CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

NL23-648800269-62587 Beheer- en beleidsplan wegen 2024-2028

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente HulstBij agendapunt: Beleid- en beheersplan Wegen 2024-202812.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het samenstellen van een rapportage voor het bestuur op grond waarvan het bestuur beslissingen kan nemen; 4. Het nemen van beslissingen door het bestuur, in het algemeen over beschikbare budgetten en prioriteiten; 5. Het uitvoeren van het vastgestelde plan binnen de gestelde randvoorwaarden door de technische dienst.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 28/41

Deze rapportage is vooral gericht op hoofdactiviteit 2 en 3. Als hulpmiddel bij de hoofdactiviteiten 1 en 2 is een softwarepakket noodzakelijk. Dit systeem bestaat uit drie hoofdgroepen:  het beheren van gegevens van het wegennet;  het opstellen van planningen en begrotingen;  het presenteren van resultaten. D. Het beheren van gegevens van het wegennet In onderstaande paragrafen wordt kort ingegaan op het beheer van gegevens conform de CROW-systematiek. Vaste gegevens De vaste gegevens van het wegennet staan geregistreerd in het beheersysteem. Vaste gegevens zijn de (fysieke) zaken die niet of nauwelijks veranderen in de tijd. Voorbeeld van de vaste gegevens zijn; verhardingssoorten, oppervlakten en constructietypen. Ook gegevens over de locatie, zoals lengte, begin- en eindpunt, het wegtype en de geografische ligging behoren tot de vaste gegevens. Variabele gegevens De resultaten van de inspectieronde zijn in het systeem in te lezen. Deze resultaten zijn te bestempelen als de variabele gegevens in het gegevensbestand: de kwaliteit van de verhardingen zal, zonder onderhoud, in de tijd verslechteren. Bij de ene weg zal dit sneller gaan dan bij de andere. Door het jaarlijks uitvoeren van een inspectie blijven de kwaliteitsgegevens steeds actueel en kan snel op gewijzigde omstandigheden worden gereageerd.

Bij de globale visuele inspectie worden de verhardingskenmerken textuur, vlakheid, samenhang en waterdichtheid van de verharding beoordeeld aan de hand van zogenoemde schades (Tabel 1). De schadecatalogus van het CROW geeft definities en inspectievoorschriften voor schades op asfaltbeton-, elementen- en cementbetonverhardingen. Tabel 1

Verhardingskenmerken en schade Schades Elementen

Cementbeton

Rafeling Dwarsonvlakheid Dwarsonvlakheid Oneffenheden Scheurvorming -

-

-

-

Scheurvorming Voegvulling\

Randschade Zetting

Voegwijdte Zetting

Zetting

Verhardingskenmerk

Asfaltbeton

Textuur Vlakheid Oneffenheden Oneffenheden Samenhang Waterdichtheid Facultatieve schades

Iedere schade dient naar ernst en omvang te worden gewaardeerd. Bij de globale visuele inspectie worden drie ernstklassen (licht (L), matig (M) of ernstig (E)) en drie omvangklassen (gering (1), enig (2) of groot (3)) onderscheiden. Een combinatie van een ernstklasse én een omvangklasse geeft dus de kwaliteit van een schade aan, bijvoorbeeld E1 of M2. Wanneer bijvoorbeeld een bepaalde schade matig is en in enige mate voorkomt, wordt als waardering een M2 gegeven.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 29/41

In Tabel 2 zijn de mogelijke ernst-omvangklasses per schade weergegeven. Van links naar rechts is de ernstklasse (L, M of E) aangegeven en van boven naar beneden de omvangklasse. Hoe de ernst- en omvangklasse wordt bepaald is nader toegelicht in publicatie 146 van CROW. Tabel 2

Schadecijfers visuele inspectie

Geringe omvang (1) Enige omvang (2) Grote omvang (3)

Licht (L)

Matig (M)

Ernstig (E)

L1 L2 L3

M1 M2 M3

E1 E2 E3

Naast de hierboven genoemde schadecijfers is ook het cijfer 0 toe te kennen aan wegvakonderdelen waar geen schade aanwezig is (goed). Nadat de inspectie is uitgevoerd worden de resultaten ervan ingevoerd in het beheersysteem. Uit de inspectie volgt de actuele kwaliteit per wegvakonderdeel. De actuele kwaliteit per wegvakonderdeel wordt daarna getoetst aan de richtlijn. Voor elke schade is een richtlijn opgesteld. De richtlijn is door CROW vastgesteld als een grens tussen twee schadecijfers, bijvoorbeeld tussen M2 en M3. Deze richtlijnen geven een minimum aan: zij zijn de onderkant van verantwoord wegbeheer. Ze zijn zo opgesteld dat het technisch noodzakelijke onderhoud in de juiste periode wordt gepland: niet te vroeg en niet te laat. Veiligheid, duurzaamheid, comfort en aanzien hebben bij het opstellen van de richtlijnen een rol gespeeld. Als de richtlijn wordt overschreden, dan plant het systeem dit onderdeel automatisch in de korte termijn (planjaar 1-2). Indien de richtlijn niet wordt overschreden, dan bepaalt het systeem aan de hand van gedragsmodellen of waarschuwingsgrenzen het planjaar van onderhoud. Op deze manier kunnen wegvakonderdelen in de middellange termijn gepland worden (3-5 jaar) of de lange termijn (> 5 jaar). De richtlijnen en waarschuwingsgrenzen zijn gespecificeerd in tabel A8 t/m A14 in hoofdstuk A4 van publicatie 147 van het CROW.

Voor de schade ‘oneffenheden’ bij elementenverhardingen van het wegtype 3 (gemiddeld belaste weg, bijvoorbeeld een stadsontsluitingsweg) ligt de richtlijn tussen de schadecijfers M2 en M3. De klasse boven de richtlijn is daarom M3. Indien voor het wegvakonderdeel het schadecijfer ‘6’ wordt gegeven, dan is de aanwezige schade groter dan in de richtlijn en wordt dit onderdeel gepland in planperiode 1-2. Wanneer een geïnspecteerde schade méér dan één klasse boven de richtlijn is (in het voorbeeld E1, E2 of E3), dan is er sprake van achterstallig onderhoud. Wegvakonderdelen waar sprake is van achterstallig onderhoud worden automatisch gepland in planperiode 1-1. Op deze manier worden alle geïnspecteerde wegvakonderdelen in een bepaalde planperiode gepland. In de CROW-systematiek worden alleen de wegvakonderdelen gepresenteerd die in de korte (1-2 jaar) of middellange termijn (3-5 jaar) vallen. Onderdelen die in de planperiode > 5 jaar vallen, zijn voor de planning niet meer van belang en worden niet meer gepresenteerd. Sweco heeft een eigen methode ontwikkeld voor het opstellen van een planning voor de planperiode 6-10 jaar als aanvulling op de CROW-systematiek. Het een en ander is weergegeven in figuur 1.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 30/41

Figuur 1

Visuele weergave koppeling richtlijn en planperiode

Klein onderhoud Klein onderhoud komt voor bij wegvakonderdelen als de schadebeelden ernstig zijn maar op zeer geringe oppervlakten van die betreffende onderdelen voorkomen. Een overzicht hiervan is te vinden in onderstaande tabel. Tabel 3

Klein onderhoud omvangstabel

Asfalt

Klasse

Omvang

Rafeling Dwarsonvlakheid Oneffenheden Scheurvorming

Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig

< 5% totale oppervlak < 5 m1 per 100 m1 < 3 st per 100 m1 < 5 m1 per 100 m1

Elementen

Klasse

Omvang

Dwarsonvlakheid Oneffenheden

Ernstig Ernstig

< 5 m1 per 100 m1 < 3 st per 100 m1

In Figuur 2 is een voorbeeld te zien van de schades dwarsonvlakheid en rafeling.

Figuur 2

Schades dwarsonvlakheid en rafeling

E. Opstellen van planningen en begrotingen De wegbeheersystematiek maakt onderscheid in drie planningstermijnen: korte termijn (planjaren 1-2); middellange termijn (planjaren 3-5); lange termijn (planjaren >5).

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 31/41

Korte en middellange termijn (Basisplanning) De kosten die nodig zijn voor het onderhoud aan de verhardingen in de planjaren 1-5 jaar, zijn op basis van de actuele onderhoudstoestand te bepalen. Door het uitvoeren van een globale visuele inspectie is inzicht te krijgen in deze actuele onderhoudstoestand van de verhardingen. Bij het maken van de basisplanning en -begroting wordt gebruik gemaakt van deze actuele onderhoudstoestand. Met behulp van de beheersoftware Obsurv worden de cijfers van de globale visuele inspectie in het databestand geïmporteerd en verwerkt. In de beheersoftware kan men nu verschillende planningen maken. De beheersystematiek kent de volgende berekeningsmodellen: Basisplanning De basisplanning brengt in beeld wat het minimaal technisch benodigde budget is om het wegennet op verantwoorde wijze in stand te houden. De basisplanning is een gemiddelde planning: voor elk wegvakonderdeel wordt, op basis van de schade, een restlevensduurperiode berekend. In de basisplanning wordt een wegvakonderdeel gepland in het gemiddelde van die planperiode. Gemuteerde basisplanning Voor alle gegenereerde planningen geldt dat voor elk wegvakonderdeel een gemiddeld onderhoudsjaar, een indicatieve onderhoudsmaatregel en een daarbij behorende indicatieve prijs zijn bepaald. Kortom, de planning en begroting zijn op netwerkniveau.

De berekende resultaten dienen door de door het CROW beschreven maatregeltoets en door aanvullend onderzoek (gedetailleerde inspectie, metingen, locatiebezoek, milieukundig onderzoek en boringen) technisch nader te worden uitgewerkt, waardoor de netwerkplanning wordt verfijnd tot een onderhoudsplan (op projectniveau). Een onderhoudsplan staat nog niet gelijk aan de projectplanning. Voor de projectplanning dient de definitieve maatregel te worden vastgesteld en afgestemd met andere beheerdisciplines. Budgetplanning Bij dit scenario wordt het systeem gevraagd de consequenties te berekenen van een opgegeven budget. Indien niet voldoende financiële middelen ter beschikking staan, zal het systeem wegvakonderdelen gaan verschuiven in de tijd op basis van door de wegbeheerder ingestelde prioriteiten, met als mogelijke consequenties het ontstaan van achterstallig onderhoud en kapitaalvernietiging. In paragraaf G wordt nader ingegaan op de prioriteitstelling. Cyclusbudget (lange termijn) Naast het budget dat noodzakelijk is in de planjaren 1-5 is het voor een beheerder echter ook interessant om te weten wat het budget voor de lange termijn dient te zijn. Dit budget op lange termijn wordt het cyclusbudget genoemd.

In afwijking van de basisbegroting voor de eerste 5 jaar, waar de kosten worden gerelateerd aan de actuele technische kwaliteit, wordt het cyclusbudget bepaald aan de hand van het daadwerkelijk aanwezige areaal verhardingen, ongeacht de onderhoudstoestand daarvan. De cycluskosten zijn de gemiddelde jaarlijkse kosten om een vierkante meter verharding ‘eeuwigdurend’ in goede staat te houden. Deze cycluskosten worden gebaseerd op onderhoudscycli die een verharding in de loop van tijd vermoedelijk nodig zal hebben. De onderhoudscycli worden weer gebaseerd op de volgende drie factoren:  het wegtype;  het verhardingstype;

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 32/41

de ondergrond.

In Tabel 4 is een voorbeeld gegeven van de onderhoudscyclus voor een bepaald wegtype met het verhardingstype asfalt op een specifieke ondergrond. (Let op: het betreft hier een fictief voorbeeld). Tabel 4 Jaar

Voorbeeld van een onderhoudscyclus afhankelijk van wegtype, verhardingstype en ondergrond Onderhoudsmaatregel

0 Aanleg 7 Aanbrengen slijtlaag 18 Aanbrengen deklaag 25 Aanbrengen slijtlaag 36 Aanbrengen deklaag 45 Rehabilitatie (einde levensduur) Totale kosten over een periode van 45 jaar

Prijs/m² -€ 3,24 € 15,03 € 3,24 € 15,03 € 39,16 € 75,70

De cycluskosten per jaar voor bovengenoemd voorbeeld bedragen dan: € 75,70 per 45 jaar = € 1,68 per jaar per m2. In bovenstaand voorbeeld wordt ervan uitgegaan dat in een periode van 45 jaar de asfaltverharding, vanaf aanleg tot rehabilitatie, vier onderhoudsmaatregelen en een reconstructie nodig heeft om technisch in een goede conditie te blijven. Uitgangspunt in dit voorbeeld is dat er geen achterstand in het onderhoud aanwezig is. De kosten voor aanleg worden niet meegerekend daar deze in principe eenmalig zijn. Opgemerkt dient te worden dat aan het eind van elke cyclus is uitgegaan van een rehabilitatie (vervanging van de gehele wegconstructie). De cycluskosten zijn daarom maximale bedragen, daar een rehabilitatie financieel flink doorweegt in het cyclusbudget. In de beheersoftware wordt een selectie gemaakt op wegtype, verhardingstype, en ondergrond en het oppervlak hiervan wordt vermenigvuldigd met de cycluskosten. Door de som van alle cyclusbedragen te nemen kan men komen tot het cyclusbudget. F. Het presenteren van de resultaten Het einddoel van het wegbeheersysteem is het presenteren van de resultaten. Hiermee levert het systeem een wezenlijke bijdrage aan de communicatie tussen het bestuur, financiën en technici. Alle gegevens van kwantiteit, kwaliteit, onderhoud en kosten zijn te presenteren.

Trends kunnen inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van verschillende onderhoudsscenario’s. Als het beleid een keuze voor een bepaald budget maakt, kan het systeem de consequenties hiervan op het kwaliteitsniveau van een beleidsthema inzichtelijk maken. De scores van de globale visuele inspectie geven per wegvakonderdeel een beeld van de kwaliteit. De technische kwaliteit van een bepaalde verhardingssoort (asfalt, elementen of beton) wordt weergegeven in waarderingen ‘voldoende’, ‘matig’ en ‘onvoldoende’ per schade. Om beleidsmakers echter te kunnen informeren over de kwaliteit van het wegennet op netwerkniveau, zijn vier beleidsthema’s voor de verharding geformuleerd:  aanzien;  comfort;  duurzaamheid;  veiligheid.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 33/41

Sinds 2007 wordt de kwaliteit van de openbare ruimte gedefinieerd door deze te beschrijven met behulp van kwaliteitsbeelden. Daarbij worden 5 onderhoudsniveaus gedefinieerd die variëren van zeer goed (A+) tot slecht (D). In de ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013’ (CROW-publicatie 323) zijn deze onderhoudsniveaus beschreven voor alle objecten in de openbare ruimte. In de kwaliteitscatalogus zijn schaalbalken opgenomen, waarmee met foto’s, beschrijvingen en prestatie-eisen het onderhoudsniveau meetbaar is gemaakt. Deze onderhoudsniveaus zijn eveneens gekoppeld aan de systematiek voor wegbeheer. Hierdoor kunnen de resultaten van de globale inspectie worden gepresenteerd in de beeldkwaliteitsniveaus A+, A, B, C en D. Tabel 5

Omschrijving kwaliteitsniveaus

Kwaliteitsniveau

Omschrijving

A+ A B

Helemaal geen schade Enige schade, maar de waarschuwingsgrenzen zijn nog niet bereikt Waarschuwingsgrens is bereikt, binnen 5 jaar is onderhoud benodigd of er moet klein onderhoud worden uitgevoerd Richtlijn is met 1 klasse overschreden, binnen 2 jaar is onderhoud benodigd Achterstallig onderhoud, er is direct onderhoud noodzakelijk

C D

G. Prioriteitstelling Bij een budgetplanning dient de beleidsmaker prioriteiten te stellen. Dit is noodzakelijk wanneer er onvoldoende budget aanwezig is om alle wegen te onderhouden conform de opgestelde normen. Zo kan bij een budgettekort de voorkeur worden gegeven aan fietspaden en voetpaden. Is er dan nog voldoende geld beschikbaar, dan kunnen ook andere zaken onderhouden worden. Prioriteiten worden gesteld op de onderstaande criteria:  wegtype;  beleidsthema;  geografische ligging. Door in de beheersoftware een rangorde te geven (1, 2 en 3) aan de criteria, kan er gekozen worden om bijvoorbeeld het criterium ‘wegtype’ voorrang te geven op de andere criteria. Het hoogste cijfer betreft de hoogste prioriteit. Bij een budgettekort zullen eerst die onderdelen gepland worden die een hoge prioriteit hebben. De gewenste onderdelen worden hieronder toegelicht.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 34/41

Wegtype Binnen het criterium wegtype zijn standaard zeven onderdelen waaraan het cijfer 1 t/m 7 kan worden toegekend. Deze onderdelen zijn: 1) hoofdweg; 2) zwaar belaste weg; 3) gemiddeld belaste weg; 4) licht belaste weg; 5) weg in woongebied; 6) weg in verblijfsgebied; 7) fietspad. Het beleid kan dus stellen om, bij budgettekort, eerst de fietspaden te onderhouden en deze dus het hoogste prioriteitscijfer toe te kennen. Beleidsthema Binnen het criterium beleidsthema zijn vier onderdelen waaraan het cijfer 1 t/m 4 is toe te kennen. Deze onderdelen zijn:  aanzien;  comfort;  duurzaamheid;  veiligheid. Op deze manier kan bijvoorbeeld de voorkeur worden gegeven aan onderhoud van wegen waar de verkeersveiligheid in het geding is. Geografische voorkeur Binnen het criterium geografische voorkeur worden vijf onderdelen onderscheiden waarvan er één kan worden uitgekozen. Uit de volgende onderdelen binnen het criterium geografische voorkeur kan een keuze worden gemaakt:  gemeente;  woonplaats;  wijk;  buurt;  locatietype. Wanneer gekozen wordt voor een prioriteit op wijkniveau, kunnen bepaalde wijken voorrang krijgen op andere wijken. Wanneer er budgettekort ontstaat dient het beleid dus prioriteiten te stellen. Het criterium ‘wegtype’ kan voorrang krijgen op de criteria ‘beleidsthema’ en ‘geografische voorkeur’.

Binnen het criterium ‘wegtype’ kan het wegtype ‘fietspad’ voorrang krijgen op de andere onderdelen. In Tabel 6 is een voorbeeld gegeven hoe een prioriteitstelling kan worden ingevuld.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 35/41

Tabel 6

Voorbeeld prioriteitstelling

Criteria

Cijfer

Wegtype Beleidsthema Geografische voorkeur

3 2 2

Onderdeel wegtype

Cijfer

Hoofdweg Zwaar belaste weg Gemiddeld belaste weg Licht belaste weg Weg in woongebied Weg in verblijfsgebied Fietspad

6 4 4 2 5 1 7

Onderdeel beleidsthema

Cijfer

Aanzien Comfort Duurzaamheid Veiligheid

2 3 2 4

Onderdeel geografie

Keuze

Gemeente Woonplaats Wijk Buurt Locatietype

XXXXXX

In bovenstaand voorbeeld wordt prioriteit gegeven aan het criterium ‘wegtype’ boven de andere criteria. Binnen dit criterium zijn de onderdelen eveneens voorzien van een prioriteit. Hierin is prioriteit gegeven aan het wegtype fietspad. Het hoogste cijfer geeft namelijk, zoals eerder vermeld, de hoogste prioriteit weer. Opgemerkt dient te worden dat het hier een voorbeeld betreft en de cijfers die zijn weergegeven geen enkele overeenkomst vertonen met de prioriteitstelling van welke opdrachtgever dan ook. Indien dit het geval is, berust dit op louter toeval.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587 36/41

Bijlage 2

Wet- en regelgeving

BBV De gemeenteraad en het college moeten inzicht geven in de benodigde onderhoudsbudgetten, op een financieel transparante wijze, op grond van artikel 12 BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Voor het beheer van de openbare ruimte is het gebruiken van een systematiek wettelijk verplicht. De begroting moet voortvloeien uit beleidskaders en de financiële consequenties daarvan. “Een essentieel onderdeel van de inhoud van deze paragraaf wordt bepaald door het gekozen ambitieniveau, de staat van onderhoud van de desbetreffende kapitaalgoederen en de kosten die hiermee gemoeid zijn. Hierbij dient in acht te worden genomen dat achterstallig onderhoud leidt tot kapitaalvernietiging en afwaardering wanneer sprake is van duurzame waardevermindering (artikel 65 van het BBV). Bij een tijdelijke waardevermindering vanwege achterstallig onderhoud (zonder afwaardering) dienen de lasten van het wegwerken van achterstallig onderhoud ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht”. Exploitatie:  het beleidskader moet aangegeven worden en het beheerbeleid moet hierop aansluiten;  de financiële consequenties van deze kaders moeten in een begroting worden vertaald. Tevens moet de beheerder zorg dragen voor het vervullen van de functie van de openbare ruimte.

Voor wegen houdt dit in dat de beheerder ervoor moet zorgen dat de weggebruiker zich doelgericht, veilig en comfortabel over de openbare weg kan verplaatsten. Wet milieubeheer De Wet milieubeheer is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk (wettelijk) gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en programma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen. In Nederland wordt de praktische uitvoering gewoonlijk verder uitgewerkt in de vorm van een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB's) en/of een Ministeriële regeling met nadere richtlijnen, waarbij 1 of meerdere wetten als grondslag dienen. Het Besluit asbestwegen milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit zijn AMvB’s waar de wegbeheerder mee te maken krijgt. Besluit asbestwegen milieubeheer Het Besluit asbestwegen milieubeheer bepaalt dat in (half-)verhardingen geen asbest aanwezig mag zijn. Indien het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht kan het worden afgeschermd door een verharding die voldoet aan eenduidig vastgestelde eisen. Asbest dat na 1 juli 1993 is aangebracht moet worden verwijderd.

Indien deze wegen moeten worden gereconstrueerd, zal rekening moeten worden gehouden met afvoer van het asbesthoudende materiaal en de Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587

37/41

kosten daarvan. Voor de verwijdering van asbest geldt geen saneringsplicht en asbest mag blijven zitten zolang het niet wordt “opgepakt” of bewerkt. Besluit bodemkwaliteit Een voor de wegbeheerder ingrijpende wettelijke regeling is het Besluit Bodemkwaliteit. Dit heeft als doel vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater te voorkomen. Het Besluit bodemkwaliteit stelt een aantal voorwaarden aan het (her)gebruik van wegenbouwmaterialen. De stringente eisen die het Besluit stelt aan de mogelijkheden tot hergebruik kunnen tot kostenverhoging van de materialen en van de onderhoudswerkzaamheden leiden. Een van de bepalingen in het Besluit bodemkwaliteit is dat teerhoudend asfalt sinds 1 januari 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Indien bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat dit asfalt moet worden aangeboden aan een erkende verwerker. Indien met de juiste onderzoeksmethode wordt aangetoond dat het asfalt teervrij is, kan dit asfalt worden afgevoerd naar een asfaltcentrale om te worden hergebruikt in warm bereid asfalt. Er geldt geen saneringsplicht voor teerhoudend asfalt. Zolang dit blijft liggen en niet wordt “opgepakt” of bewerkt zijn er geen problemen ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit.

Geluid Tegenwoordig zijn diverse asfalt- en elementenmaterialen beschikbaar die ook bij lagere snelheden het bandengeluid kunnen reduceren. Tot 30-50 km/u overheerst het motorgeluid, daarboven het bandengeluid. De te bereiken geluidreductie is in de orde van 3 – 4 dB(A). Een reductie van 3 dB(A) betekent een halvering van het geluidniveau. Verschillende gemeenten hanteren als beleid om op bepaalde typen wegen geluidreducerende deklagen of elementen toe te passen. Duurzaamheid De overheid zet hoog in ten aanzien van duurzaamheid. Voor beheer en onderhoud van wegen houdt dit in dat zorgvuldig moet worden omgegaan met energie, materialen, leefomgeving, natuur, landschap en water. Om invulling te geven aan duurzaamheid bij wegbeheer kan gebruik worden gemaakt van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de GWW-sector van het CROW of het programma Duurzaam Inkopen van Agentschap NL ten aanzien van de productgroep wegen. Een aantal duurzame aspecten bij wegbeheer zijn:  besparing op energie en CO2-uitstoot (bijvoorbeeld door toepassing van energiearm asfalt);  duurzaam materiaalgebruik (bijvoorbeeld hergebruik van oud asfalt in nieuw asfalt) of te kiezen voor betonstraatstenen met betongranulaat als toeslagmateriaal in plaats van grind;  reductie van geluid (bijvoorbeeld door te kiezen voor een geluidarm wegdek);

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587

38/41

 

afvoer van afstromend wegwater (bijvoorbeeld een waterdoorlatende constructie); natuur en landschap (bijvoorbeeld een verdiepte ligging of een faunapassage.

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587

39/41

Bijlage 3

Kwaliteit verhardingen

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587

40/41

Bijlage 4

Meerjareninvesteringsplan

Sweco | Beheer- en beleidsplan wegen Projectnummer 51013202 Datum 30-10-2023

Versie D1.0

Document referentie NL23-648800269-62587

41/41

Bijlage Overzicht MIP 2024-2027 Totale investeringskosten

Project

MIP

Rioolfonds

2024 Reconstructie Scharnier Reconstructie Steenstraat Hulst Vervangen rioolstelsel Nieuw Hulst Herinrichting Rapenburg Vogelwaarde Vervangen riolering fase 3 Vogelwaarde Vervangen riolering Gentsevaart Kapellebrug Aanvullend krediet Gentsevaart Kapellebrug

€ € € € € € €

1.250.000,00 565.000,00 685.000,00 826.000,00 555.000,00 140.000,00 30.000,00

€ € 25.000,00 € 2.190.000,00 € 300.000,00 € € 1.800.000,00 € 940.000,00 € € 285.000,00

2025 Vervangen riolering herinrichting Lageweg en Weststraat, incl. Zeedorp Reconstructie Truffinoweg en ged. Zandstraat. Hulst Reconstructie Absdaalseweg Hulst Vervangen riolering en herinrichting Paardenmarkt Hulst

€ € € €

600.000,00 785.000,00 1.300.000,00 445.000,00

€ 1.300.000,00 € 265.000,00 € 900.000,00 € € 200.000,00

2026 Vervangen riolering Bossestraat en Schoolstraat fase 4 Vogelwaarde Aanleg Ravelijn Binnenvest en voetpad park Hulst Aanleg gescheiden stelsel Clausstraat eo Dullaert fase 2 Hulst Reconstructie omgeving Grote Markt en rond Basiliek Hulst Vervangen riolering Oude Galgenstraat e.o. Sint Jansteen

€ € € € €

600.000,00 115.000,00 210.000,00 1.500.000,00 150.000,00

€ 485.000,00 € 160.000,00 € 1.550.000,00 € 150.000,00 € 1.290.000,00

2027 Vervangen riolering Olmenstr, Wilhelmstr eo fase 5 Vogelwaarde Vervangen riolering Zomerstraat Hulst Vervangen riolering en herinrichting Stoofstraat Walsoorden Vervangen riolering en herinrichting Hombachstraat Nieuw Namen Vervangen riolering en herinrichting Dullaert Hulst fase 3 Reconstructie Gentsepoort Hulst Vervangen riolering en herinrichting Roskamstraat Sint Jansteen Vervangen riolering en herinrichting Heerstraat Sint Jansteen

€ € € € € € € €

160.000,00 60.000,00 15.000,00 80.000,00 155.000,00 740.000,00 525.000,00 665.000,00

Totaal benodigde middelen uit het MIP per jaar

€ € € € € € € €

Jaarschijven MIP 2024

Overige

57.000,00

2025

€ € € €

515.000,00 585.000,00 726.000,00 505.000,00

€ € € €

50.000,00 50.000,00 50.000,00 25.000,00

€ € €

€ € 25.000,00 € 50.000,00 € 25.000,00 €

2026

2027

60.000,00

64.264,90

765.000,00 450.000,00 65.000,00 370.000,00 300.000,00 125.000,00 375.000,00 450.000,00

€ 500.000,00 € 685.000,00 € 1.200.000,00 € 395.000,00

50.000,00 25.000,00 25.000,00 100.000,00 25.000,00

€ 500.000,00 € 90.000,00 € 160.000,00 € 1.350.000,00 € 100.000,00

€ €

25.000,00 € 10.000,00 €

€ € € €

25.000,00 25.000,00 25.000,00 25.000,00

€ € € € €

25.000,00 € 10.000,00 € € 25.000,00 € 25.000,00 € 25.000,00 € 25.000,00 € 25.000,00 €

110.000,00 40.000,00 15.000,00 55.000,00 105.000,00 690.000,00 475.000,00 615.000,00

€ 2.606.000,00 € 3.140.000,00 € 2.360.000,00 € 2.105.000,00

Lichtgedrukte cijfers zijn reeds beschikbaar gestelde budgetten uit het MIP. Dan wel andere middelen. En tellen dus niet mee in de nog benodigde middelen MIP. Overige middelen kunnen zijn bijvoorbeeld Algemene reserve, subsidies of bijdragen derden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13519542/1