CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Regio Deal - programma aanpak - vastgesteld 5 februari 2026 (1)

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Raadsvoorstel tot beschikbaar stellen aanvullend gemeentelijk krediet vernieuwbouw Reynaertcollege4.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programmaplan Regio Deal Zeeuw-Vlaanderen / Zeeland 2025 - 2029

“ZEEUWSE AANPAK VITALE REGIO'S”

Vastgesteld 5 februari 2026

Inhoudsopgave 1. Opgaven 2. Programmalijnen en doelen 3. Portfolio 4. Governance 5. Procedure, criteria en voorwaarden

Foto: Westerscheldetunnel

4

1.OPGAVEN

D

e kracht van deze Regio Deal ligt in samenwerking tussen overheden, inwoners, ondernemers en partners in zorg, gezondheid en onderwijs. In plaats van losse interventies kiezen we voor een programmatische aanpak waarin maatschappelijke opgaven centraal staan en gezamenlijke doelen leidend zijn. Met een rijksbijdrage van € 13 miljoen vormt deze Regio Deal een gerichte impuls en opstap naar verdere samenwerking tussen Zeeland en het Rijk in het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) en de Agenda Zeeland 2050.

Zeeuwse opgaven Waar Nederlandse en Vlaamse steden in de afgelopen decennia sterk zijn gegroeid, is het aantal inwoners in Zeeland al 200 jaar vrijwel stabiel. De demografische ontwikkeling wijkt duidelijk af van het landelijke beeld: sterke vergrijzing, ontgroening en in delen van de provincie – zoals Zeeuws-Vlaanderen – al jarenlang krimp. Veel rijksregelingen zijn gebaseerd op absolute aantallen (inwoners, leerlingen, patiënten) die in krimpgebieden leiden tot een spiraal van verschraling: minder mensen → minder voorzieningen → minder investeringen. De lage bevolkingsdichtheid en de eilandenstructuur geven Zeeland een aantrekkelijk landschap met rust en ruimte. De keerzijde hiervan zijn de grotere afstanden tot werk en voorzieningen. Uit de Monitor Brede Welvaart en de evaluatie van eerdere Regio Deals blijkt dat Zeeland daardoor steeds indringender te maken krijgt met: bereikbaarheidsproblemen en toenemende vervoersarmoede; sterke ontgroening en een dalende beroepsbevolking; een groeiende zorgvraag door vergrijzing en een lager gezondheidsprofiel; een zeer krappe arbeidsmarkt, vooral in zorg, techniek en toerisme. De Monitor Brede Welvaart Leven in Zeeland (2024) laat daarnaast zorgen zien over sociale cohesie, eenzaamheid, gezondheidsproblemen, de beschikbaarheid van voorzieningen, de mismatch op de arbeidsmarkt en grensproblematiek die werken over de grens belemmert.

Foto:Zeelandbrug Foto: Westerschelde ferry

3

Tegelijkertijd heeft Zeeland veel onbenut potentieel. De provincie biedt ruimte om te experimenteren met nieuwe vormen van beleid en samenwerking. Daarmee is Zeeland een logische regio voor het Rijk om te verkennen hoe maatwerk en innovatieve aanpakken kunnen bijdragen aan een spiraal van versterking – in Zeeland én als voorbeeld voor andere regio’s. Een spiraal van versterking realiseren is een grote opgave voor Zeeland, maar ook voor Nederland. Dankzij de ligging aan de Noordzee en de nabijheid van Rijnmond, West-Brabant en Vlaanderen kan Zeeland juist een belangrijke bijdrage leveren aan strategische autonomie, grensoverstijgende samenwerking en nationale transities op het gebied van energie, water, gezondheid en bereikbaarheid.

Regionale kenmerken Zeeuws-Vlaanderen is één van de regio’s beschreven in het rapport Elke Regio Telt en de regio maakt sinds 2025 onderdeel uit van het Nationaal Programma Vitale Regio’s. In grote delen van het gebied is de ondergrens van essentiële voorzieningen inmiddels bereikt. Van voorzieningen zoals een school voor voortgezet onderwijs, een verpleeghuis, polikliniek, spoedeisende hulp, apotheek of bibliotheek is er vaak nog maar één over — niet in één stad of dorp, maar binnen een gebied van ruim 300 km². Voor veel inwoners is de bereikbaarheid van essentiële voorzieningen niet op peil. Dat is vooral zichtbaar aan de randen van ZeeuwsVlaanderen: 62% van de leerlingen uit de gemeente Sluis reist nu al meer dan een uur per openbaar vervoer naar het voortgezet onderwijs; 6% zelfs meer dan twee uur. Verdere opschaling of fusie van locaties is niet meer mogelijk: potentiële partners zijn er simpelweg niet. Er is behoefte aan nieuwe aanpakken die passen bij de schaal en de realiteit van de regio. Ook in andere delen van Zeeland staan leefbaarheid, voorzieningen en de arbeidsmarkt toenemend onder druk. Grotere afstanden, kwetsbare voorzieningen, demografische druk en een dalende beroepsbevolking zijn ook daar aan de orde. Door nu te investeren in woon- en leefklimaat, sociale cohesie, arbeidsmarkt en basisvoorzieningen willen we verdere verschraling en achterstanden voorkomen.

Foto: scholier

Het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s kent daarom twee dimensies: 1. In delen van Zeeuws-Vlaanderen zijn ingrijpende maatregelen nodig om de spiraal van verschraling te stoppen en waar mogelijk om te buigen. 2. In de overige (rurale) gemeenten van Zeeland is het van belang deze ontwikkeling voor te blijven, omdat de voortekenen al zichtbaar zijn.

4

Van Spiraal van Verschraling naar Spiraal van Versterking Het onderzoek ‘Elke regio telt!’ laat zien hoe demografische en economische ontwikkelingen elkaar kunnen versterken tot een spiraal van verschraling. Krimp en vergrijzing leiden tot minder arbeidskrachten, minder leerlingen en afnemende bedrijvigheid. Dit raakt de brede welvaart rechtstreeks: minder werk, minder sociale samenhang, minder gezondheid en minder perspectief voor jongeren. Door gericht en in samenhang te investeren in wonen, werken, bereikbaarheid, voorzieningen en kwaliteit van leven kan echter ook een spiraal van versterking ontstaan, een beweging richting groei en vitaliteit.

NAAR VERSTERKING

VAN VERSCHRALING

Toekomstperspectief Zeeland 2050 Deze integrale aanpak sluit aan bij de strategische agenda Zeeland 2050. Zeeland heeft meer inwoners nodig om vitaal te blijven en om de rol te kunnen vervullen die het voor Nederland speelt. Zeeland is een groene krachtbron voor schone energie, recreatie, duurzame producten en gezond voedsel. De industrie levert een bijdrage aan Europese veiligheid en Zeeland heeft unieke kennis van leven met het water in een tijd van klimaatverandering en verwachte zeespiegelstijging. Zeeland is hiertoe in staat, mits de voorwaarden op orde zijn: voldoende betaalbare woningen, goede bereikbaarheid, sterk onderwijs, toegankelijke zorg en aantrekkelijke voorzieningen. Dat vraagt om samenwerking, innovatie en gericht investeren in samenhang.

Regio Deal en het Nationaal Programma Vitale Regio’s Het programma ‘Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s’ maakt deel uit van een bredere samenwerking tussen het Rijk en Zeeland. Waar de NOVEX-aanpak en de Regio Deal North Sea Port District focussen op de economie en verduurzaming van het havengebied, richt het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s zich meer op de rurale delen van Zeeland, zoals Sluis, Hulst, Serooskerke (Veere), Tholen en Schouwen-Duiveland. In directe aansluiting op de Zeeuwse opgaven en het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) werken we met dit programma aan een ‘Zeeuwse aanpak vitale regio’s’ om de spiraal van verschraling om te buigen naar versterking.

Foto: spelende kinderen in bosgebied

5

2.PROGRAMMALIJNEN EN -DOELEN

W

aar hoofdstuk 1 de urgentie schetst, geeft dit hoofdstuk weer hoe we daaraan met werken met drie samenhangende programmalijnen en twee prioritaire thema’s.

Het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s sluit direct aan op de doelen van het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Daarmee ontstaat een samenhangende inzet waarin provincie, gemeenten, maatschappelijke organisaties en het Rijk in de regio samenwerken aan gezamenlijke opgaven en thema’s. Vanwege de omvang en looptijd van de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen Zeeland ‘Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s’ is besloten om ons in dit programma te focussen op de meeste urgente opgaven en knelpunten.

Starten met de meest urgente thema’s Uit onderzoek blijkt dat de demografische ontwikkeling vooral de zorg en het onderwijs in dunbevolkte regio’s onder druk staat. Daarom richt het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Kernen zich primair op de thema’s Zorg & Gezondheid en Onderwijs & Arbeidsmarkt. Zoals gezegd zijn soms ingrijpende maatregelen nodig om de spiraal van verschraling te stoppen en waar mogelijk om te buigen. Dit vraagt een aanpak die niet gericht is op ‘behouden van wat we hebben’ maar op innovatief denken en het maken van slimme combinaties en verbindingen. Dit programma richt zich daarom op duurzame vernieuwingen van werkwijzen, structuren en voorzieningen op lokaal en bovenlokaal niveau, zodat een toekomstbestendige praktijk ontstaat die past bij de schaal en kenmerken van Zeeland. In samenwerking met het Rijk wordt gezocht naar passende oplossingen, beleid en bekostiging, vooral op punten waar landelijke kaders en bestaande voorzieningen onvoldoende aansluiten op Zeeland als dunbevolkte regio aan de grens. Inwoners en jongeren centraal Het actief betrekken van inwoners — en jongeren in het bijzonder — is een expliciete voorwaarde vanuit het Rijk en de Tweede Kamer. De projecten in dit programmaplan hebben betrekking op de woon- en leefomgeving, voorzieningen, gezondheid en onderwijs en (ontwikkel)kansen.

Hierbij zetten we in de uitvoering sterk in op participatie, met extra aandacht voor jongeren, omdat het uiteindelijk over hun toekomst gaat.

Drie programmalijnen in het Programma Zeeuwse aanpak vitale regio’s De drie hoofddoelstellingen van het NPVR vormen zoals vermeld de basis voor de drie programmalijnen van het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. De drie programmalijnen en hoofddoelstellingen van het programma zijn: 1. Verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de fysieke leefomgeving Doel is het vestigingsklimaat te versterken en een gezonde leefstijl te stimuleren. De kwaliteit is hoogwaardig als: er in iedere kern een ontmoetingsplek is waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten, vriendschappen kunnen aangaan en gestimuleerd worden om actief, gezond en betrokken te blijven. Dit bevordert de sociale cohesie en het verenigingsleven in kleine kernen; de fysieke leefomgeving veilig is, uitnodigt tot gezond bewegen en klimaatadaptief is – zowel in kleine kernen als in de meer stedelijke gebieden van Zeeland.

6

2. Behoud van essentiële basisvoorzieningen zoals op het gebied van onderwijs en zorg Doel is het behoud van voorzieningen zodat mensen niet wegtrekken uit dunbevolkte gebieden. De basisvoorzieningen zijn geborgd als ten minste de volgende voorzieningen in de nabijheid en/of binnen redelijke reistijd (afhankelijk van functie) beschikbaar zijn: een drempelloos aanbod van voorschoolse educatie, primair onderwijs (inclusief vroegschoolse educatie), voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs dat aansluit bij de regionale arbeidsmarkt; een huisarts, apotheek of medicatievoorziening, een steunpost voor wijkzorg, eenvoudige diagnostiek (zoals röntgen of bloedonderzoek), een locatie voor poliklinisch spreekuur van specialisten en acute zorg (huisartsenpost, spoedeisende hulp en geboortezorg). 3. Ontwikkelkansen voor inwoners Doel is het bevorderen van gezond opgroeien en vitaal ouder worden, het borgen van ontwikkelkansen en toegang tot de arbeidsmarkt. Inwoners kunnen gezond leven als zij wonen in een gezonde leefomgeving, tijdig passende ondersteuning ontvangen via lokale (wijk)teams en de GGD, en als gezondheid en toegankelijkheid structureel worden meegewogen bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sociale cohesie versterkt de zelf- en samenredzaamheid van inwoners.

Jongeren hebben gelijke ontwikkelkansen als alle kinderen vanaf 2 jaar zonder drempels kunnen deelnemen aan de voor- en vroegschoolse educatie, en als zij binnen redelijke afstand onderwijs kunnen volgen dat past bij hun interesses, capaciteiten en toekomstperspectief. Het perspectief op werk, bestaanszekerheid en economische ontwikkeling is geborgd als Zeeland aantrekkelijk blijft voor huidige inwoners, nieuwkomers en terugkeerders; als de arbeidsparticipatie toeneemt (onder meer door betaalbare kinderopvang); en het (beroeps)onderwijs aansluit bij de huidige en toekomstige arbeidsmarktbehoefte van met name beroepen met krapte (techniek, zorg, onderwijs, horeca) en voor toekomstige sectoren (waterveiligheid, energie, voedsel, digitalisering).

Foto HZ student

7

De combinatie van de doelen en urgente thema's leidt tot de volgende indeling van het programma:

Thema's Programmalijnen

1. Fysieke leefomgeving

2. Essentiële basisvoorzieningen

3. Ontwikkelkansen inwoners

Onderwijs & Arbeidsmarkt

Projecten gericht op het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de woon- en leefomgeving om het vestigingsklimaat voor (nieuwe) inwoners te versterken

Projecten gericht op het behoud van een kwalitatief, duurzaam en divers aanbod voortgezet onderwijs binnen een straal van 25 kilometer c.q. drie kwartier reizen in alle delen van Zeeland en/of het behoud van een kwalitatief en duurzaam aanbod middelbaar beroepsonderwijs in alle delen van Zeeland, aansluitend op de lokale arbeidsmarkt

Projecten gericht op het creëren van kansengelijkheid voor jongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt (zowel kwalitatief als kwantitatief) en/of het vergroten van de arbeidsparticipatie van de (potentiële) beroepsbevolking

Tabel 1: programma-indeling Regio Deal

Zorg & Gezondheid

Projecten gericht op het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de woon- en leefomgeving door een omgeving te creëren die uitnodigt tot gezond bewegen en een gezonde leefstijl, toegankelijk is, de sociale cohesie versterkt en klimaatadaptief is.

Projecten gericht op het behoud van essentiële basisvoorzieningen op het gebied van zorg, zoals eerstelijns huisartsenzorg, medicatievoorzieningen en 24-uurs wijkverpleging binnen een straal van 15 kilometer / een half uur reizen in alle delen van Zeeland.

Projecten gericht op het bevorderen van gezond opgroeien en oud worden, het versterken van lokale netwerken, en/of de beweging van zorg naar gezondheid, met aandacht voor de kwaliteit van de samenwerking en/of voor de samenwerking op casusniveau tussen huisarts, wijkverpleging, sociaal domein en inwoners zelf

8

3.PORTFOLIO Geselecteerde projecten In aanloop naar het vaststellen van de Regio Deal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s (november 2025) is een brede uitvraag gedaan van lopende en nieuwe projecten die aansluiten bij de urgente thema’s Zorg & Gezondheid en Onderwijs & Arbeidsmarkt. Op basis van hun bijdrage aan de programmadoelen, de aansluiting bij het NPVR, het beschikbare budget en de looptijd van deze Regio Deal is een selectie van projecten gemaakt. Hierover later meer.

9

4.GOVERNANCE

D

e uitvoering van het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s vraagt om een heldere governance waarin bestuurlijke samenwerking, programmatische sturing en samenhang met bestaande regionale netwerken centraal staan. De governance ondersteunt een effectieve uitvoering van de Regio Deal en borgt de aansluiting bij het NPVR Zeeuws-Vlaanderen en de Zeeuwse samenwerking op de thema’s Onderwijs & Arbeidsmarkt en Zorg & Gezondheid. De governance van het programma is ingericht langs vier samenhangende niveaus: stuurgroep; programmateam; programmamanager; kennis- en expertisegroepen. De procedure voor beoordeling, besluitvorming, uitvoering en verantwoording van projecten is hieronder uitgewerkt in hoofdstuk 5.

Stuurgroep De stuurgroep is verantwoordelijk voor de strategische en programmatische sturing van het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. De stuurgroep bewaakt de samenhang tussen projecten, de aansluiting bij de programmadoelen en de bestuurlijke afspraken uit het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland. De stuurgroep fungeert als inhoudelijk en programmatisch adviesorgaan binnen de Regio Deal en brengt advies uit over projecten en programmatische keuzes, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. De stuurgroep bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordigers van: de gemeente Sluis; de Provincie Zeeland; de gemeente Goes (centrumgemeente Arbeidsmarktregio Zeeland) het onderwijsveld; de zorg- en welzijnssector. De stuurgroep wordt voorgezeten door de burgemeester van Sluis vanwege de rol van penvoerder en regiokassier van deze Regio Deal. De stuurgroep rapporteert periodiek aan het Overleg Zeeuwse Overheden en het Rijk-Regio overleg.

Programmateam Het programmateam is verantwoordelijk voor de programmatische sturing en samenhang binnen het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. Het team bewaakt de aansluiting van projecten op de programmadoelen en op relevante Zeeuwse en landelijke ontwikkelingen. Het programmateam zorgt voor afstemming met bestaande programma’s en netwerken, waaronder: het NPVR Zeeuws-Vlaanderen; de Zeeuwse Zorgcoalitie en Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein en Arbeidsmarktregio Zeeland de netwerken in het onderwijs zoals de Campus Zeeland en de Arbeidsmarktregio Zeeland; de ambtelijke samenwerking in het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO). Het programmateam ondersteunt de stuurgroep bij haar adviserende rol en bereidt programmatische keuzes voor. De rol van het programmateam in de beoordeling en monitoring van projecten is uitgewerkt in hoofdstuk 5. Het programmateam staat onder voorzitterschap van de programmamanager Regio Deal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s.

10

Kennis- en expertisegroepen Binnen het programma werken we samen met kennis- en expertisegroepen voor de thema’s Onderwijs & Arbeidsmarkt en Zorg & Gezondheid. Experts uit deze groepen worden betrokken bij de inhoudelijke verbinding tussen projecten binnen de Regio Deal en bestaande Zeeuwse en landelijke beleids- en uitvoeringsprogramma’s. Waar relevant kunnen zij worden betrokken bij het opwerken van projectkaarten en programmasturing, met name om bij te dragen aan de beoogde impact en samenhang van de Regio Deal. De kennis- en expertisegroepen leveren een bijdrage aan: inhoudelijke reflectie en advies over projecten, onder meer in de fase van uitwerking en aanscherping; het bevorderen van samenhang en kennisdeling; het ondersteunen van programmatische keuzes en het realiseren van impact binnen de Regio Deal.

Samenwerking met het Rijk De samenwerking met het Rijk vindt plaats binnen de kader van de Regio Deal en het Rijk–Regio-overleg. Dealmakers van het landelijke programma Regio Deals (ministerie van BZK) leveren, in afstemming met het programmateam, een bijdrage aan: de samenhang tussen Regio Deal en NPVR; de uitwisseling van kennis en ervaringen; de voorbereiding van het Rijk–Regio-overleg.

Nadere uitwerking governance De governance van het programma is in figuur 1 in vereenvoudigde vorm weergegeven. Nadere operationele afspraken over uitvoering, afstemming, administratie en procesinrichting zijn vastgelegd in een apart intern uitvoerings- en procesdocument, onder meer ten behoeve van de rol van de gemeente Sluis als regiokassier en de inrichting van de audit trail. De governance is in vereenvoudigde vorm weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1. Governance Regio Deal Zeeuwse aanpak vitale regio’s

11

5.PROCEDURE, CRITERIA EN VOORWAARDEN

O

m zoveel mogelijk impact te realiseren op de opgaven in de Regio Deal en om de beschikbare middelen doelmatig, rechtmatig en effectief in te zetten, worden projecten binnen het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s beoordeeld en gemonitord bij de start, tijdens de uitvoering en bij afronding. In aanloop naar het vaststellen van de Regio Deal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s (november 2025) is een brede uitvraag gedaan naar projecten die aansluiten bij de urgente thema’s Zorg & Gezondheid en Onderwijs & Arbeidsmarkt. Op basis van de bijdrage aan de programmadoelen, de aansluiting bij het NPVR, het beschikbare budget en de looptijd van deze Regio Deal is een selectie van projecten gemaakt, die samen het portfolio vormen. Dit portfolio is opgenomen in hoofdstuk 3 (tabel 2). De projecten binnen dit portfolio kunnen vanaf 1 januari 2026, via de projectkaart, een uitgewerkt projectvoorstel indienen. Dit hoofdstuk beschrijft de procedure, toetsingscriteria en voorwaarden die daarbij worden gehanteerd. A. PROCEDURE De procedure beschrijft de opeenvolgende stappen voor het aanmelden, beoordelen, vaststellen, uitvoeren en verantwoorden van projecten binnen het programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. 1.Opwerken projectkaarten De in hoofdstuk 3 opgenomen projecten stellen in concept de projectkaart op.

Daarbij wordt speciale aandacht gevraagd voor: de wijze waarop (en de impact waarmee) het project bijdraagt aan de opgaven en doelen zoals opgenomen in het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland ‘Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s’ en in dit programmaplan; de samenhang met andere projecten en programma’s, zoals het NPVR Zeeuws-Vlaanderen, het Transitiearrangement Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen, het Regioplan MBO Zeeland, het Deltaplan 2.0 Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, de Strategische Onderwijs- en Onderzoeksagenda Campus Zeeland, de Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein, Kerngezond en/of het programma Samen maken wij Zeeland en De Zeeuwse zorg gezonder; de naleving van de afspraken uit het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland ‘Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s’, waaronder de afspraken met het Rijk en de afzonderlijke departementen. de toepassing van de in dit programmaplan opgenomen criteria en voorwaarden, waaronder het betrekken van inwoners en jongeren. De projectverantwoordelijke kan via de programmamanager een beroep doen op meedenken en advisering door het programmateam en adviseurs, onder andere vanuit de kennis- en expertisegroepen. Indien passend kunnen in deze fase ook de ministeries die partij zijn in het convenant worden geraadpleegd die partij.

De projectkaart inclusief de projectbegroting wordt besproken met het programmateam en waar nodig aangescherpt. Daarbij wordt ook een afweging gemaakt van de passende vorm van financiering (subsidie, overeenkomst of opdracht), in lijn met de aard van het project en de geldende kaders. 2.Beoordeling door het programmateam Het programmateam beoordeelt de concept-projectkaarten aan de hand van de in dit hoofdstuk opgenomen toetsingscriteria en voorwaarden. Daarbij wordt ook gekeken naar de programmatische samenhang en de aansluiting op de doelen van de Regio Deal en het NPVR.

Indien een projectkaart onvoldoende voldoet, kan deze in overleg met de projectverantwoordelijke en het programmateam worden aangescherpt. Bij een positief oordeel legt het programmateam de projectkaart, voorzien van een inhoudelijk advies, voor Foto: OZO-netwerkbijeenkomst 2024aan de stuurgroep.

12

3.Beoordeling door de stuurgroep De stuurgroep beoordeelt de projecten op basis van een integrale afweging van: de inhoudelijke kwaliteit en bijdrage aan de doelen van de betreffende programmalijn; de uitvoerbaarheid binnen tijd, middelen en beschikbare capaciteit; de samenhang met het programmaplan, het convenant Regio Deal en NPVR ZeeuwsVlaanderen; de programmatische afstemming met andere Zeeuwse projecten, programma’s en netwerken; de naleving van de in het convenant opgenomen afspraken en het benutten van de afspraken met afzonderlijke departementen

Projecten die na afronding van de ambtelijke toets voldoen aan de gestelde kaders, worden doorgeleid naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis.

Op basis van deze afweging brengt de stuurgroep een positief of negatief advies uit. Een positief advies van de stuurgroep is een voorwaarde voor verdere besluitvorming door het college van B&W van gemeente Sluis.

De besluitvorming betreft de vorm en hoogte van de bijdrage en vindt plaats binnen de kaders van het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland, het vastgestelde programmaplan en de geldende subsidieverordening en -regeling.

4.Ambtelijke beoordeling door de gemeente Sluis (regiokassier) Projecten met een positief advies van de stuurgroep worden door de gemeente Sluis, in haar rol als regiokassier van de SPUK, aangemerkt als aanvraag op basis van de hiervoor vastgestelde subsidieverordening en -regeling.

De programmamanager bereidt het collegebesluit voor en stelt daartoe een collegeadvies op.

De gemeente Sluis beoordeelt projecten en projectkaarten niet opnieuw inhoudelijk, maar voert een eindtoets uit op financiële, juridische en rechtmatigheidsaspecten. Deze toets omvat ten minste: de rechtmatigheid van subsidie en cofinanciering; de toets op (ongeoorloofde) staatssteun; btw en overige fiscale aspecten; de rechtmatigheid van de projecten. Indien uit deze toets blijkt dat nadere aanscherping nodig is, wordt de aanvraag teruggelegd bij de programmamanager voor herstel op financiële of juridische aspecten. Alleen wanneer dit herstel leidt tot wezenlijke inhoudelijke of budgettaire wijzigingen, wordt het project opnieuw voorgelegd aan het programmateam en de stuurgroep.

5.Besluitvorming over bijdragen uit de specifieke uitkering Regio Deal Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis besluit, in haar rol als regiokassier, over het toekennen van bijdragen uit de Regio Deal. Het college neemt dit besluit op basis van: een positief advies van de stuurgroep; de uitkomsten van de financiële, juridische en rechtmatigheidstoets zoals uitgevoerd door de gemeente Sluis.

6.Vaststelling, beschikking en bevoorschotting Na een positief besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis wordt de bijdrage formeel vastgelegd. Afhankelijk van de aard van de gekozen financieringsvorm betreft dit: ·een subsidiebeschikking; ·een overeenkomst met een medeoverheid; ·of een opdracht aan een derde. De gemeente Sluis draagt zorg voor de juridische vastlegging, administratieve verwerking en de inrichting van de bevoorschotting. Bevoorschotting vindt plaats conform de vastgestelde beschikking, overeenkomst of opdracht en de daarvoor geldende wettelijke en financiële kaders. 7.Uitvoering, monitoring en evaluatie Na vaststelling en bevoorschotting start het project met de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de inhoudelijke en financiële verantwoording ligt primair bij de projectverantwoordelijke.

13

Gedurende de looptijd van het project: levert de projectverantwoordelijke inhoudelijke en financiële voortgangsrapportages aan via de door het programma vastgestelde formats en tools voor portfoliomanagement; worden de afspraken uit het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland en de verplichtingen uit de beschikking, overeenkomst of opdracht nageleefd; vindt monitoring en dataverzameling plaats in samenwerking met het programmateam. De programmamanager voert, met ondersteuning van het programmateam periodieke voortgangsgesprekken met de projectverantwoordelijke. Deze gesprekken en rapportages worden zodanig gepland dat zij input leveren voor de jaarlijkse programmabrede voortgangsrapportage, die vóór 15 juni wordt opgesteld en vóór 15 juli wordt ingediend bij het Rijk, conform het convenant. De uitkomsten van de monitoring en voortgangsgesprekken worden voorgelegd aan de stuurgroep en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis en betrokken bij de programmasturing. Indien bijsturing nodig blijkt, wordt dit voorgelegd aan de stuurgroep en – indien van toepassing – aan het college van Sluis. Dit kan leiden tot aanpassing van het project, de beschikking of in het uiterste geval tot beëindiging van de bijdrage.

Op programmaniveau werkt het programmateam voor de evaluatie samen met het HZ Kenniscentrum, uitvoerder van de Regionale Monitor Brede Welvaart. De evaluatie wordt voorgelegd aan de stuurgroep en het college van Sluis en geagendeerd in het OZO, het Rijk–Regio-overleg en de gemeenteraad van Sluis. 8.Verantwoording en (eind)rapportage aan het Rijk Na afronding van een project levert de projectverantwoordelijke een eindrapportage aan. Deze bestaat ten minste uit: een inhoudelijke eindverantwoording over de behaalde resultaten, impact en leervragen. een financiële eindverantwoording eventuele accountantsverklaringen, indien vereist in de beschikking en/of wet- en regelgeving. Op basis van de verantwoording van de projecten verzorgt de gemeente Sluis, in haar rol als regiokassier, de programmabrede rapportage en verantwoording aan het Rijk. De projectrapportages en eindverantwoordingen vormen de basis voor: de programmabrede evaluatie en rapportage aan stuurgroep, OZO en het Rijk–Regio-overleg; de jaarlijkse SiSa-verantwoording; de financiële rapportage aan het Rijk.

Voorbereiding en selectie projecten. Deal gesloten en convenant getekend

Partijen dienen met hun partners geselecteerde projecten in

Stuurgroep toetsing en advisering

Regiokassier gemeente Sluis formeel besluit

Looptijd Regio Deal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio's: 2025 - 2029

Schema 1. Proces van de Regio Deal

Foto werkplek

14

B. TOETSINGSCRITERIA De toetsingscriteria worden toegepast bij de inhoudelijke beoordeling van de projectkaarten door het programmateam en de stuurgroep. De criteria hebben betrekking op de inhoudelijke kwaliteit, programmatische samenhang en haalbaarheid van projecten binnen het Regio Deal programma Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. 1. Bijdragen aan de programmadoelen Het project levert een aantoonbare bijdrage aan de doelen en beoogde resultaten van de betreffende programmalijn binnen de Regio Deal programma. 2. Aansluiting bij Rijk-Regio afspraken Het project sluit aan bij en handelt in overeenstemming met de afspraken die in het convenant Regio Deal vastgelegd met afzonderlijke departementen, voor zover deze relevant zijn voor het project. 3. Continuïteit en maatschappelijke impact Het project levert aantoonbare en blijvende waarde op voor inwoners binnen het werkgebied van het project. De borging van resultaten na afloop van de Regio Deal is concreet uitgewerkt, passend bij de schaal van het project. 4. Inhoudelijke en financiële rechtmatigheid Het projectontwerp is zodanig uitgewerkt dat activiteiten en kosten aantoonbaar zijn ingericht om te voldoen aan de geldende wettelijke en financiële kaders voor rechtmatige besteding van publieke middelen..

Bij de beoordeling wordt onder meer gekeken naar: · de mate waarin activiteiten en kosten passen binnen de doelstellingen van de Regio Deal; · voorkoming ongeoorloofde staatssteun; · aandacht voor BTW en overige fiscale aspecten; · aansluiting bij relevante sectorspecifieke verantwoording (zoals BBV en SiSa voor gemeenten, WEB/WHW voor onderwijsinstellingen, Wmg/Wtza voor zorginstellingen); (NB: de formele rechtmatigheidstoets vindt plaats in stap 4 van de procedure door de regiokassier.) 5. Inwoners- en jongerenparticipatie Het project betrekt inwoners, waaronder jongeren, actief bij de vormgeving en uitvoering. Waar passend wordt aansluiting gezocht bij bestaande initiatieven en netwerken zoals JouwZeeland, HOPLR, Zeeland Bruist, De Reuringdienst en Rootzz. Kosten voor participatie kunnen als subsidiabele kosten worden opgevoerd. 6. Cofinanciering De projectbegroting toont voldoende en evenwichtige cofinanciering door de Zeeuwse partij(en) en eventuele partners. Per programmalijn is het uitgangspunt dat de totale cofinanciering minimaal gelijk is aan de rijksbijdrage.

Cofinanciering kan bestaan uit: eigen financiële middelen, inclusief middelen uit andere (rijks)regelingen, mits geen sprake is van dubbele bekostiging en dit is toegestaan binnen de betreffende regeling of met toestemming van de de oorspronkelijke verstrekker; bijdragen in natura (in-kind) met uren of prestaties, mits aantoonbaar projectgerelateerd en deugdelijk geregistreerd. Foto werkplek

15

Voor in-kind bijdragen gelden onder meer de volgende uitgangspunten: • waardering tegen aantoonbaar gangbare tarieven, conform sectorale richtlijnen (zoals Handleiding Overheidstarieven (HOT), de Integrale Kostensystematiek (IKS) of voor bedrijven, het vaste uurtarief uit het Regionaal Investeringsfonds MBO. • onderbouwing via urenstaten en tariefverantwoording; • een verklaring dat geen dubbeltelling of samenloop met andere financieringsbronnen plaatsvindt. 7. Uitvoerbaarheid Het project is uitvoerbaar binnen de beschikbare capaciteit, financiële middelen en looptijd van het programma (tot en met 31 december 2029). Planning, sturing en risicobeheersing zijn realistisch uitgewerkt. 8.Samenwerking en kennisdeling Het project versterkt de samenwerking tussen Zeeuwse partijen en draagt bij aan een gezamenlijke, programmabrede aanpak. De verbinding met relevante netwerken en – waar van toepassing – met het Rijk is helder beschreven.

C. VOORWAARDEN Deze voorwaarden gelden voor alle projecten die een bijdrage ontvangen uit de Regio Deal. Naleving van deze voorwaarden is vereist voor toekenning, bevoorschotting en eindafrekening. 1.Toepasselijke kaders Het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met: - het Convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland; - het vastgestelde programmaplan Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s; - de subsidieverordening en -regeling van de gemeente Sluis specifiek voor deze Regio Deal. 2.Medewerking aan monitoring en evaluatie Projectverantwoordelijken werken mee aan inhoudelijke en financiële monitoring en evaluatie op project- en programmaniveau, via de voor het programma vastgestelde formats. Waar relevant leveren projecten een bijdrage aan het jaarlijkse Rijk–Regio-overleg. 3.Voortgangs- en verantwoordingsverplichtingen Projectverantwoordelijken leveren tijdig de benodigde rapportages aan, te weten: jaarlijks uiterlijk op 30 april de financiële rapportage over het voorgaande jaar aan, inclusief accountantscontrole indien vereist. jaarlijks uiterlijk op 30 april en 31 oktober een inhoudelijke voortgangsrapportage (resultaten, indicatoren en leervragen uit de projectkaart) en een financiële prognose.

Deze rapportages sluiten aan bij de reguliere planning- en controlcyclus en vormen de basis programmabrede verantwoording aan stuurgroep, OZO en het Rijk, waaronder de jaarlijkse rapportage die vóór 15 juni wordt opgesteld en vóór 15 wordt ingediend. 4.Communicatie-eisen In alle publieke communicatie-uitingen wordt vermeld dat het project mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage uit de Regio Deal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. Waar relevant nemen projecten deel aan regionale bijeenkomsten over de Zeeuwse aanpak vitale regio’s.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16979070/1