CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie verslag

Gemeenteraad 31 mei 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Opening1.908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kort verslag Raadsvergadering d.d. 31 MEI 2021 Aanwezig: B. Saman (Pvda), C. de Kraker (VVD), M. de Bruin – van Denderen (VVD), P. vd. Kerkhove (CDA), K. Martinet (CDA), C. Nijskens- de Maat (CDA) , W. Verdurmen (CDA), L. Mangnus (GH), F. van Driessche, (GH), P. van Kerckhoven (GH ), R. Roctus (ABGH), A.Dobbelaer (ABGH), T. Maas (ABGH), M. Broekaart (ABGH), J. de Block (ABGH), M.M. Strooband-de Moor (ABGH), A. Fokker (ABGH), E. Verstraeten (HP), J. van Eck (HP), G. van Unen (SP), D. van Damme-Fassaert (wethouder), A. Totté (wethouder), G. Depauw (wethouder), R. Ruissen (wethouder), J. Mulder (voorzitter), D. Van Bunder (raadsgriffier). Afwezig: R. Roctus (ABGH), A. Fokker (ABGH), M.M. Strooband-de Moor (ABGH) en de heer Weemaes (PvdA) 1.

Opening De raadsvoorzitter opent de vergadering. De heer Saman (nr. 14) wint de loting.

2.

Mededelingen Er zijn geen mededelingen.

3.

Vaststelling agenda Bij agendapunt 5 wordt de motie ‘Bestuurlijke rol gemeenteraden en gemeenschappelijke regelingen’ geagendeerd onder agendapunt 5A. De gewijzigde agenda is vastgesteld.

4.

Raadsvoorstel m.b.t. Stichting Intervence Mevrouw Nijskens – de Maat zal het proces met JB West blijven volgen. Ze zegt dat de kosten voor de gemeente aan JB West nog onduidelijk zijn. Bovendien is er onduidelijkheid over een mogelijke claim van Intervence. De gestelde voorwaarden door JB West zet veel gemeenteraden voor het blok. Als de overname niet doorgaat, komt de zorg in gevaar. Dat is niet wenselijk. Ze vraagt naar de gevolgen wanneer het vijfjarig contract niet, volgens het Europees aanbestedingsrecht, wordt goedgekeurd. De heer Saman vraagt ook naar de rechtmatigheid. De continuïteit en de kwaliteit van de zorg moet gerealiseerd worden. Hij beseft dat er een pad bewandeld wordt met onzekerheden, maar hij heeft er vertrouwen in. De heer van Driessche zegt dat het om mensen met een zware hulpvraag gaat. Naast deze groep moet er ook aandacht zijn voor de zorgverleners en de kwaliteit van de zorg. Om goede hulp te kunnen bieden, is veel geld nodig. Er is geen andere keus dan akkoord te gaan met het raadsvoorstel. Hij verzoekt een vergelijking te geven wanneer Intervence dezelfde middelen had gekregen, die JB West nu vraagt. Mevrouw van Unen meent ook dat de raad geen keus heeft. Er is voor deze kinderen een zorgplicht. Onlangs is er een uitspraak geweest waarbij het kabinet verplicht wordt aan de gemeenten voor de jeugdzorg miljarden te geven.

Zij vraagt of de gemeente aan deze exercitie was begonnen wanneer de uitspraak eerder gedaan was. De wethouder heeft naar de raad goed gecommuniceerd, maar het is onduidelijk waar de gemeenten daadwerkelijk instappen. Ze vraagt hoe de raad op de hoogte wordt gehouden. De heer de Block zegt vertrouwen te hebben in de overname door JB West. Hij zegt dat de raad altijd goed geïnformeerd is.

De heer van Eck vraagt naar de gevolgen voor de zorg en het belang van het personeel. Hij vraagt verduidelijking over de vijf jaar omzetgarantie van € 7 miljoen. Hij vraagt naar een kostenoverzicht van de overheveling van drangzaken. Tevens wenst hij een totaal kostenoverzicht van voorliggend voorstel. Via een interview met wethouder Ruissen op Omroep Zeeland vernam hij dat de kosten wellicht € 120 miljoen zouden kunnen bedragen. Hij meent dat de kosten, genoemd in het raadsvoorstel, onvolledig zijn. Hij verzoekt de werkelijke feiten naar buiten te brengen. Hij zegt dat de bestuurscommissie de overname gunt aan JB West. Dit is in strijd met het Europese systeem van inschrijvingen. Hij meent dat de bestuurscommissie dit besluit niet kan nemen vanwege de hoge risico’s die hiermee samenhangen. Er is gevraagd naar de rol van JB Brabant. Hij meent dat de continuïteit van zorg van belang is. Hij mist zekerheden. Genoemde bedragen zijn onzeker. Hij vraagt om een verduidelijking van de toekenning van € 750.000,--, zijnde een risicobuffer. Hij mist in het voorstel de terugbetaling van de verleende voorschotten. Van de € 493.000,-- is reeds € 211.000,-- betaald. Hij vraagt naar potentiële claims die te verwachten zijn. Hij verwijst naar de brief van de Raad van Toezicht van 26 mei 2021. Intervence kreeg het idee dat de gemeenten afscheid wilde nemen van de organisatie.

Hij blijft het incorrect vinden dat de bestuurscommissie onjuiste informatie verstrekt heeft. Hij wil, voor de volgende vergadering, een voorstel van een andere bestuursvorm waarbij de rol van de gemeenteraad veel duidelijker tot uitdrukking komt. De heer de Kraker is blij dat het gelukt is om digitaal, met dertien gemeenteraden, te werken aan een oplossing. De kwaliteit van de zorg is van cruciaal belang. Hij heeft veel vertrouwen in JB West. De heer Verstraeten bestrijdt de woorden van de wethouder over het ontbreken aan interesse van JB Brabant. Wethouder Ruissen zegt dat wanneer het vijfjarig contract niet goedgekeurd wordt dat er een aanbesteding komt. Dat zal dan per nieuw kalenderjaar zijn. Op de vraag van mevrouw van Unen zegt hij dat de arbitragecommissie een uitspraak heeft gedaan. Daarin wordt bevestigd dat de gemeenten te weinig geld hebben gekregen om de functie van de Jeugdhulp te kunnen uitvoeren. Het geld van € 1,6 - € 1,8 miljard is wel uitgegeven. Hij verwacht dat dit gerepareerd gaat worden. Het is niet het gevolg van tarieven of teveel verleende zorg. De oorzaak is de te weinig ontvangen middelen. Het volume is veel groter dan voorspeld. Gebleken is dat Intervence niet kon toekomen met het geld. De lage tarieven zijn enigszins verhoogd, maar de problemen bleven bestaan. Er was sprake van structurele financiële problemen bij Intervence.

Samen hebben zij het besluit genomen om naar andere scenario’s te gaan kijken. Intervence kon onder de gestelde voorwaarden niet bestaan. Hij zal de raad op de hoogte houden op de manier zoals dat de afgelopen tijd gedaan is. Over het vijfjarig contract zegt hij dat dit duidelijkheid geeft. Hij kan het totaal bedrag betreffende de drangzaken niet aangeven. Hij zegt geen interview op Omroep Zeeland gegeven te hebben. De bedragen die de heer van Eck noemt, kloppen en staan in het voorstel genoemd. De instandhoudingsbijdrage maakt geen onderdeel uit van het voorstel en staat daarom niet in het voorstel genoemd. Hij heeft reeds uitgebreid een toelichting gegeven over de vermeende ‘onjuiste informatie’ waarover de heer van Eck spreekt. De onrechtmatigheid is reeds uitvoerig besproken. In het voorstel worden maximum bedragen genoemd. Hij vermoedt dat de maximumbedragen niet nodig zijn. De € 200 miljoen is niet opgenomen omdat hij het risico nihil of klein acht. Hij zegt dat er met JB Brabant gesproken is. Tijdens deze gesprekken heeft JB Brabant aangegeven geen partij te kunnen zijn. De brief van de Raad van Toezicht is reeds uitvoerig besproken. Met Intervence is zowel over middelen als inhoud gesproken. Hij is niet in staat om de volgende vergadering een andere bestuursvorm te presenteren. Dat vraagt tijd, als het al mogelijk is.

De heer Verstraeten zegt dat het antwoord van de wethouder over JB Brabant hem bevreemdt.

2

De heer van Driessche verzoekt uit te gaan van feiten zodat de raad niet op een verkeerd been gebracht kan worden. Bij de aangekondigde moties zal hij nog enkele zaken onder de aandacht brengen. Mevrouw De Bruijn- van Denderen vindt het vreemd dat de heer van Eck zaken aanbrengt die niet hebben plaatsgevonden. Zij vindt dat de raad goed geïnformeerd is en dat de bestuurscommissie haar best gedaan heeft. Ze hoopt dat er geen aanbesteding moet komen. Ze stemt in met het voorstel. De heer van Eck blijft bij zijn standpunt dat de wethouder gesproken heeft over € 120 miljoen. Hij begrijpt dat de wethouder niet voor de komende raadsvergadering met een nieuwe bestuursvorm kan komen. Hij meent dat het najaar wel mogelijk moet zijn. Mevrouw de Bruijn – van Denderen vindt het incorrect dat de heer van Eck twijfel zaait. De heer van Eck zegt dat de woorden van de € 120 miljoen wel gezegd zijn. De heer de Block onderschrijft de woorden van mevrouw de Bruin -van Denderen en hij stemt in met het voorstel. Wethouder Ruissen zegt dat hij getracht heeft, tijdens het gehele proces, zorgvuldig te handelen. Hij vraagt aan de heer van Driessche concreter aan te geven wanneer hij gezegd zou hebben dat ‘het wel goed zou komen’. Hij meent dat hij zich nooit zo heeft uitgedrukt.

Er is zorgvuldig gehandeld en de risico’s en twijfels zijn altijd verwoord De heer van Driessche beaamt dat de wethouder zijn uiterste best doet. Hij zegt dat er welmomenten waren waarbij met woorden een bepaalde indruk werd gegeven die hem op een ander spoor brachten. De raad stemt unaniem in met het voorstel. 5.

Motie ‘Geld voor Jeugdzorg’ (ABGH) De heer de Block doet een oproep aan het college om bij het Rijk extra financiële middelen te vragen voor de Jeugdzorg. De heer van Driessche zegt dat de gemeenten en de VNG ook proberen structurele middelen te krijgen voor de Jeugdzorg. De heer van Eck meent dat het Rijk zo breed als mogelijk op haar verplichtingen gewezen moet worden. De raad stemt unaniem in met de motie

5 A Motie ‘Bestuurlijke rol gemeenteraden en gemeenschappelijke regelingen’ (HP, GH) De heer van Driessche meent dat de rol van de raad ten opzichte van de bestuurscommissie afstandelijk is. Het is niet democratisch om geen keuze te hebben bij een voorgelegd voorstel. De raad moet meer grip hebben op de gemeenschappelijke regelingen en andere regionale samenwerkingsverbanden. Hij pleit voor frequenter informeren. De heer van Eck wil dat de raad de kaders kan stellen. Hij zou bij de eerste werkvergadering willen kijken naar de structuur en de juiste vorm van overleg. De heer van de Kerkhove meent dat de motie niets toevoegt. De motie is goedbedoeld, maar overbodig. Mevrouw van Unen zegt dat de Jeugdzorg van de provincie komt. Zij vraagt of de indieners van de motie het niet beter vinden om de Jeugdzorg weer terug te geven aan de provincie. De heer de Kraker zegt vertrouwen in het college te hebben. Hij vindt de motie overbodig. De heer Saman meent dat er voldoende gecommuniceerd is. Hij steunt de motie niet. De heer de Block onderschrijft de woorden van de vorige sprekers. De heer Verstraeten pleit voor vroegtijdig betrokken te worden bij besluitvorming.

3

De heer van Driessche zegt dat de gemeenten de taken hebben opgepakt, maar het doel wat er voor ogen was, is niet haalbaar. Wellicht is het een goed idee om voor een andere vorm te kiezen. Momenteel zijn er te weinig middelen om de taken goed uit te kunnen voeren. Hij adviseert de stelselwijzigingen af te wachten. Hij benadrukt dat de motie geen wantrouwen naar de wethouder betekent. Hij zou graag zien dat de raad meer grip krijgt. De heer van Eck stelt voor de dwangzaken naar de landelijke overheid over te hevelen. Hij pleit ervoor na te denken over een andere bestuursvorm. Mevrouw van Unen zegt dat het vragen om meer inspraak geen kwestie is van wantrouwen. De heer van Driessche zegt dat voorliggende motie net als de vorige motie een vraag is voor een extra duwtje. Hij begrijpt niet goed waarom bij de eerste motie iedereen enthousiast is en bij deze motie niet. De motie wordt met 11 stemmen tegen en 6 stemmen voor (SP, GH, HP) verworpen. 6.

Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21.02 uur.

Besluiten raadsvergadering 31 mei 2021 • Vaststelling agenda vergadering raadsvergadering 31 mei 2021 • Vaststelling voorstel m.b.t Intervence /JB West • Aannemen motie ‘Geld voor Jeugdzorg’ • Verworpen motie ‘Bestuurlijke rol gemeenteraden en gemeenschappelijke regelingen’

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 15 juli 2021 De raadsgriffier,

De raadsvoorzitter,

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10414625/2