RaadsvoorstelJBWest
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer: 235485 Aan:
Portefeuillehouder:
De raad van de gemeente Hulst
Wethouder R. Ruissen
Onderwerp: Voorstel tot bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence voor de uitvoering van de GI functie in Zeeland
Advies: Uw raad wordt geadviseerd om: gezien het voorstel van burgemeester en wethouders: 1. Een incidentele aanvullende bijdrage van € 282.000 beschikbaar te stellen voor de kosten om de bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence mogelijk te maken. 2. Dit eenmalig te bekostigen door een onttrekking uit de reserve Sociaal Domein. De administratieve gevolgen te verwerken in de Voorjaarsnota 2021. 3. Kennisnemen van de informatie dat de businesscase naast de incidentele bijdrage ook structurele financiële consequenties tot gevolg heeft. In ieder geval zal de komende vijf jaren naast de p*q een omzetgarantie worden geboden tot een bedrag van € 7 miljoen per jaar. Daarnaast worden de tarieven voor alle instellingen geharmoniseerd. Samenvatting. Al lange tijd zijn de Zeeuwse gemeenten en Intervence in gesprek over de dienstverlening en de bekostiging van de door Intervence geleverde diensten. In 2019 is daarvoor een bestuursakkoord gesloten met de Raad van Toezicht, de Zeeuwse gemeenten en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In dat bestuursakkoord is afgesproken dat Intervence gedurende twee jaar (2019 en 2020) een instandhoudingsbijdrage zou krijgen, waarna de organisatie de zorg binnen de gestelde financiële kaders zelfstandig zou moeten uitvoeren.
In totaal betaalden de Zeeuwse gemeenten in twee jaar een bedrag voor de instandhoudingsbijdrage van € 1.442.000 (€ 838.000 over 2019 en € 604.000 over 2020). Ook zijn in 2019 de tarieven voor de diensten verhoogd. Een onderdeel van de afspraken in het bestuursakkoord februari 2019 was ook dat de Zeeuwse gemeenten de GI Intervence structureel gingen bevoorschotten, op basis van toen geldende productiecijfers. Bij de verrekening van 2019 bleek dat Intervence tot en met april 2020 een bedrag van € 1.218.000 te veel bevoorschot was en dit bedrag moet terugbetalen aan de Zeeuwse gemeenten. Dit omdat de geleverde productie afweek van het bevoorschotte bedrag. Intervence beschikte niet over voldoende eigen middelen dit terug te betalen. Het bedrag dat terugbetaald moest worden, is in de afgelopen maanden gedeeltelijk verrekend met de bevoorschotting. De hoogte van het restantbedrag is op dit moment nog niet exact te geven. In november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de Bestuurscommissie Inkoop Jeugd (hierna Bestuurscommissie). Op basis daarvan heeft de Bestuurscommissie besloten het contract van Intervence voor het jaar 2021 definitief niet te verlengen.
Het besluit van de Bestuurscommissie hield in dat nieuwe casussen voortaan zouden worden uitgevoerd door de drie andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: Briedis, Leger des Heils en William Schrikker Stichting. De Inspecties en Jeugdautoriteit hebben echter geoordeeld dat dit onvoldoende perspectief bood -1-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 voor de jongeren en de gezinnen, maar ook voor de medewerkers van Intervence. Zij hebben de Minister van Rechtsbescherming (S. Dekker) en de staatsecretaris van VWS (P. Blokhuis) geadviseerd niet in te stemmen met dit scenario. Tegelijkertijd hebben zij het advies gegeven om de terugvaloptie van Jeugdbescherming west (hierna JB west) te onderzoeken. Op verzoek van de Bestuurscommissie Jeugd heeft JB west daarom bijgevoegde businesscase aangeleverd. Er is de afgelopen maanden intensief over de zorgen rondom de GI Intervence gesproken met de Raad van Toezicht en de directeur-bestuurder van Intervence, Ministerie van J&V en het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. U bent daar op verschillende momenten over geïnformeerd. Duidelijk is geworden dat de schaalgrootte van een kleine regionale GI als Intervence een belangrijk aandachtspunt is. Dat maakt de organisatie kwetsbaar en daarmee ook de kwaliteit en de continuïteit van de zorg. Inzetten op de schaalgrootte, op de manier zoals JB west georganiseerd is, betekent een kwaliteitsverbetering, maar ook een kostenbesparing. Intervence heeft zelf ook aangegeven tevreden te zijn met deze overnamepartner.
Zij stellen: “De raad van toezicht en raad van bestuur van Intervence staan achter het besluit ‘een bestuurlijke fusie van Intervence met Jeugdbescherming west’ dat door de dertien Zeeuwse wethouders jeugd is genomen”. De Bestuurscommissie heeft, het ambtelijk advies en de aangegeven risico’s in overweging nemend, op 12 mei 2021 besloten om inhoudelijk in te stemmen met de businesscase en daarmee met de bestuurlijke fusie van JB west en Intervence. De Bestuurscommissie heeft de colleges van de 13 Zeeuwse gemeenten daarop geadviseerd om de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van de businesscase beschikbaar te stellen. Ons college adviseert uw raad om in te stemmen met dit advies. Argumenten: Begin 2020 is geconstateerd dat de financiële situatie bij Intervence dermate zorgwekkend was, dat besloten is tot een scenario-onderzoek naar de uitvoering van de GI-functie in Zeeland in relatie tot de rol die Intervence daarin kan hebben. Dit met als doel om op basis van de juiste feiten een beslissing te kunnen nemen door de 13 Zeeuwse gemeenten over de contractering van Intervence vanaf 2021. Op 26 november 2020 zijn de resultaten van het scenario-onderzoek gepresenteerd in de Bestuurscommissie. Op basis daarvan heeft de Bestuurscommissie besloten het contract van Intervence voor het jaar 2021 definitief niet te verlengen.
Nadat de organisatie zelf in juni 2020 een verlenging had afgewezen, in afwachting van de uitkomst van het scenario-onderzoek Tegelijkertijd met bovenstaand besluit heeft de Bestuurscommissie ook besloten om nieuwe maatregelen voortaan uit te laten voeren door de drie andere in Zeeland gecontracteerde GI’s: Briedis, Leger des Heils en William Schrikker Stichting (scenario 3b). Daarop hebben de Inspectie en Jeugdautoriteit in hun oordeel over de uitwerking van dit scenario aan de Minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van VWS gesteld dat: “Ondanks de inspanningen van de door de gemeenten aangestelde transitiemanager en de drie overnemende GI’s, moeten de inspecties constateren dat het plan van aanpak onvoldoende garanties biedt voor een duurzame transitie van de jeugdbescherming in Zeeland. Het plan is hiervoor onvoldoende concreet, realistisch en volledig en bevat te veel risico’s die niet of niet voldoende afgedekt zijn.
Gezien de beperkte voortgang van het proces sinds het moment dat de drie scenario’s op tafel kwamen en de besluitvorming in december en de risico’s die steeds groter worden naar mate de onzekerheid voor medewerkers van Intervence langer duurt, hebben de inspecties geen vertrouwen dat het plan op korte termijn dusdanig uitgewerkt kan worden dat er wel sprake is van een toekomstbestendig en realistisch scenario.” Tegelijkertijd stelden de Inspecties dat “In het plan van aanpak is een terugval scenario beschreven. Omdat het terugval scenario niet is uitgewerkt kunnen de inspecties dit scenario niet inhoudelijk beoordelen. In het plan van aanpak staat beschreven dat bij de terugval sprake is van een beoogde overname door Jeugdbescherming West (JB West). -2-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 JB West wil met haar expertise, middels een integrale ‘going concern’ overname, inhoudelijke vernieuwing in de Zeeuwse jeugdbescherming brengen. De inspecties zouden graag zien dat deze optie serieus wordt onderzocht als duurzame en realistische oplossing voor cliënten en medewerkers”. Op basis van het oordeel en advies van de Inspecties heeft de Bestuurscommissie JB west gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van overname van Intervence en daarvoor een businesscase op te leveren. Gezien de eerder gestelde voorwaarde (september 2020) heeft JB west daarvoor een bedrag van € 35.000 beschikbaar gekregen. Dit bedrag is onderdeel van de totale kosten die gemaakt zijn voor de organisatie van de GI-functie in Zeeland. De businesscase van JB west beschrijft hoe zij de bestuurlijke fusie met Intervence vorm willen geven. Uw raad is hierover ook geïnformeerd tijdens de digitale informatieve raadsbijeenkomsten van 10 en 11 mei jl. De Inspectie en de Jeugdautoriteit hebben ook de businesscase beoordeeld. Zij“constateren dat fase 1 van de business case voldoende garanties biedt voor een toekomstbestendige jeugdbescherming in Zeeland en minimale risico’s bevat voor de continuïteit van zorg aan cliënten.
Voor zover mogelijk in fase 1, zijn de beschreven uitgangspunten voldoende concreet en realistisch en dragen deze bij aan een duurzame jeugdbescherming in Zeeland. De inspecties adviseren dan ook om zo spoedig mogelijk in te stemmen met de uitgangspunten zoals opgenomen in de business case fase 1 en door te gaan met de uitwerking van fase 2”. Op 12 mei 2021 heeft de Bestuurscommissie in haar overleg het ambtelijk advies op de businesscase van JB west besproken. Dit advies beschrijft de risico’s op basis waarvan de ambtenaren de Bestuurscommissie adviseren om onder voorwaarden in te stemmen met de businesscase. Voor de onderbouwing van het ambtelijk advies verwijzen wij naar de bijlagen. De Bestuurscommissie heeft, de voor- en nadelen van het ambtelijk advies in overweging nemende, op 12 mei 2021 besloten: 1. In te stemmen met de businesscase van JB West; a. onder voorbehoud van de uitkomst van de vrijwillige transparantie b. onder voorbehoud van de uitkomst van besluitvorming van de gemeenteraden voor financiering c. onder voorbehoud van schriftelijke instemming JB West van de mondeling toegezegde kaders voor uitwerking in fase 2 (o.a. Vaart en Veiligheid, samenwerking lokale toegangsorganisaties en evaluatiemoment). 2. Via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB West voor te leggen.
-3-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 Consequenties, inclusief risico’s: De Bestuurscommissie heeft op 12 mei 2021 haar besluit genomen op basis van de zorgen rondom de continuïteit van de zorg. De jeugdbescherming en -reclassering moet worden gezien als de Intensive Care van de Jeugdhulp. Langer uitstellen van het besluit zou de continuïteit van de zorg in gevaar kunnen brengen. Ook de kwaliteit van de zorg bij Intervence was een aandachtspunt, zoals ook gebleken is uit het interne onderzoek van Intervence voor scenario 1 en 2 (Rapport EHdK Bedrijfsplan Intervence september 2020, wat uw raad eerder ook heeft ontvangen). Zeeland scoort relatief hoog in het aantal wettelijke maatregelen, waarbij het hoge aantal spoedmaatregelen zorgelijk is te noemen. Het onderzoek naar de mogelijke oorzaak hiervan zal z.s.m. opgestart worden vanuit JB west, de Programmamanager Jeugd en het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. Daarnaast heeft de Bestuurscommissie besloten om het besluit en daarmee het voornemen de opdracht te gunnen aan JB West via vrijwillige transparantie vooraf openbaar te maken, waardoor de risico’s, zoals beschreven in de financiële én juridische paragraaf van het ambtelijk advies, ook kleiner worden (voorbehoud 1a).
De uitslag van de vrijwillige transparantie is nog niet bekend, het voornemen om met JB west in zee te gaan zal op korte termijn worden gepubliceerd op Tenderned. Na publicatie krijgen ander instellingen in Nederland een periode van 20 dagen om bezwaar te maken c.q. een kort geding aanhangig te maken. Als bijlage doen wij u de brief van Jeugdzorg Nederland toekomen. Hierin stellen zij ijn het voorstel dat door de Bestuurscommissie is uitgewerkt een belangrijke bevestiging zien van een aanpak gebaseerd op een kwalitatief goede hulpverlening aan de gezinnen en kinderen die dat nodig hebben en gericht op continuïteit van de zorgrelaties in de jeugdzorg en jeugdhulpverlening. Op basis van de besluitvorming door de Bestuurscommissie heeft JB west (in de bijlage) antwoord gegeven op het gestelde voorbehoud over de samenwerkingsafspraken in het Samenwerkingsprotocol met de gemeenten en de gecontracteerde GI’s, Vaart in Veiligheid, de samenwerking met de lokale wijkteams, de landelijke ontwikkelingen kind- en gezinsbescherming en de in te voeren regionale teams. Daarmee voldoen ze aan de voorbehoud 1c uit het besluit van de Bestuurscommissie. Daarmee is een aantal risico’s verminderd, maar niet volledig verdwenen. Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de instandhouding van de GIfunctie.
De gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor de instandhouding van een GI-organisatie, maar hebben dus wel de wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat de continuïteit van de zorg niet in het geding is of komt. De onrechtmatigheid in de besluitvorming van de Bestuurscommissie kan niet worden weggenomen. De Bestuurscommissie moest de afweging maken om óf onrechtmatig te handelen in het kader van de aanbestedingsregels óf niet rechtmatig te handelen in het kader van de verplichting omtrent het organiseren van de continuïteit van de zorg vanuit de Jeugdwet. De Bestuurscommissie is van mening dat de verantwoordelijkheid vanuit de Jeugdwet betreffende het organiseren van passende jeugdhulp in hun besluitvorming leidend moet zijn. Er is in heel Nederland een tekort aan jeugdbeschermers. Door de problemen bij Intervence én door het beëindigen van het KMI keurmerk van Briedis, zijn er honderden Zeeuwse kinderen waarvoor de continuïteit van zorg zwaar onder druk staat. Er móet dus iets gebeuren. En wel op korte termijn. Daar dringt het ministerie van Justitie en Veiligheid ook op aan. Overname van Intervence in de vorm van een bestuurlijke fusie met JB west moet rust en duidelijkheid brengen voor alle betrokkenen: jongeren, gezinnen, medewerkers van Intervence en de gemeenten.
De verwachting is ook dat een professionaliseringsslag wordt bereikt en dat de precaire situatie rondom het zelfstandig functioneren van een regionale GI in Zeeland is beëindigd, wanneer de bestuurlijke fusie tot stand komt.
-4-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 Financiën: In de businesscase stelt JB west een aantal financiële voorwaarden. Het effect van deze voorwaarden werken we uit in deze paragraaf. • De meest in het oog springende is de voorwaarde tot het sluiten van een contract voor 5 jaar, met een gegarandeerde, minimale omzetwaarde van € 7 miljoen per jaar. Die omzet wordt, zoals u in de businesscase kunt lezen, opgebouwd uit een omzet uit uitgevoerde maatregelen (pxq). Dit deel is, wat methodiek betreft, gelijk aan de huidige wijze van financieren van alle GI’s die in Zeeland werkzaam zijn. Als dit omzetdeel lager is dan de gewenste € 7 miljoen, vraagt JB west een aanvulling via een nog te bepalen, andere financieringswijze tot het afgesproken minimale bedrag. De werkzaamheden die JB west uitvoert als tegenprestatie bevinden zich meer op het gebied van consultatie, advies en samenwerking/ondersteuning van de gemeentelijke toegangen. Dit betreft een aanvulling die als vernieuwend gezien moet worden, de inzet zoals beschreven vanuit de GI past binnen het Zeeuwse beleid (zoals Vaart in Veiligheid). Dit betekent overigens ook dat, mocht er behoefte zijn aan die adviesfunctie terwijl er voldoende maatregelen zijn om de € 7 miljoen omzet te halen, er extra betaald moet worden voor de aanvullende werkzaamheden. De € 7 miljoen is daarmee een minimum. Geen maximum.
Intervence heeft de afgelopen jaren, op basis van pxq, een omzet gehaald voor het uitvoeren van wettelijke maatregelen die ligt tussen de € 6 mln en de € 6,5 mln. Als we daarvan uitgaan zal de jaarlijkse aanvulling voor JBwest tussen de € 500 K en € 1 mln liggen. Een goede inschatting maken van de werkelijkheid wordt nog ingewikkelder door het verliezen van het KMI certificaat door Briedis. Die ontwikkeling maakt het mogelijk dat JBwest in de toekomst meer maatregelen toegewezen zal krijgen dan Intervence in het verleden. Daardoor zal mogelijk de “pxq” omzet hoger zijn en daarmee de aanvulling tot € 7 miljoen lager uitvallen. Omdat het effect hiervan nog te onzeker is, is hiermee geen rekening gehouden in de berekening van de kosten van dit raadsvoorstel. Dit besluit heeft dezelfde looptijd als het contract en geldt dus voor vijf jaar. •
Daarnaast heeft JB west de voorwaarde om in Zeeland met dezelfde tarieven te werken als in haar andere regio’s. Door een afgesproken risico-opslag van 2% liggen die tarieven iets hoger dan de huidige Zeeuwse prijzen. Omdat wij binnen de aanbestedingsregels niet met verschillende tarieven voor dezelfde werkzaamheden mogen werken, betekent dit dat wij ook voor de overige in Zeeland werkzame GI’s onze tarieven iets moeten verhogen. In de berekening van de met dit voorstel samenhangende kosten, hebben wij rekening gehouden met een aanpassing van de tarieven voor alle uit Zeeland toegewezen maatregelen. Ook de maatregelen die door een andere GI dan JB west worden uitgevoerd. Omdat de aantallen per jaar fluctueren, zien we hier een financieel effect voor heel Zeeland tussen € 240K en € 395K. De prijswijziging geldt vanaf de periode 2022 en is daarmee structureel van aard.
•
Voor de overname van Intervence vraagt JB west een financiële tegemoetkoming van € 3,8 mln. Met die financiële tegemoetkoming kunnen zij de transitiekosten betalen, het verlies 2021 van Intervence opvangen en een risicobuffer aanleggen. Op die manier verwacht JB west te voorkomen dat zij in dezelfde situatie terechtkomt als Intervence in het verleden en flexibel genoeg is om tegenvallers zelf op te vangen zonder om extra geld van de gemeenten te moeten vragen. JB west heeft dit bedrag berekend op basis van de nu bij haar bekende informatie. Er volgt nog een due diligence (“boekenonderzoek”) en een onderzoek op fiscaal en juridisch gebied. Omdat nog niet bekend is wat er uit die onderzoeken volgt, houden we een bandbreedte aan van minimaal € 3,8 en maximaal € 5 mln.
-5-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 • De toekenning van de risicobuffer van 15% van de garantieomzet ad € 1mln aan JB west kan leiden tot een aanvraag voor een vergelijkbare risicobuffer van andere, in Zeeland werkzame, GI’s. Als dat gebeurt, kan de aanvraag oplopen tot € 750K (voor uitleg hierover verwijzen we naar het ambtelijke advies in de bijlage). Wij achten de kans dat dit gebeurt overigens klein. •
De hoogte van potentiële claims is aanzienlijk. Door de route van vrijwillige transparantie die wordt gelopen en de afstemming met Jeugdzorg Nederland, achten wij die kans nagenoeg nihil dat het risico zich manifesteert. Daarom hebben wij de financiële gevolgen hiervan niet in dit raadsvoorstel opgenomen.
•
In januari (en voor sommige raden in februari) is uw raad gevraagd om in te stemmen met kosten voor de liquidatie van Intervence van € 2 mln en de transitie naar William Schrikker Stichting, Leger des Heils en Briedis voor € 1,2 mln. Een totale kostenpost van € 3,2 mln. Daarmee heeft u toen ingestemd. Door de ontwikkeling richting een bestuurlijke fusie met JBwest worden deze kosten niet volledig gemaakt. In haar businesscase houdt JBwest al rekening met een vergoeding van het verlies van Intervence van € 1 mln. Van de toegekende € 2 mln is nu nog maar 1 mln nodig. Het andere miljoen zit in de businesscase van JB west. Omdat het verlies dat in 2021 door Intervence gemaakt wordt nog niet volledig is in te schatten, is het te risicovol om uit te gaan van een grotere besparing dan de net genoemde € 1 mln.
•
Daarnaast is u in bovenstaande besluit gevraagd om in te stemmen met een post van € 1,2 miljoen voor de overdracht van de maatregelen van Intervence naar de andere in Zeeland gecontracteerde GI’s. Dit bedrag is nog niet volledig gebruikt en dat zal ook niet gebeuren. Wel zijn er kosten gemaakt voor bijvoorbeeld juristen (opstellen van de intentie- en overbruggingsovereenkomsten); de onafhankelijke procesbegeleider en projectondersteuning. Een deel van die kosten is gemaakt door de GI’s. Een ander deel loopt via de exploitatie van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Het totaal van die kosten zal naar verwachting maximaal € 900K zijn. Daarmee is wordt nog een “besparing” t.o.v. het eerdere besluit gerealiseerd van € 300K.
-6-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 Het aandeel van de gemeente Hulst in de kostenverdeling van het Inkoopbureau Jeugdzorg Zeeland bedraagt 6,44%. Bovenstaande heeft de volgende financiële impact: MIN MAX Voorstel Overnamekosten Risicobuffer andere GI's Transitie overige aanbieders Tekort Intervence
3.800.000
5.000.000
5.000.000
-
750.000
750.000
900.000
900.000
900.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
5.700.000
7.650.000
7.650.000
6,44%
367.080
492.660
492.660
Al beschikbaar gesteld
211.000
211.000
211.000
Aanvullend benodigd
156.080
281.660
281.660
Hulst Af
Na afronding wordt een aanvullend bedrag voor frictiekosten gevraagd van € 282.000. De structurele doorwerking vanaf 2022 voor de gemeente Hulst wordt als volgt ingeschat: MIN MAX Voorstel Omzetgarantie
500.000
1.000.000
550.000
Harmonisatie tarieven
240.000
395.000
395.000
740.000
1.395.000
945.000
47.656
89.838
60.858
Hulst
6,44%
Het financiële kader van de gemeente Hulst is dat het saldo van baten en lasten binnen het sociaal domein budgettair neutraal zijn. Overschotten en tekorten worden verrekend met de reserve sociaal domein. Het voor 2021 gevraagde bedrag ad. € 282.000 past niet binnen de jaarbegroting 2021. Het voorstel is dan ook om deze te onttrekken uit de reserve sociaal domein. De hoogte van deze reserve bedraagt bij de laatste gegevens circa € 1,9 miljoen. Hierop liggen claims van circa € 761.000. De administratieve aanpassing van de budgetten binnen het sociaal domein vinden de planning & control cyclus plaats bij het opstellen van de voorjaarsnota. Belangrijk hierbij zijn de uitkomsten van de meicirculaire van het gemeentefonds. Uitvoering/Planning. In de businesscase heeft JB west gesteld dat het besluit voor 15 mei 2021 genomen moet zijn. Deze periode is in afstemming met JB west verlengd tot 4 juni 2021. Uitgaande van de bestuurlijke fusie van Intervence en JB west uiterlijk per 1 oktober 2021 betekent dit dat: • In week 20 de colleges van de 13 Zeeuwse gemeenten het besluit genomen moeten hebben over het advies van de Bestuurscommissie om “via de colleges van B&W aan de 13 Zeeuwse gemeenteraden een voorstel tot financiering van de bestuurlijke fusie met Intervence door JB west voor te leggen”.
• De afstemming vanuit JB west met Ondernemingsraad, vakbonden en Cliëntenraad/cliënten van Intervence alvast start, uitgaande van het voorbehoud van de besluitvorming van colleges en raden. • De gemeenteraden uiterlijk 4 juni 2021 een besluit genomen moeten hebben. • De uitslag van de vrijwillige transparantie in de eerste helft van juni 2021 bekend moet zijn.
-7-
Raadsvoorstel Nummer: 235485 Communicatie: Om de regie zelf in handen te houden, vindt communicatie over de bestuurlijke fusie van JB west met Intervence plaats onder verantwoordelijkheid van de Bestuurscommissie. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Er zijn verschillende belanghebbenden en zij worden op het juiste moment meegenomen in de voortgang. Ontwikkelingen gaan snel en er moet daardoor ook snel, maar vooral zorgvuldig geschakeld worden tussen alle partijen. Interne en externe communicatie zijn op elkaar afgestemd. Intern (colleges, gemeenteraden) gaat voor extern. • Ook in de externe communicatie wordt de juiste volgorde betracht: eerst direct betrokkenen zoals medewerkers GI’s, cliënten, Ministerie, JA, Inspecties, GI’s, daarna media. • Pro-actief, open en transparant communiceren op basis van feiten. Meenemen in proces en duiding geven over vervolg. • Woordvoeringslijn vooraf afstemmen met JB west, Intervence en het ministerie van J&V, met begrip en erkenning van elkaars rollen en verantwoordelijkheden. Woordvoeder namens de Bestuurscommissie is dhr. J Werkman (voorzitter) of diens vervanger dhr. A. Vader (plaatsvervangend voorzitter).
Burgemeester en Wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester, Bijlage(n): 1. 21 04 15 Businesscase JBw Zeeland definitief 2. 21 04 28 Addendum op businesscase 3. 21 05 14 toelichting samenwerking ViV en toegangsorganisaties 4. 21 05 17 aanvullende informatie op toelichting samenwerking ViV en toegangsorganisaties 5. Ambtelijk advies mbt businesscase aan Bestuurscommissie. 6. 21 05 17 Brief Jeugdzorg Nederland (JZN) aan J. Werkman
-8-