CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp programmabegroting 2027

Commissie Middelen 25 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: VRZ25.181 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting 2027

Samenvatting Zeeland is een regio van contrasten, waar economische kansen en veiligheidsrisico’s hand in hand gaan. Onze ligging aan grote waterwegen en de aanwezigheid van industriële clusters, zoals de (petro)chemische en nucleaire industrie, vragen om voortdurende alertheid, een doordachte voorbereiding op mogelijke risico’s én een hoog niveau van crisisbeheersing. Daar komt nog bij dat Zeeland een groot en wijdverspreid gebied is. Om adequaat te kunnen reageren, zijn er in vergelijking met andere Veiligheidsregio’s verhoudingsgewijs veel brandweerposten nodig die allemaal bemenst moeten worden. Ons brandweerstelsel is gebaseerd op vrijwilligers, maar de vrijwilligheid komt steeds meer onder druk te staan. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en bevolkingsdaling, wat de beschikbaarheid van vrijwilligers en betaalbare oplossingen verder belemmerd. Dat vraagt om een aanpak op maat. Voor u ligt de programmabegroting 2027 van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). In deze begroting leest u wat wij in 2027 willen bereiken, welke activiteiten we daarvoor ondernemen, en hoe we dat financieel vormgeven. We werken intensief samen met partners zoals gemeenten, hulpdiensten en experts om de veiligheid in Zeeland te waarborgen.

Samen nemen we de verantwoordelijkheid voor het verkleinen van veiligheidsrisico’s en het beperken van de impact van incidenten, rampen en crises. Context en ontwikkelingen Toelichting begroting 2027 Ons meerjarenbeleidsplan is verlengd voor de jaren 2026-2027. Het nieuwe meerjarenbeleidsplan is nog niet opgesteld. Hierover lopen nog gesprekken met ons bestuur en daar wordt u op termijn ook in meegenomen. De begroting 2027 is daarom opgesteld in lijn met het huidige meerjarenbeleidsplan en bevat ten opzichte van 2026 geen grote veranderingen. De begroting bestaat uit twee programma’s: toekomstbestendige brandweerzorg en voorbereide crisisorganisatie. Daarnaast is er blijvend aandacht voor het thema Mens en organisatie. Toekomstbestendige brandweerzorg Binnen het programma Toekomstbestendige Brandweerzorg zorgen we voor de brandweerzorg in onze provincie. Dit doen we met circa 1.200 vrijwilligers verspreid over 64 kazernes. In 2027 willen we de aansluiting houden op landelijke ontwikkelingen die nieuwe eisen stellen aan onze vakbekwaamheid en inrichting van de organisatie. Dat doen we vanuit de aandachtsgebieden incidentbestrijding, risicobeheersing, leren & ontwikkelen en informatiemanagement & bedrijfsvoering.

Voorbereide crisisorganisatie Zowel vanuit het in 2026 vernieuwde risicobeeld van Zeeland als vanuit landelijke en zelfs geopolitieke ontwikkelingen worden ons takenpakket beïnvloed. Wij willen zorgen dat onze crisisorganisatie voorbereid is op iedere type crisis om te zorgen dat de gevolgen voor de bevolking in Zeeland zo klein mogelijk zijn. Dat doen wij samen met onze netwerkpartners en de Zeeuwse bevolking. Ook in 2027 werken we vanuit de thema’s en ontwikkelsporen natuur, nucleair, transport, industrie en bedrijvigheid, gezondheid en ontwrichting.

2

Naast onze bovenstaande activiteiten werken we in 2027 ook verder aan de implementatie van het realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie’. Dit doen we middels de extra BDUR-gelden die we daarvoor hebben ontvangen in het verleden. Vanaf 2027 heeft het Rijk voor de Veiligheidsregio’s structureel € 35 mln vrijgemaakt voor versterking van de weerbaarheid. Op basis van het aandeel van VRZ in de BDuR kunnen we rekenen op circa € 1,3 mln. Een definitieve toekenning moet nog worden ontvangen en kan hiervan afwijken.In een notitie (“Bestuurlijke afspraken versterking regionale en lokale weerbaarheid in het kader van crisisbeheersing) is één integraal voorstel verwerkt voor de kaders voor noodsteunpunten, een aanpak met regionale pilots met landelijke projectorganisatie, en omschrijving van de financiële kaders. Beoogd wordt om hiermee een gefaseerde aanpak te realiseren die moet leiden tot een landelijk netwerk van coördinatie- en noodsteunpunten. Mens en organisatie We blijven investeren in vitaliteit, welzijn en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Een belangrijk speerpunt daarbij is de erkenning van PTSS als beroepsziekte en de zorgvuldige implementatie van de landelijk vastgestelde PTSS-regeling. Hiermee geven wij concreet invulling aan onze verantwoordelijkheid als werkgever en bouwen wij aan een zorgzame en toekomstbestendige organisatie.

Voor de inrichting en uitvoering van de regeling zijn structurele middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. De kosten die voortvloeien uit PTSS-diagnoses worden ter besluitvorming voorgelegd aan het bestuur. Verder bouwen we gestaag door aan het transformeren naar een weerbare, digitale en informatiegestuurde organisatie die ten dienste staat aan de primaire processen. Ook de samenvoeging met de GGD Zeeland zal in 2027 naar verwachting concretere vormen gaan aannemen op het gebied van huisvesting, governance en bedrijfsvoering. Verhoging Gemeentelijke bijdrage Om een sluitende programmabegroting 2027 te realiseren is, bovenop in afwijking van de VZGrichtlijn 2027 (+ 3,3%), de gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd met € 954.487. Enerzijds bestaat dit uit oplopende kapitaallasten voor een bedrag van € 725.746, waar wij sinds begroting 2017 over communiceren. Deze oplopende kapitaallasten zijn niet te dekken binnen de huidige begroting. Anderzijds ontstaat een structureel nadeel omdat de werkelijke CAO lasten hoger zijn dan de VZG richtlijn , namelijk als gevolg van de doorwerking van de cao-afspraken voor een bedrag van € 228.741. Nieuwe CAO Veiligheidsregio’s In de begroting 2027 is er een structureel tekort ontstaan door de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s in combinatie met de VZG-richtlijn voor de begroting 2027.

Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 2.1 ‘Uitgangspunten voor de begroting’. Hiervoor wordt voorgesteld af te wijken van de VZG-richtlijn 2027 en de gemeentelijke bijdrage te verhogen. Gezien het feit dat VRZ dun is georganiseerd en voor een grote opgave staat, heeft het algemeen bestuur niet besloten tot een taakstelling. VRZ heeft ombuigingsmogelijkheden besproken met het bestuur. Deze raken de operationele slagkracht en het goed werkgeverschap van VRZ, juist in een tijd dat steeds meer van VRZ gevraagd wordt, zoals de opgave voor weerbaarheid, toetreding tot de vitale infrastructuur en de energietransitie. Omdat voorgaand proces pas onlangs in de tweede helft 2025 heeft plaatsgevonden, is het niet mogelijk om een paar maanden later opnieuw een zelfde proces te doorlopen zonder operationele slagkracht, goed werkgeverschap en daardoor de veiligheid van de Zeeuwse inwoners te verminderen.

3

Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden voor extra externe financiering door het verzakelijken van de dienstverlening en een lobby voor externe financiering voor bovenregionale veiligheidsopgaven. In het Plan van aanpak opgave begroting VRZ, zoals besproken in het algemeen bestuur van 11 december 2025, zijn onderwerpen benoemd voor de lobby voor extra externe financiering. Het is van belang te benadrukken dat de verwachting is dat een deel van deze maatregelen pas in de loop van 2027 gerealiseerd kan worden, aangezien lobbytrajecten een langere periode in beslag nemen. Oplopende kapitaallasten (vanaf 2027) De komende jaren moet (ver)ouderde (brandweer)materieel en –materiaal worden vervangen. De vervanging van afgeschreven tankautospuiten (minimaal 40, maximaal 44) is gecontracteerd. Daarnaast zijn in 2026 veel dienstvoertuigen aan vervanging toe. Contractering door het NIPV vindt naar verwachting plaats in het 1e kwartaal van 2026. Vervanging is noodzakelijk om de operationaliteit en de slagkracht voor de basisbrandweerzorg te kunnen garanderen. In de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 t/m 2030 wordt voorgesteld de gemeentelijke bijdrage hiervoor stapsgewijs te verhogen, afhankelijk van de uitvoering van het meerjarig investeringsplan. Dit is vergelijkbaar met eerdere begrotingen. Voorgesteld wordt de gemeentelijke bijdrage in 2027 hiervoor met € 725.746 te verhogen.

Over deze verhoging moet echter nog een besluit worden genomen. Zie voor meer informatie paragraaf 3.3.4. ‘Investeringsplan 2026 t/m 2030’. Tot slot De veranderingen die voor ons liggen, zijn groot. Toch staan we als organisatie klaar om ze met vertrouwen aan te gaan. Samenwerking is en blijft hierbij de sleutel tot succes. Als dertien gemeenten, als partners en als inwoners van Zeeland staan we voor dezelfde uitdaging: een veilige, veerkrachtige regio waar het goed wonen, werken en recreëren is. Ik nodig u van harte uit om met ons mee te blijven denken, samenwerken en bouwen aan een veilig Zeeland. Met vriendelijke groet, Joke Gaemers Directeur Veiligheidsregio Zeeland

4

Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................................................... 2 Inhoud .................................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1: Externe ontwikkelingen .................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 2: Beleidsbegroting ........................................................................................................................... 10 Deel 2.1: Het programmaplan ............................................................................................................................ 11 2.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ ........................................................................ 11 2.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ .................................................................................... 17 2.1.3 Overhead / bedrijfsvoering ................................................................................................................ 22 2.1.4 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................

23 2.1.5 Onvoorzien ......................................................................................................................................... 26 Deel 2.2: De paragrafen ...................................................................................................................................... 27 2.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen.......................................................................................... 27 2.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering .................................................................................................................. 31 2.2.3 Paragraaf Financiering ....................................................................................................................... 34 2.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................... 37 2.2.5 Paragraaf Verbonden partijen ........................................................................................................... 41 Hoofdstuk 3: Financiële begroting en meerjarenraming.................................................................................. 42 Deel 3.1: Uitgangspunten voor de begroting .....................................................................................................

43 Deel 3.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting ............................................................................... 46 3.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming ............................................. 46 3.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming .............................................................. 46 3.2.3 Specificatie programma naar econ. categorie, incl. meerjarenraming ................................................ 47 3.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2025 en de begroting 2026 ............ 48 3.2.5 Incidentele lasten en baten per programma ....................................................................................... 49 Deel 3.3: Uiteenzetting financiële positie ............................................................................................................. 51 3.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2025 t/m 2030 ................................................................................... 51 3.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo ............................................................................................................ 53 3.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2026 t/m 2030 .............................................................

54 3.3.4 Investeringsplan 2026 t/m 2030 .......................................................................................................... 56 3.3.5 Verdeling gemeentelijke bijdrage 2027 ............................................................................................... 60 Deel 3.4: Overzicht van baten en lasten per taakveld .......................................................................................... 67 Bijlage 1 Risico tabel ........................................................................................................................................... 68

5

Hoofdstuk 1: Externe ontwikkelingen

6

Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) staat de komende jaren voor ingrijpende maatschappelijke en fysieke veranderingen die een directe impact hebben op de veiligheid van inwoners, bedrijven, bezoekers en vitale infrastructuur. De energietransitie, toenemende geopolitieke en maatschappelijke dreigingen, klimaatverandering en nieuwe wettelijke kaders vergroten het risicoprofiel en de complexiteit van incidenten. Dit leidt tot een toenemende druk op onze bestaande capaciteit en expertise. Om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden, is een substantiële en structurele versterking van de taken en organisatie noodzakelijk. Tijdig anticiperen en gericht investeren in kennis, voorbereiding, materieel en organisatiekracht zijn daarbij onmisbaar. Onderstaand wordt uiteengezet welke consequenties deze ontwikkelingen hebben voor VRZ en welke randvoorwaarden van belang zijn om de veiligheid en weerbaarheid van Zeeland, ook op de lange termijn, te blijven waarborgen. Deze ontwikkelingen hebben nog geen plaats gekregen in het verlengde meerjarenbeleidsplan 2026-2027 en de programmabegroting 2027. Het betreft veelal nieuw beleid dat, volgens de geldende afspraken, in een aparte begrotingswijziging moet worden aangeboden. Bij het opstellen van het meerjarenbeleidsplan 2028-2031 zullen deze thema’s een plaats krijgen in het plan.

Energietransitie Naar verwachting ontstaat in 2027 duidelijkheid over zowel de locatiekeuze als de bouwer van nieuwe kerncentrales. Vanaf dat moment vraagt de bouwfase om intensieve advisering door VRZ op het gebied van veiligheid en risicobeheersing. Denk hierbij aan het herzien van bestaande plannen en aanvullende voorbereiding op mogelijke incidenten tijdens de realisatie. Deze werkzaamheden leggen een structureel beslag op onze capaciteit, boven op de reguliere taken. Uitgangspunt is dat deze extra inzet financieel wordt gecompenseerd vanuit de ontwikkel- en bouwkosten die vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld. Als deze middelen niet (tijdig) beschikbaar worden gesteld, is deelname van VRZ aan het realisatietraject niet mogelijk. In dat geval komt ook de inzet bij andere projecten binnen de energietransitie, zoals de aanlanding van wind op zee, waterstoffabrieken en het bijbehorende transport van ammoniak over weg, spoor en water, onder druk te staan. Dit vergroot op termijn het risico op incidenten in industriële zones met mogelijk grote maatschappelijke impact en kan het beeld van Zeeland als veilige regio aantasten. Nieuwe energiebronnen brengen bovendien nieuwe brand- en incidentrisico’s met zich mee, bijvoorbeeld bij de productie, opslag en het vervoer van waterstof en ammoniak, en bij de komst van kerncentrales.

Deze risico’s vragen om gerichte investeringen in kennis en expertise en op termijn ook in geoefendheid, materiaal en materieel. Weerbaar en veerkrachtig Zeeland De kans op een (dreigende) crisis neemt toe, door de grotere kans op uitval van vitale voorzieningen, maatschappelijke ontwrichting door desinformatie en aanvallen op gezag, rechtsorde en democratische processen. Veiligheidsregio Zeeland bereidt zich hierop voor, zowel preventief als tijdens een daadwerkelijke crisis, en ondersteunt daarnaast de bevolking op het gebied van zelfredzaamheid. Vanuit de ministeries van Defensie en Justitie & Veiligheid heeft VRZ de opdracht gekregen bij te dragen aan de opbouw van een landelijk netwerk van coördinatie- en noodsteunpunten. Ook moeten brandweerkazernes en materieel zodanig zijn ingericht dat zij bij langdurige uitval van

7

vitale voorzieningen operationeel blijven. Dit vraagt onmiskenbaar om investeringen in kennis, training en materieel. In 2027 wordt uitvoering gegeven aan de Zeeuwse aanpak maatschappelijke weerbaarheid: een samenwerking tussen provincie, gemeenten, Veiligheidsregio, waterschap en maatschappelijke partners, gericht op het versterken van de weerbaarheid en veerkracht van Zeeland bij crises en langdurige verstoringen. Voor VRZ betekent dit een intensivering van bestaande taken binnen crisisbeheersing én de uitvoering van nieuwe werkzaamheden. Een deel hiervan sluit aan bij reguliere taken, zoals crisisvoorbereiding, oefeningen, risicocommunicatie en ondersteuning van gemeenten. Daarnaast vraagt de Zeeuwse aanpak om aanvullende inzet, waaronder regionale coördinatie, deelname aan en trekkerschap van taakgroepen, doorontwikkeling van publieksinformatie (bijvoorbeeld ZeelandVeilig en Risk Factory Zeeland) en het versterken van netwerken met maatschappelijke partners. Ook wordt gewerkt aan een regionaal dekkend netwerk van noodsteunpunten, voortbouwend op de pilot in 2026. Voor de uitvoering van deze taken is voor meerdere jaren extra capaciteit nodig; voor crisisbeheersing wordt uitgegaan van een uitbreiding van 2 tot 3 fte binnen een programmabureau.

Daarnaast moet binnen de gehele VRZ-organisatie capaciteit worden vrijgemaakt of toegevoegd om de instandhouding van de organisatie en de uitvoering van operationele taken onder extreme omstandigheden te waarborgen. De precieze benodigde inzet voor 2027 is nog niet volledig in te schatten. Uitgangspunt is dat voor deze taakverzwaring financiële compensatie vanuit het Rijk beschikbaar komt. Wordt deze financiering niet verstrekt, en blijft maatschappelijke weerbaarheid prioriteit, dan kan dit ten koste gaan van reguliere preparatietaken, met mogelijk niet-naleving van wettelijke eisen op het gebied van rampen en crises als gevolg. Klimaatverandering Extreme weersomstandigheden doen zich steeds vaker voor. Langdurige droogte vergroot de kans op onbeheersbare natuurbranden en stormen en extreme neerslag vormen zijn structureel terugkerende risico’s. Voor de brandweer vraagt dit een intensievere voorbereiding, zoals versterkte samenwerking met crisispartners en het beschikbaar hebben van passend materieel, actuele expertise en voldoende capaciteit. Deze ontwikkelingen vragen om gerichte investeringen in kennisontwikkeling, materieel en regionale samenwerking. Een belangrijk speerpunt is het versterken van datagedreven besluitvorming en snelle beeldvorming, onder meer door de inzet van drones.

Naast de voortzetting van lopende programma’s voor natuurbrandbeheersing en overstromingen (FIER), zal vanaf 2027 vooral extreme regenval extra aandacht vragen. In 2026 brengen we risicogebieden (‘hotspots’) in kaart. Het gaat om plekken waar bij een zware regenbui van 200 mm in 48 uur – de zogenaamde Limburgbui – belangrijke processen zoals gezondheidszorg, onderwijs en brandweer langdurig ontwricht raken. Toetreding vitale infrastructuur De veiligheidsregio’s zijn door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen als onderdeel van de vitale infrastructuur. Voor de brandweer betekent dit dat extra investeringen nodig zijn, vooral op het gebied van informatiebeveiliging, continuïteit van de dienstverlening en fysieke toegangsbeveiliging van brandweerkazernes. De exacte reikwijdte van deze aanwijzing en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, zoals personele screening, is nog niet volledig duidelijk. Ook de samenwerking met netwerkpartners en het delen van informatie moet nog worden uitgewerkt. Dit kan leiden tot aanpassingen in bestaande werkprocessen.

8

Het is niet uitgesloten dat deze ontwikkelingen, naast investeringen in de eigen werkorganisatie, ook aanvullende investeringen in de crisisorganisatie noodzakelijk maken. Wanneer niet kan worden voldaan aan de gestelde eisen, bestaat het risico dat de positie en effectiviteit van VRZ als crisisorganisatie worden verzwakt. Duurzaamheid VRZ moet in het kader van het Klimaatakkoord maatregelen treffen om te komen tot CO2reductie, met name op het gebied van huisvesting. Met diverse gemeenten zijn wij in overleg over verduurzaming of nieuwbouw van brandweerkazernes. Ook denken wij na over mogelijkheden om het gebruik van fossiele brandstoffen daar waar mogelijk te beperken.

9

Hoofdstuk 2: Beleidsbegroting

10

Deel 2.1: Het programmaplan 2.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ Wat willen we bereiken?

Brandweer Zeeland verzorgt de brandweerzorg en hulpverlening in onze provincie. Ons doel is de burger 24/7 de snelste en meest passende hulp te bieden, waarbij veilige werkomstandigheden voor onze medewerkers centraal staan. Hiervoor investeren we in vakbekwame medewerkers en passende operationele informatievoorziening. De basisbrandweerzorg is georganiseerd volgens landelijke richtlijnen voor gebiedsgerichte opkomsttijden. Deze dekking wordt gerealiseerd met ongeveer 1.200 vrijwilligers en een netwerk van 64 brandweerkazernes. Daarnaast levert Brandweer Zeeland specialistische brandweerzorg, zoals waterongevallenteams, scheepsbrandbestrijding, natuurbrandbestrijding, tunnel- en industriële brandbestrijding, en een hoogtereddingteam. Middelgrote tot zeer grote incidenten worden gestuurd door onze piketorganisatie, waarin (Hoofd)officieren van dienst en adviseurs gevaarlijke stoffen 24/7 paraat staan. We zetten in op een toekomstbestendige aanpak waarin preventie en repressie elkaar versterken. Landelijk is er een aantal belangrijke ontwikkelingen. Klimaatverandering, energietransitie en militaire dreigingen hebben directe impact op het werk van de brandweer.

Wat verandert er aan ons werk? Welke nieuwe eisen moeten wij inpassen in de vakbekwaamheid van onze mensen om met andere risico's om te gaan? Dit vraagt de nodige lenigheid van onze organisatie, terwijl de huidige capaciteit al enige tijd onder druk staat. We onderzoeken hoe technologische innovaties, zoals AI en drones, ons hierbij kunnen helpen. We werken vanuit vier aandachtsgebieden: risicobeheersing, incidentbestrijding, leren & ontwikkelen en informatiemanagement & bedrijfsvoering. Deze lichten we hieronder verder toe:

Thema 1: Risicobeheersing

Zeeland heeft een hoog risicoprofiel. Het Regionaal Risicoprofiel 2023–2026 beschrijft de belangrijkste risico’s en vormt de basis voor ons beleid. Ons doel is om risico’s samen te verkleinen en, als zich toch incidenten voordoen, brand- en crisisbestrijding zo effectief mogelijk uit te voeren. We werken vanuit een integrale aanpak, waarin risicobeheersing, incidentbestrijding, crisismanagement en informatiegestuurd werken samenkomen. We adviseren en toetsen, maar denken ook actief mee over oplossingen, onder meer bij ruimtelijke ontwikkelingen, de energietransitie en klimaatverandering. Nieuwe ontwikkelingen, zoals innovatieve bouwmethoden en energiedragers als waterstof en batterijsystemen, vragen om aanpassingen in regelgeving en toezicht. Daarnaast zetten we in op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid in de samenleving. Maatschappelijke ontwikkelingen Maatschappelijke trends hebben steeds meer invloed op ons werk. Vergrijzing, de woningbouwopgave en de energietransitie brengen nieuwe veiligheidsvraagstukken met zich

11

mee. Ook klimaatverandering en technologische innovaties vragen om aanpassing van taken en werkwijzen. We spelen hierop in met nauwere samenwerking met gemeenten en ketenpartners, een integrale benadering van risicobeheersing en een meer datagedreven werkwijze. Dit vraagt om gerichte aanpassingen in toezicht, advisering en voorlichting, zodat brandveiligheid ook in een veranderende context geborgd blijft. Met deze aanpak blijft VRZ voorbereid op toekomstige opgaven en dragen we bij aan een toekomstbestendig en adaptief brandveiligheidsbeleid voor Zeeland.

Thema 2: Incidentbestrijding

We willen een risicogerichte, toekomstbestendige en kwalitatief sterke brandweerorganisatie blijven. Daarbij zorgen we voor voldoende capaciteit, paraatheid en een stevige basis in onze vrijwilligheid. Het behouden en binden van ervaren vrijwilligers is een speerpunt. Het dekkingsplan helpt ons om te sturen. In samenwerking met risicobeheersing en gemeenten brengen we in kaart waar de brandweer onvoldoende repressief aanwezig is en welke operationele maatregelen nodig zijn om in te spelen op veranderende omstandigheden.

Thema 3: Leren en ontwikkelen

Ons regionaal risicoprofiel geeft een overzicht van de risico's in Zeeland, inclusief de impact en mogelijke gevolgen voor de samenleving. Op basis van ons risicoprofiel leiden we onze medewerkers op voor zowel de basisbrandweerzorg als voor de specifieke risico's in onze regio. Met regelmatige oefeningen houden we onze vakbekwaamheid op peil en ontwikkelen we ons verder waar nodig. Ook leren we van incidenten. De lessen uit evaluaties en brandonderzoek gebruiken we in lesprogramma’s en bijscholing.

Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering

Digitale innovaties vergroten onze mogelijkheden om efficiënter en effectiever te werken. Dit zorgt ervoor dat we tijdens incidenten sneller, veiliger en gerichter kunnen handelen. We gebruiken informatie niet alleen om te reageren, maar ook om vooruit te kijken en ons goed voor te bereiden. Daarnaast breiden we binnen de financiële kaders, onze business intelligence voorziening verder uit, dit versterkt onze informatiegestuurde werkwijze.

Wat gaan we hiervoor doen? Thema 1: Risicobeheersing

We hanteren binnen risicobeheersing de clusters ‘brandveiligheid, omgevingsveiligheid en industriële veiligheid’: Brandveiligheid Binnen het cluster brandveiligheid ligt de focus op voorlichting, preventie, controle en advisering om brandrisico’s beheersbaar te houden en naleving van brandveiligheidsvoorschriften te waarborgen. De samenvoeging van de voorlichtingsactiviteiten van Brandveiligheid en Brandveilig Leven draagt bij aan een efficiëntere en effectievere aanpak. Voorlichting Voorlichting vindt plaats op basis van een vastgesteld voorlichtingsplan en richt zich op het vergroten van brandveiligheidsbewustzijn en het beïnvloeden van risicovol gedrag. De voorlichtingsactiviteiten worden uitgebreid naar brancheorganisaties zoals architecten,

12

projectontwikkelaars en verzekeraars, zodat brandveiligheid structureel wordt meegenomen in ontwerp en bouw. Daarnaast wordt er op uitgebreidere schaal aandacht besteed aan gastlessen in het zorgonderwijs en bouwkundeonderwijs. Risk Factory Zeeland is een initiatief om basisschoolleerlingen bewust te maken van de risico's in hun omgeving en hun te leren hoe ze daar zelf mee om kunnen gaan. Door het succes in voorgaande jaren wordt het project in ieder geval de komende vijf jaar voortgezet. Controle Beschikbare capaciteit wordt doelgericht ingezet, daar waar de risico's het grootst zijn. We richten ons primair op objecten waarvoor een gebruiksmelding is afgegeven zoals publiekstoegankelijke gebouwen, woonzorgcentra en gebouwen met kwetsbare gebruikers, zoals kinderdagverblijven, onderwijsinstellingen en drukbezochte panden zoals kamerverhuur en short-stay locaties. Deze risicogerichte aanpak maakt effectief toezicht mogelijk binnen de bestaande begroting en versterkt de samenwerking met gemeenten en andere toezichthouders. Advisering Gemeenten ontvangen veiligheidsadviezen als bevoegd gezag. Het aantal adviezen wordt jaarlijks geraamd en gebaseerd op eerdere resultaten. Adviesverlening wordt afgestemd op lokale omstandigheden en geldende wet- en regelgeving.

Dankzij professionalisering en digitale ondersteuning kan binnen de bestaande begroting gerichter aandacht worden besteed aan: • • • •

Brandveiligheid in woningen, met focus op zorgwoningen en wooncomplexen, waar het langer zelfstandig wonen van kwetsbare bewoners risico’s vergroot. Energietransitie, zoals waterstof en elektrische opslagsystemen, in samenwerking met gemeenten bij bouw- en renovatieprojecten. Innovatieve bouwmethoden en nieuwe materialen, die onbekende risico’s met zich meebrengen, met structurele borging van brandveiligheid. Klimaatverandering, zoals droogte, extreme regen en hitte, met advisering over adaptieve maatregelen en aangepaste risicobeheersing.

Aantal controles brandveiligheid *)

Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde 2026 2027 2028 2029 750 750 750 750

*) Totaal aantal controles n.a.v. 1) meerjarenplanning, 2) verzoeken gemeenten, 3) evenementen, 4) vuurwerkopslag. De streefwaardes zijn oude gegevens en zullen worden bijgesteld zodra evaluatie van de RAT heeft plaatsgevonden.

Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde 2026 2027 2028 2029 Aantal adviezen brandveiligheid en brandveilig gebruik Aantal adviezen Programma’s van Eisen (PvE’s), Uitgangspuntendocumenten (UPD) en overig Aantal adviezen evenementen

900

900

900

900

195

195

195

195

300

300

300

300

13

Aantal adviezen vuurwerk*

18

18

18

18

* Streefwaarde voor adviezen voor vuurwerk (opslag, transport en ontbranding evenementenvuurwerk) is t.o.v. voorgaande jaren naar beneden bijgesteld i.v.m. de afname van verkooppunten voor vuurwerk In Zeeland. De streefwaarden van alle overige adviezen zijn afhankelijk van de adviesverzoeken van (met name) de gemeenten.

Omgevingsveiligheid Binnen dit cluster behandelen we risico’s in de leefomgeving, zoals infrastructuur, transport en natuurbranden, en adviseren we over een veilige energietransitie en klimaatadaptatie. Ons doel is een veilige omgeving voor inwoners en bezoekers van Zeeland. We analyseren risico’s en ontwikkelingen en geven integrale veiligheidsadviezen over omgevingsvisies, -plannen, vergunningen en beleidsplannen, zodat nieuwe gebieden en gebouwen veilig worden ingericht. Prioriteiten 2027 • • • • • •

Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2027–2030: implementatie en doorvertaling naar beleid. Nieuwe kerncentrales en industriële projecten: veiligheid bij bouw, impact op bestaande risicobedrijven en transport, hulpverleningscapaciteit en huisvesting van personeel. Energietransitie en vitale infrastructuur: maatregelen voor waterstof, ammoniak, CO₂ (CCS), LNG, en nieuwe hoogspanningsstations en leidingen. Klimaatverandering en natuurbranden: van incidentbestrijding naar landschapsmanagement, stresstesten op vitale infrastructuur. Infrastructuur en mobiliteit: advies over veiligheidsimpact bij grootschalige afsluitingen en onderhoud van vitale infrastructuur. Beleidsontwikkeling: nieuw Zeeuws-breed beleid op het gebied van omgevingsveiligheid.

Samenwerking en informatiegestuurd werken Vroegtijdige samenwerking met gemeenten en andere partners, inzet op casemanagement en verbetering van de informatiepositie zorgen dat risico’s en trends steeds meer data-gestuurd in beeld worden gebracht. Zo blijft Zeeland voorbereid op nieuwe risico’s en complexe veiligheidsvraagstukken, en wordt een veilige en toekomstbestendige leefomgeving geborgd. Industriële veiligheid Samen met DCMR, Nederlandse Arbeidsinspectie, RUD Zeeland, Seveso-inrichtingen en risicorelevante bedrijven zorgen we voor een veilige verwerking en opslag van gevaarlijke stoffen. In 2027 worden onze werkzaamheden ongewijzigd voortgezet: • • •

• •

Actualiseren en controleren van bedrijfsbrandweeraanwijzingen (artikel 31 Wet veiligheidsregio’s). Beoordelen van veiligheidsrapporten van Seveso-inrichtingen. Toezicht houden op Seveso-inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, zowel aangekondigd als onaangekondigd, in samenwerking met provincie, DCMR en Arbeidsinspectie. Inspecteurs kunnen ook in andere regio’s van Seveso-Zuidwest worden ingezet. Uitvoeren van handhavingstrajecten bij overtredingen van bedrijfsbrandweer- en Seveso-wetgeving. Onderzoeken van incidenten bij Seveso-inrichtingen om oorzaken en verbeterpunten vast te stellen.

14

• •

Adviseren van het bevoegd gezag over omgevingsvergunningen voor activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals ammoniak, waterstof, elektrische opslagsystemen en andere nieuwe energiedragers. Afstemmen en uitwisselen van informatie binnen VRZ, bijvoorbeeld met meldkamer, planvorming, Operationele Voorbereiding en Vakbekwaamheid.

Toezicht op risicorelevante bedrijven Naast Seveso-bedrijven loopt een pilot (2024) voor risicorelevante bedrijven die extra veiligheidsrisico’s hebben, zoals locaties met gevaarlijke stoffen of lithium-ion batterijen. Samen met RUD Zeeland werken we aan een integrale aanpak met gezamenlijke inspecties en informatie-uitwisseling. Specifieke aandacht gaat uit naar nieuwe energiedragers en toepassingen binnen de energietransitie. In 2026 wordt de pilot geëvalueerd om te bepalen hoe toezicht vanaf 2027 structureel kan worden ingericht. Realisatie 2025 Grondslag Wet veiligheidsregio’s Aantal aanwijzingen/afwijzingen bedrijfsbrandweer Aantal inspecties bedrijfsbrandweer Grondslag overige wetgeving Aantal beoordelingen veiligheidsrapport Aantal inspecties Seveso, routinematig Aantal inspecties Seveso, niet routinematige Aantal onderzoeken Sevesoincident Aantal adviezen Sevesoinrichtingen Aantal adviezen niet-Sevesoinrichtingen (waaronder Bevi-inrichtingen)

Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde 2027 2028 2029

11

4

4

4

5

5

5

5

5

-

-

-

22

25

25

25

8

22

22

22

2

6

6

6

86

125

125

125

46

75

75

75

Thema 2: Incidentbestrijding

Paraatheid en inzet vrijwilligers De brandweer waarborgt uitruk binnen de vastgestelde opkomsttijden, onder meer door inzet van beroepsmedewerkers in Goes, Middelburg en Terneuzen en door investeren in vrijwilligers, materieel en gebouwen. Vakbekwaamheid en operationele leiding worden geborgd via trainingen, oefeningen, bijscholing en strategische werving van gekwalificeerd personeel. Voor specialistische en grootschalige incidenten werken we samen met omliggende regio’s en België, bijvoorbeeld bij natuur- en industriële brandbestrijding en incidenten met gevaarlijke stoffen.

15

Thema 3: Leren en ontwikkelen Brandonderzoek Brandonderzoek levert inzichten die bijdragen aan brandveiligheid, preventie en beleidsontwikkeling in Zeeland. De focus ligt op relevante branden, zoals incidenten met slachtoffers, afwijkend brandverloop, veestallen, elektrische voertuigen, zonnepanelen/accu’s en grote rookverspreiding in woongebouwen. De onderzoeksresultaten worden vastgelegd in nieuwsflitsen, memo’s en rapportages. Patronen en trends worden geanalyseerd en gebruikt om brandweercollega’s en beleidsmakers beter voor te bereiden op specifieke risico’s.

Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering Operationele informatievoorziening We investeren in de ontwikkeling van een informatiegestuurde organisatie, zodat operationele informatie tijdens incidenten betrouwbaar en actueel beschikbaar is. Door inzet van digitale systemen en data-analyse kunnen we sneller en gerichter optreden, prestaties beter monitoren en sturen, en de veiligheid van medewerkers, inwoners en bedrijven in Zeeland vergroten.

Wat gaat het kosten: programmabudget? Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige Brandweerzorg Lasten Baten Mutatie reserves Resultaat

Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 31.883.851 33.457.588 34.670.045 34.982.056 31.883.851 33.457.588 34.670.045 34.982.056 32.256.051 33.829.788 35.042.245 35.354.256 -372.200 -372.200 -372.200 -372.200 -11.300 -9.200 -9.200 -9.200 31.872.551 33.448.388 34.660.845 34.972.856

In hoofdstuk 3 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

16

2.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ Wat willen we bereiken?

Zowel vanuit het in 2026 vernieuwde risicobeeld van Zeeland als vanuit landelijke en zelfs geopolitieke ontwikkelingen worden ons takenpakket beïnvloed. Wij willen zorgen dat onze crisisorganisatie voorbereid is op iedere type crisis om te zorgen dat de gevolgen voor de bevolking in Zeeland zo klein mogelijk zijn. Dat doen wij samen met onze netwerkpartners en de Zeeuwse bevolking. In 2027 werken we daarom verder aan het realiseren van de volgende doelen: • Aan de hand van een actueel risicobeeld hebben we 24/7 inzicht in de ontwikkeling van risico’s en zijn we in staat hierop te acteren. • Onafhankelijk van het type, omvang en aard van een crisis zijn we in staat als crisisorganisatie adequaat te handelen. • De crisisorganisatie kan onder alle omstandigheden op een verantwoord niveau functioneren. • De samenwerkende crisispartners zijn voorbereid en geoefend in geval van optredende crises. • De kwaliteit van ons optreden verbeteren we continu door stelselmatige evaluatie en bijstelling.

Wat gaan we hiervoor doen?

Voor het programma Voorbereide crisisorganisatie is de begroting 2027 opgesteld op basis van onze thema’s en ontwikkelsporen. De begroting dient primair om de ontwikkeling in de komende jaren te monitoren en om te rapporteren over de besteding van versterkingsgelden en onze bijdrage aan het behalen van de landelijke doelstellingen.

Natuur

Activiteiten gericht op het realiseren van de doelstellingen per thema Thema Dossier Activiteiten 2027 Natuurbrandbeheersing Gezamenlijk met de provincie Zeeland en alle betrokken partners continueren we het natuurbrandbeheersingprogramma, waarin maatregelen zijn opgenomen die het risico en impact van natuurbrand beperken. Klimaatveiligheid We leveren een bijdrage aan de actualisatie van klimaatadaptatiestrategie Zeeland en het ontwikkelen van veiligheidsbeleid hierin. In 2027 richten we ons specifiek op extreme neerslag. Waterveiligheid Het internationale (InterReg) project Flooding, Infrastructure, Evacuation & Resilience (FIER) is in 2026 verlengd en zetten we in 2027 voort. Onze drie projecten worden afgerond.

17

Emergency Preparedness & Respons

Nucleair

Landelijke coördinatie Voorbereiding bouw kerncentrales

Transport

Maritieme veiligheid

Spoorvervoer

Wegtunnels

Industrie en bedrijvigheid

Mobiliteit

Industrie

Recreatie

We bereiden ons voor op nucleaire gebeurtenissen. Mogelijk vindt er in 2027 een missie van de IAEA plaats (zgn. EPREV missie) waarin de voorbereiding van Nederland op incidenten met nucleaire installaties wordt geaudit. Dit zal ook van ons extra inspanning vergen. De landelijke coördinatie tussen de veiligheidsregio’s wordt gecontinueerd. Wij sluiten aan bij de verdere ontwikkeling van nieuwe nucleaire installaties in Zeeland. De verwachting is dat in 2027 duidelijkheid is over de locatiekeuze en ook de bouwer bekend zal worden. Vanaf dat moment zal advisering over veiligheid (risicobeheersing), herziening van bestaande plannen en preparatie op incidenten tijdens de bouw boven op de reguliere capaciteit vergen. Uitgangspunt is dat de activiteiten/ capaciteit van de Veiligheidsregio bij de realisatie financieel gecompenseerd worden in de ontwikkeling/ bouwkosten. De preparatie op incidenten op de Westerschelde wordt herzien op basis van de risico- en impactanalyse. De samenwerking met Vlaamse buurregio's en overige waterpartners wordt geactualiseerd en voorgezet. Met North Sea Port en Brandweerzone Centrum wordt een grensoverschrijdende risico- en impactanalyse uitgevoerd van het Kanaal van Gent naar Terneuzen en zal de preparatie in afstemming verbeterd worden.

Vanwege ontwikkelingen rond energietransitie in Vlissingen-Oost verwachten we een toename van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Daarom intensiveren we onze preparatie hierop. De afsluiting van de Westerscheldetunnel geeft grote impact op bereikbaarheid van Zeeland. Dit wordt gemonitord en bijgestuurd waar nodig. Monitoren van de impact op de mobiliteit als gevolg van onderhoud van kunstwerken (bruggen/sluizen etc.) in en buiten de regio. Een geïntegreerde aanpak vanuit de hulpdiensten sluit goed aan op de werkzaamheden van Zeeland Bereikbaar. Het aantal Seveso-inrichtingen neemt mogelijk toe in relatie tot de energietransitie (o.a. opslag ammoniak en waterstof). De preparatie passen we daarop voortdurend aan, in nauwe samenwerking met de industrie. De ontwikkelingen worden gemonitord.

18

Gezondheid

Energietransitie

Zorgcontinuïteit

Ontwrichting van de maatschappij

Uitval vitale infrastructuur Maatschappelijke onrust Evenementenadvisering

De operationele voorbereiding voor incidenten bij nieuwe of uitbreiding van activiteiten met betrekking tot energietransitie worden naar verwachting vanaf 2026 intensiever. De omvang van de werkzaamheden is bij het opstellen van deze begroting nog niet te kwantificeren vanwege de vele externe factoren die de realisatie beïnvloeden (vergunningsverleningstrajecten, bouwtijd, omvang en aantal). We implementeren de aandachtspunten uit het in 2026 op te stellen zorgrisicoprofiel. Dit document dient als basis voor het begeleiden de Zeeuwse zorgsector in de voorbereiding op rampen en crises, om zo de continuïteit van de zorg te waarborgen. Planvorming wordt uitgebreid met continuïteitsplannen voor basisbehoeften in de samenleving. We gaan door op de in 2026 ingeslagen weg en breiden uit zoals hierna wordt aangegeven. We adviseren de gemeenten op het gebied van evenementenveiligheid, ter voorkoming van incidenten en/of het beperken van de gevolgen daarvan bij C-evenementen. De evaluatie van evenementadvisering vindt plaats in Q1-Q2 2025. Resultaten hiervan worden in 2025-2026 geïmplementeerd.

Activiteiten gericht op de doorontwikkeling van crisisbeheersing, per ontwikkelspoor

Risicoanalyse en preparatie

Sporen

Dossier

Activiteiten 2026

Risico-monitoring

De implementatie van de nieuwe methodiek voor het regionaal risicoprofiel is afgerond en 24/7 monitoring op risico is geïntegreerd in onze dagelijks werkzaamheden. De uitvoering hiervan wordt geïntegreerd binnen het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). We implementeren de dynamische werkwijze van het nieuwe Regionaal Risicoprofiel. Risicomonitoring en -signalering zijn geïntegreerd in onze werkwijze en rapportages. De nieuwe wijze van ontsluiten van plannen en procedures wordt verder uitgerold. Iedere functionaris heeft de voor hem relevante informatie direct beschikbaar. We zorgen ervoor dat de informatie specifiek is afgestemd op de plaats, het moment, de rol en taak van de gebruiker. We breiden het Regionaal Crisisplan modulair uit met nieuwe ontwikkelingen, onder meer op basis van het nieuwe risicoprofiel.

Dynamische risicoprofiel Planvorming

Regionaal Crisisplan

19

OTOTEL Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) KCR2 Crisisintelligence

Kwaliteit

Flexibele crisisorganisatie

Publieksinformatie/ risico- en crisiscommunicatie

Structuur crisisorganisatie

Organisatiestructuur herstel en nafase is uitgewerkt Benodigde middelen en faciliteiten functioneren Kwaliteitstoets

Verder ontwikkelen van een opleidings-, trainings- en oefenproces, in samenhang met een nieuwe evaluatiemethodiek en resultaten van 2026. Het VIK wordt doorontwikkeld in afstemming met landelijke ontwikkeling op het gebied van Informatiegestuurde veiligheid. We zijn aangesloten bij het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio (KCR2). Crisisintelligence wordt doorontwikkeld en verder geïncorporeerd binnen de crisisorganisatie Ons platform, met app, website Zeelandveilig.nl en verbonden sociale media blijft centraal. Publieksinformatie (zowel risico- als crisiscommunicatie) wordt integraal in de thematische aanpak van crisisbeheersing vormgegeven. Burgers kunnen op hun veiligheidssituatie gerichte handelingsperspectieven krijgen. Een belangrijk thema de komende jaren is het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving. Het netwerk van partners (overheden, bedrijven, instellingen, etc.) binnen onze crisisorganisatie borgen we en breiden we uit naar behoefte. We blijven ons richten ons het faciliteren van deze netwerken en het bieden van een organisatie structuur die bij dreigingen en crises 24/7 beschikbaar is. Dit jaar werken we de voor herstel en nafase benodigde structuur projectmatig verder uit. Hierbij sluiten we aan op de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot resilience/veerkracht/weerbaarheid in de samenleving.

Het crisiscentrum is ingericht voor gebruik door de nieuw in te richten (flexibele) crisisorganisatie. We investeren structureel op het monitoren en verbeteren van de gehele crisisorganisatie, zowel kwalitatief als kwantitatief (PDCA) in de gehele veiligheidsketen. De operationele prestaties van de crisisorganisatie worden ten minste getoetst op basis van de criteria die de inspectie J&V hiervoor stelt. De nieuwe methodiek voor de kwaliteitstoets wordt toegepast.

GHOR In team crisisbeheersing worden de adviserende, coördinerende en ondersteunende taken van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) uitgevoerd. De GHOR vormt de verbinding tussen de multidisciplinaire crisisorganisatie en de (opgeschaalde) zorg; de publieke gezondheid, de acute zorg en de niet-acute zorg. De uitvoering van de taken valt binnen de

20

thema's en ontwikkelsporen. Vakspecialisten van de GHOR sluiten aan bij landelijke overlegstructuren. Bevolkingszorg In team crisisbeheersing wordt de taak van de gemeentelijke overheid, namelijk schade en leed voor de burgers bij crises en rampen zoveel mogelijk te beperken, uitgevoerd. Bevolkingszorg geeft invulling aan voorlichting, opvang en verzorging van de bevolking, verzorgen van opvang en het registreren van eventuele slachtoffers en schadegevallen. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen. Vakspecialisten van bevolkingszorg sluiten aan bij landelijke overleggen.

Wat gaat het kosten: programmabudget? Saldo van baten en lasten 2 Programma Voorbereide Crisisorganisatie Lasten Baten Mutatie reserves Resultaat

Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 8.191.606 8.269.561 8.290.766 8.274.257 8.191.606 8.269.561 8.290.766 8.274.257 8.506.106 8.577.661 8.598.866 8.582.357 -314.500 -308.100 -308.100 -308.100 0 0 0 0 8.191.606 8.269.561 8.290.766 8.274.257

In hoofdstuk 3 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

21

2.1.3 Overhead / bedrijfsvoering Volgens BBV, art. 8.1c wordt in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV-)definitie van overhead luidt: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. In 2023 heeft de Commissie BBV een geactualiseerde ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Hiërarchisch leidinggevenden primair proces Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie P&O / HRM Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) Interne en externe communicatie Juridische zaken Bestuurszaken en Bestuursondersteuning Informatievoorziening en automatisering (ICT) Facilitaire zaken en Huisvesting Documentaire Informatie Voorziening (DIV) Managementondersteuning primair proces

Wat gaat het kosten: (programma)budget? Saldo van baten en lasten 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten Baten Resultaat

Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 11.397.336 11.569.619 11.533.118 11.617.656 11.397.336 11.569.619 11.533.118 11.617.656 11.420.669 11.592.952 11.556.451 11.640.989 -23.333 -23.333 -23.333 -23.333 11.397.336 11.569.619 11.533.118 11.617.656

In hoofdstuk 3 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

22

2.1.4 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het kosten: (programma)budget? Saldo van baten en lasten 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten Resultaat

Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 -51.511.493 -53.337.568 -54.534.729 -54.914.769 -51.511.493 -53.337.568 -54.534.729 -54.914.769 -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 -51.371.493 -53.197.568 -54.394.729 -54.774.769 -51.511.493 -53.337.568 -54.534.729 -54.914.769

In hoofdstuk 3 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

Toelichting Lasten Vacatures gedurende het jaar In de begroting is rekening gehouden met het feit dat vacatures niet direct kunnen worden ingevuld. Om die reden is een bedrag van € 100.000 als voordeel geraamd. Aan- en verkoop verlofuren (IKB) In verband met een verwacht positief saldo aan- en verkoop van verlofuren, is rekening gehouden met een voordeel van € 40.000.

Baten Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) De raming van de BDuR is gebaseerd op de decembercirculaire 2025. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDuR, die naar verwachting in 2026 en 2027 zullen worden uitgekeerd in de junicirculaires. Deze zijn nu nog niet bekend. Zowel in 2026 als in 2027 is een bedrag geraamd van € 200.000 (ca. 2,5%), samen € 400.000. Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Onderdeel van de BDuR zijn de extra middelen voor de landelijke opgave versterking crisisbeheersing en informatievoorziening. In 2022 is onder meer naar aanleiding van de lessen uit de covid-19 crisis en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne besloten tot het zowel landelijk als regionaal versterken van crisisbeheersing en informatievoorziening. Hiervoor is een financiële impuls gegeven door vanuit het Rijk € 83 miljoen structureel beschikbaar te stellen, wat voor onze regio een structurele bijdrage betekent van € 2.504.718. Om zowel invulling te geven aan de landelijke doelstellingen als het realiseren van onze eigen ambities uit ons meerjarenbeleidsplan is een bestedingsplan opgesteld. Op basis van dit plan zijn de middelen verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’. De bestedingen worden verantwoord via de SiSa-regeling.

Versterking weerbaarheid De ontwikkeling van noodsteunpunten en burgerhulpverlening heeft hoge prioriteit bij Rijk, veiligheidsregio’s en gemeenten. In de eerste helft van 2025 is in samenwerking tussen Veiligheidsberaad, VNG en het ministerie van JenV ambtelijk en bestuurlijk verkend welke uitgangspunten voor noodsteunpunten wenselijk zijn. Parallel hieraan heeft het kabinet bij de

23

Voorjaarsnota middelen vrijgemaakt voor het versterken van weerbaarheid, waarbij het ontwikkelen van coördinatie- en noodsteunpunten belangrijk is. De minister van JenV, vertegenwoordigers van VNG en het Veiligheidsberaad hebben kaders opgesteld voor een pilot voor coördinatie- en noodsteunpunten in het kader van regionale en lokale weerbaarheid. De uitvoering is belegd bij gemeenten en veiligheidsregio's. VRZ heeft in 2025 en 2026 incidentele middelen ontvangen voor deze pilotfase, samen € 580.000. Structureel heeft het Rijk vanaf 2027 € 35 mln. vrijgemaakt voor versterking van de weerbaarheid. Op basis van het aandeel van VRZ in de BDuR kunnen we rekenen op circa € 1,3 mln. Een definitieve toekenning moet nog worden ontvangen en kan hiervan afwijken. 2027

2028

2029

2030

Decembercirculaire BDuR 2025 Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening

8.127.999 2.504.718

8.127.732 2.504.718

8.127.770 2.504.718

8.127.770 2.504.718

Totaal BDuR (1)

10.632.717

10.632.450

10.632.488

10.632.488

Noodsteunpunten en burgerhulpverlening

1.335.748

1.335.748

1.373.911

1.412.077

Totaal BDuR (2)

11.968.466

11.968.198

12.006.400

12.044.565

200.000 200.000

200.000 200.000

200.000 200.000

200.000 200.000

12.368.466

12.368.198

12.406.400

12.444.565

Indexatie 2026 (raming junicirculaire BDuR) Indexatie 2027 (raming junicirculaire BDuR) Totaal BDuR, in prijzen 2027

24

Gemeentelijke bijdrage (inclusief Bevolkingszorg) Uitgangspunt is de gemeentelijke bijdrage 2026 na de 1e begrotingswijziging 2026 (€ 36.590.557). Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage wordt verwezen naar paragraaf 3.3.5. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage VRZ

Begroting 2026 Begroting 2027 (na BW2026-1)

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Programmabegroting 2026 e.v. Structurele bijdrage VRZ op basis van begroting 2026 Structurele bijdrage Bevolkingszorg op basis van begroting 2026

36.298.415 256.704

36.298.415 256.704

36.298.415 256.704

36.298.415 256.704

36.298.415 256.704

Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg, basis 2026

36.555.119

36.555.119

36.555.119

36.555.119

36.555.119

VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 -2,2%, vanaf 2027 Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg

0 0

-782.140 -5.531

-782.140 -5.531

-782.140 -5.531

-782.140 -5.531

Plan van aanpak taakstelling 2026, AB 11-12-2025 Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg

0 0

355.160 2.511

355.160 2.511

355.160 2.511

355.160 2.511

VZG-indexatierichtlijn 2027 (+3,3%) Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg

0 0

1.197.848 8.471

1.197.848 8.471

1.197.848 8.471

1.197.848 8.471

Afwijking VZG-indexatierichtlijn 2027 ivm CAO Veiligheidsregio's Structurele bijdrage VRZ Structurele bijdrage Bevolkingszorg

0

227.135 1.606

227.135 1.606

227.135 1.606

227.135 1.606

Totaal

0

1.005.060

1.005.060

1.005.060

1.005.060

Oplopende kapitaallasten t.o.v. begrotingsniveau van € 4,2 mln.

0

725.746

2.452.835

3.659.897

4.001.772

Totaal gemeentelijke bijdrage incl. bevolkingszorg

36.555.119

38.285.925

40.013.014

41.220.076

41.561.951

Maatwerk Correctie gemeente Schouwen-Duiveland, structureel 1) Correctie gemeente Veere periode 2028-2048 Correctie gemeente Sluis 1) periode 2028-2048

-11.000 23.219 23.219

-11.000 0 0

-11.000 24.626 24.626

-11.000 24.626 24.626

-11.000 24.626 24.626

Totaal gemeentelijke bijdrage (incl. bevolkingszorg)

36.590.557

38.274.925

40.051.267

41.258.329

41.600.204

1) Levering bluswater-tankwagens wordt voorzien in 2027, 1e afschrijving vindt dan plaats in 2028 (Annuïteit € 350.000, AT=20 jr. rente 3,5%) De begroting 2026 zal nog worden gewijzigd aangezien er hiervoor geen kapitaallasten meer worden voorzien in 2026.

Nieuwe CAO Veiligheidsregio’s In de begroting 2027 is er een structureel tekort ontstaan door de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s in relatie tot de VZG-richtlijn voor de begroting 2027. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 3.1 ‘Uitgangspunten voor de begroting’. Voorgesteld wordt af te wijken van de VZGrichtlijn 2027 en de gemeentelijke bijdrage te verhogen met het verschil. Gezien het feit dat VRZ dun is georganiseerd en voor een grote opgave staat, wordt niet de keuze gemaakt voor een taakstelling. Met het vaststellen van het Plan van Aanpak Taakstelling 2026 (AB 11-12-2025) is opnieuw vastgesteld dat er geen mogelijkheden zijn voor het opnemen van een taakstelling zonder dat er eerst keuzes worden gemaakt in het ambitieniveau van dienstverlening. Vanaf 2026 wordt ingezet op verdere verzakelijking van de dienstverlening en een gezamenlijke Zeeuwse lobby voor externe financiering voor bovenregionale veiligheidsopgaven. Indien de maatregelen nog niet de beoogde resultaten opleveren, worden de gemeentelijke bijdragen met het verschil verhoogd.

25

Oplopende kapitaallasten vervangingsinvesteringen, vanaf 2027 De komende jaren moet verouderde (brandweer)materieel en –materiaal worden vervangen. De vervanging van afgeschreven tankautospuiten (minimaal 40, maximaal 44) is gecontracteerd. Daarnaast zijn in 2026 veel dienstvoertuigen aan vervanging toe. Contractering door het NIPV vindt naar verwachting plaats in het 1e kwartaal van 2026. Vervanging is noodzakelijk om de operationaliteit en de slagkracht voor de basisbrandweerzorg te kunnen garanderen. In de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 t/m 2030 wordt voorgesteld de gemeentelijke bijdrage hiervoor stapsgewijs te verhogen, afhankelijk van de uitvoering van het meerjarig investeringsplan. Dit is vergelijkbaar met eerdere begrotingen. Voorgesteld wordt de gemeentelijke bijdrage in 2027 hiervoor met € 725.746 te verhogen. Zie voor meer informatie paragraaf 3.3.4. ‘Investeringsplan 2026 t/m 2030’.

2.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: (programma)budget? Saldo van baten en lasten 5 Onvoorzien Lasten Resultaat

Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000

Toelichting Lasten 380 Overige goederen en diensten Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Deze is bedoeld als meerjarige incidentele post voor onvoorziene uitgaven of voor het dekken van structurele uitgaven voor één jaar. Voor de risico's die VRZ loopt, verwijzen wij naar paragraaf 'Weerstandsvermogen en risicobeheersing’.

26

Deel 2.2: De paragrafen 2.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra; in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). Deze servicecentra zijn verantwoordelijk voor beheertaken voor zowel grote als kleine voertuigen, bepakkingen, ademluchtapparatuur, bluskleding en meer. Bepaalde beheertaken, zoals de zorg voor nietrepressieve kleding en verbindingsmiddelen, worden centraal uitgevoerd. Deze centrale taken zijn ondergebracht in één van de servicecentra. Het materieelbeheer wordt verzorgd met het systeem McMain. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Realisatie 2025

Begroting 2026 na wijziging

Programma begroting 2027

Exploitatie

1.948.870

1.521.113

1.396.702

Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal (STR)

1.908.148

1.260.413

1.336.702

Onderhoud materieel maritieme Veiligheid (STR)

40.722

58.700

60.000

202.000

0

Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget (INC) Investeringsplan

33.121

225.300

115.100

Werkplaatsinrichting servicecentra

33.121

225.300

115.100

Totaal

1.981.991

1.746.413

1.511.802

Het onderhoudsbudget staat onder druk, wat samenhangt met ouderdom van de activa. Tussen 2018 en 2025 zijn de onderhoudskosten hoger uitgevallen dan begroot. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel van deze activa, wat zou kunnen leiden tot een daling van de onderhoudskosten. De vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of deze daling daadwerkelijk zal optreden, aangezien naast de veroudering van het materieel, de complexiteit van de voertuigelektronica en de significante stijgende prijzen van onderdelen en arbeid ook invloed hebben op de onderhoudskosten. In de programmabegroting en rapportages is jaar op jaar het budget met incidentele middelen naar boven bijgesteld. In de begroting 2026 is opnieuw incidenteel € 202.000 opgenomen om de verwachte onderhoudskosten te dekken. Deze mogelijkheid is er in 2027 niet. Omdat het onderhoudsbudget onder druk staat is het structurele onderhoudsbudget in 2025 (4e begrotingswijziging 2025) verhoogd met € 135.000 in 2026 en € 203.000 vanaf 2027.

27

Onderhoud brandweermaterieel- en materiaal 2016 t/m 2027 (exclusief onderhoudspersoneel en exclusief Maritieme Veiligheid) 2.500.000

2.000.000

1.500.000

1.000.000

500.000

2016

2017

2018

2019 *)

2020 Realisatie

2021

2022

2023

2024

2025

2026 (verwacht)

2027 (verwacht)

ProgrammaBegroting (STR)

Onderhoud gebouwen Verwachting is dat vanaf 2027 de brandweerpost Kerkwerve en Zierikzee samengaan tot één post, waardoor het aantal posten per 2027 uitkomt op 63, aangevuld met 2 boothuizen. De inventarisatie op onderhoudsniveau is in 2025 uitgevoerd en in 2026 verder gefinetuned. In 2026 zal een voorstel ter goedkeuring voor een onderhoudsvoorziening voor dit onderhoud aan het bestuur worden aangeboden. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) Medio februari 2026 bestaat nog geen inzicht in de totale kosten voor huisvesting GGD en VRZ in Goes West. Om die reden is de onderhoudsbegroting 2026 van VRZ geïndexeerd en in deze begroting 2027 verwerkt. Onderhoudskosten Segeerssingel 10 (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17060264/2