CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Programmabegroting 2026 VRZ

Commissie Middelen 12 juni 2025, gemeente HulstBij agendapunt: VRZ26.308 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting 2026

Samenvatting Zeeland is een regio van contrasten, waar economische kansen en veiligheidsrisico’s hand in hand gaan. Onze ligging aan grote waterwegen en de aanwezigheid van industriële clusters, zoals de (petro)chemische en nucleaire industrie, vragen om voortdurende alertheid, een doordachte voorbereiding op mogelijke risico’s én een hoog niveau van crisisbeheersing. Daar komt nog bij dat Zeeland een groot en wijdverspreid gebied is. Om adequaat te kunnen reageren, zijn er maar liefst 64 brandweerposten nodig die allemaal bemenst moeten worden. Ons brandweerstelsel is gebaseerd op vrijwilligers, maar de vrijwilligheid komt steeds meer onder druk te staan. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en bevolkingsdaling, wat de beschikbaarheid van vrijwilligers en betaalbare oplossingen verder belemmerd. Dat vraagt om een aanpak op maat. Voor u ligt de programmabegroting 2026 van Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). In deze begroting leest u wat wij in 2026 willen bereiken, welke activiteiten we daarvoor ondernemen, en hoe we dat financieel vormgeven. We werken intensief samen met partners zoals gemeenten, hulpdiensten en experts om de veiligheid in Zeeland te waarborgen. Samen nemen we de verantwoordelijkheid voor het verkleinen van veiligheidsrisico’s en het beperken van de impact van incidenten, rampen en crises.

Context en ontwikkelingen Als Veiligheidsregio Zeeland staan we aan de vooravond van grote uitdagingen. Ontwikkelingen zoals de energietransitie, de mogelijke uitbreiding van de nucleaire industrie en de gevolgen van klimaatverandering brengen niet alleen nieuwe en complexe veiligheidsrisico’s met zich mee, maar ook een verbreding van onze taken. De huidige geopolitieke situatie vereist een herijking van de samenwerking tussen defensie, de overheid en de regio's, wat consequenties heeft voor de veiligheidsregio's. Daarnaast worden gemeenten geconfronteerd met het vooruitzicht van een korting op het gemeentefonds. Ook zijn er plannen van het kabinet om bezuinigingen door te voeren. Hoewel landelijk nog gesprekken plaatsvinden, is het voornemen om vanaf 2026 een korting door te voeren op onder andere de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Toelichting begroting 2026 Ons meerjarenbeleidsplan loopt van 2022-2025. Het nieuwe meerjarenbeleidsplan is nog niet opgesteld. Hierover lopen nog gesprekken met ons bestuur en daar wordt u op termijn ook in meegenomen. De begroting 2026 is opgesteld in lijn met het huidige meerjarenbeleidsplan en bevat ten opzichte van 2025 geen grote veranderingen. De begroting bestaat uit twee programma’s: toekomstbestendige brandweerzorg en voorbereide crisisorganisatie. Daarnaast is er blijvend aandacht voor het thema Mens en organisatie.

Toekomstbestendige brandweerzorg Vrijwilligheid vormt de basis van onze repressieve brandweerzorg, zowel voor de basisbrandweerzorg als bij opschaling bij grotere incidenten. In 2026 zetten we de ingezette lijn van 2025 voort en voeren we activiteiten uit op het gebied van onze incidentbestrijding, risicobeheersing, leren en ontwikkelen we en zorgen we dat onze bedrijfsvoering en informatievoorziening onze primaire taken zo goed mogelijk ondersteunt.

2

Voorbereide crisisorganisatie In 2023 is het realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie' opgesteld om uitvoering te geven aan de landelijke doelstelling voor de versterking crisisbeheersing en informatievoorziening en de doelstellingen uit ons meerjarenbeleidsplan. Sindsdien werken we in thema’s en ontwikkelsporen. Het gaat om natuur, nucleair, transport, industrie en bedrijvigheid, gezondheid en ontwrichting. In 2026 werken we verder aan de uitvoering van ons realisatieplan. Mens en organisatie We blijven investeren in vitaliteit, welzijn en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Daarom bieden wij bijvoorbeeld ondersteuning bij werk-gerelateerde stress, zoals PTSS, dat inmiddels erkend is als beroepsziekte. We vertalen de landelijke richtlijnen naar de context van onze regio. De (financiële) impact hiervan is op dit moment nog moeilijk in te schatten. Daarnaast wordt er momenteel onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor samenwerking met de GGD Zeeland op het gebied van gezamenlijke huisvesting, governance en bedrijfsvoering. Dit past binnen onze bredere strategie om als werkgever toekomstbestendig te blijven. Financiële maatregelen begroting 2026 In de periode dat onze organisatie bestaat, is er meerdere keren kritisch naar de financiën gekeken. En ook nu dwingt de huidige financiële situatie ons tot het maken van scherpe keuzes.

Daarom zijn we begin 2025 het gesprek aangegaan met ons bestuur om ons voor te bereiden op de toekomst en de (financiële) ontwikkelingen die op ons afkomen. Om proactief in te spelen op het oplopende begrotingstekort, hebben we daarnaast onze financiën en taken nogmaals kritisch beoordeeld op efficiency en effectiviteit. Dit heeft ertoe geleid dat we intern een aantal maatregelen hebben getroffen die eraan bijdragen dat onze organisatie financieel gezond blijft en minder extra uitgaven heeft op de langere termijn. Het resultaat hiervan is dat wij het begrotingstekort uit onze bedrijfsvoering volledig hebben opgelost. Het realiseren van meer besparingen is niet meer mogelijk zonder een herziening van onze taken. Daarnaast hebben wij voor 2026 geen nieuw beleid opgenomen in de begroting. Mocht toch besloten worden tot nieuw beleid, dan wordt dit separaat aangeboden via een begrotingswijziging. In de begroting 2026 is een voorschot genomen op de mogelijkheid tot het in rekening brengen van kosten voor onze nucleaire taken bij het Rijk. Een aantal van onze taken heeft een landelijke uitstraling, waaronder de energietransitie, nucleaire industrie en de maritieme veiligheid op de Westerschelde. We zoeken samen met ons bestuur naar mogelijkheden om op landelijk niveau het gesprek aan te gaan over financieringsmogelijkheden voor deze taken.

Oorzaak niet-sluitende begroting Ondanks de maatregelen die wij zelf getroffen hebben om ons eigen begrotingstekort op te lossen, hebben wij aan het algemeen bestuur een niet sluitende begroting gepresenteerd met een begrotingstekort van € 1.539.540. Dit tekort wordt volledig veroorzaakt door de bezuinigings- en indexatierichtlijn van de VZG, bestaande uit: 1. Het begrotingstekort wordt mede veroorzaakt door de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. Door deze verlaging van de bijdrage ontstaat een tekort van € 787.672. 2. Daarnaast is de VZG-indexatierichtlijn, de toegestane inflatiecorrectie voor de begroting 2026 van GR-en, vastgesteld op 0,0%. VRZ indexeert in de begroting 2026 de lasten

3

conform de Macro-Economische Verkenning 2025 (= 2,1%), waarvoor geen compensatie wordt ontvangen vanuit de gemeenten (0%-richtlijn VZG). Hierdoor ontstaat een tekort van € 751.868. Naast de indexatie in de begroting 2026 is voor de periode vanaf 1 augustus 2025 (einddatum cao) in de begroting 2025 nog een structurele loonbijstelling van + 2,0 % opgenomen. Gelet op de momenteel lopende onderhandelingen over de cao gemeenten, die in principe wordt gevolgd door de Veiligheidsregio’s, en de huidige inflatiecijfers lijken de percentages in de MEV aan de lage kant. De gevolgen van een hogere loon- en prijsstijging zijn opgenomen in de risicoparagraaf. Oplossingsrichting begrotingstekort We hebben op verzoek van het algemeen bestuur in kaart gebracht wat de gevolgen zijn als VRZ dit bedrag moet besparen. Uit onze analyse blijkt dat VRZ weinig mogelijkheden meer heeft om te bezuinigen. De afgelopen jaren hebben wij verschillende taakstellingen gerealiseerd in respectievelijk 2012, 2016 en 2020, waarbij wij kritisch naar onze financiën hebben gekeken en een aantal maatregelen hebben genomen. Een bezuiniging op korte termijn dwingt ons te snijden in de uitvoering van cruciale taken op het gebied van risico- en crisisbeheersing en brandweerzorg (zowel in de operatie als preparatie).

Op dit moment worden deze taken veelal op het minimumniveau uitgevoerd, terwijl toenemende risico's juist vragen te investeren. Denk hierbij aan ontwikkelingen op het gebied van weerbaarheid, veilige energietransitie, nucleaire industrie, klimaatverandering en cyberdreiging. Daarnaast houden wij nog steeds rekening met de door het Rijk afgekondigde bezuiniging van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor VRZ komt dit neer op een korting van circa € 1 miljoen. Deze is opgenomen in de risicoparagraaf van de programmabegroting 2026 en is nog niet verwerkt in de cijfers van de meerjarenraming, maar draagt wel bij aan een onzeker meerjarenperspectief. Om deze reden stelt het algemeen bestuur VRZ voor: a. Vanaf 2027 een taakstelling in te boeken voor een bedrag van € 787.672, gelijk aan het bedrag dat volgt uit de VZG-bezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. Hiervoor wordt VRZ gevraagd in de komende periode ombuigingsvoorstellen uit te werken ter hoogte van dit bedrag, met een verdeling van grofweg € 300.000 voor brandweer, € 300.000 voor risicoen crisisbeheersing en 150.000 euro voor bedrijfsvoering. Wij zien mogelijkheden in bijvoorbeeld de verzakelijking van dienstverlening. b.

In afwachting van deze ombuigingsvoorstellen voor 2026 eenmalig een gemeentelijk bijdrage ter beschikking te stellen van € 787.672 voor dekking van de VZGbezuinigingsrichtlijn 2026 van -2,2%. c. Aan de gemeenten te vragen in het kader van hun eigen begrotingsvoorbereiding het indexeringspercentage van 0% te heroverwegen in het perspectief van enerzijds de maatregelen die het Rijk voorstelt om het ravijnjaar voor gemeenten te mitigeren en anderzijds de keuze die u maakt ten aanzien van de indexering van uw eigen begroting.

4

Wij ontvangen graag uiterlijk 31 augustus 2025 uw zienswijze op de programmabegroting en het bijbehorende voorstel voor de oplossingsrichting. Met als doel in september 2025 een sluitende begroting 2026 te kunnen aanbieden. Oplopende kapitaallasten (vanaf 2027) De komende jaren moet er veel (brandweer)materieel en –materiaal worden vervangen. Met name de vervanging van afgeschreven tankautospuiten (minimaal 33, maximaal 44). Vervanging is noodzakelijk om de operationaliteit en de slagkracht voor de basisbrandweerzorg te kunnen garanderen. In de meerjarenraming 2027 t/m 2029 wordt voorgesteld de gemeentelijke bijdrage hiervoor stapsgewijs te verhogen, afhankelijk van de uitvoering van het meerjarig investeringsplan. Dit is vergelijkbaar met eerdere begrotingen. Wij vragen u in uw eigen gemeentelijke begroting concreet rekening te houden met deze stijgende kapitaallasten. Wij zullen u op korte termijn informeren wat dit voor uw gemeente inhoudt. Tot slot De veranderingen die voor ons liggen, zijn groot. Toch staan we als organisatie klaar om ze met vertrouwen aan te gaan. Samenwerking is en blijft hierbij de sleutel tot succes. Als dertien gemeenten, als partners en als inwoners van Zeeland staan we voor dezelfde uitdaging: een veilige, veerkrachtige regio waar het goed wonen, werken en recreëren is.

Ik nodig u van harte uit om met ons mee te blijven denken, samenwerken en bouwen aan een veilig Zeeland. Met vriendelijke groet, Joke Gaemers Directeur Veiligheidsregio Zeeland

5

Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................................................... 2 Inhoud .................................................................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting ............................................................................................................................. 7 Deel 1.1: Het programmaplan .............................................................................................................................. 8 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ .......................................................................... 8 1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ .................................................................................... 18 1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering ................................................................................................................ 23 1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................ 24 1.1.5 Onvoorzien .........................................................................................................................................

27 Deel 1.2: De paragrafen ...................................................................................................................................... 28 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen.......................................................................................... 28 1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering .................................................................................................................. 31 1.2.3 Paragraaf Financiering ....................................................................................................................... 33 1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................... 36 1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen ........................................................................................................... 40 Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming.................................................................................. 41 Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting ..................................................................................................... 42 Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting ...............................................................................

45 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming ............................................. 45 2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming .............................................................. 45 2.2.3 Specificatie programma naar econ. categorie, incl. meerjarenraming ................................................ 46 2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2024 en de begroting 2025 ............ 47 2.2.5 Incidentele lasten en baten per programma ....................................................................................... 49 Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie ............................................................................................................. 52 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2025 t/m 2029 ................................................................................... 52 2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo ............................................................................................................ 54 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves 2025 t/m 2029 ............................................................. 55 2.3.4 Investeringsplan 2025 t/m 2029 ..........................................................................................................

57 2.3.5 Verdeling gemeentelijke bijdrage 2025 ............................................................................................... 61 Deel 2.4: Overzicht van baten en lasten per taakveld .......................................................................................... 69 Bijlage 1 Risico tabel.............................................................................................................................................. 70

6

Hoofdstuk 1: Beleidsbegroting

7

Deel 1.1: Het programmaplan 1.1.1 Programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ Wat willen we bereiken?

Brandweer Zeeland is een parate organisatie voor hulpverlening in Zeeland. Ons doel is om snel en effectief hulp te verlenen, ondersteund door vakbekwame mensen, moderne middelen en toegang tot betrouwbare en relevante informatie. Onze dekking is gebaseerd op de landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Dit vormt ook de basis van ons dekkingsplan. Het uitgangspunt blijft dat we deze dekking realiseren met een sterk vrijwillig korps, ondersteund door een uitgebreid netwerk van brandweerkazernes verspreid over de provincie. Vrijwilligers zijn en blijven het kloppend hart van onze organisatie. Deze goed opgeleide professionals werken waar nodig samen met beroepskrachten en gespecialiseerde teams om incidenten te bestrijden. Tegelijkertijd erkennen we dat het behoud van een veerkrachtige organisatie vraagt om voortdurende aandacht voor een gezonde balans tussen de zorg voor mensen, kwaliteit van onze dienstverlening en de duurzame inzetbaarheid van onze organisatie. We zetten in op een toekomstbestendige aanpak waarin preventie en repressie elkaar versterken. Om dit te realiseren, investeren we langs vier strategische lijnen: risicobeheersing, incidentbestrijding, leren & ontwikkelen en informatiemanagement & bedrijfsvoering.

Thema 1: Risicobeheersing Voorkomen en beheersen van risico’s Zeeland kent een zeer hoog risicoprofiel. In ons Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 staan de belangrijkste risico’s beschreven. Dit profiel vormt de basis voor ons beleid. Ons doel is om samen maatregelen te nemen om deze risico’s te verkleinen. Als er toch iets misgaat, willen we de brand- en crisisbestrijding zo goed mogelijk uitvoeren. We werken aan een brede aanpak. Dit betekent dat risicobeheersing, incidentbestrijding, crisismanagement en informatiegestuurd werken samenkomen. We adviseren en controleren niet alleen, maar denken ook actief mee over oplossingen, bijvoorbeeld bij ruimtelijke ordening, de energietransitie en klimaatverandering. Ontwikkelingen, zoals innovatieve bouwmethoden en nieuwe energiedragers zoals waterstof en batterijsystemen, vragen om aanpassingen in regels en toezicht. Daarnaast richten we ons op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid in de samenleving. Maatschappelijke ontwikkelingen We bewegen mee met maatschappelijke trends die de komende jaren invloed hebben op brandveiligheid en risicobeheersing. Ontwikkelingen zoals vergrijzing, de woningbouwopgave en de energietransitie brengen nieuwe veiligheidsuitdagingen met zich mee. Tegelijkertijd vragen klimaatverandering en technologische innovaties om een heroriëntatie van taken en werkwijzen.

Deze ontwikkelingen beïnvloeden niet alleen de fysieke omgeving, maar ook de manier waarop veiligheidsvraagstukken worden benaderd. We spelen hierop in door nauwere samenwerking met gemeenten en ketenpartners, een integrale aanpak van risicobeheersing en een meer datagestuurde werkwijze. Dit vraagt om aanpassingen in toezicht, advisering en voorlichting, zodat brandveiligheid gewaarborgd blijft binnen de veranderende maatschappelijke context.

8

Door deze integrale benadering blijven we voorbereid op toekomstige uitdagingen en dragen we bij aan een toekomstbestendig en adaptief brandveiligheidsbeleid voor Zeeland.

Thema 2: Incidentbestrijding

We behouden de kwaliteit, dekking en slagkracht van onze repressieve brandweerorganisatie, waarbij we zoveel mogelijk op vrijwilligheid steunen en sterk geworteld blijven in de samenleving. Het betrekken van onze vrijwilligers blijft een van onze belangrijkste speerpunten. Het dekkingsplan helpt ons om kwetsbaarheden in de brandweerzorg te signaleren. We zien echter diverse ontwikkelingen op ons afkomen. Samen met de gemeenten beoordelen we welke risico-beheersende of operationele maatregelen nodig zijn om adequaat in te spelen op deze uitdagingen.

Thema 3: Leren en ontwikkelen

Ons regionaal risicoprofiel vormt de basis voor waar we ons als organisatie op moeten voorbereiden. Op basis hiervan leiden we onze medewerkers op voor zowel de basis brandweerzorg als voor specifieke risico’s die in onze regio spelen. Na het afronden van hun opleiding zijn onze mensen bekwaam in hun taken. Met regelmatige oefeningen houden we deze vakbekwaamheid op peil en ontwikkelen we die waar nodig verder. Daarnaast voeren we evaluaties en brandonderzoek uit om te leren van incidenten. De kennis die we hiermee opdoen, wordt structureel verwerkt in onze planvorming en oefeningen, zodat we steeds beter voorbereid zijn.

Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering

Digitale innovaties bieden ons nieuwe kansen om efficiënter en effectiever te werken. We blijven investeren in het verbeteren van onze operationele informatiepositie, zodat we sneller, veiliger en slagvaardiger kunnen reageren op uiteenlopende situaties. In 2026 zetten we door met de verdere ontwikkeling van een digitale leeromgeving, optimaliseren we onze bedrijfsvoering, en verbeteren we onze stuur- en verantwoordingsinformatie door de uitbreiding van onze Business Intelligence-voorziening.

Wat gaan we hiervoor doen? Thema 1: Risicobeheersing Sinds 2024 hanteren we een nieuwe indeling in de clusters ‘brandveiligheid, omgevingsveiligheid en industriële veiligheid’, wat intern en extern voor meer duidelijkheid en herkenbaarheid zorgt: • Brandveiligheid: richt zich op brandpreventie, advisering en toezicht op brandveiligheid, inclusief objectgerichte controles, evenementenveiligheid en risicocommunicatie. • Omgevingsveiligheid: behandelt bredere risico's binnen de leefomgeving, zoals infrastructuur, transport en natuurbrand, en speelt een rol in advisering over veilige energietransitie en klimaatadaptatie. • Industriële Veiligheid: focust op Seveso- en Bevi-inspecties, industriële risico’s, externe veiligheid, bedrijfsbrandweeraanwijzingen en advisering vergunningverlening gevaarlijke stoffen. Brandveiligheid Binnen het cluster brandveiligheid ligt de focus op voorlichting, controle en advisering om brandrisico’s beheersbaar te houden en naleving van brandveiligheidsvoorschriften te

9

waarborgen. De samenvoeging van de voorlichtingsactiviteiten van Brandveiligheid en Brandveilig Leven draagt bij aan een efficiëntere en effectievere aanpak. Voorlichting Voorlichting vindt plaats op basis van een vastgesteld voorlichtingsplan en richt zich op het vergroten van brandveiligheidsbewustzijn en het beïnvloeden van risicovol gedrag. Dit gebeurt via Brandveilig Leven en het platform Zeeland Veilig. De voorlichting wordt verder uitgebreid naar brancheorganisaties zoals architecten, projectontwikkelaars en verzekeraars, zodat brandveiligheid structureel wordt meegenomen in ontwerp en bouw. Vanaf 2026 is de intentie om Brandveilig Leven door te ontwikkelen naar ‘Veilig leven’. Dit betekent dat er aandacht wordt besteed aan meerdere aspecten van veiligheid in samenwerking met veiligheidspartners. Risk Factory Zeeland, dat in 2024 als pop-up is gestart, is een samenwerkingsproject van de GGD, ZLM, VRZ en de Rabobank. Deze partijen hebben elkaar gevonden in de ambitie om basisschoolleerlingen bewust te maken van de risico's in hun omgeving en hen te leren hoe ze daar zelf mee om kunnen gaan. In 2025 wordt het project voortgezet, wederom in pop-up vorm. Afhankelijk van de resultaten van dat jaar zal een voorstel voorgelegd worden aan het bestuur voor de vervolgvorm in 2026.

Controle Sinds 2024 werkt VRZ met het Risico Afwegingsmodel Toezicht (RAT), waarmee controles risicogericht en efficiënter worden uitgevoerd. Het model classificeert objecten in vijf risicoklassen, waarbij de controlefrequentie toeneemt naarmate het risico groter is. Dit zorgt ervoor dat de beschikbare capaciteit doelmatig wordt ingezet en dat toezicht wordt gehouden op locaties met het grootste risico op brand of brandgevaarlijke situaties. Deze manier van werken wordt in 2026 geëvalueerd. Tijdens controles wordt niet alleen gekeken naar de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische brandveiligheidsvoorzieningen, maar wordt ook het naleefgedrag van de gebouweigenaar beoordeeld conform de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Overtredingen en nalevingsproblemen worden meegewogen, waardoor de risicoklasse en controlefrequentie dynamisch kunnen worden aangepast. We richten ons primair op objecten waarvoor een gebruiksmelding is afgegeven. Dit omvat onder andere: • Publiek toegankelijke gebouwen zoals zorginstellingen, hotels, theaters en sportcomplexen. • Grote woongebouwen, zoals appartementencomplexen en woonzorgcentra. • Gebouwen met specifieke risico’s, zoals kinderdagverblijven en onderwijsinstellingen.

Woongebouwen Daarnaast wordt op basis van de eerste ervaringen met het RAT-model bepaald hoe het toezicht kan worden uitgebreid naar woongebouwen met verhoogde risico’s. Dit betreft onder andere oudere gebouwen met een verhoogde kans op branduitbreiding, (zorg)woningen met kwetsbare bewoners en panden waar veel verschillende bewoners in korte tijd verblijven, zoals kamerverhuurpanden en short-stay locaties. Met deze risicogerichte controle-aanpak kunnen we binnen de bestaande begroting gericht en effectief toezicht houden op brandveiligheid in

10

Zeeland, terwijl de samenwerking met gemeenten en andere toezichthouders verder wordt versterkt. Advisering Gemeenten ontvangen veiligheidsadviezen als bevoegd gezag. In de jaarlijkse planning wordt een raming gemaakt van het aantal adviezen op basis van voorgaande resultaten. De risicogerichte werkwijze (RAT) geeft inzicht in de effectiviteit van controles en adviezen, op basis waarvan nieuwe streefwaarden worden vastgesteld. Adviesverlening blijft binnen de geldende beleids- en wetgevingskaders en wordt afgestemd op lokale omstandigheden, met nauwe samenwerking met landelijke en regionale partners. Door de professionaliseringsslag binnen controle en advisering, ondersteund door digitale systemen, kan binnen de bestaande begroting gerichter aandacht worden besteed aan: • Brandveiligheid in de woonfunctie, met focus op zorgwoningen en wooncomplexen. Het langer zelfstandig wonen van ouderen en zorgbehoevenden vergroot de brandrisico’s. Dit vraagt om gerichte controles en intensievere voorlichting aan bewoners en zorgverleners. • Energietransitie en brandveiligheid, door intensievere samenwerking met gemeenten bij bouw- en renovatieprojecten. Duurzame energiebronnen en nieuwe technologieën, zoals waterstofopslag en elektrische opslagsystemen, brengen specifieke brandrisico’s met zich mee. • Innovatieve bouwmethoden, zoals optoppen van woningen en gebruik van nieuwe materialen.

Nieuwe bouwtechnieken en materialen creëren onbekende risico’s, daarom werken we samen met gemeenten en ontwikkelaars om brandveiligheid structureel te borgen. • Klimaatverandering, met toenemende droogte, extreme neerslag en hittegolven. Dit heeft gevolgen voor brandveiligheid en vitale infrastructuur. We adviseren over klimaatadaptieve maatregelen en passen onze risicobeheersing hierop aan. Met deze werkwijze zorgen we ervoor dat de brandveiligheid in Zeeland goed geborgd is door een duidelijke structuur en een effectieve combinatie van voorlichting, controle en advisering, passend bij de nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en onze vernieuwde clusterindeling.

Aantal controles brandveiligheid *)

Realisatie 2024 1570

Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde 2026 2027 2028 2029 750 750 750 750

*) Totaal aantal controles n.a.v. 1) meerjarenplanning, 2) verzoeken gemeenten, 3) evenementen, 4) vuurwerkopslag. De streefwaardes zijn oude gegevens en zullen worden bijgesteld zodra evaluatie van de RAT heeft plaatsgevonden.

Realisatie 2024 Aantal adviezen brandveiligheid en 1380 brandveilig gebruik Aantal adviezen 172 Programma’s van Eisen (PvE’s), Uitgangspuntendocumenten (UPD) en overig

Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde Streefwaarde 2026 2027 2028 2029 900

900

900

900

195

195

195

195

11

Aantal adviezen 629 evenementen Aantal adviezen vuurwerk* 16

300

300

300

300

18

18

18

18

* Streefwaarde voor adviezen voor vuurwerk (opslag, transport en ontbranding evenementenvuurwerk) is t.o.v. voorgaande jaren naar beneden bijgesteld i.v.m. de afname van verkooppunten voor vuurwerk In Zeeland. De streefwaarden van alle overige adviezen zijn afhankelijk van de adviesverzoeken van (met name) de gemeenten.

Omgevingsveiligheid Wij zorgen voor een veilige leefomgeving voor inwoners en bezoekers van Zeeland. We adviseren onze gemeenten en provincie hoe we onze Zeeuwse leefomgeving zo goed mogelijk kunnen beschermen tegen de rampen en crises die ons kunnen overkomen. Deze risico’s staan in ons Regionaal Risicoprofiel Zeeland. Wij analyseren risico’s en ontwikkelingen op het gebied van veiligheid en adviseren Zeeuwse overheden hoe we nieuwe gebieden en gebouwen veilig kunnen ontwerpen. Daarvoor geven we integrale veiligheidsadviezen op omgevingsvisies, -plannen, vergunningen en beleidsplannen. Ontwikkelingen en prioriteiten 2026 De veranderingen binnen ruimtelijke ordening, energietransitie en klimaatadaptatie vragen om extra aandacht voor omgevingsveiligheid. In 2026 richten we ons op: • Nieuwe kerncentrales en industriële projecten o Extra inzet op veiligheid bij bouwtrajecten en de impact op bestaande risicobedrijven en transportroutes. o Aandacht voor de hulpverleningscapaciteit en de huisvesting van werknemers. • Energietransitie en infrastructuur o Veiligheidsmaatregelen voor waterstofproductie, ammoniakopslag, CO₂-opslag (CCS) en LNG-import. o Nieuwe hoogspanningsstations en -leidingen. • Klimaatverandering en natuurbranden o Van incidentbestrijding naar landschapsmanagement om natuurbranden te beperken en beheersbaar te houden.

o Stresstesten op vitale infrastructuur tegen extreme weersomstandigheden. • Nieuw beleid en bouwvoorschriften o Aangescherpte normen voor zeer kwetsbare gebouwen en voorschriftengebieden. Samenwerking en informatie-gestuurd werken We zetten in op vroegtijdige betrokkenheid en casemanagement bij grote projecten, verbetering van de informatiepositie en structurele borging van veiligheidsadviezen in gemeentelijk beleid. Met deze aanpak blijft Zeeland voorbereid op nieuwe risico’s en complexe veiligheidsvraagstukken, en waarborgen we een veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Industriële veiligheid Samen met DCMR, de Nederlandse Arbeidsinspectie, RUD Zeeland, Seveso-inrichtingen en risicorelevante bedrijven zorgen we voor een veilige verwerking en opslag van gevaarlijke stoffen. In 2026 worden onze werkzaamheden op het gebied van industriële veiligheid ongewijzigd voortgezet: • Actualiseren en controleren van bedrijfsbrandweeraanwijzingen conform artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s.

12

• •

• • •

•

Beoordelen van wettelijk verplichte veiligheidsrapporten van Seveso-inrichtingen. Toezicht houden op Seveso-inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Dit doen we samen met de provincie, Omgevingsdienst DCMR en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het toezicht is zowel aangekondigd als onaangekondigd. Sevesoinspecteurs van VRZ werken voornamelijk in Zeeland, maar kunnen ook ingezet worden in andere regio’s binnen het Seveso-Zuidwest samenwerkingsverband. Uitvoeren van handhavingstrajecten wanneer toezicht op overtredingen wijst, zowel op het gebied van bedrijfsbrandweer- als bij Seveso-wetgeving. Onderzoeken van incidenten bij Seveso-inrichtingen om de oorzaken en mogelijke verbeterpunten vast te stellen. Adviseren van het bevoegd gezag inzake omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals: o Opslag van ammoniak. o Productie en transport van waterstof. o Installatie van elektrische opslagsystemen. o Veilige omgang met nieuwe energiedragers. Interne afstemming en informatie-uitwisseling uit toezichthoudende trajecten met relevante onderdelen binnen VRZ, zoals de meldkamer, multidisciplinaire planvorming, Operationele Voorbereiding en Vakbekwaamheid.

Toezicht op risicorelevante bedrijven Naast de structurele controles op Seveso-bedrijven, is in 2024 een pilot gestart voor risicorelevante bedrijven. Dit zijn bedrijven met verhoogde veiligheidsrisico’s die niet onder de Seveso-regelgeving vallen, maar waar vanuit preventief en repressief oogpunt wel aandacht voor nodig is. Denk hierbij aan bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen, grote opslaglocaties en locaties met specifieke risicofactoren zoals lithium-ionbatterijen. In samenwerking met RUD Zeeland wordt gewerk t aan een integrale aanpak, waarbij informatie-uitwisseling en gezamenlijke inspecties bijdragen aan effectiever toezicht. Daarnaast wordt binnen dit traject specifieke aandacht besteed aan de opslag en verwerking van nieuwe energiedragers en toenemende toepassingen van gevaarlijke stoffen in de energietransitie. In 2025 wordt de pilot geëvalueerd om te bepalen hoe toezicht op deze bedrijven structureel kan worden ingericht. We zullen de effectiviteit van gezamenlijke inspecties, de benodigde expertise binnen VRZ en de afstemming met andere handhavingspartners onder de loep nemen. Met deze aanpak dragen we bij aan een veilige en verantwoorde omgang met gevaarlijke stoffen, zowel binnen Zeeland als daarbuiten

Grondslag Wet veiligheidsregio’s Aantal aanwijzingen/afwijzingen bedrijfsbrandweer Aantal inspecties bedrijfsbrandweer Grondslag overige wetgeving Aantal beoordelingen veiligheidsrapport Aantal inspecties Seveso, routinematig Aantal inspecties Seveso, niet routinematige

Realisatie 2024

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Streefwaarde 2028

Streefwaarde 2029

1

4

4

4

4

6

5

5

5

5

3

5

-

-

-

23

25

25

25

25

10

22

22

22

22

13

Aantal onderzoeken Sevesoincident Aantal adviezen Sevesoinrichtingen Aantal adviezen niet-Sevesoinrichtingen (waaronder Bevi-inrichtingen)

9

6

6

6

6

83

125

125

125

125

33

75

75

75

75

Thema 2: Incidentbestrijding Beschikbaarheid van (brandweer)middelen volgens dekkingsplan Om de veerkracht en continuïteit van onze brandweerorganisatie te waarborgen, blijven we inzetten op het binden en boeien van vrijwilligers. Hiertoe vormt onze eigen interne meerjarige uitvoeringsagenda vrijwilligheid de basis. Samen met onze vrijwilligers stellen we prioriteiten op behapbare thema’s. Een voorbeeld hiervan is de intern georganiseerde leiderschapstraining voor ploegleiders, waarmee we zowel persoonlijke als organisatorische ontwikkeling stimuleren. Daarnaast zetten we in het toekomstbestendig maken van de brandweerorganisatie. De landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden vormt daarbij het uitgangspunt. We hebben aandacht voor dynamisch alarmeren en onderzoeken aanvullende rollen, zoals de mogelijke aanvullende inzet van brandweerassistenten. Door af te stemmen met landelijke ontwikkelingen en andere regio’s, streven we zoveel als mogelijk naar eenduidigheid in aanpak en uitvoering. Vanuit het oogpunt van beheersbaarheid streven we voor materieel en opleiden zoveel mogelijk naar uniformiteit. Indien landelijke ontwikkelingen om aanpassingen vragen sluiten we daar op aan. Om eenduidigheid te waarborgen is landelijke samenwerking ons streven.

We zetten de samenwerking op het gebied van natuurbrandbestrijding, industriële brandbestrijding, de energietransitie, de landelijke werkwijze Grootschalig Specialistisch Brandweeroptreden en Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen voort. Technologische ontwikkelingen gaan snel en bieden kansen voor de brandweer om veiliger en effectiever op te treden. De huidige begroting is erop gericht het materieel in stand te houden en biedt weinig ruimte om te investeren in nieuwe technologische ontwikkelingen en innovaties. Voorbeelden hiervan zijn blusrobots en drones. Dit vergroot de kans op veiligheidsrisico's voor medewerkers. Daarnaast bestaat de kans op hogere kosten doordat Zeeland niet kan aansluiten bij landelijke ontwikkelingen. Robuuste beroepsbezetting We richten onze dagdienstbezetting op onze drie hoofdlocaties zo effectief mogelijk in. We houden rekening met de operationele taak (warm), beheersmatige taak (koud) en ondersteunende taken voor onze vrijwilligersorganisatie in de avonduren. Het vinden van een gezonde balans voor onze medewerkers is daarbij essentieel. Operationele leiding Zowel voor de brandweer als voor crisisbeheersing moeten we voorzien in operationele leiding en expertise. Bij piketfunctionarissen blijft de instroom een onzekere factor. Deze functies zijn niet eenvoudig in te vullen. Het behalen van alle benodigde opleidingen vergt meerdere jaren.

Een meer strategische aanpak van het invullen van komende vacatures is noodzakelijk om de

14

sleutelfuncties op Hbo-niveau in te blijven vullen. Aan elke voltijdopleiding tot brandweerofficier bij het Centrum voor Opleiding en Vorming Brandweer neemt één Zeeuwse kandidaat deel. Daarnaast leiden we meerdere medewerkers op via de deeltijdopleidingen. Met het oog op de te verwachten uitstroom (op basis van leeftijd) is het niet uit te sluiten dat de begroting voor het opleiden van officieren overschreden wordt. Dit kan een bijstelling in 2026 vragen. Vakbekwaam worden en blijven De werving en opleiding van nieuwe vrijwilligers is cruciaal om de vrijwillige basis van onze organisatie te behouden. Landelijke ontwikkelingen leiden tot aanpassing van het onderwijsstelsel. We volgen deze ontwikkelingen en waar mogelijk participeren we. We zetten in op in stand houden van onze basisbrandweerzorg, het regulier werven van nieuwe vrijwilligers en tegelijkertijd richten we ons op het versterken van de jeugdbrandweer als instroomkanaal. Daarnaast ontwikkelen we een toekomstgerichte visie op het Regionaal Opleidingsinstituut om onze opleidingen te blijven afstemmen op de behoeften van de regio. Om medewerkers vakbekwaam te houden, organiseren we naast reguliere oefenavonden ook realistische trainingen per oefencyclus.

De stijgende kosten van opleiders en de onvoorspelbaarheid van de in- en uitstroom van vrijwilligers maken het mogelijk dat de opleidingsbegroting in 2026 moet worden bijgesteld. Vakbekwaam blijven voor repressieve (piket)taken vormt ca. 20% van de uren bij een aanstelling van 1 fte. Door de hoge werkdruk worden deze uren veelal als extra taak uitgevoerd. Hierdoor ontstaat een stapeling van taken en staat de formatie onder druk. We zien een stijging van de kosten als gevolg van landelijke ontwikkelingen in het onderwijsstelsel en het gebruik van oefencentra, met name voor het trainen van ons personeel onder realistische omstandigheden. Om de kosten te beheersen is de frequentie van deze trainingen al verlaagd. Samen met de vorming van een visie op ons Regionaal Opleidingsinstituut moeten we bezien op welke manier we ons personeel voldoende vakbekwaam houden tegen aanvaardbare kosten. Paraatheid, uitrukken brandweer binnen de vastgestelde opkomsttijden In 2023 is, als onderdeel van het programma Brandweerzorg 2030, het dekkingsplan op basis van de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden vastgesteld. Het biedt een nulmeting van waar we staan met de basisbrandweerzorg in Zeeland en we gebruiken het als instrument om bestuur en management beter in staat te stellen beleid te maken en besluiten te nemen over de inrichting van de brandweerzorg.

We zijn een vrijwillige brandweer organisatie. Onze vrijwilligers komen vanuit huis of werk op naar de kazerne wanneer zij hiervoor door de meldkamer gealarmeerd worden. Om over voldoende personele capaciteit te beschikken wordt hiervoor een veelvoud vrijwilligers gealarmeerd. We signaleren dat, met name overdag, de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers kwetsbaar is. Daarom verzorgen we overdag vanuit onze hoofdlocaties in de grote stedelijke kernen een gegarandeerde uitruk met onze beroepsmedewerkers. Operationeel houden en verbeteren van de Meldkamer De meldkamerfunctie voor brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening valt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van de veiligheidsregio’s. Zeeland en Midden-West-Brabant maken gezamenlijk gebruik van de

15

bovenregionale meldkamer in Bergen op Zoom. In 2026 blijven we ons richten op procesoptimalisatie en een uniforme inrichting van werkwijzen.

Thema 3: Leren en ontwikkelen Brandonderzoek Brandonderzoek wordt uitgevoerd volgens de landelijke kaders van Brandweer Nederland. Brandonderzoek vergroot het inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van brand en levert daarmee een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving. Niet alle branden zijn relevant om te onderzoeken. Sommige branden hebben een duidelijke oorzaak en geen bijzonder brandverloop. En soms is de brand zo heftig geweest dat er letterlijk niets meer over is om te onderzoeken. De focus ligt op branden die waardevolle inzichten bieden voor preventie, bestrijding en beleidsontwikkeling. Focus en prioritering Brandonderzoek richt zich op: • Branden met slachtoffers of reddingen door de brandweer • Branden met een afwijkend of onverwacht brandverloop • Branden met goed of falend preventief ingrijpen • Branden in veestallen, natuurgebieden, elektrische voertuigen of zonnepanelen/accu’s • Branden met grote rookverspreiding in woongebouwen Uitvoering en Samenwerking Team Brandonderzoek werkt met een gestandaardiseerde onderzoeksmethodiek. De focus ligt op het analyseren van oorzaken, brandverloop en de effectiviteit van preventieve voorzieningen. De bevindingen dragen bij aan: • Verbetering van brandveiligheid en risicobeheersing binnen Zeeland. • Kennisdeling en advisering richting gemeenten, zorginstellingen en bedrijven.

• Ondersteuning van preventiebeleid en voorlichting, onder meer via Brandveilig Leven en Zeeland Veilig. De onderzoeksresultaten worden vastgelegd in nieuwsflitsen, memo’s en rapportages. Patronen en trends worden geanalyseerd en gebruikt om brandweercollega’s en beleidsmakers beter voor te bereiden op specifieke risico’s. Met deze werkwijze blijven we aansluiten bij de landelijke richtlijnen en draagt brandonderzoek structureel bij dee brandveiligheid in Zeeland. Leerpunten uit incidenten In 2026 blijven we grote en bijzondere incidenten die in Zeeland plaatsvinden evalueren en de hieruit opgedane kennis breed verspreiden en toepassen. Afhankelijk van de omvang en maatschappelijke impact wordt het bestuur betrokken bij de evaluatie en geïnformeerd over de resultaten.

Thema 4: Informatiemanagement en bedrijfsvoering De informatievraag bij de uitoefening van de werkzaamheden binnen de brandweer neemt toe. De noodzakelijke beschikbaarheid en uitwisselbaarheid van de informatie stelt hoge eisen. Daarnaast zijn werkzaamheden niet langer plaats-, tijd- of device gebonden. Voortschrijdende technologische mogelijkheden ondersteunen deze ontwikkeling. De komende jaren houden we daarom de focus op de ontwikkeling naar een meer informatiegestuurde organisatie. We

16

verzamelen, registreren en analyseren data en kunnen zo vroegtijdig op situaties anticiperen. Tevens helpt het ons prestaties inzichtelijker te maken en er beter op te sturen. We maken dus ook proactief gebruik van informatie. Dit vraagt extra aandacht voor datakwaliteit maar zeker ook in het goed meenemen van medewerkers in het veranderende werkveld. Operationele Informatievoorziening We versterken onze operationele informatiepositie door het verzamelen, verrijken en analyseren van informatie zodat een adequaat risico- en dreigingsbeeld kan worden gepresenteerd tijdens de operatie. Dit vraagt de komende jaren de verdere ontwikkeling van een goed datafundament en het inpassen van nieuwe technologieën binnen de operationele processen om deze veiliger te maken voor onze medewerkers en inwoners. We denken daarbij bijvoorbeeld aan het gebruik van commandovoertuigen, drones, robots of statische meetopstellingen.

Wat gaat het kosten: programmabudget? Toekomstbestendige brandweerzorg

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Totaal Lasten 30.305.823 31.542.619 32.860.672 33.641.206 Totaal Baten -384.200 -384.200 -384.200 -384.200 Saldo van baten en lasten 29.921.623 31.158.419 32.476.472 33.257.006 Mutaties reserves -85.600 -11.300 -9.200 -9.200 Eindtotaal 29.836.023 31.147.119 32.467.272 33.247.806 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

17

1.1.2 Programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ Ontwikkelingen Extra gelden voor versterking crisisbeheersing en informatievoorziening In de ontwikkeling van crises waarmee we de afgelopen jaren zijn geconfronteerd zien we een bepaalde verandering in het type, aard, omvang en duur van de crisis. In dat licht heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) extra gelden ter beschikking gesteld aan veiligheidsregio’s om zich op die veranderde wereld aan te passen en voor te breiden. In 2022 is besloten tot het ophogen van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, zowel landelijk als regionaal. Deze landelijke doelstellingen en ontwikkelingen sluiten naadloos aan op onze eigen beleidsdoelen. We participeren in bovenregionale en landelijke ontwikkelingen. In 2023 hebben we een realisatieplan opgesteld voor de doelstellingen uit ons meerjarenbeleidsplan. We werken binnen dit programma sindsdien in thema’s en ontwikkelsporen. De thema’s zijn de prioritaire risico’s uit ons regionaal risicoprofiel. De ontwikkelsporen hanteren we als indeling waarlangs we uitvoering geven aan de doorontwikkeling van crisisbeheersing en informatievoorziening. In de ontwikkeling van crisisbeheersing worden de thema’s en ontwikkelsporen in samenhang gebracht.

Op deze wijze draagt de versterking van crisisbeheersing rechtstreeks bij een de veiligheid in Zeeland. Afhankelijk van definitieve besluitvorming op landelijke niveau in 2025 over de toekenning van de toegezegde gelden, gaan we ervan uit dat alle geplande activiteiten en formatie-uitbreiding gedekt worden uit de bestaande begroting en door de inzet van de extra BDuR-gelden. Formatie-uitbreiding In de periode 2023-2026 breiden we de formatie uit met 15 fte om invulling te geven aan de activiteiten binnen het realisatieplan. Voor de realisatie van het plan is daarnaast een inspanning noodzakelijk op het gebied van HRM (onder meer arbeidsmarktcommunicatie, werving), facilitair (huisvesting), communicatie en ICT. Deze uitbreiding zal in 2026 afgerond zijn. Innovatie en ontwikkeling Om aansluiting te houden met de samenleving moet er ruimte zijn voor innovatie en ontwikkeling. Zowel zelfstandig als samen met partijen binnen de eigen regio, bovenregionaal en (inter)nationaal. Waar mogelijk wordt hierbij ingezet op Europese projecten en wordt meegelift met ontwikkelingen bij anderen.

Wat willen we bereiken?

We zorgen ervoor dat onze crisisorganisatie klaar is om, samen met onze partners, zowel de traditionele rampen en crises als nieuwe, langdurige of dreigende crises effectief te bestrijden. In 2026 werken we daarom verder aan het realiseren van de volgende doelen: • Aan de hand van een met onze partners opgesteld actueel risicobeeld hebben we 24/7 inzicht in de ontwikkeling van risico’s en zijn we in staat hierop te acteren. • Onafhankelijk van het type, omvang en aard van een crisis zijn we in staat als crisisorganisatie adequaat te handelen.

18

• •

De samenwerkende crisispartners zijn voorbereid en geoefend in geval van optredende crises. De kwaliteit van ons optreden verbeteren we continu door stelselmatige evaluatie en bijstelling.

Wat gaan we hiervoor doen? Voor het programma ‘voorbereide crisisorganisatie’ is de begroting 2026, opgebouwd op basis van onze nieuwe werkwijze met thema’s en ontwikkelsporen. Dit doen we primair voor het monitoren van de ontwikkeling in de komende jaren, en om te rapporteren over de besteding van de versterkingsgelden en onze bijdrage in het behalen van de landelijke doestellingen.

Transport

Nucleair

Natuur

Activiteiten gericht op het realiseren van de doelstellingen per thema Thema Dossier Activiteiten 2026 Natuurbrandbeheersing Gezamenlijk met de provincie Zeeland en alle betrokken partners voeren we een natuurbrandbeheersingprogramma uit, waarin maatregelen zijn opgenomen die het risico en impact van natuurbrand beperken. Klimaatveiligheid We leveren een bijdrage aan de actualisatie van klimaatadaptatiestrategie Zeeland en het ontwikkelen van veiligheidsbeleid hierin. Waterveiligheid Het internationale (InterReg) project Flooding, Infrastructure, Evacuation & Resilience (FIER) zetten we voort en de drie projecten worden dit jaar afgerond Emergency Preparedness We bereiden ons voor op nucleaire gebeurtenissen. & Respons Landelijke coördinatie De landelijke coördinatie tussen de veiligheidsregio’s wordt gecontinueerd. Voorbereiding bouw Wij sluiten aan bij de verdere ontwikkeling van kerncentrales nieuwe nucleaire installaties in Zeeland. Uitgangspunt is dat de activiteiten/ capaciteit van de Veiligheidsregio bij de realisatie financieel gecompenseerd worden in de ontwikkeling/ bouwkosten. Maritieme veiligheid De preparatie op incidenten op de Westerschelde wordt herzien op basis van de risico- en impactanalyse. De samenwerking met Vlaamse buurregio's en overige waterpartners wordt geactualiseerd en voorgezet.

Spoorvervoer Vanwege ontwikkelingen rond energietransitie in Vlissingen-Oost verwachten we een toename van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Daarom intensiveren we onze preparatie hierop. Wegtunnels De impactanalyse over de directe en indirecte gevolgen van uitval van wegtunnels in Zeeland wordt

19

Mobiliteit

Gez Industrie en bedrijvigheid ond hei d

Industrie Recreatie Energietransitie

Zorgcontinuïteit Uitval vitale infrastructuur

Ontwrichting

Maatschappelijke onrust

Evenementenadvisering

afgerond. Op basis hiervan wordt een advies opgesteld. Monitoren van de impact op de mobiliteit als gevolg van onderhoud van kunstwerken (bruggen/sluizen etc.) in en buiten de regio. Het aantal Seveso-inrichtingen neemt mogelijk toe in relatie tot de energietransitie (o.a. opslag ammoniak en waterstof). De preparatie passen we daarop aan. De ontwikkelingen worden gemonitord. De operationele voorbereiding voor incidenten bij nieuwe of uitbreiding van activiteiten met betrekking tot energietransitie worden naar verwachting vanaf 2025 intensiever. De omvang van de werkzaamheden is bij het opstellen van deze begroting nog niet te kwantificeren vanwege de vele externe factoren die de realisatie beïnvloeden (vergunningsverleningstrajecten, bouwtijd, omvang en aantal). De continuïteit van de zorg wordt binnen het netwerk van Zeeuwse zorgverlenende partijen gecontinueerd. Planvorming wordt uitgebreid met continuïteitsplannen voor basisbehoeften in de samenleving. De ontwikkelingen in de wereld kunnen ook in 2026 onverwachte en ongewenste effecten hebben op de Zeeuwse samenleving. Klimaatverandering, oorlogen en ziekten kunnen leiden tot crises. We bereiden de crisisorganisatie voor op het nemen van maatregelen tegen de gevolgen van nog onbekende gebeurtenissen. We volgen actief de landelijke ontwikkelingen rondom militaire dreiging en bereiden ons voor op mogelijke gevolgen.

We adviseren de gemeenten op het gebied van evenementenveiligheid, ter voorkoming van incidenten en/of het beperken van de gevolgen daarvan bij C-evenementen. De evaluatie van evenementadvisering vindt plaats in Q1-Q2 2025. Resultaten hiervan worden in 2025-2026 geïmplementeerd.

Activiteiten gericht op de doorontwikkeling van crisisbeheersing, per ontwikkelspoor Dossier

Activiteiten 2026

Risico-monitoring

De implementatie van de nieuwe methodiek voor het regionaal risicoprofiel is afgerond en 24/7 monitoring op risico is geïntegreerd in onze dagelijks werkzaamheden.

Risicoan alyse en preparat ie

Sporen

20

Dynamische risicoprofiel Planvorming

Regionaal Crisisplan OTOTEL Veiligheidsinformatieknooppunt KCR2 Crisisintelligence

Informatiegestuurde veiligheid

Publieksinformatie

Flexibele crisisorganisatie

Structuur crisisorganisatie

Organisatiestructuur herstel en nafase is uitgewerkt Benodigde middelen en faciliteiten functioneren

Het regionaal risicoprofiel wordt opgesteld in 2025. Risicomonitoring en het dynamisch risicoprofiel zijn geïntegreerd in onze werkwijze en rapportages. De nieuwe wijze van ontsluiten van plannen en procedures wordt verder uitgerold. Iedere functionaris heeft de voor hem relevante informatie direct beschikbaar. We zorgen ervoor dat de informatie specifiek is afgestemd op de plaats, het moment, de rol en taak van de gebruiker. Een crisisplan in nieuwe vorm zal aan het bestuur ter vaststelling worden aangeboden. Verder ontwikkelen van een opleidings-, trainings- en oefenproces, in samenhang met een nieuwe evaluatiemethodiek en resultaten van 2025. Het VIK zal worden doorontwikkeld in afstemming met landelijke ontwikkeling op het gebied van Informatiegstuurde veiligheid. We zijn aangesloten bij het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio (KCR2). Crisisintelligence wordt doorontwikkeld en verder geïncorporeerd binnen de crisisorganisatie Ons platform, met app, website Zeelandveilig.nl en verbonden sociale media blijft centraal. Publieksinformatie (zowel risico- als crisiscommunicatie) wordt integraal in de thematische aanpak van crisisbeheersing vormgegeven. Burgers kunnen op hun veiligheidssituatie gerichte handelingsperspectieven krijgen. Een belangrijk thema de komende jaren is het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving.

Het netwerk van partners (overheden, bedrijven, instellingen, etc.) binnen onze crisisorganisatie borgen we en breiden we uit naar behoefte. We blijven ons richten ons het faciliteren van deze netwerken en het bieden van een organisatie structuur die bij dreigingen en crises 24/7 beschikbaar is. Dit jaar werken we de voor herstel en nafase benodigde structuur projectmatig verder uit. Hierbij sluiten we aan op de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot resilience/veerkracht/weerbaarheid in de samenleving. Het crisiscentrum is ingericht voor gebruik door de nieuw in te richten (flexibele) crisisorganisatie. Bij herhuisvesting van de organisatie zal dit eisen stellen, ook in het kader van de landelijke ontwikkeling dat wij als organisatie tot een vitale sector gaan behoren.

21

Kwaliteit

Kwaliteitstoets

We investeren structureel op het monitoren en verbeteren van de gehele crisisorganisatie, zowel kwalitatief als kwantitatief (PDCA) in de gehele veiligheidsketen. De resultaten van de crisisorganisatie worden ten minste getoetst op basis van de criteria die de inspectie J&V hiervoor stelt. De nieuwe methodiek voor de kwaliteitstoets wordt toegepast.

GHOR In team crisisbeheersing worden de adviserende, coördinerende en ondersteunende taken van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) uitgevoerd. De GHOR vormt de verbinding tussen de multidisciplinaire crisisorganisatie en de (opgeschaalde) zorg; de publieke gezondheid, de acute zorg en de niet-acute zorg. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen. Vakspecialisten van de GHOR sluiten aan bij landelijke overlegstructuren. Bevolkingszorg In team crisisbeheersing wordt de taak van de gemeentelijke overheid, namelijk schade en leed voor de burgers bij crises en rampen zoveel mogelijk te beperken, uitgevoerd. Bevolkingszorg geeft invulling aan voorlichting, opvang en verzorging van de bevolking, verzorgen van opvang en het registreren van eventuele slachtoffers en schadegevallen. De uitvoering van de taken valt binnen de thema's en ontwikkelsporen. Vakspecialisten van bevolkingszorg sluiten aan bij landelijke overleggen.

Wat gaat het kosten: programmabudget? Voorbereide crisisorganisatie

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2024 2025 2026 2027 Totaal Lasten 7.225.860 7.063.922 7.117.722 7.110.713 Totaal Baten -556.200 -511.900 -555.500 -555.500 Totaal Saldo van baten en lasten 6.669.660 6.552.022 6.562.222 6.555.213 Mutaties reserves -90.338 0 0 0 Eindtotaal 6.579.322 6.552.022 6.562.222 6.555.213 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

22

1.1.3 Overhead / bedrijfsvoering Volgens BBV, art. 8.1c wordt in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. De (BBV-)definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. In 2023 heeft de Commissie BBV de ‘Notitie Overhead’ gepresenteerd. Deze notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting, omdat de toepassing van de definitie in de praktijk tot vragen leidde. Overhead bestaat in elk geval uit: • • • • • • • • • • •

Hiërarchisch leidinggevenden primair proces Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie P&O / HRM Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement) Interne en externe communicatie Juridische zaken Bestuurszaken en Bestuursondersteuning Informatievoorziening en automatisering (ICT) Facilitaire zaken en Huisvesting Documentaire Informatie Voorziening (DIV) Managementondersteuning primair proces

Wat gaat het kosten: (programma)budget? Overhead / bedrijfsvoering

Begroting: Begroting: 2025 2026 Totaal Lasten 11.030.725 11.163.157 Totaal Baten -23.333 -23.333 Saldo van baten en lasten 11.007.392 11.139.824 Mutaties reserves 0 0 Eindtotaal 11.007.392 11.139.824 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

Begroting: 2027 11.289.741 -23.333 11.266.408 0 11.266.408

Begroting: 2028 11.321.168 -23.333 11.297.835 0 11.297.835

23

1.1.4 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaat het kosten: (programma)budget? Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 Totaal Lasten -140.000 -140.000 -140.000 -140.000 Totaal Baten -45.793.197 -47.209.425 -48.666.362 -49.471.314 Totaal Saldo van baten en lasten -45.933.197 -47.349.425 -48.806.362 -49.611.314 Totaal Mutaties reserves 0 0 0 0 Eindtotaal -45.933.197 -47.349.425 -48.806.362 -49.611.314 In hoofdstuk 2 ‘Financiële begroting en meerjarenraming’ zijn specificaties opgenomen.

Toelichting Lasten Vacatures gedurende het jaar Er zijn voordelen opgenomen op de lasten voor een bedrag van € 100.000 in verband met de verwachte vacatureruimte gedurende het jaar (natuurlijk verloop). Aan- en verkoop verlofuren (IKB) Er zijn voordelen opgenomen op de lasten voor een bedrag van € 40.000 in verband met een verwacht positief saldo aan- en verkoop van verlofuren.

Baten Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) De raming van de BDuR is gebaseerd op de decembercirculaire 2024. In het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet is opgenomen dat de specifieke uitkeringen, waaronder de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met 10% wordt gekort ((€ 27,7 mln.). De voorgenomen bezuiniging van 10% op de BDuR-gelden is nog onzeker en hierover zijn landelijk gesprekken gaande. Het Ministerie van J&V heeft in het kader van de voorjaarsnota een claim ingediend bij het Ministerie van Financiën om deze ongedaan te maken. Het Ministerie van J&V streeft ernaar komende zomer in de Voorjaarsnota meer duidelijkheid te geven. Voor nu is deze korting opgenomen in de J&V-begroting en in de meerjarenprognose van de BDuR. De korting zou voor VRZ ruim € 1 mln bedragen. We hebben de korting nog niet verwerkt in onze exploitatiebegroting. In plaats daarvan is deze opgenomen in de risicoparagraaf, zoals ook bij andere Veiligheidsregio’s, in afwachting van landelijke besluitvorming. Onderdeel van de BDuR zijn de extra middelen voor de landelijke opgave versterking crisisbeheersing en informatievoorziening. In 2022 is onder meer naar aanleiding van de lessen uit de covid-19 crisis en de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne besloten tot het zowel landelijk als regionaal versterken van crisisbeheersing en informatievoorziening.

Hiervoor is een financiële impuls gegeven door vanuit het Rijk € 83 miljoen structureel beschikbaar te stellen, wat voor onze regio een structurele bijdrage betekent van € 2.538.548. Om zowel invulling te geven aan de landelijke doelstellingen als het realiseren van onze eigen ambities uit ons meerjarenbeleidsplan is een bestedingsplan opgesteld. Op basis van dit plan zijn de middelen

24

verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’. De bestedingen worden verantwoord via de SiSa-regeling. Volgens de voorwaarden van de BDuR wordt het niet bestede bedrag verantwoord via de balans, onder de post ‘overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel’. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDuR, die naar verwachting in 2025 en 2026 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. Zowel in 2025 als in 2026 is een bedrag geraamd van € 200.000 (ca. 2%), samen € 400.000. Hiervan heeft ca. 25% betrekking op de versterking crisisbeheersing en informatievoorziening. Ontwikkeling Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15603600/2