Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Tekst van het document
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 1
2 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Inhoudsopgave Voorwoord
5
Inleiding
7
VN-verdrag Handicap Beweging naar een inclusieve en toegankelijke samenleving Mensen met een beperking en hun naasten De nationale strategie en Caribisch Nederland Leeswijzer
7 8 8 9 9
Belangrijke principes
11
1. Gelijke rechten 2. Eigen regie en rechtspositie 3. Toegankelijkheid 4. Bestaanszekerheid 5. Een samenleving waarin iedereen zich welkom voelt
12 13 15 16 17
Levensdomeinen
19
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Werk en inkomen Thuis en wonen Onderwijs en ontwikkeling Gezondheid en ondersteuning Vervoer en mobiliteit Cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen Veiligheid en rechtsbescherming
20 22 23 25 26 27 28
Governance, rollen en verantwoordelijkheid
31
Niets Over Ons, Zonder Ons Overlegstructuur Monitoring
32 32 32
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 3
4 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Voorwoord Bijna 1 op de 8 mensen in Nederland heeft een vorm van een beperking. Iets dat letterlijk beperkt in het ten volle benutten van hun talenten. En ook zodanig dat het hun levensgeluk in de weg kan staan. Wat we samen kunnen doen is de samenleving zo inrichten dat je met of zonder beperking echt kunt meedoen. Dat je voelt dat we daar als land blij mee zijn, zodat je je uitgenodigd voelt om ook jouw bijdrage te leveren aan een betere maatschappij. Dat vinden we belangrijk. Daarom heeft Nederland zich gecommitteerd aan het VN-verdrag handicap. In deze Nationale strategie laten we zien hoe ons land zich verbindt aan de doelstellingen uit het verdrag. Zo kunnen we bouwen aan een inclusieve en toegankelijke samenleving voor iedereen. Nog te vaak ervaren mensen met een beperking drempels in de samenleving, waardoor zij niet gelijkwaardig mee kunnen doen. Op alle terreinen van hun leven. Daarom is deze strategie erop gericht om verbeteringen door te voeren en ook te letten op de samenhang daartussen. Een werk plek is immers alleen maar echt toegankelijk als je er ook kunt komen met toegankelijk vervoer. Bovendien willen we stigma en vooroordelen bestrijden, zodat mensen met een beperking niet alleen dezelfde mogelijkheden hebben, maar zich ook volledig geaccepteerd voelen.
Mensen met een beperking weten zelf het beste welke barrières zij tegenkomen die belemmeren dat zij volledig mee kunnen doen in de maatschappij. Zij ervaren dat immers op dagelijkse basis. Daarom heb ik deze strategie samen met hen en hun vertegenwoordigende organisaties opgesteld. Zij worden ook betrokken bij de uitvoering van de maatregelen uit deze strategie, die we bundelen in een werkagenda. De uitvoering van de strategie en werkagenda kunnen we niet alleen. Voor een toegankelijk en inclusief Nederland hebben we iedereen nodig. We doen het samen met alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers in Nederland. Zo werken we naar een samenleving waarin kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking dezelfde mogelijkheden hebben als ieder ander. Een samenleving om trots op te zijn.
Conny Helder Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 5
Inleiding Een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Waarin kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking1 dezelfde mogelijkheden hebben als ieder ander om mee te doen en zich te ontwikkelen. Een samenleving waarin menselijke waardigheid en kansengelijkheid centraal staan. Dat is de samenleving die we in Nederland willen zijn. We willen voorloper worden op het gebied van emancipatie en gelijke rechten van mensen met een beperking. Daarvoor is een verandering nodig in de manier van kijken naar de inrichting van de maatschappij.
VN-verdrag Handicap Nederland heeft zich in 2016 gebonden aan het VN-verdrag Handicap. De overheid is daarmee verplicht om de rechten die hieruit voortvloeien waar te maken. Het VN-Verdrag Handicap legt de focus op inclusie en de toegankelijkheid van de samenleving. Met als belangrijkste uitgangspunten: volledige deelname in de samenleving, de vrijheid om zelf keuzes te maken, onafhankelijkheid, menselijke waardigheid en kansengelijkheid. Daarnaast gaat het VN-verdrag Handicap, en daarmee deze nationale strategie, uit van het sociaal model: niet de beperking is het probleem, maar de manier waarop de samenleving is ingericht. De kern van dit model is dat mensen met een beperking gehandicapt gemaakt worden door de manier waarop dingen zijn georganiseerd of gemaakt. Een handicap ontstaat dan ook vooral door ontoegankelijkheid. Als je op deze manier naar mensen met een beperking kijkt, dan ligt het oplossen van de handicap niet bij het individu, maar bij ons allemaal. In lijn met het VN-verdrag richten we ons daarom op het wegnemen van obstakels die mensen met een beperking verhinderen om daadwerkelijk mee te kunnen doen.
1
Niet iedereen vindt het prettig om als ‘persoon met een beperking’ te worden aangeduid, terwijl anderen dat juist een goede neutrale formulering vinden. We realiseren ons dat we onmogelijk één aanduiding kunnen formuleren waarin iedere persoon zich herkent. Om zo herkenbaar mogelijk te schrijven, sluiten we daarom aan bij de meest gebruikte terminologie in relatie tot het VN-verdrag Handicap. En gebruiken we in de strategie de term 'mensen met een beperking'.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 7
Beweging naar een inclusieve en toegankelijke samenleving Nederland vindt het belangrijk zich te verbinden aan de doelstellingen van het VN-verdrag Handicap. Daarom is sinds de ratificatie van het verdrag een beweging in gang gezet om de positie van mensen met een beperking te verbeteren en het denken daarover te veranderen. Veel maatschappelijke organisaties en bedrijven kunnen en willen aan deze verbetering bijdragen. Gemeenten zetten, samen met hun inwoners, stappen naar een inclusieve gemeente. Vanuit het programma Onbeperkt meedoen heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de afgelopen jaren, samen met andere ministeries, bijgedragen aan de verbetering van de positie van mensen met een beperking. Zonder af te doen aan de inspanningen die zijn geleverd, moeten we concluderen dat we er nog lang niet zijn. Er zijn teveel signalen, onderzoeksrapporten en wetsevaluaties die laten zien dat mensen met een beperking niet gelijkwaardig kunnen meedoen. Daarom willen we ons met deze nationale strategie gezamenlijk inzetten om uiterlijk in 2040 de positie van mensen met een beperking in lijn met het VN-verdrag te hebben gebracht. Deze strategie bevat de opgave om gelijkwaardige deelname voor mensen met een beperking mogelijk te maken. We hebben deze strategie opgesteld samen met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties.
Dat was een intensief en vruchtbaar proces. Daardoor bevat deze strategie de belangrijkste doelstellingen voor mensen met een beperking om deelname mogelijk te maken. Om deze doelstellingen te bereiken, stellen we een werkagenda met concrete maatregelen op. Het is ons nadrukkelijke voornemen om daarin de samenwerking met mensen met een beperking voort te zetten. Alleen op die manier realiseren we een duurzame verbetering in het dagelijks leven van mensen met een beperking. De overheid is in de eerste plaats verantwoordelijk, het bereiken van de doelstellingen in de strategie is een opgave voor de hele Rijksoverheid. In de werkagenda wordt duidelijk welk ministerie voor welk onderwerp het voortouw neemt. Want een inclusieve en toegankelijke samenleving bereiken we als we ook kijken naar de verbetering van de uitvoering en vernieuwing van de wet- en regelgeving. Maar het succes van de uitvoering van de strategie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel overheden, bedrijven, sociale partners, maatschappelijke organisaties en iedere burger in Nederland.
Mensen met een beperking en hun naasten Bijna één op de acht inwoners van Nederland heeft een langdurige beperking of chronische aandoening. Eén op de acht mensen met wie we ons leven delen. Zij zijn onze broers en zussen, ouders en kinderen, collega’s, buren, partners en vrienden. Ze zijn bijvoorbeeld slechtziend, blind, doof of neurodivergent, hebben een lichamelijke of verstandelijke beperking of psychische aandoening. Sommige beperkingen zijn meer zichtbaar, hebben een grotere bekendheid of krijgen meer aandacht in bijvoorbeeld de media. Het is belangrijk om bij het maken van beleid en wetgeving steeds alert te zijn of we iedereen in beeld hebben. Want het VN-verdrag Handicap gaat over de rechten van alle mensen met een levenslange beperking of chronische aandoening die drempels ervaren om mee te kunnen doen in de samenleving. Dus ook over de rechten van mensen zonder zichtbare beperkingen, zoals een lichte verstandelijke beperking of taalontwikkelingsstoornis, chronische ziekte of energiebeperking.
8 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gelijkwaardig meedoen in de samenleving kan er voor al deze mensen anders uitzien in het dagelijks leven. Niet voor iedereen is bijvoorbeeld werken, zelfstandig wonen of een gezin stichten een mogelijkheid. Maar alle mensen met een beperking hebben recht op een toegankelijke en inclusieve samenleving. De nationale strategie richt zich daarom op het beschermen en versterken van de positie van alle mensen met een beperking. Daar hoort ook aandacht voor de positie van hun naasten bij. Denk aan partners, ouders, kinderen, vrienden, al dan niet in de rol van mantelzorger. Ook zij worden geconfronteerd met belemmeringen in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan inkomens achteruitgang omdat (fulltime) werken vanwege mantelzorgtaken niet langer mogelijk is. Of het moeten investeren in woningaanpassingen en mobiliteit.
De nationale strategie en Caribisch Nederland Het VN-verdrag Handicap is nog niet geratificeerd voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland bedoelen we de Nederlandse eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Om het VN-verdrag Handicap voor deze eilanden te ratificeren, moeten zij voldoen aan de burgerlijke en politieke rechten zoals gedefinieerd in het VN-verdrag Handicap. Daar is uitvoeringswetgeving voor nodig, waar momenteel aan wordt gewerkt. Ondertussen wordt in Caribisch Nederland gewerkt aan het verbeteren van de toegankelijkheid en participatie voor mensen met een beperking. Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de lokale context van de eilanden, start in 2024 een apart programma gericht op toegankelijkheid en participatie voor inwoners van Caribisch Nederland. Met acties die samen met mensen met een beperking, lokale overheden, zorgaanbieders en andere organisaties op de eilanden zijn vastgesteld en die aansluiten bij deze nationale strategie.
Leeswijzer De nationale strategie VN-verdrag Handicap bestaat uit twee delen: ‘belangrijke principes’ en ‘levensdomeinen’. Beide onderdelen bevatten citaten van de mensen die hebben meegewerkt aan deze strategie. Hun ervaringen zijn de basis voor de verandering die nodig is. De ‘belangrijke principes’ vormen de rode draad in de uitwerking van de strategie naar de werkagenda. Zij zijn onder andere gebaseerd op de grondbeginselen uit het VN-verdrag Handicap. Zij moeten bij de uitwerking naar de werkagenda overal terug komen. Om het bereiken van die toegankelijke en inclusieve samenleving concreet te kunnen maken, wordt onder ‘levensdomeinen’ per levensdomein een beschrijving van de gewenste situatie en de huidige situatie gegeven. Daardoor wordt duidelijk welke verandering nog nodig is en welke doelstellingen we moeten bereiken. Deze doelstellingen vormen de basis voor de werkagenda van de overheid.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 9
10 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Belangrijke principes
In artikel 3 van het VN-verdrag Handicap staan de grond beginselen van het Verdrag. Zij zijn het fundament. Deze grond beginselen zijn essentieel om te begrijpen wat nodig is om de rechten die voortvloeien uit het verdrag waar te maken. We willen dit fundament in onze strategie waarborgen. Daarom werken we met een aantal leidende principes, waar de grond beginselen onderdeel van zijn. Deze principes zijn uitgesplitst naar een aantal speerpunten. Deze speerpunten gelden als een kompas. Ze geven richting aan de uitwerking van de doelstellingen van de levensdomeinen en aan de activiteiten in de werkagenda. Ze zijn ook onze anker punten. Ze gelden altijd, los van veranderende omstandigheden. Daarmee zorgen ze voor richting en stabiliteit in het bereiken van de doelen van het VN-verdrag Handicap.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 11
1. Gelijke rechten “Na mijn afstuderen wilde ik heel graag een bestuursjaar gaan doen. Maar binnen het bestuur waar ik aan de slag wilde, waren er 5 fulltime functies. Een bestuursfunctie kost soms wel 40, 50 of 60 uur in de week. Ik ben chronisch ziek en niet in staat om zoveel uur in de week te werken. Mij werd verteld dat ik geen parttime of duo bestuursfunctie kon doen omdat er alleen financiering aangevraagd kon worden voor fulltime functies. Een bestuursjaar zit er voor mij daardoor helaas niet in.”
Iedereen heeft gelijke rechten, maar in onze samenleving kunnen mensen met een beperking hun leven vaak niet leven zoals zij zelf willen. Het oplossen van belemmeringen wordt nog te vaak gezien als een gunst. Maar dat is het niet, het gaat om het realiseren van mensenrechten. Kinderen en vrouwen worden in het VN-verdrag Handicap nadrukkelijk benoemd. Omdat zij zich vaker in een achtergestelde positie bevinden. Of omdat anderen voor hen bepalen hoe hun leven moet zijn. Beleid en wet- en regelgeving mag mensen met een beperking niet uitsluiten of ernstig benadelen. Het VN-verdrag Handicap zegt daarom dat het nodig is dat wet- en regelgeving die het leven van mensen met een beperking raakt, samen met hen en hun vertegenwoordigende organisaties wordt gemaakt. De overheid heeft daar een voorbeeldrol in. Uiterlijk in 2040 is dat op alle overheidsniveaus de manier van werken. Bij de uitvoering van beleid en wet- en regelgeving moet iedereen in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Soms is het nodig, juist om iedereen gelijke kansen te geven, om niet gelijk te behandelen. Bijvoorbeeld bij een sollicitatie of op een werkplek. Ongelijkheid kan versterkt worden wanneer mensen met een beperking ook om andere redenen minder kansen ervaren; bijvoorbeeld omdat ze vrouw zijn of vanwege hun gender-identiteit of huidskleur.
Inclusie en werken aan een gelijkwaardige samenleving verplicht ons om recht te doen aan deze complexiteit.
Speerpunten voor gelijke rechten • De rechten van mensen met een beperking, zoals geformuleerd in het VN-verdrag Handicap, zijn bekend bij overheden, uitvoeringsorganisaties en andere maatschappelijke organisaties. Deze rechten worden ook nageleefd. • Wet- en regelgeving is zoveel als mogelijk en nodig in lijn met het VN-verdrag Handicap. • Op alle overheidsniveaus praten mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties mee over de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid en wet- en regelgeving die hen aangaat.
12 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
2. Eigen regie en rechtspositie “Ik vind het moeilijk om alleen keuzes te maken over mijn financiën. Daarom heb ik mijn moeder gevraagd om me daar mee te helpen, zij beslist nooit zomaar voor me, maar legt uit wat de verschillende keuzes betekenen. Daarna beslis ik zelf, of vraag ik mijn moeder of zij de knoop wil doorhakken. Dat doet zij dan en dat is mijn keuze. Wat ik wil eten en met wie ik wil wonen, dat wil ik helemaal zelf beslissen. En dat doe ik dus ook. Ook over relaties en seks beslis ik zelf. Mijn begeleider ondersteunt me daar soms bij, bijvoorbeeld als het gaat om welke voorbehoedsmiddelen ik het beste kan gebruiken. Mijn moeder vond dat eerst moeilijk, maar mijn begeleider en ik hebben haar uitgelegd dat ik het recht heb om over mijn eigen lichaam te beslissen. Zelfs als dat betekent dat ik keuzes maak die zij niet voor mij zou maken.”
Eigen regie gaat over keuzevrijheid. Het is een basisbehoefte van ieder mens om zelf keuzes te maken en je leven in te richten op de manier die bij jou past. Mensen met een beperking geven aan dat ze op alle levensgebieden die vrijheid onvoldoende ervaren. Dit geldt ook voor hun naasten en mantelzorgers. Vaak zijn de mogelijkheden en overtuigingen van andere mensen en organisaties bepalend. Soms werken meerdere loketten los van elkaar en worden mensen van het kastje naar de muur gestuurd. Hierdoor worden zij belemmerd in het voeren van hun eigen regie. Dat je zoveel mogelijk zelf, en anders met ondersteuning, beslissingen kunt nemen over je eigen leven, is een fundamenteel recht. Het versterkt het gevoel van eigenwaarde en onafhankelijkheid. Daarom is het belangrijk dat eigen regie van mensen met een beperking centraal staat bij het maken van beleid dat hen aangaat en de uitvoering daarvan. Dit recht op zelfbeschikking geldt ook voor mensen met een matige of ernstige verstandelijke beperking. Ook zij hebben het recht om zelf keuzes te maken, en op ondersteuning bij het maken van hun eigen keuzes. Om dit zelfbeschikkingsrecht goed in te vullen, moeten mensen met een beperking en hun wettelijk vertegenwoordigers op een begrijpelijke manier geïnformeerd worden over de mogelijke keuzes, en over de gevolgen van die keuzes. Op alle levensdomeinen.
Bijvoorbeeld over de ondersteuning waar zij recht op hebben of over hun financiën. Als mensen met een beperking ondersteuning nodig hebben bij het nemen van beslissingen, dan is het belangrijk dat deze ondersteuning onafhankelijk is. Als zij en hun vertegenwoordigers niet (goed) worden geïnformeerd ontstaat een ongelijke rechtspositie.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 13
Speerpunten voor eigen regie en rechtspositie • Eigen regie van mensen met een beperking is de leidraad bij het maken en uitvoeren van beleid en wet- en regelgeving dat hen aangaat. • Ondersteuning bij het nemen van beslissingen, als dat nodig of gewenst is, is een recht en wordt aangeboden. • Informatie over waar mensen met een beperking recht op hebben, is beschikbaar, begrijpelijk en bruikbaar. • Zelfbeschikking door mensen met een beperking, en daarmee hun rechtspositie, wordt versterkt door beschikbare en begrijpelijke informatie bij keuzes die zij maken op alle levensdomeinen. Mensen met een beperking krijgen onafhankelijke ondersteuning aangeboden, als ze dat nodig hebben bij het maken van die keuzes.
14 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
3. Toegankelijkheid “Ik ben ruim 13 jaar politiek actief geweest. Ondanks goede bedoelingen van iedereen die ik tegen kwam, liep ik toch steeds tegen problemen aan. Het vervoer naar vergaderingen was vaak lastig. Eenmaal op het gemeentehuis moest ik via de achteringang naar binnen, want het gebouw was niet goed toegankelijk. Binnen waren er geen deurdrangers, waardoor ik altijd afhankelijk was van anderen om de deur voor mij open te houden. Soms werden bijeenkomsten georganiseerd op locaties die niet toegankelijk waren, waardoor ik letterlijk voor een dichte deur stond. Ik kreeg geen assistentie om bijvoorbeeld loodzware stapels documenten te dragen, laat staan assistentie bij bijvoorbeeld de toiletgang. Afhankelijk zijn van goede bedoelingen geeft zeker in de politiek een achterstand.”
Een gebouw niet in kunnen, een apparaat niet kunnen bedienen, een website of app die onbruikbaar voor jou is, onbegrijpelijke teksten, je rechten niet kunnen verzilveren, nare opmerkingen of niet mee mogen doen. Ontoegankelijkheid betekent uitsluiting en is discriminatie. Uiterlijk in 2040 hebben we juist een inclusieve samenleving. Dit is een samenleving waarin mensen met een beperking hun leven kunnen leven zoals zij dat zelf willen. Waarin zij gewoon, net als ieder ander, toegang hebben tot alle aspecten van het leven. Iedereen begrijpt dat toegankelijkheid nodig is om niemand uit te sluiten. Dat betekent dat niemand zich zorgen hoeft te maken over drempels: of die nu fysiek, sociaal, digitaal, juridisch, bureaucratisch of financieel zijn. Er is standaard informatie beschikbaar over de toegankelijkheid van openbare ruimtes en gebouwen. En iedereen heeft toegang tot de informatie die zij nodig hebben om keuzes te maken in hun leven. Die informatie is begrijpelijk en wordt in de vorm aangeboden die bij de persoon past. Elk onderdeel van toegankelijkheid is even belangrijk. Als je werkplek toegankelijk is maar je kan er niet komen vanwege ontoegankelijk vervoer, dan kun je alsnog je werk niet doen.
Speerpunten voor toegankelijkheid • Toegankelijkheid is de norm bij wetgeving en uitvoering. • Alles wat nieuw bedacht en gemaakt wordt, is voor iedereen (zoveel mogelijk) bruikbaar volgens de principes van universeel ontwerpen. Dit geldt ook voor producten en diensten. • Alles wat al gebouwd of gemaakt is wordt, indien mogelijk, voor iedereen bruikbaar volgens de principes van universeel ontwerpen. Dit geldt ook voor producten en diensten. • Communicatie en informatie die nodig is om keuzes te maken in het leven is voor iedereen in de gewenste vorm beschikbaar en voor de ontvanger te begrijpen.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 15
4. Bestaanszekerheid “Ik heb hard mijn best gedaan om een echte baan te hebben en dat is gelukt. Toch verdien ik nu nauwelijks meer geld dan als ik helemaal niet zou werken. Door mijn salaris word ik gekort op allerlei toeslagen. Eigenlijk is het heel raar dat meedoen met de maatschappij door te werken niet wordt beloond, maar eigenlijk bestraft. Ik wil dat wordt gekeken naar wat mensen kunnen. Iedereen kan van waarde zijn.”
Iedereen heeft het recht op een behoorlijke levensstandaard, zodat je kan voorzien in bijvoorbeeld voldoende voedsel, kleding, onderwijs, ontspanning, gezondheidszorg en een woning. Voor mensen met een beperking en hun familieleden staat deze bestaanszekerheid sneller onder druk dan bij anderen. Doordat werkplekken of scholen ontoegankelijk zijn, de afstand tot opleiding en betaald werk groot is of door de stapeling van meerkosten. Betaald werken staat voor mensen met een beperking en hun naasten ook onder druk door de hoeveelheid organisatorische taken en administratieve lasten bij het regelen van benodigde zorg en ondersteuning. Het VN-verdrag Handicap bepaalt dat mensen met een beperking recht hebben op een behoorlijke levensstandaard voor henzelf en hun gezin. En op de mogelijkheden om hun levensomstandig heden te verbeteren. We moeten voorkomen dat de stapeling van meerkosten dit in gevaar brengt. Met het benodigde inkomen en de benodigde ondersteuning hebben mensen met een beperking de zekerheid om keuzes te maken voor de toekomst. Zij hebben controle over hun eigen leven. Daarmee is het mogelijk om deel te nemen aan de samenleving. Ook is er minder risico om te verliezen wat er is wanneer je leven verandert.
Speerpunten voor bestaanszekerheid • Nieuwe beleidsmaatregelen behouden en verbeteren zoveel mogelijk de bestaanszekerheid van mensen met een beperking. Inclusief de mogelijkheden om hun levensomstandigheden te verbeteren. • De kosten die mensen door hun beperking moeten maken, mogen er niet toe leiden dat de behoorlijke levensstandaard in gevaar komt. • De arbeidsparticipatie van mensen met een beperking is zoveel mogelijk gelijk aan die van mensen zonder beperking. Bijvoorbeeld in gelijke kansen op de arbeidsmarkt en gelijke beloning. • De administratieve lasten en organisatorische taken voor mensen met een beperking en hun naasten mogen het meedoen in de samenleving niet langer in de weg staan.
16 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
5. Een samenleving waarin iedereen zich welkom voelt “Vorig jaar was ik op een Kunstfestival bij mij in de buurt en dat was zo’n fijne ervaring. Ik voelde me een compleet mens toen ik daar rondliep. Iedereen kon komen en kon meedoen. De toegankelijkheid was goed geregeld, en er was zelfs een standje met informatie daarover. Het was een heel divers publiek. De sfeer was zo ongedwongen, het was echt v oelbaar, een thuiskom-gevoel!”
De samenleving zijn we met elkaar. Op dit moment ervaren mensen met een beperking verschillende vormen van uitsluiting en discriminatie in de samenleving. Elkaar accepteren zoals je bent, en moeite doen om de ander te begrijpen is nog niet vanzelfsprekend. Deels kan dat komen doordat mensen met een beperking en mensen zonder een beperking vaak in gescheiden werelden leven. Daardoor kennen we elkaar niet, wat kan leiden tot onder andere onbegrip, ongemak en ongelijke behandeling. Maar ook op plekken waar mensen met en zonder beperking op dit moment wel samen leven of werken is er sprake van onbegrip, uitsluiting en discriminatie. Uiterlijk in 2040 zijn we een samenleving waarin iedereen mag zijn wie die is. Waar iedereen elkaar respecteert zoals die is. Eén van de dingen die daar aan bijdraagt zijn uitingen in de media. Beeldvorming die recht doet aan inclusie en gelijkwaardigheid kan vooroordelen wegnemen. Dat is een opdracht voor ons allemaal. Een ander aspect is brede vertegenwoordiging van mensen met een beperking in de politiek. Nu is er nog een aantal drempels om politieke rechten uit te oefenen. Bijvoorbeeld bij het stemmen, om mee te kunnen praten bij beleid of wetgeving en om zelf actief te zijn voor een politieke partij.
Speerpunten voor een samenleving waarin iedereen zich welkom voelt • Kinderen en jongeren met en zonder beperking groeien samen op, ontwikkelen, spelen en bewegen samen. • De samenleving is sociaal toegankelijk voor mensen met een beperking. Zij voelen zich niet gediscrimineerd en kunnen meedoen in de samenleving zoals ze zelf willen. • Uitingen en beelden in de media dragen bij aan realistische beeldvorming en gelijkwaardigheid van mensen met een beperking. • Er zijn geen drempels om een politieke functie te bekleden of politieke rechten uit te oefenen.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 17
18 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Levensdomeinen
De principes die hierboven zijn uitgewerkt hebben impact op het hele leven. Wat de beoogde verandering op verschillende levens domeinen is, wordt hieronder uitgewerkt. De nadruk ligt daarbij op de inrichting van de maatschappij. Dit gaat iedereen aan. Er is nog grote onbekendheid over het VN-verdrag Handicap en de rechten van mensen met een beperking bij beleidsmakers, politiek, bedrijfsleven en het brede publiek. En hoe de ontoegankelijkheid van de samenleving in strijd is met die rechten. Het gaat niet om mensen met een beperking over de drempels helpen. Het gaat over het weghalen van die drempels, zodat niemand daar meer door belemmerd wordt.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 19
Om uiterlijk in 2040 een toegankelijke en inclusieve samenleving te zijn, is verandering nodig op alle terreinen van het leven, voor alle leeftijden en in elke levensfase. Want een kind van 5 jaar met een beperking en diens ouders, hebben heel andere ambities, wensen en behoeften dan iemand van 29 jaar die wil gaan samenwonen of een gezin wil stichten. Of dan iemand van 18 die wil gaan werken of studeren, en die een toegankelijke (studenten)kamer nodig heeft en een actief sociaal leven wil onderhouden. Of dan iemand die op haar 50ste een beperking krijgt en allerlei aanpassingen nodig heeft om zelfstandig te kunnen blijven wonen, reizen en werken. Levensdomeinen zijn met elkaar verbonden en hebben invloed op elkaar. Verbetering in het onderwijs leidt bijvoorbeeld tot meer perspectief op werk. Verbetering van de rechtspositie kan leiden tot een hoger welzijnsniveau. Bij de invulling van de doelstellingen van de levensdomeinen en de concrete acties en maatregelen, kijken we daarom vanuit een brede, integrale blik. Alleen op die manier ontstaat er samenhang in beleid en wet- en regelgeving. Alleen dan sluit de systeemwereld goed aan op het dagelijks leven van mensen met een beperking.
1. Werk en inkomen “Ik zit in de bijstand en heb een motorische beperking. Ik val niet onder het doelgroepenregister maar heb wel een baan gevonden. Nu wil alleen mijn gemeente de werkaanpassingen niet betalen.”
Hoe moet het zijn? Betaald werk stelt mensen in staat om meer controle te hebben over hun leven, financieel onafhankelijk te zijn en een behoorlijke levensstandaard te ervaren. Werk draagt bij aan een zinvol leven, zelfontplooiing en sociale contacten. Door drempels om te werken weg te nemen, leveren mensen met een beperking een bijdrage aan de economie. Overheden en werkgevers zorgen mede voor het vinden van passend en gewenst werk, in loondienst of als zelfstandig ondernemer. Werkgevers zetten zich in om arbeid flexibel te organiseren en de werkomgeving toegankelijk te maken. Voor mensen die tijdelijk of langdurig niet (volledig) kunnen werken of voor wie het niet lukt een baan te vinden, biedt sociale zekerheid een duurzaam vangnet. Het zorgt voor inkomens ondersteuning, biedt rust en vertrouwen. Wanneer betaald werk niet haalbaar is, zijn vormen van dagbesteding beschikbaar. Binnen dagbesteding is ruimte voor ontplooiing, ontwikkeling en de mogelijkheid om naar wens en vermogen door te groeien naar betaald werk. Naasten en mantelzorgers van mensen met een beperking spelen een grote rol in hun leven. Zeker als zij een intensieve rol hebben in de zorg, ondersteuning of begeleiding. Zij worden financieel of in de vorm van vervangende zorg (respijtzorg) ondersteund als zij door intensieve zorg voor hun naaste minder kunnen werken.
20 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Hoe is het nu? De arbeidsparticipatie van mensen met een beperking is op dit moment fors lager dan van mensen zonder een beperking. De ontoegankelijkheid van de werkomgeving vormt daarbij een grote drempel. Het gaat dan niet alleen om fysieke toegankelijkheid, of de toegankelijkheid van systemen, maar ook om sociale toegankelijkheid. Er zijn veel hulpmiddelen, regelingen en andere vormen van ondersteuning beschikbaar om werkplekken toegankelijk te maken. Maar werkgevers ervaren het regelen hiervan als een administratieve last, waar veel uitzoekwerk bij komt kijken. De huidige inrichting van de sociale zekerheid beweegt onvoldoende mee met de situatie van mensen met een beperking. Zij wisselen vaak tussen uitkering en werk of beiden combineren. De druk op naasten en mantelzorgers, die intensieve zorg en ondersteuning bieden voor iemand met een beperking, is groot. Zij krijgen zelf nog onvoldoende ondersteuning als ze tijdelijk of langdurig minder kunnen werken hierdoor. Met risico op gevolgen voor henzelf en hun gezin. Bijvoorbeeld stress in het gezin, minder inkomen, belasting door administratieve last. In 2013 is de banenafspraak gemaakt met organisaties voor werkgevers en werknemers. Doelstelling is om in 2026 in totaal 125.000 extra banen bij reguliere werkgevers te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. Eind 2022 zijn daar in totaal ruim 81.000 van gerealiseerd.
In het doelgroepen register staan de mensen met een beperking die vallen onder de banenafspraak.
Doelstellingen 2040 • Werkplekken zijn – waar het beroep het toelaat - digitaal, fysiek, sociaal toegankelijk en er is passende ondersteuning om te kunnen werken. Werkgevers ervaren geen belemmeringen om mensen met een beperking aan te nemen. • Bij veranderingen in het werk als gevolg van iemands beperking, komt de bestaanszekerheid niet in gevaar. Bijvoorbeeld bij meer of minder werken. • Werken moet lonen. Ook als je werkt naast (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. • Mensen met een beperking krijgen een gelijke beloning voor gelijk werk. • Naasten en mantelzorgers hebben voldoende mogelijkheden om werk en zorg te combineren. • Ouders van kinderen met een intensieve zorgvraag, die vanwege hun zorgtaak minder kunnen werken, worden financieel gecompenseerd voor extra kosten waar het bestaansminimum niet in voorziet.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 21
2. Thuis en wonen “Ik heb mijn hele leven niet mogen of kunnen verhuizen vanwege de aan passingen die in huis nodig zijn. Ik zou dan van een adequate woning naar een inadequate woning gaan. In die zoektocht merkte ik steeds weer: er wordt niet menselijk nagedacht.”
Hoe moet het zijn? In elke levensfase moet het mogelijk zijn voor mensen met een beperking om te wonen zoals zij zelf willen. Hoe dat er precies uitziet hangt af van verschillende factoren. Bijvoorbeeld van de mate van zorg en ondersteuning die nodig is. En van de mate waarin de woning toegankelijk is of dat er aanpassingen gedaan kunnen worden. Ook de toegankelijkheid van de (openbare) buitenruimte en voorzieningen in de omgeving zijn van belang. Daarnaast hebben mensen met een beperking net als ieder ander een wooncarrière, passend bij hun levensfase. Zo’n wooncarrière kent allerlei stappen: thuis bij ouders wonen, op jezelf gaan wonen (alleen of samen met een partner, kinderen of andere huisgenoten) of bijvoorbeeld na een relatiebreuk samenwonen met een nieuwe partner. Toegankelijke en waar nodig aangepaste woningen dragen bij aan zelfstandigheid van mensen. Om zo zelfstandig te wonen als zij willen, is een voldoende divers en verspreid woonaanbod nodig. Door bij nieuwbouw uit te gaan van inclusief ontwerpen, worden de gebouwde woningen toegankelijk voor de meeste mensen in de samenleving. In bestaande woningen worden aanpassingen gedaan om de woningen toegankelijker te maken, zodat deze ook toegankelijk zijn voor de meeste mensen in de samenleving. Dit draagt bij aan de sociale participatie van mensen met een beperking.
Want op die manier kunnen zij gemakkelijk op bezoek bij buren, vrienden en familie, ongehinderd door drempels. Naast de fysieke toegankelijkheid van de woning, moeten zorg, ondersteuning en hulpmiddelen aansluiten op wat mensen nodig hebben. Zodat zij in en om hun woning volwaardig kunnen leven. Zodat zij zo min mogelijk afhankelijk hoeven zijn van de mensen met wie zij samen leven. Op die manier kunnen de mensen met wie zij samenleven, bijvoorbeeld ouders, broers en zussen of een partner, zoveel mogelijk hun rol behouden van familielid of geliefde.
Hoe is het nu? Op dit moment is er te weinig en te weinig divers aanbod van toegankelijke bestaande en nieuwe woningen. Mensen met een beperking hebben daardoor niet altijd de mogelijkheid om zelfstandig te wonen, of om bij familie of vrienden op bezoek te gaan. Ze wonen bijvoorbeeld intramuraal of (blijven) bij hun ouders. Zelfstandig wonen in een ontoegankelijke woning gaat ten koste van hun energie en zelfredzaamheid. Het is lastig om nog te verhuizen als ze eenmaal een toegankelijke woning gevonden hebben. Daardoor kunnen ze niet als iedereen een wooncarrière doormaken. Als je wil verhuizen mag je in veel gemeenten niet de aanpassingen in je huis meenemen. En wanneer je naar een andere gemeente verhuist, is continuïteit van zorg eerder uitzondering dan regel. Wanneer iemand zelfstandig woont en aanpassingen aan de woning nodig zijn om zelfstandig te blijven wonen, wordt niet integraal en op lange termijn naar de benodigde aanpassingen gekeken. Bij bijvoorbeeld een progressieve spierziekte kan het juist wenselijk zijn om in één keer de benodigde aanpassingen voor de toekomst te doen.
22 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De hulpmiddelen om in en om het huis zo zelfstandig mogelijk te leven zijn beschikbaar. Maar het aanvragen hiervan is weerbarstig. Als er een reparatie nodig is, zijn er onvoldoende adequate oplossingen en lange wachttijden. Het regelen van zorg en ondersteuning om zelfstandig thuis te wonen, brengt een behoorlijke administratieve last met zich mee voor de persoon zelf of zijn naaste.
Doelstellingen 2040 • Er is voldoende aanbod van betaalbare toegankelijke woningen: - nieuwe woningen worden toegankelijk en inclusief gebouwd - bestaande bouw wordt waar mogelijk geleidelijk toegankelijk gemaakt. • Mensen met een beperking kunnen zich zelfstandig in en om hun huis verplaatsen. • Mensen met een beperking kunnen wisselen van woonplaats, zonder verlies van zorg, ondersteuning en hulpmiddelen. • Openbare ruimte is toegankelijk voor iedereen en inclusief ontworpen en onderhouden. • Zorg en ondersteuning sluiten aan op zelfstandig wonen en participatie.
3. Onderwijs en ontwikkeling “Ik heb op 2 basisscholen en 4 middelbare scholen gezeten, op zowel speciaal als regulier onderwijs. Ik was ‘te goed’ voor het speciaal onderwijs en ‘te slecht’ voor het reguliere onderwijs. Uiteindelijk ben ik op een topsportschool terecht gekomen waar ik pas echt de juiste hulp en ondersteuning kreeg. Flexibele voorzieningen waren geen probleem en ik kon mijn examens spreiden zodat ik geen twee examens op één dag had.”
Hoe moet het zijn? Ieder mens wil leren, ontwikkelen en nieuwe ervaringen opdoen. Mensen met een beperking hebben, net als ieder ander, recht om zich hun leven lang te blijven ontwikkelen. Daarom moeten alle vormen van onderwijs toegankelijk zijn. Van het basis- en voortgezet onderwijs, praktijkonderwijs en speciaal onderwijs, middelbaar en hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs, tot cursussen en trainingen die daarbuiten vallen. Onderwijs zoals taalonderwijs voor mensen met een migratieachtergrond, valt hier ook onder. Inclusief onderwijs- of ontwikkelaanbod is fysiek, sociaal en digitaal toegankelijk en betaalbaar. Het bevat mogelijkheden om af te stemmen op de behoeften van leerlingen. Dat vraagt deskundigheid van de mensen die het onderwijs aanbieden. De ondersteuning die nodig is om mee te kunnen doen, is beschikbaar. Er is een goede verbinding tussen onderwijs en zorg. Inclusief onderwijs- en ontwikkelaanbod betekent ook dat mensen met en zonder beperking naar vermogen samen kunnen leren en ontwikkelen. Dat niemand op grond van diens beperking wordt gediscrimineerd. Het onderwijs- en ontwikkelaanbod bevat de elementen die nodig zijn om je naar vermogen te ontwikkelen. En om een baan te vinden en te behouden na het behalen van een diploma.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 23
Hoe is het nu? In Nederland gaan veel kinderen en volwassenen naar school of volgen een cursus of training. Maar nog te weinig onderwijs- en ontwikkelaanbod, inclusief het lesmateriaal en examens, is toegankelijk voor mensen met een beperking. We kennen in Nederland het regulier onderwijs en verschillende vormen van speciaal onderwijs waardoor kinderen en jongvolwassenen zich in gescheiden werelden ontwikkelen. Zij gaan dus niet samen naar school, waardoor ze niet samen spelen, leren, werken en elkaar ontmoeten. Toch zijn er scholen die werken aan inclusief onderwijs, zowel in het basis- als voortgezet onderwijs. Ook krijgen kinderen met een ondersteuningsbehoefte door middel van passend onderwijs steeds vaker ondersteuning. Hierdoor kunnen zij blijven leren en ontwikkelen in het regulier onderwijs. In het vervolgonderwijs (middelbaar en hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderswijs) ervaren studenten met een beperking belemmeringen door de wijze waarop het onderwijs georganiseerd is. Door bijvoorbeeld de (on)toegankelijkheid van onderwijsgebouwen en leermiddelen. Ook lopen ze tegen stigma en vooroordelen aan en zijn ze niet altijd tevreden met de voorzieningen die worden geboden door onderwijsinstellingen. Passende ondersteuning is niet vanzelfsprekend.
Nog te vaak zijn opleiding en stageplekken te weinig flexibel in te delen, waardoor een deel van de studenten uitvalt. Dit heeft tot gevolg dat zij zich onvoldoende kunnen ontwikkelen en een achterstand hebben op de arbeidsmarkt.
Doelstellingen 2040 • Mensen met een beperking kunnen een leven lang leren en ontwikkelen. Zij hebben toegang tot de verschillende vormen van onderwijs en ontwikkeling die dat mogelijk maken. • Ieder kind is welkom op de kinderopvang en op school. Kinderen en jongeren, met hun ouders, hebben vrijheid om te kiezen voor de school die het beste past en dichtbij is. • Passende zorg en ondersteuning is beschikbaar, dit vormt geen belemmering om te kunnen leren en ontwikkelen. • Opleiding en werk en voorzieningen voor jongeren met een beperking sluiten goed op elkaar aan. • Plekken en mogelijkheden om te leren en ontwikkelen zijn fysiek en digitaal toegankelijk en kunnen waar nodig op maat worden aangeboden.
24 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
4. Gezondheid en ondersteuning “Ik heb 3 PGB’ers en een eigen zorgteam. Hiermee kan ik zelfstandig wonen. Maar ik heb er ook een bureaucratische tijger mee binnen gehaald. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heb ik een persoonsgebonden budget (PGB), en heb ik dus te maken met de gemeente en de Sociale Verzekerings Bank (SVB), inclusief het bureaucratische systeem van de SVB. En ik heb een PGB Zorgverzekeringswet (Zvw), waarvoor ik elke 2 jaar geherindiceerd moet worden. Elke week ben ik zeker één dag bezig met administratie en organisatie van de zorg. Ik ben toch geen administratiekantoor.”
Hoe moet het zijn? Om naar wens en vermogen zelfstandig te kunnen leven, moet voor mensen met een beperking en hun naasten zorg en ondersteuning passend en dichtbij zijn. Samenhang in de verschillende vormen van zorg en ondersteuning is van belang. Mensen met een hulpvraag moeten zeggenschap en eigen regie hebben in de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben. Het is belangrijk dat de zorg en ondersteuning meebeweegt, aansluit bij en afgestemd is op de individuele behoeften en wensen van mensen met een beperking of chronische ziekte en hun naasten. De kosten hiervan mogen niet ertoe bijdragen dat de behoorlijke levensstandaard in gevaar komt. Mensen met een beperking en hun naasten kunnen zelf eenvoudig zorg en ondersteuning aanvragen, organiseren en verantwoorden. De beoordeling van aanvragen is transparant. Professionals zijn deskundig ten aanzien van mensen met een beperking en hun naasten. De indicaties voor en de financiering van zorg en ondersteuning sluiten aan op de context van mensen met een levensbrede, levenslange beperking. Ze zijn ook eenvoudig te verantwoorden.
Hoe is het nu? De zorg en ondersteuning die mensen met een levenslange, levensbrede beperking nodig hebben, wordt georganiseerd vanuit verschillende wetten. Hierbij gaat het niet alleen om de zorgwetten (Jeugdwet, Wet langdurige zorg (Wlz), Wmo, Zvw) maar ook om bijvoorbeeld de Participatiewet en de Wet passend onderwijs. Hierdoor stuiten zij en hun naasten op veel bureaucratie, versnippering, administratieve lasten en stapeling van zorg- en meerkosten. Een vervelend gevolg van de aanvragen bij verschillende wetten is dat elke regeling een andere manier van organiseren en verantwoorden heeft. Dit maakt het regelen van zorg en ondersteuning zeer arbeidsintensief. De verschillende regelingen hebben elk hun eigen (her)indicatiesysteem. Hierdoor moeten mensen steeds opnieuw aantonen dat ze ondersteuning en zorg nodig hebben.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 25
Doelstellingen 2040 • Mensen met een beperking hebben zeggenschap en eigen regie in de zorg en ondersteuning die zij krijgen. • Mensen met een beperking krijgen de zorg en ondersteuning die aansluit bij hun context en behoefte. Dit hangt niet af van waar iemand woont of wil wonen. • Mensen met een beperking krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben. Dit zonder dat de kosten van deze ondersteuning de behoorlijke levensstandaard in gevaar brengt. • De toegang tot zorg en ondersteuning is eenvoudig en transparant. • Alle professionals in de toegang zijn deskundig ten aanzien van mensen met een beperking en hun naasten. • Naasten en mantelzorgers worden, indien mogelijk en gewenst, erkend en ondersteund als volwaardig onderdeel van het team rond iemand met een beperking. Mantelzorg voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking vraagt om adequate ondersteuning. • Mensen met een beperking of hun naasten kunnen zelf laagdrempelig de hulpmiddelen regelen die zij nodig hebben.
5. Vervoer en mobiliteit “De fiets van onze dochter was kapot. Deze fiets is voor haar op maat gemaakt. De leverancier moest de fiets komen ophalen en de producent repareert de fiets. Zij zijn zich hierbij niet bewust van de impact van het niet kunnen fietsen, op onze dochter. Op haar routine, haar bewegingsvrijheid, haar lichamelijke gezondheid en als gevolg daarvan op haar gedrag. We zijn nu al vier weken aan het wachten.”
Hoe moet het zijn? Om deel te nemen aan de samenleving is het belangrijk dat mensen zich zelfstandig en vrij kunnen verplaatsen. Op de manier die zij zelf willen. Lopend, met de auto, bus, boot, trein of vliegtuig. Zij moeten net als ieder ander zonder grote problemen naar school, werk, naar familie en sociale activiteiten en op vakantie kunnen gaan. Als ouder met een beperking is het mogelijk om zelf je kinderen naar school, zwemmen en andere activiteiten te brengen. Alle vormen van openbaar vervoer (OV) moeten toegankelijk zijn. Er is informatie beschikbaar over de toegankelijkheid van de vervoersmiddelen. Dat geldt ook voor de reizigersinformatie en de vervoersbewijzen. Als iemand vanwege een beperking niet kan reizen met het openbaar vervoer, is er een gelijkwaardig alternatief. Zoals toegankelijk doelgroepenvervoer of een individueel of particulier alternatief zoals een aangepaste auto of fiets. Deze alternatieven moeten betaalbaar zijn. Ook fietsers en wandelaars met een beperking kunnen zelfstandig hun weg vinden en zonder obstakels van A naar B gaan. De openbare ruimte werpt hierbij geen obstakels op.
26 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Hoe is het nu? Op dit moment kunnen mensen met een beperking zich, door diverse knelpunten, niet altijd zelfstandig en vrij verplaatsen. Veel mensen met een zintuiglijke, lichamelijke beperking (zichtbaar en onzichtbaar) of chronische ziekte kunnen bijvoorbeeld nog steeds niet overal gemakkelijk met het OV reizen. Bekend voorbeeld zijn kapotte liften op stations in het openbaar vervoer of beperkt beschikbare reisassistentie. Ook in het aanvullend (doelgroepen) vervoer doen zich problemen voor. Buurtbussen zijn niet altijd toegankelijk. Sommige mensen ervaren het kilometerbudget voor Valys als een beperking, omdat het onvoldoende op de individuele wens van de reiziger is toegespitst. Daarnaast sluiten het OV en aanvullend vervoer niet voldoende op elkaar aan. Mensen met een beperking ervaren lange aanrijd- en wachttijden voor aanvullend vervoer. Ook de openbare ruimte is vaak vol obstakels. Zoals hoge stoepen, ontbreken van of belemmerde geleidelijnen, geen bankjes om even uit te rusten of ontbreken van goede verlichting.
Doelstellingen 2040 • Mensen met een beperking kunnen zich vrij en zelfstandig verplaatsen van A naar B. Ook als zij jonge kinderen hebben. Er is toegankelijke reisinformatie beschikbaar. Openbaar vervoer is toegankelijk of er is een passend alternatief beschikbaar. • De publieke ruimte is toegankelijk voor voetgangers, rolstoelgebruikers en fietsers met een beperking. • Hulpmiddelen en ondersteuning die nodig zijn om vrij en zelfstandig van A naar B te verplaatsen, zijn beschikbaar.
6. Cultuur, media, vrije tijd, sporten en bewegen “Er staat een betonnen muur tussen professionele film en toneelwereld en mensen met een beperking. Dat begint al jong. Probeer jij maar eens, als je in een rolstoel zit, bij de toneelvereniging ervaring op te doen als die drie hoog zonder lift ergens repeteert.”
Hoe moet het zijn? Mensen met een beperking, ook kinderen, moeten als ieder ander kunnen meedoen aan het culturele leven, recreatie, vrije tijd en sport. Zowel om het zelf te doen en te maken als om het zelf te ervaren. In de dagelijkse praktijk betekent dit dat alle sportlocaties en -activiteiten, televisieprogramma’s, film, theater, musea, vakantieaccomodaties, pretparken en de horeca toegankelijk zijn voor mensen met een beperking als bezoeker of werknemer. Dat betekent dat er bijvoorbeeld gedacht is aan audiodescriptie of een tolkvoorziening. Dat er informatie is over welke toegankelijkheidsopties beschikbaar zijn. Tevens moeten mensen met een beperking hun creatieve, artistieke en intellectuele talent kunnen ontwikkelen. Om te kunnen sporten, spelen en bewegen hebben mensen met een beperking toegang tot passende hulpmiddelen, instructie en training. Zodat er geen drempels zijn om mee te doen als ieder ander.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 27
Hoe is het nu? In cultuur, media, recreatie en sport zijn mensen met een beperking nog weinig zichtbaar in ‘gewone’ functies. Ook ervaren zij vaak sociale, financiële of praktische belemmeringen om op vakantie te gaan, te kunnen sporten of om mee te gaan naar musea, pretparken of andere vormen van vrijetijdsbesteding. Eén van de belemmeringen is het ontbreken van toegankelijke toiletvoorzieningen, onder andere voor mensen die liggende verzorging nodig hebben. Ook het verkrijgen van de juiste hulpmiddelen om te kunnen sporten is een knelpunt. Een andere veelgenoemde belemmering is het ontbreken van informatie over de toegankelijkheid en ondersteuning die beschikbaar is om te kunnen sporten, of bijvoorbeeld musea en horeca te bezoeken. Een aantal musea, theaters, festivals, pretparken, dierentuinen en andere recreatieve initiatieven zet tegelijkertijd goede stappen om toegankelijker te worden. Zij nemen een belangrijke voorbeeldrol in naar de rest van hun sector.
Doelstellingen 2040 • Cultuur, media, sport en bewegen en recreatie zijn toegankelijk voor alle mensen. Zowel om het zelf te doen en maken als om het te ervaren. • Mensen met een beperking zijn zichtbaar vertegenwoordigd in cultuur, media en sport.
7. Veiligheid en rechtsbescherming “Je recht halen, zeker als je op jonge leeftijd gehandicapt raakt, is verre van vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld het toegelaten worden tot een rechtsbijstandverzekering. Dat is in mijn geval meestal alleen maar mogelijk onder uitsluiting van ondersteuning bij zaken die voortkomen uit je handicap. En laat dat nou het gros van de problemen veroorzaken…”
Hoe moet het zijn? De toegang tot het recht moet voor iedereen gelijk en toegankelijk zijn. Dat betekent dat er voldoende voorzieningen moeten zijn voor mensen met een beperking zodat zij toegang hebben tot informatie, advies en ondersteuning, en een beslissing van een neutrale instantie, waaronder de rechter. Denk bij ondersteuning bijvoorbeeld aan juridisch advies of (gesubsidieerde) rechtsbijstand. Ook bezwaar- en klachtenprocedures bij overheden en instanties moeten toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Vrij zijn van geweld, misbruik en uitbuiting, is een mensenrecht. Of het nou buitenshuis, thuis, in persoonlijke of zorgrelaties is, in alle levenssituaties is er bescherming en veiligheid voor mensen met een beperking. Als de veiligheid in het geding is, voor de persoon zelf of anderen, is toegang tot (medische) hulp en politie gegarandeerd voor mensen met een beperking. Slachtoffers met een beperking krijgen passende hulp en ondersteuning. En een toegankelijke strafrechtketen draagt bij een rechtsgelijkheid voor daders met een beperking.
28 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Zodra de veiligheid van een grote groep in het geding is, bijvoorbeeld door een ramp of crisis, is er oog voor de specifieke situatie van mensen met een beperking. De informatie, communicatie en het veiligheidsbeleid is in deze situaties inclusief.
Hoe is het nu? Toegang tot het recht wordt door veel mensen als ingewikkeld ervaren. De weg naar een mediator, notaris, advocaat, geschillencommissie of rechter is niet altijd bekend en niet altijd toegankelijk. Ditzelfde geldt voor bezwaar- en klachtenprocedures bij overheden en instanties. Ook mensen die met het strafrecht in aanraking komen – als slachtoffer, verdachte of veroordeelde – ervaren deze drempels. Voor mensen met een beperking is vaak onvoldoende ondersteuning en begeleiding beschikbaar, zoals inzet van gebaren- of schrijftolken of het voorzien in begrijpelijke informatie. Er moet meer aandacht zijn voor bescherming tegen geweld, misbruik en uitbuiting, want mensen met een beperking hebben op dit moment een groter risico om daar slachtoffer van te worden. Situaties van onveiligheid worden niet op tijd herkend, of passende hulp en ondersteuning is niet altijd beschikbaar voor mensen met een beperking. Noodcommunicatie, zoals alarmnummer 112, wordt wel steeds toegankelijker. In de bestrijding van crisis of rampen ervaren mensen met een beperking nog te weinig aandacht voor hun behoeften. Voor alle mensen, zowel die zelfstandig wonen als die in een zorginstelling wonen, is aandacht hiervoor blijvend van belang. Er is steeds meer aandacht voor het zo toegankelijk mogelijk maken van crisiscommunicatie.
Doelstellingen 2040 • De toegang tot het recht en rechtsbescherming is versterkt. De weg naar eerstelijns rechtshulp, een advocaat en de rechtbank is bekend en toegankelijk voor mensen met een beperking en hun naasten. Wanneer gewenst worden zij hierin begeleid. • Mensen met een beperking krijgen bescherming tegen geweld, misbruik, uitbuiting of verwaarlozing als ieder ander. Ongeacht de plek waar zij wonen. Daarbij is specifieke aandacht voor groepen die een grotere kans hebben op het ervaren van geweld of misbruik, zoals vrouwen, kinderen en LHBTIQ+-ers. • In een crisis of bij een ramp zijn mensen met een beperking net zo veilig als ieder ander. Het veiligheidsbeleid is inclusief en heeft aandacht voor mensen met een beperking en hun naasten. Onderdeel daarvan is dat de informatie en communicatie vindbaar, toegankelijk en begrijpelijk is.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 29
30 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Governance, rollen en verantwoordelijkheid
De uitvoering van deze nationale strategie kan alleen met een duidelijke structuur van verantwoordelijkheidsverdeling rondom advies en besluitvorming. Belangrijke besluitvorming over de uitvoering van de strategie wordt genomen door het kabinet. Er zal structureel overleg zijn tussen de directoraten-generaal (DG’s) van de betrokken departementen. Hierin zitten in ieder geval de ministeries VWS, SZW, BZK, IenW, OCW, JenV, FIN en EZK. De ministeries stellen, samen met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties, een werkagenda op. Zodat een kabinetsbrede invulling wordt gegeven aan de strategie. De werkagenda beschrijft concrete acties om de doelstellingen voor 2040 te behalen. De werkagenda wordt elke 5 jaar herzien. Lopende overheidsprogramma’s en verbeteragenda’s worden meegenomen in de werkagenda. Het ministerie van VWS heeft een coördinerende rol in de implementatie van het VN-verdrag Handicap, en daarmee in de realisatie van deze nationale strategie. Deze strategie kan alleen maar succesvol worden uitgevoerd als gemeentelijke en provinciale overheden de verantwoordelijkheid nemen om hun verplichtingen na te komen die voortvloeien uit het VN-verdrag en de wet. Daartoe zal VWS samenwerken met onder andere de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).
De uitvoering van de strategie kunnen de overheden niet doen zonder bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de mensen en organisaties van mensen met een beperking zelf. VNO-NCW/MKB en de Alliantie VN-Verdrag Handicap zijn partners bij de uitvoering van de strategie.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 31
Niets Over Ons, Zonder Ons Zoals het VN-verdrag Handicap voorschrijft, wordt beleid voor mensen met een beperking samen met de mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties gemaakt (Niets Over Ons, Zonder Ons). De strategie is samen met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties gemaakt. Bij de uitvoering van de strategie is het van belang om dit inclusieve karakter te behouden. Er komt daarom een vaste afstemming met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties (Raad van advies). Daarnaast worden mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties door de verschillende ministeries structureel betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de werkagenda.
Overlegstructuur Omdat de strategie is gericht op de lange termijn, zal voortdurend input en advies worden georganiseerd op de volgende manier: • periodiek (2 maal per jaar) spreken de Raad van advies en het DG-overleg over de uitvoering van de strategie • er is jaarlijks bestuurlijk overleg met in ieder geval VNG, Alliantie VN-verdrag Handicap en VNO-NCW onder leiding van de coordinerend bewindspersoon van VWS • het College voor de Rechten van de Mens besteedt in haar jaarrapportage aandacht aan de voortgang van de implementatie van het VN-verdrag Handicap.
Monitoring Het Cijferoverzicht Onbeperkt meedoen werd tot en met 2022 gebruikt om de implementatie van het VN-verdrag Handicap te monitoren. In 2022 is de vernieuwing van het Cijferoverzicht in gang gezet op basis van de vervolgaanpak Onbeperkt meedoen. De inhoud van de nationale strategie vormt de basis voor de inrichting van de monitoring. Met de monitor willen we zicht krijgen op het bereiken van de doelstellingen in de strategie. Zodat we verbeteringen in de situatie van de brede, diverse groep mensen met een beperking zo goed mogelijk in beeld te brengen. Bij het ontwikkelen van en besluitvorming over de monitor zijn mensen met een beperking, hun vertegenwoordigende organisaties en andere stakeholders nauw betrokken. Met deze nieuwe monitor zullen wij elke twee jaar de realisatie van de nationale strategie in beeld brengen.
32 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap | 33
Dit is een uitgave van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Bezoekadres Parnassusplein 5 | 2511 vx Den Haag Postadres Postbus 20350 | 2500 ej Den Haag Telefoon 070 340 79 11 www.rijksoverheid.nl januari 2024 34 | Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap