Strategische agenda Zeeland 2026-2150
Tekst van het document
STRATEGISCHE AGENDA ZEELAND 2026-2150 Een Systeem-strategie voor Waterveiligheid, Zoetwater en Toekomstbestendigheid Introductie De komende periode bent u aan de slag met het opstellen van het partijprogramma voor de provinciale verkiezingen 2027 en/of startend met de nieuwe vierjaarsperiode binnen uw gemeente. De hierop volgende jaren zijn belangrijk voor de ontwikkeling van Zeeland. Voorliggende vraagstukken liggen op het gebied van energie, zoetwater en waterveiligheid. Daarbij ligt er ook de vraag of we onze voorzieningen kunnen handhaven met de huidige aantallen bewoners of dat sterke bevolkingsgroei nodig is. Dit geheel aan vraagstukken is complex. En wij hopen dat onze bijdragen u hierbij kunnen ondersteunen. Dit rapport is ontstaan n.a.v. onze (werkgroep Hoedekenskerpolder) ervaringen in onze regio met natuurontwikkeling, dijkverzwaring en de (onfortuinlijke) communicatie rondom een wisselpolder. In onze zoektocht naar hoe de besluitvorming hieromtrent loopt, stakeholders etc. hebben we gemerkt dat verschillende vraagstukken niet in samenhang worden opgepakt en dat er regelmatig sprake is van korte termijn besluitvorming. Ook zien we dat de argumentatie door elkaar loopt. De ene keer gaat het om zeespiegelstijging, dan weer om natuurcompensatie, dan weer om de haven van Antwerpen. Wat ons betreft kan dat beter. Hoe? Dat beschrijven we in dit voorstel.
We nodigen u daarbij uit tot een verder gesprek waarbij we dit voorstel graag toelichten en onderbouwen. We kunnen e.e.a. dan ook op locatie inzichtelijk maken. Niet als verwijt voor eerdere beslissingen maar wel om aan te tonen hoe het beter kan mét betrokkenheid van bewoners.
Management Samenvatting Deze notitie biedt politieke partijen in Zeeland elementen voor een onderbouwde langetermijnstrategie. De kernboodschap is dat Zeeland niet langer moet reageren met losse, kortetermijnmaatregelen (zoals binnendijkse wisselpolders en regionale natuurcompensatie), maar moet sturen op een robuust deltasysteem voor de komende 100+ jaar. Zeeland fungeert of kan fungeren als een strategische buffer voor voedsel, zoetwater en energie voor Nederland en België én tegelijkertijd veilig blijven. Om deze functies te behouden, is een fundamentele koerswijziging t.a.v. de Westerschelde noodzakelijk: van een open, destructief estuarium naar een beheerst en op termijn mogelijk (deels) afgesloten systeem met ook de nodige natuurwaarden. Dit vraagt om Europese sturing op havenlogistiek en een stop op het sluipende landoffer.
Leeswijzer De kern van dit voorstel is kort. Echter wegens de complexiteit van het vraagstuk komen we er niet onderuit enkele zaken inhoudelijk toe te lichten. Hiervoor zijn de volgende bijlagen toegevoegd: Bijlage A: Samenvatting uit het kennisprogramma zeespiegelstijging. Dit beschrijft de vier denkrichtingen uit het kennisprogramma zeespiegelstijging. Voor meer info wordt uiteraard naar de complete rapportage uit dat programma verwezen. Bijlage B: Het onbespreekbare bespreekbaar maken. Vrije toegang tot Antwerpen geeft aandacht aan de problematiek rondom de economische belangen van de Westerschelde en de hiervoor gevraagde vrije toegang tot Antwerpen. Een open gesprek over de balans tussen economie, natuur en landbehoud zal moeten plaats vinden. Bijlage C: Marketing ecologie benoemd een aantal voorbeelden die door voorstanders van ontpoldering(wisselpolders) worden gebruikt om deze ideeën te motiveren maar vaak slechts de halve waarheid zijn. Bijlage D: Bewoners betrokkenheid beschrijft de ervaringen van omwonenden van de Hoedekenskerke polder met natuurontwikkeling en de ideeën voor een wisselpolder. Zowel onderzoekers, media en overheidsinstellingen (behalve het Waterschap Schelderstromen) hebben op het vlak van communicatie en betrokkenheid bewoners steken laten vallen. Dit kan en moet beter.
De kern van dit voorstel is hoofdstuk 1 waarin de belangrijkste doelen voor Zeeland worden beschreven. Door deze doelen te gebruiken bij elke ontwikkelvraagstuk ontstaat richting voor prioritering en besluitvorming. Dit wordt in de hoofdstukken 2 t/m 4 verder uitgewerkt.
1
Zeeland als Strategische Delta: Doelen vs. Middelen
Zeeland is niet zomaar een provincie. Mede vanwege de vruchtbare delta spelen we op agrarisch gebied een hoofdrol en het belang van Zeeland in de energietransitie neemt steeds sterker toe. Tussen de wereldhavens Rotterdam en Antwerpen en in toenemende mate Vlissingen zal transport nog belangrijker worden wat eisen stelt aan de bereikbaarheid van Zeeland. Tevens bieden het Grevelingenmeer en de Oosterschelde nu al kansen als zoetwater bekken . Zeeland zal zich hiermee kunnen profileren als buffer en spil in de voedsel, water en energie voorziening van Nederland met kansen voor verdere uitbreiding naar België. Zeeland vervult daarmee een vitale systeemfunctie binnen Europa, Om die plek ook werkelijk te verkrijgen en tegelijkertijd onze waarde als prettige en veilige woon-, werk- en recreatieomgeving te behouden dienen we een duidelijk strategie te ontwerpen waarbij het onderscheid in doelen en middelen om daar te komen cruciaal staan in de afweging van te maken keuzes. Want niet alles kan en niet alles kan tegelijkertijd.
Strategische hoofddoelen: 1. Behoud van Zeeland als een veilige en prettige woon- werk- en recreatieomgeving. 2. Een delta bevat van nature vruchtbare grond die uitstekend geschikt is voor landbouw en dient te worden behouden 3. Ontwikkeling als Strategische Buffer: Een integrale koppeling tussen voedselproductie (landbouw), zoetwatervoorraad en energievoorziening (o.a. kernenergie, energiehubs). Economie volgt Systeem: Economische groei moet passen bij de hoofddoelen van Zeeuwse delta (landbouw, logistiek, energie, water zowel in kennis als producten). Hierdoor ontstaat een versterking van doelen en economie. Een economie zonder primaire doelen leidt tot versnippering in besluitvorming en visie. Middelen: Bevolkingsgroei (anders dan natuurlijke aanwas), infrastructuur en ruimtelijke ordening zijn ondersteunend aan de bovenstaande doelen, geen doelen op zichzelf.
2
De Westerschelde: Een knooppunt in het Zeeuwse Systeem
De economische belangen rondom de Westerschelde frustreren een aantal van de Zeeuwse hoofddoelen. Toenemende verdieping heeft het natuurlijk estuarium sterk onder druk gezet. Hiervoor ligt een grote vraag naar natuurcompensatie wat veelal ten koste gaat van land. Daarbij heeft de verdieping bijgedragen aan een groter getij waardoor de risico’s op het gebeid van waterveiligheid zijn toegenomen en hogere en bredere dijken nodig zijn. Ook de verziltingsdruk is versterkt. Het zondermeer volgen van economische belangen is een doodlopende weg naar het steeds verder opgeven van land en hiermee ook economische achteruitgang. Je kunt niet de Westerschelde uitdiepen ten behoeve van de scheepsvaart en tegelijkertijd de estuariën in tact willen houden. Of je zorgt voor herstel van de estuariën door minder ver te gaan met uitdiepen (de consequentie daarvan is een grens aan de diepgang van de schepen richting Antwerpen) of je blijft uitdiepen, maar je erkent dat de Westerschelde minder estuariën biedt. Het is het één of het ander. Niet alles kan!
3
Het Ontwikkelscenario 2026 - 2150
Een prettige en veilige woon- werk en recreatie omgeving vraagt in verband met de verwachte zeespiegelstijging de komende jaren verbetering van de waterveiligheid. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma voor 2050 wordt de komende jaren verder uitgewerkt. Parallel worden vanuit onderzoeksinstituten ideeën als een wisselpolder naar
voren gebracht. De verschillende uitingen hierover in de media leiden tot onrust in genoemde locaties en het onderwerp wisselpolder ligt politiek zeer gevoelig. Nu over alternatieve waterbeschermingsmaatregelen willen besluiten terwijl er geen goede afweging is gemaakt aan de hand van de geschetste hoofdoelen kan alleen maar leiden tot niet-gedragen oplossingen en korte termijn ad-hoc beslissingen We zien dat in Hoedekenskerke. Een wisselpolder daar vraagt extra natuurcompensatie en gaat ook hierdoor ten koste van vruchtbare landbouwgrond. Dit terwijl er nog niet zo lang geleden met het nodige belastinggeld reeds natuur is aangelegd (ondanks een WOO vrzoek konden noch Provincie, noch Waterschap noch Gemeente aangeven wat de kosten hiervan waren en uit welke budget)). Dit is een symptoom van gebrek aan systeemvisie. Sterker nog, dit bevestigt het huidige paradigma van volgend zijn aan de economische ontwikkeling van de Westerschelde als havengebied. Het huidige HWP geeft ons betreffende de waterveiligheid voldoende tijd om een zorgvuldige strategie op te bouwen. Onderstaand vindt u een eerste voorzet. 1. Fase 1 (Nu-2040): Stabiliseren en uitvoeren HWBP. Stop op binnendijkse wisselpolders en overige ontpolderingen. Maximaal inzetten op voorlandversterking. Start Europese systeemstudies over havenlogistiek. 2. Fase 2 (2040-2070): Keuze. Besluit over systeemaanpassing (bijv.
tweede kustlijn / gehele of gedeeltelijke afsluiting Westerschelde en buitendijks natuurherstel). Aanpassing havenprofiel Antwerpen (richting kleinere schepen en/of overslag Zeebrugge). 3. Fase 3 (2070-2150): Transitie. Fysieke realisatie van afsluiting en verzoeting van het achterland. Belangrijk is dat de route adaptief is: in de eerste fase worden maatregelen gekozen die “no regret” zijn en passen binnen meerdere eindbeelden. Zo kan de keuze tussen verdere zeewaartse ontwikkeling en varianten van “Beschermen open” zo lang mogelijk worden aangehouden, zodat Zeeland maximaal kan profiteren van innovaties en nieuwe inzichten.
4
Conclusie - Politieke Actiepunten voor Partijprogramma's • •
• •
Neem "Geen landoffer" op als harde randvoorwaarde voor waterveiligheid en natuur. Eis een onafhankelijke verkenning naar de "Tweede Kustlijn", een (gedeeltelijke) afsluiting van de Westerschelde en andere kleinschaliger (no-regret) buitendijkse oplossingen.. Koppel de energiehubs en kerncentrale bij Borssele en/of Terneuzen aan zoetwatergaranties, generieke infrastructuur en waterveiligheid. Agendeer de herinrichting van de havenlogistiek op Europees niveau. Met bijv. Zeebrugge als een nieuwe Westerschelde vlakte (vergelijk tweede Maasvlakte)
Wees u bewust van framing( in de bijlage “Marketing ecologie” zijn er een aantal benoemd). In algemene zin is te adviseren om bij elke verwijzing naar een bron of onderzoek te vragen naar beoordeling door een derde, liefst niet betrokken, partij op zorgvuldigheid en kwaliteit. Vanuit het kader van burgerparticipatie is dit mogelijk door inwoners. Vanuit Hoedekenskerke ondersteunen we dit graag.
Bijlage A: Samenvatting uit het kennisprogramma zeespiegelstijging Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging beschrijft vier mogelijke richtingen om met stijgende zeespiegels om te gaan. De eerste richting is 'Beschermen'. Dit kan op twee manieren: gesloten of open. Bij 'Beschermen gesloten' sluiten we gebieden af met zware keringen en pompen we water weg. Bij 'Beschermen open' blijven er open verbindingen, bijvoorbeeld met sluizen, maar er is toch bescherming tegen hoogwater. De tweede richting is 'Zeewaarts'. Hierbij ontstaat een nieuwe kustlijn met buffergebieden en meren. Deze zones kunnen water opslaan, zoetwater bewaren en ruimte bieden voor natuur en ontwikkeling. De derde richting is 'Meebewegen'. Dit betekent aanpassen aan hogere waterstanden, bijvoorbeeld met drijvende of overstromingsbestendige gebouwen. In Zeeland past deze aanpak alleen op sommige plekken, omdat veel land anders verloren zou gaan. De vierde richting is 'Meegroeien'. Dat zijn natuur gebaseerde oplossingen die meebewegen met de zee. Denk aan het benutten van sedimentatie of gerichte zandsuppleties om kust en land langzaam mee te laten groeien. De studie concludeert dat een volledig terugtrekken van land in veel gevallen niet goed past bij doelen voor wonen en economie.
Daarom liggen de meest haalbare keuzes voor Zeeland bij 'Beschermen' en 'Zeewaarts', eventueel aangevuld met elementen van 'Meegroeien'. Innovatie en het inzetten van natuurlijke processen zijn belangrijk. Natuurlijke dynamiek kan helpen om maatregelen goedkoper en duurzamer te maken. Voorbeelden zijn sedimentmanagement en zandsuppleties. Concrete bouwstenen en technieken kunnen zijn: strategische zandsuppleties gericht op kust- en eilandvorming. Het aanleggen van platen of eilanden in de Voordelta. Permeabele dammen en multifunctionele waterkerende landschappen die golven dempen en sediment sturen. Slimme sluizen die rekening houden met vismigratie en waterkwaliteit. Daarnaast zijn robuuste en energiezuinige pompsystemen belangrijk, met back-up voor stroom en ICT. Ook kan gedacht worden aan het samenbrengen van water- en energieinfrastructuur waar dat logisch is. Kort samengevat: een mix van traditionele keringen en ruimtelijke oplossingen zeewaarts, ondersteund door natuur gebaseerde maatregelen, biedt een gebalanceerde strategie. Meegroeien kan waar mogelijk als aanvulling dienen. Geraadpleegde bronnen omvatten artikelen en verkenningen over waterveiligheid, voorstellen voor een tweede kustlijn, analyses over zoetwaterbuffering en commentaren over natuurplannen en klimaatbestendigheid in Zeeland.
1) https://www.deltaprogramma.nl/documenten 2) ‘Hoelang blijven we nog opschalen voor waterveiligheid?’, W. Borm. Waterforum nov. 2023 3) www.tweedekustlijn.nl D. Butijn et al., 4) ‘Zoetwateralarm voor de Nederlandse delta. Bufferen we wel genoeg?’ F.Sanders et al., H2O december 2025 5) ‘Voorkom dat natuurplannen de ontwikkeling van een klimaatbestendig Zeeland blokkeren’ , W.Borm, Waterforum januari 2026 6) ’Een klimaatdam voor de Westerschelde’, W. Borm, H2O januari 2026
Bijlage B: Het onbespreekbare bespreekbaar maken – Vrije toegang Antwerpen Economische belangen (haven Antwerpen) en contracten tussen Nederland en België betreffende vrije doorvaart van de Westerschelde bemoeilijken een open discussie over de toekomst van de Westerschelde. Door de verdieping de afgelopen decennia is het getij sterk toegenomen waardoor veiligheidsrisico’s zijn toegenomen. Bovendien is het natuurlijk estuarium deels verdwenen. Vanuit diversie organisaties en aangegane verplichtingen wordt natuurherstel blijvend onder de aandacht gebracht. Er hebben diverse ontpolderingen plaats gevonden en er heeft natuurcompensatie plaatsgevonden zoals b.v. in de Hoedekenskerkepolder maar nog is dit niet genoeg. In een recent rapport van het NIOZ in samenwerking met de Universiteit van Antwerpen researchers Stijn Temmerman and Greg Fivash (UAntwerp - ECOSPHERE) worden de problemen met de natuur in relatie totbaggeren beschreven. Opvallend is het hierbij gehanteerde uitgangspunt “stopping dredging is not an option - navigation channel maintenance remains essential” Dergelijke uitgangspunten blijven de natuur en veiligheid van de Westerschelde onder druk zetten. In plaats naar systeemwijzigingen te kijken wordt dan snel teruggegrepen naar natuurherstel door het opgeven van land (ontpolderen, opslibpolder, wisselpolder).
Zolang we de oorzaak van problemen niet aanpakken draagt de Zeeuwse bevolking de nadelen van de economische voordelen voor Antwerpen, zonder enige compensatie! We moeten ons afvragen of deze grens niet al lang bereikt is, sterker nog al is overschreden. Hoewel de directe druk op dit moment nog met name bij agrariërs terecht komt heeft het verminderen van oppervlakte een prijsopdrijvend effect van grond. Prijsverhoging van landbouw producten is te verwachten en dat merkt uiteindelijk iedereen. Bespreekbaar maken in Europees verband van deze problematiek is noodzakelijk mede omdat het einde van een haven als Antwerpen met de huidige denkwijze niet
onwaarschijnlijk is. Immers de zeespiegelstijging zet door en bij het sterke getij in Antwerpen zijn de kansen op overstromingen hoger dan in het Nederlandse deel van de Westerschelde. Dijkdoorbraken zijn daarbij in het Nederlandse deel niet te verwachten zeker niet na afronding van het HWBP. Een situatie zoals in 1953 met meerdere dijkdoorbraken in Zeeland en daardoor afname van de waterdruk zal Antwerpen nu niet redden. Regelmatig wordt ontpolderen gebruikt als oplossing om het getij te verminderen. Dit naar anologie van “ruimte voor de rivier”. Hier is sprak van een denkfout. Een zeearm, zoals de Westerschelde (waar water vanuit zee binnenkomt via het getij), is substantieel anders dan een rivier (waar het water naar zee afgevoerd wordt). Hoe meer ruimte voor de Westerschelde, hoe meer water (sneller) binnenkomt en het getij toeneemt. De enige oplossing is de hoeveelheid binnenkomend water te verminderen. Hierdoor zakt het getij, zijn minder hoge dijken nodig en krijgt buitendijks natuurherstel weer kansen. Gelukkig zijn er ook win/win mogelijkheden te voorzien. Een (gedeeltelijke) afsluiting van de Westerschelde kan het getij sterk verminderen en maakt natuurherstel buitendijks weer reëel. Daarbij blijft de toegang tot Antwerpen behouden.
De opties zijn een gedeeltelijk afsluiting in combinatie met een brug met vrije doorvaart voor containerschepen of in plaats van een brug een sluizencomplex. Met dergelijke technieken zouden ook de opties open staan voor het aanbrengen van een snelweg en treinverbinding. Tevens kunnen hier hoogspanningsleidingen voor de verschillende energiehubs worden aangebracht. En juist die energiehubs zijn ook voor Belgie van belang voor de aanvoer van energie.
Voorwaarde: Ga het gesprek aan met België (in Europees verband) en kijk naar de langere termijn. D.w.z.: werken vanuit de doelen i.p.v. vanuit korter termijn economisch belang.
Bijlage C: Marketing ecologie Het ontbreken van een duidelijke systeemvisie zorgt niet alleen voor ongedragen voorstellen maar nodigt ook uit tot het gebruiken van framing. M.b.t. de wisselpolder zijn we b.v. onderstaande uitspraken tegengekomen. Deze vorm van ecologische marketing is moeilijk te herkennen tenzij met kennis van zaken. •
De noodzaak voor een wisselpolder wordt vaak gekoppeld aan de zeespiegelstijging. Niet verteld wordt dat de toename van het getij de afgelopen 50 jaar veel sneller is gegaan dan de zeespiegelstijging. Vraagt u op dit vlak door, dan zal bevestigd worden dat de toename van het getij belangrijk is en dat dit wordt veroorzaakt door de inpolderingen rondom de Westerschelde. Niet verteld wordt dat de toename van het getij vooral door de verdieping van de Westerschelde is veroorzaakt gevonden. De laatste grote inpoldering dateert reeds van 1907. Dit was de Hedwigepolder.
•
Het noodzakelijke oppervlak voor een wisselpolder wordt vaak vergeleken met de extra breedte die een hogere dijk nodig heeft. Niet verteld wordt dat een Wisselpolder een minimale breedte van 200 meter zou moeten hebben afgesloten door een extra dijk. De totale breedte wordt daarmee veel breder dan de zwaarste dijk. Er wordt vaak benoemd dat de verzilting door een wisselpolder afneemt. Na 50-100 jaar als de wisselpolder is opgeslibd zou dat het geval kunnen zijn maar dat is niet zeker. Er zijn immers meerdere oorzaken voor verzilting. Niet verteld wordt dat gedurende de periode van opslibben de verzilting toeneemt en ook in gunstige omstandigheden dit decennia jaren duurt om weer af te nemen. Na de opslibperiode is het de bedoeling dat de doorgestoken dijk weer wordt hersteld. Niet verteld wordt dat het gedurende de opslibperiode de bedoeling is om de wisselpolder als een natuurgebied te classificeren. De kans dat een natuurgebied na de
•
•
•
obslibperiode ooit weer als landbouwgebied zal worden ingezet is minimaal wegens de ingestroomde PFAS. Er zijn bovendien signalen dat natuurorganisaties hebben uitgesproken de oorspronkelijk dijk niet te willen herstellen er de wisselpolder tot een definitief natuurgebied om te willen vormen. Regelmatig wordt het principe “meer ruimte voor de rivier” gebruikt om de inpolderingen langs de Westerschelde in een negatief daglicht te zetten c.q. de noodzaak te onderbouwen voor verder ontpoldering. Bij rivieren is het, mede door ontbossingen stroomopwaarts, noodzakelijk om langs de rivier ruimtes te hebben om hoge waterstanden op te vangen. Bij de Westerschelde heeft dat geen zin. De Westerschelde is immers een zeearm en geen rivier. De hoeveelheid water in de zee is vrijwel oneindig t.o.v. de oppervlakte van Zeeland dus ontpolderen heeft juist een negatief effect.
Maw: een Wisselpolder is niets anders dan ontpoldering onder de noemer van experimenteren met alternatieve methoden voor de waterveiligheid.
Bijlage D: Bewoners betrokkenheid “Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor…… “ laten we het in dit geval hopen want onze ervaringen in Hoedekenkskerke met de overheid m.b.t. communicatie en afstemming met bewoners over de vraagstukken waterveiligheid en natuurontwikkeling zijn een uitzondering daargelaten niet positief. De gedachten rondom een wisselpolder hebben we te horen gekregen via de media. Na contact met de gemeente Borsele bleek weliswaar dat dit ook voor hun een nieuwe ontwikkeling was echter men kon ook geen duidelijkheid schetsen. Als bewoners hebben we noodgedwongen zelf een actieve rol gepakt zoals een bewonersbijeenkomst organiseren, contact zoeken en gesprekken aangaan met gemeente, provincie en Waterschap. Toch hangt een Wisselpolder nog als een zwaard van damocless boven het dorp. Een dorp met een werkgroep Hoedekenskerke polder waarin we de lokale belangen zullen verdedigen en tegelijkertijd in gesprek willen blijven. De kennis in de regio van de plaatselijke situatie is groot. Diverse families wonen hier al generaties lang en kennen het gedrag van de Westerschelde, kennen de sterk wisselende ondergrond en de zoet- en zoutwater plekken. Daarbij hebben we de afgelopen maanden de nodige inhoudelijke kennis opgebouwd uit gesprekken met experts en onderzoekers. In het kort de historie van de jaren: •
•
• •
2026Q2: Het Waterschap geeft akkoord aan natuurmonumenten voor ontrekking van oppervlakte water t.b.v. het natuurgebied in de Hoedekenskerkepolder. Er worden geen eisen aan de waterkwaliteit, waterpeil (anders dan het mag niet lager staan dan het normale peil) etc gesteld. Bovendien zijn er geen metingen vooraf gedaan en zullen er geen metingen achteraf vereist. Op basis van eerdere ervaringen in de regio is bekend dat dit soort wijzigingen de verzilting versterken. Er heeft geen afstemming vooraf met bewoners plaats gevonden. Uiteraard is bezwaar tegen de vergunning ingediend 2026Q1: Inloopavond HWB door Waterschap Scheldestromen. Het Waterschap neemt met dit soort bijeenkomsten een positieve uitzonderingspositie t.o.v. andere instanties. Jammer is dat het HWB op onderdelen gecombineerd wordt met vraagstukken van andere partijen. In dit geval Natuurmonumenten. Dit heeft geleid tot een voorstel voor een wegafsluiting waarbij de impact niet bekend is. In plaats van afstemming vooraf met de bewoners is dit als een voorkeursoplossing gepresenteerd waarbij oplettendheid van bewoners een must is en een inspraakreactie vereiste. 2025Q2-2026Q2: Zie de tweede paragraaf in deze bijlage 2014 Aanwonenden van het huidige natuurgebied zien dat grond wordt afgegraven in de Hoedekenskerke polder. Het natuurgebied wordt aangelegd. Vooraf is geen afstemming met de aanwonenden geweest
•
2015 Door de aanleg van het natuurgebied treed wateroverlast op. Omwonenden melden dit bij het Waterschap waarna een extra sloot wordt aangelegd. Het bijkomende nadeel dat zout kwelwater nog verder het binnenland in komt moet voor lief worden genomen.
Het natuurgebied Hoedekenskerkepolder wordt door Natuurmonumenten gezien als zeer succesvol. Waarom dit dan weer opgeven aan een wisselpolder. Het huidige natuurgebied wordt door veel vogels bezocht onder andere de beschermde Grutte en Tureluur en is zeer waardevol. Dit opgeven ten koste van een experiment met een wisselpolder is behalve het verspillen belastinggeld vanuit natuurontwikkeling niet uitlegbaar. Zie maar eens een vergelijkbaar gebied te ontwikkelen in de regio. Er wordt door velen teveel achter de tekentafel, zonder bewoners naar ontwikkelingen gekeken. Betrek ons in een vroegtijdig stadium. Dit voorkomt niet alleen weerstand maar zorgt ook voor betere resultaten.