CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

onderzoek participatiewet rapport DEF

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot overnemen van de aanbevelingen van het Rapport van de Rekenkamercommissie Hulst Terneuzen 'Wel of geen beperking' , uitvoering van de participatiewet in Hulst en Terneuzen14.732 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het deelbudget “Wajong nieuw” verdubbelt ruim voor beide gemeenten samen van 2017 naar 2024 van € 66.639 naar € 137.984. Ook hier blijkt de doelstelling uit de Participatiewet om meer mensen aan het werk te krijgen uit de stijging van het deelbudget “Wajong nieuw” Voor Hulst stijgt de omvang van dit deelbudget van € 19.201 in 2017 naar € 39.758 per jaar in 2024. Voor Terneuzen stijgt de omvang van dit deelbudget van € 47.438 in 2017 naar € 98.226 per jaar in 2024. Deelbudget BUIG Het verloop van het deelbudget BUIG wordt als volgt weergegeven:

Tabel 11: Deelbudget BUIG Jaar Hulst 2017 4.864.152 2018 5.122.339 2019 4.984.017 2020 5.327.715 2021 5.323.670 2022 5.323.670 2023 5.323.670 2024 5.323.670

Terneuzen 15.161.697 15.258.592 14.411.000 16.941.605 16.551.796 16.551.796 16.551.796 16.551.796

Totaal 20.025.849 20.380.931 19.395.017 22.269.320 21.875.466 21.875.466 21.875.466 21.875.466

In deze tabel is het BUIG-budget gefixeerd op het bedrag van 2021. Het is nu echter al duidelijk geworden dat het BUIG-budget zal wijzigen.

32

HOOFDSTUK 6

‘GOVERNANCE’

In dit hoofdstuk zal nader worden ingegaan op het (brede) begrip ‘governance’, verbonden partijen, Gemeenschappelijke Regeling (GR), alsmede de betrokkenheid van de gemeenteraden van Hulst en van Terneuzen. 6.1. ‘Governance’ ‘Governance’ is de handeling of de wijze van besturen, de gedragscode en het toezicht op organisaties. ‘Government governance’ (ook wel ‘public governance’ genoemd) is de Engelse term voor bestuur door de overheid. Het is hiermee de tegenhanger van ‘corporate governance’: bestuur in de private sector. Onder ‘government governance’ wordt verstaan het sturen en beheersen van overheidsorganisaties en door de overheid in het leven geroepen organisaties, de verantwoording die daarover wordt afgelegd en het toezicht dat daarop wordt uitgeoefend ten behoeve van de belanghebbenden. Het begrip ziet in de eerste plaats op de bedrijfsvoering van die organisaties en komt voort uit de noodzaak om verantwoording af te leggen, c.q. toezicht te houden over de uitvoering van publiek (met belastinggeld) gefinancierde (overheids)taken.

Het is daarmee onderdeel van het bredere begrip goed openbaar bestuur dat niet alleen toeziet op een (doelmatige en doeltreffende) bedrijfsvoering, maar ook op rechtmatigheid en het hanteren van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en op democratische principes als het nemen van maatregelen op basis van overleg en draagvlak, openheid en transparantie. In de volgende tabel worden de begrippen ‘government governance’ en ‘corporate governance’ vergeleken.

33

Tabel 12: ‘Government governance’ versus ‘Corporate governance’

Belangrijke verschillen tussen ‘government governance’ en ‘corporate governance’

‘Government governance’

‘Corporate governance’

Allocatie van goederen en diensten

politieke besluitvorming

markt

Doelstellingen

maatschappelijk

• • •

Aard van de doelstellingen

niet altijd tastbaar; kwalitatief; veranderlijk

helder; kwantitatief; vast

Randvoorwaarden

• • • • • • • •

maatschappelijke factoren

Gerichtheid toezicht

voorschriften, structuren, processen gericht op het operationaliseren van doelstellingen

doelstellingen

Gerichtheid bestuurders

‘plan and do’

‘check and action’

rechtmatigheid efficiency effectiviteit tijdigheid integriteit doorzichtigheid uitvoerbaarheid controleerbaarheid

winstmaximalisatie waarde onderneming continuïteit

34

6.2

Verbonden partijen

Een gemeente kan taken op verschillende manieren (laten) uitvoeren: zelf doen, uitbesteden of samenwerken met andere gemeenten. Als een gemeente besluit te gaan samenwerken, zal ze daarvoor samen met één of meer andere gemeenten een verbonden partij aangaan. Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin een gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Deze rechtspersonen kunnen verschillende juridische vormen hebben, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling (GR), vennootschap of stichting. In deze rapportage zal alleen nader worden ingegaan op de gemeenschappelijke regeling.

6.3

Gemeenschappelijke Regeling

Een gemeenschappelijke regeling is een publiekrechtelijke vorm van samenwerking, die is geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Een GR heeft een eigen rechtspersoonlijkheid, wat betekent dat het op eigen titel rechtshandelingen kan verrichten. Dit kan omdat de gemeentelijke bevoegdheden, op basis waarvan de organisatie handelt, door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen aan het algemeen bestuur (AB) van de GR. Het AB is daarmee verantwoordelijk. Als er ook raadsbevoegdheden worden overgedragen kunnen ook raadsleden in het AB zitten. Het dagelijks bestuur wordt gekozen uit leden van het AB en is verantwoordelijk voor de uitvoering van besluiten van het AB. Het DB legt verantwoording af aan het AB en dus niet aan de raad van de betrokken gemeente, hoewel dat in de praktijk wel gebeurt (Berenschot). Bij een GR met raadsbevoegdheden legt het lid verantwoording af aan zijn college, die op zijn beurt verantwoording aflegt aan de Raad, zodat de Raad altijd een verantwoordelijkheidsrelatie heeft met het lid in het AB. Een GR heeft een eigen begroting. Het budgetrecht ligt bij het AB. Als een gemeenteraad wil bijsturen op de begroting dan kan dat via een z.g. wettelijke zienswijzeprocedure. In de wet op de gemeenschappelijke regelingen is geregeld dat dat de Raad ontwerpbegroting, begrotingswijzigingen, kadernota en voorlopige jaarrekening van de GR tijdig krijgt.

6.4

Betrokkenheid Raden

Uit de meeste interviews blijkt dat gemeenteraadsleden vaak het gevoel hebben te weinig grip te hebben op een GR. Ook in Hulst en Terneuzen is dat het geval m.b.t. de GR Dethon. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke formele middelen raadsleden hebben met betrekking tot informatievoorziening, verantwoording en sturing. Informatievoorziening De Raad kan op de volgende wijzen structureel op de hoogte worden gehouden van het functioneren van een GR • Kadernota GR: • Jaarverslag: vóór 15 april van elk jaar moet een voorlopige jaarrekening aan de Raden worden verstuurd; • Ontwerp-begroting: de begroting moet door het DB worden gezonden, voordat deze wordt vastgesteld (de begroting dient vóór 1 augustus bij de toezichthouder te zijn. De vaststellingsprocedure moet hiervoor zijn afgerond.; • Jaarrekening; • Jaarverslag gemeente. In een dergelijk jaarverslag is een paragraaf “Verbonden partijen” opgenomen. In een dergelijke paragraaf wordt verantwoording afgelegd over de betreffende GR;

35

•

Raadscommissie verbonden partijen. De raad kan bijzondere raadscommissies instellen, die toezien op de sturing en controle van een GR.

Incidenteel kan een raad aan informatie komen met het instrument informatierecht , zowel richting college als van het AB- en DB-lid. Formeel zijn er daarnaast ook nog de instrumenten Rekenkamerfunctie en Onderzoekscommissie. Het verstrekken van inhoudelijke informatie aan de Raad als geheel, dan wel raadsfracties of -leden is geregeld in art. 169 van de Gemeentewet: 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 4. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in art. 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 5. In dien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in art.

160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit. Verantwoording Raadsleden hebben bij een GR niet de mogelijkheid om het AB, het DB of zijn leden van een GR ter verantwoording te roepen. Wel hebben zij de volgende instrumenten: • Vragen aan het lid van het AB: de Raad kan het betrokken lid ter verantwoording roepen over wat dat lid in de GR heeft gedaan; • Vragen aan Collegeleden: de Raad kan het College ter verantwoording roepen over de wijze waarop de overgedragen bevoegdheden zijn uitgevoerd of hoe het college hierop heeft toegezien. Het z.g. recht op interpellatie is een recht om het college te bevragen over een onderwerp dat niet op de agenda van de raadsvergadering staat. Sturing De Gemeenteraad is het hoogste orgaan in een gemeente en is eindverantwoordelijk voor de kaderstelling binnen de gemeente, Hiertoe heeft de Raad verordenende bevoegdheden en het z.g. budgetrecht. De kaders zijn richtlijn voor het College van B&W, maar zijn ook de grondslag voor de controlerende taak van de Raad. Voor het bijsturen van een GR heeft de Raad de volgende instrumenten: • Zienswijzeprocedure: de Raad kan m.b.t.

de begroting zienswijzen indienen; • Gemeentelijke begroting; de Raad kan financiële kaders meegeven; • Moties; • Verordenende bevoegdheid: de Raad kan een verordening vaststellen, die bindend is voor het College; • Beleidsregels; de Raad kan beleidsregels opstellen, die bindend zijn voor de GR; • Ontslagrecht t.a.v. AB-/DB-lid: een lid van het AB of het DB kan worden ontslagen als er geen vertrouwen meer is in zijn/haar functioneren; • Ontslagrecht wethouder: een wethouder kan worden ontslagen als er geen vertrouwen meer is; • Wijziging van een GR; hiertoe is wel besluitvorming van alle deelnemers nodig • Uittreden van een GR of zelfs opheffing.

36

Gemeentewet In artikel 27 van de Gemeentewet staat aangegeven dat leden van de gemeenteraad stemmen zonder last, wat inhoudt dat aan volksvertegenwoordigers niet mag worden opgedragen in een stemming een bepaald standpunt in te nemen. De vertegenwoordiger moet op basis van eigen inzicht en overtuiging een oordeel vellen. In artikel 28 van genoemde wet is (in lid 1 a) geregeld dat een lid van de raad niet deel neemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. Uit de gehouden interviews is duidelijk geworden dat dit niet bij iedereen bekend is.

37

6.5.

VZG-advies Gemeenschappelijke regelingen

Goed besturen heeft te maken met processen, beleid, wetten en regels. Voor goed besturen is het van belang dat er een duidelijke rolverdeling is geformuleerd en welke doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. In 2015 heeft de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) het advies: “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen” opgesteld. In dit rapport is aangegeven dat het bij goed besturen van een GR gaat om de volgende vier onderdelen: a. Sturen; b. Beheersen; c. Verantwoorden; d. Toezicht houden. Deze vier onderdelen staan niet los van elkaar. Ze vormen een cyclus, die schematisch als volgt kan worden weergegeven: Figuur 13: Cyclus besturen

Sturen

Toezicht houden

GR

Beheersen

Verantwoorden

Het VZG-rapport heeft als doel om de onderlinge samenwerking tussen opdrachtgever (gemeente) en opdrachtnemer (gemeenschappelijke regeling) te verbeteren en geeft antwoord op de volgende drie vragen: 1. 2. 3.

Hoe kunnen de gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen tot een goede samenwerking komen? Hoe kan de gemeenteraad grip krijgen en houden op de gemeenschappelijke regelingen? Hoe houdt de gemeenteraad voldoende invloed op de taken die gemeenschappelijke regelingen uitvoeren? Hiervoor worden in het kader van goed besturen aanbevelingen gedaan.

Er zijn aanbevelingen voor gemeenschappelijke regelingen, voor gemeenten en voor het VZG-bestuur. De aanbevelingen zijn verdeeld over de onderdelen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht. In het rapport worden de volgende aanbevelingen gedaan (overgenomen zijn die aanbevelingen, die voor dit onderzoek relevant zijn):

38

Sturen Aanbeveling Maak jaarlijks samenwerkingsafspraken en begin met een zogenaamde nulsituatie Werk met een meerjarig beleidsplan Beheersen Begroting Aanbeveling Maak een begroting en meerjarenraming op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Neem in de begroting een analyse op van de laatst vastgestelde jaarrekening en het effect hiervan op de begroting Neem in de begroting en in de meerjarenraming de bijdragen van de deelnemers op Begrotingswijziging Aanbeveling Stel een begrotingswijziging op als: - er sprake is van een belangrijke beleidswijziging en/of het betreffende programma niet toereikend is; - de bijdrage van de deelnemers omhoog moet; - de bijdrage van de deelnemers in het begrotingsjaar niet omhoog moet, maar de wijziging wel tot gevolg heeft dat de structurele lasten in de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren omhoog gaan en daardoor tot hogere bijdragen leiden voor de deelnemers; - er een onttrekking of toevoeging aan een reserve nodig is Tussentijdse rapportage Aanbeveling Stel een tussentijdse rapportage op als: - er belangrijke afwijkingen zijn ten opzichte van de samenwerkingsafspraken; - er belangrijke (financiële) ontwikkelingen zijn, die voor de opdrachtgever relevant zijn Stel geen tussentijdse rapportage op als er geen ontwikkelingen zijn Informatieplicht Aanbeveling Neem op de raadsagenda het

punt 'informatie uit gemeenschappelijke regelingen' op. Werk met GR-nieuwsbrieven aan de gemeenteraad. Organiseer (regionale) bijeenkomsten voor raadsleden Begeleidingscommissie Aanbeveling Stel voor de gemeenschappelijke regeling uit de categorie 1 en 2 een ambtelijke begeleidingscommissie in (Dethon valt onder categorie 1)

39

Verantwoorden Jaarstukken Aanbeveling Stel op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) de jaarstukken op Voeg bij de jaarstukken de controleverklaring en het verslag van bevindingen Maak een analyse van het resultaat, met daarin een onderscheid tussen het structurele en het incidentele resultaat Vermeld of de afgesproken prestatie-indicatoren wel of niet behaald zijn Vermeld de financiële bijdrage per deelnemende gemeente Toezicht houden Aanbeveling Maak afspraken over reservevorming in relatie tot het rekeningresultaat Laat de bestemming van het rekeningresultaat geen deel uitmaken van de jaarstukken, maar maak daarvoor een apart voorstel.

40

HOOFDSTUK 7

RESULTATEN ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de resultaten van dit onderzoek weergegeven, gericht op beleid, financiën en betrokkenheid Raden. Dit betreft zowel de opgedane bevindingen (7.1) als conclusies (7.2). 7.1

Bevindingen

Beleid De gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen zijn in staat gebleken om een gezamenlijke visie op te stellen voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze visie is vastgelegd in het rapport “Samenwerken aan Talent!” uit 2017. Met name de besluitvorming in Terneuzen over de organisatiestructuur van Dethon heeft de nodige tijd gevergd. Ondanks de tijd die was gemoeid met die noodzakelijke besluitvorming, heeft dit de onderlinge samenwerking tussen de Zeeuws-Vlaamse gemeenten niet in de weg gestaan. Uit de verschillende interviews is naar voren gekomen dat - ondanks onderlinge verschillen in cultuur van de Zeeuws-Vlaamse gemeenten - de bestuurlijke samenwerking heel constructief verloopt. De gemeente Hulst heeft aangegeven bereid te zijn om hun eigen beleid aan te passen, wanneer dit leidt tot meer uniforme afspraken tussen de Zeeuws-Vlaamse gemeenten op het terrein van het Sociaal Domein. Deze uitspraak is gedaan in een interview met de betrokken wethouder in het kader van het onderzoek door de gemeente Terneuzen door BMC naar de positionering van WSP. Als de resultaten van dit onderzoek met de gemeente Hulst worden gedeeld, dan is deze gemeente hiertoe bereid. Totaalbudget Participatiewet De komende jaren is een lichte daling van het totaalbudget voor de uitvoering van de Participatiewet te verwachten. De grootste verschillen doen zich voor in de verschillende deelbudgetten.

Het totaalbudget voor Hulst en Terneuzen voor de uitvoering van de Participatiewet daalt van 2017 tot 2024 met een bedrag van € 938.000,= (zie tabel 6, hoofdstuk 5.2). Voor Hulst daalt de omvang van het totaalbudget van ruim € 9,4 miljoen in 2017 naar € 8,8 miljoen per jaar in 2024. Voor Terneuzen stijgt de omvang van het totaalbudget van € 26,4 miljoen naar € 26,7 miljoen per jaar in 2024. Omvang deelbudget Wsw-oud Door de forse daling van het deelbudget Wsw-oud zal in de toekomst de bijdrage aan Dethon sterk dalen. Voor Hulst daalt de omvang van dit deelbudget van ruim € 4 miljoen in 2017 naar ruim € 3,3 miljoen per jaar in 2024. Voor Terneuzen daalt de omvang van dit deelbudget van € 9,5 miljoen in 2017 naar € 7,8 miljoen per jaar in 2024 (zie tabel 7, hoofdstuk 5.2). Kosten re-integratie Het is niet goed mogelijk om de kosten van re-integratie met andere gemeenten te vergelijken. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hier onderzoek naar laten verrichten. Uit dit onderzoek (“Onderzoek re-integratiekosten nieuwe doelgroep Participatiewet”, Berenschot april 2020) komt naar voren dat er op dit moment niet één bedrag per persoon aanwezig is, dat de reintegratiekosten bij gemeenten goed weergeeft.

De Staatssecretaris heeft de Tweede Kamer toegezegd hier vervolgonderzoek naar te laten verrichten (brief 9 juni 2020), zodat een completer beeld ontstaat van de re-integratiekosten van gemeenten.

41

Dethon In de gehouden interviews is naar voren gekomen dat het aanbeveling zou verdienen om voor Dethon een Raad van Toezichtmodel te introduceren, met name om kwetsbaarheid van verkiezingen te vermijden. Ook is de NV-structuur genoemd. In hoofdstuk 7.3 (Aanbevelingen) wordt nader op deze bevinding ingegaan. Betrokkenheid Raad/aansturing Dethon Zowel de gemeente Hulst als de gemeente Terneuzen hebben het VZG-rapport “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen” onderschreven. Zowel de gemeenten Hulst als Terneuzen hebben een aantal aanbevelingen van het VZG-rapport overgenomen. Inmiddels zijn er verschillende adviezen geïmplementeerd (voorschriften begroting en meerjarenraming, GR-nieuwsbrieven, Regionale bijeenkomsten voor Raadsleden, begeleidingscommissie voor Dethon en spelregels voor jaarstukken). Betrokkenheid Raad/aansturing Dethon Als gevolg van het transformatieproces van Dethon is uitstel verleend aan de GR m.b.t. het opstellen van begrotingswijzigingen. Het betreft hier met name de aanbevelingen m.b.t. het onderdeel “Begrotingswijziging van het VZGrapport , dat in hoofdstuk 4.6 is beschreven. Het advies m.b.t.

begrotingswijzigingen is als volgt verwoord: Stel een begrotingswijziging op als: er sprake is van een belangrijke beleidswijziging en/of het betreffende programma niet toereikend is; de bijdrage van de deelnemers omhoog moet; de bijdrage van de deelnemers in het begrotingsjaar niet omhoog moet, maar de wijziging wel tot gevolg heeft dat de structurele lasten in de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren omhoog gaan en daardoor tot hogere bijdragen leiden voor de deelnemers; er een onttrekking of toevoeging aan een reserve nodig is. Niet alle formele instrumenten voor raadsleden worden in de praktijk benut In hoofdstuk 6.4 zijn de instrumenten weergegeven, die raadsleden ter beschikking hebben. Het recht van interpellatie is voor wat betreft de GR Dethon b.v. niet toegepast. Raadsleden geven aan onvoldoende grip te hebben op de uitvoeringsorganisatie Dethon. Uit de gehouden interviews (in mindere mate van de raadsleden, die in het AB zitten) is dit beeld naar voren gekomen. Overigens is dit beeld ook voor andere GR-en te schetsen. De informatieverstrekking vanuit de GR Dethon richting Raad is niet optimaal omdat de agenda’s van de AB-vergaderingen en die van de functionele commissies niet op elkaar zijn afgestemd.

Uit een van de interviews is naar voren gekomen dat (in Terneuzen) veelal de AB-vergaderingen plaatsvinden direct na de commissievergadering, waardoor relevante informatie niet kan worden verstrekt.

42

7.2

Conclusies

In dit hoofdstuk worden de conclusies uit dit onderzoek geformuleerd. Deze conclusies geven antwoord op de geformuleerde onderzoeksvraag en de daarbij behorende deelvragen (zie pag. 5). Volledigheidshalve worden deze deelvragen nogmaals weergegeven: 1. Welke beleidsdoelen zijn er in Hulst en Terneuzen voor de uitvoering van de Participatiewet geformuleerd? 2. Welk budget hebben de gemeenten Hulst en Terneuzen beschikbaar voor de uitvoering van de Participatiewet? 3. Hoe is de uitvoeringsorganisatie voor beide gemeenten vorm gegeven? 4. Op welke wijze bepaalt de uitvoeringsorganisatie (Dethon) de effectiviteit van zijn inspanningen/werkzaamheden? 5. Hoe worden de gemeenteraden van Hulst en Terneuzen over de uitvoering van de Participatiewet betrokken? Beleid (deelvraag 1) De door de Zeeuws-Vlaamse gemeenten vastgelegde gezamenlijke visie voor de uitvoering van de Participatiewet is nog steeds uitgangspunt van beleid. Deze visie is vastgelegd in het rapport “Samenwerken aan Talent!” uit 2017. De geformuleerde beleidsdoelen zijn in hoofdstuk 3.3 weergegeven. Budgetten (deelvraag 2) Voor beide gemeenten tezamen is de verwachting dat er lichte daling van het totaalbudget voor de uitvoering van de participatiewet zal optreden. Voor Terneuzen treedt er een stijging op en voor Hulst een daling.

Zoals in hoofdstuk 5 is aangegeven, zal het totale participatiebudget budget voor Hulst en Terneuzen samen ongeveer gelijk blijven € 35,8 miljoen in 2017 als zowel € 35,8 miljoen in 2024. Hulst daalt van € 9,4 miljoen naar € 9,0 miljoen en Terneuzen stijgt van € 26,4 naar 26,7 miljoen. De forse daling van het deelbudget “WSW oud” zal een grote financiële opgave voor zowel Dethon als voor beide gemeenten betekenen. Zoals in het onderdeel “Bevindingen” is aangegeven daalt het deelbudget “WSW-oud” voor beide gemeenten van 13,6 miljoen in 2017 naar € 11,1 miljoen in 2024. Omdat dit bedrag rechtstreeks naar Dethon gaat, geeft dit een forse financiële opgave voor Dethon en dus voor de Zeeuws-Vlaamse gemeenten. De daling voor Hulst is van € 4,1 naar € 3,3 miljoen en voor Terneuzen van € 9,5 naar € 7,8 miljoen. De Zeeuws-Vlaamse gemeenten zullen zich hieromtrent samen met Dethon op dienen te beraden. De ontwikkeling van het deelbudget “BUIG” is onzeker en is hiermee risicovol. Dit deelbudget is in de aangegeven prognose gefixeerd op het niveau van 2021. De verwachting is dat dit budget zal dalen, waardoor de daling van het totaalbudget groter zal zijn dan in tabel 11 van hoofdstuk 5.2. is aangegeven. Omdat het aandeel van het deelbudget BUIG fors is, ligt hier een fors financieel risico.

Uitvoeringsorganisatie Participatiewet (deelvraag 3) Beide gemeenten voeren het door de Zeeuws-Vlaamse gemeenten opgestelde beleid uit. Er zijn geen fundamentele verschillen in de uitvoering tussen de gemeenten Hulst en Terneuzen. Zoals eerder is aangegeven, is het beleid vastgelegd in het rapport “Samenwerken aan talent” uit 2017. Eén verschil in de uitvoering is wel het feit dat de gemeente Hulst niet participeert in WSP. De reden hiervoor is gelegen in de verschillen in schaalgrootte en dus ook de omvang (en wellicht de samenstelling) van de doelgroep, die in Terneuzen groter is.

43

Dethon (deelvraag 3) De Zeeuws-Vlaamse gemeenten hebben Dethon omgevormd naar een arbeidsontwikkelbedrijf, waarin omzet niet meer centraal staat, maar het ontwikkelen van kandidaten het centrale beleidsuitgangspunt is. Dethon heeft een eerste professionaliseringsslag gemaakt m.b.t. het leveren van transparantie en de communicatie richting gemeenteraden. Als voorbeelden hiervan kunnen genoemd worden de Kaderbrief 2020 en de bijbehorende rapportage hierop van juni 2020. In genoemde Kaderbrief zijn heldere doelstellingen geformuleerd. Tevens is inmiddels een communicatiemedewerker aangetrokken om de communicatie verder te professionaliseren. Meerjarenraming Dethon De eerste rapportages van Dethon laten voor de langere termijn (tot 2024) een verbetering zien van de financiële resultaten van Dethon en daarmee dus ook een verlaging van de gemeentelijke bijdragen van Hulst en Terneuzen. Hiermee lijken de juiste keuzes voor Dethon te zijn gemaakt. (N.B. Door de Coronacrisis kan dit beeld wijzigen). Uiteraard zijn dit prognoses, die nog wel dienen te worden gerealiseerd. Zoals eerder in deze rapportage aangegeven, worden nationaal gezien sociale werkbedrijven (en dus ook Dethon) financieel getroffen door de Coronacrisis, waardoor naar verwachting de perspectieven in negatieve zin zullen worden beïnvloed.

Effectiviteit Dethon (deelvraag 4) Zowel door het feit dat het niet goed mogelijk is om de kosten van re-integratie te vergelijken met andere gemeenten, als door het uitbreken van COVID-19 virus, kan er geen gefundeerde uitspraak worden gedaan over de effectiviteit van Dethon. Betrokkenheid gemeenteraden (deelvraag 5) Niet alle aanbevelingen uit het VZG-advies “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen” m.b.t. informatieplicht zijn volledig uitgevoerd. Een belangrijk onderdeel hierbij betreft de geformuleerde aanbevelingen m.b.t. het opstellen van begrotingswijzigingen, die tot op heden niet zijn geëffectueerd. Met het opzetten van een kaderbrief van Dethon en de daarbij periodieke rapportages zijn belangrijke stappen gezet voor een betere verantwoordingsstructuur van Dethon richting DB en AB en de betrokken Raden. Niet alle formele instrumenten m.b.t. informatievoorziening, verantwoording en sturing worden door beide gemeenteraden benut. In de interviews is naar voren gekomen dat er door verschillende raadsleden wel regelmatig vragen worden gesteld, maar dat andere geschetste instrumenten (zie hoofdstuk 6.4 b.v. het recht van interpellatie) niet of nauwelijks worden toegepast.

44

HOOFDSTUK 8

AANBEVELINGEN

8.1 Aanbevelingen In dit hoofdstuk worden aanbevelingen gegeven m.b.t. beleid, budget en aansturing van Dethon en betrokkenheid Raden. Beleid Ga door met de ingeslagen weg wat betreft de samenwerking tussen Dethon en de gemeenten. Uit diverse gesprekken is gebleken dat door de voorbereidingen van vergaderingen met de ambtelijke begeleidingscommissie en Dethon meer vertrouwen en begrip over en weer is ontstaan. Dit kan verder worden vergroot. Maak als participerende gemeenten in de GR Dethon, samen met Dethon jaarlijks een analyse van competenties van de kandidaten, aan de hand van de opgestelde werkladder. Een gezamenlijke inspanning van gemeenten en Dethon, die gericht is op het beter zicht krijgen van ontwikkelmogelijkheden van kandidaten, die nu nog in een uitkeringssituatie zitten, zal voor alle partijen direct voordeel opleveren. Uit één van de gehouden interviews werd aangegeven dat hiermee nog veel winst zou kunnen worden behaald. Deze winst bestaat enerzijds uit het besparen van uitkeringen voor beide gemeenten, maar ook een verbetering van het financieel resultaat van Dethon. Daarnaast is een belangrijk neveneffect dat kandidaten die in het arbeidsproces worden opgenomen minder beroep doen op overige regelingen van het Sociaal Domein èn eigenwaarde krijgen.

De Rekenkamercommissie adviseert om een dergelijke analyse op te stellen en deze periodiek (jaarlijks) te herhalen. Budget Wanneer de verwachte daling van budgetten voor de uitvoering van de Participatiewet zich daadwerkelijk voordoet, organiseer dan als Zeeuws-Vlaamse gemeenten een gezamenlijke lobby om te trachten dit tij te keren. De Rekenkamercommissie adviseert om als Zeeuws-Vlaamsee gemeenten gezamenlijk met Dethon de daling van het totaal budget van de Participatiewet inzichtelijk te maken en dit vervolgens onder de aandacht van VNG en Rijk te brengen. Belangrijk aandachtspunt hierbij zal dienen te zijn dat de omvang van het deelbudget BUIG in de toekomst niet verder zal mogen dalen. Een hulpmiddel hiervoor kan zijn een uitgebracht Cedris-advies en een ontwikkeld rekenmodel door Berenschot. Ook de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid monitort dit budget regelmatig en informeert de Tweede Kamer hieromtrent. Het is van belang om een dergelijk geluid voortdurend gezamenlijk te laten horen. Dethon Vraag als Zeeuws-Vlaamse gemeenten aan Dethon duidelijkheid wat betreft de termijn om te komen tot een volledig (volwassen) arbeidsontwikkelbedrijf. Voer vóór dit proces geen organisatiediscussie voor Dethon. Na duidelijkheid op een dergelijke termijn zou een evaluatie van Dethon plaats kunnen vinden. De omslag van Dethon heeft zich pas recent voltrokken.

Geadviseerd wordt om de organisatie (en de gemeenten Hulst en Terneuzen) de nodige tijd te gunnen om zich verder te kunnen ontwikkelen en hun onderlinge relatie verder uit te bouwen. Van belang is om een termijn af te spreken, waarop dit proces zal zijn afgerond. In één van de interviews is nadrukkelijk geadviseerd om te overwegen of het haalbaar is om de bestuurlijke efficiëntie en effectiviteit binnen de huidige gemeenschappelijke Regeling te vergroten door het introduceren van een Raad van Toezicht, bestaande uit deskundigen van werk- of maatschappelijke velden. Hiermee zou kwetsbaarheid van verkiezingen, waarbij zowel nieuwe AB-als DB-leden worden benoemd, worden beperkt. In een ander gehouden interview kwam het NV-model ter sprake.

45

De Rekenkamercommissie stelt voor om nu geen nieuwe discussie over een organisatiemodel van Dethon te voeren: zij is voorstander van een model, waarbij Dethon en gemeenten zo dicht mogelijk bij elkaar staan en elkaars rol ondersteunen en versterken. In meerdere interviews is aangegeven dat het onderzoek van de Rekenkamercommissie eigenlijk te vroeg plaatsvindt. De Rekenkamercommissie vindt dat Dethon de nodige tijd moet krijgen om zich “waar te maken” en adviseert dan ook om een totale evaluatie (zowel financieel als wat betreft uitstroom) op een later tijdstip te houden, wanneer er sprake is van een meer stabiele omgeving en een bepaalde mate van “volwassenheid” van Dethon . Betrokkenheid Raad/aansturing Dethon Spreek met Dethon af om de in het VZG-rapport “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen” genoemde werkwijze met betrekking tot begrotingswijzigingen op de kortst mogelijke termijn in te voeren. De bedoelde werkwijze is in het hoofdstuk “Bevindingen” weergegeven. De informatieverstrekking vanuit de GR Dethon richting Raad zal verbeterd kunnen worden als de agenda’s van de AB-vergaderingen en die van de Raadsvergaderingen (mede in relatie tot de planning- en controlcyclus van de gemeenten) beter op elkaar zijn afgestemd.

Uit een van de interviews is naar voren gekomen dat (in Terneuzen) veelal de AB-vergaderingen plaatsvinden direct na de commissievergadering, waardoor relevante informatie niet kan worden verstrekt. Bepaal als Raad op welk niveau het gewenst is om betrokken te zijn bij de GR Dethon. Organiseer als gemeenteraden hiervoor een systematiek waarbij periodiek informatie over de GR Dethon beschikbaar wordt gesteld en ga hierover met elkaar in gesprek. Een mogelijkheid voor het vergroten van de informatievoorziening is de opzet van een regionale klankbordgroep, waarin raadsleden van de betreffende GR plaatsnemen. Organiseer als betrokken Raden vervolgens periodiek regionale bijeenkomsten met betrekking tot de Participatiewet en de uitvoering daarvan. Gedacht kan hierbij worden aan om gestructureerd één of twee keer per jaar met de Raad en College over de samenwerking te spreken (voorafgaand aan de begroting en achteraf na de rekening). Hiervoor kan de rapportage op de Kaderbrief een belangrijk aanknopingspunt zijn. Een opzetten van een regionale klankbordgroep vergroot de onderlinge bestuurlijke samenwerking en betrokkenheid bij Dethon op raadsniveau in Zeeuws-Vlaanderen.

Wanneer een raadslid van oordeel is dat er te weinig informatie wordt verstrekt om een goede sturende en controlerende rol op de GR-Dethon te kunnen uitoefenen, neem hier dan geen genoegen mee en maak gebruik van de formele instrumenten op dit terrein. In hoofdstuk 6.4. staan een aantal instrumenten genoemd, die zouden kunnen worden benut. De aanbeveling om de systematiek van begrotingswijzigingen in te voeren, houdt hier ook verband mee.

46

HOOFDSTUK 9 9.1

BESTUURLIJKE REACTIES

Bestuurlijke reactie Hulst

47

48

9.2.

Bestuurlijke reactie Terneuzen

49

50

NAWOORD REKENKAMERCOMMISSIE Bij de afronding van het onderzoek werd bekend dat met name de FNV in september jl. heeft aangegeven dat er een angstcultuur bij Dethon zou heersen. Genoemde vakbond heeft de ZeeuwsVlaamse gemeenten opgeroepen om orde op zaken te stellen. Verder is er gesuggereerd dat er sprake zou zijn van financiële onregelmatigheden bij Dethon. Zoals in onderhavig rapport is aangegeven (paragraaf 1.3), is de doelstelling van dit onderzoek er op gericht om meer inzicht te verkrijgen op welke wijze de uitvoering van de Participatiewet in beide gemeenten vorm wordt gegeven. De werksfeer bij Dethon en mogelijke financiële onregelmatigheden zijn geen onderwerp van onderzoek geweest en komen derhalve in dit onderzoek niet aan de orde. In dit onderzoek is het onderwerp ‘Governance’ belicht (hoofdstuk 6) en worden hierop aanbevelingen gedaan. Na het terugtreden van wethouder Stoker van de gemeente Terneuzen, is eens en te meer duidelijk geworden hoe belangrijk dit thema is. De rekenkamercommissie heeft met belangstelling kennis genomen van de bestuurlijke reacties van de gemeenten Hulst en Terneuzen en is blij met de instemming met het rapport van beide gemeenten. De rekenkamercommissie constateert met voldoening dat beide gemeenten aangeven met de aangegeven aanbevelingen aan de slag te zijn c.q. te gaan.

De mededeling van de gemeente Terneuzen dat Dethon na de besluitvorming in rustiger vaarwater terecht is gekomen, wordt ook door de rekenkamercommissie onderschreven. Hulst geeft aan dat de gevolgen door het uitbreken van het Coronavirus COVID-19 nog niet zijn te overzien en dat dit onderwerp in de verschillende gremia geagendeerd zal moeten worden. De rekenkamercommissie ondersteunt deze lijn. Tevens hebben beide gemeenten de meest recente cijfers m.b.t. de participatiewet aangereikt (met dank aan de betrokken medewerkers van beide gemeenten). Deze nieuwe cijfers zijn in deze rapportage verwerkt (financiële tabellen hoofdstuk 5). Tevens zijn de conclusies en aanbevelingen hierop aangepast in deze versie van het rapport.

51

Bijlage 1:

Overzicht Bestuursleden Dethon

. Dhr. J. (Jurgen) Vervaet, voorzitter Dagelijks Bestuur (gemeente Terneuzen) . Dhr. A.A.V. (Adri) Totté, penningmeester Dagelijks Bestuur (gemeente Hulst) . Mw. M.J. (Marianne) Poissonnier-Dekker, secretaris Dagelijks Bestuur (gemeente Sluis) . Dhr. L. (Loek) de Beleir, lid Algemeen Bestuur (gemeente Terneuzen) . Dhr. J. (Jan) Ellen, Lid Algemeen Bestuur (gemeente Terneuzen) . Dhr. J.P. (Jean Paul) Casteleijn, plaatsvervangend lid Algemeen Bestuur (gemeente Terneuzen) . Dhr. F. (Fons) Dobbelaer, lid Algemeen Bestuur (gemeente Hulst) . Dhr. W. (Wim) Verdurmen, plaatsvervangend lid Algemeen Bestuur (gemeente Hulst) . Dhr. R. (Robert) Evers, lid Algemeen Bestuur (gemeente Sluis) . Dhr. C. (Conny) Almekinders, plaatsvervangend lid Algemeen Bestuur (gemeente Sluis)

52

BIJLAGE 2

Geïnterviewde personen

. mw. K. Hoste, gemeente Terneuzen . mw. C.M.W. de Munck, gemeente Terneuzen (wel uitgenodigd, niet gesproken) . mw. C. Nijskens - de Maat, gemeente Hulst . mw. S. Salomé, gemeente Terneuzen . mw. P. Stoker, gemeente Terneuzen . mw. I.J.M. Wojtal, gemeente Terneuzen (schriftelijke informatie) . dhr. E. van den Berghen, Dethon . dhr. P.v.d. Boogert, gemeente Hulst . dhr. M. Coolsen, gemeente Hulst . dhr. A.T.M. Dobbelaer, gemeente Hulst . dhr. J.F.L.M. van Eck, gemeente Hulst . dhr. J.R. Ellen, gemeente Terneuzen . dhr. J.A.M. d’Hooghe, gemeente Terneuzen (schriftelijke informatie) . dhr. R. Van Krimpen, (oud-kwartiermaker) Dethon . dhr. J.G. Princen, gemeente Terneuzen . dhr. S. Simpelaar, gemeente Terneuzen . dhr. A. Totté, gemeente Hulst . dhr. J. Vervaet, gemeente Terneuzen . dhr. S. de Vriend, gemeente Hulst

53

Bijlage 3: Geraadpleegde documenten . Handreiking Modelverordeningen Participatiewet (VNG, april 2014) . Participatiewet en de WWB-maatregelen een overzicht (Movisie, april 2016) . Participatiewet (Wikipedia) . “Samenwerken aan talent!”, gemeenten Terneuzen, Hulst en Sluis, mei 2017 . Participatiewet; Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (november 2019) . VNG: “Verbeter Participatiewet en geef gemeenten meer regie” (VNG, november 2019) . Verordening Tegenprestatie Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Re-integratieverordening Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Verordening Individuele Studietoeslag Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ, gemeente Terneuzen december 2014 . Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij recidive Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet, gemeente Terneuzen december 2014 . Plan van aanpak invoering Participatiewet en Wet maatregelen WWB, gemeente Terneuzen 2014 . Notitie “Verbinden en Versterken”, samenhang decentralisaties sociaal domein in Terneuzen, maart 2014 .

Dienstverleningsmodel Sociaal Domein Gemeente Hulst, november 2014 . Kaderbrief Dethon februari 2020 . Handreiking voor het inrichten van een adequate ‘governance’ van verbonden partijen, Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest, januari 2014 . ” Grip op samenwerking in de praktijk”, lessen en ‘best practices’ uit gemeenten, Berenschot 2018 . Publicatie Vijverberg advocaten en adviseurs: “AB-lid bij een gemeenschappelijke regeling: een last?”, augustus 2018 . Begroting Dethon 2021 . Kaderbrief Dethon 2020 en rapportagejuni 2020 . Notities “Transformatie Dethon mei 2019 en Transformatie Dethon deel 2” augustus 2019 . ‘Government governance’ (Wikipedia) . Artikel Platform Overheid: “Verbonden partijen: toekomstvast besturen”, oktober 2016 . Brief Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer “Uitkomsten onderzoek Participatiewet” juni 2020

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9717891/1