SAM1Bijlage 5. Raadpleging Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen
Tekst van het document
Notulen overleg leerlingenvervoer Zeeuws-Vlaanderen d.d. 18 juni 2021 Raadpleging van samenwerkingsverbanden Primair en Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen op de concept-verordening en beleidsregels leerlingenvervoer. Aanwezig: Quint Videler Frank Gordijn Sandra Verstraeten Aline Simon Sandra Goossen Carolien Aalders
directeur Samenwerkingsverbanden primair en voorgezet onderwijs teamleider SO De Wingerd, namens scholen voor SO en SBO gemeente Hulst, namens de regionale werkgroep leerlingenvervoer Regionaal Bureau Leerlingzaken, namens de regionale werkgroep leerlingenvervoer gemeente Terneuzen, namens de regionale werkgroep leerlingenvervoer adviseur, namens de regionale werkgroep leerlingenvervoer
Aanleiding overleg Wij raadplegen de samenwerkingsverbanden op de concept-Verordening leerlingenvervoer en de concept-beleidsregels leerlingenvervoer, waarop we het samenwerkingsverband PO en VO graag willen raadplegen, voordat we de Verordening voorleggen aan de raad en aansluitend de beleidsregels vaststellen. Onze intentie is om Verordening en beleidsregels per 1 januari 2022 in te laten gaan. Bij het opstellen van de Verordening volgen we grotendeels de modelverordening die de VNG opstelde. Daarom hierbij ook de brief die de VNG opstelde als toelichting op de nieuwe concept-Verordening Leerlingenvervoer. De Verordening en beleidsregels kennen twee aanleidingen: -
Enerzijds de vraag vanuit de 3 gemeenteraden of er mogelijkheden bestaan om de kosten terug te brengen. Anderzijds een inhoudelijke: zie hiervoor de brief van de VNG en ook de door ons uitgesproken wens om de afstemming tussen gemeentelijk beleid en passend onderwijs verder te ontwikkelen.
Voorafgaand aan het overleg stuurde de werkgroep leerlingenvervoer een memo, waarin het overzicht staat van de bevindingen van de werkgroep en de voorgestelde wijzigingen t.o.v. het huidige beleid. Het overleg heeft twee doelen: 1. We willen het samenwerkingsverband graag raadplegen op het voorgestelde beleid. 2. We willen graag met elkaar afspreken op welke wijze we de komende periode samen invulling kunnen gaan geven aan wat is opgenomen in de verordening (het gaat dan vooral om artikel 5). 1. Opening, kennismaking We stellen de agenda ongewijzigd vast. 2. Aanleiding nieuw beleid + opbrengst onderzoek gemeenten Quint vraagt de gemeenten om aan het samenwerkingsverband achterliggende informatie te verschaffen met betrekking tot - ontwikkeling van het aantallen leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer 1
- ontwikkeling van de kosten in de regio Sandra zegt toe dit aan te zullen leveren namens de werkgroep. Quint vraagt of er een taakstelling geldt met een besparingsdoelstelling. Sandra geeft aan dat de werkgroep deze opdracht niet heeft. Gemeenten hebben een wettelijke opdracht en moeten die uitvoeren. Het samenwerkingsverband Collectief Vervoer stelt een begroting op voor de kosten van het taxivervoer op basis van de kosten van het voorafgaande jaar. Het taxivervoer is verreweg de grootste kostenpost. We betalen de vervoerder per beladen kilometer. Dit betekent dat wanneer één kind zelfstandig gaat reizen, dit soms niets oplevert, maar dat dit ook kan betekenen dat hierdoor net één taxi minder nodig is. Het kan ook betekenen, dat wanneer één kind dat naar Rotterdam naar school moet gaan en daarvoor een vervoersvoorziening toegekend krijgt, de financiële ‘opbrengst’ van 10 kinderen die zelfstandig hebben leren reizen in één keer te niet kan doen. We monitoren echter wel de ontwikkelingen. De aanleiding voor dit traject is een wens van de raden om te kijken of er besparingen mogelijk zijn. Parallel daaraan kwam de nieuwe modelverordening vanuit de VNG beschikbaar. De oorsprong van deze vraag ligt bij de stijging van kosten als gevolg van een nieuwe aanbesteding van het taxivervoer. Het contract ligt voor een aantal jaar vast.
Uit het onderzoek dat de gemeenten deden blijkt, dat de toets die gemeenten doen op de aanvragen kwalitatief goed is. De enige echte beïnvloedingsmogelijkheid ligt mogelijk in het terugbrengen van de bovenwettelijke vervoersbewegingen naar Vlaanderen en daarnaast is het vooral van belang om te focussen op de inhoud. De nieuwe verordening biedt hiervoor een goed kader. Quint geeft aan, het eens te zijn met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid, dat: ieder kind naar school gaat; zelfredzaamheid en eigen kracht belangrijke grondbeginselen zijn: ◦ Wie zelfstandig kan reizen, reist zelfstandig of krijgt (tijdelijke) begeleiding of training gericht op zelfstandig reizen (per openbaar vervoer of fiets). ◦ Waar mogelijk stelt de gemeente ouder(s) in staat het vervoer zelf te regelen (meer faciliterend dan organiserend). ◦ Aangepast vervoer blijft bestaan voor wie dat echt nodig heeft.
de verantwoordelijkheid voor de schoolgang van leerlingen en het (al dan niet onder begeleiding) vervoeren van hun kinderen van en naar school primair de verantwoordelijkheid van de ouder(s) is; het een taak van de gemeente is om voor iedere leerling die in aanmerking komt voor leerlingenvervoer een vergoeding voor passend vervoer aan te bieden; de vorm van de bekostiging van het leerlingenvervoer zoveel mogelijk aansluit op: ◦ de indivduele mogelijkheden van de ouder(s) en de jongere, en ◦ de beperking van de jongere. Dat moet naar oordeel van Frank en Quint centraal staan, echter niet vanuit de focus van kostenbeheersing, maar vanuit de focus op inclusie en kansengelijkheid. Het eerste volgt mogelijk uit het tweede, niet andersom. 3.
Concept-verordening + concept-beleidsregels Specifieke voorgestelde wijzigingen ZVL Wat specifiek van belang voor samenwerkingsverband: * Artikel 5 * Artikel 4 (vervoersontwikkelingsplan) 2
Quint en Frank spreken uit, dat verwijzende scholen en overheden moeten uitdragen dat de onderwijsvoorzieningen in Nederland goed zijn. Zij zijn het eens met de slechts beperkte mogelijkheid die de gemeenten bieden om het schoolbezoek in Vlaanderen te facililiteren. Het samenwerkingsverband is beschikbaar voor vragen van ouders over het aanbod in Nederland. Quint en Frank vragen hoe we omgaan met de situatie waarin de dichtstbijzijnde toegankelijke school vol is en het alternatief verder weg gelegen is? Immers: dan zou een recht op leerlingenvervoer kunnen ontstaan. Antwoord: Dat is correct en dat vraagt goede informatie uitwisseling tussen RBL/gemeenten en samenwerkingsverband. Quint en Frank onderschrijven de intentie om zelredzaamheid en zelfstandigheid en de ontwikkeling om thuisnabij onderwijs waar mogelijk te stimuleren en afspraken te maken met het samenwerkingsverband over passend onderwijs in relatie tot leerlingenvervoer. In samenwerking tussen gemeenten, samenwerkingsverband en het onderwijs. Naar oordeel van Quint en Frank kunnen de meeste kinderen met begeleiding per bus reizen. Kinderen zitten immers ook samen in een klas. Dit vraagt echter wat qua organisatie, verbindingen en begeleiders.
Quint ziet kansen voor overheden om het reguliere schoolvervoer en het leerlingenvervoer te combineren, waarbij minder leerlingen met de taxi reizen, wanneer we inclusie en kansengelijkheid als uitgangspunt nemen. Quint en Frank zien geen zaken staan in de verordening, waar het samenwerkingsverband inhoudelijk niet achter kan staan. Afspraak: De gemeenten stellen een memo op over de inhoud van het beleid op het gebied van leerlingenvervoer (hiervoor kan de reeds aangeboden notitie voor dit overleg als basis dienen), waarbij de focus ligt op inclusie, het stimuleren van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Waarbij samenwerking tussen onderwijs, ouders, samenwerkingsverband en gemeenten belangrijk is om dit te realiseren. Deze kan het samenwerkingverband gebruiken om scholen te informeren en de ondersteuningsplanraad te betrekken. 4.
Samenwerking
Quint en frank onderschrijven de wens van de gemeente om de komende periode de afspraken met het samenwerkingsverband, zoals genoemd in de verordening, verder uit te werken. Het gaat enerzijds om procesmatige afspraken voor de bestuurlijke afstemming tussen gemeenten en samenwerkingsverband op het gebied van leerlingenvervoer en anderzijds om het maken van uitvoeringsafspraken. Quint geeft aan, dat er wellicht mogelijkheden zijn om de argumentatie voor het vervoersadvies dat scholen uitbrengen te integreren binnen het persoonlijk ontwikkelplan van een leerling. Wij oriënteren ons in het schooljaar 2021 – 2022 op basis van een analyse van ons bestand op de mogelijkheden om zelfredzaamheid en zelfstandigheid te bevorderen. Dit traject doen wij in samenwerking met het onderwijs en het samenwerkingsverband. Sandra neemt het initiatief om samen met Quint een werkgroep in te richten. Quint en Frank kijken wie vanuit het onderwijs deelnemen aan de werkgroep.
3
De gemeenten doen hetzelfde. Sandra stelt een eerste aanzet op voor een werkplan/agenda. We starten na de zomer met de voorbereiding en stemmen de uitvoering af op de besluitvorming van de gemeenteraden. Zij beslissen immers over de verordening. Quint neemt de opbrengst van dit gesprek mee in de voorbereiding van het nieuwe ondersteuningsplan en neemt de ondersteuningsplanraad mee bij deze ontwikkeling. 5.
Rondvraag
We spreken af, dat de vastgestelde notulen van dit overleg dienen als de opbrengst van de raadpleging van de samenwerkingsverbanden. 6.
Sluiting
4