Raadsvoorstel tot vaststelling verordening rechtspositie raads- en commissielden
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknummer: 798295 Portefeuillehouder(s):
Burgemeester I.M.M. Jense-van Haarst
Aan:
De raad van de gemeente Hulst
Onderwerp Rechtspositiebesluit voor decentrale ambtsdragers Samenvatting De gemeente Hulst kent momenteel nog een verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2016. Deze verordening betreft conform het verordeningsvereiste een regeling die ziet op een nadere uitwerking van de landelijke Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Tot 1 januari 2019 was er landelijk een onderscheid in de rechtspositiebesluiten van raads- /commissieleden, van wethouders en van burgemeesters. Met ingang van deze datum zijn echter deze verschillende rechtspositiebesluiten ingetrokken en vervangen door het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de afgelopen jaren zijn daarnaast een aantal aanvullingen/wijzigingen gekomen op het landelijke rechtspositiebesluit. Deze wijzigingen vragen op lokaal niveau aanpassing van bestaande regelgeving gericht op de rechtspositie van raads- en commissieleden. Dit voorstel en concept-raadsbesluit ziet op actualisering van de lokale verordening. Ten overvloede dient wel te worden vermeld dat ter zake van de vergoeding(-en) aan raads- en commissieleden in lijn is gehandeld met het landelijke aangepaste rechtspositiebesluit. 1. Besluit Besloten wordt tot het vaststellen van de verordening rechtspositie raads- en commissieleden Hulst 2025 en daarmee akkoord te gaan met: a.
Het creëren van de mogelijkheid tot het verstrekken van een vergoeding voor het opbouwen van een voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom of overlijden; b. Het verstrekken van een maandelijkse vergoeding aan de voorzitter van de raadscommissie, zoals ingesteld op grond van artikel 82 van de Gemeentewet. c. Het beschikbaar stellen van een bedrag voor niet-partij politieke opleidingen/trainingen; d. Het creëren van de mogelijkheid om leden van een onderzoekscommissie of andere bijzondere commissie (waaronder begeleidingscommissie Rekenkamer, werkgeverscommissie, vertrouwenscommissie) een vergoeding te verstrekken ingeval de belasting en tijdsbesteding ervan buiten het reguliere raadswerk vallen; e. Het verstrekken van ICT-middelen aan zowel raadsleden (verplicht) en commissieleden (optioneel) en hetcreëren van de mogelijkheid om beschikbaar gestelde ICT-middelen na afloop van de bestuursperiode over te nemen tegen de restwaarde. 2. Argumenten De wettelijke basis voor de rechtspositie van raads- en commissieleden is verankerd in de Gemeentewet. Deze is vervolgens uitgewerkt in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Voor een aantal onderwerpen is in deze regelgeving bepaald dat een nadere regeling bij verordening mogelijk is.
In de Gemeentewet staat verder dat raadsleden geen andere vergoedingen mogen ontvangen van de gemeente dan die bij of krachtens wet mogen worden toegekend. Zo is in de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaald dat aan bestuursleden een vergoeding voor werkzaamheden en een onkostenvergoeding kan worden gegeven. Voor (onkosten-)vergoedingen in andere Pagina 1 van 4
besturen/organisaties geldt ook dat een vergoeding voor de werkzaamheden gebaseerd moet zijn op een bij of krachtens wet toegestane mogelijkheid. De Gemeentewet biedt de mogelijkheid bij verordening zogenaamde secundaire voorzieningen aan raadsleden te verstrekken. Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers regelt welke voorzieningen mogelijk zijn. Dit betreft een limitatieve opsomming waarvan lokaal niet kan worden afgeweken. Het is aan de gemeenteraad om zelf vast te stellen welke secundaire voorzieningen beschikbaar worden gesteld. Deze secundaire voorzieningen worden vastgelegd in de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, zoals in bijlage aan dit raadsvoorstel is toegevoegd als concept-raadsbesluit; De huidige verordening is vastgesteld bij raadsbesluit van 13 oktober 2016 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016. Deze verordening is gebaseerd op verouderde landelijke regelgeving ter zake van de rechtspositie. Na de inwerkingtreding van de huidige verordening hebben zich de volgende landelijke wijzigingen voorgedaan: Met ingang van 1 januari 2019 is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Rechtspositiebesluit DPA) en de bijbehorende Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers (Rechtspositieregeling DPA) in werking getreden (BZK circulaire 20180000918502).
Met beide regelingen is beoogd de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers in de verschillende bestuurslagen zoveel mogelijk te harmoniseren en moderniseren; Met terugwerkende kracht tot en met 10 juli 2021 is in 2023 het Rechtspositiebesluit DPA aangepast ten aanzien van vergoeding van reiskosten aan raads- en commissieleden voor dienstreizen buiten het grondgebied van de gemeente; Eind 2024 is het Rechtspositiebesluit DPA nogmaals gewijzigd waarbij onder meer de mogelijkheid met ingang van 9 januari 2025 is ontstaan om voorzitters van een vaste commissie conform artikel 82 Gemeentewet een gemaximeerde toelage te verstrekken. Bovengenoemde wijzingen behelsden tevens kleinere verfijningen/aanpassingen van eerder vastgesteld beleid. De gemeenteraad kan op basis van de gewijzigde landelijke regelgeving ter zake van de rechtspositie op een aantal onderdelen binnen gestelde wettelijke kaders eigen secundaire voorzieningen creëren. In bijgaand concept-raadsbesluit gaat het hierbij om: 1.Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden. In de afgelopen jaren is hier overeenkomstig fiscale regelgeving al uitvoering aan gegeven. Dit ook in lijn met gewijzigde regelgeving binnen het landelijk rechtspositiebesluit; 2.Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
Vanaf 1 januari 2025 bestaat de verplichting tot het verstrekken van een tegemoetkoming aan raadsleden ter dekking van kosten verbonden aan een eigen voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en/of overlijden. Het betreft op jaarbasis maximaal het bedrag van een maandvergoeding (2025: € 1.240,07 bruto). In onderliggende conceptverordening is ondanks de verplichting tot een dergelijke tegemoetkoming ook nog een bepaling opgenomen. De verplichting geldt niet voor raadsleden die de AOW-leeft reeds hebben bereikt.
Pagina 2 van 4
3.Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor raads- en commissieleden. In de huidige vigerende verordening is voor dergelijke vormen van scholing een bedrag beschikbaar van € 500,00. Voorstel is om mogelijkheid in stand te houden maar geen bedrag te noemen en beoordeling te laten plaatsvinden aan de hand van inhoud, relevantie en noodzaak van specifieke scholing/training; 4.Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden. Na afloop van de bestuursperiode bestaat de mogelijkheid om de door de gemeente ter beschikking gestelde communicatievoorzieningen over te nemen. Op grond van de AVG en fiscale regelgeving betekent overname wel dat de ict-/communicatievoorzieningen geschoond moeten worden respectievelijk dat hiervoor een restwaarde betaald dient te worden. In onderliggende concept-verordening is de mogelijkheid tot overnemen van voorzieningen opgenomen alsmede de mogelijkheid tot het verstrekken van ICT-middelen aan commissieleden. 5.Toelage voor raadsleden in onderzoekscommissie en bijzondere commissie(s). Een toelage kan worden verstrekt voor deelnemers/leden aan een bijzonder commissie waaronder bijvoorbeeld de werkgeverscommissie, begeleidingscommissie Rekenkamer en vertrouwenscommissie. De omvang van de toelage is € 153,33 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie.
Hierbij de aantekening dat de belasting en tijdsbeslag van de werkzaamheden niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht worden te behoren; 6.Toelage voor raadsleden als vaste voorzitter van raadscommissie op grond van artikel 82 Gemeentewet. Het landelijke rechtspositiebesluit biedt ruimte om voorzitters van een raadscommissie een extra toelage te geven ter grootte van € 153,33 per maand (stand: 2025). Dit voor de duur van de activiteiten. Met deze aanpassingen wordt de lokale regeling in lijn gebracht met de landelijke regelgeving die op dit gebied inmiddels van kracht is met dien verstande dat vooral op de onderdelen 2, 3, 4, 5 en 6 afwijkingen mogelijk zijn. 3. Kaders Gemeentewet Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, inclusief wijzigingen Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers, inclusief wijzigingen 4. Financieel Aangezien het Rechtspositiebesluit DPA en de Rechtspositieregeling DPA in belangrijke mate dwingendrechtelijk van aard is, is binnen Hulst de afgelopen jaren wel in lijn met deze gewijzigde regelgeving gehandeld. Dit betekent dat hiervoor budget in de begroting is opgenomen en de primaire wijzigingen in beginsel geen financiële gevolgen hebben. Ter zake van de secundaire voorzieningen worden nu een aantal wijzigingen voorgesteld die financiële gevolgen (kunnen) hebben.
Het gaat hierbij met name om de extra toelage voor de vaste voorzitters van raadscommissies en de vergoeding voor een voorziening voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Bij inschatting zullen de secundaire voorzieningen circa € 20.000 extra op jaarbasis gaan kosten.
Pagina 3 van 4
Het voorgaande is exclusief het benodigde budget voor de vervanging van huidige ICTmiddelen of het verstrekken van nieuwe ICT-middelen t.b.v. raad- en eventueel commissieleden. De huidige ICT-voorzieningen (tablets) zijn voor het overgrote deel zowel technisch als economisch afgeschreven. Vervanging is hierdoor noodzakelijk. Vereiste is dan ook om voor vervanging te zorgen voor minimaal de nieuwe gemeenteraad. Dit vraagt een investering van circa € 20.000. In de begroting 2026 is met de aanschaf van nieuwe ICT-middelen ten behoeve van gemeenteraad rekening gehouden. 5. Aanpak Na vaststelling zal de nieuwe verordening worden gepubliceerd. Vervolgens vragen de nieuwe bepalingen enkele aanpassingen in de salarisadministratie. 6. Communicatie/participatie Bekendmaking van het raadsbesluit tot vaststelling van de verordening via officiëlebekendmakingen.nl. Integrale publicatie van de verordening op overheid.nl 7. Termijn De verordening treedt in werking daags na de publicatie ervan. 8. Uitkomst Geactualiseerde en gemoderniseerde verordening rechtspositie raads- en commissieleden. 9. Risico Momenteel is nog sprake van een verordening welke van toepassing is op zowel raads-/commissieleden als wethouders.
Intrekking van deze verordening onder gelijktijdig in werking treden van onderliggende verordening betekent dat er lokaal geen formele "afspraken" meer zijn ter zake van de secundaire voorzieningen voor wethouders. Presidium van de gemeente Hulst, De Raadsgriffier, De Burgemeester,
Bijlage(n):
Pagina 4 van 4