CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

RMSRaadsvoorstel vaststellen Regionale MobiliteitsStrategie 1.1

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de regionale mobiliteitsstrategie (RMS)2.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Nummer: 253795 Aan:

Portefeuillehouder:

De raad van de gemeente Hulst

Wethouder G.F.A. Depauw

Onderwerp: Voorstel tot het vaststellen van de regionale mobiliteitsstrategie (RMS)

Inleiding Eind 2024 loopt de huidige concessie af voor het openbaar vervoer. Dit is meteen de aanleiding geweest om na te denken of en hoe het vervoer in Zeeland vorm gegeven kan worden en zo mogelijk kan worden verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. 1. Situering van het onderwerp, aanleiding en probleemstelling In de huidige situatie is het “openbaar vervoer” en het doelgroepenvervoer gescheiden. Enkel daar waar in de huidige concessie buslijnen zijn weggevallen ten opzichte van de eerdere concessie of waar in de avonduren geen vervoer meer aangeboden wordt, kan nu gebruik gemaakt worden van de haltetaxi. Het openbaar vervoer wordt geheel door de provincie geregeld en het doelgroepenvervoer geheel door de gemeenten. Zoals alom bekend rijden, gedurende de dienstregeling van de lijnbussen, deze bussen een groot deel van hun ritten (nagenoeg) leeg door de kernen. Eind 2024 eindigt de huidige concessie voor het openbaar vervoer. Om in de toekomst het rijden met voornamelijk lege bussen te voorkomen is door de provincie samen met alle Zeeuwse gemeenten een regionale mobiliteitsstrategie opgesteld hoe het vervoer in zijn geheel (openbaar vervoer en doelgroepenvervoer) binnen Zeeland in de periode 2025-2035 geregeld zou kunnen worden. 2.

Oplossingen, eventuele alternatieven en beoogd resultaat Bijgaand vind u deze regionale mobiliteitsstrategie (RMS) zoals opgesteld door provincie Zeeland in samenwerking met alle gemeenten binnen Zeeland. Vooruitlopend op dit voorstel zijn er informatiesessies gehouden betreffende gekozen richtingen en stand van zaken van het opstellen van de RMS en is er een memo aan u gestuurd waarin eventuele vragen a.g.v. de RMS reeds zijn beantwoord of verduidelijkt. De strategie voorziet in een raamwerk met afspraken hoe en onder wie zijn verantwoording de verschillende vervoersvormen geregeld kunnen worden en hoe of waar deze elkaar kunnen versterken. De RMS zal ook dienen als leidraad voor het in de markt zetten van de concessie voor het openbaar vervoer met lijnbussen. Pas als deze aanbesteding heeft plaatsgevonden en de onderhandelingen over de aangeboden lijndiensten zijn afgerond, kunnen de volgende stappen zoals het invullen van het fijnmazig vervoer met flextaxi's, flexbusjes, verschillende soorten en locaties van hubs en deelmobiliteitsvormen zoals fietsen, scooters en auto's worden bepaald. De invulling hiervan zal dus erg regio-afhankelijk zijn en per locatie verschillend. De RMS bevat keuzes betreffende: a.

Duurzame Mobiliteit: Door het veranderen van zowel mobiliteitsgedrag als ook het verduurzamen van de voertuigen zijn er manieren om te komen tot de vermindering van de uitstoot van stoffen die voor mens, klimaat, milieu en natuur schadelijk zijn. In combinatie met de doelen zoals die in de Regionale Energiestrategie zijn vastgelegd wordt dit meegenomen in de Regionale -1-

Raadsvoorstel Nummer: 253795 Mobiliteitsstrategie. Daarmee wordt tevens de afspraak uit het klimaatakkoord voor de vertaling van de klimaatafspraken in regionale mobiliteitsplannen ingevuld. b. Mix van Mobiliteit: Naast openbaar vervoer wordt gezorgd voor een goed mobiliteitsaanbod via fijnmazige mobiliteit. Deze beide vormen van vervoer vormen de basis zodat iedere reiziger een passende mogelijkheid heeft om van deur tot bestemming te komen. De deur-tot-deur reis voor de meest kwetsbare reizigersgroepen is gegarandeerd. Dit wordt gecombineerd met een beperkter, maar hoogwaardiger netwerk van snelle verbindingen (bus en trein) tussen de grote knooppunten en steden, binnen en buiten Zeeland. De Zeeuwse basis krijgt ruimte voor maatwerk, welke op regionaal en gemeentelijk niveau wordt uitgewerkt. c. Opstappunten, haltes en hubs: Een opstappunt is bedoeld voor het gebruik kunnen maken van het fijnmazig vervoer. Het is de bedoeling om binnen de bebouwde kom vanaf 2025 binnen 500 meter een opstappunt te realiseren.Buiten de bebouwde kom is dit binnen maximaal 2,5 km. Haltes zijn vergelijkbaar met de huidige haltes die worden gebruikt door lijndiensten en liggen aan de door de lijnbussen te rijden routes. Voor de hubs is een knooppunt ontwikkeling uitgewerkt, gericht op hubs met gelaagdheid van drie niveaus, nl stationshubs, regiohubs en hubs.

Voor gemeente Hulst is een hub voorzien wat kort gezegd inhoud dat het huidige busstation aan de Zandstraat voorzien zal worden van de volgens de in de strategie genoemde basisvoorzieningen voor een hub. Daarnaast wordt gewerkt aan mobiliteitshubs rond laadvoorzieningen en opstappunten voor fijnmazige mobiliteit. Voor heel Zeeland is het de bedoeling om minimaal twee stationshubs, vier regiohubs en zes reguliere hubs voor 2025 te realiseren en worden er afspraken gemaakt over het stap voor stap realiseren van tussen de 10-20 (aanvullende) hubs voor 2030. Samen zijn ambities voor knooppuntontwikkeling in beeld gebracht en is een lobby opgestart richting het Rijk voor cofinanciering van grote hubs en kleinere deelmobiliteitspunten. d. Mobiliteitscentrale: De mobiliteitscentrale fungeert als coördinator en adviseur voor het aanbod van mobiliteit, draagt bij aan de ontwikkeling van vervoersinitiatieven, analyseert het aansluiten van aanbod op vraag en draagt zorg voor zichtbaarheid van Zeeuwse mobiliteit in MaaS apps. De Mobiliteitscentrale heeft een ontwikkelfunctie waarmee systemen vanuit verschillende contracten/initiatieven met elkaar kunnen ademen. Voor de niet digitaal vaardige reiziger biedt de mobiliteitscentrale telefonische plan- en boekingsmogelijkheden. In de RMS is een spoorboekje opgenomen om te komen tot de mobiliteitscentrale.

Verder zijn in de Regionale Mobiliteitsstrategie spelregels afgesproken over beleidsadvies vanuit de mobiliteitscentrale aan overheden en waar de bevoegdheden voor besluitvorming liggen. De ambitie is om te komen tot een mobiliteitscentrale, waarin gemeenten en provincie gezamenlijk kunnen inspelen op de mobiliteitsbehoeften van reizigers, door samen invulling te geven aan taken op het gebied van de mobiliteit in Zeeland. De mobiliteitscentrale vormt onder andere het centrale aanspreekpunt voor de reizigers, bundelt de bij overheden bestaande expertise binnen Zeeland en maakt meer en slimmere combinaties van mobiliteit mogelijk. Naast publieke vormen van openbaar en doelgroepenvervoer kan de mobiliteitscentrale ook private initiatieven ondersteunen, waardoor een brede mix van mobiliteit ontstaat die voor reizigers wordt ontsloten. e. Data: Mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur worden slim ingericht, waarbij datastromen via het Regionaal Datateam worden gefaciliteerd, met als doel het mobiliteitssysteem zo vlug, veilig, betrouwbaar en comfortabel mogelijk te organiseren voor de reizigers. f. Living Lab: We investeren de beschikbare middelen uit het compensatiepakket ‘Wind in de zeilen’ voor het Living Lab Slimme Mobiliteit Zeeland, om nieuwe technieken en ontwikkelingen met pilots te testen en uit te proberen in de Zeeuwse situatie.

Zeeland is daarmee het gebied om in een meer dunbevolkt gebied innovaties die door kennisinstellingen zijn ontwikkeld en

-2-

Raadsvoorstel Nummer: 253795 uitgewerkt in de praktijk uit te gaan testen. Bij in de praktijk bewezen succesvolle toepassingen rollen we initiatieven uit over Zeeland. Vooropgesteld dat we nog niet weten welke buslijnen er wel/niet aangeboden zullen worden bij de aanbesteding van de concessie is het wel de verwachting dat de vervoersmogelijkheden zullen verbeteren in de nieuwe situatie. De regionale mobiliteitsstrategie is enkel een geraamte waarbinnen is afgesproken wordt hoe we in de toekomstige 10 jaren (vanaf 2025) de mobiliteit (gezamenlijk met de provincie en alle gemeenten) willen invullen. Pas na duidelijk is welke lijnen er bij de aanbesteding aangeboden worden en in welke frequenties, kunnen er nadere afspraken gemaakt worden over het laten rijden van extra buslijnen of de invulling door fijnmazig vervoer. Voor het gebied van gemeente Hulst wordt enkel de verbinding Kloosterzande-Hulst wordt niet meer voorgeschreven in de strategie waardoor de kans bestaat dat er geen buslijn meer door Kuitaart en langs Terhole rijdt. Voor deze verbinding kan in dat geval gebruik gemaakt worden van het fijnmazig vervoer zoals de buurtbus (doet deze kernen nog wel aan) of de flextaxi. Voordeel hierbij is dat men niet hoeft te wachten op de volgens de dienstregeling rijdende bus maar kan reserveren wanneer men vervoer nodig heeft.

Voor de scholieren is er toegezegd dat er scholierenlijnen in stand gehouden worden, afhankelijk van de vraag met gewone bussen, kleine bussen of flextaxi’s (kunnen ook busjes zijn). Hiermee wordt het vervoer voor scholieren uit de kernen waar in de RMS geen lijndiensten zijn voorgeschreven gewaarborgd. In de RMS is opgenomen dat er geen busverbindingen mogen rijden die parallel aan een treinverbinding rijden. Dit is ook van toepassing op de Bredabus. Het is de bedoeling om voor de studenten een lijnverbinding in te stellen tussen Hulst en Antwerpen waar zij met OV-kaart gebruik kunnen maken van de treinverbinding Antwerpen-Breda v.v. De reis met bus en (Belgische) trein mag niet tot extra kosten leiden voor de studenten. Door de opstappunten in de kernen op max. 500m en buiten de kernen op max. 2,5 km te realiseren komt het fijnmazig vervoer door middel van de flextaxi’s of flexbusjes dichter bij de burgers. Doordat de flextaxi’s/-bussen gebruikt kunnen worden binnen en tussen de kernen (als de ritten niet concurrerend zijn aan een gestrekte lijn) worden de reismogelijkheden in de kernen en het buitengebied verbeterd. Bovendien is het de bedoeling dat het reserveren ook eenvoudiger wordt door gebruik van de Maas apps of per telefoon via de vervoerscentrale.

Daarnaast willen we onderzoeken of en in welke regio’s het een meerwaarde levert indien er vormen van deelmobiliteit worden aangeboden voor de first en last mile verplaatsingen. Samenvattend zou je kunnen stellen dat er in principe geen buslijnen verdwijnen uit de kernen, maar dat er reismogelijkheden bij komen. Het is de bedoeling om het mobiliteitssysteem jaarlijks te evalueren/monitoren aan de hand van onderstaande tabel: Onderdeel Reiziger

Doelstelling Verbetering oordeel reizigers in Zeeland op 8 genoemde belangen

Oordeel OV-klantenbarometer minimaal gelijk Duurzame mobiliteit

Per 2030 een CO2-reductie van 1.029 Kton in mobiliteit (personen- en goederenvervoer) ten

Indicator en rapportage Jaarlijkse enquête onder reizigers in Zeeland op 8 genoemde belangen. Per belang een gemiddeld cijfer van 0-10. Nulmeting tweede helft 2021 Jaarlijks landelijk onderzoek. Monitoring via RES Zeeland.

-3-

Raadsvoorstel Nummer: 253795 opzichte van 1990.

Mix van Mobiliteit

Knooppunten

Data

In 2030 wordt al het Openbaar Vervoer uitgevoerd met ZeroEmissie voertuigen. Per 2025 zo’n 3.000 laadpalen in Zeeland en per 2030 zo’n 10.000. Snelle busverbindingen zijn maximaal 2x langzamer dan zelfde verbinding (tussen start- en eindpunt) met de auto. Vanaf ieder punt in Zeeland binnen 2,5 kilometer opstappunt voor fijnmazige taxisysteem Alle voertuigen zijn vanaf 2025 toegankelijk Twee stationshubs, vier regiohubs en zes reguliere hubs voor 2025

Aandeel Zero-Emissie voertuigen. Jaarlijkse rapportage. Rapportage via RVO/Nationale Agenda Laadinfrastructuur Vervoerplan concessiehouder jaarlijks inzicht in welke verbindingen dit wel of niet wordt behaald. Kaart met weergave opstappunten, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Vervoerplan concessiehouder en contracten doelgroepenvervoer Hubs ingericht conform menukaarten hubsaanpak. Jaarlijkse rapportage op realisatie.

Tussen 2025 – 2030 aanvullen met achttien nieuwe hubs (uit verschillende categorieën).

Hubs ingericht conform menukaarten hubsaanpak. Jaarlijkse rapportage op realisatie.

De publieke (mobiliteits)data op 15 items voor 90% op orde, actueel betrouwbaar, geheel cyberproof en conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming in 2023.

Regionaal Data Team volgt ontwikkeling. Eind 2023 bepalen of doelstelling is behaald.

3. Relatie met de programmabegroting Door het op een nieuwe manier organiseren van de mobiliteit met de RMS als raamwerk met gemaakte en te maken afspraken kan de kwaliteit van het vervoer in het algemeen voor alle doelgroepen verbeterd worden. 4. Planning (tijdspad) en uitvoering Gedurende de maanden december en januari zullen aan alle Zeeuwse gemeenteraden en provinciale staten de RMS voorgelegd worden voor vaststelling. Na vaststelling van de RMS zal een programma van eisen worden opgesteld voor de aanbesteding van de bus concessie 2025-2034. Na aanbesteding is er een implementatieperiode ingepland waarbij onderhandelingen plaats vinden over eventueel gewenste lijnen die niet zijn aangeboden alsnog in de concessie op te nemen. Deels parallel aan deze periode zal het overleg worden opgestart over hoe het fijnmazig vervoer ingevuld kan worden, hoe de verschillende -4-

Raadsvoorstel Nummer: 253795 hubs eruit komen te zien en wat voor deelmobiliteit er in welke regio’s gewenst en realiseerbaar is. 5. Financiële paragraaf Deze zullen er zeker zijn maar deze zijn in dit stadium nog niet concreet te maken. Te denken valt onder andere aan: - Bij het realiseren van een (regio)hub zal van gemeente Hulst een bijdrage worden gevraagd. - Er zal worden gevraagd de gereserveerde middelen in de begroting voor het doelgroepenvervoer beschikbaar te stellen voor het opzetten van het fijnmazig vraagafhankelijk vervoer. - Als er geen marktpartijen zijn die deelmobiliteitsoplossingen aanbieden bestaat de kans dat gevraagd wordt voor een bijdrage om een marktpartij alsnog over te halen deelmobiliteit aan te bieden. - Voor het verzamelen en beheren van de data die o.a. benodigd is voor het kunnen plannen van een reis wordt een bijdrage gevraagd in de vorm van een bedrag van € 4.844,- en 100 uren inzet per jaar. Binnen de huidige formatie is in principe geen ruimte om aan deze behoefte te voldoen, zonder keuzes te maken binnen de huidige taken. Door de in de RMS gemaakte afspraken betreffende verantwoordelijkheden over middelen, aanbestedingen en beleidskeuzes betreffende het doelgroepenvervoer zijn er als gevolg van de RMS vooralsnog geen consequenties voorzien.

De provincie is en blijft verantwoordelijk voor het openbaar vervoer en de invulling van het fijnmazig vervoer waar het geen doelgroepenvervoer betreft en wil hiervoor het gehele huidige budget voor openbaar vervoer inzetten. Aangezien de nieuwe concessie en afspraken zoals opgenomen in de RMS pas ingaan in 2025 zijn er vooralsnog geen middelen nodig. 6. Voorstel Wij stellen u voor bijgaande regionale mobiliteitsstrategie vast te stellen.

Burgemeester en Wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester, Bijlage(n): • Regionale Mobiliteitsstrategie • Was/wordt overzicht met verschillen huidige en nieuwe situatie • Memo met informatie en Q&A zoals eerder ter informatie aan de raad verstuurd. • Lijst met bedenkingen colleges gemeenten en Provinciale staten incl. antwoorden. Onderliggende stukken (map leeskamer):

-5-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11035883/1