verwachte kosten en de uiteindelijke uitgaven. Hij wil weten of de grondruil nog voordelen kan opleveren voor de gemeente. Hij complimenteert de aanleg van het Bikepark, maar bekritiseert het proces. Wethouder Hageman erkent dat de kosten significant zijn gestegen door onderhandelingen met een eigenaar die cruciale grond bezit voor andere projecten, zoals de ontsluiting van de Groote Kreek. Hij benadrukt dat de gemeente hiermee een subsidie van 947.000 euro veilig stelt en kosten van 600.000 euro vermijdt door de grond te gebruiken als gronddepot. Hij geeft toe dat het proces niet ideaal is verlopen en geeft aan dat de heer Van Eck gelijk heeft wat betreft het bedrag van 50.000 euro.

De heer Van de Kerkhove geeft aan dat de wethouder het heeft over gronden die vrijkomen uit infrastructurele werken. Hij vraagt zich af of er nog meer grond te verwachten is dat naar het Bikepark moet en als er grond is die niet naar het Bikepark gaan, waar die dan terecht komen. Hij vraagt zich verder af of er voor het aanpassen van de Waterstraat nog een ruimtelijke procedure moet komen. De heer Smits geeft aan dat de wethouder wist wie de eigenaren van de grond waren en dat de eigenaar ook stroken had die nodig waren voor de Waterstraat. Hij vraagt zich af of dit niet te voorzien was. Hij blijft bij zijn standpunt dat het proces onvoldoende is en maakt voorbehoud bij dit punt. De heer Van Eck blijft kritisch en stelt dat het voorstel niet voldoet aan de regels die de raad heeft vastgelegd. Hij eist dat het college met een beter gemotiveerd voorstel komt en dat de raad volledig wordt geïnformeerd.

6

De heer Erpelinck vraagt zich af wanneer duidelijk was dat de grond duurder is dan gedacht. Hij maakt een voorbehoud en wil dat het stuk naar de raad gaat. Wethouder Hageman legt uit dat de koopovereenkomst voor de grond van het Bikepark Hulst in september 2024 is getekend met ontbindende en opschortende voorwaarden. De aankoop hangt af van goedkeuring van de financiële middelen door de raad. Hij benadrukt dat het college niet zonder toestemming heeft gehandeld en dat dit voorstel, inclusief een begrotingswijziging, nu voorligt ter goedkeuring. Hij geeft aan dat bewerkingen aan de grond in overleg met de eigenaar zijn gestart, wat volgens hem geld bespaart. Hij erkent dat het proces anders had gekund, maar wijst op de voordelen van werk met werk combineren, waaronder het vermijden van hogere verwerkingskosten en het behouden van een subsidie van 947.000 euro. De voorzitter benadrukt dat wordt gevraagd om wensen en bedenkingen die het college mee kan nemen. De heer Erpelinck stelt vragen over de financiële impact van het Bikepark en de Waterstraat. Hij benadrukt dat de extra kosten van 241.200 euro voor het Bikepark onacceptabel zijn en vraagt om meer duidelijkheid over de combinatie van beide projecten. De heer Van Eck wijst erop dat de koopovereenkomst nog niet is gepasseerd, waardoor de situatie nog kan veranderen.

Hij benadrukt dat de toelichting van de wethouder in de eerste ronde beter uitgewerkt moet worden in een notitie voor de raad. Hij geeft aan dat het voorstel pas acceptabel is als de volledige context duidelijk wordt gemaakt. De heer Smits stelt dat het ontbreken van een gronddepot een groot probleem is. Hij vindt het onbegrijpelijk dat hier niet eerder in voorzien is. De heer Willaert erkent dat er fouten zijn gemaakt in het proces, maar waardeert de uitleg van de wethouder en de voordelen die de huidige aanpak heeft opgeleverd. Hij stelt voor om een aanvullende notitie op te stellen voor de raadsvergadering, waarin het volledige proces en de financiële keuzes worden toegelicht. Hij pleit ervoor om ondanks de kritiek door te gaan met het voorstel. De heer Van de Kerkhove sluit zich aan bij de opmerkingen over het gronddepot en stelt dat het opzetten van een gemeentelijk depot essentieel is. Daarnaast vraagt hij om een update over de ruimtelijke procedure en mogelijke onteigening voor de ontsluiting van de Grote Kreek. De wethouder erkent dat het ontbreken van een gronddepot al in eerdere periodes een aandachtspunt was. Hij benadrukt dat het huidige plan kosten bespaart en dat de gemaakte keuzes de gemeente meer dan 1 miljoen euro voordeel opleveren.

Hij geeft aan dat het proces wellicht anders had gekund, maar wijst erop dat het college altijd heeft gehandeld in het belang van de gemeente. Hij ondersteunt het voorstel van de voorzitter om een aanvullende notitie te maken voor de raad. De voorzitter stelt voor om het voorstel als bespreekstuk naar de raad te sturen, inclusief een duidelijke notitie met een uitgebreide toelichting op het proces en de financiële impact. Hij vraagt de commissieleden om instemming en constateert dat niemand bezwaar maakt. Het voorstel wordt daarmee vastgesteld als bespreekstuk. F. Verwerving grond Groote Kreek II en Waterstraat De voorzitter introduceert het voorstel om middelen beschikbaar te stellen voor de aankoop van percelen voor Groote Kreek fase II en de Waterstraat. De heer Van de Kerkhove vraagt of de Waterstraat, waarvoor extra grond wordt aangekocht, een gemeentelijke weg is of dat deze dat nog moet worden. Hij vraagt ook naar de stand van zaken in de onderhandelingen met het waterschap over dit proces.

7

De heer Willaert dringt aan op een snelle beslissing. Hij wijst erop dat de subsidie van 947.000 euro een noodzakelijke financiële impuls is en dat de prijzen alleen maar verder zullen stijgen. Hij pleit ervoor om nu door te pakken en het voorstel snel uit te voeren. De heer Smits uit zijn verbazing over de stijging van de kosten met 550.000 euro, van 3.340.000 euro naar 3.897.000 miljoen euro. Hij vraagt waarom het voorstel vermeldt dat de prijzen vastliggen tot 31 december 2024, terwijl indexering is toegepast. Hij wil weten of de commissie destijds is geïnformeerd over deze indexeringsmogelijkheid. De heer Van Eck vraagt naar de betaalbaarheid van de grondprijzen voor zowel Groote Kreek fase I als fase II. Hij benadrukt dat betaalbare kavels essentieel zijn om woningen te kunnen verkopen. Hij vraagt of de genoemde prijzen inclusief of exclusief btw zijn en of de indexering van tevoren bekend was bij de commissie. De heer Erpelinck merkt op dat de indexering pas duidelijk is geworden bij het inzien van de koopovereenkomst. Hij vraagt waarom deze belangrijke informatie niet eerder in de stukken is opgenomen. Hij pleit voor meer transparantie in toekomstige voorstellen, zodat de commissie beter geïnformeerd beslissingen kan nemen.

Wethouder Hageman beaamt dat er in de koopovereenkomst een prijsindexering is opgenomen, maar legt uit dat de financiële situatie in 2023 niet toeliet om de grond eerder aan te kopen. Hij erkent dat het nu noodzakelijk is om snel aan te kopen, omdat de prijzen anders nog verder zullen stijgen. De wethouder benadrukt dat de uitgifteprijzen betaalbaar moeten blijven, in lijn met de woondeal en de nationale hypotheekgarantie. Hij legt verder uit dat de Waterstraat op termijn een gemeentelijke weg zal worden en dat onderhandelingen met het waterschap over een te realiseren rotonde positief verlopen. De heer Willaert benadrukt opnieuw het belang van snelheid. Hij pleit voor betaalbare kavels en stelt voor om speculatie op gronden te voorkomen door een antispeculatiebeding in te voeren. Hij vindt dat het college nu aan alle voorwaarden voldoet om door te pakken. De heer Smits vraagt om opheldering over de schijnbare tegenstrijdigheid tussen de vastgestelde prijs tot 31 december 2024 en de indexering die in de koopovereenkomst staat. Hij wil meer details over de financiële afspraken en vraagt naar de vorm van pacht die wordt toegepast op tijdelijk niet-benutte grond. De heer Erpelinck benadrukt dat de informatievoorziening in de stukken beter moet.

Hij pleit voor completere voorstellen in de toekomst, zodat de raad en commissieleden goed geïnformeerd zijn over alle financiële en juridische aspecten. De wethouder geeft aan dat de indexering uitzonderlijk hoog is door externe factoren, zoals de oorlog in Oekraïne en de stijgende energieprijzen. Hij verzekert de commissie dat de pachtcontracten juridisch waterdicht zijn en dat langdurige verpachting wordt voorkomen. Hij wijst erop dat er al antispeculatiebepalingen in de uitgiftevoorwaarden staan, wat voorkomt dat grond wordt doorverkocht zonder ontwikkeling. De voorzitter constateert dat er bedenkingen zijn over de informatievoorziening, die worden meegenomen naar de raad. Hij benadrukt dat de commissie hier alleen wensen en bedenkingen kan uiten en dat het uiteindelijke besluit in de raadsvergadering wordt genomen. Hij sluit het agendapunt af en schorst de vergadering vijf minuten om 21:47. G. Najaarsnota 2024 De voorzitter heropent de vergadering om 21:52.

8

Wethouder Steijaert geeft een toelichting op de Najaarsnota 2024 en bespreekt belangrijke financiële punten. Hij benadrukt dat de nota een positief resultaat van 763.000 euro laat zien. Het superdividend van 11 miljoen euro is verwerkt in de begroting, evenals diverse mutaties en stortingen in reserves, waaronder 13,4 miljoen euro in de reserve projecten. Hij stelt voor om in januari een gezamenlijke bijeenkomst te houden met de raad om te bespreken hoe het dividend moet worden besteed. De wethouder benadrukt het belang van een duidelijke visie en noemt het bestuursakkoord als leidraad. De heer Naessens kondigt een motie aan om de 13,4 miljoen euro aan superdividend structureel in te zetten. Daarnaast vraagt hij waarom het burgerparticipatieplan een rode vlag heeft op pagina 13 van de nota en informeert hij naar de status van het project Krot of Kans, waar geen voortgang zichtbaar is. De heer Alvarez-Morcus wijst erop dat veel projecten naar 2025 zijn doorgeschoven en vraagt of dit komt door capaciteitsgebrek. Hij informeert naar de invulling van vacatures die in 2024 voor stagnatie zorgden en vraagt waarom het accommodatiebeleid niet verder is uitgewerkt in de nota. De heer Prins vraagt welke projecten onder de nieuwe bestemmingsreserve vallen en waarom een agiostorting van 5,4 miljoen euro is gedaan.

Hij wil weten waarom deze storting niet langs de reguliere weg van de raad is gegaan en hoe deze verband houdt met andere aandeelhoudersbesluiten. De heer Willaert pleit voor een bespreekdag in januari om een gezamenlijk beleid vast te stellen. Hij dringt erop aan dat het college tijdens deze dag zelf een voorzet geeft over voor welke projecten er al geld gealloceerd is of welke projecten al onder grote projecten zit, zodat de raad een beter geïnformeerde discussie kan voeren. De heer Smits vraagt aandacht voor een proces waarbij ideeën van alle raadsfracties worden meegenomen. De heer Van Eck vraagt om een overzicht van oude balansposten, zoals overschotten van energiemaatregelen. Hij vraagt of de overschotten uit andere reserves, zoals die voor Oekraïners, correct zijn verwerkt en pleit voor een betere evaluatie van subsidies. Hij benadrukt dat het zorgbeleid en de woon-zorgvisie meer aandacht moeten krijgen en vraagt nogmaals om een overzicht van uitgaven in het sociaal domein. Ook vraag hij naar de stand van zaken van de IKC’s. De heer Erpelinck complimenteert de wethouder met de presentatie, maar uit zorgen over de communicatie met inwoners. Hij stelt dat informatie over gemeentefinanciën duidelijker kan worden gecommuniceerd, zodat inwoners het beter begrijpen. Hij vraagt om concrete plannen rondom thema’s zoals welzijn, bestaanszekerheid en kansengelijkheid.

Wethouder Steijaert erkent dat er vragen zijn die niet onder zijn portefeuille vallen, maar belooft deze door te geven. Als antwoord op de heer Alvarez-Morcus geeft de wethouder aan dat de vacature is ingevuld. Hij legt uit dat de agiostorting verband houdt met het aflossen van leningen door een dividenduitkering. Wat betreft het burgerparticipatieplan geeft hij aan dat hierover geen directe informatie beschikbaar is. Hij benadrukt dat het accommodatiebeleid en andere openstaande punten in januari verder besproken zullen worden. Als antwoord op de heer Smits geeft de wethouder aan dat het bestuursakkoord leidend is. De heer Smits interrumpeert hierop dat het bestuursakkoord gebaseerd is op een negatievere financiële positie. Hij vindt ook dat er ook geluisterd moet worden naar ideeën van andere partijen dan coalitiepartijen. De heer Prins vraagt een verduidelijking over de zin dat ter hoogte van de agiostorting een storting in de bestemmingsreserve heeft plaatsgevonden. Verder vraagt hij of dit soort stortingen niet via de commissie of raad moeten.

9

De heer Willaert benadrukt opnieuw dat het college zelf prioriteiten moet stellen en de raad een duidelijke voorzet moet geven tijdens de geplande bijeenkomst in januari. Er wordt door ambtelijke ondersteuning een technische toelichting gegeven op de agiostorting. Dit is een storting van aandeelhouders naar de dochter boven de nominale waarde van aandelen, welke risicovol is en gekoppeld aan een dwingend advies van de toezichthouder. Hierdoor is ook een bestemmingsreserve nodig om deze risico's te dekken. De voorzitter concludeert dat de commissieleden hun wensen en bedenkingen hebben geuit en dat deze worden meegenomen naar de raad. Hij stelt dat de Najaarsnota in de raadsvergadering als bespreekstuk zal terugkeren. 9.

Ingekomen stukken

De heer Erpelinck maakt een opmerking over punt A83, dat betrekking heeft op het informeren van de raad over de liquiditeitspositie. Hij geeft aan dat hij het jammer vindt, omdat hij graag meedenkt over de vraag wanneer de gemeente moet consolideren of niet. Hij stelt voor om de raad op een andere manier regelmatig te informeren over dit onderwerp. De wethouder geeft aan dat hij erover na gaat denken. 10.

Agenderingsvoorstellen volgende vergadering raadscommissie

De voorzitter geeft aan dat er zoveel besproken is dat er voor Middelen het eerste kwartaal voldoende te doen is. 11.

Rondvraag

De heer Smits bespreekt het rapportcijfer van de VNG voor de gemeentelijke jaarrekening van 2023, dat een negen kreeg. Hij legt uit dat de VNG één punt heeft afgetrokken, omdat Hulst volgens hen te lage netto lasten per inwoner heeft, wat druk op publieke voorzieningen zou veroorzaken. Hij vraagt zich af of dit komt door een gebrek aan voorzieningen of door zeer efficiënt werken. Hij stelt voor om dit onderwerp verder uit te diepen tijdens de bijeenkomst in januari, omdat de ontvangen gelden bedoeld zijn voor uitgaven ten behoeve van de inwoners. Wethouder Steijaert dat een negen een uitstekende score is, maar begrijpt de wens om beter te worden. Hij bevestigt dat de opmerking van de VNG kan wijzen op efficiënt werken of een tekort aan voorzieningen. Hij merkt op dat voorzieningen zoals het Reynaertcollege wellicht in toekomstige cijfers anders worden meegenomen, wat de balans kan verbeteren. De heer Smits vermoedt dat de gemeente veel investeert in hardware, zoals wegen en rotondes, maar dat de balans met voorzieningen voor inwoners beter kan. Hij vraagt om hier aandacht aan te besteden. De voorzitter stelt dat het debat over voorzieningen meer thuis hoort bij de commissie Samenleving dan bij de commissie Middelen. Hij benadrukt dat de huidige bespreking vooral op financiën gericht is.

De heer Erpelinck geeft aan dat hij regelmatig moeite heeft met het doorgronden van complexe financiële stukken en denkt dat andere commissieleden dezelfde ervaring delen. Hij stelt voor om een trainingssessie te organiseren waarin de opbouw van gemeentefinanciën wordt uitgelegd. Hij geeft zichzelf als eerste op om deel te nemen. De voorzitter legt uit dat fractievoorzitters aan het begin van iedere regeerperiode de mogelijkheid krijgen om specifieke trainingen te organiseren voor raadsleden en commissieleden. Hij stelt voor om het presidium te vragen of er nog behoefte is aan dergelijke trainingen. Hij noemt voorbeelden zoals rioleringsplannen en financiële systematiek die in zo’n sessie behandeld kunnen worden.

10

De heer Van Eck vraagt of commissieleden een uitnodiging hebben ontvangen van een extern bureau over de toepassing van AI. Hij geeft aan dat het vereenvoudigen van jaarrekeningen en begrotingen op deze manier mogelijk is. Hij noemt dit een uitstekende kans om meer inzicht te krijgen en stelt voor dat de commissie zich verdiept in de mogelijkheden van dergelijke vereenvoudigingen. Hij vraagt het presidium om dit onderwerp op te pakken. De voorzitter geeft aan dat dit voorstel wordt meegenomen in het presidium en dat verdere bespreking zal volgen. De heer Willaert vraagt naar de status van een motie die hij eerder indiende om op een andere manier naar begrotingen te kijken. Hoewel de motie niet werd aangenomen, is afgesproken dat het onderwerp wordt behandeld binnen bestuurlijke vernieuwing. Hij vraagt of dit proces kan worden versneld en roept de fractie van de VVD op om de motie in januari opnieuw te overwegen, zodat dubbel werk kan worden voorkomen. 12.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 22.39 uur.

Aldus vastgesteld door de raadscommissie Middelen d.d. De commissiegriffier,

De commissievoorzitter,

11

ACTIEPUNTEN/TOEZEGGINGEN RAADSCOMMISSIE MIDDELEN Actiepunt: 05 december 2024 ZEH-dividend

05 december 2024 Bikepark

05 december 2024 Liquiditeitspositie

Memo met (gewijzigde) bedragen ten aanzien van ZEH-dividend, inclusief duiding gevolgen begroting Notitie/Raadsinformatiebrief met toelichting op proces en financiële impact. Mogelijkheden bekijken rondom (periodieke) informatievoorziening liquiditeitspositie gemeente

Uitgevoerd bij raadsinfobrief (A93). Uitgevoerd raadsinfobrief (A94) toegevoegd aan ingekomen stukken.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15051829/2