Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknummer: 681069 Portefeuillehouder(s):
Wethouder G. Depauw
Aan:
De raad van de gemeente Hulst
Onderwerp Voorstel tot het indienen van een zienswijze tegen het Plan van aanpak robuuste RUD Zeeland en bijbehorende 3e begrotingswijziging 2024 Samenvatting De gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland heeft op 29 maart 2024 een voorgenomen Plan van aanpak robuuste RUD Zeeland en bijbehorende 3e begrotingswijziging 2024 toegezonden. De gemeenteraad heeft volgens artikel 47 van de gemeenschappelijke regeling de gelegenheid een zienswijze in te dienen uiterlijk 30 juni a.s. Wij stellen uw raad voor een zienswijze in te dienen tegen het plan van aanpak en de bijbehorende begrotingswijziging. 1. Besluit Wij stellen u voor: 1• een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen Plan van aanpak robuuste RUD Zeeland en de bijbehorende 3e begrotingswijziging 2024 zoals beschreven in bijgevoegde conceptzienswijze (bijlage h); 2• een afschrift van deze zienswijze toe te zenden aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. 2. Argumenten De KPI’S zijn landelijk vastgesteld en bevatten het kader waaraan een robuuste omgevingsdienst moet voldoen. Met het plan van aanpak dat nu voorligt is inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nodig zijn om als RUD Zeeland aan alle KPI’s te kunnen voldoen. Op de inhoud van het plan van aanpak en de bijbehorende 3e begrotingswijziging reageren wij als volgt.
Maatregelen basis op orde Wij herkennen dat de bekostigingssystematiek van de RUD Zeeland ertoe heeft geleid dat er onvoldoende geïnvesteerd kon worden in de primaire taken voor VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving), innovatie en strategische bedrijfsvoering. Wij gaan dan ook akkoord met de maatregelen in het plan van aanpak om de basis op orde te brengen en dat wij als deelnemers deze kosten moeten dragen. Inbreng plustaken Niet alle deelnemers hebben hun plustaken bij de RUD Zeeland ondergebracht. Door deze gemeentelijke keuzes wordt de opgave voor de RUD Zeeland groter. Het vergroten van deze opgave leidt er tevens toe dat de overige deelnemers een grotere bijdrage moeten bijdragen om in de robuustheid te voorzien. Wij zijn van mening dat de verantwoordelijkheid om de RUD Zeeland robuust te maken van alle deelnemers een gelijke inspanning verwacht. Wij verwachten dat de deelnemers die nog geen of niet alle plustaken hebben overgedragen, dit alsnog zullen doen. Overige maatregelen om te kunnen voldoen aan de KPI’s Het plan van aanpak heeft een enorme financiële impact voor de deelnemers. Met het oog op 2026, beter bekend als ‘het ravijnjaar’, zijn er onvoldoende middelen beschikbaar om het plan van aanpak te kunnen financieren. Wanneer ingestemd wordt met het Plan van aanpak is het risico daarnaast dat er geen sluitende gemeentelijke begroting gemaakt kan worden.
Pagina 1 van 5
De opgaven vanuit het Rijk eisen meer dan de eigen kwaliteitscriteria. Daarin zijn wij van mening dat het Rijk financieel moet bijdragen om aan het totaal van de gestelde criteria te voldoen. Ook de VZG en de Provincie Zeeland zijn van mening dat het Rijk extra financiële middelen beschikbaar moet stellen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst Zeeland. Hiervoor sturen zij een gezamenlijk brief aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke. Onderbouwing plan van aanpak Het aantal fte’s is voornamelijk gebaseerd op het rapport “Rapport robuuste milieutaken Zeeland”, dat in opdracht van de provincie Zeeland door TwynstraGudde is opgesteld én ervaringscijfers. Er is te weinig voorbereidingstijd geweest om deze getallen concreet te onderbouwen. Bij verdere uitwerking en implementatie zullen deze alsnog tegen het licht gehouden moeten worden. Het aantal Fte’s is in een aantal gevallen afhankelijk van het ambitieniveau. Dit zal gezamenlijk bepaald moeten worden. Het werken met een meerjarenplanning zou volgens het rapport moeten leiden tot een aanpassing van de financieringssystematiek. Het aandeel individueel jaarplan zou hiermee mogelijk iets kleiner worden. Omdat dit buiten de scope van het plan van aanpak viel, is hier niet verder op ingegaan. Het kan echter wel van invloed zijn op de hoogte van de begroting. 3.
Kaders In juni 2023 zijn 6 kritische prestatie indicatoren (KPI’s) geformuleerd waaraan een robuuste omgevingsdienst met ingang van 1 april 2026 moet voldoen. Vóór 1 oktober 2023 moest RUD Zeeland zijn omgevingsdienst toetsen aan de 6 geformuleerde KPI’s. Het resultaat van de toetsing luidde dat RUD Zeeland op 4 van de 6 KPI’s niet robuust is, maar dat RUD Zeeland wel robuust kan worden. De volgende stap was om vóór 1 april 2024 bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een plan van aanpak in te dienen waaruit blijkt hoe de RUD Zeeland per 1 april 2026 wel kan voldoen aan de vastgestelde KPI’s. Het algemeen bestuur van de RUD Zeeland (AB) heeft op 25 maart 2024 met meerderheid van stemmen ingestemd met bijgevoegd voorgenomen plan van aanpak. Onder andere de regio Zeeuws-Vlaanderen heeft tegengestemd. RUD Zeeland heeft het voorgenomen plan van aanpak toegezonden aan het Ministerie onder voorbehoud van definitieve vaststelling in het AB van 9 september 2024. Gedurende het proces zijn de raden en staten op de hoogte gehouden via nieuwsbrieven en een informatiebijeenkomst op 13 december 2023. De input die tijdens die bijeenkomst is opgehaald is betrokken en op onderdelen verwerkt in het plan van aanpak dat nu voorligt. Op 10 april jl. heeft RUD Zeeland een bijeenkomst georganiseerd waarin is ingegaan op de taken van de RUD Zeeland.
Ook heeft RUD Zeeland aangeboden om de raden en staten individueel te bezoeken om een toelichting te geven op het plan van aanpak en de bijbehorende begrotingswijziging. Het voorgenomen plan van aanpak met bijbehorende begrotingswijziging is nu aan de raden en staten toegezonden, waarbij u de mogelijkheid heeft om een zienswijze in te dienen uiterlijk 30 juni a.s (bijlagen a en b). Met dit voorstel geven wij daar invulling aan. Inhoud van het plan van aanpak Uit het toetsingsresultaat blijkt dat RUD Zeeland reeds voldoet aan twee KPI’s: KPI 2 (Kwaliteitscriteria) en KPI 6 (Samenhang werkgebied). Dit betekent dat RUD Zeeland voor de volgende KPI’s maatregelen moet nemen om aan de gestelde normen voor robuustheid te voldoen: • KPI 1 Omvang werkprogramma • KPI 3 Innovatieagenda • KPI 4 Weerstandsvermogen
Pagina 2 van 5
• KPI 5 Informatiegestuurd werken In het plan van aanpak (bijlage 3) is per KPI inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nodig zijn om als RUD Zeeland robuust te kunnen worden. Per maatregel is aangegeven of het om een wettelijke verplichting gaat of dat de maatregel randvoorwaardelijk is. Ook is per maatregel benoemd of deze bijdraagt aan de basis op orde. Basis op orde betekent: “Het kwalitatief, maar vooral ook kwantitatief kunnen uitvoeren van de huidige taken die bij RUD Zeeland sinds de oprichting zijn belegd via opdrachten of wettelijke bepalingen.” In de afgelopen jaren is namelijk gebleken dat de taken die bij RUD Zeeland belegd zijn, niet in balans zijn met de huidige formatie. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de vooraf afgesproken productie in de jaarplannen per deelnemer de afgelopen jaren telkens niet is gehaald. Een overzicht van alle maatregelen is te vinden in tabel 2 op pagina 3 van het plan van aanpak. Het voorgestelde pakket van maatregelen zal veel vergen op organisatorisch en financieel gebied. Daarom stelt RUD Zeeland een ingroeipad voor, waarmee ze in de periode 2024-2027 gefaseerd toewerken naar een robuuste organisatie (bijlage e). De deadline voor robuustheid is gesteld op 1 april 2026. Het merendeel van de benodigde maatregelen vragen ingroei in de periode 2024-2026.
Daarnaast worden enkele mogelijkheden gezien om een paar onderdelen in 2027 verder in te laten groeien. 4. Financieel Het plan van aanpak heeft een enorme financiële impact voor de deelnemers. Met het oog op 2026, beter bekend als ‘het ravijnjaar’, zijn er onvoldoende middelen beschikbaar om het plan van aanpak te kunnen financieren. Wanneer ingestemd wordt met het Plan van aanpak is het risico daarnaast dat er geen sluitende gemeentelijke begroting gemaakt kan worden. De opgaven vanuit het Rijk eisen meer dan de eigen kwaliteitscriteria. Daarin zijn wij van mening dat het Rijk financieel moet bijdragen om aan het totaal van de gestelde criteria te voldoen. Ook de VZG en de Provincie Zeeland zijn van mening dat het Rijk extra financiële middelen beschikbaar moet stellen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst Zeeland. Hiervoor sturen zij een gezamenlijk brief aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt in de 3e begrotingswijziging 2024 (bijlage d). De totale toename van de begroting als gevolg van het plan van aanpak in de transitieperiode van 2024-2027 (inclusief indexatie) is. € 5.836.000.
Daarbij is aangegeven wat het effect is op de bijdragen van de deelnemers: Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 na 2e 2024 na 3e 2025 2026 2027 wijziging wijziging 13.534.000 14.489.000 17.567.000 20.012.000 20.865.000 De berekening van de deelnemersbijdragen vanaf 2025 is op basis van de verdeling in 2024, omdat herverdeel effecten als gevolg van het plan van aanpak nog niet kunnen worden vastgesteld. Deze berekening is mede afhankelijk van het nog op te stellen implementatieplan. Voor Hulst zien de financiële consequenties er als volgt uit: 2024 Begrote
2025 721.800
2026 748.700
2027 779.300
811.500
Pagina 3 van 5
deelnemersbijdrag e Hulst Nieuwe deelnemersbijdrag e (3e wz) Nadelig verschil
756.600
917.300
1.045.000
1.089.000
34.800
168.600
265.700
277.500
Samenloop zienswijzeprocedure met ontwerpbegroting 2025 Het Plan van Aanpak Robuuste RUD Zeeland doorloopt het besluitvormingsproces vrijwel gelijktijdig met de ontwerpbegroting 2025. De ontwerpbegroting 2025 is een beleidsarme begroting, wat inhoudt dat daarin geen nieuw beleid mag worden opgenomen dat nog niet is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Het Plan van Aanpak Robuuste RUD, met daarbij de structurele financiële gevolgen in de 3de begrotingswijziging 2024 is nog niet definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur van RUD Zeeland. Om die reden zijn de gevolgen van het Plan van Aanpak en dus ook van deze 3de begrotingswijziging 2024 nog niet verwerkt in de ontwerpbegroting 2025. Advies begeleidingscommissie Op 14 februari jl. heeft de begeleidingscommissie haar advies over het plan van aanpak met bijbehorende begrotingswijziging uitgebracht. Het advies inclusief reactie van de RUD Zeeland is als bijlage f opgenomen. De begeleidingscommissie heeft een aantal tekstuele en procedureel/inhoudelijke adviezen gegeven. Conclusie van de begeleidingscommissie is dat het plan van aanpak degelijk is opgesteld. Zij geeft aan dat het plan aan kracht kan winnen door de genoemde adviezen van de commissie te verwerken in de voorstellen aan het DB en het AB.
Daarnaast beveelt de commissie aan om voldoende aandacht te besteden in het bekendmaken van het plan en de financiële inspanningen die het plan vraagt. De begeleidingscommissie heeft het DB meegegeven dat de uitstraling van het plan van aanpak moet zijn dat het vooral een plan is van zowel de RUD als ook van al haar deelnemers. RUD Zeeland heeft de adviezen waar mogelijk overgenomen danwel de vragen inhoudelijk beantwoord. 5. Aanpak De tijdig ingediende zienswijzen worden in het dagelijks bestuur behandeld. Daarna wordt het plan van aanpak met bijbehorende begrotingswijziging en de daarop ingediende zienswijzen ter besluitvorming voorgelegd aan het algemeen bestuur op 9 september 2024. 6. Communicatie/participatie Er zal gecommuniceerd worden middels een gezamenlijke brief van de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. 7. Termijn Zienswijzen moeten voor 1 juli 2024 worden aangeleverd aan de RUD. De besluitvorming over de zienswijze van de gemeente Hulst vindt plaats op 4 juli 2024. De RUD zal ervan op de hoogte worden gebracht dat de termijn niet wordt gehaald. Ook de gemeente Sluis en Terneuzen kondigen dit aan. Na de Commisievergadering op 18 juni 2024 kan reeds een conceptzienswijze worden gedeeld. 8. Uitkomst De verwachting is dat het plan van aanpak ondanks de gezamenlijke zienswijze van Hulst, Sluis en Terneuzen (ongewijzigd) wordt vastgesteld.
Pagina 4 van 5
9. Risico De maatregelen in het plan van aanpak hebben naast de financiële impact ook een grote organisatorische impact. Wij zien risico’s in de uitvoerbaarheid als het gaat om de werving van de benodigde formatie en het behalen van de gewenste kwaliteit. Een mogelijk alternatief is verdergaande samenwerking of fusie. Wij realiseren ons dat in het algemeen bestuur de wens is uitgesproken om een Zeeuwse omgevingsdienst te behouden. Ook zijn wij bekend met het onderzoek van SPPS Consultants waarin een globale beschouwing is gegeven op fusie als kostenbesparende maatregel. In dit rapport is echter niet ingegaan op wat de gevolgen van verdergaande samenwerking of fusie zijn voor de kwaliteit van de omgevingsdienst. Wanneer er geen definitief plan van aanpak aan de staatssecretaris kan worden aangeboden en de RUD daardoor niet in staat is om tijdig (1 april 2026) te voldoen aan de robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten kan de staatssecretaris ingrijpen. Wat die consequenties zijn is niet duidelijk. Een plan B of mogelijke consequentie is verdergaande samenwerking of fusie met een andere omgevingsdienst. Na een mogelijk (gedwongen) fusie vragen wij ons af in hoeverre het haalbaar en verantwoord is om de omgevingsdienst nog langer decentraal aan te sturen. Het is daarom van belang dit vooraf te onderzoeken.
Op basis van de stukken die nu voorliggen, kunnen wij die afweging niet maken.
Burgemeester en wethouders van Hulst, De Secretaris, De Burgemeester,
Bijlage(n): Bijlage 1: Aanbiedingsbrief d.d. 29 maart 2024 Bijlage 2: Voorstel Algemeen Bestuur Bijlage 3: Voorgenomen plan van aanpak Bijlage 4: 3e begrotingswijziging 2024 Bijlage 5: Ingroeimodel Bijlage 6: Advies begeleidingscommissie Bijlage 7: Begeleidende brief aan ministerie Bijlage 8: Concept zienswijze
Pagina 5 van 5