CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Paalsewegsamengevoegd ontwerp bp Paalseweg 9

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9 Graauw)’7.113 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Planregels partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)

1-10-2021

1

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

2

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................................ 4 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 4 Artikel 2 Van toepassing verklaring ..................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................. 6 Artikel 3 Agrarisch ............................................................................................................................... 6 Artikel 4 Waarde – Archeologie 3........................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels .................................................................................................. 10 Artikel 5 Overgangsrecht ................................................................................................................... 10 Artikel 6 Slotregel ..............................................................................................................................

11 Bijlage 1 Archeologische vrijstellingenkaart in de diepte op landbodem ............................................. 12

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

3

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

4

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan het bestemmingsplan ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’ van de gemeente Hulst met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenpaalseweg9-001O.

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0677.buitenpaalseweg9-001O met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.

1.3 moederplan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ van de gemeente Hulst, met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V, zoals dat is vastgesteld op 6 mei 2013; 1.4 parapluplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ Het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ van de gemeente Hulst met identificatienummer NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V, zoals dat is vastgesteld op 8 juni 2017; 1.5 parapluplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten en seizoensarbeiders' Het bestemmingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten en seizoensarbeiders’ van de gemeente Hulst met identificatienummer NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V, zoals dat is vastgesteld op 23 februari 2017; 1.6 Plattelandswoning Een (voormalige) bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, die op grond van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan door een derde bewoond mag worden, wordt met betrekking tot die inrichting voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen beschouwd als onderdeel van die inrichting, tenzij bij of krachtens de wet anders is bepaald."

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

5

Artikel 2 Van toepassing verklaring De regels behorende bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ van de gemeente Hulst, met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V, zoals dat is vastgesteld op 6 mei 2013 door de gemeenteraad van Hulst en de regels behorende bij de paraplubestemmingsplannen ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ met identificatienummer NL.IMRO.0677.ppArcheologie-001V, zoals dat is vastgesteld op 8 juni 2017 en ‘Huisvesting arbeidsmigranten met identificatienummer NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V, zoals dat is vastgesteld op 23 februari 2016, zijn onverminderd van toepassing op dit bestemmingsplan. Voor zover in de regels van dit plan niet anders is bepaald en met dien verstande dat in geval van discrepantie tussen de regels van de herziening en dit plan, de regels van dit plan van toepassing zijn. Indien in de herziening wordt verwezen naar de verbeelding, wordt de bij dit bestemmingsplan ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’ behorende verbeelding bedoeld.

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

6

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In deze regels zijn de bestemmingsregels van de herziening en het moederplan van toepassing. Volledigheidshalve is voor de relevante artikelen een verwijzing opgenomen naar het van toepassing zijnde artikel uit de herziening en het moederplan.

Artikel 3 Agrarisch Op de voor Agarisch aangewezen gronden is Artikel 3 uit het moederplan van toepassing. 3.1 Bestemmingsomschrijving a. Aan artikel 3 lid 3.1. van het moederplan wordt een bepaling toegevoegd welke luidt als volgt: "ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning': tevens een plattelandswoning." 3.2 Specifieke gebruiksregels Aan artikel 3 lid 3.4. sub m van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst' wordt de volgende zinsnede toegevoegd: "tenzij ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' geldt."

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

7

Artikel 4 Waarde – Archeologie 3 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Bouwwerken ten behoeve van deze bestemming a. Op de in artikel 4.1.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,50 meter. 4.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere voor deze gronden geldende bestemming(en) a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij de grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld en hierbij het te verstoren oppervlak onder de vrijstellingsdiepte groter is dan 1.000 m²; b. het bepaalde onder artikel 4.2.2 sub a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder artikel 4.2.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 1.000 m² onder de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 4.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder artikel 4.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning:

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

8

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen en aanleggen van drainage door kettingtechniek; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2,00 meter waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c.

het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld;

d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; f.

het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft;

g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld. 4.4.2 Uitzonderingsregel Het in artikel 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

9

a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 1.000 m², of een verstorend oppervlak onder de vrijstellingsdiepte hebben van minder dan 1.000 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c.

betreffen het aanbrengen van drainage middels sleufloze technieken;

d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 4.4.3 Voorwaarden a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 4.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b. Voor zover de in artikel 4.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.

De vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een archeologisch rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

4.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in artikel 4.4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 3', als bedoeld in artikel 4.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

10

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels Artikel 5 Overgangsrecht 5.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 5.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

11

Artikel 6 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’.

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

12

Bijlage 1 Archeologische vrijstellingenkaart in de diepte op landbodem

Vrijstellingenkaart rondom Paalsweg 9, Graauw

Bron: Edufact, Advies In Erfgoed

Planregels ‘partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)’

Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied (Plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw)

Versie: ontwerp Datum: juli 2021

1

Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Hulst

plattelandswoning Paalseweg 9, Graauw

Planstatus: Datum: Auteur: Korte omschrijving:

Ontwerp 29-09-2021 Tom de Koster Partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst, voor het gebruik van een voormalige agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning aan de Paalseweg 9 te Graauw

2

3

Inhoud 1 INLEIDING ............................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................... 5 1.3 Bebouwde kom....................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 6 2 PLANBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 7 2.1 Initiatief ......................................................................................................................................... 7 2.2 Beschrijving omgeving ................................................................................................................... 7 2.3 Herkenbaarheid primaire functie .................................................................................................. 8 3.

BELEIDSKADER ..................................................................................................................................... 9 3.1 Rijksbeleid...................................................................................................................................... 9 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ...................................................................... 9 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO) ....................................................... 10 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ........................................................................................ 10 3.1.4 Wet plattelandswoningen .................................................................................................... 10 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 11 3.2.1 Omgevingsplan en omgevingsverordening .......................................................................... 11 3.3. Gemeentelijk beleid ................................................................................................................... 12 3.3.1 Structuurvisie Gemeente Hulst ............................................................................................ 12 4.

OMGEVINGSASPECTEN...................................................................................................................... 13 4.1 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 13 4.1.1 Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 13 4.1.3 Externe Veiligheid................................................................................................................. 14 4.1.4 Onderzoek milieuhinder omliggende bedrijven ................................................................... 16 4.1.5 Overige milieuaspecten ........................................................................................................ 16 4.2 Watertoets .................................................................................................................................. 16 5 OMSCHRIJVING UITVOERBAARHEID .................................................................................................. 17 5.1 Burgerparticipatie........................................................................................................................ 18 5.2 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................................

18 5.3 Privaatrechtelijke aspecten ......................................................................................................... 18 BIJLAGE 1 | Gegevens bodemloket .................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

4

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Paalseweg 9 te Graauw, tussen de kernen Graauw en Paal is een agrarisch bedrijf gelegen. Het perceel is inmiddels gesplitst, waarbij de loodsen op huisnummer 9a nog altijd agrarisch in gebruik zijn, maar de woning op huisnummer 9 niet meer als bedrijfswoning in gebruik is. Hierdoor dient deze voormalige bedrijfswoning in planologische zin te worden losgekoppeld van het bestaande bedrijf, zodat deze bewoond kan worden door derden. Om dit te bewerkstelligen dient de agrarische bedrijfswoning naar een plattelandswoning te worden omgezet.

1.2 Vigerend bestemmingsplan Het perceel aan de Paalseweg 9 te Graauw is gelegen binnen de werking van het op 16 mei 2013 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ van de gemeente Hulst. Tevens zijn de bepalingen van de paraplubestemmingsplannen ‘huisvesting arbeidsmigranten’ en ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ van toepassing. Op basis hiervan heeft het perceel de bestemming ‘agrarisch’ met de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - radar’ en is de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’ van toepassing.

Afbeelding 1, Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’ van de gemeente Hulst (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

De woning aan de Paalseweg 9 is planologisch gezien een agrarische bedrijfswoning welke samen met de aanwezige bedrijfsgebouwen op Paalseweg 9a tot hetzelfde agrarische bouwvlak behoort. Omdat de woning Paalseweg 9 niet meer bewoond wordt door iemand met een functionele binding met het agrarisch bedrijf, is er sprake van strijd met het bestemmingsplan. Deze strijdigheid kan worden opgeheven door middel van het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een plattelandswoning. Het planologisch-juridisch toestaan van het gebruik als burgerwoning waarbij deze woning niet wordt beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende agrarische bedrijf is mogelijk met de inwerkingtreding van de Wet plattelandswoning. Op grond van deze nieuwe wet hoeft bij de verlening van omgevingsvergunningen voor het inwerking hebben van een inrichting geen rekening te houden met de feitelijke bewoningssituatie maar kan worden uitgaan van de planologische situatie.

5

De gemeente Hulst heeft besloten om medewerking te verlenen aan voormelde ontwikkeling, door middel van een partiële herziening van het bestemmingsplan.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het initiatief en de omgeving beschreven. Het relevante beleidskader wordt in hoofdstuk 3 omschreven. Een toets aan de relevante omgevingsaspecten vindt plaats in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht en tot slot is de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid in hoofdstuk 6 opgenomen.

6

2 PLANBESCHRIJVING Om te beoordelen of een ontwikkeling dat niet rechtstreeks past binnen de voorschriften van het bestemmingsplan, wel past binnen de omgeving is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Met het oog hierop is het plangebied geïnventariseerd en geanalyseerd.

2.1 Initiatief Aan de Paalseweg 9 en 9a ligt een bestaand agrarisch bedrijf, waar de agrarische bedrijfswoning wordt niet meer als dusdanig gebruikt. Gelet op de afstand van deze woning tot de bedrijfsgebouwen wordt de woning niet als burgerwoning bestemd, maar als plattelandswoning. Dit is een louter administratieve wijziging. In ruimtelijke zin vinden er aan de woning, of in de omgeving geen ingrijpende wijzigingen plaats. Het gebruik van de huidige woning wordt voort gezet en dat verandert niet wanneer de woning als plattelandswoning wordt aangeduid.

9a 9

afbeelding 2, woning Paalseweg 9

2.2 Beschrijving omgeving De Paalseweg is de verbinding tussen de kernen Paal en Graauw. Aan de weg ligt een watergang, die zorgt voor de afvoer van hemelwater naar het gemaal Paal. Aan de Paalseweg zijn een aantal (voormalige) agrarische bedrijven gelegen. Karakteristiek voor deze bedrijven is de bereikbaarheid via een brug over de watergang. De locatie ligt in de Melopolder. Een grootte polder van 423 hectare. In de polder liggen verspreid enkele agrarische bedrijven. De westzijde van de polder is onbebouwd. Aan de noordoostzijde van de polder ligt de kern Paal, aan de zuidzijde ligt het dorp Graauw. En aan de noordzijde het buurtschap Duivenhoek. Het perceel Paalseweg 9 bestaat uit een ruime vrijstaande bungalow met een kap, een grote siertuin en omliggende weiden voor hobbydieren. Het perceel is 11.720 m2 groot.

7

2.3 Herkenbaarheid primaire functie Aan de woning vindt in principe geen wijzigingen plaats. Het gebruik ten opzichte van de huidige situatie verandert niet in feitelijke zin. Aan de buitenzijde blijft het pand direct herkenbaar als woning.

Afbeelding 3, woning Paalseweg 9, Graauw

8

3. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het rijk, provincie en gemeente.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

De ontwikkeling ligt in de MIRT-regio Zuidwestelijke Delta. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. Nationale belangen die van toepassing zijn voor deze regio en voor de ontwikkeling is het samenwerken met de provincie en gemeenten in het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering. Ook is in de regio Zuidwestelijke Delta in een aantal gebieden sprake van bevolkingskrimp, hetgeen leidt tot opgaven in de regionale woning-, bedrijventerreinen- en voorzieningenmarkt. Binnen het plangebied spelen geen Rijksbelangen, het initiatief past binnen de SVIR.

Afbeelding 4, MIRT-regio Zuidwestelijke Delta

9

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO) Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een beperkt aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen, over rijksvaarwegen, zones buisleidingen en zones van hoogspanningsleidingen. Voor het plangebied zijn geen nationale belangen van toepassing.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6 van het Bro is vastgelegd dat voor stedelijke ontwikkelingen de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gehanteerd. Via de duurzaamheidsladder stimuleert het Rijk zorgvuldig ruimtegebruik en herstructurering van bestaand stedelijk gebied en bestaande gebouwen. Deze regeling staat bekend als de laddertoets.

3.1.3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruime is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Het doel van deze ladder is het bevorderen van een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte én het voorkomen van overprogrammering. Om dit te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6, tweede lid). Dit betekent dat bij ruimtelijke besluiten moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De procesvereiste is alleen van toepassing op ruimtelijke besluiten die voorzien in een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is een stedelijke ontwikkeling gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. De ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied. Los van de te volgen procedure, maakt de ontwikkeling geen extra woning mogelijk, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.

3.1.4 Wet plattelandswoningen Op 1 januari 2013 is de wet tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en enkele andere wetten om de planologische status van gronden en opstallen bepalend te laten zijn voor de mate van milieubescherming alsmede om de positie van agrarische bedrijfswoningen aan te passen (plattelandswoningen), kort gezegd: de ‘Wet plattelandswoningen’ in werking getreden. Deze wet bevat een tweetal onderdelen. In de eerste plaats wordt geregeld dat bij verschillende wetten zoals bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) het planologisch regime, en niet langer het feitelijk gebruik, bepalend wordt voor de bescherming die een gebouw of functie geniet tegen negatieve milieueffecten. Het tweede element van de wet heeft specifiek betrekking op zogenoemde plattelandswoningen. Dat zijn (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die (tevens) door derden mogen worden bewoond. De wet regelt dat deze woningen niet worden beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf.

Planologisch regime is bepalend voor de mate van milieubescherming

Nu is het zo dat het feitelijk gebruik van een gebouw bepalend is voor de mate van bescherming tegen negatieve milieueffecten, ongeacht of dat gebruik in overeenstemming is met de toegekende bestemming. Indien een bedrijfswoning wordt bewoond door personen die geen binding met het bedrijf hebben, brengt dit met zich dat de woning bescherming geniet tegen nadelige milieueffecten. Voor het naastgelegen bedrijf gelden in dat geval striktere milieunormen, hetgeen een belemmering kan vormen voor de bedrijfsvoering van die inrichting. De Wet plattelandswoningen maakt het mogelijk door niet langer het feitelijk gebruik, maar het planologisch regime bepalend te laten zijn voor de mate van milieubescherming. Dit wordt bereikt doordat aan artikel 2.14 van de Wabo een zevende lid is toegevoegd, luidende: ‘Bij de toepassing van het eerste lid worden gronden en

10

bouwwerken in de omgeving van de inrichting in aanmerking genomen overeenkomstig het bestemmingsplan, de beheersverordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning’. In het kader van de toetsingsgronden voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking dan wel het in werking hebben van een (milieuvervuilende) inrichting wordt nu dus een koppeling gelegd tussen het milieu en de ruimtelijke ordening. Naast de Wabo, zijn ook de Wet geurhinder en veehouderijen en de Wet geluidhinder in soortgelijke zin aangepast. Toets De Wet plattelandswoningen voegt een nieuw artikel 1.1a toe aan de Wabo: Artikel 1.1a 1. Een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, die op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning door een derde bewoond mag worden, wordt met betrekking tot die inrichting voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen beschouwd als onderdeel van die inrichting, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald. 2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder landbouwinrichting verstaan: inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten, zijnde het telen of kweken van landbouwgewassen of het fokken, mesten, houden of verhandelen van landbouwhuisdieren, dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht. Via artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat ‘een bedrijfswoning door een derde bewoond mag worden’ met toepassing van artikel 2.12, eerste lid (afwijken van het bestemmingsplan), mits met een goede ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat het initiatief ruimtelijk en milieuhygiënisch aanvaardbaar is. Het moet dan gaan om een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten plaats vinden. In onderhavige situatie aan de Paalseweg te Graauw is hier sprake van. Door het aanduiden van de bedrijfswoning als plattelandswoning hoeft ook voor deze woning niet handhavend te worden opgetreden om milieuhygiënische redenen.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsplan en omgevingsverordening Op 21 september 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland het Omgevingsplan 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan geeft de provinciale visie en provinciale belangen op Zeeland weer, waar de Provincie Zeeland een (groot) belang aan hecht. Alle hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Zowel op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, maar ook economie, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. De Omgevingsverordening richt zich – net zo breed als het Omgevingsplan – op de fysieke leefomgeving in de Provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Kort samengevat wordt ingezet op: • • • •

bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik (inbreiding, herstructurering, hergebruik); stimuleren integrale woningkwaliteit / verbeteren woningvoorraad (kwaliteit en differentiatie); afstemmen woningvoorraad op woonwensen huidige en toekomstige inwoners en veranderende samenstelling en omvang bevolking; bescherming/waarborging en ontwikkeling van waardevolle landschappen, natuur, cultuurhistorisch erfgoed en van aardkundige en archeologisch waarden in Zeeland.

Conclusie Ten aanzien van een plattelandswoning heeft de provincie Zeeland geen specifieke beleidsuitgangspunten, waaraan getoetst moet worden. Echter, omdat het aanduiden van deze woning als plattelandswoning er wel aan bij draagt dat het gebruik van een bestaande woning kan

11

worden voort gezet en er hierdoor dus geen sprake is van leegstand, kan worden gesteld dat er sprake is van een vorm van zorgvuldig ruimtegebruik, waardoor het initiatief past binnen de uitgangspunten van het Zeeuwse ruimtelijk beleid.

3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Gemeente Hulst De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied waardoor voor eenieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. De structuurvisie geeft een doorkijk tot medio 2025. Op basis van de structuurvisie is het plangebied aangemerkt als ‘behouden’. De strategie van behoud is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijk beeld en het functioneren van deze gebieden is goed. Daarom is er voor de gemeente geen aanleiding om hier actief plannen of projecten te initiëren. Conclusie Met het aanduiden van de woning Paalseweg 9 als plattelandswoning, verandert er in het ruimtelijk beeld en het functioneren in de omgeving niks. Sterker nog, de plattelandswoning is bedoeld om juist het huidige functioneren van het naastgelegen bedrijf voort te zetten. De wijziging is niet ruimtelijk, maar uitsluitend administratief van aard. De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de ‘Structuurvisie Gemeente Hulst’.

12

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

Besluit gevoelige bestemmingen

Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen, zoals in voorliggend plan, is geen gevoelige bestemming. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. De ontwikkeling is eveneens niet gelegen binnen genoemde zones van de rijks- en provinciale wegen. Toets Aan de Paalseweg 9 te Graauw wordt geen extra ontwikkeling mogelijk gemaakt. De huidige woning wordt bewoond en dat blijft in de toekomstige situatie ook zo. De gebruiksmogelijkheden van de bestaande woning worden verruimd in die zin dat de woning ook kan worden bewoond door mensen die geen functionele binding hebben met het bijbehorende agrarische bedrijf. Omdat het bestaande gebruik, ten opzichte van het voorgaande gebruik ongewijzigd blijft heeft het project geen extra verkeersaantrekkende werking. Dit project draagt daarom niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit.

4.1.2 Bodem Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie.

13

Toets Uit historisch vooronderzoek is niet gebleken dat op de woonlocatie sprake is geweest van bodembedreigende activiteiten zoals ondergrondse tanks, dan wel andere activiteiten welke aanleiding geven om verontreiniging binnen het plangebied te verwachten. Wel was binnen de toenmalige inrichting (toen de woning nog behoorde bij het naastgelegen agrarische bedrijf) een ondergrondse dieseltank aanwezig geweest. Deze is nog niet gesaneerd. Uit historisch dossieronderzoek is gebleken dat er geen tanks binnen het plangebied hebben gelegen, enkel bij en in de naastgelegen loodsen op geruime afstand van het plangebied.

Afbeelding 5, luchtfoto Paalseweg 9, Graauw uit 1953 (bron: Zeeland.nl) Tevens heeft op deze locatie geen boomgaard gestaan, en is de locatie altijd in gebruik geweest als woonhuis. Ook voor de bouw van de huidige woning in 1978 was er reeds een woning op dezelfde locatie aanwezig. De bodemkwaliteitskaart Zeeland duidt de locatie aan als achtergrondwaarde: Buitengebied en woonwijken 1960 en de bodemfunctie overig. De bodemkwaliteitskaart geeft geen aanleiding om verkennend onderzoek te verrichten.

4.1.3 Externe Veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) van kracht Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • de Regeling externe veiligheid (Revi); • het Registratiebesluit externe veiligheid; • het Besluit risico's Zware Ongevallen 1999 (Brzo 2015); • het Vuurwerkbesluit.

14

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. • Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is; • Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening.

Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied aan de Paalseweg. Er wordt hier geen gevoelig object toegevoegd, de gebruiksmogelijkheden van een bestaand gevoelig object worden uitgebreid. Op de risicokaart staan met uitzondering van enkele propaantanks bij agrarische bedrijven in de omgeving, geen soorten risico's, zoals de transportleidingen, routes gevaarlijke stoffen, of BEVI-inrichtingen. In afbeelding 5 is een uitsnede van de risicokaart te zien. Hierop is het plangebied rood aangeduid.

Afbeelding 6, uitsnede risicokaart Toets Uit de inventarisatie blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risico's op basis van externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);

15

• • •

zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.1.4 Onderzoek milieuhinder omliggende bedrijven In de 'Wet Plattelandswoningen' is geregeld dat bij het gebruik van bedrijfswoningen voor bewoning door derden die geen functionele binding hebben met het bijbehorende bedrijf, een lager beschermingsniveau wordt toegekend dan bij een burgerwoning. De woning is hierdoor niet beschermd tegen geur, geluid en gevaar, maar de woning blijft wel onderdeel van de inrichting (1.1a Wabo). Om de woning aan te duiden als plattelandswoning dient op deze aspecten het naastgelegen agrarisch bedrijf aan de Paalseweg 9a niet onderzocht te worden. Voor alle overige bedrijven in de omgeving is de bestaande woning aan de Paalseweg 9, reeds een woning van derden. Voor de overige bedrijven verandert er niets qua milieuzonering, ten opzichte van de huidige situatie. Daarbij dient te worden opgemerkt dat binnen een straal van 400 meter rondom het perceel geen woningen of bedrijven zijn gelegen. Het dichtstbijzijnde bedrijf ligt aan de Meloweg 6, Graauw op ruim 430 meter afstand van de toekomstige plattelandswoning Paalseweg 9. Op basis van de richtlijnen zoals die zijn opgenomen in de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG gelden voor grondgebonden agrarische bedrijven, zoals aan de Meloweg 6, een minimale afstand van 30 meter. Deze richtafstand is ruim binnen de werkelijke afstand tussen het bedrijf en de woning Paalseweg 9.

De afstand tot het grondgebonden bedrijf aan de Paalseweg 13 bedraagt bijna 500 meter. Opgemerkt wordt dat genoemde bedrijven ook vee zou kunnen houden. Het geldende bestemmingsplan sluit deze vorm van een agrarisch bedrijf niet uit. De richtafstanden voor grondgebonden veehouderijen zijn 100 meter. De plattelandswoning ligt op een veel ruimere afstand. Een bedrijfswoning is al een geurgevoelig object ten opzichte van omliggende bedrijven, waardoor er geen sprake is van een belemmering. De ontwikkeling voegt geen nieuwe woning toe in de omgeving.

4.1.5 Overige milieuaspecten Omdat er geen sprake is van het toevoegen van een woning, maar het wijzigen van het gebruik van een bestaande woning, wordt nader onderzoek naar de aspecten verkeer, stikstof en geur niet noodzakelijk geacht.

4.2 Watertoets Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Toets Het gebruik van de woning aan de Paalseweg 9 als plattelandswoning voegt geen woning, of bebouwing toe. Ten opzichte van de bestaande situatie blijft het gebruik als woning ongewijzigd. Met betrekking tot de waterhuishouding vinden er ter plaatse geen wijzigingen plaats.

16

5. Juridische regeling 5.1 Algemeen Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor het bestemmen van de woning Paalseweg 9 tot een Plattelandswoning. Voor de gronden van de planlocatie is aansluiting gezocht bij de vigerende regels voor agrarische bedrijven in het buitengebied. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Tevens is de inhoud van de paraplubestemmingsplannen ‘Huisvesting Arbeidsmigranten’ en ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ van toepassing verklaard.

5.2 Verbeelding Aan het plangebied wordt door middel van het toekennen van de aanduiding plattelandswoning (A(sapla)) binnen de huidige Agrarische bestemming toegevoegd. Met deze aanduiding wordt planologisch direct de koppeling met het agrarisch bedrijf gelegd, die bestemming is immers inhoudelijk de aanleiding voor de invoering van het fenomeen van de plattelandswoning. Het gebruik als plattelandswoning wordt in afwijking van de bestemming mogelijk gemaakt.

5.3 Regels De herziening in de regels heeft betrekking op Artikel 1 en Artikel 3 van het moederplan ‘Buitengebied Hulst’. Aan artikel 1 een begripsbepaling toegevoegd voor plattelandswoning en in artikel 3 zijn de Bestemmingsomschrijving (lid 3.1) en de Specifieke gebruiksregels (lid 3.2) aangevuld. De regels van beide parapluplannen blijven ongewijzigd.

17

6 OMSCHRIJVING UITVOERBAARHEID Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een nieuwe ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1 Burgerparticipatie De eigenaar van het naastgelegen bedrijf is geïnformeerd over het herbestemmen van de bedrijfswoning. Ook de toekomstige bewoner van de woning is op de hoogte van het begrip plattelandswoning. Het plan heeft geen invloed op de omgeving. Voor de realisatie van het plan wordt tevens een openbare voorbereidingsprocedure gevoerd.

6.2 Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing komen in zijn geheel voor de initiatiefnemers. De noodzakelijke kosten van de gemeente bestaan uit de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding en het voeren van de procedure. Deze kosten worden gedekt uit de legesopbrengsten.

6.3 Privaatrechtelijke aspecten Met de initiatiefnemers is een planschade overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst is vastgelegd dat de totale kosten voor rekening van de initiatiefnemers zijn, evenals eventuele planschade. Het plan heeft geen nadelige financiële gevolgen voor de gemeente Hulst. Op het perceel zijn verder geen privaatrechtelijke belemmeringen bekend.

6.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.4.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Provincie Zeeland De provincie Zeeland heeft geen opmerkingen gemaakt op het voorontwerp. Waterschap Scheldestromen Het Waterschap Scheldestromen heeft eveneens geen opmerkingen gemaakt op het voorontwerp. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

6.4.2 Zienswijzen Op grond van het bepaalde in artikel 3.8, lid 1, van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 3:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht heeft het ontwerpbestemmingsplan van PM tot en met PM 2021 ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn wel/geen zienswijzen ingediend.

18

958

Legenda Plangebied

Enkelbestemmingen A

Agrarisch

Dubbelbestemmingen WR-A3

Waarde - Archeologie 3

Gebiedsaanduidingen

A

vrijwaringszone - radar

WR-A3

Functieaanduidingen (sw-pla)

specifieke vorm van wonen - plattelandswoning

6

Bouwvlakken bouwvlak

9a

Maatvoeringen 6

maximum goothoogte (m)

(sw-pla)

836

9

835

Bestemmingsplan:

837

Paalseweg 9 Graauw Gemeente Hulst

Datum:

WDK

10-11-2021

Formaat:

Schaal:

A3

1:1000

Tekeningnummer: NL.IMRO.0677.bpbuitenpaalseweg9-001O

GIS/CAD Ondersteuning en software

Opdrachtgever: De Koster Ruimtelijke Ordening Status: ontwerp

Get.:

Noordpijl

Dalenstraat 4B, 5466 PM Eerde Tel: 0413-303279 E-mail: info@bragis.nl Web: www.bragis.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11081447/1