Reacties zienswijzen begroting 2026
Tekst van het document
Onderwerp: Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland m.b.t. de ontwerpbegroting 2026, inclusief reactie RUD Zaaknummer: (nummer) Terneuzen, 8 september 2025 Portefeuillehouder MT: Directeur Opsteller: Concerncontroller ________________________________________________________________________ Op 14 april 2025 heeft het dagelijks bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de ontwerpbegroting 2026. Tevens heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het voorleggen van de ontwerpbegroting 2026 voor zienswijze aan de deelnemers. Dit document bevat alle ingekomen zienswijzen van de Zeeuwse gemeenten en de Provinciale Staten die deelnemer zijn van RUD Zeeland, inclusief de reactie op deze zienswijzen door de RUD. Samenvatting ingediende zienswijzen 14 deelnemers hebben een zienswijze ingediend met betrekking tot de ontwerpbegroting 2026. De volgende 7 gemeenteraden en Provinciale Staten hebben een positieve zienswijze ingediend, al dan niet met voorwaarden: ▪ Borsele, Goes, Middelburg, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland, Vlissingen, Tholen en Provincie Zeeland. Hierbij heeft de gemeenteraad van Tholen een positieve zienswijze ingediend met het nadrukkelijke verzoek om de ontwerpbegroting 2026 in lijn te brengen met VZG-indexatie en de bezuinigingsrichtlijn.
De gemeenteraad van Middelburg en Vlissingen gaat niet akkoord met de toepassing van de inflatiecorrectie in de ontwerpbegroting 2026. De volgende 6 gemeenten hebben geheel of deels een negatieve zienswijze ingediend over de ontwerpbegroting 2026: ▪ Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen, Veere. Hierbij heeft de gemeenteraad van Reimerswaal een negatieve zienswijze ingediend als het gaat om het niet toepassen van de bezuinigingsrichtlijn en niet als het gaat om de indexatie. De gemeenteraad van Veere geeft geen oordeel over de toepassing van de bezuinigingsrichtlijn in de ontwerpbegroting 2026. Daarnaast geeft de gemeente Veere aan wel in te stemmen met de indexering maar voor een lager bedrag als gevolg van het feit dat men niet instemt met de aanvullende middelen ten behoeve van het ingroeimodel en de bijbehorende indexering. Op basis van de ingediende zienswijzen kan geconcludeerd worden dat er veel tegengeluiden zijn op de inflatie en niet uitgevoerde bezuinigingsrichtlijn vanuit de gemeenten. Door deze tegengeluiden kan niet tot een 2/3° meerderheid gekomen worden die volgens de GR nodig is in het AB om in te stemmen met de ontwerpbegroting 2026.
Algemene reactie op de ingediende zienswijzen In een aantal zienswijzen wordt aangegeven dat er niet wordt voldaan aan de VZG-indexatierichtlijn en in een aantal zienswijzen wordt eveneens aangegeven dat niet wordt voldaan aan de VZGbezuinigingsrichtlijn.
Aangezien er binnen de RUD sprake is van het traject van robuust worden waarbij voldaan moet worden aan 6 KPI’s is er sprake van een aparte situatie. De KPI met betrekking tot de omvang van het regionaal werkprogramma (basis- en milieu gerelateerde plustaken) gaat uit van een ondergrens die gekoppeld is aan het prijspeil van het betreffende begrotingsjaar. Om die reden is ervoor gekozen om, in afwijking van de VZG-richtlijn 2026, toch indexering toe te passen. Deze indexering is gebaseerd op de jaarschijf 2026 voor ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en ‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel’ uit de septembercirculaire 2024, zie hieronder:
De KPI met betrekking tot de omvang van het regionaal werkprogramma (basis- en milieu gerelateerde plustaken) geeft aanleiding om voor 2026 geen bezuiniging door te voeren in het streven om een robuuste RUD te realiseren. Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland Gemeente Borsele Positieve zienswijze De begroting 2026: een positieve zienswijze. Gemeente Goes Positieve zienswijze In zijn vergadering van 26 juni 2025 heeft de gemeenteraad van Goes uw Jaarrekening 2024 en begroting 2026 behandeld. Voor wat betreft deze stukken kan de gemeenteraad instemmen met de zienswijze die door het college van B&W aan de raad is voorgelegd.
Gemeente Hulst Negatieve Zienswijze
Reactie RUD Zeeland: 1. Zie algemene reactie aan het begin van het document. 2. Er is sprake van het volgende gevraagde besluit:
Het Algemeen Bestuur is in de vergadering van maandag 24 maart 2025 akkoord gegaan met het voorstel om een huurovereenkomst voor 5 jaar in Middelburg aan te gaan en een overeenkomst aangaande ondersteunende taken met Provincie Zeeland eveneens voor 5 jaar. Dit besluit betekent dat de totale structurele kosten stijgen met € 1.836.720 in 2026. Er is derhalve sprake van structurele kosten vanaf 2026 en niet vanaf 2025. In 2025 is sprake van incidentele kosten van € 1.597.150 en het voorstel is om deze te dekken uit de budgetten voor Robuuste RUD en dit te verwerken in de 1e bestuursrapportage 2025. Hiermee is het voorstel om dit budgettair neutraal te regelen voor 2025 waardoor er geen hogere deelnemersbijdrage over 2025 ontstaat voor de deelnemers. Om die reden is dan ook geen begrotingswijziging over 2025 voorgelegd aan de deelnemers. Als het gaat om het voorleggen via een zienswijzeprocedure in dit traject dan was gezien de financiële impact van dit besluit een zienswijze procedure langs raden en staten benodigd voor de structurele financiële consequenties vanaf 2026, maar dat was niet meer mogelijk omdat de Provincie in april aan de slag moet met het voorbereiden om de ondersteuning vanaf 1 januari te garanderen. Het was een worsteling voor alle bestuurders van de Gemeenschappelijke Regeling RUD Zeeland om zonder zienswijzeprocedure een dergelijk besluit te moeten nemen.
Het belang van de continuïteit van de dienst en de zorg voor de medewerkers heeft het AB doen besluiten dit voorstel aan te nemen zonder zienswijze procedure. Wat hierbij ook een rol speelde was de positieve zienswijze van de begeleidingscommissie. Ook vanuit juridisch perspectief kunnen deze besluiten door het AB en DB rechtmatig genomen worden. Als Dagelijks Bestuur en directie betreuren wij de wijze waarop het proces is verlopen en de positie waarin bestuurders en volksvertegenwoordiging zijn gebracht. Het traject van huisvesting en ondersteuning hadden we eerder moeten starten (parallel aan verkenning samenwerking GGD/VRZ). Dan hadden we impact en meerkosten eerder in beeld gehad, zodat een reguliere procedure gevolgd had kunnen worden. 3. In het voorstel overdracht VTH archieftaken is aangegeven dat de colleges (B&W en GS) verantwoordelijk zijn voor de archivering en het beheer van de VTH-dossiers die bij de RUD Zeeland gevormd worden, omdat deze taken niet zijn gemandateerd. Het betreft dus het uitvoeren van aanvullende taken door de RUD waarvoor expliciete besluitvorming bij de deelnemers zelf dient
plaats te vinden. Vandaar dat dit traject in om tot besluitvorming te komen bij de deelnemers in gang is gezet. Omdat deze besluitvorming nog dient plaats te vinden zijn de kosten en de bijbehorende dekking niet in de ontwerpbegroting 2026 opgenomen. Het voorstel is voorzien van een overzicht van de kosten die met de betreffende taken gemoeid zijn en het effect wat hieruit voortvloeit op de deelnemersbijdrage. Na een positieve besluitvorming kunnen de effecten worden verwerkt in een begrotingswijziging voor het jaar 2026 en, afhankelijk van het moment van besluitvorming, structureel worden verwerkt vanaf de ontwerpbegroting 2027. 4. Er is in het AB van 9 september 2024 besloten (zie besluitenlijst AB die is geagendeerd in de vergadering van het AB op 9 december 2024) bij de vaststelling van de 3e begrotingswijziging 2024 om de 3e begrotingswijziging 2024 conform het voorliggende voorstel vast te stellen, maar voor de jaren daarna de begroting vooralsnog vast te stellen op € 16,5 mln. (prijspeil 2023). De discussie die toen is gevoerd en het besluit waren sterk gericht op 2025 en is ook de basis geweest voor de 1e begrotingswijziging 2025 (waarbij het afgetopte bedrag over 2025 van € 16,5 mln. voor de jaren 2024 en 2025 is geïndexeerd en zo naar het prijspeil 2025 is gebracht).
Hierbij is de insteek geweest om vanaf 2026 het ingroeimodel weer als uitgangspunt te nemen, vandaar dat is opgenomen “vooralsnog” in de besluitvorming, en dit weer voor nadere afweging aan de deelnemers voor te leggen. Deze insteek is gebaseerd op het feit dat het AB het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel eveneens in de ABvergadering van 9 september 2024 heeft aangenomen. Hierbij is de aftopping voor 2025 een besluit geweest die ook als zodanig voor 2025 wordt gehanteerd, maar is eveneens ingestemd met een groei in 2027 naar € 18,3 mln. en is in de ontwerpbegroting 2026 dus het ingroeimodel als uitgangspunt genomen om zo alsnog invulling te geven aan het besluit over het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel. Voor de VZG-indexatierichtlijn en -bezuinigingsrichtlijn wordt verwezen naar de algemene reactie aan het begin van het document. 5. Voor de toename van de taken, toename van het aantal FTE en de ontwikkeling van organisatie om gesteld te staan voor de toekomstige opgave is een implementatieplan opgesteld, gebaseerd op de inhoud en voorgenomen maatregelen uit het opgestelde plan van aanpak. Inmiddels zijn we qua uitvoering van het implementatieplan in de fase dat er een organisatieplan kan worden voorgelegd aan het dagelijks bestuur.
Na deze vaststelling kan worden overgegaan tot nadere invulling van het organisatieplan. De genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten zijn voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. 6. De deelnemers worden over de voortgang van het plan via periodieke rapportages geinformeerd. 7. Hierover worden de deelnemers geinformeerd via de periodieke rapportages. 8. Zoals onder punt 5 al is aangegeven zijn de genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. Hierbij is dus het uitgangspunt dat conform de insteek van het plan van aanpak er per 1 april 2026 sprake is van een
"Toekomstbestendige en robuuste RUD". De middelen die zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 zijn gebaseerd op dit uitgangspunt en worden daarmee als realistisch gezien. 9. De doelstelling is op dit moment dat er sprake is van een" Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. Tot op heden is er geen zicht op een hogere Rijksbijdrage in de totstandkoming hiervan. Derhalve is de huidige insteek gekozen om te gaan voldoen aan de doelstelling. Mochten er naar de toekomst toe aanvullende middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen dan zal dit tot een aanpassing van de huidige insteek leiden en worden verwerkt in de financiële dekking van onze organisatie.
Gemeente Kapelle Negatieve zienswijze Een negatieve zienswijze in te dienen over de begroting 2026 van de RUD Zeeland en daarbij de RUD Zeeland te verzoeken om af te zien van het uitgangspunt dat de VZG-normen niet van toepassing zouden zijn op een GR in transitie en alsnog met een plan te komen waarin tegemoet wordt gekomen aan de VZG-afspraken. De RUD Zeeland voorts te verzoeken om; - In de toekomst de deelnemers nog meer proactief en volledig te informeren over voorgenomen begrotingswijzigingen. - De algehele kosten van eigen bedrijfsvoering inclusief de huisvesting kritisch onder de loep te nemen, de noodzaak tot verdubbeling van de organisatiekosten te heroverwegen, de organisatiekosten te voorzien van een concrete motivering en tenslotte de betreffende bedragen nader te onderbouwen. Reactie RUD Zeeland: Voor de VZG-indexatierichtlijn en -bezuinigingsrichtlijn wordt verwezen naar de algemene reactie aan het begin van het document. Om invulling te geven aan de meer proactieve informatievoorziening is afgesproken om periodiek te rapporteren over een aantal belangrijke dossiers die van belang zijn voor de deelnemers. De 1e periodieke rapportage is op 14 juli 2025 aangeboden gemeenteraadsleden en Provinciale Staten. De algehele kosten van eigen bedrijfsvoering inclusief de huisvesting zijn via een afzonderlijk traject inzichtelijk gemaakt.
Hier ligt een aanbod onder van de provincie Zeeland waarin de kosten inzichtelijk zijn gemaakt voor de divere onderdedelen. Op dit aanbod heeft op verzoek van de RUD een toets plaatsgevonden door Berenschot. Hoewel deze overdracht PIOFACH taken leidt tot hogere kosten, zijn die in lijn met het prijspeil 2025 en gerechtvaardigd door het hogere serviceniveau. Een benchmark bevestigt dat het provinciale aanbod marktconform is.
Gemeente Middelburg Zienswijze
Reactie RUD Zeeland: 1. Er zal nader worden bekeken of het opstellen van een Impactanalyse om te onderzoeken op welke onderdelen bezuinigd kan worden haalbaar is. 2. N.v.t. 3. Zie algemene reactie aan het begin van het document met betrekking tot de inflatiecorrectie. Gemeente Noord-Beveland Positieve Zienswijze De gemeenteraad van Noord-Beveland heeft op donderdag 26 juni jl. besloten in te stemmen met de ontwerpbegroting 2026 RUD Zeeland en dus een positieve zienswijze in te dienen. De raad onderschrijft de noodzaak van een robuuste RUD en de daartoe benodigde middelen, ten behoeve van een zelfstandig voortbestaan en het bereiken van een veilig, schoon en duurzaam Zeeland.
Gemeente Reimerswaal Negatieve zienswijze Enige tijd geleden heeft u ons de ontwerpbegroting 2026 toegezonden. In deze begroting zitten de kosten verwerkt voor de nieuwe huisvesting en de uitvoering van de PIOFAC-taken door de provincie Zeeland. Wij kunnen ons niet vinden in het feit dat u ons niet heeft geraadpleegd over de plannen en bijbehorende kosten. Concreet voelen wij ons gepasseerd, doordat er geen zienswijze-procedure is gevoerd, terwijl de financiële consequenties fors zijn. Wij zijn van mening dat u een niet-rechtsgeldig besluit heeft genomen. Daarbij is de bezuinigingsmaatregel van de VZG van -2,2% niet in de ontwerpbegroting doorgevoerd. Onze gemeente moet komende jaren rekening houden met een forse daling van de Algemene Uitkering. Op allerlei gebieden treffen wij maatregelen om deze daling te compenseren, ook door kostenbesparingen. Wij zijn van mening dat de aan ons verbonden partijen ook mee moeten
bewegen en de VZG-bezuinigingsrichtlijn toe moeten passen, het zogenaamde `trap op trap af'principe. Dit alles is voor ons reden om thans een negatieve zienswijze af te geven. Reactie RUD Zeeland: 1. Als het gaat om het voorleggen via een zienswijzeprocedure in dit traject dan was gezien de financiële impact van dit besluit een zienswijze procedure langs raden en staten benodigd voor de structurele financiële consequenties vanaf 2026, maar dat was niet meer mogelijk omdat de Provincie in april aan de slag moet met het voorbereiden om de ondersteuning vanaf 1 januari te garanderen. Het was een worsteling voor alle bestuurders van de Gemeenschappelijke Regeling RUD Zeeland om zonder zienswijzeprocedure een dergelijk besluit te moeten nemen. Het belang van de continuïteit van de dienst en de zorg voor de medewerkers heeft het AB doen besluiten dit voorstel aan te nemen zonder zienswijze procedure. Wat hierbij ook een rol speelde was de positieve zienswijze van de begeleidingscommissie. Ook vanuit juridisch perspectief kunnen deze besluiten door het AB en DB rechtmatig genomen worden. Als Dagelijks Bestuur en directie betreuren wij de wijze waarop het proces is verlopen en de positie waarin bestuurders en volksvertegenwoordiging zijn gebracht. Het traject van huisvesting en ondersteuning hadden we eerder moeten starten (parallel aan verkenning samenwerking GGD/VRZ).
Dan hadden we impact en meerkosten eerder in beeld gehad, zodat een reguliere procedure gevolgd had kunnen worden. 2. Zie algemene reactie aan het begin van het document.
Gemeente Schouwen-Duiveland Positieve zienswijze Een positieve zienswijze te geven op de ontwerpbegroting 2026.
Gemeente Sluis Negatieve zienswijze: In afwijking van het positieve advies van de Begeleidingscommissie adviseert de Samenstellingscommissie een negatieve zienswijze in te dienen. Er wordt niet voldaan aan de VZG- indexatie en bezuinigingsrichtlijn. In de begroting 2026 zijn de financiële consequenties verwerkt van de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026, gebaseerd op het desbetreffende AB voorstel van 25 maart 2025. In dit voorstel is onder punt f opgenomen: "Het algemeen bestuur voorstellen om in te stemmen om dit voorstel niet voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers en de verwachte meerkosten per deelnemer te melden bij de desbetreffende besturen zodat die ze kunnen betrekken bij de voorbereiding van hun begroting 2026". Dit is ten onrechte niet via een begrotingswijziging 2025 voorgelegd aan de deelnemers, omdat er vanaf 2025 al structurele effecten aan dit voorstel verbonden waren, waardoor de deelnemers niet tijdig hierop hebben kunnen reageren. Daarnaast merken wij op dat gelijktijdig met de begroting 2026 een voorstel is aangeboden rond de overdracht van de VTH archieftaken met financiële consequenties voor de deelnemers welke niet in de begroting 2026 zijn verwerkt. Het format van de werkgroep gemeenschappelijke regelingen is niet ingevuld door de begeleidingscommissie.
Zienswijze De gemeenteraad heeft besloten een negatieve zienswijze in te dienen op de begroting 2026 conform het advies van de Samenstellingscommissie. Aanvullend op het advies van de Samenstellingscommissie hebben wij de volgende kanttekeningen/opmerkingen op de begroting. Kanttekeningen 1. Er wordt niet voldaan aan de VZG-indexatierichtlijn en bezuinigingsrichtlijn 2.
De keuzes in het plan van aanpak liggen boven de vastgestelde minimale KPI’s van het
Rijk. De gemeenten hebben in 2026 te maken met een bezuiniging in het gemeentefonds. Voor de GR'en geldt daarom de VZG-indexatie en bezuinigingsrichtlijn. We zijn van mening dat hier in het implementatieplan rekening mee gehouden moet worden. 1. In de eerste begrotingswijziging 2025 zijn de middelen gemaximeerd op 16,5 miljoen euro (prijspeil 2023). In de ontwerpbegroting 2026 staat dat deze maximering niet meer aan de orde is. Hierover heeft nog geen besluitvorming binnen het algemeen bestuur plaatsgevonden. Geen duidelijkheid Daarnaast hebben wij op de volgende punten geen duidelijkheid hoe de stand van zaken is. 1. Op pagina 4 van de ontwerpbegroting staat dat er een implementatieplan Robuuste RUD ligt. Volgens dat plan vond in maart en april de uitwerking van het respectievelijk organisatieontwerp en formatieplan plaats. Deze stukken zijn nog niet aanwezig. Dit heeft direct een relatie met het hoofdstuk 7 "Financiële effecten" van het plan van aanpak Robuuste RUD. Hier staat dat de opgenomen bedragen, inschattingen van de kosten zijn gebaseerd op de informatie die op het moment van opstellen van het plan van aanpak beschikbaar was. Bij nadere uitwerking en implementatie van het plan geeft dit een concreter beeld. 1. Generieke taken worden begroot op circa 1/3e deel van de deelnemersbijdrage. Aangegeven wordt dat de generieke kosten voor 2026 hoog uitvallen.
De basis voor de ontwerpbegroting is het destijds opgestelde ingroeimodel. Aangegeven wordt dat het ingroeimodel onlangs is geactualiseerd. Van deze actualisatie hebben wij helaas nog geen stukken mogen ontvangen. Aangegeven wordt dat de nadere uitwerking van het ingroeimodel tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD plaatsvindt in 2025. In afwachting van deze nadere prioritering staan nog niet geprioriteerde functies in een 'vergaarbak' en zijn in totaliteit ogenomen in het onderdeel generiek. Na prioritering worden deze functies uiteindelijk ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Dit kan gevolgen hebben op de deelnemersbijdrage per deelnemer, maar niet op de totale deelnemersbijdrage. In 2025 wordt een plan voorgelegd voor de inzet van generieke taken in 2026. We hebben geen inzicht omdat dit nog niet aanwezig is. 1. Volgens het Plan van aanpak Robuuste RUD wordt 43,6 fte aangetrokken. Het werven hiervan start pas in augustus 2025. Het is de vraag of het realistisch te noemen is dat in 2026 al dit personeel kan worden aangetrokken. Enerzijds door tijdspad en capaciteit voor inwerken, anderzijds door de schaarste op de arbeidsmarkt. Ook is het plan voor deze werving en selectie ons niet bekend. Omdat we verwachten dat in 2026 niet alle fte’s gevuld zijn willen we hiervoor realistische bedragen opgenomen zien in de begroting 2026.
2.
Gelijktijdig met de begroting 2026 is een voorstel is aangeboden voor zienswijze rond de overdracht van de VTH archieftaken. Deze ontwikkeling is niet benoemd in het AB-voorstel over de begroting 2026. Onze zienswijze op het voorstel overdracht VTH archieftaken zenden wij u apart toe.
Verdere overwegingen Gelopen traject Gezien de loop van het traject realiseren wij ons dat door tijdsdruk (1 april 2026) processen onzorgvuldig lopen of niet gelopen kunnen worden. Onzorgvuldigheid zorgt weer voor onrust, onbegrip en minder vertrouwen. Door het niet op tijd afronden van processen zijn de benodigde maatregelen voor een robuuste RUD niet op tijd te nemen. Het risico bestaat dat er geen RUD Zeeland meer kan zijn en er een gedwongen fusie komt. Wij willen een schoon en veilig Zeeland, maar zoals hiervoor aangegeven willen wij ook een realistische begroting 2026. Wij vragen dan ook dit bij de staatssecretaris kenbaar te maken. Daarnaast met het dringende verzoek de deadline van 1 april 2026 te herzien. Financiële middelen Rijk Eerder dienden we als Zeeuwse Vlaamse gemeenten een zienswijze in waarin we aangeven dat het Rijk extra financiële middelen beschikbaar moet stellen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst Zeeland. Deze zienswijze stuurden wij ook in afschrift naar de staatssecretaris van Infrastructuur en
Waterstaat. De Provincie Zeeland en daarmee het werkgebied van de RUD, heeft het tweede grootste risicoprofiel van heel Nederland. Het is daarom niet reëel om de steeds stijgende kosten neer te blijven leggen bij de deelnemers terwijl de bijdrage van het Rijk achter blijft. Zeker in het kader van het Nationaal Programma Vitale Regio's mag niet verwacht worden dat de deelnemersbijdrage blijft stijgen, zonder extra bijdrage van het Rijk. We vragen u met klem: . Verstrek ons de bij bovenstaande punten gevraagde informatie. . Geef inzicht over tijdspad en voortgang. . Stel een financieel realistische begroting op die past bij wat daadwerkelijk kan worden uitgevoerd.
Reactie RUD Zeeland: 1. Zie algemene reactie aan het begin van het document. 2. Zie algemene reactie aan het begin van het document. 1. Er is in het AB van 9 september 2024 besloten (zie besluitenlijst AB die is geagendeerd in de vergadering van het AB op 9 december 2024) bij de vaststelling van de 3e begrotingswijziging 2024 om de 3e begrotingswijziging 2024 conform het voorliggende voorstel vast te stellen, maar voor de jaren daarna de begroting vooralsnog vast te stellen op € 16,5 mln. (prijspeil 2023). De discussie die toen is gevoerd en het besluit waren sterk gericht op 2025 en is ook de basis geweest voor de 1e begrotingswijziging 2025 (waarbij het afgetopte bedrag over 2025 van € 16,5 mln. voor de jaren 2024 en 2025 is geïndexeerd en zo naar het prijspeil 2025 is gebracht). Hierbij is de insteek geweest om vanaf 2026 het ingroeimodel weer als uitgangspunt te nemen, vandaar dat is opgenomen “vooralsnog” in de besluitvorming, en dit weer voor nadere afweging aan de deelnemers voor te leggen. Deze insteek is gebaseerd op het feit dat het AB het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel eveneens in de ABvergadering van 9 september 2024 heeft aangenomen. Hierbij is de aftopping voor 2025 een besluit geweest die ook als zodanig voor 2025 wordt gehanteerd, maar is eveneens ingestemd met een groei in 2027 naar € 18,3 mln.
en is in de ontwerpbegroting 2026 dus het ingroeimodel als uitgangspunt genomen om zo alsnog invulling te geven aan het besluit over het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel. 1. Voor de toename van de taken, toename van het aantal FTE en de ontwikkeling van organisatie om gesteld te staan voor de toekomstige opgave is een implementatieplan opgesteld, gebaseerd op de inhoud en voorgenomen maatregelen uit het opgestelde plan van aanpak. Inmiddels zijn we qua uitvoering van het implementatieplan in de fase dat er een organisatieplan kan worden voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Na deze vaststelling kan worden overgegaan tot nadere invulling van het organisatieplan. De genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten zijn voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. 1. De deelnemers worden over de voortgang van het plan via periodieke rapportages geïnformeerd. Over de nadere uitwerking van het ingroeimodel worden de deelnemers geinformeerd via de periodieke rapportages. 1. Zoals eerder al is aangegeven zijn de genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. Hierbij is dus het uitgangspunt dat
conform de insteek van het plan van aanpak er per 1 april 2026 sprake is van een "Toekomstbestendige en robuuste RUD". De middelen die zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 zijn gebaseerd op dit uitgangspunt en worden daarmee als realistisch gezien. 2. In het voorstel overdracht VTH archieftaken is aangegeven dat de colleges (B&W en GS) verantwoordelijk zijn voor de archivering en het beheer van de VTH-dossiers die bij de RUD Zeeland gevormd worden, omdat deze taken niet zijn gemandateerd. Het betreft dus het uitvoeren van aanvullende taken door de RUD waarvoor expliciete besluitvorming bij de deelnemers zelf dient plaats te vinden. Vandaar dat dit traject in om tot besluitvorming te komen bij de deelnemers in gang is gezet. Omdat deze besluitvorming nog dient plaats te vinden zijn de kosten en de bijbehorende dekking niet in de ontwerpbegroting 2026 opgenomen. Het voorstel is voorzien van een overzicht van de kosten die met de betreffende taken gemoeid zijn en het effect wat hieruit voortvloeit op de deelnemersbijdrage. Na een positieve besluitvorming kunnen de effecten worden verwerkt in een begrotingswijziging voor het jaar 2026 en, afhankelijk van het moment van besluitvorming, structureel worden verwerkt vanaf de ontwerpbegroting 2027.
De uitkomsten van het begrotingstraject 2026 zullen onderdeel zijn van de periodieke rapportages die worden ingediend bij I&W, hierbij is de deadline van 1 april 2026 op dit moment een hard gegeven. Wij zullen via deze periodeike rapportages rapporteren over de stand van zaken en de impact die dit heeft op het tijdig realiseren van het robuust worden. De doelstelling is op dit moment dat er sprake is van een" Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. Tot op heden is er geen zicht op een hogere Rijksbijdrage in de totstandkoming hiervan. Derhalve is de huidige insteek gekozen om te gaan voldoen aan de doelstelling. Mochten er naar de toekomst toe aanvullende middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen dan zal dit tot een aanpassing van de huidige insteek leiden en worden verwerkt in de fnanciele dekking van onze organisatie.
Gemeente Tholen Positieve zienswijze:
Reactie RUD Zeeland: Zie algemene reactie boven in het document m.b.t. de VZG-indexatie en de bezuinigingsrichtlijn.
Gemeente Terneuzen Negatieve zienswijze
Reactie RUD Zeeland: 1. Zie algemene reactie aan het begin van het document. 2. Zie algemene reactie aan het begin van het document. 3. Er is in het AB van 9 september 2024 besloten (zie besluitenlijst AB die is geagendeerd in de vergadering van het AB op 9 december 2024) bij de vaststelling van de 3e begrotingswijziging 2024 om de 3e begrotingswijziging 2024 conform het voorliggende voorstel vast te stellen, maar voor de jaren daarna de begroting vooralsnog vast te stellen op € 16,5 mln. (prijspeil 2023). De discussie die toen is gevoerd en het besluit waren sterk gericht op 2025 en is ook de basis geweest voor de 1e begrotingswijziging 2025 (waarbij het afgetopte bedrag over 2025 van € 16,5 mln. voor de jaren 2024 en 2025 is geïndexeerd en zo naar het prijspeil 2025 is gebracht). Hierbij is de insteek geweest om vanaf 2026 het ingroeimodel weer als uitgangspunt te nemen, vandaar dat is opgenomen “vooralsnog” in de besluitvorming, en dit weer voor nadere afweging aan de deelnemers voor te leggen. Deze insteek is gebaseerd op het feit dat het AB het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel eveneens in de ABvergadering van 9 september 2024 heeft aangenomen. Hierbij is de aftopping voor 2025 een besluit geweest die ook als zodanig voor 2025 wordt gehanteerd, maar is eveneens ingestemd met een groei in 2027 naar € 18,3 mln.
en is in de ontwerpbegroting 2026 dus het ingroeimodel als uitgangspunt genomen om zo alsnog invulling te geven aan het besluit over het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel. 4. Voor de toename van de taken, toename van het aantal FTE en de ontwikkeling van organisatie om gesteld te staan voor de toekomstige opgave is een implementatieplan opgesteld, gebaseerd op de inhoud en voorgenomen maatregelen uit het opgestelde plan van aanpak. Inmiddels zijn we qua uitvoering van het implementatieplan in de fase dat er een organisatieplan kan worden
voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Na deze vaststelling kan worden overgegaan tot nadere invulling van het organisatieplan. De genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten zijn voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. 5. De deelnemers worden over de voortgang van het plan via periodieke rapportages geïnformeerd. 6. Over de nadere uitwerking van het ingroeimodel worden de deelnemers geinformeerd via de periodieke rapportages. 7. Zoals eerder al is aangegeven zijn de genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. Hierbij is dus het uitgangspunt dat conform de insteek van het plan van aanpak er per 1 april 2026 sprake is van een "Toekomstbestendige en robuuste RUD". De middelen die zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 zijn gebaseerd op dit uitgangspunt en worden daarmee als realistisch gezien. 8. In het voorstel overdracht VTH archieftaken is aangegeven dat de colleges (B&W en GS) verantwoordelijk zijn voor de archivering en het beheer van de VTH-dossiers die bij de RUD Zeeland gevormd worden, omdat deze taken niet zijn gemandateerd.
Het betreft dus het uitvoeren van aanvullende taken door de RUD waarvoor expliciete besluitvorming bij de deelnemers zelf dient plaats te vinden. Vandaar dat dit traject in om tot besluitvorming te komen bij de deelnemers in gang is gezet. Omdat deze besluitvorming nog dient plaats te vinden zijn de kosten en de bijbehorende dekking niet in de ontwerpbegroting 2026 opgenomen. Het voorstel is voorzien van een overzicht van de kosten die met de betreffende taken gemoeid zijn en het effect wat hieruit voortvloeit op de deelnemersbijdrage. Na een positieve besluitvorming kunnen de effecten worden verwerkt in een begrotingswijziging voor het jaar 2026 en, afhankelijk van het moment van besluitvorming, structureel worden verwerkt vanaf de ontwerpbegroting 2027. De uitkomsten van het begrotingstraject 2026 zullen onderdeel zijn van de periodieke rapportages die worden ingediend bij I&W, hierbij is de deadline van 1 april 2026 op dit moment een hard gegeven. Wij zullen via deze periodeike rapportages rapporteren over de stand van zaken en de impact die dit heeft op het tijdig realiseren van het robuust worden. De doelstelling is op dit moment dat er sprake is van een" Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. Tot op heden is er geen zicht op een hogere Rijksbijdrage in de totstandkoming hiervan. Derhalve is de huidige insteek gekozen om te gaan voldoen aan de doelstelling.
Mochten er naar de toekomst toe aanvullende middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen dan zal dit tot een aanpassing van de huidige insteek leiden en worden verwerkt in de fnanciele dekking van onze organisatie.
Gemeente Veere Negatieve zienswijze
Reactie RUD Zeeland: 1. Er is in het AB van 9 september 2024 besloten (zie besluitenlijst AB die is geagendeerd in de vergadering van het AB op 9 december 2024) bij de vaststelling van de 3e begrotingswijziging 2024 om de 3e begrotingswijziging 2024 conform het voorliggende voorstel vast te stellen, maar voor de jaren daarna de begroting vooralsnog vast te stellen op € 16,5 mln. (prijspeil 2023). De discussie die toen is gevoerd en het besluit waren sterk gericht op 2025 en is ook de basis geweest voor de 1e begrotingswijziging 2025 (waarbij het afgetopte bedrag over 2025 van € 16,5 mln. voor de jaren 2024 en 2025 is geïndexeerd en zo naar het prijspeil 2025 is gebracht). Hierbij is de insteek geweest om vanaf 2026 het ingroeimodel weer als uitgangspunt te nemen, vandaar dat is opgenomen “vooralsnog” in de besluitvorming, en dit weer voor nadere afweging aan de deelnemers voor te leggen. Deze insteek is gebaseerd op het feit dat het AB het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel eveneens in de ABvergadering van 9 september 2024 heeft aangenomen. Hierbij is de aftopping voor 2025 een besluit geweest die ook als zodanig voor 2025 wordt gehanteerd, maar is eveneens ingestemd met een groei in 2027 naar € 18,3 mln.
en is in de ontwerpbegroting 2026 dus het ingroeimodel als uitgangspunt genomen om zo alsnog invulling te geven aan het besluit over het Plan van aanpak “Samen naar een robuuste RUD” met het bijbehorende ingroeimodel. De basistaak energiebesparing is inderdaad qua aantal Fte’s opgenomen in het plan van aanpak ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ en het bijbehorende ingroeimodel. Echter zit de crux aan de kant van de dekking. Zowel in de 3e begrotingswijziging 2024 als in de 1e begrotingswijziging 2025 wordt de SPUK-THE (SPUK energie) als incidenteel dekkingsmiddel gebruikt. Vanaf de ontwerpbegroting 2026 valt de SPUK THE weg als dekkingsmiddel en verschuift de dekking van incidenteel naar structureel via een verhoging van de deelnemersbijdrage. Om invulling te geven aan de meer proactieve informatievoorziening is afgesproken om periodiek te rapporteren over een aantal belangrijke dossiers die van belang zijn voor de deelnemers. De 1e periodieke rapportage is op 14 juli 2025 aangeboden gemeenteraadsleden en Provinciale Staten. Daarnaast wordt er gewerkt aan een integrale doorkijk voor de lange termijn waarbij alle ontwikkelingen integraal in beeld worden gebracht.
Gemeente Vlissingen Positieve zienswijze Op 26 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Vlissingen, gehoord de beraadslaging in de Commissie Algemeen en Sociaal op 12 juni, besloten een positieve zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 RUD Zeeland in te dienen, met uitzondering van het niet voldoen aan de VZG-richtlijn inflatiecorrectie 0,0%. De VZG heeft de inflatiecorrectie voor 2026 bepaald op 0,0% en daarnaast nog een bezuinigingsrichtlijn meegegeven van -2,2%. Uw stellingname is dat de VZG-percentages niet bedoeld zouden zijn voor gemeenschappelijke regelingen die zich in een transitie bevinden, zoals RUD Zeeland. Tegenover uw stellingname motiveert de Vlissingse raad haar commentaar op het niet voldoen aan de VZG-richtlijn Inflatiecorrectie= 0,0% als volgt: RUD Zeeland bevindt zich in een bijzondere situatie. Dit laat echter onverlet dat bij alle kostenstijgingen vanwege taakuitbreiding, RUD Zeeland zichzelf wel een bezuinigingsdoel moet stellen. Dat de inflatiecorrectie niet op 0,0% wordt gehouden conform de VZG-
richtlijn, ziet de raad als een verkeerd signaal richting de deelnemers, die zich alle geplaatst zien voor lastige keuzen en financiële uitdagingen. Reactie RUD Zeeland: Zie algemene reactie aan het begin van het document. Provincie Zeeland Positieve zienswijze 1. Provinciale Staten gaan akkoord met de basisbegroting. 2. PS verzoeken de RUD in de nabije toekomst een meerjarenbegroting te ontwerpen t.b.v. een robuuste RUD. 3. PS blijven aandacht vragen voor de personele bezetting van de RUD. 4. Zolang de P*Q systematiek gehanteerd wordt, verzoeken PS jaarlijks een overzicht te ontvangen van de uren die aan de VTH taken besteed worden, ook in 2026. 5. PS spreken de mening uit dat de P*Q systematiek herzien dient te worden. Daarbij verzoeken PS door het bestuur van de RUD geïnformeerd te worden over het concrete tijdspad van een nieuwe financieringssystematiek en wanneer die geïmplementeerd zal worden. 6. Provinciale Staten benadrukken dat de verhoging van de deelnemersbijdrage essentieel is om te komen tot een robuuste RUD Zeeland. 7. In 2025 wensen PS tijdig geïnformeerd te worden over de totstandkoming van en daarna de geplande start en voortgang van de uitvoering van het implementatieplan om te komen tot een robuuste RUD. Daarbij wensen PS in de nabije toekomst tussentijds geïnformeerd te worden over de voortgang.
Reactie RUD Zeeland: 1. Ter kennisname. 2. De ontwerpbegroting 2026 is opgezet aan de hand van het ingroeimodel Robuuste RUD waarin een meerjarige doorkijk is gehanteerd. 3. Voor de toename van de taken, toename van het aantal FTE en de ontwikkeling van organisatie om gesteld te staan voor de toekomstige opgave is een implementatieplan opgesteld, gebaseerd op de inhoud en voorgenomen maatregelen uit het opgestelde plan van aanpak. Inmiddels zijn we qua uitvoering van het implementatieplan in de fase dat er een organisatieplan kan worden voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Na deze vaststelling kan worden overgegaan tot nadere invulling van het organisatieplan. De genomen en nog te nemen processtappen en de op geleverde/op te leveren (deel)producten zijn voorzien van een planning die gericht is een "Toekomstbestendige en robuuste RUD" per 1 april 2026. 4. Dit is onderdeel van de periodieke rapportage die aan de deelnemers wordt verstrekt. 5. Er loopt op dit moment een traject m.b.t. de herijking van de financieringssystematiek. Hierbij is eveneens een afvaardiging vanuit de deelnemers betrokken. Aan dit traject ligt een plan ten grondslag met bijbehorende planning. 6. Ter kennisname. 7. Om invulling te geven aan de meer proactieve informatievoorziening is afgesproken om periodiek te rapporteren over een aantal belangrijke dossiers die van belang zijn voor de deelnemers.
De 1e periodieke rapportage is op 14 juli 2025 aangeboden gemeenteraadsleden en Provinciale Staten.