CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

RegWRegionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

Gemeenteraad 6 oktober 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van de Regionale woonvisie Zeeuws-Vlaanderen28.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Concreet betekent dit dat de gemeente in het huisvestingsbeleid de opdracht van de Rijksoverheid heeft gekregen om: • Woonwagenbewoners in staat stellen in familieverband op een woonwagenlocatie te wonen • De behoefte aan standplaatsen helder in beeld houden • Toegelaten instellingen laten voorzien in huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren • In overleg te treden met woonwagenbewoners om hun woningbehoefte in kaart te brengen • Een woningzoekende woonwagenbewoner met banden met de gemeente, binnen een redelijke termijn kans te bieden op een standplaats.

Provinciaal en regionaal Omgevingsplan Zeeland (2018) Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is het provinciaal beleidsplan voor de volle breedte van de fysieke leefomgeving. Het plan bevat beleid over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voor wonen wordt de Zeeuwse burger en zijn of haar woonwensen centraal gesteld. Er wordt gestreefd naar een woningvoorraad die qua omvang, locatie en type is afgestemd op de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens. De transitie op het gebied van klimaat en demografie zorgt ervoor dat de noodzaak om de woningvoorraad aan te passen groot is en niet eenvoudig. Concreet gaat het om de volgende punten:

Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

•

• • •

•

•

•

55

Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Er moet op regionaal niveau worden gekozen voor woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse burger. Voor het bepalen van de kwantitatieve behoefte is de Zeeuwse bevolkings- en huishoudensprognose leidend. Als overtuigend wordt aangetoond dat een project aan die voorwaarde voldoet, kan (een deel van) de woningen bovenop de regionaal afgebakende kwantitatieve behoefte binnen de regionale woningmarktafspraken worden ontwikkeld. Een integrale herstructureringsaanpak is nodig voor dorpen of buurten met weinig eigen ontwikkelkracht. Met de Provinciaal Impuls Wonen (PIW) en de stimuleringsleningen voor Duurzame Particuliere Woonverbetering (DPW) worden woningeigenaren ondersteund die willen investeren in hun eigen woning door deze op te knappen, te slopen of samen te voegen. In bepaalde delen van Zeeland gebeurt het al dat woningen worden gekocht, gesloopt en ingeruild voor een bouwtitel elders. Dit wordt beschouwd als een praktisch instrument om vraag en aanbod qua woningtype en locatie bij elkaar te brengen.

Huisvesting voor arbeidsmigranten moet gezocht worden in de steden en dorpen (bijvoorbeeld hotels, pensions en kleinschalige huisvesting in woonhuizen). Aanvullend worden mogelijkheden geboden in het landelijk gebied binnen de voorwaarden voor nieuwe economische dragers en kleinschalig kamperen.

Daarbij sluiten we op het gebied van duurzaamheid aan op de Klimaat adaptatiestrategie Zeeland (KasZ) en de Regionale Energiestrategie (RES). Zeeuwse Woonagenda Gelijktijdig met de herijking van de regionale Woonvisie, wordt er gewerkt aan een Zeeuwse Woonagenda. De Zeeuwse Woonagenda is een gezamenlijke strategie van de Zeeuwse regio’s en provincie om de opgaven die in Zeeland spelen op gebied van ‘toekomstbestendig wonen’ aan te pakken. Er liggen in Zeeland namelijk forse opgaven in de bestaande voorraad die vragen om een nieuwe manier van denken en werken. Daarnaast gaat het om aanvullende nieuwbouw van de juiste woningen op de juiste locaties. Samenwerking op Zeeuws niveau is daarvoor cruciaal. Als stip op de horizon is er een gedeelde visie op wonen geformuleerd: “In 2040 hebben we in Zeeland een toekomstbestendige woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit 100% aansluit bij de vraag”. Samen werken de Zeeuwse regio’s aan de gesignaleerde opgaven op de Zeeuwse woningmarkt vanuit een integrale aanpak. Deze integrale aanpak noemen we ‘strategisch voorraadbeheer’. Dit betekent dat er oplossingen gezocht worden in de combinatie van nieuwbouw én de bestaande voorraad: samen bepalen zij immers de toekomstige woningvoorraad. Passend bij de integrale aanpak en aansluitend op de gedeelde visie, zijn er drie concrete ambities geformuleerd die dienen als richtpunt voor actie.

Het gaat om: 1. Een toekomstbestendige woningvoorraad 2. Kwalitatief complementaire woningbouw 3. Innovatieve en flexibele woonvormen

Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

56

Vanuit de gedeelde visie en de drie ambities gaan de gemeenten, regio’s en provincie gericht aan het werk met concrete acties. In de Woonagenda zijn er zes actielijnen uitgewerkt.

Deze regio-overstijgende ambities bieden houvast voor de regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen. Tegelijkertijd vragen zij om een concrete vertaling naar de situatie in Zeeuws-Vlaanderen in de nieuwe kernthema’s voor de regionale Woonvisie. Ook gemeentelijke kaders gelden als bouwstenen én kaders voor de regionale Woonvisie Met de regionale Woonvisie sluiten we aan bij lokaal beleid op gemeenteniveau. Hulst • Beleidsregels nieuwe woningbouwverzoeken • Beleidsregels nieuwe landgoederen • Beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten en seizoenarbeiders • Beleidskader woonwagens en woonwagenstandplaatsen Gemeente Hulst • Woonzorgvisie • Structuurvisie (onder andere paragraaf 3.2 Wonen) • Transitievisie Warmte (in ontwikkeling) Sluis • Visiedocument Krachtig Verbonden (2016, herziening in procedure) • Beleidsregels huisvesting tijdelijke werknemers • Beleidskader woonwagens en woonwagenstandplaatsen gemeente Sluis • Transitievisie Warmte (in ontwikkeling) • Verkenning Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen (in ontwikkeling) Terneuzen • Toetsingskader nieuwe woningbouwinitiatieven • Woonzorgvisie (in ontwikkeling) • Woonwagenbeleid • Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025 • Woningmarktafspraken Zeeuws-Vlaanderen 2016-2025 • Transitievisie Warmte (in ontwikkeling)

57

Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

Bijlage B: Demografie per gemeente Bevolkingsontwikkeling (personen) gemeente Hulst 200 100

Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)

0

Binnenlandse verhuizingen (saldo)

-100

Buitenlandse migratie (saldo)

-200

Totaal personen

-300 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: CBS Statline (2021), bewerking Stec Groep (2021).

Bevolkingsontwikkeling (personen) gemeente Sluis 300 Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)

200 100

Binnenlandse verhuizingen (saldo)

0 Buitenlandse migratie (saldo)

-100 -200

Totaal personen

-300 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron: CBS Statline (2021), bewerking Stec Groep (2021).

Bevolkingsontwikkeling (personen) gemeente Terneuzen 600 Natuurlijke groei (geboorte minus sterfte)

400 200

Binnenlandse verhuizingen (saldo)

0 Buitenlandse migratie (saldo)

-200 -400

Totaal personen

-600 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Bron: CBS Statline (2021), bewerking Stec Groep (2021).

2017

2018

2019

2020

Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

58

Bijlage C: begrippen CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap): bij collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) ontwikkelt een groep burgers samen hun woningen. Dit kan op eigen initiatief, maar kan ook op initiatief van een gemeente of een andere grondeigenaar. Doorstromers: huishoudens die een andere woning betrekken en daarbij hun huidige woning vrijmaken. Doorstroommodel: het doorstroommodel van Stec Groep is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraag gestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. Extramurale zorg: zorg dat buiten een zorginstelling wordt aangeboden, zodat bijvoorbeeld ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. Grondgebonden woning: een rechtstreeks vanaf straatniveau toegankelijke woning. Huishoudensverdunning: afname van de gemiddelde grootte van huishoudens. Als gevolg van huishoudensverdunning zullen er meer huishoudens zijn bij een gelijkblijvend bevolkingsaantal. Intramurale zorg: dagelijks zorg binnen een zorginstelling, bijvoorbeeld in een verzorgingstehuis of een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Koopstarter: huishouden die voor het eerst een woning koopt KWOZ: Kwalitatief WoningmarktOnderzoek Zeeland. Uitgevoerd in 2019 en 2020 en wordt naar verwachting periodiek geüpdatet.

Ladder duurzame verstedelijking: in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen (en is in 2017 hernieuwd). Deze handreiking is bedoeld om decentrale overheden te helpen de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Levensloopgeschikte woning/Levensloopbestendige woning: een woning die al geschikt is (of eenvoudig aan te passen) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. Zo voldoet de woning in alle levensfasen aan de behoeften die de bewoner dan heeft. Middenhuur: vrijesectorhuurwoningen met een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens (€ 752,33, prijspeil 2021) tot circa € 950 per maand. Nultredenwoning: in een nultredenwoning zijn woonkamer, keuken, sanitaire groep en minimaal één slaapkamer zonder traplopen bereikbaar. Dit kan zowel een grondgebonden woning als een appartement betreffen. Ontgroening: het afnemen van het aandeel jongeren in de bevolking.

Ontgroening is een relatieve maat en ziet niets over de absolute daling van de doelgroep jongeren.

Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

59

Patiowoning: zijn woningen bestaande uit één grondgebonden woonlaag met, typerend voor dit type, een binnentuin (patio). Vaak is er een kamer op de eerste verdieping. PIW (Provinciale Impuls Wonen: de Provinciale Impuls Wonen is een subsidieregeling voor huizenbezitters die hun oude woning willen slopen, samenvoegen of bloksgewijs renoveren met een minimum van drie aaneengesloten rijwoningen. Projecten waarbij verouderde sociale en vrijesectorhuurwoningen worden gesloopt en er geen of minder woningen voor teruggebouwd worden komen ook in aanmerking. Particulieren, gemeenten, bedrijven, stichtingen corporaties kunnen subsidie aanvragen. Recreatieve woning: woning die in de recreatieve sector wordt verhuurd en dus niet voor permanente bewoning wordt gebruikt. PMC’s: Product-Marktcombinaties Starter: huishouden die voor het eerst een woning betrekt (koop of huur). Tweede woning: een woning die niet als hoofdverblijf wordt gebruikt, maar slechts delen van het jaar wordt bewoond door de eigenaar. VAB: Vrijkomende Agrarische Bebouwing Vergrijzing: de ontwikkeling waarbij het aandeel ouderen op de totale bevolking toeneemt. Dit is een relatieve maat en zegt niets over de absolute groep van de doelgroep ouderen. VHF (Volkshuisvestingsfonds): in verschillende gebieden in Nederland staat de leefbaarheid onder druk.

Daarom heeft het kabinet het Volkshuisvestingsfonds in het leven geroepen. Gemeenten en regio's kunnen met geld uit dit fonds investeren in leefbaarheid en verduurzaming van de woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen

60

Bijlage D. toelichting berekening woningbehoefte UITLEG STEC-DOORSTROOMMODEL Het doorstroommodel is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraaggestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. De bestaande voorraad, het verhuisgedrag (op basis van leeftijd, samenstelling en inkomen huishouden) en demografische ontwikkelingen (op basis van de provinciale prognose) liggen hieraan ten grondslag. Het model simuleert de jaarlijkse in- en uitgaande verhuizingen op basis van verhuis- en woonwensen (WoON 2015 en WoON 2018). Zo ontstaat een vraag-aanbodconfrontatie die per saldo een jaarlijkse opgave oplevert. Het doorstroommodel is een theoretische benadering. De uitkomsten moeten als indicatief worden beschouwd. Het is een ideaalscenario op basis van verhuis- en woonwensen en volledige keuzevrijheid. De woningmarkt is een aanbodmarkt, waardoor huishoudens in de praktijk ander gedrag kunnen vertonen dan op basis van hun woonwensen kan worden verwacht. Ook neemt de betrouwbaarheid van demografische prognoses af naarmate we verder vooruitkijken. ONDERSCHEID REGULIERE GRONDGEBONDEN WONINGEN EN NULTREDENWONINGEN In deze rapportage maken we onderscheid tussen reguliere (niet-nultreden) grondgebonden woningen en appartementen / nultredenwoningen.

Onder appartementen/nultredenwoningen verstaan we appartementen (met lift) of grondgebonden nultredenwoningen zoals patiowoningen. Brede deurposten, afwezigheid van drempels en gemakkelijk toe te voegen ruimtes (zoals een slaapkamer) op de begane grond maken de woning geschikt voor ouderen. De indicatieve behoefte die uit het doorstroommodel blijkt kan ook deels worden ingevuld door het aanpassen van de bestaande woningvoorraad, bijvoorbeeld door een reguliere grondgebonden woning aan te passen naar een nultredenwoning (traplift installeren).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11805545/1