CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp begroting 2027

Commissie Middelen 25 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken10.510 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2027

Inhoudsopgave 1

In het kort _____________________________________________________________________1

2

Voorwoord ____________________________________________________________________2

3

Managementteam Omgevingsdienst Zeeland ________________________________________3

4

Ontwikkelingen en uitgangspunten ________________________________________________4

5

6

4.1

Ontwikkelingen Organisatie __________________________________________________________ 4

4.2

Ontwikkelingen Programmalijnen Milieu _______________________________________________ 5

4.3

Ontwikkelingen Financiën ____________________________________________________________ 7

4.4

Generieke taken ____________________________________________________________________ 8

Ontwerpbegroting in één oogopslag ______________________________________________10 5.1

Overzicht van lasten (bedragen x € 1 mln.) _____________________________________________ 10

5.2

Overzicht van baten (bedragen x € 1 mln. ) _____________________________________________ 10

Programmaplan Milieu _________________________________________________________11 6.1

Overzicht baten en lasten programmaplan _____________________________________________ 11

6.2

Programma Milieu _________________________________________________________________ 11

7

Overzichten ___________________________________________________________________14

8

Paragrafen ___________________________________________________________________16

9

8.1

Paragraaf bedrijfsvoering ___________________________________________________________ 17

8.2

Paragraaf Financiering (Treasury) _____________________________________________________ 19

8.3

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing _____________________________________ 19

8.4

Openbaarheidsparagraaf____________________________________________________________ 22

Financiële ontwerpbegroting _____________________________________________________23

10 Door het algemeen bestuur te autoriseren begrotingsbedragen 2027 ____________________29 11 Bijlagen ______________________________________________________________________30

1

IN HET KORT

1

9.320 Bedrijven 153 Bedrijven met een hoog risico

Formatie 144,2 fte

14 DEELNEMERS Provincie Zeeland 13 Zeeuwse gemeenten

Omgevingsdienst Zeeland voldoet aan Kwaliteitscriteria

1.200 We beoordelen jaarlijks circa 1.200 Asbestinventarisatierapporten

2.000

P*Q De inzet van onze medewerkers verrekenen we op werkelijke inzet met onze deelnemers

Toezicht & Handhaving voor

Jaarlijks voeren we circa 2.000 periodieke controles uit

16 Natura2000 gebieden

De RUD vergunt en controleert jaarlijks 27 vuurwerk miljoen evenementen Voor 2027 heeft de Omgevingsdienst Zeeland een sluitende begroting van € 23,5 miljoen. De kosten van overhead zijn 37% van de totale lasten.

€ 23,5

1

Ontwerpbegroting 2026

2 VOORWOORD De begroting 2027 staat in het teken van consolideren van dat wat in 2026 in gang is gezet. Deze eerste begroting na een periode van stapsgewijze groei naar een volwaardige omgevingsdienst is beleidsarm. We zetten voort en bouwen verder aan wat recent in gang is gezet voor een professionele Omgevingsdienst Zeeland. Met de afsluiting van de bouwfase naar een Robuuste RUD en de daarmee onvermijdelijke meer interne gerichtheid van de organisatie kunnen we nu weer meer aandacht geven aan wat de buitenwereld van ons vraagt. Versterking van onze operationele taken, vernieuwing op het gebied van informatie- en risicogericht werken en het als Omgevingsdienst Zeeland meer en beter zichtbaar zijn in de samenleving zijn daarmee belangrijke onderwerpen voor 2027. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 zijn sommige posities in het in het bestuur van de RUD gewisseld. Deze wisselingen zorgen voor diversiteit en ongetwijfeld ook tot nieuwe inzichten. Dit houdt ons scherp en zet ons aan tot voortdurende verbetering. De ingezette koers om tot een andere, meer op resultaat en effect toegespitste, financieringssystematiek te ontwikkelen blijft onverminderd van kracht. Hieraan wordt dit begrotingsjaar weer doorgewerkt om hiervoor draagvlak te behouden en besluitvorming over te kunnen krijgen in de aanloop naar begrotingsjaar 2028.

Het begrotingsjaar 2027 symboliseert de omslag van de Omgevingsdienst Zeeland naar een volwaardige Omgevingsdienst Zeeland die staat voor een schoon, veilig en leefbaar Zeeland. Ankie Smit Voorzitter Dagelijks Bestuur

2

Ontwerpbegroting 2026

3 MANAGEMENTTEAM OMGEVINGSDIENST ZEELAND Het traject Robuuste RUD, waar de afgelopen jaren hard aan gewerkt is, zit er bijna op. 2026 was het eerste jaar waarin de nieuwe organisatiestructuur zich moest bewijzen, het jaar van de verhuizing naar Middelburg en het inrichten van de ondersteunende taken door de Provincie. Vele vacatures zijn ingevuld zoals gepland. We staan nu klaar voor 2027! Met de ambitie om als Omgevingsdienst Zeeland onze deelnemers van maximale dienstverlening te voorzien. Er komt tijd en energie vrij om die dienstverlening te optimaliseren èn de blik naar buiten te richten. De ‘Blik naar Buiten’ betekent dat we als Zeeuwse Omgevingsdienst in Zeeland zichtbaarder willen zijn. Fysiek zichtbaar in ons landschap, zichtbaarder als adviseur bij deelnemers aan tafel en zichtbaar als betrouwbare partner in de diverse samenwerkingsvormen die er in Zeeland bestaan. De Omgevingsdienst Zeeland wil zo maximaal bijdragen aan het realiseren van de Regionale Beleidscyclus, zoals die vastligt in het beleid dat door alle partners in Zeeland is vastgesteld. De ‘Blik naar Buiten’ betekent ook dat de Omgevingsdienst Zeeland zich richt op de landelijke ontwikkelingen, die alle Omgevingsdiensten in Nederland aangaan.

Daarvoor is het nodig een actieve rol op te pakken binnen onze koepelorganisatie Omgevingsdienst NL, met name in samenwerkingsverbanden tussen de omgevingsdiensten in het zuidwestelijke deel van ons land. We haken op die manier aan bij de actuele landelijke strategische discussies, gaan actief deelnemen aan het netwerk van kennisregisseurs in Nederland en we maken gebruik van opleidings- en ontwikkelprogramma’s die via Omgevingsdienst NL beschikbaar zijn. Tenslotte nog aandacht voor een onderwerp wat misschien minder zichtbaar maar wel cruciaal is voor de toekomst is: we gaan in 2026 en 2027 een stevige een stap zetten in meer informatie gestuurd, datagedreven werken en slim gebruik maken van de vele informatie die in onze systemen is opgeslagen. Hoe meer we deze informatie ontsluiten en gebruiken in de keuzes die we zowel operationeel, tactisch en strategisch maken, hoe beter we ook in staat zijn onze taken uit te voeren en onze samenwerkingspartners goed te adviseren.

3

4 ONTWIKKELINGEN EN UITGANGSPUNTEN 4.1 ONTWIKKELINGEN ORGANISATIE • Algemeen De ontwerpbegroting van de RUD is beleidsarm, wat betekent dat we alleen de bestaande afspraken in onze ontwerpbegroting continueren en veranderingen in bestaand beleid en wettelijke wijzigingen meenemen conform de afspraken binnen de VZG. De ontwerpbegroting 2027 borduurt voort op de begroting van 2026. • Omgevingsdienst Zeeland De Wet gemeenschappelijke regeling is in 2022 gewijzigd. We hadden verwacht dat in de loop van 2026 de geactualiseerde versie van de gemeenschappelijke regeling door alle deelnemers zou zijn vastgesteld. Bijna alle deelnemers hebben de nieuwe gemeenschappelijke regeling vastgesteld. Alleen de gemeente Sluis heeft de nieuwe regeling nog niet vastgesteld. Dit vormt een risico voor de GR Omgevingsdienst Zeeland. Op het gebied van rechtmatigheid; er wordt op dit moment niet voldaan aan de wettelijke eisen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, maar ook ten aanzien van het halen van de robuustheidscriteria. Bovendien is er een risico op extra kosten als gevolg van het niet tijdig invoeren van de naamswijziging en de daarmee verband houdende kosten voor een juridisch valide alternatief voor alle deelnemers. In de nieuwe regeling is ook de naamswijziging naar Omgevingsdienst Zeeland opgenomen.

Daarmee sluiten we aan bij de terminologie in de Omgevingswet en niet in de laatste plaats bij de collega omgevingsdiensten. • Robuuste RUD Het plan ‘Naar een Robuuste RUD’hebben we in 2026 afgerond. De randvoorwaarden zijn daarmee aanwezig om in 2027 onze processen verder te gaan verbeteren. De optimalisatie daarvan moet voor onze stakeholders een verbetering opleveren. Om de juiste kennis in huis te halen en op niveau te houden, wordt er in 2027 gewerkt meteen goed doordacht welkomstprogramma voor nieuwe medewerkers. Een organisatiebrede strategische personeelsplanning ondersteunt ons in duurzaam investeren in medewerkers. We willen als werkgever medewerkers uitdagen en binden. De structuur van de organisatie kan niet zonder een goede ondersteuning. Om die op een efficiënte manier vorm te geven kijken we niet alleen naar een eenmalige verandering, maar krijgt de borging ervan meer aandacht. De ingezette verandering vraagt evaluatie, herijking en zonnodig bijstelling. Op die manier sluiten we de PDCA cirkel (Plan, Do, Check, Act). De veranderingen die op ons blijven afkomen, betreffen vooral de ‘wat-vraag’. In het kader van de robuuste RUD hebben we grote stappen gemaakt om een wendbare organisatie neer te zetten die klaar is voor de bijbehorende ‘hoe-vraag’. Want één ding is zeker, onze organisatie moet meegaan in de veranderingen en zich continue kunnen aanpassen.

Dat vraagt ook een passende strategie, die dan weer haarfijn aansluit bij onze visie. We gaan naast de geplande activiteiten van vergunningverlening en toezicht en handhaving een meer projectmatige werkwijze inzetten. Daarmee voorzien we in een behoefte om de standaard processen zo min mogelijk te verstoren. We kunnen dan vernieuwingen en veranderingen efficiënt oppakken om zo een hoger rendement van onze inspanningen te genereren. Ons doel is immers niet het leveren van uren, maar het bijdragen aan een schoon en veilig Zeeland. De meerjarige financiële effecten over de jaren 2024 tot en met 2027 van het traject om robuust te worden zijn in totaliteit conform het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ in de ontwerpbegroting 2026 opgenomen. In de ontwerpbegroting 2027 is de jaarschijf 2027 uit het ingroeimodel verwerkt, waarbij nog sprake was van 1 fte uitbreiding. Daarnaast zijn in de ontwerpbegroting 2027 de hogere

4

opleidingskosten en hogere kosten voor innovatie om te voldoen aan de robuustheidscriteria voor een bedrag van respectievelijk € 154.000 en € 49.000 verwerkt. De opleidingskosten en kosten voor innovatie blijken op basis van de daadwerkelijk begrote cijfers hoger uit te vallen op basis van de KPI dan oorspronkelijk in het ingroeimodel was voorzien. De oorzaak zit met name in de toegenomen kosten voor de dienstverlening die doorwerken in de procentuele benadering van beide KPI’s. Deze hogere kosten leiden er toe dat dit ten koste gaat van de invulling van het aantal fte als er geen sprake is van een bijstelling. Vandaar dat deze kosten hier nu zijn opgenomen als verhoging op de benodigde middelen om te voldoen aan de robuustheidscriteria.

4.2 ONTWIKKELINGEN PROGRAMMALIJNEN MILIEU De Omgevingsdienst Zeeland heeft een belangrijke taak uit te voeren als het gaat om bescherming van ons milieu. Hierbij moeten we inspelen op de landelijke thema’s, zowel voor het beoordelen van vergunningen als het houden van toezicht. De landelijke discussies zijn vaak nog niet in wetgeving of andere kaders vastgelegd. Kaders die we wel nodig hebben om ons werk op een juridisch houdbare wijze uit te voeren. Het alert zijn op deze thema’s en de uitwerking daarvan in jurisprudentie is voor ons essentieel. Vaak is het nodig om met de deelnemers (bevoegd gezag) ook in gesprek te zijn op casusniveau, omdat Omgevingsvisie en Omgevingsplannen medebepalend kunnen zijn in vraagstukken. Waar we in elk geval mee aan de slag zijn: • Stikstof (depositie). De provincie heeft een crisisteam ingericht op dit thema. Concreet is het (voor alle overheden) lastig en soms onmogelijk om vergunningen te verstrekken voor activiteiten die stikstofdepositie op gevoelige natuur tot gevolg hebben. Het kabinet is al enkele jaren aan de slag om hier landelijk oplossingen voor te formuleren, maar die zijn er (nog) niet. In Zeeland liggen veel natura-2000 gebieden die kwetsbaar zijn, maar is er ook stikstofdepositie vanuit de industriële scheepvaart op de Westerschelde.

Stikstofproblematiek is niet alleen aan de orde bij het verlenen van vergunningen, maar ook bij toezicht op bestaande vergunningen. Recente jurisprudentie heeft tot gevolg dat ook bestaande bedrijfssituaties in de problemen kunnen komen. Voor de Omgevingsdienst Zeeland is het noodzakelijk om voortdurend in contact te staan met bevoegd gezag over de ontwikkelingen. Ook landelijk zijn leidraden voor overheden beschikbaar op dit onderwerp. De Omgevingsdienst Zeeland voert voor de Provincie ook het toezicht op natuur uit, met onder andere als doel om onze kwetsbare natura-2000 gebieden maximaal te beschermen. • PFAS. De laatste jaren is dit onderwerp veel in het nieuws geweest. Wat voor veel burgers misschien een beetje op afstand stond, is dichtbij gekomen: is het nog wel verantwoord om groenten uit je groentetuintje te eten of eieren van je eigen kippen? Het wordt steeds duidelijker dat veel activiteiten leiden tot het uitstoten of lozen van afvalstromen waar PFAS in zit. En het is niet naar één branche toe te leiden. In Zeeland zijn er verschillende bedrijven die overigens met vergunning afval- of spoelwater lozen in open water. En er zijn illegale lozingen, waarbij allerlei stoffen in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. De Omgevingsdienst Zeeland zal alert moeten blijven op de ontwikkelingen.

Met name illegale lozingen, soms zelfs in combinatie met georganiseerde criminaliteit, vragen dat we voldoende toezicht en ook handhavingscapaciteit inzetten. PFAS heeft een effect op onze waterkwaliteit, een van de Zeeland-brede prioriteiten. • Energie. Wereldwijde ontwikkelingen hebben direct invloed op de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen op korte en op lange termijn. De ambities van de Nederlandse overheid zijn er dan ook opgericht om de afhankelijkheid daarvan te verminderen. En dat geeft weer acuut problemen in ons elektriciteitsnetwerk, waar de komende jaren hard in

5

geïnvesteerd wordt. Zowel de bouw van huizen als het uitbreiden of ontwikkelen van bedrijventerreinen zijn hierdoor soms niet mogelijk. Grootverbruikers van energie zijn daarom verplicht om maatregelen te treffen om het energieverbruik te verminderen. De Omgevingsdienst voert eens in de tien jaar bij deze bedrijven controles uit. En bij heel veel controles constateren we dat de verplichte maatregelen niet zijn uitgevoerd of onderzocht. Enkele deelnemende gemeenten hebben gevraagd de intensiteit van de controles naar eens in de vier jaar te brengen. Het overgaan tot deze intensivering zal nog nader bekeken worden, evenals de mate waarin we dit als maatwerk of als collectief zouden moeten aanvliegen. Om die reden zijn de extra middelen die gemoeid zijn met de intensivering niet verwerkt in de voorliggende ontwerpbegroting 2027. Tot slot verwachten we dat het thema energie de komende jaren meer aandacht van de Omgevingsdienst zal vragen. • Ondermijnende criminaliteit. In toenemende mate wordt de Omgevingsdienst Zeeland betrokken bij het onderzoeken en bestrijden van (milieu) criminaliteit. Dit kan gaan van illegale lozingen en afvaldumpingen tot het houden van ketentoezicht. Voorbeeld van ketentoezicht is het verwerken van bepaalde afvalstromen.

Zo is verwerken van afval (bijvoorbeeld asbest of vervuilde grond) duur en leidt tot een georganiseerde keten van koop en verkoop tussen verschillende bedrijven met als doel afval te doen verdwijnen, soms te mengen met andere afvalstromen, of over de grens te brengen. De Omgevingsdienst Zeeland investeert in handhaving van deze illegale activiteiten, samen met de deelnemers en andere ketenpartners. • Omgevingswet De Omgevingswet is ingevoerd op 1 januari 2024. Naar verwachting kunnen we in 2026 een eerste balans opmaken van de impact van de Omgevingswet op onze werkzaamheden. Dit heeft ook invloed op de data, die we tot op heden in onze begrotingen en jaarverslagen gebruikten. Deze data zullen veranderen. Hierbij is het van belang om actuelere kentallen te krijgen, waarbij de overgang naar de Omgevingswet en het effect van deze overgang wordt meegenomen. De Omgevingswet maakt dat niet de aard van het bedrijf (de inrichting) maar de activiteiten die er uitgevoerd worden centraal staan. Dit gaat tot een andere indeling en categorisering in onze systemen leiden. In de voorliggende ontwerpbegroting 2027 heeft al wel een verschuiving plaatsgevonden van vergunningplichtig naar meldingsplichtig inrichtingen. Echter is nog niet meegenomen wat de daadwerkelijke gevolgen voor de uitvoering van toezicht zijn.

Immers beoogd de Omgevingswet om meer te werken vanuit de tenzij… gedachte, waarbij aan de voorkant sprake is van een verlaging van de administratieve regeldruk met betrekking tot de vergunningverlening, maar in het proces van de uitvoering meer nadruk ligt op het houden van toezicht. • Samenwerking met GGD en VRZ De drie ketenpartners GGD, VRZ en Omgevingsdienst Zeeland hebben medio 2023 een gezamenlijke inhoudelijke samenwerkingsagenda vastgesteld. Het doel hiervan is het versterken van de samenwerking op het gebied van gezondheid, milieu en veiligheid bij de uitvoering van de Omgevingswet. In het verlengde hiervan is eind 2025 onderzocht of de RUD in de toekomst kan inwonen in het door de GGD en VRZ nieuw te bouwen kantoorpand in Goes. Vooralsnog heeft het AB besloten een nieuwe financiële verplichting nu niet aan te gaan, maar wel graag de optie open te willen houden om op termijn in te kunnen huizen. • Natuurtoezicht Toezicht en handhaving van ‘groene wetten’ is door de provincie gemandateerd aan de Omgevingsdienst en daarin wordt, na positieve besluitvorming, vanaf juli 2026 extra geïnvesteerd door de Provincie. Met name toezicht op natura-2000 gebieden wordt dan versterkt met als doel om te voorkomen dat verboden gebied ook niet betreden wordt, het broedseizoen niet verstoord wordt en voedsel voor bijvoorbeeld vogels beschikbaar blijft.

Ook het toezicht op het juist uitvoeren van Soorten Management Plannen behoort dan tot de taken van de Omgevingsdienst, hier gaat het om maatregelen om diersoorten te beschermen bij isolatie- of renovatieprojecten van woningen.

6

Omdat de besluitvorming nog dient plaats te vinden zijn de extra middelen die hiermee gemoeid zijn nog niet verwerkt in de voorliggende ontwerpbegroting 2027. Na positieve besluitvorming zal via een begrotingswijziging over 2026 en 2027 een aanpassing van de ontwerpbegroting 2026 en 2027 plaatsvinden en zullen de structurele gevolgen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2028.

4.3 ONTWIKKELINGEN FINANCIËN • Consolideren begrotingssystematiek, evalueren kentallen en Omgevingswet De consolidatie van de begrotingssystematiek is door het algemeen bestuur op 8 december 2025 verlengd en zal worden gehanteerd tot en met het begrotingsjaar 2027. De insteek is hierbij om met ingang van de begroting 2028 de herijkte financieringssystematiek in te voeren. Een ander spoor wat in het verlengde hiervan wordt opgepakt betreft de evaluatie van de kentallen. Deze zijn sinds 2019 niet meer herzien. Hierbij is het van belang om actuelere kentallen te krijgen, waarbij eveneens de overgang naar de Omgevingswet en het effect van deze overgang wordt meegenomen. In de voorliggende ontwerpbegroting 2027 heeft al wel een verschuiving plaatsgevonden van vergunningplichtig naar meldingsplichtig inrichtingen. Echter is nog niet meegenomen wat de daadwerkelijke gevolgen voor de uitvoering van toezicht zijn. Immers beoogd de Omgevingswet om meer te werken vanuit de tenzij… gedachte, waarbij aan de voorkant sprake is van een verlaging van de administratieve regeldruk met betrekking tot de vergunningverlening, maar in het proces van de uitvoering meer nadruk ligt op het houden van toezicht. Voor de Producten- en dienstencatalogus (PDC) is de slag al gemaakt naar een versie die aansluit bij de Omgevingswet.

Tevens zijn en worden de inrichtingen doorgelicht en op hun milieubelastende activiteiten beoordeeld. • Financieringssystematiek Het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel Vergunningen Toezicht & Handhaving - in het kort IBP-VTHkende een zestal pijlers. Eén van die pijlers heeft een voorkeursmodel voor de landelijke financieringssystematiek van de omgevingsdiensten in Nederland opgeleverd. Ook wordt vanuit het rapport van TwynstraGudde het voorstel gedaan om te onderzoeken welke financieringssystematiek het beste passend is. In 2025 is de RUD gestart met een traject om te komen tot een herijking van de financieringssytematiek waarbij het landelijke voorkeursmodel als een mogelijke variant wordt verkend. De insteek was om eind 2025 tot een keuze rond de financieringssystematiek te komen, zodat deze systematiek kon worden gebruikt voor het opstellen van de begroting 2027 en de implementatie in 2026 kan plaatsvinden. Echter is door het algemeen bestuur op 8 december 2025 de keuze gemaakt om de invoering van de herijkte financieringssystematiek uit te stellen en te gebruiken voor het opstellen van de begroting 2028. Reden hiervan is onder andere dat de focus in eerst instantie dient te liggen op het robuust worden.

Tegelijkertijd is besloten om de voorgestelde uitwerkingsrichting voor de herijking van de financieringssystematiek die is voorgelegd te kiezen, zodat deze uitwerkingsrichting voor de herijking van de financieringssystematiek kan dienen als uitgangspunt voor de te nemen vervolgstappen. De keuze rond de herijkte financieringssystematiek is nu voorzien voor eind 2026. Omdat er nog geen herijkte financieringssystematiek is op dit moment, is de begrotingssystematiek van 2026 gecontinueerd voor de nu voorliggende ontwerpbegroting 2027. • Dienstverlening en huisvesting De benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting zijn opgenomen, gebaseerd op het ABvoorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur. • Cao 1 juli 2026 -tot 1 juli 2028 Op 21 april 2026 hebben het IPO en de vakbonden FNV, CNV, AVV en CMHF Overheid een onderhandelingsresultaat bereikt voor de Cao Provinciale Sector 2026-2028. De afspraken zetten in op investeren in blijvende inzetbaarheid, passende inkomensontwikkeling en moderne arbeidsvoorwaarden. De sociale partners leggen dit resultaat de komende weken voor aan hun achterban. Als de leden instemmen met het akkoord, gaan de meeste nieuwe afspraken in op 1 juli 2026.

7

Een aantal belangrijke punten met financiële impact betreffen: ▪ Loonstijging: De salarissen stijgen vanaf 1 juli 2026 stapsgewijs met in totaal 7,2% over twee jaar: - 2,5% op 1 juli 2026, - 2,5% op 1 januari 2027, - 2,2% op 1 januari 2028. ▪ Looptijd: De beoogde looptijd is twee jaar van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028. ▪ Thuiswerken: De totale vergoeding stijgt naar € 3,45 netto per dag. Omdat instemming van de leden nog dient plaats te vinden zijn de extra middelen die hiermee gemoeid zijn nog niet verwerkt in de voorliggende ontwerpbegroting 2027. Dit betekent onder andere een loonstijging van 5% die impact heeft voor de ontwerpbegroting 2027. Dit terwijl in de ontwerpbegroting 2027 rekening is gehouden met een ontwikkeling van 3,3%. Na positieve instemming van de leden zal via een begrotingswijziging over 2026 (stijging per 1 juli 2026 van 2,5%), 2027 (stijging van 5%) een aanpassing van de ontwerpbegroting 2027 plaatsvinden en zullen de structurele gevolgen worden verwerkt in de ontwerpbegroting 2028. • Ontwikkeling deelnemersbijdrage 2027 De begrote deelnemersbijdrage voor 2027 bedraagt € 23,5 miljoen. Dit is ten opzichte van de begroting 2026 een stijging van circa € 0,7 miljoen.

Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door: - De extra middelen op basis van de jaarschijf 2027 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’, (in totaliteit € 126.000); - Hogere opleidingskosten om te voldoen aan de robuustheidscriteria (€ 154.000); - Hogere kosten voor innovatie om te voldoen aan de robuustheidscriteria (€ 49.000); - De lagere benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening, gebaseerd op het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur (in totaliteit € 358.000, waarvan een incidenteel deel van € 298.000); - De lagere kosten als gevolg van de actualisatie van het inrichtingenbestand naar de situatie per 1 april 2025 (€ 36.000); - De inflatiecorrectie: 3,3% op grond van de Zeeuwse richtlijn voor 2027 (in totaliteit € 762.000 stijging van de kosten).

4.4 GENERIEKE TAKEN Generieke taken zijn taken die we uitvoeren ten behoeve van alle deelnemers ter ondersteuning van de basis- en plustaken. Hierbij kan gedacht worden aan piket, de milieuklachtenlijn, relatiebeheer, het volgen van landelijke ontwikkelingen, deelname aan werkgroepen/projecten en inzet van de beleidsmedewerkers. De totale raming van de generieke kosten, bedraagt € 7,7 mln. voor 2027. Dit bedrag is onderdeel van de in de ontwerpbegroting geraamde deelnemersbijdrage van € 23,5 mln. De deelnemersbijdrage voor 2027 is dan als volgt opgebouwd:

Deelnemersbijdrage

Producten

Generieke taken

Materieel budget

Totaal

€ 15.761.200

€ 7.722.000

€ 28.700

€ 23.511.900

De generieke kosten vallen over 2027 iets lager uit dan over 2026. De reden hiervan is dat er enerzijds nog sprake is van 1 fte groei op basis van de jaarschijf 2027 uit het destijds opgestelde ingroeimodel. Anderzijds zijn een aantal functies uit de “vergaarbaak” concreet toegewezen aan producten waardoor deze niet meer onder de generieke kosten vallen. Onlangs heeft een nadere prioritering plaatsgevonden. Gezien de overlap tussen deze nadere prioritering en het opstellen van de ontwerpbegroting 2027 is het in de tijd niet mogelijk geweest om deze prioritering door te voeren in de ontwerpbegroting 2027 en zijn deze nog resterende functies in een ‘vergaarbak’ gezet en in totaliteit opgenomen onder het onderdeel generiek. Op basis van de nadere prioritering die heeft plaatsgevonden zullen deze functies in 2026 begrotingstechnisch worden ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben.

8

Deze begrotingstechnische exercitie heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen met betrekking tot de ontwerpbegroting 2027, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de verschuivingen naar producten ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage. De inschatting is dat de gevolgen op de deelnemersbijdrage per deelnemer niet substantieel zullen zijn. Aangezien de verschillende verdeelsleutels redelijk in lijn liggen met elkaar. In 2026 wordt een begrotingswijziging voorgelegd waarin deze nadere uitwerking is verwerkt. In 2026 leggen we een plan voor de inzet generieke taken 2027 ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur.

9

5 ONTWERPBEGROTING IN ÉÉN OOGOPSLAG 5.1 OVERZICHT VAN LASTEN (BEDRAGEN X € 1 MLN.) Programma

Kostensoort

Onvoorzien 0,4 Overige kosten: 6,0

Overhead PIOFACH 4,9

Overhead overig 3,8

Programmalijn

Programma Milieu: 14,4

Personele lasten: 17,5

Toezicht en handhaving: 8,7

Vergunningverlening : 5,7

5.2 OVERZICHT VAN BATEN (BEDRAGEN X € 1 MLN. ) Alg. dekkingsmiddelen

Bijdragen deelnemers

Bijdragen Zeeuwse gemeenten Veere

Provincie: 7,8

Algemene bijdrage deelnemers; 23,5

0,76

Kapelle

0,67

Noord-Beveland

0,70

Tholen

0,98

Vlissingen

1,04

Reimerswaal

gemeenten: 15,7

0,74

Middelburg

1,17

Hulst

1,33

Borsele

1,35

Goes

1,41

Schouwen-Duiveland

1,63

Sluis

1,67

Terneuzen

2,26

Bijdrage Waterschap schaalnadeel 0,011

10

6 PROGRAMMAPLAN MILIEU 6.1 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMAPLAN Het onderstaande overzicht geeft de lasten en baten van het programmaplan weer. Dit betreft de weergaven van de lasten en baten op basis van de indeling van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Omschrijving (bedragen * € 1.000) Lasten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Totaal lasten Baten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Totaal baten

2026 begroot

2027 begroot

2028 begroot

2029 begroot

2030 begroot

5.623 8.522 14.145

5.726 8.683 14.409

5.915 8.970 14.885

6.110 9.266 15.376

6.312 9.266 15.578

-

-

-

-

-

Er zijn geen baten voor het programmaplan.

6.2 PROGRAMMA MILIEU De missie is “Omgevingsdienst Zeeland voert namens de gemeenten en de provincie de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en natuur uit. Omgevingsdienst Zeeland werkt daardoor samen met gemeenten, de provincie en het waterschap aan een schone en veilige werk- en leefomgeving. Zij doet dit klantvriendelijk, professioneel, doelmatig en conform vastgelegde kwaliteitseisen en dienstverleningsnormen.” Omgevingsdienst Zeeland is een uitvoeringsdienst. Het programma is voor 2027 nog grotendeels op de systematiek P*Q gebaseerd. We gaan samen met de partners c.q. deelnemers onderzoeken hoe we binnen de huidige capaciteit meer impact met onze inzet kunnen maken. Samen in een vroeg stadium bepalen wat voor 2027 belangrijke aandachtsgebieden zijn, zodat we goed voorbereid en integraal aan de slag kunnen.

PROGRAMMA MILIEU IN CIJFERS Inrichtingenbestand Het inrichtingenbestand (peildatum 1 april 2025) bevat 9.320 bedrijven die onder de werkingssfeer van de Omgevingswet vallen. Formatie De formatie berekenen we op basis van geraamde uren mede gebaseerd op de kengetallen voor onze producten en het inrichtingenbestand per 1 april 2025. De grafiek hieronder geeft de begrote aantal fte’s (inclusief overhead) weer voor 2027. Voor 2027 is totaal 144,3 fte begroot. Een daling ten opzichte van de begroting 2026 met 0,1 fte.

11

De daling van het aantal fte’s ten opzichte van de begroting 2026 is het gevolg van de actualisatie van het inrichtingenbestand van de situatie per 1 april 2024 naar 1 april 2025. In het inrichtingenbestand per 1 april 2025 is deels rekening gehouden met de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet. Concreet betekent dit dat er met name een verschuiving heeft plaatsgevonden van vergunningplichtig naar meldingsplichtig. Hierdoor neemt zowel de benodigde capaciteit voor vergunningverlening als toezicht af, omdat meldingsplichtige inrichtingen voor beide minder inzet vergen op basis van de kengetallen. Hier staat tegvenover dat er sprake is van een ophoging van de capaciteit met 1 fte door de extra middelen op basis van de jaarschijf 2027 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’. Bealngrijke kanttekening hierbij is dat een deel van de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet hierbij nog niet is meegenomen en dat heeft betrekkibng op de daadwerkelijke gevolgen voor de uitvoering van toezicht. Immers beoogd de Omgevingswet om meer te werken vanuit de tenzij… gedachte, waarbij aan de voorkant sprake is van een verlaging van de administratieve regeldruk met betrekking tot de vergunningverlening, maar in het proces van de uitvoering meer nadruk ligt op het houden van toezicht.

De indeling van de fte’s is in de ontwerpbegroting 2027 nog volledig gebaseerd op de van toepassing zijnde P*Q systematiek. De nieuwe organisatiestructuur komt hierbij (nog) niet in beeld. Naar de toekomst zal bekeken worden in hoeverre deze nadere detaillering nodig en wenselijk is. Intern is er uiteraard een nadere onderverdeling van de fte’s naar de diverse teams beschikbaar voor de interne sturing.

PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING & TOEZICHT EN HANDHAVING Vergunningverlening richt zich op verstrekken van milieuvergunningen, het behandelen van meldingen Activiteitenbesluit en beschikkingen in het kader van de Wet Bodembescherming. De medewerkers adviseren ook het bevoegd gezag over melding- of vergunningplicht van bedrijven wanneer zij een bouwaanvraag indienen. Specialisten behandelen meldingen vuurwerk, geven advies over externe veiligheid en geluid, bv. bij bestemmingsplannen. De specialisten Bodem plannen en coördineren daarnaast ook bodemsaneringen.

Toezicht en Handhaving houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Dit toezicht plannen we jaarlijks op basis van de vijfjaren planning, die we baseren op een uitgevoerde risicoanalyse. Daarnaast behandelen we waarnemingen, ontwikkelingen en signalen of klachten van burgers en bedrijven. Waar nodig voeren we naar aanleiding hiervan inspecties uit. Om overtredingen te beëindigen of te bestraffen zetten we handhavende middelen in.

12

De Omgevingsdienst Zeeland handelt jaarlijks diverse vergunningaanvragen af. En daarnaast is zij verantwoordelijk voor een actueel vergunningenbestand, gebaseerd op de Omgevingswet. Dit betekent dat vergunningen meer dan voorheen gebaseerd zijn op milieubelastende activiteiten. (MBA’s). In onze systemen zijn voor de meeste bedrijven de MBA’s al vastgelegd, maar dat betekent nog niet dat de vergunningen actueel zijn. In de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie die door de bevoegde gezagen in Zeeland is vastgesteld liggen zes prioriteiten vast voor de komende jaren. Een actueel vergunningenbestand is een van die prioriteiten. Hier wordt door de Omgevingsdienst op ingezet. Elk jaar wordt bepaald welke vergunningen geactualiseerd moeten worden en dat wordt projectmatig gedaan. Dit is echter geen simpel en kortdurend proces. Bedrijven moeten hieraan medewerking verlenen, soms onderzoeken doen naar milieu-effecten en daarvoor kosten maken. En bedrijfsprocessen zijn soms uitgebreid en complex.

13

7 OVERZICHTEN OVERHEAD In overeenstemming met het BBV geeft de RUD in deze ontwerpbegroting de overheadkosten weer.

Overhead (bedragen * € 1.000) Organisatie kosten incl. salarissen Huur onroerende zaken Accountantskosten Ondernemingsraad

2026 begroot 7.931 377 27 10

2027 begroot 8.334 390 28 10

2028 begroot 8.261 403 28 10

2029 begroot 8.406 416 29 11

2030 begroot 8.684 430 30 11

Totaal lasten

8.345

8.761

8.702

8.862

9.155

De overheadkosten bevatten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. De begrote overheadkosten voor 2027 bedragen met € 8,8 miljoen, 37% van de totale lasten. In 2027 zijn de overheadkosten ten opzichte van 2026 aan de ene kant gedaald door met name de lagere incidentele kosten voor dienstverlening en huisvesting. Aan de andere kant is er sprake van stijging omdat innovatie expliciet is toegevoegd aan de organisatie kosten en als gevolg van de indexering.

HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Met ingang van 2016 valt Omgevingsdienst Zeeland evenals gemeenten en provincies onder de vennootschapsbelastingplicht (Vpb). In overleg met de belastingdienst is bepaald dat Omgevingsdienst Zeeland onder voorwaarden vrijgesteld is van vennootschapsheffing of vennootschapsplicht. Voor de jaren 2027 tot en met 2030 wordt dan ook geen Vpb-plicht verwacht.

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Omschrijving (bedragen x € 1.000) Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget bijdrage deelnemer* Subsidies Frictiekostenvergoeding Onttrekking algemene reserve Totaal dekkingsmiddelen

2026 begroot 22.787 28 17 22.832

2027 begroot 23.483 29 11 23.523

2028 begroot 24.160 30 6 24.195

2029 begroot 24.836 31 24.867

2030 begroot 25.656 32 25.687

*materieel budget voor indirecte lozingen.

Voor het berekenen van de bijdrage 2027 van de deelnemers gaan we uit van de kentallen uit het rapport P*Q zoals het Algemeen Bestuur vaststelde op 20 maart 2017, evaluatie P*Q, en het inrichtingenbestand per 1 april 2025. Conform de bijdrageverordening actualiseren we de bijdragen 2027 van de deelnemers op basis van het inrichtingenbestand per 1 april 2026. De uitkomsten daarvan verwerken we in de Jaarplannen voor 2027. Dit leggen we via een begrotingswijziging aan het Algemeen Bestuur voor.

14

ONVOORZIEN

Omschrijving (bedragen x € 1.000) Onvoorziene lasten Totaal onvoorziene lasten

2026 begroot 341 341

2027 begroot 353 353

2028 begroot 364 364

2029 begroot 376 376

2030 begroot 389 389

Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers in uitgaven niet kunnen opvangen, nemen we in de ontwerpbegroting een post onvoorzien op. De omvang van deze post bedraagt 1,5% van het begrotingstotaal. De directeur van Omgevingsdienst Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. Omgevingsdienst Zeeland informeert het Dagelijks en Algemeen Bestuur over besluiten ten laste van onvoorzien, via voortgangsrapportages of indien nodig separaat.

15

8 PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording staan acht verplichte paragrafen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen: - Lokale heffingen; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen; - Grondbeleid; - Financiering; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Openbaarheidsparagraaf. Deze paragrafen zijn niet allemaal relevant voor Omgevingsdienst Zeeland. In deze ontwerpbegroting staan de volgende paragrafen: - Bedrijfsvoering; - Financiering; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Openbaarheidsparagraaf.

16

8.1 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ORGANOGRAM In 2025 is uitvoering gegeven aan de versterking van de organisatie om te ontwikkelen naar een robuuste omgevingsdienst. Enerzijds door de huidige en toekomstige taken te vertalen naar een formatief plan en anderzijds door de organisatiestructuur aan te passen aan de vereiste uitvoeringskracht. Het traject van besluitvorming is zorgvuldig uitgevoerd in nauwe afstemming met de medezeggenschap. Hieronder is het organogram dat hoort bij de nieuwe organisatiestructuur weergegeven:

BELEIDSCYCLUS De uitgangspunten voor de uitvoering is de Big 8. Daarin komen de strategische en de operationele cyclus bij elkaar in de planning & control producten. De uitvoering van de uitgangspunten maken we concreet door het opstellen van een jaarlijkse (meerjaren)begroting. Deze bevat de raming van formatie en bestedingen op basis van vastgesteld beleid. We stellen met iedere deelnemer een dienstverleningsovereenkomst (DVO) op met daarin een jaarplan met de overeenkomsten over de levering van diensten en producten met die deelnemer. We rapporteren vervolgens driemaal per jaar over de voortgang van de te leveren prestaties en benoemde speerpunten via twee bestuursrapportages en een eindrapportage (jaarstukken). Planning en control is de verbindende schakel tussen de beleidsmatige invulling van onze opdracht en de operatie. De meerjarenbegroting is de doorvertaling van het reeds vastgestelde beleid. Bedrijfsvoering gaat over een veelvoud aan taken die allemaal bijdragen aan een optimale uitvoering van onze opdracht. We kopen een deel van de ondersteunende diensten in bij de PIOFAC dienstverlener. Daar waar gewenst en mogelijk voeren we taken zelf uit. Op steeds meer terreinen van de bedrijfsvoering gelden nieuwe wetten en regels. Om te kunnen blijven voldoen aan die verplichtingen is een groeiende inzet nodig.

Evaluatie en actualisatie van interne beleidsdocumenten gaat de komende jaren een nieuwe impuls geven aan de organisatie.

17

DIENSTVERLENING Voor de dienstverlening op het gebied van ICT, financiën, personeels- en salarisadministratie en algemene juridische vraagstukken (PIOFAC) is met ingang van 2026 voor een periode van 5 jaar een overeenkomst aangegaan met de Provincie Zeeland. Deze dienstverlening voorziet in een kwalitatief goede dienstverlening die ‘up to date’ is. Ontwikkelingen en verplichtingen die nu gelden voor overheidsorganisaties zijn meegenomen in het aanbod. Te denken valt aan de huidige wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging, -beheer en -plicht.

HUISVESTING Er is per 1 december 2025 een nieuw huurcontract aangegaan voor de periode van 5 jaar op de locatie Buitenruststraat 6 te Middelburg. Hiermee is voor de middellange termijn continuïteit gecreëerd qua huisvesting. Op de nieuwe locatie gaan we een stap zetten in het verder professionaliseren en positioneren. Onze zichtbaarheid en bereikbaarheid kunnen we vergroten.

INFORMATIEBEVEILIGING Informatiebeveiliging is een van de onderdelen van de bedrijfsvoering die we inkopen bij de dienstverlener. De eisen hierop worden steeds strenger. Zo zijn de BIO normen nu ook voor omgevingsdiensten van toepassing. De afstemming hierover op landelijk niveau helpt ons hierin. Voor de uitvoering en naleving van de regels maken we ook met de nieuwe dienstverlening op de PIOFAC afspraken.

KWALITEITSCRITERIA Het voldoen aan de kwaliteitscriteria is één van de indicatoren die gelden voor een robuuste omgevingsdienst. Ook in 2025 is Omgevingsdienst Zeeland weer getoetst op de landelijke kwaliteitscriteria. Een externe partij ondersteunde Omgevingsdienst Zeeland hierbij. Alle VTH-collega’s moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria. In 2025 is getoetst op KC3.0. Deze KC3.0 zijn aangepast aan de Omgevingswet, met daarbij ook softskills. Het toetsen houdt in dat men aantoont dat men over een bepaald diploma beschikt, opleiding heeft gevolgd of bijvoorbeeld ruime ervaring heeft in een van de 26 zogeheten deskundigheidsgebieden. Op een groot aantal punten voldoet Omgevingsdienst Zeeland aan KC3.0 en Omgevingsdienst Zeeland pakt de ontwikkelpunten voortvarend op. De verwachting is dat de Omgevingsdienst Zeeland in 2027 op alle punten voldoet aan de kwaliteitscriteria 3.0.

RECHTMATIGHEID Na enige malen uitstel is met ingang van het boekjaar 2023 de wetswijziging voor verantwoording rechtmatigheid van toepassing. Het Dagelijks Bestuur dient een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarstukken. De commissie BBV stelde hiervoor in januari 2020 een modelverklaring op en heeft deze in de Kadernota Rechtmatigheid over 2025 bijgesteld. Daarin staat dat in de paragraaf bedrijfsvoering het Dagelijks Bestuur een nadere toelichting geeft op zaken die de rechtmatigheid raken en hoe de beheersing is vormgegeven. Hierbij moet het Dagelijks Bestuur in ieder geval nadere toelichting geven op alle vermelde afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording. In de jaarrekening neemt het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverklaring op. De toelichting op de geconstateerde fouten en onduidelijkheden wordt opgenomen in het jaarverslag, onderdeel paragraaf Bedrijfsvoering.

RELATIEBEHEER Voor een goede samenwerking is het investeren in als haar opdrachtgevers vinden relatiebeheer belangrijk. De investering daarin van de afgelopen jaren, zetten we voort in 2027. Elk kwartaal wordt met de deelnemers een gesprek gepland, waarin actuele zaken en algemene voortgang besproken kan worden. En tussendoor is de Omgevingsdienst altijd bereikbaar voor vragen. Relatiebeheer wordt georganiseerd door een ervaren medewerker van de Omgevingsdienst, en ondersteund door het management, dat bij relatiegeprekken aanwezig is.

18

SAMENWERKING EXTERNE PARTIJEN Voor de taakuitvoering van Omgevingsdienst Zeeland is samenwerking met andere partijen essentieel om meer effect te bereiken voor een schoner en veiliger Zeeland. Daarom overleggen we periodiek met een groot aantal publieke en private partijen. Zo overleggen we regelmatig met andere Omgevingsdienst.nl, Veiligheidsregio Zeeland, het Openbaar Ministerie, Politie en de BrabantsZeeuwse Werkgeversvereniging, PORTIZ, ZLTO en Rijkswaterstaat voor verdere verbetering van de uitvoering van de taken van Omgevingsdienst Zeeland.

8.2 PARAGRAAF FINANCIERING (TREASURY) WET EN REGELGEVING De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) kent als belangrijkste uitgangspunt het bevorderen van een solide financieringswijze. Met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het beheersen van de renterisico’s en het bevorderen van de transparantie en kredietwaardigheid. Het beheersen van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. Daarnaast bestaat de verplichting om een treasurystatuut op te stellen. In 2016 is het treasurystatuut voor Omgevingsdienst Zeeland vastgesteld.

KASGELDLIMIET Met de kasgeldlimiet is in de Wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop overheidsinstanties de financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mogen financieren. Het doel hiervan is om renterisico’s op korte termijn te beperken. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van stortingen in de reserves. Voor 2027 bedraagt de kasgeldlimiet € 2,0 mln.

RENTERISICO De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op lang lopende leningen te beperken. De renterisiconorm “speelt” bij Omgevingsdienst Zeeland niet, omdat Omgevingsdienst Zeeland geen geldleningen heeft.

KOERS- EN VALUTARISICOBEHEER We gaan geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aan en we hebben daar ook geen plannen voor. Daarmee zijn er geen koers- en valutarisico’s.

RISICOPROFIEL Het renterisico bij de RUD is laag. Dit komt door het ontbreken van geldleningen en door het opstellen van een liquiditeitsplanning.

RENTESCHEMA In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het verplicht om een renteschema op te nemen waaruit de rentekosten en de renteverdeling blijkt. Dit is voor Omgevingsdienst Zeeland niet relevant door het ontbreken van rentekosten.

8.3 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Op 10 juli 2018 stelde het Algemeen Bestuur het beleidskader Weerstandsvermogen en Risicobeheersing vast. Dit beleidskader implementeerden we op 27 februari 2019 en stelden we de resultaten van de eerste risicoinventarisatie vast.

19

RISICOSCORE 2027 Organisaties willen doelen bereiken. Er bestaan altijd risico’s die de realisatie van doelstellingen in de weg kunnen staan. Omgevingsdienst Zeeland wil risico’s, kansen en onzekerheden tijdig onderkennen en deze risico’s optimaal beheersen. Op organisatieniveau is per risico de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore. De risicoscore is bepalend voor de aandacht die een specifiek risico krijgt van het management en het bestuur. De risicoscore (op organisatieniveau) op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie ziet er als volgt uit:

Tabel 8-1 Geïdentificeerde risico’s en doorrekening (bedragen in €) per 31-12-2025 Omschrijving risico

Score

2026

2027

2028

2029

2030

1. Implementatie Omgevingswet (incl aanpassing begrotingssystematiek)

311.000

311.000

311.000

311.000

311.000

2. Onbalans in taken

17.000

17.000

17.000

17.000

17.000

3. Onveilige werkomstandigheden THV uitvoering

10.000

11.000

11.000

12.000

12.000

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

338.000

339.000

339.000

340.000

340.000

Omgevingsdienst Zeeland actualiseerde de bedragen van eerder opgenomen risico’s en beoordelen of er sprake is van nieuwe risico’s. Risico met een gemiddeld hoge kans en een groot gevolg (rood): Risico 1: Implementatie Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet is met ingang van 1 januari 2024 een feit. Via het project Omgevingswet besteden we aandacht aan de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet. De implementatie levert een set aan risico’s op: ▪ ▪

Per gemeente ontstaat een lokaal handhavingskader waardoor het risico op niet-juist handhaven toeneemt; Bij de implementatie van de Omgevingswet vindt er verschuiving plaats van vergunningverlening, toezicht en handhaving van inrichtingen naar activiteiten (hetgeen niet past niet in de huidige P maal Q systematiek); ▪ De implementatie c.q. uitvoering van de Omgevingswet vraagt andere (advies-)vaardigheden van medewerkers; ▪ Lokale systemen dienen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om informatie uit te wisselen; ▪ Aanpassing begrotingssystematiek naar Omgevingswet (inrichtingen naar MBA). Actueel risico (2026 e.v.): € 311.000

20

Risico’s met een lage tot gemiddelde kans en met een laag tot gemiddeld gevolg (groen): Risico 2: Onbalans in taken: Tot en met 2023 was de onbalans in taken het grootste risico van Omgevingsdienst Zeeland. In de voorgaande jaren heeft het risico zich dan ook meermalen gemanifesteerd. Daarmee is het risico verschoven van ‘gemiddeld hoge kans en hoog gevolg’(rood) naar ‘gemiddeld lage kans en gemiddeld lag gevolg’ (groen). In 2024 stelde het Algemeen Bestuur het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’, inclusief het bijbehorende ingroeimodel, vast. Hiermee heeft Omgevingsdienst Zeeland in 2026 en verder voldoende financiële middelen ter beschikking om haar taken uit te voeren is het historische risico van de onbalans in taken grotendeels gemitigeerd. In 2025 vond taakoverdracht plaats van provincie Zeeland naar Omgevingsdienst Zeeland inzake bodem. Met de taakoverdracht zijn ook voldoende middelen overgegaan waardoor er geen onbalans is ontstaan. Het restrisico bestaat uit de toekenning van de middelen voor de jaarschijf 2027 uit het ingroeimodel zoals deze nu is opgenomen in de ontwerpbegroting 2027. Zodra deze middelen zijn toegekend via de vaststelling van de ontwerpbegroting 2027 vervalt dit restrisico.

Actueel risico (2026 e.v.): € 17.000 Risico 4: Optimalisatie werkomstandigheden toezicht- en handhavingsuitvoering De Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) heeft een rapport opgeleverd, het plan van aanpak is opgesteld. De focus ligt op het doorlopend optimaliseren van de werkomstandigheden en de RI&E en bijbehorende plan van aanpak is daar een belangrijk middel voor. De acties voortvloeiend uit het plan van aanpak worden uitgevoerd c.q. geïmplementeerd. Actueel risico (2026 e.v.): € 10.000 Tabel 8-2 Weerstandscapaciteit van Omgevingsdienst Zeeland (bedragen in €) per 31-12-2025 (in EUR, afgerond op duizendtallen)

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal benodigde weerstandscapaciteit: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit:

338.000 1.131.000

339.000 1.143.000

339.000 1.154.000

340.000 1.166.000

340.000 1.179.000

Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit: Algemene reserve Bestemmingsreserve Structureel beschikbare weerstandscapaciteit: Onvoorzien Aanvullende bijdragen deelnemers

790.000 577.000 213.000 341.000 341.000 P.M.

790.000 577.000 213.000 353.000 353.000 P.M.

790.000 577.000 213.000 364.000 364.000 P.M.

790.000 577.000 213.000 376.000 376.000 P.M.

790.000 577.000 213.000 389.000 389.000 P.M.

3,35

3,37 1,67

3,40

3,43

3,47

Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig ultimo jaar - cumulatief ultimo 2027 tot en met 2030

Het werkelijke weerstandsvermogen bedraagt dus voor het begrotingsjaar 2027 enkelvoudig 3,37 en cumulatief (voor de jaren 2027 tot en met 2030) 1,67. De ratio ligt boven het niveau van het beleidsdoel (Omgevingsdienst Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4). In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële

21

buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. De richtlijn van de VZG staat een reservepositie toe van maximaal 5% van de totale baten. De voorziene reservepositie voor 2027 ligt hier onder.

KENGETALLEN In het BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. Omgevingsdienst Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De begrote structurele lasten zijn in evenwicht met de begrote structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op Omgevingsdienst Zeeland van toepassing.

Omschrijving Solvabiliteit

Laatst vastgestelde Jaarrekening 2024 10%

Concept Jaarrekening

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

2025 13%

2026 13%

2027 11%

2028 11%

2029 11%

2030 11%

Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin Omgevingsdienst Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal.

8.4 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) van kracht geworden. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo legt meer nadruk op actieve openbaarheid: overheden zijn voortaan vaker verplicht informatie uit eigen beweging openbaar te maken. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden. Het aantal aanvragen op grond van de Woo is niet te beïnvloeden, dit is afhankelijk van hetgeen door bijvoorbeeld door de media of belanghebbenden wordt opgevraagd. In 2025 is geïnventariseerd hoe we deze werkzaamheden beter vorm kunnen geven, optimaliseren en inzichtelijk maken. Wij zetten met juristen en de werkgroep Woo in op de uitvoering van de Woo. Het beleid van Omgevingsdienst Zeeland is dat wij uiteraard die onderdelen van de wet die zijn ingegaan, uitvoeren. In het plan van aanpak ‘Samen naar een robuuste RUD’ is voorzien in twee collega’s die zich bezig gaan houden met Woo- en BIBOB-verzoeken waarvan reeds 1 fte is ingevuld. Deze uitbreiding is noodzakelijk vanwege het toenemende aantal omvangrijke Woo verzoeken. Een goed proces hoe zorgvuldig en efficiënt om te gaan met de aanvragen draagt bij aan transparantie.

Beleid en het aanwijzen van de wettelijk verplichte contactpersonen zorgen voor een goede inbedding in de organisatie.

22

9 FINANCIËLE ONTWERPBEGROTING In onderstaande financiële ontwerpbegroting staan alle lasten en baten naar kostensoort op basis van de ontwerpbegroting 2027 waarbij rekening is gehouden met de ontwikkelingen zoals omschreven in hoofdstuk 4: Ontwikkelingen en uitgangspunten.

1. OVERZICHT LASTEN EN BATEN NAAR KOSTENSOORT 2026 begroot

2027 begroot

2028 begroot

2029 begroot

2030 begroot

16.871 21 5.599 341

17.487 21 5.662 353

18.064 22 5.745 364

18.660 23 5.807 376

19.276 23 5.999 389

22.832

23.523

24.195

24.867

25.687

22.787 28 17 -

23.483 29 11 -

24.160 30 6 -

24.836 31 -

25.656 32 -

22.832

23.523

24.195

24.867

25.687

-0

-

-

-

-

2026 begroot

2027 begroot

2028 begroot

2029 begroot

2030 begroot

15.965 622 226 43 32 -18

16.289 642 496 44 33 -18

16.827 663 513 46 34 -19

17.382 685 529 47 35 -20

17.956 684 547 49 37 -20

16.871

17.487

18.064

18.660

19.252

Omschrijving (bedragen * € 1.000) 1 Lasten a Personele lasten b Personeel van derden c Overige kosten d Onvoorzien Totaal lasten 2 Baten a Algemene bijdrage deelnemers b Materieel budget bijdrage deelnemers c BTW-compensatie Waterschap Scheldestromen d Frictiekostenvergoeding Waterschap e Onttrekkingen reserves f Subsidies Totaal baten Resultaat

TOELICHTING OP LASTEN NAAR KOSTENSOORT: 1a. Personele lasten Personele lasten (bedragen * € 1.000) Salarissen en sociale lasten Reis-en verblijfkosten Opleidingskosten Opleidingskosten (PBDI) Incidentele prestatiebeloning Terugontvangst kosten Totaal lasten

In 2027 zijn de personele lasten t.o.v. het voorgaande jaar gestegen door de indexering. Daarnaast zijn de extra middelen op basis van de jaarschijf 2027 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ opgenomen (in totaliteit 1 fte voor een bedrag van € 126.000). De hogere opleidingskosten om te voldoen aan de robuustheidscriteria voor een bedrag van € 154.000 zijn in bovenstaande tabel eveneens verwerkt. De opleidingskosten blijken hoger uit te vallen op basis van de KPI waarbij sprake dient te zijn van 3% van de loonsom dan oorspronkelijk in het ingroeimodel was voorzien. De oorzaak zit met name in de toegenomen kosten voor de dienstverlening die doorwerken in de procentuele benadering van deze KPI. Deze hogere kosten leiden er toe dat dit ten koste gaat van de invulling van het aantal fte als er geen sprake is van een

23

bijstelling. Vandaar dat deze kosten hier nu zijn opgenomen als verhoging op de benodigde middelen om te voldoen aan de robuustheidscriteria. Voor 2026 zijn de opleidingskosten in de tabel een stuk lager dan voor 2027. Dit komt omdat deze voor 2026 eveneens verhoogd dienen te worden als gevolg van hetgeen in de vorige alinea is aangegeven over de opleidingskosten. Deze hogere kosten voor 2026 worden in mindering gebracht op de “vergaarbak 2026” en deze verhoging, die budgettair neutraal zal verlopen over 2026, zal worden meegenomen in de 1e voortgangsrapportage 2026.

1b. Personeel van derden Voor inhuur voor het programma Milieu is structureel een bedrag begroot; voor 2027 is dit bedrag € 21.000. De overige inhuur die gedurende het jaar dient plaats te vinden wordt gedekt uit de middelen die vrijvallen op basis van de vacatureruimte.

1c. Overige kosten Omschrijving (bedragen x € 1.000) Organisatie kosten Huur onroerende zaken Geo-diensten Innovatie Milieuklachtenlijn Overige directe kosten Accountantskosten Ondernemingsraad Totaal overige kosten

2026 begroot 5.010 377 64 58 54 27 10 5.599

2027 begroot 4.818 390 66 236 59 55 28 10 5.662

2028 begroot 4.873 403 68 244 61 57 28 10 5.745

2029 begroot 4.907 416 70 252 63 59 29 11 5.807

2030 begroot 5.069 430 73 260 66 61 30 11 5.999

In 2027 zijn de organisatie kosten ten opzichte van het voorgaande jaar gedaald door met name de lagere structurele (€ 60.000) en incidentele kosten (€ 298.000) voor dienstverlening en huisvesting. Aan de andere kant is er sprake van stijging omdat innovatie expliciet is toegevoegd aan de organisatie kosten en als gevolg van de indexering. De hogere kosten voor innovatie om te voldoen aan de robuustheidscriteria voor een bedrag van € 49.000 zijn in bovenstaande tabel eveneens verwerkt. De kosten voor innovatie blijken hoger uit te vallen op basis van de KPI waarbij sprake dient te zijn van 1% van het begrotingstotaal dan oorspronkelijk in het ingroeimodel was voorzien. De oorzaak zit met name in de toegenomen kosten voor de dienstverlening die doorwerken in de procentuele benadering van deze KPI. Deze hogere kosten leiden er toe dat dit ten koste gaat van de invulling van het aantal fte als er geen sprake is van een bijstelling. Vandaar dat deze kosten hier nu zijn opgenomen als verhoging op de benodigde middelen om te voldoen aan de robuustheidscriteria. Voor 2026 zijn de kosten voor innovatie in de tabel niet opgenomen. Deze kosten waren in 2026 niet apart benoemd, maar wel meegenomen onder de organisatiekosten. Deze kosten voor innovatie over 2026 dienen eveneens verhoogd te worden als gevolg van hetgeen in de vorige alinea is aangegeven over de kosten van innovatie.

Deze hogere kosten voor 2026 worden in mindering gebracht op de “vergaarbak 2026” en deze verhoging, die budgettair neutraal zal verlopen over 2026, zal worden meegenomen in de 1e voortgangsrapportage 2026.

1d. Onvoorzien Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers niet kunnen opvangen, nemen we in de ontwerpbegroting een post onvoorzien op. De directeur van Omgevingsdienst Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. Omgevingsdienst Zeeland informeert het Dagelijks en Algemeen Bestuur over besluiten ten laste van onvoorzien.

24

TOELICHTING OP 2. BATEN NAAR KOSTENSOORT: 2a. Algemene bijdrage deelnemers en 2b. Materieel budget bijdrage deelnemers Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, bedraagt de begrote deelnemersbijdrage (inclusief materieel budget) voor 2027 € 23,5 miljoen. Het begrote materiële budget zijn de verwachte externe kosten voor de bemonstering van indirecte lozingen. Onderstaande tabel geeft het verloop van de deelnemersbijdrage 2027 ten opzichte van de begroting 2026 weer: Bedrag Omschrijving (x € 1000)

Deelnemersbijdrage 2026 22.815 Lagere kosten dienstverlening structureel -60 Lagere kosten dienstverlening incidenteel -298 Ingroeimodel robuuste RUD - jaarschijf 2027 126 Actualisatie bedrijvenbestand per 01-04-2025 -36 Hogere opleidingskosten om te voldoen aan KPI van 3% van de loonsom 154 Hogere kosten innovatie om te voldoen aan KPI van 1% van het begrotinbgstotaal 49 Inflatiecorrectie 762 Deelnemersbijdrage 2027 23.512

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17015674/1