Verslag cie Samenleving 10 april 2024
Tekst van het document
Verslag Commissievergadering Samenleving d.d. 10 APRIL 2024 Aanwezig: J. van Sikkelerus – Schuermans (PvdA), C. de Kraker (VVD), D. Bracke (CDA), M. Segers (ABGH), L. Verbiest (ABGH), F. van Driessche (GHH), J. van Eck (HP), P. Erpelinck (D66), M. Eckhardt (Fractie Eckhardt), T. Willaert (Fractie Willaert), L. Mangnus (wethouder), R. Ruissen (wethouder), G. Depauw (wethouder), J. de Block (voorzitter), D. Van Bunder (raadsgriffier), mevrouw J. Kramer (Teamleider Beleid Samenleving) Afwezig: H. Baouchi (GHH), A. Reunis (HP), J. Kartner (FvD), M. Nijs (D66) 1.
Opening De voorzitter opent de vergadering en meldt de afwezigen.
2.
Mededelingen Er zijn geen mededelingen
3.
Vaststelling agenda De voorzitter stelt voor agendapunt 10 als eerste te behandelen. De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.
4.
Verslag van de vergadering d.d. 6 maart 2024 Er is een tekstuele opmerking binnengekomen. In het verslag stond ‘de heer Verbiest’ in plaats van ‘Mevrouw Verbiest’. De voorzitter concludeert dat er geen aanvullende informatie te geven is over de actiepunten. Het verslag wordt gewijzigd vastgesteld.
5.
Spreekrecht burgers Hiervan wordt geen gebruik gemaakt.
6.
Nieuws van de gemeenschappelijke regelingen/verbonden partijen Er is geen nieuws te melden.
7.
Nieuws van de grote projecten Wethouder Mangnus zegt dat er een memo betreffende de Dethon is toegevoegd. De begroting wordt in juni aangeboden. De jaarrekening wordt later aangeboden. Bij de ingekomen stukken zit informatie over de muziekschool. De jaarrekening hiervan zal 1 mei aangeboden worden. Wethouder Ruissen zegt dat de GGD, RUD en VRZ samen gehuisvest gaan worden. De raad zal hierover, op gezette tijden, worden geïnformeerd. De begroting van de GGD wordt in juni aan de raad gepresenteerd. De jaarrekening 2023 is nog niet
gereed. Hij zegt dat de gemeente en ‘Hulst voor elkaar’ met elkaar in gesprek zijn. Dit voor de vaststelling van de jaarrekening 2022 en de geziene begroting 2024. Half april zal ‘Hulst voor elkaar’ de eerste kwartaal rapportage 2024 voorleggen. De gemeente en ‘Hulst voor elkaar’ gaan hierover in gesprek. De voorzitter zegt dat op 15 mei 2024 een bijeenkomst gepland staat waarbij de gemeenschappelijke regelingen hun begrotingen zullen presenteren. De heer van Eck vraagt waarom de gemeente met ‘Hulst voor elkaar’ nog bezig is met de jaarrekening 2022. Hij zou graag informatie ontvangen over het eerste kwartaal 2024 van ‘Hulst voor elkaar’. Wethouder Ruissen zegt dat het niet ongebruikelijk is om nog bezig te zijn met een jaarrekening van 2022. In het najaar 2023 was er een begroting. Deze wordt momenteel herzien. Informatie over de kwartaalrapportage verloopt via de nieuwsbrieven. De heer de Kraker zegt dat hij de stap groot vindt om de RUD, VRZ en GGD samen te voegen in één gebouw. Wethouder Ruissen zegt dat de DB’s van de organisaties beslist hebben een onderzoek in te stellen betreffende de samenvoeging. De voorstellen worden in de AB’s besproken. De gemeenteraden kunnen een oordeel vellen over de kwaliteit van de voorstellen. De heer Willaert maakt zich enigszins zorgen over de samenvoeging van de drie grote gemeenschappelijke regelingen.
De heer van Eck vraagt naar de status van de besprekingen tussen de drie organisaties. Hij benadrukt dat hij niet voor een voldongen feit gesteld wil worden. De voorzitter zegt dat er over het onderwerp een webinar georganiseerd is, op 28 februari 2024. Daar zijn vele vragen beantwoord. Bovendien is hierop een vervolgtraject. De heer Erpelinck zegt dat hij de jaarrekening 2022 in het bezit heeft. Hij vindt het vreemd dat het nog niet is vastgesteld. Wethouder Ruissen zegt dat de gemeente en ‘Hulst voor elkaar’ nog met elkaar in overleg zijn. De heer Erpelinck zegt dat de accountant al een goedkeuring heeft gegeven. Hij vraagt of er een wijziging heeft plaatsgevonden. De heer van Driessche zegt dat de RUD, VRZ en GGD al een paar keer besproken is in de commissie ABZ. Hij zegt dat de VRZ uitgenodigd is, maar hierop is nog niet geantwoord. De voorzitter concludeert dat er geen vragen meer zijn en hij sluit het agendapunt af. 8.
Raadsvoorstellen voor de raadsvergadering van 8 mei 2024 8A. Verordening participatiewet en minimabeleid gemeente Hulst 2024 De heer de Kraker geeft aan zich te onthouden van deelname aan de bespreking van het voorstel. De heer Erpelinck vraagt een toelichting betreffende het behouden van een bepaald percentage van de inkomensgrens. Tevens vraag hij een toelichting betreffende de genoemde € 25.000,-- aan structurele middelen. Hij meent dat het bedrag te laag is. Hij verwijst naar artikel 2.2.1. Hij vraagt of de gemeente zelf participatiebanen inricht. Hij verwijst naar artikel 3.3. Daarin staat dat de raad de bevoegdheid aan het college geeft om de beleidsregels vast te stellen over het minimabeleid. Hij vraagt om een verduidelijking. Hij verwijst naar hoofdstuk 4. Hij zegt dat de beslistermijn acht weken blijft. Hij vraagt of er een nieuw beleidsplan komt. Hij begrijpt dat hoofdstuk 5 bijna volledig vervalt. Hij vraagt of de artikelen
2
de nieuwe beleidsregels vormen. Hij wil weten of er begeleiding en coaching is. Ook hier vraagt hij om een toelichting. De heer van Eck stelt voor het percentage van de inkomensgrens te verhogen naar 120 procent. Hij wenst de mandatering niet over te dragen aan het college. Hij zegt de adviezen van de adviesorganen gelezen te hebben. Hij meent dat er zoveel als mogelijk keuzevrijheid aan de ouders gegeven moet worden om een voorziening te vragen. Hij is er geen voorstander van om een pasje in te voeren. Hij meent dat de doelgroep de gelegenheid moet krijgen om meer vrijwilligerswerk te doen. Hij verzoekt de vergoedingen jaarlijks aan te passen. Mevrouw van Sikkelerus- Schuermans vraagt of de maatregelen in de volgende participatiewet geschrapt worden of strenger worden gezet. Ze vraagt een verduidelijking betreffende de menselijke maat. Ze stelt voor geen percentages te noemen, maar het te omschrijven als ‘ de meest gunstigste wijze voor iedereen’. Ze vindt het positief dat de verordening een stuk korter wordt. Ze vraagt waar de uitgangspunten komen te staan. Tevens vraagt zij waar het huidige informatieboekje te vinden is en wanneer deze geactualiseerd wordt. De heer Willaert is positief over het voorstel. Hij twijfelt over de mandatering aan het college. De heer Bracke vraagt naar het informatieboekje.
Hij vraagt zich af of het informatieboekje het juiste middel is voor laaggeletterden. Wellicht kan het boekje visueel gemaakt worden. De heer van Driessche vindt het goed dat er een informatieboekje ontwikkeld is. Hij vraagt wanneer hij het boekje tegemoet kan zien. Er zou een loket komen voor inwoners waar zij vragen kunnen stellen. Hij vraagt of dit loket al operationeel is. Hij verzoekt in een bijlage de wetsartikelen toe te lichten. Geïnteresseerden kunnen deze artikelen dan raadplegen. Hij zegt dat het over participatie en minimabeleid gaat. Hij meent dat de beleidsregels van het minimabeleid nog dateren van 2022. Hij oppert er één stuk van te maken. Hij vindt hoofdstuk een kort hoofdstuk. Hij vraagt zich af of alles erin vernoemd staat. De technische vragen over enkele artikelen heeft hij al naar het college doorgestuurd. Hij vraagt hoe deze beantwoord gaan worden. Mevrouw Eckhardt zegt te kunnen instemmen met het voorstel. Ze meent dat de raad weinig keus heeft. Ze verwijst hiervoor naar punt 9. De mandatering aan het college vindt zij discutabel. Wethouder Mangnus zegt dat de verordening opgesteld is naar aanleiding van wetten. Vijf á zes jaar geleden is de participatiewet gemaakt en deze werd uitgevoerd. Gebleken is dat er sprake is van mankementen. De verordening is regelmatig aangepast.
De verordening is aangepast op het breed offensief en de wet ‘Participatie in balans’. Het is nog onbekend wanneer laatstgenoemde wet wordt aangenomen. De verordening is in de handhaving niet veel veranderd. Voor een groot deel is de verordening een overneming van de wet. Wat in de wet omschreven staat, staat niet meer in de verordening. Vandaar dat verschillende hoofdstukken summier zijn. De gemeente kiest voor een diversiteit in inkomensgrenzen. Allerlei varianten zijn mogelijk om toeslagen toe te kennen. Er zit echter ook een armoedeval in. Deze is moeilijk te berekenen omdat iedere situatie anders is. De € 25.000,-- is berekend en wordt gezien als voldoende. De raad stelt de verordening vast en stelt de kaders. De beleidsregels zijn uitwerkingen van de onderdelen die in de verordening staan. Hij benadrukt dat het college niet veel beleidsvrijheid heeft. Het college moet hetgeen in de verordening staat, uitvoeren. De beleidsregels worden met de commissie en de raad gedeeld. Hij zegt dat er niet voor pasjes gekozen is. Het college vindt dat de mensen vrijwilligerswerk mogen doen. Er is een boekje gemaakt waarin alle regelingen op een rij worden gezet. Het boekje is te krijgen in de gemeentewinkel. Hij meent dat
3
er met het loket een gemeenteloket bedoeld wordt. De ingediende vragen van de fractie GHH zijn voornamelijk technische vragen, die gaan over artikelen. Hij zegt dat er bewust gekozen is voor de termen ‘persoon’ en ‘werkgever’. Er komen nog beleidsregels. Hij verwijst naar artikel 2.2.2. Om mensen te participeren, is schuldhulpverlening één van de zaken die gedaan kunnen worden. Bij 2.2.3 wordt gesproken over de proefplaatsing en de werkervaringsplaats en de termijnen. Er wordt een bepaalde termijn aangewezen. Bij de proefplaatsing gaat het over een wettelijke termijn. Dit is ook bij een werkervaringsplaats, echter gaat het over een andere termijn. Mensen worden intensief begeleid door de consultenten. De participatiewet is een instrument om mensen aan de slag te krijgen. Een uitkeringsgerechtigde, die tot de doelgroep hoort, heeft recht op de lookkostensubsidie. Een niet-uitkeringsgerechtigde heeft dit recht niet. Wanneer er meer naar de persoonlijke omstandigheden wordt gekeken dan wordt er maatwerk geleverd. Mevrouw Eckhardt vraagt of de gemeenteraad de kaders nog vaststelt. De heer Erpelinck zegt het antwoord op zijn vraag over de inburgering te missen. Hij wil dat de raad voldoende inspraak heeft bij het opstellen van de beleidsregels. Hij zegt dat bij de griffier een voorstel is neergelegd betreffende bijdrage maatschappelijke participatie.
Hij wil de participatie in de gemeente zo breed als mogelijk inzetten. De heer van Eck begrijpt de differentiatie in de regels. Hij zegt dat de gemeente Hulst een participatiebeleid heeft. Hij meent dat de mensen in de doelgroep mee moeten kunnen participeren in besturen van organisaties. Hij verzoekt deze opmerking mee te nemen. Hij vraagt of de antwoorden op de vragen van de factie GHH nog voor de raad te verwachten zijn. De voorzitter meent dat de wethouder de vragen van de fractie GHH mondeling beantwoord heeft. De heer van Eck zegt in te stemmen met het voorstel. Hij zou, in de toekomst, graag een managementrapportage tegemoet zien. Hij verzoekt de adviesraden een keer uit te nodigen zodat zij hun ervaringen kunnen delen. Mevrouw Verbiest zegt zich te kunnen vinden in de verordening. Ze is blij met het stukje maatwerk en de flexibele omgang met de inkomensgrens. De heer van Driessche zegt over de twee maanden dat wanneer de eerste twee maanden goed verlopen zijn dat de persoon de volgende twee maanden wellicht minimumloon kan krijgen. Hij vraagt of een persoon ook verplicht kan worden bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Hij zegt dat de intermediaire activiteit nog niet duidelijk is. In de tekst bij 2.4.11 staat omschreven ‘door ziekte of gebrek’. Hij adviseert deze woorden uit de tekst te halen.
Wethouder Mangnus zegt de tekst aan te passen zoals de heer van Driessche aangeeft. Mevrouw Kramer legt uit dat een intermediaire activiteit een braillebord of een voorleeshulp zou kunnen zijn. Wethouder Mangnus zegt over de verordeningen dat de wetsartikelen er bij moeten staan. Hij zal kijken hoe dit het beste bij de verordening geplaatst kan worden. Er wordt een maatschappelijke resultatenrapportage gemaakt. Deze zal met de commissie gedeeld worden. Mensen in besturen zou zeker mogelijk zijn. Uiteindelijk kan er een tegenprestatie gevraagd worden. Het doel van de verordening is dat mensen deel uit gaan maken van de samenleving. De adviezen van de adviesraden plus de beleidsregels worden met de commissie en de raad gedeeld. De commissie en raad maken geen beleidsregels, maar kunnen wel aangeven wanneer ze het met bepaalde regels niet eens zijn. Wanneer de commissie een voorstel heeft dan zal zij een amendement moeten indienen. De tekst over de inburgering en schuldhulpverlening is kort omdat de wettelijke
4
artikelen niet in het stuk zijn opgenomen. Deze artikelen zijn in de wet zelf te raadplegen. De heer Erpelinck heeft een suggestie. Hij ziet de verordening tegemoet en kan instemmen met het voorstel. De heer van Eck verzoekt de bedragen aan te passen aan de inflatie. Wethouder Mangnus zegt dat het college het advies van de Cliëntenraad heeft opgevolgd. Door percentages te kiezen, bewegen de bedragen vanzelf mee. De voorzitter zegt dat de wethouder de opmerkingen meeneemt en hij brengt het voorstel in stemming. De commissie stemt unaniem in met het voorstel. Het voorstel zal als hamerstuk naar de raad van 8 mei 2024 gaan. 9.
Bespreking ingekomen stuk A16 inzake historische reserve Beschermd Wonen De voorzitter zegt dat de fractie HP vragen gesteld heeft aan het college en deze vragen zijn beantwoord. De heer van Eck zegt dat de zeggenschap overgaat naar dertien gemeenten. Hij vraagt of hiervan cijfermatig iets op papier staat. Hij wenst een duidelijker antwoord op de vraag over bijlage 8. Hij vraagt of er nog een discussie over de € 19 miljoen aan wie deze toebehoort. Hij zou graag zien dat het bedrag naar de kwetsbare ouderen gaat. Hij zegt een keer terug te komen op de herindicaties. De heer Erpelinck begrijpt dat uiterlijk 7 het collegebesluit over het nieuwe samenwerkingsverband genomen moet zijn. Hij begrijpt dat de gemeenten Terneuzen en Sluis hun instemming nog niet hebben verleend. Hij vraagt wat het toegestane eigen vermogen is wanneer het een gemeenschappelijke regeling wordt. De heer van Eck zegt dat het laatste verslag van de klankbordgroep Jeugdzorg toegestuurd is. De haalbaarheid van de nieuwe governances, per 1 januari 2025, in vraag worden gesteld. Er is geen unanimiteit binnen de dertien gemeenten. De heer de Kraker vraagt naar de daadwerkelijk vraag van dit agendapunt. Wethouder Ruissen zegt dat per 1 januari 2024 er sprake is van een regiobudget. Dit budget wordt beheerd door middel van partnerafspraken.
Formeel gaat de centrumgemeente over het budget, maar er zijn door de dertien gemeenten gezamenlijke afspraken gemaakt. De historische reserve komt toe aan de centrumgemeente. Afgesproken is dat de centrumgemeente € 19 miljoen uit de reserve toebedeeld krijgt. De overige € 16 miljoen zit in het regiobudget van alle dertien gemeenten. De heer van Eck verwijst naar bijlage 8. Daarin staan tegenstellingen met de gemaakte afspraken. Wethouder Ruissen zegt dat de gemeente niet het recht heeft om te herindiceren. Het regiobudget wordt opgebouwd. De reserve van de centrumgemeente loopt niet meer op. Tot hoe hoog het regiobudget kan oplopen is onbekend. Hij meent dat dit niet eindeloos kan oplopen. De heer van Eck veronderstelt dat over een bepaalde tijd de stand van zaken gegeven wordt. Wethouder Ruissen geeft hierop een bevestigend antwoord. Over de vraag over de governance zegt hij dat er sprake is van twee varianten. De eerste is een nieuwe gemeenschappelijke regeling voor Beschermd Wonen en Inkoop Jeugdhulp. De andere variant is alles onderbrengen bij de GGD. Elf gemeenten kiezen voor variant 1, twee gemeenten hebben een voorkeur voor variant 2. Afgesproken is dat variant 1 aan de colleges voorgelegd wordt. De colleges gaan hierover een
5
uitspraak doen. Intussen is er een ander voorstel gedaan. Voorgesteld is om een pas op de plaats te maken. De heer van Eck vraagt naar de visie van de gemeente Hulst. Wethouder Ruissen zegt dat er over de governance advies gegeven is en er zijn standpunten ontstaan. Zo zijn de twee varianten ontstaan. Variant 1 wordt als advies neergelegd bij de gemeenten omdat hiervoor de meerderheid is. Over variant 2 is niet meer gesproken. De twee gemeenten die voor variant 2 kozen hebben voorgesteld voorlopig niets te doen. De voorzitter zegt dat het standpunt van de gemeente Hulst in de presentatie van 3 april jl. vermeld staat. Wethouder Ruissen zegt het standpunt mee te delen zodra deze gevormd is. De voorzitter sluit het agendapunt af. 10.
Bespreking ontwikkelingen openbaar vervoer, met name buslijnen 10 en 19 De heer Willaert maakt zich zorgen over het openbaar vervoer. Hij vindt dat het bestaande openbaar vervoer minimaal behouden moet worden. Hij verzoekt een duidelijk signaal af te geven. De heer de Kraker zegt dat het onderwerp al jaren besproken wordt. Hij begrijpt niet waarom de bus maar tot Roosendaal rijdt. Hij stelt voor tot aan Breda te rijden. Hij mist de verbinding met Antwerpen. Hij stelt voor De Lijn te laten rijden in Hulst. De heer van Driessche zegt dat er meer jongeren naar Hulst moeten komen. Hij zegt het vragenhalfuur van de afgelopen raadsvergadering afgeluisterd te hebben, waar over de bus gesproken werd. De reistijd via Antwerpen is lang. Hij meent dat een rechtstreekse verbinding het beste is. Er zal goed afgewogen moeten worden welk traject nu het beste is. Hulst – Roosendaal of Hulst- Breda. Hij zegt dat het een aderlating is wanneer buslijn 10 verdwijnt. Hij vindt dat de gemeente zich tegen de afschaffing moet verweren. Hij vraagt of de, in de raadsvergadering, genoemde verbindingen terecht zijn. Tevens vraagt hij naar de stand van zaken betreffende de ideeën over de verbinding Hulst – Antwerpen. Er zal een goed plan neergelegd moeten worden. Hij vraagt welke bussen nog naar België rijden. De heer Bracke vindt de situatie zorgwekkend. Hij zegt dat lijn 19 een hele belangrijke lijn is.
Hij vraagt of er met de doelgroep gesproken is over de verbinding Hulst- Roosendaal. Tevens vraagt hij waarom de Roosendaalbus wel door de Liefkenshoek kan rijden en de Bredabus niet. Hij vraagt of het college meent dat ouderen gebruik zullen maken van de flextaxi. Hij is voorstander om te kijken naar koppelingen met het Belgische openbaar vervoer. Hij vraagt zich af of de denkwijze van Den Haag wel past bij de regio Zeeuws Vlaanderen. Hij vraagt hierover de mening van de wethouder. Mevrouw Segers zegt dat lijn 19 € 1,6 miljoen kost voor de provincie. Ze vraagt of het college wil uitzoeken of de lijnen in eigen beheer uitgevoerd kunnen worden. Er moet een stabiele, rechtstreekse verbinding naar Breda zijn. De mogelijkheid bestaat dat studenten de overstap in Roosendaal niet kunnen maken omdat de trein niet rijdt. Ouderen kunnen het overstappen te ingewikkeld vinden. Ze vraagt naar de betrokkenheid met de jongeren betreffende de ontwikkelingen. Zij ondersteunt de mening van lijst Willaert om het onderwerp op de raadsagenda te plaatsen. Mevrouw van Sikkelerus- Schuermans vraagt of het geld voor de concessie in Nederland besteed moet worden. Zij wil de meest gunstigste en gemakkelijkste manier weten om in Antwerpen te komen.
6
De heer van Eck zegt dat de mensen duidelijk moeten weten welke bussen er nog rijden. Hij mist de financiering van het openbaar vervoer in de stukken. Hij vindt dat alle kracht ingezet moet worden om er zorg voor te dragen dat de provincie op andere gedachten wordt gebracht. Tevens vindt hij dat het budget bij de provincie verruimd moet worden. Er moet bereikbaar en betaalbaar openbaar vervoer komen in de regio. Hij meent dat de gemeente Breda geen bushalte bij het station wil hebben. Hij vraagt of zijn veronderstelling juist is. De verbinding HulstAntwerpen moet blijven. Hij meent dat de concessieduur langer moet zijn. Er dient actie ondernomen te worden. Hij zegt dat er bij de provincie aangeklopt moet worden. De heer Erpelinck zegt dat de buslijnen 10 en 19 overeind moeten blijven. Hij zegt dat de studenten geen voorstander zijn om naar Roosendaal te rijden. Ze willen wel via Roosendaal nar Breda rijden. Lijn 10 moet ook blijven. Hij is voorstander van een rechtstreekse busverbinding naar Antwerpen. Mevrouw Eckhardt denkt niet dat de groei naar 125.000 inwoners voor Zeeuws Vlaanderen, zonder open baar vervoer, haalbaar is. Ze meent dat Waterzande minder aantrekkelijk wordt wanneer buslijn 10 komt te vervallen. Ze ondersteunt het idee om een busdienst in eigen beheer te houden.
Ze meent dat er geen rechtstreekse busverbinding met Antwerpen is omdat er geen vergunning is om in Antwerpen te stoppen. Het openbaar vervoer mag niet versobert worden. Wethouder Depauw zegt dat het openbaar vervoer vervangen wordt door personenvervoer. Het openbaar vervoer momenteel is van circa 06.00 uur tot circa 18.00 uur. Er wordt overgeschakeld naar vraagafhankelijk vervoer. Er wordt zelf bepaald waar en wanneer er opgestapt moet worden. Het vraagafhankelijk vervoer is van 06.00 uur tot 23.00 uur. Hij zegt dat wanneer de RMS werkt zoals het op papier staat dat het vervoer erop vooruit gaat. Hij meent dat hij de verbinding Hulst- Antwerpen in het vragenhalfuur uitgelegd heeft. Er rijdt al een flexbus van De Lijn naar Hulst. Er komt een hub bij Sint-Gillis- Waas. De provincie probeert een busverbinding tot aan de hub te realiseren. Vandaaruit kan een Lijnbus naar Antwerpen genomen worden. De OV-kaart werkt niet op een Belgische bus. Met de huidige Bredabus is het niet mogelijk om naar Antwerpen te rijden. Iedereen die van of naar Waterzande wil kan een beroep doen op de flextaxi. Hij zegt dat de scholierenbuslijn 10 onrendabel is. Er wordt gekeken om voldoende flexbussen in te zetten zodat alle scholieren hiervan gebruik kunnen maken. Mocht het interessant zijn dan is het mogelijk om een flextaxi op vaste tijden te laten rijden.
Ook wordt gekeken naar een eventuele samenwerking met de vrijwilligers van de buurtbus. De provincie betaalt het OV. De provincie gaat in de toekomst ook het personenvervoer betalen. Er zijn gesprekken gaande om de gemeentelijke vervoerscentrale om te zetten naar de mobiliteitscentrale Zeeland. Het is de bedoeling dan de busjes van het WMO-vervoer efficiënter gaan werken. Hij zegt dat het niet meer doenbaar is dat een buslijn naast een treinlijn rijdt. Het is het één of de ander. Hij zegt dat er met de studenten gesproken is. De gedeputeerde heeft de studenten een paar keer gesproken terwijl hij op de bus zat. De studenten zijn ook vertegenwoordigd in het OPOV. Het is mogelijk dat een gemeente een gedeelte van het openbaar vervoer regelt. Wanneer de gemeente hiervoor kiest dan moet de gemeente het zelf financieren. Hij zegt dat de flextaxi via een app aangevraagd kan worden. Vinden mensen de app te moeilijk dan kan er ook naar de centrale gebeld worden. Getracht wordt het vervoer binnen een uur aan te bieden. Gestreefd wordt naar een half uur. Hij beaamt dat iedere regio telt. Wanneer er onvoldoende expertise aanwezig is, kan de expertise ingehuurd worden. Hij zegt dat de concessie verlengd is, van acht jaar naar twaalf jaar. Door de langere periode is er meer financiële ruimte. De bandbreedte is een stuk ruimer geworden.
7
De heer van Eck vraagt of de provincie rekening houdt met het feit dat er meer mogelijkheden zijn. Wethouder Depauw zegt dat de provincie rekening houdt met de extra middelen. Deze zullen ingezet worden wanneer de vraag naar flextaxi groeit. De Lijn rijdt, in de vorm van een flexbus, de grens over en weer. Een verbinding voor de studenten naar Antwerpen via Sint-Niklaas is ook geen oplossing. De provincie kan middelen besteden aan vervoer van en naar België. Zij draagt hiervoor al € 50.000,-- bij door middel van het rijden van de flexbus. Deze flexbus rijdt in vervoersregio Waasland. Mevrouw van Sikkelerus- Schuermans vraagt of het mogelijk is om met De Lijn in onderhandeling te gaan. Wethouder Depauw zegt dat het mogelijk is dat een buslijn door twee vervoerders gereden wordt. Connexxion kan een deel van de buslijn voor haar rekening nemen en De Lijn een ander gedeelte. Hij moet het antwoord schuldig blijven op de vraag van de heer van Eck over het busverkeer in het centrum van Breda en bij het station. De heer Willaert mist het antwoord op zijn vraag betreffende de visie. Hij zegt dat er altijd gepleit is voor behoud van buslijn 19. Hij krijgt het gevoeld dat de gemeente de visie van de provincie verdedigt. Hij krijgt het gevoel dat de gemeente Hulst zich laat wegdrukken. Als Zeeland moet groeien zal de bereikbaarheid goed moeten zijn. Ook zullen er faciliteiten moeten zijn.
De buslijn Hulst- Breda bestaat al circa 70 jaar. Hij vindt dat de gemeente haar rug recht moet houden. Hij meent dat de rijksoverheid extra middelen aan de provincie beschikbaar moet stellen zodat deze aan de regio Hulst besteed kunnen worden. De heer de Kraker stelt voor met Breda contact op te nemen en te kijken naar een samenwerking. Hij wil kijken of er een samenwerking mogelijk is. Hij wil de buslijn houden. Ditzelfde geldt voor de verbinding naar Antwerpen. De wethouder moet zich ook nog inzetten, gezien de motie die er ligt. De heer van Driessche stelt voor alle plussen en minnen nog eens goed op een rij te zetten. In de krant is te lezen dat PS het plan over twee weken moet gaan uitvoeren. Hij vraagt wat de gemeente dan nog kan doen. Hij meent dat het niet mogelijk is om het vervoer zelf te gaan doen. De heer Bracke vraagt waarom Zeeland een uitzondering is. Hij verzoekt de uitkomsten betreffende het onderzoek met de jongeren te delen met de commissie. Een treinverbinding in plaats van een busverbinding zou ook nog een mogelijkheid kunnen zijn. Hij zegt met raadsleden uit Breda gesproken te hebben. De gemeente Breda wil ook de busverbinding behouden. Mevrouw Verbiest zegt dat de flexbus in plaats van busverbinding 10 aantrekkelijk lijkt, maar ze vraagt hoeveel flesbusjes en chauffeurs beschikbaar zijn. Zij zou ook de terugkoppeling van de studenten willen weten.
Zij wil busverbinding 19 behouden. Mevrouw van Sikkelerus- Schuermans zegt dat het plan van de flextaxi’s een verbetering kan zijn, als het werkt zoals op papier staat. Ze vraagt wat er gedaan wordt wanneer blijkt dat hetgeen op papier staat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Zij stelt voor om met De Lijn te gaan praten. De heer van Eck zegt dat het onduidelijk is wanneer bussen nu rijden. Hij verzoekt de mensen te informeren. Hij stelt voor een brandbrief naar de provincie te sturen. De heer Erpelinck meent dat de poot stijf gehouden moet worden. Mevrouw Eckhardt zegt dat de commissie het signaal moet afgeven dat de busverbindingen moeten blijven en dat zij niet meegaat met het plan van de provincie. Wethouder Depauw zegt dat het signaal van de commissie duidelijk is. Er kunnen nog ongeveer 14 dagen opmerkingen gegeven worden over het huidige PVE. Hij
8
zal de opmerkingen meenemen. Hij meent dat het niet mogelijk is om naast een concessie met een vervoerder ook zelf het openbaar vervoer op te pakken. Een marktpartij gaat geen verlieslatende aanbesteding doen. De heer Willaert vindt dat er extra middelen voor de regio moet komen, aangezien er sprake is van een uitzondering. Hij vindt dat dit in de brief moet staan die de ambtenaar naar de provincie moet sturen. Wethouder Depauw dacht dat de commissie een brandbrief gaat sturen. De heer van Eck meent dat het college die brief moet versturen. Wethouder Depauw zegt dat Zeeland aan de ene kant een uitzondering is, maar aan de andere kant niet. Momenteel wordt er naar de pilot RMS gekeken. Hij zegt dat Connexxion vanaf juli 2024 over Roosendaal gaat rijden. Hij vraagt na of de verbinding tot aan Breda rijdt of stopt in Roosendaal. Dit is een besluit van Connexxion. In het eerste PVE werden vier scenario’s aangedragen voor buslijn 19. In de laatste versie van het PVE is opgenomen dat Roosendaal een vereiste is en niet langer een optie. Dit is gewijzigd na overleg met OPOV, gemeenten, dorps- en wijkraden. Hij zal het resultaat van het jongerenonderzoek opvragen. De heer Bracke interrumpeert de wethouder. Hij meent dat er een analyse gemaakt moet zijn. Wethouder Depauw zegt dat de jongeren in het OPOV vertegenwoordigd zijn.
De heer de Kraker zegt dat op de website van OPOV alle stukken te raadplegen zijn. De heer Erpelinck stelt voor een enquête onder de studenten te houden. Wethouder Depauw meent dat dit een taak voor de provincie is. De voorzitter stelt voor een brandbrief op te stellen en deze te versturen. Wethouder Depauw zegt dat wanneer de ambtenaren de brief moeten opstellen dan moet deze brief, formeel, eerst langs het college voordat het naar PS gestuurd kan worden. Hij gaat voor vrijdagmiddag een collegevoorbereiding maken. De voorzitter sluit het agendapunt af. 11.
Ingekomen stukken De voorzitter overloopt de ingekomen stukken.
B05 Mevrouw van Sikkelerus – Schuermans vraagt of de gemeente aangesloten is bij de ‘Rookvrije generatie’. Mevrouw Kramer zegt dat er aandacht voor is. Er wordt van de methodiek gebruik gemaakt. C13 De heer Erpelinck vraagt wat de gemeente doet met de aanbeveling van de Ombudsman. De heer van Driessche onderschrijft de woorden van de heer Erpelinck. Wethouder Mangnus antwoordt dat het over algemene aanbevelingen gaat. De gemeente Hulst hanteert al redelijk de algemene aanbevelingen. C14 – er zijn geen opmerkingen. E07 – er zijn geen opmerkingen. E09 De heer van Eck stelt voor het stuk te lezen en het, na de zomervakantie, te bespreken.
9
D06 – er zijn geen opmerkingen. B09 Mevrouw Verbiest zegt dat de motie haar aanspreekt. Ze vraagt of de commissie iets met de motie wil doen. De heer Willaert heeft begrip voor de motie Reimerswaal. De voorzitter concludeert dat de voltallige commissie de motie van Reimerswaal ondersteunt. Er zal een steunbetuiging naar de gemeente gestuurd worden. De voorzitter concludeert dat de ingekomen stukken behandeld zijn. 12.
Agendavoorstellen voor de volgende vergadering van de raadscommissie Er worden geen voorstellen gedaan.
13.
Rondvraag
De heer Erpelinck vraagt naar de stand van zaken betreffende de scouting ’t Jagertje. Mevrouw Segers vraagt naar de cijfers van de kinkhoestgevallen in de gemeente Hulst. Wethouder Ruissen zegt geen cijfers over de kinkhoestgevallen te hebben. Wethouder Mangnus zegt de precieze stand van zaken niet te weten. Hij zal kijken of er een mededeling is en zal deze dan doorsturen. De heer Willaert vraagt of het agendapunt ‘Bredabus’ op de agenda van de raad komt. De voorzitter zegt dat het stuk alleen in de raad kan komen middels een motie. 13.
Sluiting De voorzitter bedankt Dirk voor zijn jarenlange hulp als griffier en sluit de vergadering om 22.20 uur.
Aldus vastgesteld door de commissie Samenleving d.d.. De raadsgriffier,
De raadsvoorzitter,
10