CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie uitgangspunten begroting 2025

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente HulstBij agendapunt: Zienswijze resultaatverdeling 2023, begrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 2025 Sabewa5.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

Datum: Opgesteld door: Vastgesteld door DB op: Vastgesteld door AB op:

5 februari 2024 M. van Meele 8 februari 2024 23 februari 2024

1

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Planning begroting .............................................................................................................................. 4 3. Belastingsoorten per deelnemer ......................................................................................................... 4 4. Ontwikkelingen binnen Sabewa Zeeland ............................................................................................ 4 4-1: Visiedocument ............................................................................................................................. 4 4-2: ICT................................................................................................................................................. 5 5. Landelijke ontwikkelingen ................................................................................................................... 6 5-1: Proceskostenvergoeding .............................................................................................................. 6 5-2: Wijziging waterschapbelastingen.................................................................................................

8 5-3: Uitbreiding gemeentelijk belastinggebied ................................................................................... 8 5-4: Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding ................................................................................ 8 5-5: Overige ontwikkelingen ............................................................................................................... 8 6. Financiële uitgangspunten .................................................................................................................. 9 6-1: Algemeen ..................................................................................................................................... 9 6-1-1: VZG-indexatierichtlijn ............................................................................................................... 9 6-1-2: Correctie voor vernieuwde indexcijfers 2024 ......................................................................... 10 6-1-3: Daadwerkelijke prijsindexaties ............................................................................................... 10 6-2: Uitgangspunt loonkosten in begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 ......................... 10 6-3: Uitgangspunt exploitatiekosten in begroting 2025 ...................................................................

11 6-4: Samenvatting uitgangspunten en normen ................................................................................ 12 6-5: Extra uitgaven in 2025 / projecten............................................................................................. 12

2

1. Inleiding Het algemene uitgangspunt van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 is dat deze naar werkelijkheid is opgesteld en ingezet kan worden als kaderstellende begroting om de organisatie toekomst gericht te kunnen maken. De organisatie moet zich kunnen blijven ontwikkelen om bij te blijven in het veranderde speelveld op het gebied van lokale belastingen en om burgergericht, kwalitatief hoogwaardig en efficiënt te kunnen zijn. Het veranderde speelveld houdt in het kort in dat er steeds meer sprake is van digitalisering van overheidsdienstverlening en ondersteunende bedrijfsvoering. De eisen en wet- en regelgeving hieromtrent nemen toe, waarbij wordt verwacht dat hieraan wordt voldaan. Ook vergen de invoering van andere wet- en regelgeving en wijzigingen in wet- en regelgeving extra inspanning van onze organisatie, (zoals AVG, WOO, vaststellen van rechtmatigheid door het DB, SOR en IM WOZ). Verder is er sprake van uitstroom van ervaren medewerkers door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Nieuwe medewerkers, welke door verloop en uitbreiding van het personeelsbestand in 20222023 in dienst zijn gekomen, dienen te worden ingewerkt (10% van het personeelsbestand). In 2023 is het Visiedocument 2023-2027 vastgesteld waarin de koers staat beschreven om tot een burgergerichte, kwalitatief hoogwaardige en efficiënte uitvoeringsorganisatie te komen.

Hierbij is gekeken naar de oorzaken van de problemen en is in beeld gebracht weke stappen moeten worden gezet om deze problemen op te lossen. In de begroting dient rekening gehouden te worden met de stappen die nog gezet moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan informatie- en dataveiligheid. In de paragrafen 4 en 5 wordt nader ingegaan op de in- en externe ontwikkelingen waarmee in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 rekening dient te worden gehouden. Om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de werkelijkheid wil Sabewa Zeeland op andere wijze begroten dan in voorgaande jaren. Er zal op de juiste wijze rekening gehouden moeten worden met prijsindexaties en overige componenten die effect hebben op de personeels- en exploitatiekosten. Hierop wordt in paragraaf 6 nader ingegaan. Sabewa Zeeland heeft geen reserves of eigen vermogen waarmee zij tegenvallers of investeringen kan opvangen. De beïnvloedbare budgetruimte binnen de begroting van Sabewa Zeeland is beperkt (zo’n 1%). Nietbeïnvloedbare kosten zijn bijvoorbeeld kosten voor automatisering, kosten voor interne dienstverlening en directe kosten (o.a. kosten voor cyclorama’s, proceskostenvergoedingen, kadasterkosten). Voor het toepassen van de VZG-richtlijn wordt als uitgangspunt voor de begroting 2025 de voorgestelde gewijzigde begroting 2024 genomen.

Op de totale bijdrage van de deelnemers volgens de voorgestelde gewijzigde begroting 2024 worden de in de begroting opgenomen incidentele uitgaven voor het uitvoeren van de jaarplannen 2024 en aanvullende incidentele projecten in mindering gebracht. Op het resterende bedrag wordt vervolgens de VZG-richtlijn toegepast. In de begroting zal een berekening worden opgenomen waarmee het toepassen van de VZG-richtlijn inzichtelijk wordt gemaakt. Door het opnemen van de rentebaten in de begroting, zal de begrote bijdrage van de deelnemers voor de uitvoering van het huidige bestaande beleid de VZG-richtlijn hiervoor niet overschrijden. Het VZG-rapport Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen stelt dat nieuw beleid niet in de ontwerpbegroting voor het nieuwe jaar opgenomen mag worden. De in paragraaf 6-5 benoemde extra uitgaven zijn daarom niet in de primaire begroting opgenomen. Voor deze uitgaven zal eind 2024/begin 2025 een 1e begrotingswijziging worden voorgesteld.

3

2. Planning begroting Planning begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Behandeling Notitie uitgangspunten begroting door BC 25 januari 2024 Behandeling Notitie uitgangspunten begroting door DB 8 februari 2024 Behandeling voorlopige Concept begroting door afvaardiging BC 1-7 maart 2024 Behandeling definitieve Concept begroting door BC 14 maart 2024 Behandeling Concept begroting door DB 28 maart 2024 Behandeling Concept begroting door AB 11 april 2024 Toezenden Concept begroting aan de deelnemers 18 april 2024 Zienswijzen Begroting deelnemers retour 15 juli 2024 Behandeling zienswijzen Begroting deelnemers door DB 22 augustus 2024 Vaststellen Begroting door AB 6 september 2024 Indienen Begroting bij Gedeputeerde Staten 15 september 2024

3. Belastingsoorten per deelnemer Onderstaande tabel geeft inzicht in welke belastingsoorten in de huidige situatie voor de verschillende deelnemers worden uitgevoerd. Borsele Goes Kapelle Tholen Reimerswaal Hulst Sluis Terneuzen Waterschap Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing diftar BIZ-bijdrage Forensenbelasting Havengelden/liggelden Hondenbelasting Onroerende zaakbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Reinigingsrechten Rioolheffing Toeristenbelasting Verontreinigingsheffingen Watersysteemheffing Zuiveringsheffing

Sabewa Zeeland voert circa 60 verschillende belastingverordeningen uit voor de deelnemers. De diversiteit van deze verordeningen en de complexiteit van het belastingpakket leiden tot een lagere efficiënte en meer werkzaamheden voor het personeel.

4. Ontwikkelingen binnen Sabewa Zeeland 4-1: Visiedocument In 2023 is het Visiedocument 2023-2027 van Sabewa Zeeland vastgesteld. Uit het visiedocument blijkt dat de jaren 2023 en 2024 in het teken staan van het op orde brengen van de basis. Vanuit deze basis kan in de jaren 2025 en 2026 toegewerkt worden naar het next-level niveau.

4

Om de basis op orde te brengen diende de organisatie versterkt te worden. Hiervoor is in 2023 een begrotingswijziging ingediend. In 2023 is met name geïnvesteerd in het wegwerken van de achterstanden, het verminderen van de kwetsbaarheid van de kernprocessen, het verbeteren van de datakwaliteit en automatisering/robotisering van repeterende, administratieve handelingen. In 2024 ligt de focus op het verder wegwerken van de (resterende) achterstanden, het verbeteren van de datakwaliteit, slimmer werken en kennis verbreden en verdiepen. Vanaf 2025 kan toegewerkt worden naar het volgende niveau. Het volgende niveau houdt in dat vanaf 2027:  vier sterren behaald zijn bij de Waarderingskamer (lees: oordeel uitvoering Wet WOZ ‘goed’);  onze processen worden beheerst wat leidt tot een hogere kwaliteit van dienstverlening;  controles, (interne) audits en steekproeven onderdeel zijn van de kwaliteitszorg en procesbeheersing;  automatisering en robotisering gemeengoed zijn en zorgen voor een efficiënte uitvoering van de kernprocessen;  de processen LEAN zijn ingericht;  dat er sprake is van een PDCA-cyclus die zorgt voor continue verbetering en optimalisatie. Het uiteindelijke doel van het Visiedocument 2023-2027 is het verminderen van de kwetsbaarheid, het verhogen van de kwaliteit en het kostenefficiënt uitvoeren van de werkzaamheden.

Om het volgende niveau te kunnen bereiken zal in 2025 de focus komen te liggen op het verhogen van de kwaliteit, het slimmer werken en verbreden en verdiepen van kennis. 4-2: ICT Een belangrijke factor in de ambitie slimmer te werken wordt ingevuld door de wijze waarop we binnen Sabewa Zeeland om willen gaan met informatie en communicatietechnologie (ICT). Hiertoe zullen we ons op een drietal terreinen gaan concentreren; Kantoorautomatisering, Werkproces automatisering en het ontwikkelen van kennis binnen onze teams. Binnen de kantoorautomatisering is vooral het verder ontwikkelen van de efficiency van samenwerking een belangrijk thema, Concreet betekent dit afscheid nemen van een woud aan ongestructureerde en deels gereguleerde mappen en files en omarmen van Office 365. Een ingreep die direct voelbare productiviteits resultaten zal laten zien. Een ander belangrijk thema betreft informatiebeveiliging. Een thema dat zeker met de nieuwe NIS2 en BIO richtlijnen veel hoger op de prioriteiten agenda is komen te staan. Daarbij uiteraard een serieus punt van aandacht, want het in verkeerde handen vallen van

5

data en informatie of nog erger onderbreking van dienstverlening en daarmee inkomstenonderbrekingen bij de deelnemers is een ondenkbaar scenario. Centraal in de Sabewa Zeeland bedrijfsvoering staat de zogenaamde werkproces automatisering. De in gebruik zijnde systemen door Pink Roccade Local Government, afkomstig uit 2003, zijn gedateerd te noemen en een voortdurend punt van aandacht en zorg. Eind 2019 is een meerjarenovereenkomst met Pink Roccade gesloten voor de periode 1 januari 2020 t/m 31 december 2023 voor software-faciliteiten op het terrein van het heffen- en innen van belastingen en informatievoorziening. Dit betrof een raamovereenkomst voor de basis functionaliteiten. De implementatie van aanvullende oplossingen werd afzonderlijk in rekening gebracht. Eind december 2023 is en nieuwe overeenkomst gesloten, een zogenaamde overbruggingsovereenkomst. Dit bleek nodig omdat partijen het niet eens konden worden over het uitgangspunt voor een nieuwe overeenkomst en het perspectief voor de doorontwikkeling van de applicatie op dat moment onvoldoende aanknopingspunten bood om efficiënter te kunnen uitvoeren. Daarom wordt begin 2024 een afweging gemaakt en mogelijk een aanbestedingstraject gestart die de mogelijkheid biedt op een nieuwe meerjarenovereenkomst De ontwikkelingen die we momenteel op technologisch gebied voorbij zien komen, volgen zich in een hoog tempo op.

Dat betekent dat snelheid, flexibiliteit, betrouwbaarheid en samenwerking sleutelwoorden zijn geworden in het landschap van succesvolle bedrijfsvoeringen. Sleutelwoorden waar 20 jaar oude systemen maar moeizaam mee om kunnen gaan. Verkenningen met Pink Roccade naar aansluiting op deze nieuwe realiteit blijken vooralsnog geen echte antwoorden te geven. Om die reden is het verstandig om een marktconsultatie te starten en te verkennen of en zo ja wie wel in staat is een betrouwbare invulling te geven aan deze behoefte. De inzichten die uit de marktconsultatie worden opgedaan zullen worden gebruikt om in een Europese aanbestedingsprocedure te komen tot een aanbod en aanbieder van een belastingplatform. Voor een dergelijk platform bestaat de wens dat het ons in staat stelt slimmer te werken en efficiënt te communiceren met o.a. de landelijke voorzieningen (common ground). De gedachten daarbij is dat deze data met inzet van platformlogica en techniek efficiënter verwerkt kan worden t.b.v. het uitvoeren van onze belastingtaak voor de deelnemers. De mogelijkheid om vanuit diverse belanghebbenden (deelnemers, burgers, bedrijven, woningbouwverenigingen etc.) relevante informatie beschikbaar te krijgen of uit te wisselen is een mogelijkheid die Sabewa Zeeland organisatorisch een volgende ontwikkelingsstap wil laten maken. Het maken van zo’n stap gaat natuurlijk niet vanzelf.

Het ontwikkelen van onze organisatie hierin is van groot belang. Het versterken en ontwikkelen van kennis en vaardigheden binnen de functioneel applicatie- en data beheersteams is een belangrijk aandachtspunt, daarnaast zullen ook de operationele teams verder moeten worden ontwikkeld en vooral ondersteund in de begeleiding naar soms andere manieren van (samen)werken. Hiertoe hebben we al de nodige kennis kunnen vergaren bij de ontwikkeling van een bezwaarafhandelingsapplicatie, een product dat ook gebaseerd is op platformtechnologie.

5. Landelijke ontwikkelingen De Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) heeft een lijst met 50 punten opgesteld van thema’s, ontwikkelingen en initiatieven waarmee organisaties op het gebied van lokale belastingen de komende jaren te maken hebben. In dit hoofdstuk worden de meest relevante toegelicht. 5-1: Proceskostenvergoeding De afgelopen jaren is het voor no cure no pay-bedrijven zeer rendabel geworden om namens de burger bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bedrijven de vergoeding van de proceskosten krijgen.

6

De afgelopen jaren is het aantal ingediende bezwaarschriften bij Sabewa Zeeland door no cure no pay-bedrijven sterk gestegen. Uiteraard wordt er alleen proceskostenvergoeding toegekend als het bezwaarschrift gegrond wordt verklaard. Het beeld is als volgt: Jaar Aantal % gegrond Uitgekeerde ingediend

pkv

2023

4.709

20% €

717.413

2022

2.772

27% €

379.771

2021

2.315

26% €

301.774

2020

1.477

€

309.533

2019

1.013

€

149.290

De grote stijging van het aantal ingediende bezwaarschriften in 2023 ten opzichte van 2022 valt samen met de bijna verdubbeling van het totaal aantal ingediende bezwaarschriften, veroorzaakt door de gestegen WOZ-waarden als gevolg van de marktontwikkeling. Dit is overigens een landelijk beeld De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2023 het wetsvoorstel “Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm” aangenomen. De Eerste Kamer heeft op 19 december 2023 dit wetsvoorstel aangenomen. Voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) bevat het wetsvoorstel in het kort het volgende: 1. De vergoeding in de bezwaarfase wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd. 2. De vergoeding in de fase van beroep, hoger beroep of cassatie wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd en vermenigvuldigd met 0,10 in de overige gevallen. 3. De vergoeding voor immateriële schade wordt beperkt tot € 50 per half jaar (was € 500) waarmee de redelijke termijn voor afhandeling van een bezwaar is overschreden. 4. Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening die staat op naam van de belanghebbende zelf. 5. Het wetsvoorstel treedt in werking per 1 januari 2024.

Door de forse inperking van de proceskostenvergoedingen mag aangenomen worden dat een dergelijk hoog bedrag aan proceskostenvergoedingen als in 2023 de komende jaren niet meer voor zal komen. Wel verwachten we een verschuiving van de kosten naar voormeldingen en informeel burgercontact. Echter kan er niet zonder meer vanuit gegaan worden dat het aantal bezwaarschriften de komende jaren zal dalen. De hoge energieprijzen kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat burgers toch sneller een bezwaarschrift indienen als in het verleden. Verder kunnen no-cure-no-pay bedrijven zich ook gaan richten op andere belastingsoorten. Met name de kostendekkendheid rondom de afvalstoffenheffing en rioolheffing zouden aangevochten kunnen worden. Verder krijgen we signalen dat no cure no pay bureaus hun aandacht zouden kunnen gaan verleggen naar de AVG en de Woo (Wet Open Overheid). In de primaire begroting 2024 is voor € 414.000,- opgenomen aan proceskostenvergoedingen. Uitgaande van een gemiddelde van het aantal ingediende bezwaarschriften over 2022 en 2023 verwachten we hoger uit te komen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er nog 100 beroepszaken over de jaren 2020 t/m 2022 afgehandeld moeten worden, waarvoor nog de “oude” proceskostenvergoeding geldt. We verwachten ook een hoog aantal beroepszaken over 2023 omdat no cure no pay bureaus inspringen op het feit dat de oude regeling m.b.t.

de proceskostenvergoedingen hierop nog van toepassing is. Om die reden wordt in de begroting 2025 uitgegaan van een zelfde niveau aan proceskostenvergoedingen als opgenomen in de primaire begroting 2024. Door Sabewa Zeeland is in 2023 geïnvesteerd in een nieuwe applicatie voor de bezwaarafhandeling. Hierdoor kunnen de bezwaarschriften vele malen sneller afgehandeld worden. In 2023 konden

7

daardoor bijna alle bezwaarschriften zelf afgehandeld worden zodat er geen hoge kosten noodzakelijk waren voor externe inhuur. De mogelijkheid om bezwaarschriften efficiënter af te kunnen handelen levert de komende jaren ruimte op om op andere gebieden kwaliteitsslagen te kunnen maken. 5-2: Wijziging waterschapbelastingen De waterschappen hebben de minister van Infrastructuur en Waterstaat in december 2020 gevraagd om de waterschapbelastingen aan te passen, zodat een aantal urgente knelpunten wordt opgelost en het stelsel verder wordt verbeterd. Het parlement beslist over de precieze wijziging van het belastingstelsel en het moment waarop de wijzigingen ingaan. Op 7 september 2023 is het wetsvoorstel voor de aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is nog wel de vraag wanneer de behandeling van het wetsvoorstel van start gaat. De waterschappen vinden het belangrijk dat de behandeling geen vertraging oploopt. Waarschijnlijk wordt het nieuwe stelsel vanaf 1 januari 2026 toegepast. . Uiteraard brengt de wijziging van het belastingstelsel wel uitvoeringskosten voor Sabewa Zeeland met zich mee. Omdat de gemaakte kosten volledig door Waterschap Scheldestromen zullen worden gecompenseerd, zal dit echter geen effect hebben op de deelnemersbijdrage van de overige deelnemers.

5-3: Uitbreiding gemeentelijk belastinggebied De VNG en andere instellingen zoals Raad voor de financiële verhoudingen en de Raad van State bepleiten al jaren een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. In het meest recente regeerakkoord (december 2021) staat: 'Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB in de beschouwing betrokken. In de huidige kabinetsperiode zal de financiering van de medeoverheden grotendeels worden vormgegeven via de accres systematiek.' Dit betekent dat er in ieder geval tot 2025 geen uitbreiding van het lokaal belastinggebied komt. Een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten kan vergaande gevolgen hebben voor de bestaande processen binnen Sabewa Zeeland en voor de kostenverdeelmethode. Omdat er nog geen concrete plannen zijn, is hiermee echter in de begroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028 geen rekening gehouden. 5-4: Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding In 2016 werd de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 aangenomen.

Onderdeel van die wet is het stroomlijnen van de invorderingsregelgeving voor belastingen en toeslagen (Wet Stroomlijnen). De Wet Stroomlijnen bevat onder meer een verbetering en modernisering van de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding. Burgers krijgen dan de mogelijkheid om bij een geschil met de Ontvanger naar de bestuursrechter, het gerechtshof en de Hoge Raad te stappen. De huidige regelgeving voorziet ter zake van uitstel van betaling en kwijtschelding niet in een rechtsgang die toegang geeft tot een rechter. Hierdoor kan de burger slechts administratief beroep instellen. Tot op heden is het – als gevolg van benodigde aanpassingen in de automatisering bij de Belastingdienst – nog niet mogelijk geweest om de Wet Stroomlijnen als totaalpakket in werking te laten treden. Inmiddels is besloten om de Wet Stroomlijnen gefaseerd in te voeren. Dit betekent dat de wijziging eerst voor rijksbelastingen in werking zal treden en in een latere – nog nader te bepalen – fase voor de lokale belastingen. Het zal voor gemeenten en waterschappen nog jaren duren voordat de verbetering en modernisering van de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding een feit wordt. Waarschijnlijk pas op zijn vroegst met ingang van 1 januari 2028. In de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 is hier daarom nog geen rekening mee gehouden.

5-5: Overige ontwikkelingen Naast de bovengenoemde ontwikkelingen zijn er nog meer ontwikkelingen op belastinggebied die de komende jaren effect hebben of kunnen hebben op Sabewa Zeeland. Hierbij gaat het o.a. om:  Digitalisering van de overheidsdienstverlening: Digitalisering is één van de topprioriteiten van de overheid. Het gaat hierbij om een geleidelijke ontwikkeling over de jaren.

8

Common ground: gemeenten hebben een nieuwe, moderne, gezamenlijke informatievoorziening nodig voor het uitwisselen van gegevens. Dit vraagt veel van gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers in diverse partners in de digitale overheid. De aanpassing/vervanging van de primaire applicaties vraagt in ieder geval tijd en waarschijnlijk forse investeringen. Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Dit betreft een geleidelijk proces over een periode van 5 tot 10 jaar. Omgevingswet en Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): de omgevingswet brengt regels voor ruimtelijk ontwikkeling en milieu samen. Ze vereenvoudigt regelgeving en introduceert nieuwe juridische instrumenten en werkwijzen. Het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten zal toenemen. Dit vraagt om andere processen om objectgegevens in te winnen. Verantwoordingsdocument en taxatieverslag nieuwe stijl: De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door samen met betrokken partijen te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. Tevens worden er ideeën ontwikkeld voor het delen van persoonlijke WOZ-informatie via moderne communicatiemiddelen.

Het jaarlijks opstellen van een verantwoordingsdocument kost inspanningen maar hopelijk kan dit worden “terug verdiend” in bezwaar- en beroepsprocedures doordat de waarden zowel door belanghebbenden als door de rechters beter zullen worden geaccepteerd. De verantwoordelijkheid voor de secundaire objectkenmerken in de taxaties van woningen zal naar de burger verlegd worden. De Waarderingskamer zal zich gaan focussen op de kwaliteit van de taxaties van agrarische en incourante objecten. Fase 2 van maatregelen tegen de NCNP-bureaus: informeel contact met bezwaarmakers (indien bezwaren ongegrond zijn) alvorens een formele uitspraak wordt verzonden. Dit vergt niet alleen procesaanpassingen, maar ook andere competenties van o.m. de taxateurs. Arbeidsmarktkrapte. Door uitstroom van personeel (pensioen) dienen er nieuwe medewerkers aangetrokken te worden die opgeleid moeten worden om op het juiste niveau van vakbekwaamheid te komen.

6. Financiële uitgangspunten 6-1: Algemeen Om tot een reële begroting te komen is het belangrijk om een goede systematiek te hanteren voor de verwachte prijs- en salariskostenstijgingen. Een goed uitgangspunt hiervoor zijn de CPB index-cijfers, zoals opgenomen in de septembercirculaire van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In de septembercirculaire 2023 zijn de volgende prijsindexen opgenomen:

6-1-1: VZG-indexatierichtlijn De afgelopen jaren is voor het samenstellen van de begroting kort samengevat de volgende systematiek gehanteerd: (begroting voorgaand jaar) + (vastgestelde VZG-indexatierichtlijn) +/(eventuele bijstellingen). De VZG-indexatierichtlijn wordt eind jaar T vastgesteld voor de begroting jaar T + 2. De VZG-indexatierichtlijn geeft de toegestane inflatiecorrectie aan ten opzichte van de voorgaande begroting.

9

De VZG-indexatierichtlijn wordt berekend op basis van de prognose voor de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers en de prognose voor de prijs overheidsconsumptie, netto materiaal. Voor de berekening van de VZG-indexatierichtlijn is uitgegaan van deze prijsindexen voor 2025 zoals deze in Macro Economische Verkenning 2024 zijn gepubliceerd. De betreffende prijsindexen voor 2025 zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2023 zijn gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2023. De VZG-indexatierichtlijn is gebaseerd op een prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers van 4,9% en een prijs overheidsconsumptie, netto materieel van 2,0%. Om tot een samengesteld percentage te komen wordt de looncomponent voor 2/3 meegeteld en de prijscomponent voor 1/3. Dit leidt tot een VZG-indexatierichtlijn van 3,9%. Als enkel het samengestelde percentage van de VZG-indexatierichtlijn wordt toegepast op alle componenten van de begroting, zullen de personeelslasten in principe te laag begroot worden en de exploitatielasten te hoog. Dit zal elkaar min of meer opheffen maar om reëel te begroten is het goed de juiste prijsindexen toe te passen per categorie.

6-1-2: Correctie voor vernieuwde indexcijfers 2024 Volgens de septembercirculaire 2022 bedroeg de prognose voor 2024 van de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers 4,2% en de prognose van de prijs overheidsconsumptie, netto materiaal 2,4%. Volgens de septembercirculaire 2023 is dit respectievelijk 6,3% en 3,5%. Dit betekent dat indien de begroting 2025 enkel gebaseerd zou worden op de begrote lasten voor 2024 plus de geprognotiseerde prijsindexatie voor 2025, er geen rekening gehouden wordt met het feit dat de prijsindexatie voor 2024 een jaar later naar schatting hoger uitvalt. Dit heeft dan tot gevolg dat in de begroting 2025 geen rekening is gehouden met een hogere verwachte prijsinflatie. De prijsinflatie van 2024 ten opzichte van 2023 werkt namelijk ook door naar 2025. Indien de begroting 2025 enkel gebaseerd zou worden op de begroting 2024 zou uitgegaan worden van een te lage prijsinflatiecorrectie. In het rapport Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland wordt voorgesteld nacalculatie toe te passen in de vorm van bijstelling van de richtlijn op basis van later bijgestelde informatie in de septembercirculaire. De definitieve cijfers en het effect daarvan op de geprognotiseerde cijfers wordt steeds twee jaar later in de VZG-richtlijn voor dat jaar verwerkt.

Omdat Sabewa Zeeland geconfronteerd wordt met een hogere stijging van de loonkosten en hogere prijsindexaties door leveranciers, wordt er voor gekozen deze reeds te verwerken in de begroting 2025. Op deze wijze kan de begroting het best aangesloten worden bij de werkelijke situatie. In paragraaf 6-2 en 6-3 worden deze uitgangspunten nader toegelicht. 6-1-3: Daadwerkelijke prijsindexaties Aan het einde van 2023 zijn door grote leveranciers zoals DataB en Pink Roccade de toe te passen prijsindexaties voor 2024 gecommuniceerd. Om reëel te begroten kan daarom voor de kosten voor deze leveranciers in de begroting 2025 het best uitgegaan worden van de werkelijke kosten over 2023, verhoogd met de daadwerkelijke prijsindexatie 2024 en de geprognotiseerde prijs overheidsconsumptie, netto materieel 2025. Voor de overige kosten kan uitgegaan worden van werkelijk 2023 gecorrigeerd met prijs overheidsconsumptie netto materiaal 2024 en 2025. 6-2: Uitgangspunt loonkosten in begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Sabewa Zeeland moet voldoen aan de bindende arbeidsvoorwaarden conform de CAO SGO. Op 10 november 2023 is er een onderhandelingsresultaat bereikt voor een nieuwe CAO SGO. Deze nieuwe CAO loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. Het resultaat is definitief geworden na de ledenraadplegingen van de afzonderlijke partijen. Conform deze nieuwe CAO stijgen de reguliere

10

salarissen per 1 januari 2024 met 4,75% en per 1 oktober 2024 met 1,25%. Daarnaast heeft Sabewa Zeeland als werkgever ook andere verplichtingen zoals vitaliteitsbeleid enz. Uitgangspunt is dat voor de personele formatie wordt uitgegaan van 50,77 fte en dat de bijbehorende salariskosten worden geraamd op basis van de werkelijke salariskosten over 2023. Voor openstaande vacatures wordt uitgegaan van de salarisschaal volgens het functieboek en een relatief hoge periodiek vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. De werkelijke salariskosten over 2023 worden gecorrigeerd met een stijging van 4,75% voor de periode 1 januari 2024 t/m 31 september 2024 en een stijging met 1,25% voor de periode 1 oktober 2024 t/m 31 maart 2025 conform de CAO-afspraken. Voor de periode 1 april 2025 t/m 31 december 2025 wordt nog een stijging van 4,9% toegepast conform de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers voor 2025 gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning 2024. Voor de medewerkers die per 31 december 2023 nog niet op het maximale van hun salarisschaal zitten wordt voor de jaren 2024 en 2025 rekening gehouden met salarisverhogingen van maximaal twee periodieken. Voor de meerjarenraming 2026-2028 zijn de begrote loonkosten voor 2025 gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers voor 2026 t/m 2028 zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2023.

6-3: Uitgangspunt exploitatiekosten in begroting 2025 Bij inkoop- en aanbesteding wordt ingezet op een juiste prijs/kwaliteitverhouding. Indien mogelijk worden afspraken gemaakt voor de te hanteren inflatie. Voor de exploitatielasten wordt als uitgangspunt genomen de werkelijke kosten over 2023 gecorrigeerd met incidentele kosten. Dit totaal per post wordt gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie netto materiaal voor 2024 ad 3,5% (of indien bekend de daadwerkelijke prijsindexatie) en voor 2025 ad 2,0%. De werkelijke kosten over 2023 worden als uitgangspunt genomen omdat deze een beter beeld geven van de huidige situatie dan de begrote kosten voor 2024. Het beeld van de werkelijke kosten over 2023 wordt namelijk in het begin van het jaar 2024 gevormd, terwijl de begrote kosten voor 2024 in het begin van het jaar 2023 zijn bepaald. De werkelijke kosten van 2023 geven daardoor een beter beeld van de huidige situatie. Uiteraard wordt er wel rekening gehouden met eventueel verwachte mutaties voor de komende jaren. Indien er met ingang van 1 januari 2024 nieuwe overeenkomsten zijn aangegaan, wordt hiervan uitgegaan en niet van de werkelijke kosten over 2023. In 2024 is dit van toepassing op Pink Roccade (ICT-software) en V-care (telefonie).

Er wordt dan uitgegaan van de overeengekomen prijzen voor 2024, gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie netto materieel voor 2025 ad 1,6%, of indien er afspraken zijn gemaakt voor de te hanteren inflatie wordt hiervan uitgegaan. Voor de volgende dienstverleners zijn de prijsindexaties voor 2024 bekend en dus toegepast: Organisatie Prijsindexatie 2024 DataB drukwerk/aanslagen

2,85%

DataB portokosten

7,00%

XXLNC

5,30%

Pink Roccade

5,30%

Sim Groep

5,30%

Waterschap Scheldestromen

3,40%

Als we de werkelijke toegepaste prijsindexaties van deze organisaties van de afgelopen drie jaar vergelijken met de gehanteerde prijsindexatie voor de materiële component bij het berekenen van de VZG-norm voor die jaren, zien we het volgende beeld:

11

Organisatie

2024 werkelijk

2023

materiële component VGZ-norm werkelijk

2022

materiële component VGZ-norm werkelijk

materiële component VGZ-norm

DataB drukwerk/aanslagen

4,60%

2,40%

6,56%

5,90%

4,13%

1,50%

DataB portokosten

7,00%

2,40%

8,33%

5,90%

4,34%

1,50%

XXLNC

5,30%

2,40%

8,57%

5,90%

2,52%

1,50%

Pink Roccade

5,30%

2,40%

5,70%

5,90%

2,74%

1,50%

Waterschap Scheldestromen

3,40%

2,40%

7,20%

5,90%

2,40%

1,50%

Voor de meerjarenraming 2026-2028 zijn de begrote kosten voor 2025 gecorrigeerd met de prijs overheidsconsumptie netto materieel voor 2026 t/m 2028 zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2023. 6-4: Samenvatting uitgangspunten en normen Bij het opstellen van de begroting 2025 worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Voor de vergelijking zijn ook de uitgangspunten van de begroting 2023 opgenomen. Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023

2024

2025

2026

2027

2028

Loonkosten

7,90%

5,06%

3,68%

4,50%

3,90%

3,90%

Exploitatiekosten (gemiddeld)

5,90%

4,32%

2,85%

1,60%

1,60%

1,60%

Rentebaten

0,00%

3,00%

3,00%

2,00%

2,00%

2,00%

Onvoorzien

€

10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000

Inzet algemene reserves

€

127.597 €

- €

- €

- €

- €

-

3,68% stijging van de loonkosten in 2025 ten opzichte van 2024 is berekend op basis van de prijs overheidsconsumptie beloning werknemers voor 2025 van 4,9%, zoals gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning 2024.Omdat volgens de nieuwe CAO, die loopt t/m 31 maart 2025, de lonen voor het laatst stijgen op 1 oktober 2024, betekent dit dat voor de maanden januari t/m maart 2025 geen rekening hoeft te worden gehouden met een loonstijging. Het gemiddelde stijgingspercentage over heel het jaar 2025 is daardoor 3,68% (4,9%/12 x 9 = 3,68%). 2,85% prijsindexatie van de exploitatiekosten in 2025 ten opzichte van 2024 is gebaseerd op een gemiddelde van de verschillende toegepaste prijsindexaties op alle verschillende posten in de begroting. Indien de werkelijke indexatiecijfers reeds bekend waren, zijn deze gehanteerd. Indien deze nog niet bekend waren, is uitgegaan van de prijs overheidsconsumptie netto materieel voor 2025 van 2,0%, zoals gepubliceerd in de Macro economische verkenning van 2024. 6-5: Extra uitgaven in 2025 / projecten In de inleiding is reeds uiteengezet dat er naast de kosten voor de reguliere bedrijfsvoering in 2025 ook kosten gemaakt dienen te worden om de volgende stappen te kunnen zetten in het kader van het visiedocument en om de externe ontwikkelingen bij te houden.

In dit verband worden voor 2025 de volgende extra uitgaven voorzien: Waarderen  Er dient geïnvesteerd te worden in een kwaliteitsimpuls in het objectenbeheer. Dit is nodig om het objectenbeheer af te kunnen stemmen op de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is een BAG-coördinator nodig om het beheer op het juiste niveau te houden en afstemming te vinden voor het aanleveren van BAG-informatie vanuit de deelnemers.  Informeel burgercontact zal meer aandacht vragen door wijzigingen in de Wet WOZ. Aanslagoplegging  Er dient geïnvesteerd te worden in de kennis van de medewerkers. In het proces aanslagoplegging zijn veel nieuwe medewerkers actief en dit proces vergt veel specialistische kennis vanwege een breed gebied aan belastingsoorten. Omdat het erg specialistisch werk betreft beschikken nieuwe medewerkers bij indiensttreding vaak nog niet over de vereiste kennis, daarom dient hierin geïnvesteerd te worden.

12

Betalingen & Burgercontact  Er dient geïnvesteerd te worden in de faciliteiten van de deurwaarders zodat zij direct aan de deur betalingen kunnen incasseren of digitaal regelingen kunnen treffen.  De betalingsopties op het aanslagbiljet dienen aangepast te worden zodat de inrichting van het betalingsverkeer eenvoudiger is en intern efficiënter te verwerken is voor de organisatie. Het invorderingsproces kan hierdoor ook aangepast worden. Staf/overhead  Zoals in paragraaf 4-2 reeds uiteengezet is, dient er geïnvesteerd te worden in een nieuwe belastingapplicatie die voorziet in slimmer werken en efficiënte uitvoering.  Om bij te blijven qua digitalisering en uit het oogpunt van informeel burgercontact dient de website van Sabewa Zeeland vernieuwd te worden.  Er dient een medewerker-tevredenheidsonderzoek gehouden te worden.  Informeel burgercontact wordt steeds belangrijk. Er moet daarom ingezet worden op middelen om dit mogelijk te maken.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14243997/1