CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Heernissekerkpad 6 Hengstdijk 644532

Commissie Ruimte 28 mei 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Bestemmingsplan Heernissekerkpad 6, Hengstdijk16.871 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Adromi B.V.

Pagina 4 van 6

3 Algemene regels De algemene regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.pparcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst.

Adromi B.V.

Pagina 5 van 6

4 Overgangs- en slotregels De regels inzake het overgangsrecht die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hulst', zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.bpbuitengebied-001V met eventuele bijlagen, het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Huisvesting Arbeidsmigranten’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.ppArbeidsmigranten-001V met eventuele bijlagen en het bestemmingsplan ‘Archeologische en Aardkundige waarden’ zoals vervat in de dataset met planidentificatie NL.IMRO.0677.pparcheologie-001V met eventuele bijlagen zijn onverkort van toepassing op het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Ruimte voor Ruimte, Noordstraat 3, Walsoorden)' van de gemeente Hulst. Zulks met uitzondering van slotregels van alle genoemde bestemmingsplannen die worden gewijzigd overeenkomstig het onderstaande artikel en geldt alleen voor het bestemmingsplan ‘ Buitengebied, Heernissekerkpad 6 Hengstdijk ’ met identificatienummer NL.IMRO.0677.bpbuitenhrnskrkpd6-001O.

Artikel 3 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied, Heernissekerkpad 6 Hengstdijk'.

Adromi B.V.

Pagina 6 van 6

4

W

(sw-vvs) WR-A2 (sw-vvli)

[sba-vgrl]

A WR-A2

W (sw-vvs) (sw-vvli)

2

Plangebied Heernissekerkpad, Hengstdijk

6

Enkelbestemmingen A

Agrarisch

W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A2

Waarde - Archeologie 2

Functieaanduidingen (sw-vvli)

specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

(sw-vvs)

specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting slopen

Bouwvlakken bouwvlak

Bouwaanduidingen [sba-vgrl]

specifieke bouwaanduiding - voorgevelrooilijn

Bestemmingsplan:

Schaal:

Heernissekerkpad, Hengstdijk

1:1250 04-09-2023

Maatvoeringen 2

maximum aantal wooneenheden

Datum:

Formaat:

Versie:

A4

7.0

Gemeente:

Hulst 4

maximum goothoogte (m)

IMRO code:

Planstatus:

NL.IMRO.0677.bpbuitenhrnskrkpd-001O Ontwerp

ADROMI GROEP

botanisch waardevol grasland suggestie nieuwe woning te amoveren bebouwing knotwilgen

struweel nieuwe bomenrij

7m

NOORD

7m

0

20

40

100

(luchtfoto www.scheldestromen.nl) Structuurschets Heernissekerkpad 6 Hengstdijk - 7 september 2023

BIJLAGE Stikstofrapportage

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

bestemmingswijziging Heernisse Kerkpad 6 4585 PD Hengstdijk

Titel : Bijlage stikstofrapportage Versie : 1.3 Datum : 9 november 2023

Pagina 2 van 25

Inhoud 1.

Gegevens project.......................................................................................................................... 4 1.1

Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4

1.2

Locatienaam ......................................................................................................................... 4

2.

Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4

3.

Gegevens verandering ................................................................................................................. 4

4.

Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5

5.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6

Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7 5.1

6.

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 7

Conclusie en afweging................................................................................................................. 8

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase .................................................................................................. 9 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 17

Pagina 3 van 25

1. Gegevens project 1.1

Opdrachtgever

Statutaire naam

: Vlaming & De Zeeuw

Adres

: Boulevard de Wielingen 33

Postcode

: 4506 JJ

Contactpersoon

: De heer A.B. (Bram) Verhage

Telefoon

: 0117 – 700 550

1.2

Plaats:

Cadzand Mail:

info@vlamingendezeeuw.nl

Locatienaam

Naam

: bestemmingswijziging

Adres

: Heernisse Kerkpad 6

Postcode

: 4585 PD

Plaats:

Kadastrale ligging : Hontenisse

Hengstdijk Sectie:

P

Nr(s):

469

2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan en de bestemmingswijziging om een agrarisch bedrijf te beëindigen, een gedeelte van de bedrijfsbebouwing te slopen en twee ruimte-voor-ruimte woningen terug te bouwen op het perceel Heernisse Kerkpad 6 in het dorp Hengstdijk binnen de gemeente Hulst dienen de effecten van de bouw en het gebruik van de vrijstaande burgerwoningen op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een locatie in Hengstdijk, op het perceel Heernisse Kerkpad 6 waar nu een bedrijfswoning met agrarische gebouwen staat. Het perceel wordt hiervoor opnieuw ingericht en ter plaatse van de tuinbouwkas wordt een nieuwe woning toegevoegd en tussen de kas en de burgerwoning op nummer 4 wordt de tweede woning toegevoegd. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden. Op 1,3 km ten noorden van de locatie ligt het Natura2000 gebied Vogelkreek en verder ten noordoosten ligt Westerschelde & Saeftinghe op 5,2 km.

Op 9,6 km ten zuiden van de locatie ligt het Belgische Natura2000 gebied Bossen en heiden van zandig Vlaanderen: oostelijk deel.

3. Gegevens verandering Het betreft een locatie gelegen in het buitengebied van Hengstdijk waar initiatiefnemer voornemens is zin agrarische bedrijf te beëindigen. De bestemming van de locatie wordt omgezet in burgerwoning, het bouwvlak verkleind en een deel van de bedrijfsgebouwen wordt gesloopt. Binnen het te verkleinen bouwvlak wordt ten noorden van de huidige bedrijfswoning Pagina 4 van 25

een tweede vrijstaande woning gerealiseerd. De derde vrijstaande woning zal aan de westzijde naast de burgerwoning nummer 4 komen. De percelen krijgen een woonbestemming. De twee extra burgerwoningen kunnen met ruimte-voor-ruimte planologisch gerealiseerd worden door middel van het opstellen van een bestemmingsplan. De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het toevoegen van de twee woningen op de locatie zal toenemen en is in de verdere rapportage afgewogen.

4. Emissies tijdens de bouwfase Sinds 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming gewijzigd. Hierin is in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Hiermee wordt voor deze activiteit de vergunningplicht uit artikel 2.7, tweede lid uitgezonderd voor de gevolgen van stikstofdepositie door in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering activiteiten in de bouwsector aan te wijzen. Dit besluit wijzigt het Besluit natuurbescherming door daarin een nieuw artikel 2.5 op te nemen: "Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet worden aangewezen: 1. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; 2. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen." De partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn 1 op 2 november 2022 vernietigd. Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw.

Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan. Tijdens de sloop van de schuren en bouwfase van de woningen vinden extra emissies plaats. De verwachte bouwtijd bedraagt 10 maanden. Eerst zal de sloop plaats vinden van de schuren met een kraan die in 8 uur de huidige schuren afbreekt en zo veel mogelijk in gescheiden fracties in containers stort om af te voeren. Dit zullen 3 puincontainer zijn, een container met ijzer en een container met hout. Deze worden met vijf vrachtwagens binnen een kwartier aangehaakt en afgevoerd. Vervolgens vind het grondwerk plaats met een kraan, waarbij in totaal 12 uur gemoeid is en een vijf vrachtwagens het terrein zullen aandoen voor aanvullen met zand voor de fundering (verbeterd grondwerk) en eventueel afvoer van kleigrond gedurende een half uur per vracht. Daarna komen dagelijks gemiddeld 3 busjes per dag. Bij het leggen van een dek zal een kraan een dag aanwezig zijn r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets.

Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1

Pagina 5 van 25

gedurende 2 uur werkzaam en gemiddeld komt elke week een vrachtwagen materiaal lossen of een container ophalen gedurende een kwartier, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton. De grootste stort is de vloer die ze in een keer doen bij de bouw van het woonhuis. Het gaat hier om een stort van 65 m3 oftewel 5 vrachtwagens op die dag. Uitgaande van een gemiddelde afwerkvloerdikte van 20 cm voor het dek en zo’n 200 m2 vloeroppervlak is dit 40 m3 oftewel 3 vrachtwagens. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 10 maanden er 6 uur beton storten. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 10 maanden meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bouwproject

Licht verkeer (personenauto’s) Licht verkeer (bestelbus) Zwaar verkeer

Bewegingen Bewegingen project/jaar t.b.v. AERIUS calculator 4/werkdag 860 autobewegingen 6/werkdag 1.290 bestelbusbewegingen 10 sloop + 122 vrachtwagenbewegingen 10 grond + 2/week + 16 beton

De bewegingen zijn als lijnbron gemodelleerd van de bouwlocatie in twee richtingen over de Polderweg in twee richtingen tot aan de splitsing aan de Zuidweg en Margaretsedijk, omdat het verkeer op de kruising moet remmen en optrekken en daarmee opgaat in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)

De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator. In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 10 maanden die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de Pagina 6 van 25

voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op het bouwproject Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar) Vrachtwagen sloop

300

Vrachtwagen grond vrachtwagen bouw

Bedrijfstijd (uur/jaar) *

Cilinderinhoud (liter) **

26

1

3,8

300

65

2,5

3,8

300

286

11

7,0

sloopwerk kraan

80

59

8

7,0

grondwerk kraan

80

88

12

7,0

verreiker/kraan dekleggen

80

15

2

3,8

betonstorter

200

105

6

7,0

* Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. ** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen

5. Emissies na ingebruikname Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van verkeer gelieerd aan de locatie en een puntbron voor eventuele emissies van verbrandingsinstallaties als een CV ketel. Voor de nieuwe woningen is enkel het verkeer relevant. De nieuwe woningen worden voorzien van een warmtepomp.

5.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie gaan in de aan te vragen situatie. In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de projectlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is hier namelijk enkel het verkeer van en naar de woningen nog relevant. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij de nieuwe woningen uitgegaan van CROW-kerncijfers publicatie 381 uit 2018. De woningen zijn gesitueerd in weinig stedelijk gebied (rest bebouwde kom), waarbij de volgende verkeersgeneratie telt: • vrijstaande koopwoningen: 7,8-8,6 verkeersbewegingen per etmaal; • hoek/tussenwoningen, koop: 6,7-7,5 verkeersbewegingen per etmaal; • twee-onder-een-kapwoningen, koop: 7,4-8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Omdat hier sprake is van twee nieuwe woningen (vrijstaand) betekent dit dat er in totaal 15,617,2 verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Voor de bepaling van de effecten van de vrijstaande woningen op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht met de worst-case situatie van 17,2 bewegingen en uitgaande Pagina 7 van 25

van het feit dat deze allen niet elektrisch, maar op brandstof rijden. Als rekenjaren is het jaar 2024 gehanteerd. Het geplande jaar van in gebruik nemen van de woningen. Tabel 3: aantal bewegingen na in gebruik name

Licht verkeer (personenauto’s)

Bewegingen 17,2/dag

Bewegingen project (jaar) 6.278

De bewegingen zijn net als in de bouwfase gemodelleerd van de projectlocatie over de Polderweg in twee richtingen tot aan de splitsing aan de Zuidweg en Margaretsedijk, omdat het verkeer op de kruisingen moet remmen en optrekken en daarmee opgaat in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “buitenweg” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg geen filevorming kent.

6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de sloop- en bouwfase het projecteffect nihil is. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik niet toe door het toevoegen van twee vrijstaande woningen. Uit de berekening van de beoogde situatie van de oprichting van de woningen blijkt de stikstofdepositie op omliggende gebieden nihil en daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom bestaat op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging en uitbreiding.

Pagina 8 van 25

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase

Pagina 9 van 25

Pagina 10 van 25

Pagina 11 van 25

Pagina 12 van 25

Pagina 13 van 25

Pagina 14 van 25

Pagina 15 van 25

Pagina 16 van 25

BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase

Pagina 17 van 25

Pagina 18 van 25

Pagina 19 van 25

Pagina 20 van 25

Pagina 21 van 25

Pagina 22 van 25

Pagina 23 van 25

Pagina 24 van 25

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Quickscan natuurwetgeving project Sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

1

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Quickscan natuurwetgeving project

Sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Opdrachtgever: Datum: 24 augustus 2022 (een quickscan is in principe 3 jaar actueel tenzij het plangebied, of de directe omgeving landschappelijk sterk is veranderd) Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169

© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

2

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

INHOUD 1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................

9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................15 3.1 Zoogdieren............................................................................................................15 3.2 Vogels ...................................................................................................................16 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................16 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................17 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................17 3.4 Vissen ...................................................................................................................18 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................18 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................18 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland

(NNZ)..............................................................................................20 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................21

Bijlage 1 Bijlage 2

Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

3

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel onderzoek

Gepland is om op de locatie Heernissekerkpad 6 te Hengstdijk bebouwing te slopen en vervangende nieuwebouw te realiseren. De sloop betreft een zestal schuren. Het woonhuis blijft behouden. Op een locatie van een te slopen schuur komt een woning. Ook op een aangrenzend stuk akker is een woning gepland. In totaal zijn dus twee woningen gepland. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk om te bepalen of hierbij beschermde natuurwaarden een nadelig effect ondervinden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •

1.2

Tot welke (mogelijke) effecten leidt de sloop van bebouwing en de realisatie van nieuwbouw op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?

Kader

Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.

Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord.

4

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)

Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken

De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige ‘nationaal beschermde’ soorten:

5

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht.

Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt.

6

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen.

Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3.

Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.

7

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.

1.3

Afbakening plangebied en werkwijze

Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).

8

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Figuur 1. Plangebied (te slopen bebouwing en zoekgebied nieuwe woningen).

Het plangebied is bezocht op 17 augustus 2022. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.

1.4

Opzet beoordeling

De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.

9

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is gelegen ten oosten van Vogelwaarde. Het betreft een erf met woning en schuren. Hieraan grenzend liggen landbouwpercelen. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van bebouwing en het realiseren van nieuwbouw. Op locaties 1 en 2 zijn nieuwe woningen gepland. Op locaties 2, 3, 4, 5, 6 en 7 is sloop gepland. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied.

10

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Foto 1. Object 1 (locatie om huis te bouwen).

Foto 2. Object 2. Te slopen bebouwing en bouwen woonhuis.

11

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Foto 3. Object 2 binnenzijde.

Foto 4. Object 3. Te slopen bebouwing.

12

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Foto 5. Object 4 te slopen bebouwing.

Foto 6. Object 5 te slopen bebouwing.

13

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Foto. 7. Object 6 te slopen bebouwing.

Foto 8. Object 7 te slopen bebouwing.

14

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

3

Soortenbescherming

Hieronder worden soorten vernoemd die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.

3.1

Zoogdieren

Overige soorten: egel, bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, ree, vos. Beschermde soorten: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, haas, konijn, wezel, hermelijn, bunzing. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, NDFF 19 augustus 2022. Voor grondgebonden zoogdieren is een deel van te slopen bebouwing niet geschikt. Dit betreft gebouw met nummer 2 op figuur 1 en figuur 2. Hier zijn geen schuilplaatsen aanwezig. Ook voor vleermuizen is gebouw niet geschikt. Er zijn geen mogelijkheden voor dagverblijven. De akker, nummer 1 op figuur 1 en figuur 2 is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Er is geen dekking. De te slopen bebouwing zoals aangegeven met nummer 3,4 , 5, 6 en 7 op figuur 1 en figuur 2 is potentieel geschikt voor zoogdieren. Er zijn schuilplaatsen voor grondgebonden zoogdieren en potentiële dagverblijven voor vleermuizen. Een nader onderzoek dient uit te wijzen of deze voorkomen en wat de functie is. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing en bouwen woningen. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie: Voor grondgebonden zoogdieren is een deel van te slopen bebouwing niet geschikt.

Dit betreft gebouw met nummer 2 op figuur 1 en figuur 2. Hier zijn geen schuilplaatsen aanwezig. Ook voor vleermuizen is gebouw niet geschikt. Er zijn geen mogelijkheden voor dagverblijven. De akker, nummer 1 op figuur 1 en figuur 2 is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Er is geen dekking. De te slopen bebouwing zoals aangegeven met nummer 3,4, 5, 6 en 7 op figuur 1 en figuur 2 is potentieel geschikt voor zoogdieren. Er zijn schuilplaatsen voor grondgebonden zoogdieren potentiële dagverblijven voor vleermuizen. Een nader onderzoek dient uit te wijzen of deze voorkomen en wat de functie is.

15

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

3.2

Vogels

3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Merel, Zanglijster, Koolmees, Pimpelmees, Kauw, Ekster, Zwarte kraai, Spreeuw, Turkse Tortel, Boerenzwaluw, Zwarte roodstaart, Groenling, Putter, Kneu, Grasmus, Winterkoning, Heggenmus, Kleine karekiet, Gele kwikstaart, Graspieper, Witte kwikstaart, Fazant, Kerkuil, Huismus. Cursief zijn soorten die zijn opgenomen in categorie 5. Vet gedrukt soorten zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: veldinspectie, vogelatlas van Nederland, NDFF versie 19 augustus 2022. De te slopen bebouwing is niet geschikt voor uilen. In de bebouwing zijn geen geschikt nestplaatsen. Er zijn ook geen sporen van uilen aangetroffen. Het dak van object 7 is geschikt als broedlocatie voor de huismus. Voor de gierzwaluw is de bebouwing niet geschikt. Er zijn geen potentiële broedplaatsen. Er zijn geen broedmogelijkheden. De akker waar nieuwbouw gepland is, is niet geschikt als broedlocatie voor vogels. Het maakt geen onderdeel uit van het leefgebied van soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Mogelijk dat er wel algemene vogels broeden in en rondom de te slopen bebouwing. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing en bouwen woningen.

Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie: De te slopen bebouwing is niet geschikt als broedlocatie voor uilen en gierzwaluwen. Een deel van de bebouwing is potentieel geschikt als broedlocatie voor de huismus. Een nader onderzoek dient uit te wijzen of huismussen aanwezig zijn als broedvogel. Het weiland waar de nieuwe woning gepland is, is niet geschikt als broedlocatie voor vogels. Het maakt geen onderdeel uit van het leefgebied van soorten die jaarrond beschermd zijn.

16

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

3.2.2 Watervogels Er komen geen watervogels voor in het plangebied. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 19 augustus 2022.; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; Omdat het een erf betreft met bebouwing en opgaande bomen en er geen water aanwezig is, is het ongeschikt voor watervogels. Geschikte gebieden voor watervogels liggen op meer dan 200 meter. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing en bouwen woningen. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor watervogels. De afstand tot belangrijke watervogel gebieden is voldoende groot.

3.3

Reptielen en Amfibieën

Amfibieën die kunnen voorkomen in de ruimere omgeving van het plangebied zijn: Algemene beschermde soorten: Bruine kikker, Groene kikker, Kleine watersalamander, Gewone pad. Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl, NDFF datum 19 augustus 2022. De genoemde soorten komen voor in de omgeving van het plangebied. Het plangebied heeft geen waarde voor de beschermde soorten omdat er geen voortplantingswateren aanwezig zijn. Het habitat is niet geschikt voor reptielen. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing en bouwen woningen. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het betreffende plangebied is niet geschikt als leefgebied. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelige effecten te verwachten. Het biotoop is ongeschikt voor amfibieën en reptielen.

17

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

3.4

Vissen

Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website Ravon versie 19 augustus 2022. Er komen geen vissen voor. Er is geen water. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing en bouwen woningen. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten. Er is geen water.

3.5

Ongewervelden

Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007, NDFF 19 augustus 2022. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is ongeschikt omdat het bestaat uit verhard gebied. Ook zijn ook geen populaties van beschermde soorten gelegen binnen 1 kilometer afstand. Uit te voeren maatregelen: Slopen van bebouwing en bouwen woningen. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Er komen geen beschermde soorten voor. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: het biotoop is ongeschikt voor beschermde ongewervelden. Geen negatieve effecten te verwachten. Er komen geen beschermde soorten voor.

3.6

Vaatplanten

In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: Flora Zeelandica en veldbezoek. NDFF versie 19 augustus 2022 In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn deze niet vastgesteld. Beschermde vaatplanten komen vooral voor in kalkrijke (vochtige) biotopen, voedselarme akkers en schraallanden. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Op de muren van het te slopen gebouw zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde muurplanten aangetroffen. Uit te voeren maatregelen

18

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Slopen van bebouwing en bouwen woningen. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied. Geen negatieve effecten te verwachten.

19

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Vogelkreek. Dit is gelegen op meer dan 1 kilometer afstand. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 gebieden is groot genoeg om geen negatieve effecten van trilling, geluid of optische verstoring te veroorzaken. Er wordt ook geen grondwater onttrokken dus er zijn geen verdrogingseffecten. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet aangetast.

Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. Gebieden die begrensd zijn in het kader van het NNZ liggen op meer dan 150 meter. Dit betreft de Margarethsedijk. Het natuurbeheertype is kruiden- en faunarijkgrasland. De werkzaamheden zijn kleinschalig van aard en op ruime afstand gelegen van een NNZ gebied. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten.

Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Conclusie: Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ. De gebieden zijn op voldoende afstand gelegen en de maatregelen zijn kleinschalig van aard.

20

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

5

Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering

Op de locatie Heernissekerpad 6 in Hengstdijk wordt bebouwing gesloopt en worden twee nieuwe huizen gebouwd. De te slopen bebouwing bestaat uit landbouwschuren. Eén schuur is niet geschikt voor beschermde soorten. De betreft nummer 2 op figuur 1 en figuur 2. Hier zijn geen mogelijkheden voor grondgebonden zoogdieren, vleermuizen of broedvogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Er zijn wel algemene broedvogels te verwachten. De schuur kan gesloopt worden buiten de broedperiode. Schuren 3, 4 , 5, 6 en 7 op figuur 1 en figuur 2 zijn potentieel geschikt voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Een nader onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 en het marterprotocol dient uit te sluiten of er beschermde soorten aanwezig zijn en wat de functie is. Het dak van schuur 6 is potentieel geschikt als broedlocatie voor huismussen. Een nader onderzoek dient uit te wijzen of deze hier daadwerkelijk broeden. De schuren 3-7 zijn geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Voor andere beschermde soorten is het leefgebied niet geschikt. De akker (nummer 1 op figuur 1 en figuur 2) is niet geschikt voor beschermde soorten. Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland.

Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van deze gebieden en de werkzaamheden zijn kleinschalig van aard.

21

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rood is plangebied.

22

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Natura 2000 (rood is plangebied).

23

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland

24

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

25

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

26

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

27

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

28

Quickscan natuurwetgeving project sloop bebouwing en nieuwbouw Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

29

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

8 oktober 2023 Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169

&

Ecomark Advies en Beheer Chuchillweg 19 4561WL Hulst 06-16406440

© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.

1

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

Inhoud 1.

Inleiding .......................................................................................................................................... 3

2.

Huidige situatie en voorgenomen werkzaamheden ................................................................ 4

3

Methoden ....................................................................................................................................... 5 3.1 Huismus ....................................................................................................................................... 5 3.2

Steenuil................................................................................................................................... 5

3.3 Vleermuizen ................................................................................................................................ 6 3.4 4

Kleine marterachtigen .......................................................................................................... 6

Resultaten ...................................................................................................................................... 7

2

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

1. Inleiding Gepland is om een deel van de bebouwing op de locatie Heernissekerkpad 6 in Hengstdijk te slopen. Het gaat om alle schuren die op het terrein aanwezig zijn. Het woonhuis zal niet gesloopt worden. Uit de QuickScan is gebleken dat er in de bebouwing mogelijkheden voor broedplaatsen of verblijfplaatsen zijn voor huismus, steenuil, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Om te bepalen of beschermde diersoorten daadwerkelijk voorkomen in de bebouwing en wat de functie is voor de aanwezige beschermde diersoorten is een nader onderzoek uitgevoerd. In deze rapportage worden de resultaten van het nader onderzoek weergegeven. Figuur 1. Ligging onderzoeksgebied (rood), in blauw het woonhuis dat niet wordt niet gesloopt.

3

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

2. Huidige situatie en voorgenomen werkzaamheden Het plangebied waar dit onderzoek is uitgevoerd is gelegen ten oosten van Vogelwaarde. Het betreft een erf met diverse schuren en een woonhuis. Alle schuren zullen gesloopt worden. Het woonhuis wordt niet gesloopt. De omgeving bestaat uit akkerbouw. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een tweetal woningen.

4

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

3 Methoden Het onderzoek is toegespitst op de bebouwing die gesloopt zal worden. Het veldwerk is door vijf veldwerkers uitgevoerd: M. Dobbelaar, E. Renema, S. van Goudswaard, A. Wieland en R. Wieland. Datum Tijd Weer Doel onderzoek 1 februari 19:00N, 2bf, 5 Steenuil graden, droog 2023 20:30 16 februari 2023 5 maart 2023 1 april 2023 25 april 2023 17 mei 2023 1 juni 2023 1 juli 2023 16 augustus 2023 5 september 2023

19:00– 20:30 19:3021:00 10:0011:00 9:3-10:30

NNO, 2bf, 5°C, droog

Steenuil

ZW, 2bf, 7 graden droog

Steenuil

NO, 2 bf, 8 graden, droog

Huismus Huismus

21:4500:010 21:0023:00

Nw2, 3 bf, 13 graden droog N 2bf, 12 graden, droog N, 2 bf, 10 graden, droog Z2, 1 bf, 19 graden, droog Z2, 2 bf, 20 graden, droog

19:4523:00

ZW2, 3 bf, 17 graden droog

Vleermuis (zomerverblijf, paarverblijf)

21:2023:30 3:25-5:30

Vleermuis (kraamkolonie, zomerverblijf) Vleermuis (kraamkolonie, zomerverblijf) Vleermuis (kraamkolonie, zomerverblijf) Vleermuis (zomerverblijf, paarverblijf)

3.1 Huismus Tijdens het veldbezoek is het plangebied geïnventariseerd. Daarbij werd gelet op geschikt foerageergebied, foeragerende dieren, vogels die met nestmateriaal of voedsel slepen en vogels die gebouwen invliegen. Er zijn per locatie 2 inventarisatierondes uitgevoerd in de periode 1 april – 15 mei. De inventarisaties werden overdag uitgevoerd tussen 2 uur na zonsopkomst en 2 uur voor zonsondergang. Minimaal 10 dagen tussen de inventarisatierondes. 3.2 Steenuil In 2019 is er in het plangebied een territorium van de steenuil vastgesteld. In de periode van 1 februari tot en met 30 april 2020 zijn in totaal drie aanvullende veldbezoeken uitgevoerd, met minimaal 30 dagen tussen het eerste en het laatste veldbezoek. Dit betreft de meest gunstige periode van het jaar waarin steenuilen aantoonbaar van een onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. De mannetjes claimen in deze periode hun nest en territorium. Gedurende deze periode vertonen de mannetjes steenuilen sterk territoriaal gedrag, waarbij ze reageren op andere baltsroepen. Nadat de eieren, eind april, zijn gelegd wordt minder territoriaal gedrag vertoond en zijn territoria dus ook minder makkelijk aangetoond. Bij de veldbezoeken is voor een periode tussen zonsondergang en 12 uur ’s nachts gekeken en geluisterd naar aanwezigheid van steenuilen.

Hierbij is regelmatig de territoriumroep van de steenuil afgespeeld (http://www.steenuil.nl/onderzoek/inventariseren). Dit is afgespeeld door 5

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

middel van een recorder, op meerdere locaties op en rond het plangebied. Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op de baltsroep van mannetjes. Daarnaast is er ook gelet op contactroepen van de steenuil alsmede zichtwaarnemingen van deze soort. De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het kennisdocument Steenuil (BIJ12, versie 1.0 juli 2017).

3.3 Vleermuizen Tijdens de veldbezoeken werd op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x, Batcorder en Songmeter SM4bat), werd de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt. Met behulp van het computerprogramma caleidoscoop werden de opnamen nader geanalyseerd. Door daarnaast zoveel mogelijk visueel waar te nemen werd de determinatie geverifieerd en werd het gedrag en daarmee vaak de functie van het gebied vastgesteld. Hiervoor is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera type Pulsar XP50. Gedurende het voorjaar (tussen mei en augustus) werden de bezoeken direct vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang of vanaf twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst uitgevoerd. Gedurende de nazomer (augustus tot oktober) werden de bezoeken tussen zonsondergang en een uur voor zonsopkomst uitgevoerd. In deze periode werd minimaal twee uur geïnventariseerd. In de winter is er een inspectie gedaan met een warmtecamera en endoscoop. De inventarisaties werden zowel postend als lopend uitgevoerd. Het plangebied en het omliggende gebied werden meerdere keren doorkruist. De inventarisatie is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2021 zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur.

3.4 Kleine marterachtigen Onderzoek naar aanwezigheid van marterachtigen is uitgevoerd met behulp van cameravallen. Wezel en Hermelijn zijn sinds 2019 van de provinciale vrijstellingslijst gehaald. Daarom geldt een onderzoeksinspanning. Om de aan- of (waarschijnlijke) afwezigheid van deze soorten vast te stellen zijn een cameravallen ingezet. Het betreft een struikrover en een losse cameraval. Deze laatste is ook geschikt voor bunzing en steenmarter. Een struikrover is een kast, waarin de marterachtigen gefotografeerd worden door een automatische camera. Er is lokvoer in de vorm van sardientjes in de kast en voor de cameraval geplaatst waarmee de marterachtigen gelokt worden. De struikrover en cameraval zijn op locatie operatief geweest van 1 apris tot en met 1 oktober.

6

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

4 Resultaten Huismus De huismus is niet vastgesteld als broedvogel. Er zijn ook geen foeragerende huismussen vastgesteld en er zijn geen schuilplaatsen vastgesteld. Steenuil De steenuil is vastgesteld als broedvogel. Deze broedde in bebouwing die gesloopt zal worden. Het foerageergebied blijft geschikt. Net ten oosten van het erf zijn knotwilgen. Deze blijven gehandhaafd. Door hier steenuilkasten te plaatsen blijven er broed- en verblijfplaatsen aanwezig. Er dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden voor het vernietigen van 1 broedplaats.

Vleermuizen Er is 1 zomerverblijfplaats vastgesteld van de gewone dwergvleermuis. Deze verblijfplaats gaat tijdens de sloop verloren. Er dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. In de nieuwbouw dienen minimaal 4 inbouwkasten (in ieder nieuw huis 4) verwerkt te worden die geschikt zijn als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. Deze kasten dienen op minimaal 3 verschillende gevelposities geprojecteerd te zijn. De kasten moeten minimaal 3 meter boven maaiveld, of boven de een dak te zijn ivm aan- en uitvliegen. De kasten dienen niet beschenen te worden door kunstlicht en niet in de nabijheid van geluidsbronnen geplaatst te worden.

Marters Marters zijn niet vastgesteld.

Overig Er zijn geen andere beschermde soorten vastgesteld.

7

Onderzoek aanwezigheid beschermde soorten Heernissekerkpad 6 Hengstdijk

8

HISTORISCH VOORONDERZOEK CONFORM NEN 5725 HEERNISSEKERKPAD 4 EN 6 TE HENGSTDIJK

Opdrachtgever

:

T.a.v. De heer M. Vermeulen Heernissekerkpad 6 4585 PD Hengstdijk

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn Tel. +31 (0)172 44 98 27

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL22-7210 Augustus 2022 25 augustus 2022

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 3

2

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ..................................................................................... 4 2.1

Afbakening onderzoekslocatie .................................................................................................. 4

2.2

Potentiële bronnen .................................................................................................................... 4

2.3

Bodemkwaliteit en asbest ......................................................................................................... 5

2.4

PFAS ......................................................................................................................................... 6

2.5

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175759/1