Ontwerp begroting 2026 - versie AB d.d. 08-09-2025 RUD
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2026
Noot voor de lezer Als u deze ontwerpbegroting leest, kan er ondertussen alweer iets veranderd zijn. We kunnen ons voorstellen dat u daar vragen over heeft. We leggen u daarom graag uit hoe dat komt, hoe deze ontwerpbegroting tot stand is gekomen en wat er afwijkt. De ontwerpbegroting van de RUD is beleidsarm. Dat betekent dat we alleen de bestaande afspraken in onze ontwerpbegroting continueren en veranderingen in bestaand beleid en wettelijke wijzigingen meenemen conform de afspraken binnen de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG). De ontwerpbegroting 2026 borduurt voort op de begroting van 2025 na de eerste wijziging, aangevuld met de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 (en verdere jaren) zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’. In het verlengde hiervan wordt opgemerkt dat als basis voor de uitwerking in de ontwerpbegroting 2026 het destijds opgestelde ingroeimodel als basis genomen wordt. Dit ingroeimodel is onlangs geactualiseerd op basis van de prioriteiten die nu al plaats hebben gevonden. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden.
Hierbij bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar niet op de totale deelnemersbijdrage. Daarnaast zijn de extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur. Eveneens is de warme overdracht bodem (verschuiving bevoegd gezag van provincie naar gemeenten) verwerkt in de ontwerpbegroting 2026.
Als het gaat om de warme overdracht bodem dan zijn in de ontwerpbegroting 2026 de middelen die beschikbaar worden gesteld voor dit onderdeel door de gemeenten opgehoogd en bij de provincie Zeeland verlaagd (dit is in afwijking van 2024 en 2025 waarbij in de jaarplannen de middelen van de gemeenten zijn opgehoogd, maar er geen verlaging bij de provincie Zeeland heeft plaatsgevonden omdat de provincie Zeeland deze middelen beschikbaar is blijven stellen voor het wegwerken van de achterstanden bij het Kadaster). Tot slot is de Omgevingswet van kracht geworden in 2024. Er heeft een lichte verschuiving in het takenpakket plaatsgevonden, vooral bij vier deelnemers die alleen het basistakenpakket aan de RUD hebben overgedragen. De overheveling van de bedrijven die na de invoering van de Omgevingswet onder de basistaken vallen en die nog niet waren overgedragen aan de RUD is verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Een belangrijke ontwikkeling in dit kader is het veranderen van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten (MBA’s) wat impact heeft op onze organisatie. De producten zijn aangepast, de financiering is gebaseerd op inrichtingen en deze worden eind 2025/begin 2026 ook aangepast. Uiteraard is zoals hierboven reeds aangegeven het financiële aspect van het plan van aanpak robuuste RUD wel in deze ontwerpbegroting 2026 opgenomen.
De nieuwe werkwijze van onze organisatie en de nieuwe manier van samenwerken met de partners c.q. deelnemers is nog niet verwerkt. Ten tijde van het opstellen van deze ontwerpbegroting zijn die nog niet uitgewerkt.
Ontwerpbegroting 2026
Inhoudsopgave 1
In het kort _____________________________________________________________________1
2
Voorwoord ____________________________________________________________________2
3
Managementteam RUD Zeeland ___________________________________________________3
4
Ontwikkelingen en uitgangspunten ________________________________________________4
5
6
4.1
Ontwikkelingen Organisatie __________________________________________________________4
4.2
Ontwikkelingen Programmalijnen Milieu _______________________________________________5
4.3
Ontwikkelingen Financiën ___________________________________________________________6
4.4
Generieke taken ___________________________________________________________________8
Ontwerpbegroting in één oogopslag________________________________________________9 5.1
Overzicht van lasten (bedragen x € 1 mln.) ______________________________________________9
5.2
Overzicht van baten (bedragen x € 1 mln. ) ______________________________________________9
Programmaplan Milieu _________________________________________________________10 6.1
Overzicht baten en lasten programmaplan _____________________________________________10
6.2
Programma Milieu ________________________________________________________________10
7
Overzichten ___________________________________________________________________13
8
Paragrafen ___________________________________________________________________15
9
8.1
Paragraaf bedrijfsvoering ___________________________________________________________16
8.2
Paragraaf Financiering (Treasury) ____________________________________________________18
8.3
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing _____________________________________18
8.4
Openbaarheidsparagraaf ___________________________________________________________22
Financiële ontwerpbegroting _____________________________________________________23
10 Door het algemeen bestuur te autoriseren begrotingsbedragen 2026 ____________________28 11 Bijlagen ______________________________________________________________________29
1
IN HET KORT
1
9.321 Bedrijven 187 Bedrijven met een hoog risico
Formatie 144,4 fte
14 DEELNEMERS Provincie Zeeland 13 Zeeuwse gemeenten
RUD Zeeland voldoet aan Kwaliteitscriteria
1.200 We beoordelen jaarlijks circa 1.200 Asbestinventarisatierapporten
2.000
P*Q De inzet van onze medewerkers verrekenen we op werkelijke inzet met onze deelnemers
Toezicht & Handhaving voor
Jaarlijks voeren we circa 2.000 periodieke controles uit
16 Natura2000 gebieden
De RUD vergunt en controleert jaarlijks 27 vuurwerk miljoen evenementen Voor 2026 heeft de RUD een sluitende begroting van € 22,8 miljoen. De kosten van overhead zijn 36,6 % van de totale lasten.
€ 22,8
1
Ontwerpbegroting 2026
2 VOORWOORD De RUD Zeeland gaat een nieuwe fase in. In 2026 betrekt onze Zeeuwse omgevingsdienst nieuwe huisvesting en moet robuust zijn, zoals afgesproken in het interbestuurlijk programma. Dat betekent onder andere groei van mensen en meer programmatisch en data-gestuurd werken. Het wordt het jaar van ‘de waarheid’. Deze begroting is beleidsarm. Er zijn in de voorliggende periode echter diverse besluiten genomen met impact op de begroting, met name het plan van aanpak Robuuste RUD als ook de nieuwe huisvesting en piofac taken. Daarmee zijn er flinke wijzigingen ten opzichte van de begroting 2025. Het is reeds lang duidelijk dat de gehanteerde systematiek van P*Q niet afdoende is om de taken van de RUD Zeeland te begroten. Het is te gedetailleerd, vraagt veel administratie, de kentallen kloppen niet, het gesprek gaat niet over kwaliteit maar over kwantiteit, niet over inhoud maar over geld. In verband met de ontwikkelingen rond het interbestuurlijk programma is de begrotingssystematiek geconsolideerd, ook voor deze begroting. In de loop van 2025 wordt een nieuwe financieringssystematiek ontwikkeld en aan de deelnemers voorgelegd, zodat we voor 2027 met deze nieuwe systematiek kunnen gaan begroten. Met vertrouwen kijk ik naar 2026.
Samen zetten we alles in het werk om een sterke en wendbare organisatie neer te zetten waar niet alleen inwoners en bedrijven van Zeeland trots op zijn, maar ook de overheden, inclusief het rijk. Ankie Smit Voorzitter Dagelijks Bestuur
2
Ontwerpbegroting 2026
3 MANAGEMENTTEAM RUD ZEELAND Het MT ziet voor de jaren 2026 en verder meerdere uitdagingen. Vanuit het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel Vergunningen Toezicht en Handhaving (IBP-VTH) hebben we nog met de dwingende maatregel te maken om robuust te worden. Dit kent een eindpeildatum van 1 april 2026. Die mijlpaal behalen is al een uitdaging en daarna blijft er van alles op ons pad komen. Zo voorzien we een groei vanuit de aandacht die zowel landelijk als regionaal voor het milieubeleid speelt. Naast de globale ontwikkelingen op het gebied van klimaat. Op de landelijke ontwikkelingen is een toename in afstemming waar te nemen. Omgevingsdienst NL, de koepelorganisatie voor de omgevingsdiensten, speelt een coördinerende en faciliterende rol. De verbinding onderling versterkt daardoor. Dit vraagt afstemming en een open benadering. Het regionaal milieubeleid is onderwerp van gesprek met onze samenwerkingspartners. Een nauwe samenwerking is onmisbaar om de doelen te realiseren waar we gezamenlijk voor staan. De effecten van de Omgevingswet, zowel als kans als aandachtspunt, blijven een uitdaging. Data beheren, delen en slim inzetten zal een vlucht gaan nemen. Het IBP-VTH is afgerond. Het onderwerp Informatie is een blijvend aandachtspunt om verder op door te ontwikkelen. Kennis en capaciteit spelen daarbij een grote rol.
RUD Zeeland sluit met de nieuwe naam Omgevingsdienst Zeeland beter aan op landelijke campagnes. Dit past ook bij de groei naar een onafhankelijke kennisorganisatie op het terrein van milieu. Onze kennis is immers de kwaliteit waarmee we ons onderscheiden. Het blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria ziet met name op de aanwezige kennis. Waar capaciteit nodig is, kijken we gelijk naar mogelijkheden om de juiste aanwezige kennis te versterken. De strategische personeelsplanning gaat ons helpen om medewerkers een goed perspectief te bieden in hun loopbaan. Het behouden van medewerkers en de samenwerking in de organisatie staat hoog op de agenda. De nieuwe huisvesting en dienstverlening op de bedrijfsvoering biedt volop kansen om de basis op orde te krijgen. Professionalisering en digitalisering van handmatige trajecten gaat ons hierin helpen.
3
4 ONTWIKKELINGEN EN UITGANGSPUNTEN 4.1 ONTWIKKELINGEN ORGANISATIE • Omgevingsdienst Zeeland De Wet gemeenschappelijke regeling is in 2022 gewijzigd. We verwachten dat in de loop van 2025 de geactualiseerde versie van de gemeenschappelijke regeling door alle deelnemers wordt vastgesteld. In de nieuwe regeling is ook de naamswijziging naar Omgevingsdienst Zeeland opgenomen. Daarmee sluiten we aan bij de terminologie in de Omgevingswet en niet in de laatste plaats bij de collega omgevingsdiensten. • Robuuste RUD De ontwikkelingen voor de organisatie betekenen voor de RUD dat we het ingeslagen traject volbrengen wat we in 2024 al zijn gestart. Op 1 april 2026 moeten we aan de zes criteria van robuustheid en financiering voldoen. Waar in 2025 nog hard wordt gewerkt aan de structuur van de organisatie, zodat de groei een samenhangend geheel is, blijven we in 2026 alert op kansen en uitdagingen om nog verder te verstevigen. Op basis van onze processen is de verandering ingezet. De optimalisatie daarvan moet voor onze stakeholders een verbetering opleveren. Om de juiste kennis in huis te halen en op niveau te houden, wordt er in de opmaat naar 2026 gewerkt aan een goed doordacht welkomstprogramma voor nieuwe medewerkers. Een organisatiebrede strategische personeelsplanning ondersteunt ons in duurzaam investeren in medewerkers. We willen als werkgever medewerkers uitdagen en binden.
De structuur van de organisatie kan niet zonder een goede ondersteuning. Om die op een efficiënte manier vorm te geven kijken we niet alleen naar een eenmalige verandering, maar krijgt de borging ervan meer aandacht. De ingezette verandering vraagt evaluatie, herijking en zonnodig bijstelling. Op die manier sluiten we de PDCA cirkel (Plan, Do, Check, Act). Er zijn en worden in 2025 en begin 2026 een groot aantal vervolgstappen gezet om op 1 april 2026 robuust te zijn. Inmiddels is er begin 2025 een implementatieplan opgesteld. Dit stappen uit dit implementatieplan zullen in de loop van 2025 nader worden uitgewerkt en eind 2025/begin 2026 worden ingevoerd. Hieronder is de planning van de implementatie tot 1 april 2026.
4
De veranderingen die op ons afkomen, betreffen vooral de ‘wat-vraag’. In het kader van de robuuste RUD willen we een wendbare organisatie neerzetten die klaar is voor de bijbehorende ‘hoe-vraag’. Want één ding is zeker, onze organisatie moet meegaan in de veranderingen en zich continue kunnen aanpassen. Dat vraagt ook een passende strategie, die dan weer haarfijn aansluit bij onze visie. Dit zijn bouwstenen van het implementatieplan. We gaan naast de geplande activiteiten van vergunningverlening en toezicht en handhaving een meer projectmatige werkwijze inzetten. Daarmee voorzien we in een behoefte om de standaard processen zo min mogelijk te verstoren. We kunnen dan vernieuwingen en veranderingen efficiënt oppakken om zo een hoger rendement van onze inspanningen te genereren. Ons doel is immers niet het leveren van uren, maar het bijdragen aan een schoon en veilig Zeeland. De meerjarige financiële effecten over de jaren 2024 tot en met 2027 van het traject om robuust te worden zijn in totaliteit conform het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ in de ontwerpbegroting 2026 opgenomen. Dit betekent concreet dat er in de ontwerpbegroting 2026 sprake is van een financiële ‘inhaalslag’ met betrekking tot de middelen die nodig zijn voor de jaarschijf 2025.
Immers is de eerst begrotingswijziging 2025 niet gebaseerd op het totaal benodigde bedrag voor de jaarschijf 2025, maar gemaximeerd op een bedrag van € 17.767.000 (dit is het gemaximeerde bedrag van € 16,5 miljoen op basis van het prijspeil 2023 geïndexeerd naar het prijspeil 2025, inclusief de aanpassing van de cao 2024 - 2025). Hierdoor is er in de eerste begrotingswijziging 2025 een bedrag van € 456.800 (prijspeil 2023) niet opgenomen. In de ontwerpbegroting 2026 zijn de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) alsnog meegenomen. Hierdoor is er sprake van een verhoging ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2025 van circa € 1,9 miljoen (prijspeil 2025). Zie onderstaande tabel: Totaal benodigde middelen begroting 2025 t/m 2027 o.b.v. Plan van aanpak robuuste RUD
*1: De totaal benodigde middelen voor 2025 (prijspeil 2025) is gebaseerd op de 1e begrotingswijziging 2025.
4.2 ONTWIKKELINGEN PROGRAMMALIJNEN MILIEU • Milieu Milieu staat nog steeds veel in de belangstelling. PFAS-vervuiling en landelijke stikstofmaatregelen hebben hun weerslag op het denken van mensen over het milieu, en heeft ook impact op onze werkzaamheden. De energiecrisis heeft de noodzaak tot het nemen van maatregelen op het energieverbruik, om te komen tot een beter klimaat, alleen maar versterkt. De komende jaren voorzien we nog de nodige veranderingen op dat terrein. Landelijke rapporten en een provinciaal rapport geven richting voor ontwikkelingen. Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel is het voertuig waarmee de ontwikkelingen vorm krijgen.
5
• Omgevingswet De Omgevingswet is ingevoerd op 1 januari 2024. Naar verwachting kunnen we eind 2025/begin 2026 een eerste balans opmaken van de impact van de Omgevingswet op onze werkzaamheden. Dit heeft ook invloed op de data, die we tot op heden in onze begrotingen en jaarverslagen gebruikten. Deze data zullen veranderen. De Omgevingswet maakt dat niet de aard van het bedrijf (de inrichting) maar de activiteiten die er uitgevoerd worden centraal staan. Dit gaat tot een andere indeling en categorisering in onze systemen leiden. Op het moment van opstelling van deze ontwerpbegroting 2026 is een deel van de bedrijven al onderzocht en op de nieuwe manier in het systeem ingevoerd. Een ander deel wordt in 2025 nog bezocht en is nog op grond van de oude wetgeving geregistreerd. • Samenwerking met GGD en VRZ In opdracht van de dagelijkse besturen van GGD Zeeland, RUD en Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) is een inhoudelijke samenwerkingsagenda opgesteld voor de komende jaren. De agenda is erop gericht om elkaar te kunnen versterken in de uitoefening van onze zelfstandige bevoegdheden en één aanpak naar de bedrijven te laten zien omdat we alle drie een bijdrage leveren aan een schoon, veilig en gezond Zeeland. • Toezicht en handhaving groene wetten Toezicht en handhaving groene wetten is gemandateerd aan RUD Zeeland.
Het verlenen van vergunningen en ontheffingen is ondergebracht bij team Groen van de provincie. De uitvoering van de opdracht, toezicht en de handhaving op groene wetten is divers en omvangrijk. We doen dit in nauwe samenwerking met de provincie Zeeland. RUD Zeeland treedt op als regionale autoriteit voor de uitvoering van de omgevingstaken o.a. de groene wetten en is het aanspreekpunt voor onder meer provincie, ketenpartners en andere regionale uitvoeringsdiensten. Op dit moment zijn provincie en RUD Zeeland met elkaar in gesprek over de inzet op de stikstofproblematiek. Een nauwere samenwerking op deze dossiers ligt in het verschiet.
4.3 ONTWIKKELINGEN FINANCIËN • Consolideren begrotingssystematiek De consolidatie van de begrotingssystematiek is door het Algemeen Bestuur op 4 december 2023 verlengd totdat er een nieuwe systematiek beschikbaar is. Er zijn gedurende de afgelopen jaren al meer facetten helderder geworden. Zo is er voor de Producten- en dienstencatalogus (PDC) een versie vastgesteld die aansluit bij de Omgevingswet. Tevens worden de inrichtingen doorgelicht en op hun activiteiten beoordeeld. Toch zal pas na daadwerkelijke invoering van de Omgevingswet de volle omvang van de effecten inzichtelijk worden. • Financieringssystematiek Het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel Vergunningen Toezicht & Handhaving - in het kort IBP-VTHkende een zestal pijlers. Eén van die pijlers heeft een voorkeursmodel voor de landelijke financieringssystematiek van de omgevingsdiensten in Nederland opgeleverd. Ook wordt vanuit het rapport van TwynstraGudde het voorstel gedaan om te onderzoeken welke financieringssystematiek het beste passend is. In 2025 is de RUD gestart met een traject om te komen tot een herijking van de financieringssytematiek waarbij het landelijke voorkeursmodel als een mogelijke variant wordt verkend.
De insteek is om eind 2025 tot een keuze rond de financieringssystematiek te komen, zodat deze systematiek kan worden gebruikt voor het opstellen van de begroting 2027 en de implementatie in 2026 kan plaatsvinden. Omdat er nog geen herijkte financieringssystematiek is op dit moment, is de begrotingssystematiek van 2025 gecontinueerd voor de nu voorliggende ontwerpbegroting 2026. • Dienstverlening en huisvesting per 1 januari 2026 De extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 zijn opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur. Hieronder is een overzicht opgenomen van de extra benodigde middelen die, zowel structureel als incidenteel, hiermee gemoeid zijn:
6
*1: De jaarschijf 2025 is opgenomen in de tabel om de incidentele kosten inzichtelijk te maken over het jaar 2025. *2: Als de huisvesting niet in Middelburg komt, worden de structurele kosten hoger doordat de fysieke ondersteuning veel meer tijd in beslag neemt. De provincie geeft aan dat afhankelijk van de locatie rekening gehouden moet worden met een bedrag van € 100.000 dat kan oplopen tot € 500.000 per jaar. *3: Deze 1e begrotingswijziging 2025 ligt reeds voor zienswijze voor. De uiteindelijke vaststelling is van invloed op het wel of niet beschikbaar komen van deze dekkingsmiddelen. Als deze middelen volgens de 1 e begrotingswijziging 2025 niet beschikbaar worden gesteld dan vervalt deze aanvullende dekking. *4: Deze aanvullende dekking voor dienstverlening en huisvesting is gebaseerd op het beschikbaar stellen van de aanvullende middelen zoals opgenomen in het ingroeimodel behorende bij het plan van aanpak Robuuste RUD. Als deze aanvullende middelen volgens het ingroeimodel behorende bij het plan van aanpak Robuuste RUD niet beschikbaar worden gesteld dan vervalt deze aanvullende dekking.
• Ontwikkeling deelnemersbijdrage 2026 De begrote deelnemersbijdrage voor 2026 bedraagt € 22,8 miljoen. Dit is ten opzichte van de begroting 2025 na eerste wijziging een stijging van € 5,5 miljoen. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door: - De extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’, inclusief het structureel maken van de basistaak energiebesparing (in totaliteit € 2,4 miljoen); - De extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026, gebaseerd op het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur (in totaliteit € 2,4 miljoen, waarvan een incidenteel deel van € 0,6 miljoen voor de dekking van de incidentele kosten over 2026); - De inflatiecorrectie: 3,4% voor salarissen en 2,2% voor de overige kosten, per saldo een gecombineerd percentage van 3,1%1. -
1 Voor een uitgebreide toelichting op de inflatiecorrectie wordt verwezen naar Bijlage 3 Overzicht gehanteerde indexering en
bezuinigingsrichtlijn 2026.
7
4.4 GENERIEKE TAKEN Generieke taken zijn taken die we uitvoeren ten behoeve van alle deelnemers ter ondersteuning van de basis- en plustaken. Hierbij kan gedacht worden aan piket, de milieuklachtenlijn, relatiebeheer, het volgen van landelijke ontwikkelingen, deelname aan werkgroepen en inzet van de beleidsmedewerkers. De totale raming van de generieke kosten, bedraagt € 7,8 mln. voor 2026. Dit bedrag is onderdeel van de in de ontwerpbegroting geraamde deelnemersbijdrage van € 22,8 mln. De deelnemersbijdrage voor 2026 is dan als volgt opgebouwd:
Deelnemersbijdrage
Producten
Generieke taken
Materieel budget
Totaal
€ 15.010.000
€ 7.777.000
€ 28.000
€ 22.815.000
De generieke kosten vallen over 2026 hoog uit. De reden hiervan is dat als basis voor de uitwerking in de ontwerpbegroting 2026 het destijds opgestelde ingroeimodel als basis genomen wordt. Dit ingroeimodel is onlangs geactualiseerd op basis van de prioriteiten die nu al plaats hebben gevonden. Deze geprioriteerde functies zijn reeds op de producten verwerkt waar ze betrekking op hebben en dus definitief op de juiste wijze verwerkt. De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. In afwachting van deze nadere prioritering zijn deze nog niet geprioriteerde functies in een ‘vergaarbak’ gezet en in totaliteit opgenomen onder het onderdeel generiek. Op basis van de nog plaats te vinden prioritering zullen deze functies uiteindelijk worden ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer.
De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage. In 2025 leggen we een plan voor de inzet generieke taken 2026 ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur.
8
5 ONTWERPBEGROTING IN ÉÉN OOGOPSLAG 5.1 OVERZICHT VAN LASTEN (BEDRAGEN X € 1 MLN.)
5.2 OVERZICHT VAN BATEN (BEDRAGEN X € 1 MLN. )
9
6 PROGRAMMAPLAN MILIEU 6.1 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMAPLAN Het onderstaande overzicht geeft de lasten en baten van het programmaplan weer. Dit betreft de weergaven van de lasten en baten op basis van de indeling van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). 2025 begroot, incl. 1e wijziging
2026 begroot
2027 begroot
2028 begroot
2029 begroot
Lasten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Totaal lasten
6.171 7.513 13.684
5.623 8.522 14.145
5.810 8.933 14.743
6.004 9.230 15.234
6.204 9.538 15.742
Baten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving
-
-
-
-
-
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Er zijn geen baten voor het programmaplan.
6.2 PROGRAMMA MILIEU De missie is “RUD Zeeland voert namens de gemeenten, de provincie en het waterschap de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en natuur uit. RUD Zeeland werkt daardoor samen met gemeenten, de provincie en het waterschap aan een schone en veilige werk- en leefomgeving. Zij doet dit klantvriendelijk, professioneel, doelmatig en conform vastgelegde kwaliteitseisen en dienstverleningsnormen.” RUD Zeeland is een uitvoeringsdienst. Het programma zal voor 2026 nog grotendeels op de systematiek P*Q. Deze gebaseerd zijn. We gaan samen met de partners c.q. deelnemers onderzoeken hoe we binnen de huidige capaciteit meer impact met onze inzet kunnen maken. Samen in een vroeg stadium bepalen wat voor 2026 belangrijke aandachtsgebieden zijn, zodat we goed voorbereid en integraal aan de slag kunnen. De organisatie volgt de actuele Kwaliteitscriteria volledig wat betreft opleidingsniveau, werkniveau, aanvullende kennis en de frequentie.
PROGRAMMA MILIEU IN CIJFERS Inrichtingenbestand Het inrichtingenbestand (peildatum 1 april 2024) bevat 9.321 bedrijven die onder de werkingssfeer van de Omgevingswet vallen. We hanteren peildatum 2024 omdat we zoals eerder gemeld vanwege de invoering van de Omgevingswet op dit moment geen bruikbare data kunnen opleveren. Formatie De formatie berekenen we op basis van geraamde uren mede gebaseerd op de kengetallen voor onze producten en het inrichtingenbestand. De grafiek hieronder geeft de begrote aantal fte’s (inclusief overhead) weer voor 2026.
10
Voor 2026 is totaal 144,4 fte begroot. Een stijging ten opzichte van de begroting 2025 na 1e wijziging met 15,6 fte. De oorzaak van deze stijging wordt bijna volledig veroorzaakt door de functies die op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 uit het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2026.
PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING Vergunningverlening richt zich op verstrekken van milieuvergunningen, het behandelen van meldingen Activiteitenbesluit en beschikkingen in het kader van de Wet Bodembescherming. De medewerkers adviseren ook het bevoegd gezag over melding- of vergunningplicht van bedrijven wanneer zij een bouwaanvraag indienen. Specialisten behandelen meldingen vuurwerk, geven advies over externe veiligheid en geluid, bv. bij bestemmingsplannen. De specialisten Bodem plannen en coördineren daarnaast ook bodemsaneringen. Vergunningaanvragen moet RUD Zeeland binnen wettelijke termijnen afhandelen. Daarnaast willen we een actueel vergunningenbestand. In 2021 is besloten dat met ingang van 2022 binnen 5 jaar de achterstand met het actualiseren van vergunningen (op dat moment 138 inrichtingen) weggewerkt moest worden. Een deel van de bedrijven is door de invoering van de Omgevingswet niet meer vergunningplichtig. Een onderdeel van de implementatie van de Omgevingswet is het analyseren van het effect van de Omgevingswet op vergunningplichtige bedrijven. In dat kader is een plan van aanpak geschreven waarbij wij ons o.a. richten op het vaststellen van de Milieubelastende activiteit van de vergunningplichtige inrichtingen.
Deze aanpak is uiterlijk eind juli 2025 afgerond, dan weten wij welke vergunningen van bedrijven na invoering van de Omgevingswet nog actualisatie behoeven. De programmatische aanpak van de actualiseringen krijgt dan een vervolg, waarbij het uitgangspunt blijft dat uiterlijk eind 2026 de achterstand is weggewerkt. Provincie Zeeland en RUD Zeeland zullen over de inzet in het kader van grensoverschrijdende milieueffecten (Helsinki – Espoo verdrag) zo nodig hernieuwde afspraken maken vanwege het inzicht dat is verkregen over hoeveel capaciteit nodig is voor het beoordelen van informatie die we ontvangen van België.
11
PROGRAMMALIJN TOEZICHT & HANDHAVING Toezicht en Handhaving houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Dit toezicht plannen we jaarlijks op basis van de vijfjaren planning, die we baseren op een uitgevoerde risicoanalyse. Daarnaast behandelen we waarnemingen, ontwikkelingen en signalen of klachten van burgers en bedrijven. Waar nodig voeren we naar aanleiding hiervan inspecties uit. Om overtredingen te beëindigen of te bestraffen zetten we handhavende middelen in. Komend jaar moeten we doorgroeien naar circa 350 tot 400 objectcontroles en het structureel beoordelen van rapportages Onderzoeksplicht energiebesparing. Het team is in 2024 gestart met deze doorontwikkeling en twee medewerkers worden de komende periode binnen dit vakgebied opgeleid en ingewerkt. Vanaf 2025 zullen de kosten voor het team energie deels vanuit de SPUK Toezicht en Handhaving Energie (THE) worden betaald en deels via de deelnemersbijdrage in rekening bij de deelnemers worden gebracht.
12
7 OVERZICHTEN OVERHEAD In overeenstemming met het BBV geeft de RUD in deze ontwerpbegroting de overheadkosten weer.
Overhead (bedragen * € 1.000) Organisatie kosten incl. salarissen Huur onroerende zaken Accountantskosten Ondernemingsraad Totaal lasten
2025 begroot, incl. 1e wijziging 3.626 246 26 9
2026 begroot
2027 begroot
2028 begroot
2029 begroot
7.931 377 27 10
7.794 386 27 10
7.892 394 28 10
7.970 403 28 10
3.906
8.345
8.217
8.324
8.411
De overheadkosten bevatten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. De begrote overheadkosten voor 2026 bedragen met € 8,3 miljoen 36,6% van de totale lasten. De stijging in kosten in 2026 ten opzichte van 2025 wordt voor een heel groot deel veroorzaakt door de hogere kosten voor dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026. Daarnaast is de incidentele dekking van de twee strategische adviseurs en een communicatiemedewerker omgezet naar een structurele dekking op basis van het ingroeimodel en zijn vanuit de prioritering die al plaats heeft gevonden een aantal functies opgenomen onder overhead (zoals twee implementatiemanagers).
HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Met ingang van 2016 valt RUD Zeeland evenals gemeenten en provincies onder de vennootschapsbelastingplicht (Vpb). In overleg met de belastingdienst is met behulp van de gemeente Terneuzen bepaald dat RUD Zeeland onder voorwaarden vrijgesteld is van vennootschapsheffing of vennootschapsplicht. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 wordt dan ook geen Vpb-plicht verwacht.
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Omschrijving (bedragen x € 1.000) Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget bijdrage deelnemer* Subsidies Frictiekostenvergoeding Onttrekking algemene reserve Totaal dekkingsmiddelen
2025 begroot, incl. 1e wijziging 17.244 27 475 21 0 17.767
2026
2027
2028
2029
22.787 28 17 22.832
23.263 28 11 23.302
23.865 29 6 23.900
24.464 30 24.495
*materieel budget voor indirecte lozingen.
Voor het berekenen van de bijdrage 2026 van de deelnemers gaan we uit van de kentallen uit het rapport P*Q zoals het Algemeen Bestuur vaststelde op 20 maart 2017, evaluatie P*Q, en het inrichtingenbestand per 1 april 2024. Conform de bijdrageverordening actualiseren we de bijdragen 2026 van de deelnemers op basis van het inrichtingenbestand per 1 april 2025. De uitkomsten daarvan verwerken we in de Jaarplannen voor 2026. Dit leggen we via een begrotingswijziging aan het Algemeen Bestuur voor.
13
ONVOORZIEN Omschrijving (bedragen x € 1.000) Onvoorziene lasten Totaal onvoorziene lasten
2025 begroot, incl. 1e wijziging 177 177
2026
2027
2028
2029
341 341
341 341
341 341
341 341
Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers in uitgaven niet kunnen opvangen, nemen we in de ontwerpbegroting een post onvoorzien op. De directeur van RUD Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. RUD Zeeland informeert het Dagelijks en Algemeen Bestuur over besluiten ten laste van onvoorzien, via voortgangsrapportages of indien nodig separaat.
14
8 PARAGRAFEN In het Besluit Begroting en Verantwoording staan zeven verplichte paragrafen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen: - Lokale heffingen; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen; - Grondbeleid; - Financiering; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Daarnaast is er een niet verplichte paragraaf: - Openbaarheidsparagraaf. Deze paragrafen zijn niet allemaal relevant voor RUD Zeeland. In deze ontwerpbegroting staan de volgende paragrafen: - Bedrijfsvoering; - Financiering; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Openbaarheidsparagraaf.
15
8.1 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ORGANOGRAM Onderstaand organogram is de situatie zoals die ten tijde van het maken van deze ontwerpbegroting is. Gezien de effecten van de groei naar een robuuste omgevingsdienst is het niet uitgesloten dat ook het organogram wijzigt.
Algemeen Bestuur
Dagelijks Bestuur
Directeur Hoofd staf incl controller Afdelingshoofd Vergunningverlening (VV)
Afdelingshoofd Toezicht & Handhaving (TH)
BELEIDSCYCLUS De uitgangspunten voor de uitvoering is de Big 8. Daarin komen de strategische en de operationele cyclus bij elkaar in de planning & control producten. De uitvoering van de uitgangspunten maken we concreet door het opstellen van een jaarlijkse (meerjaren)begroting. Deze bevat de raming van formatie en bestedingen op basis van vastgesteld beleid. We stellen met iedere deelnemer een dienstverleningsovereenkomst (DVO) op met daarin een jaarplan met de overeenkomsten over de levering van diensten en producten met die deelnemer. We rapporteren vervolgens driemaal per jaar over de voortgang van de te leveren prestaties en benoemde speerpunten via twee bestuursrapportages en een eindrapportage (jaarstukken). Planning en control is de verbindende schakel tussen de beleidsmatige invulling van onze opdracht en de operatie. De meerjarenbegroting is de doorvertaling van het reeds vastgestelde beleid. Is planning & control de schakel in de big 8, de staf is de schakel tussen de organisatie en de uitvoering. Bij de implementatie van het plan van aanpak ‘Samen naar een robuuste RUD’ speelt de staf een stevige rol. Bedrijfsvoering gaat over een veelvoud aan taken die allemaal bijdragen aan een optimale uitvoering van onze opdracht. We kopen een deel van de ondersteunende diensten in bij de PIOFAC dienstverlener. Daar waar gewenst en mogelijk voeren we taken zelf uit.
Op steeds meer terreinen van de bedrijfsvoering gelden nieuwe wetten en regels. Om te kunnen blijven voldoen aan die verplichtingen is meer capaciteit nodig. Dat zien we terug zowel bij de
16
PIOFAC dienstverlener als binnen onze eigen organisatie. Evaluatie en actualisatie van interne beleidsdocumenten gaat de komende jaren een nieuwe impuls geven aan de organisatie. Het contract voor de dienstverlening eindigt op 31 december 2025. De verkenning naar de nieuwe dienstverlening loopt. Zodra daarover een besluit is genomen gaat de ontvlechting met gemeente Terneuzen en de implementatie met de nieuwe dienstverlener van start.
HUISVESTING Het huurcontract met gemeente Terneuzen loopt af op 31 december 2025. Voor de nieuwe huisvesting hebben we een nieuwe locatie gevonden. Ook hier geldt dat we na de besluitvorming de voorbereidingen treffen. Op de nieuwe locatie gaan we een stap zetten in verder professionaliseren en positioneren. Onze zichtbaarheid en bereikbaarheid kunnen we vergroten.
INFORMATIEBEVEILIGING Informatiebeveiliging is een van de onderdelen van de bedrijfsvoering die we inkopen bij de dienstverlener. De eisen hierop worden steeds strenger. Zo zijn de BIO normen nu ook voor omgevingsdiensten van toepassing. De afstemming hierover op landelijk niveau helpt ons hierin. Voor de uitvoering en naleving van de regels maken we ook met de nieuwe dienstverlening op de PIOFAC afspraken.
KWALITEITSCRITERIA Het voldoen aan de kwaliteitscriteria is één van de indicatoren die gelden voor een robuuste omgevingsdienst. In Zeeland voldoen we al jaren aan de normen.
RECHTMATIGHEID Na enige malen uitstel is met ingang van het boekjaar 2023 de wetswijziging voor verantwoording rechtmatigheid van toepassing. Het Dagelijks Bestuur dient een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarstukken. De commissie BBV stelde hiervoor in januari 2020 een modelverklaring op en heeft deze in de Kadernota Rechtmatigheid over 2024 bijgesteld. Daarin staat dat in de paragraaf bedrijfsvoering het Dagelijks Bestuur een nadere toelichting geeft op zaken die de rechtmatigheid raken en hoe de beheersing is vormgegeven. Hierbij moet het Dagelijks Bestuur in ieder geval nadere toelichting geven op alle vermelde afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording. In de jaarrekening neemt het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverklaring op. De toelichting op de geconstateerde fouten en onduidelijkheden wordt opgenomen in het jaarverslag, onderdeel paragraaf Bedrijfsvoering.
RELATIEBEHEER Zowel RUD Zeeland als haar opdrachtgevers vinden relatiebeheer belangrijk. Het draagt bij aan de verdere opbouw van het vertrouwen tussen partijen door onder andere de verwachtingen over en weer af te stemmen. In de ontwikkeling ‘Samen naar een robuuste RUD’ nemen we de versterking van het relatiebeheer mee. Juist het plan van aanpak daarvoor was een staaltje van prima samenwerking en afstemming tussen RUD en deelnemers.
SAMENWERKING EXTERNE PARTIJEN Voor de taakuitvoering van RUD Zeeland is samenwerking met andere partijen essentieel om meer effect te bereiken voor een schoner en veiliger Zeeland. Op dit moment overleggen we periodiek met een groot aantal publieke en private partijen. Zo overleggen we regelmatig met andere omgevingsdiensten, Veiligheidsregio Zeeland, het Openbaar Ministerie, Politie en de Brabants- Zeeuwse Werkgeversvereniging, PORTIZ, ZLTO en Rijkswaterstaat.
17
8.2 PARAGRAAF FINANCIERING (TREASURY) WET EN REGELGEVING De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) kent als belangrijkste uitgangspunt het bevorderen van een solide financieringswijze. Met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het beheersen van de renterisico’s en het bevorderen van de transparantie en kredietwaardigheid. Het beheersen van de risico’s uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het afsluiten van geldleningen en het uitzetten van gelden. Daarnaast bestaat de verplichting om een treasurystatuut op te stellen. In 2016 is het treasurystatuut voor RUD Zeeland vastgesteld.
KASGELDLIMIET Met de kasgeldlimiet is in de Wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop overheidsinstanties de financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mogen financieren. Het doel hiervan is om renterisico’s op korte termijn te beperken. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van stortingen in de reserves. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet € 1,9 mln.
RENTERISICO De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op lang lopende leningen te beperken. De renterisiconorm “speelt” bij RUD Zeeland niet omdat RUD Zeeland geen geldleningen heeft.
KOERS- EN VALUTARISICOBEHEER We gaan geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aan en we hebben daar ook geen plannen voor. Daarmee zijn er geen koers- en valutarisico’s.
RISICOPROFIEL Het renterisico bij de RUD is laag. Dit komt door het ontbreken van geldleningen en door het opstellen van een liquiditeitsplanning.
RENTESCHEMA In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het verplicht om een renteschema op te nemen waaruit de rentekosten en de renteverdeling blijkt. Dit is voor RUD Zeeland niet relevant door het ontbreken van rentekosten.
8.3 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Op 10 juli 2018 stelde het Algemeen Bestuur het beleidskader Weerstandsvermogen en Risicobeheersing vast. Dit beleidskader implementeerden we op 27 februari 2019 en stelden we de resultaten van de eerste risicoinventarisatie vast.
RISICOSCORE 2026 Op organisatieniveau is per risico de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore. De risicoscore is bepalend voor de aandacht die een specifiek risico krijgt van het management en het bestuur. De risicoscore (op organisatieniveau) op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie ziet er als volgt uit:
18
Kansklasse Risicoklasse 5
groter dan 50.000
hoog
4
tussen 40.000 en 50.000
gemiddeld hoog
3
tussen 30.000 en 40.000
gemiddeld
2
tussen 15.000 en 30.000
gemiddeld laag
1
tussen 5.000 en 15.000
laag
< 10%
10 - 30%
30 - 50%
50 - 70%
> 70%
laag
gemiddeld laag
gemiddeld
gemiddeld hoog
hoog
1. en 2.
3. 4.
5.
GEÏDENTIFICEERDE RISICO’S EN DOORREKENING (BEDRAGEN IN €) Omschrijving risico
Score
2025
2026
2027
2028
2029
1. Onbalans in taken
271.000
17.000
17.000
17.000
17.000
2. Implementatie Omgevingswet (incl aanpassing begrotingssystematiek)
311.000
311.000
311.000
311.000
311.000
3. Uitbestede taken (beperkte kwaliteitscriteria)
21.000
0
0
0
0
4. Onveilige werkomstandigheden THV uitvoering
10.000
10.000
11.000
11.000
12.000
5. Inrichting van de huisvesting is niet optimaal
15.000
0
0
0
0
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
628.000
338.000
339.000
339.000
340.000
TOELICHTING EN ONTWIKKELINGEN We actualiseerden de bedragen van eerder opgenomen risico’s en beoordelen of er sprake is van nieuwe risico’s. Een niet in de tabel opgenomen gekwantificeerd risico betreft de mogelijke herwaardering van functies in verband met een collectief ingediend verzoek naar de huidige indeling en waardering. Voor het opvangen van de financiële impact over 2024 en eerdere jaren is een in 2024 geactualiseerde voorziening opgenomen ten laste van 2024 en eerdere jaren. Indien de herwaardering een feit wordt, zal voor de financiële impact vanaf 2025 een begrotingswijziging voor 2025 en verder worden opgesteld. Risico met een gemiddelde tot hoge kans en een groot gevolg (rood): Risico 1: Onbalans in taken: Bovengenoemde rode risico is inmiddels wel bekend en heeft zich ook voorgedaan, de geplande productie is de afgelopen jaren niet gehaald. In 2022 is het landelijke rapport van Aartsen aanleiding geweest voor het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel Vergunningen Toezicht en Handhaving (IBP-VTH). Tevens heeft de provincie een rapport laten opstellen door TwynstraGudde. Beide trajecten geven aan dat omgevingsdiensten robuuster moeten worden. Het landelijke IBP-VTH is aanleiding geweest voor het opstellen van een plan van aanpak om te komen tot een robuuste RUD.
In de uitwerking daarvan is het risico van de onbalans in taken ook onderkend en meegenomen, waardoor het risico van de onbalans in taken en capaciteit zou komen te vervallen. De ontwerpbegroting 2026 is gebaseerd op het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’, inclusief het bijbehorende ingroeimodel, zoals dat inhoudelijk door het Algemeen Bestuur op 9 september 2024 is geaccordeerd. Hierbij is het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 uit het ingroeimodel als uitgangspunt genomen. Door dit uitgangspunt te hanteren is er rekening
19
gehouden met de aanvullende middelen over 2024 (geaccordeerd op 9 september 2024), 2025 (opgenomen in 1e begrotingswijziging 2025 die op 12 mei 2025 voor accordering wordt aangeboden), het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 die nodig zijn om robuust te worden. Doordat deze aanvullende middelen zijn meegenomen vervalt het risico bijna geheel. Er dienen nog aanvullende middelen voor de jaarschijf 2027 te worden geaccordeerd. Hiermee is dit risico op dit moment grotendeels weggenomen. Actueel risico (2025 e.v.): € 271.000 Risico 2: Implementatie Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet was met ingang van 1 januari 2024 een feit. Via het project Omgevingswet besteden we aandacht aan de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet. De implementatie levert een set aan risico’s op: ▪ Per gemeente ontstaat een lokaal handhavingskader waardoor het risico op niet-juist handhaven toeneemt; ▪ Bij de implementatie van de Omgevingswet vindt er verschuiving plaats van vergunningverlening, toezicht en handhaving van inrichtingen naar activiteiten (hetgeen niet past niet in de huidige P maal Q systematiek); ▪ De implementatie c.q.
uitvoering van de Omgevingswet vraagt andere (advies-)vaardigheden van medewerkers; ▪ Lokale systemen dienen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om informatie uit te wisselen; ▪ Aanpassing begrotingssystematiek naar Omgevingswet (inrichtingen naar MBA). Actueel risico (2025 e.v.): € 311.000
Risico met een lage tot gemiddelde kans en met een laag tot gemiddeld gevolg (groen): Risico 3: Uitbestede taken PIOFACH (beperkte kwaliteitscriteria) Alle taken op het gebied van Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting (PIOFACH) zijn uitbesteed bij een deelnemer waarbij de dienstverleningsovereenkomst in beperkte mate kwaliteitscriteria bevat. Dit risico is ongewijzigd en het risico zal nog de gehele contractduur (tot 1 januari 2026) voortbestaan. Voor de uitbesteding vanaf 1 januari 2026 is met het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ op 24 maart 2025 ingestemd door het Algemeen Bestuur. Hiermee wordt dit risico vanaf 2026 weggenomen. Actueel risico (2025): € 21.000 Risico 4: Optimalisatie werkomstandigheden toezicht- en handhavingsuitvoering De Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) heeft een rapport opgeleverd, het plan van aanpak is opgesteld. De focus ligt op het doorlopend optimaliseren van de werkomstandigheden en de RI&E en bijbehorende plan van aanpak is daar een belangrijk middel voor. De acties voortvloeiend uit het plan van aanpak worden in 2024 e.v. uitgevoerd c.q. geïmplementeerd.
Actueel risico (2025 e.v.): € 10.000 Risico 5: Inrichting van de huisvesting niet optimaal De combinatie van thuiswerken en werken op locatie (hybride werken) is verder toegenomen. Fysiek en virtueel ontmoeten en overleggen vinden gecombineerd plaats. Onze huisvestingsstrategie pasten we op dit onderdeel al aan. Een plan van aanpak voor hybride werken inclusief de beoordeling van de risico’s nemen we mee in de verdere uitwerking. Voor de korte termijn voorzien we risico’s op het gebied van kantoor- en thuiswerkfaciliteiten en de inrichting van de huisvesting is niet optimaal. Actueel risico (2025): € 15.000
20
WEERSTANDSCAPACITEIT VAN RUD ZEELAND Het weerstandsvermogen; de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit, geeft de mate aan waarin de organisatie financiële tegenvallers kan opvangen. De kwalificatie van de verschillende ratioklassen is als volgt: Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Beoordeling Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. Overigens heeft het IBP-VTH in het kader van robuuste omgevingsdiensten bepaald, dat de ratio tenminste 0,8 dient te bedragen. Met ons eigen beleid onderschrijven we dit en doen we nog een stapje extra. De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de aanwezige (incidentele en structurele) weerstandscapaciteit geeft het volgende beeld: (in EUR, afgerond op duizendtallen)
2025
2026
2027
2028
2029
Totaal benodigde weerstandscapaciteit: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit:
628.000 949.000
338.000 1.112.000
339.000 1.112.000
339.000 1.112.000
340.000 1.112.000
Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit: Algemene reserve Bestemmingsreserve Structureel beschikbare weerstandscapaciteit: Onvoorzien Aanvullende bijdragen deelnemers
771.000 577.000 194.000 178.000 178.000 P.M.
771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.
771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.
771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.
771.000 577.000 194.000 341.000 341.000 P.M.
1,51
3,29 1,57
3,28
3,28
3,27
Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig ultimo jaar - cumulatief ultimo 2026 tot en met 2029
Het werkelijke weerstandsvermogen bedraagt dus voor het begrotingsjaar 2026 enkelvoudig 3,29 en cumulatief (voor de jaren 2026 tot en met 2029) 1,57. De ratio ligt boven het niveau van het beleidsdoel (RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4). De ontwikkelingen naar een robuuste RUD Zeeland voor 2027 zal nog een kleine invloed hebben op de risico’s en de weerstandscapaciteit. Op basis van deze ontwikkelingen wordt de paragraaf tegen die tijd geactualiseerd.
KENGETALLEN In het BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De begrote structurele lasten zijn in evenwicht met de begrote structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing.
21
Omschrijving Solvabiliteit
Laatst vastgestelde Jaarrekening 2023 31%
Concept Jaarrekening
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2024 10%
2025 13%
2026 13%
2027 13%
2028 13%
2029 13%
Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal. Een ratio van minimaal 20% wordt als voldoende geacht.
8.4 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) van kracht geworden. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo legt meer nadruk op actieve openbaarheid: overheden zijn voortaan vaker verplicht informatie uit eigen beweging openbaar te maken. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden. Wij zetten met juristen en de werkgroep Woo in op het volledig en tijdig implementeren van de Woo. Het beleid van RUD Zeeland is dat wij uiteraard die onderdelen van de wet die zijn ingegaan, uitvoeren. In het plan van aanpak ‘Samen naar een robuuste RUD’ is voorzien in twee collega’s die zich bezig gaan houden met Woo- en BIBOBverzoeken. Deze uitbreiding is noodzakelijk vanwege het toenemende aantal omvangrijke Woo verzoeken. Een goed proces hoe zorgvuldig en efficiënt om te gaan met de aanvragen draagt bij aan transparantie. Beleid en het aanwijzen van de wettelijk verplichte contactpersonen zorgen voor een goede inbedding in de organisatie.
22
9 FINANCIËLE ONTWERPBEGROTING In onderstaande financiële ontwerpbegroting staan alle lasten en baten naar kostensoort op basis van de begroting 2025 na de eerste wijziging, aangevuld met de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’. Daarnaast zijn de extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 opgenomen, gebaseerd op het ABvoorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur.
ONTWIKKELING FINANCIËN • Consolideren begrotingssystematiek Op 4 december 2023 stemde het Algemeen Bestuur in om de consolidatie van de begrotingssystematiek, voor zover het gevolgen van de invoering van de Omgevingswet betreft, te verlengen totdat er een nieuwe begrotingssystematiek is. Met de komst van de Omgevingswet staan we voor een aantal grote veranderingen. Voor diverse onderwerpen verschuiven bevoegdheden en financiën van provincie naar gemeenten, zoals zelfstandige waterzuiveringen en het op of in de bodem brengen van afvalstoffen. Ook spreken we vanaf 2024 niet meer over inrichtingen maar over milieubelastende activiteiten. En omdat de ontwerpbegroting 2026 is gebaseerd op ‘inrichtingen’, kan dit een grote impact op de begrotingssystematiek hebben. •
Overzicht baten en lasten naar kostensoort 2025 begroot, incl. 1e wijziging
2026 begroot
2027 begroot
2028 begroot
2029 begroot
14.664 20 2.905 178
16.871 21 5.599 341
17.558 21 5.381 341
18.141 21 5.396 341
18.743 22 5.388 341
17.767
22.832
23.302
23.900
24.495
17.244 27 21 475
22.787 28 17 -
23.263 28 11 -
23.865 29 6 -
24.464 30 -
Totaal baten
17.767
22.832
23.302
23.900
24.495
Resultaat
-
-
-
-
-
Omschrijving (bedragen * € 1.000) 1 Lasten a Personele lasten b Personeel van derden c Overige kosten d Onvoorzien Totaal lasten 2 Baten a Algemene bijdrage deelnemers b Materieel budget bijdrage deelnemers c BTW-compensatie Waterschap Scheldestromen d Frictiekostenvergoeding BRZO e Onttrekkingen reserves f Subsidies
23
TOELICHTING OP 1. LASTEN NAAR KOSTENSOORT: 1a. Personele lasten Personele lasten (bedragen * € 1.000) Salarissen en sociale lasten Reis-en verblijfkosten Opleidingskosten Opleidingskosten (POB) Incidentele prestatiebeloning Terugontvangst kosten Totaal lasten
2025 begroot, incl. 1e wijziging 13.884 536 188 41 32 -17
2026 begroot
2027 begroot
2028 begroot
2029 begroot
15.965 622 226 43 32 -18
16.633 635 231 44 33 -18
17.195 649 236 45 34 -19
17.777 664 242 46 34 -19
14.664
16.871
17.558
18.141
18.743
In 2026 zijn met name de personele lasten t.o.v. het voorgaande jaar flink gestegen door de functies die op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 uit het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland’ zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2026.
1b. Personeel van derden Voor inhuur voor het programma Milieu is structureel een bedrag begroot; voor 2026 is dit bedrag € 21.000. De overige inhuur die gedurende het jaar dient plaats te vinden wordt gedekt uit de middelen die vrijvallen op basis van de vacatureruimte.
1c. Overige kosten Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Organisatie kosten Huur onroerende zaken Geo-diensten Milieuklachtenlijn Overige directe kosten Accountantskosten Ondernemingsraad Totaal overige kosten
2025 begroot, incl. 1e wijziging 1.861 246 61 55 51 26 9 2.310
2026 begroot
2027 begroot
2028 begroot
2029 begroot
5.010 377 64 58 54 27 10 5.599
4.780 386 65 59 55 27 10 5.381
4.781 394 67 60 56 28 10 5.396
4.759 403 68 61 58 28 10 5.388
In 2026 zijn de organisatie kosten ten opzichte van het voorgaande jaar flink gestegen door met name de hogere kosten voor dienstverlening en huisvesting vanaf 2026.
1d. Onvoorzien Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers niet kunnen opvangen, nemen we in de ontwerpbegroting een post onvoorzien op. De directeur van RUD Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. RUD Zeeland informeert het Dagelijks en Algemeen Bestuur over besluiten ten laste van onvoorzien.
24
TOELICHTING OP 2. BATEN NAAR KOSTENSOORT: 2a. Algemene bijdrage deelnemers en 2b. Materieel budget bijdrage deelnemers Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, bedraagt de begrote deelnemersbijdrage (inclusief materieel budget) voor 2026 € 22,8 miljoen. Het begrote materiële budget zijn de verwachte externe kosten voor de bemonstering van indirecte lozingen. Onderstaande tabel geeft het verloop van de deelnemersbijdrage 2026 ten opzichte van de begroting 2025, na eerste wijziging weer: Bedrag Omschrijving (x € 1000) Deelnemersbijdrage 2025 na 1e wijziging Hogere kosten dienstverlening structureel Hogere kosten dienstverlening incidenteel Ingroeimodel robuuste RUD - inhaalslag jaarschijf 2025 en jaarschijf 2026 Structureel i.p.v. incidenteel dekken basistaak Energie Actualisatie bedrijvenbestand per 01-04-2024 Inflatiecorrectie Deelnemersbijdrage 2026
17.270 1.840 590 1.900 475 50 690 22.815
2c. Bijdrage Waterschap in schaalnadeel overhead Op basis van de Memo: Financieel effect uittreding Waterschap per 1-1-2024 (geagendeerd in het algemeen bestuur van 31 augustus 2023) heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de uittreding van Waterschap Scheldestromen. Het waterschap compenseert het schaalnadeel op overhead dat door de uittreding is ontstaan over een periode van vijf jaar, aflopend op basis van volgend overeengekomen schema: Jaar Bedrag
2024 € 26.000
2025 € 21.000
2026 € 17.000
2027 € 11.000
2028 € 6.000
JAARREKENING RESULTAAT 2023 Op basis van de VZG ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ nemen we in de ontwerpbegroting een analyse op van de laatst vastgestelde jaarrekening (2023) en het effect hiervan op de ontwerpbegroting. Zo ontstaat er inzicht in de actuele financiële positie.
Saldo jaarrekening Over het jaar 2023 realiseerden we een negatief resultaat van € 753.000. Dit resultaat is als volgt gespecificeerd:
25
Er zijn geen directe aanpassingen in de ontwerpbegroting 2026 als gevolg van (structurele) effecten gepresenteerd in jaarstukken 2023. Oorzaak hiervan is dat de basis grotendeels is gebaseerd op de P*Q-systematiek. Daar waar er in 2023, 2024 en 2025 sprake is geweest van structurele effecten dan zijn deze verwerkt in de verschillende begrotingswijzigingen die in de afgelopen jaren zijn voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. De ontwerpbegroting 2026 borduurt voort op de begroting van 2025 na 1e wijziging, aangevuld met de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 (en verdere jaren) zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland”. Daarnaast zijn de extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel “dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026” waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur. Tot slot is de warme overdracht bodem (verschuiving bevoegd gezag van provincie naar gemeenten) en de overheveling van de bedrijven die na de invoering van de omgevingswet onder de basistaken vallen en die nog niet waren overgedragen aan de RUD verwerkt in de ontwerpbegroting 2026.
Hiermee zijn alle structurele effecten die zich in voorgaande jaren hebben voorgedaan meegenomen in de voorliggende ontwerpbegroting 2026.
OVERZICHT VAN INCIDENTELE LASTEN EN BATEN 2026 Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van ‘materieel evenwicht’. Materieel evenwicht, of een reëel sluitende begroting, is een belangrijk uitgangspunt. De term materieel evenwicht houdt in dat de begroting voldoet aan bepaalde eisen. De belangrijkste daarvan is dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Voor het begrip ‘incidenteel’ moet gedacht worden aan lasten en baten die zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen (art.19 BBV). In de ontwerpbegroting 2026 is over de jaren 2026 tot en met 2028 sprake van incidentele lasten die samenhangen met de nieuwe dienstverlening door de provincie Zeeland vanaf 1 januari 2026. Deze incidentele lasten worden gedekt door de deelnemersbijdrage die in deze jaren hier tegenover staat. Vanaf 2029 is er geen sprake meer van incidentele lasten en baten. In de ontwerpbegroting 2026 zijn de volgende incidentele lasten of baten geraamd over de jaren 2026 t/m 2028: Overzicht incidentele lasten en baten Incidentele lasten (x € 1.000) Dienstverlening provincie Zeeland 2026