CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo beantwoording vragen verordening participatie inkomen en inburgering cie samenl

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de Verordening participatie, inkomen en inburgering Gemeente Hulst 2022.5.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo E/22.0044 Aan

: Gemeenteraad van de gemeente Hulst

CC

:

Datum

: 21 februari 2022

Van

: College van Burgemeester en Wethouders

Betreft

: Reactie op vragen met betrekking tot raadsvoorstel Verordening participatie, inkomen en inburgering gemeente Hulst 2022.

Geachte gemeenteraad, Tijdens de commissie samenleving van 09 februari 2022 zijn diverse vragen gesteld over het raadsvoorstel inzake de verordening participatie, inkomen en inburgering (agendapunt 7b). Vanwege de omvang van de vragen is afgesproken om de vragen schriftelijk te beantwoorden. Hieronder treft u onze reactie. Algemene vragen: SP: Ik heb voor me een lijst met gemeenten die giftenbeleid voor bijstandsontvangers versoepelden. Op deze lijst wordt de gemeente Hulst niet vermeld. De wethouder heeft aangegeven dat de gemeente het giftenbeleid wel versoepeld heeft, maar wij zien dit ook in dit stuk niet terug. • Hoe zit dat? • Vorderen wij dit soort giften terug? • Gaan wij ons giftenbeleid versoepelen?

Beantwoording: De bijstandsuitkering is een aanvulling op de middelen die iemand nodig heeft om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. In artikel 31 lid 2 van de Participatiewet is geregeld wat niet tot de middelen van een belanghebbende wordt gerekend. Dit is een limitatieve opsomming. Onder m. is bepaald wat niet tot de middelen wordt gerekend: giften en andere dan de in de onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiele en immateriële schade voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. Deze bepaling biedt het college de mogelijkheid om maatwerk te bieden en de menselijke maat toe te passen. Wij gaan hierover eerst in gesprek met de inwoner. Het gaat om een collegebevoegdheid en niet om een raadsbevoegdheid. Om deze reden is er in de verordening hierover niets opgenomen. Er zijn beleidsregels in voorbereiding die meer duiding geven over hoe om te gaan met giften. Dit aansluitend op de landelijke ingediende motie.

SP: In maart 2020 heeft de rechter de gemeente Hulst op de vingers getikt en het inhouden van de bijstandsuitkering ongedaan gemaakt. Er was sprake van ‘stelselmatige observaties’ en dat is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zo zegt de rechter. Daardoor is er sprake van ‘onrechtmatig verkregen bewijs’. De gemeente Hulst deed in dit geval in nog geen vier maanden tijd meer dan 100 ‘observaties’, vooral bij haar huis, door in totaal 5 sociaal rechercheurs. Daarnaast volgden zij haar 16 keer met de auto en brachten zij in kaart waar ze haar dochtertje naar school brengt, waar ze boodschappen doet en welke adressen ze bezoekt. • Gebeurt dit soort dingen nog steeds? • Hoeveel Fte aan sociaal rechercheurs heeft Hulst? • Hoeveel kost dat bij elkaar? • Hoeveel heeft het opgebracht aan terechte terugvorderingen?

SP: Sinds het kabinet Rutte-II is met opeenvolgende wetswijzigingen zijn alle regels aangescherpt zodat er netto voor de uitkeringsgerechtigden minder geld overblijft, denk hierbij aan de voordeursregeling is de toegang tot bijstand moeilijker gemaakt, belangrijker is dat kabinetten sinds 2013 ook de rechtsbescherming van burgers die bijstand ontvangen in geleidelijke stapjes uit de wet hebben gesloopt. Mensen in de bijstand kunnen sindsdien op basis van halve signalen of wegens kleine foutjes verplicht worden om tienduizenden euro’s bijstand terug te betalen aan hun gemeente, die de bijstand verstrekt. Niemand die daarbij controleert of het bewijs deugt, en of de terugvordering wel proportioneel is.

Er zijn geen dergelijke situaties meer voorgevallen. Voor de uitvoering van onze taken op het gebied van sociale recherche werken we regionaal samen. Bij de sociale recherche werken in totaal vier personen (minder dan 4 FTE). De kosten worden naar rato van het aantal deelnemers verdeeld. In onze gemeentelijke begroting 2022 is hiervoor € 93.612,-- opgenomen. Het nut dan wel de noodzaak van een sociale recherche is niet direct in geld uit te drukken. De sociale recherche is een gezamenlijk instrument van de ZeeuwsVlaamse gemeenten om nader onderzoek te doen naar het recht van bijstand. In de participatiewet (artikel 53) is bepaald dat het college bevoegd is om onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zo nodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van bijstand. Het is voor het college geen doel om de kosten op jaarbasis die men betaald aan het samenwerkingsverband via sancties terug te verdienen. Observaties en signalen zijn tegenwoordig eerder aanleiding om het gesprek aan te gaan, de informatieplicht nog eens toe te lichten en eventueel samen met de inwoner naar een oplossing te zoeken. De bijstandsnormen zijn landelijk voorgeschreven. Het college volgt de landelijke ontwikkelingen rondom de kostendelersnorm (voordeursregeling).

Dit is een van de onderwerpen die is opgenomen in het zogenoemde Breed Offensief waar ook naar wordt verwezen in het raadsvoorstel. Landelijk is men bezig met eventuele alternatieven hiervoor. Het college is eveneens bekend met het onderzoek over hardheid van de Participatiewet. Ook op dit gebied volgen wij de ontwikkelingen. Iedere inwoner heeft zoals u aangeeft recht op zijn privacy. We passen de regels van de AVG daarom toe. Om het recht op bijstand vast te kunnen stellen, dient de inwoner echter wel inlichtingen te verstrekken.

Vervolgens kunnen bijstandsgerechtigden die vinden dat ze oneerlijk behandeld worden bij de rechter vaak niet terecht: die is met de Participatiewet uit 2015 grotendeels buitenspel gezet. Ondanks alle voornemens om er weer te zijn ‘voor de burger’ en te zorgen dat ‘iedereen kan meedoen’ creëert de bijstandswet een groep paria’s: wie aanspraak wil maken op bijstand moet daarvoor zijn rechtsbescherming deels inleveren. In dat licht zien wij ook de uitspraak van deze wethouder in antwoord op vragen van de ASD: AVG is belangrijk, maar de inwoner kan zich niet achter AVG ‘verschuilen’ om geen informatie te verstrekken. Het gaat hier niet om informatie verstrekken maar om het delen van gegevens met een externe deskundige. • Iedere inwoner heeft recht op zijn privacy, of zijn mensen met een uitkering ineens geen mensen meer? Graag een reactie van de wethouder. SP: Hoogleraar bestuurssanctierecht Henny Sackers van de Radboud Universiteit bevestigt dat bijstandsgerechtigden vaak de mist in gaan omdat de wet hen verplicht om alles te melden wat ‘redelijkerwijs van invloed kan zijn’ op de hoogte van hun bijstand. Wat dat precies is blijft vaag, maar wie één ding vergeet te melden – een tas boodschappen, een terugbetaling van een vriend voor een voorgeschoten bioscoopkaartje – loopt het risico dat de gemeente hoge bedragen terugvordert.

Sinds 2015 zijn gemeenten namelijk wettelijk verplicht om bijstand terug te vorderen als iemand deze zogenaamde ‘inlichtingenplicht’ heeft geschonden. ‘Het betekent dat bijstandsgerechtigden niet het geringste foutje mogen maken’, zegt Sackers. ‘Vanuit de wetenschap is al regelmatig geroepen: “dat systeem is veel te rigide.” Tevergeefs.’ • Wordt er ergens in dit stuk of elders binnen onze gemeente omschreven wat dat “alles dat redelijkerwijs van invloed kan zijn” is?

We handelen naar de geest van de wet en niet op de letter van de wet. Het heeft onze aandacht om vooraf duidelijk te communiceren met onze inwoners wat zij van ons kunnen verwachten en wij van hun. Dit doen we bijvoorbeeld via mondelinge communicatie, folders, website en aanvraagformulieren. Onze informatievoorziening willen we in de toekomst verder verbeteren. Daarnaast geven we inwoners eerst de mogelijkheid om in een gesprek aan te geven wat er gebeurd is.

•

Hoe gaat de gemeente Hulst hiermee om?

SP: Volgens Gijsbert Vonk27, hoogleraar sociale zekerheidsrecht aan de Universiteit Groningen, passen gemeenten de wet ook nog eens strenger toe dan noodzakelijk. ‘De gedachte is kennelijk: als je één keer een fout maakt moeten we alle betaalde bijstand van de afgelopen jaren in twijfel trekken en terugvorderen. De bijstandsgerechtigde komt dan in de moeilijke positie waarin hij alle bijschrijvingen op zijn rekening van de afgelopen jaren moet kunnen verantwoorden. De situatie lijkt heel erg op de alles-of-nietsbenadering uit de Toeslagenaffaire. En eigenlijk is het nog erger: bij Toeslagen moest na één foutje een heel jaar aan toeslagen worden teruggevorderd. Bij bijstand kan één fout leiden tot een terugvordering over vele jaren.’ • Hoe gaat onze gemeente hiermee om? SP: In het strafrecht wordt iemand pas ‘fraudeur’ genoemd, en dus bestraft, als de fraude onomstotelijk bewezen is, en als de rechter oordeelt dat iemand schuldig is. In het bestuursrecht, waar zaken over bijstand onder vallen, is dat heel anders. Een gemeente hoeft zelfs niet te bewijzen dat iemand werkelijk heeft gefraudeerd – een zogenoemd ‘bewijsvermoeden’ is genoeg. Zolang een burger dat vermoeden niet weerlegt, mag een gemeente het als fraude beschouwen en de bijstand terugvorderen. Als een burger niet in het verweer komt, is er niemand die controleert of de bewijzen wel deugen.

• Hoe zit dit in onze gemeente? SP: Als ik kijk naar bijstandsfraude dan is dat de categorie fraude waarin het minst wordt gefraudeerd, het komt echter het vaakst in het nieuws en er wordt het meest op onderzocht.

Ons college herkent zich niet in het beeld dat wij een gemeente zouden zijn die de wet strenger dan noodzakelijk toepast. Er wordt rekening gehouden met verschillende factoren. Gemeenten hebben namelijk een onderzoeksplicht. Het systeem kent, zoals u aangeeft, rigide onderdelen. Dit wil echter niet zeggen dat dit altijd zo wordt opgepakt. Zo nuanceert jurisprudentie dit. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete geldt in de Participatiewet als uitgangspunt dat de boete gelijk is aan het bedrag dat de inwoner ten onrechte aan bijstand ontving: het benadelingsbedrag. De gemeente moet echter ook rekening houden met de verwijtbaarheid, de financiële omstandigheden van de inwoner en andere bijzondere omstandigheden. Als onze gemeente voornemens is om een boete op te leggen, dan geven wij de inwoner de mogelijkheid om hierover een zienswijze te geven. Dit is een recht van de inwoner. Tegen het opleggen van een boete kan bezwaar worden ingediend.

De verordening is gebaseerd op een zogenoemde omgekeerde verordening. Dit houdt juist in dat er naast de verordende plicht ook wordt beschreven hoe om te gaan met de inwoner. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in het gedeelte over klacht, bezwaar en beroep.

SP-Kamerlid Renske Leijten ziet grote overeenkomsten met de toeslagenaffaire, waar zij haar tanden in heeft gezet de afgelopen jaren. Een parallel is dat het ook om een hele strikte wet gaat, waar je je tot in de kleinste details aan moet houden en anders als fraudeur wordt aangemerkt. Leijten ziet nog een parallel met de bijstandswet: "Je krijgt een omkering van de bewijslast. Als je dan dingen verweten wordt, dan kan je je niet goed verweren. Die paralellen vind ik angstaanjagend." Ik zie in dit hele stuk vooral veel verplichtingen, weinig rechten. • Is dit hoe de gemeente Hulst over wil komen? CDA: Naar aanleiding van het advies van de Adviesraad Sociaal Domein: Het hele stuk wekt de indruk dat gemeenten zo min mogelijk willen doen. Slechts ingeschakeld wil worden. Klinkt niet zo vrolijk. we willen er toch voor alle burgers zijn? We willen er alles aan doen om mensen te helpen die dat nodig hebben. gemeenten moet er zijn voor iedereen.

Vragen over hoofdstuk 2: Participatie en inkomen: SP: Al die verschillende soorten banen vind ik heel ingewikkeld, hoe wordt gekozen voor welke soort baan voor een uitkeringsgerechtigde? Participatieplaats, Beschut werk, Proefplaatsing, Werkervaringsplaats/stage, Detacheringsbaan, Basisbaan, Sociale activering, Vrijwilligerswerk, Diagnostische instrumenten, Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie, Wettelijke loonkostensubsidie enzovoorts enzovoorts. Het duizelt me, welke, wanneer, voor wie, wie bepaalt dat, wat zijn de beroepsmogelijkheden wanneer iemand het er niet mee eens is, waarmee gaat iemand in inkomen erop vooruit, wanneer niet, • Ziet de wethouder in dit bos van regels de bomen nog wel?

Daarnaast maakt de verordening inzichtelijk wat wij aanbieden als gemeente. We willen in gesprek gaan met onze inwoners en hen ondersteunen.

We willen er als gemeente inderdaad voor iedereen zijn. Dat is ook de reden waarom we een divers aanbod van voorzieningen kennen. Het biedt ons de mogelijkheid om een voorziening in te zetten die zo goed mogelijk past bij de inwoner. Onze informatievoorziening willen we in de toekomst verder verbeteren.

Beantwoording: De opsomming in de verordening gaat niet over banen. Het zijn re-integratie voorzieningen. Dit zijn middelen die ingezet kunnen worden om inwoners aan het werk te helpen. Hierbij wordt gekeken welke voorziening het best passend is bij de situatie. Daarom brengen we als gemeente in kaart hoever een inwoner afstand heeft tot de arbeidsmarkt. We gaan hierover in gesprek met de klant al dan niet met ondersteuning van een tolk. Op basis daarvan wordt een voorziening ingezet. In bijlage 1 van de verordening wordt nader inzichtelijk gemaakt wie voor welke voorziening in aanmerking komt. Dit wordt verder uitgewerkt in nadere regels. De inwoner blijft bij de inzet van dergelijke voorzieningen de uitkering behouden. Het aanbod komt in overleg met de inwoner tot stand. Gemeenten hebben hierbij wel de eindbeslissing.

•

Hoe is dit voor iemand die voor het eerste een bijstandsuitkering aanvraagt of misschien zelfs voor iemand die voor het eerst in dit land is?

SP: 2.4.1 Participatieplaats 2 jaar lang iemand aan het werk zetten als tegenprestatie voor de uitkering. Dat zijn 4 perioden van 6 maanden om werkervaring op te doen. Ten eerste is dat enorm lang, een periode van 2 jaar waarin mensen niet uit de uitkering komen, • hoe gaan zij in die tijd hun financiën op orde krijgen en houden? Velen zijn afhankelijk van de voedselbank, de voedselbank is slechts op vrijdag een beperkte tijd open, • hoe gaan zij hiervan nog gebruik kunnen maken? • Wat zijn de richtlijnen waarop “ons” beoordeelt of het niet leidt tot verdringing van oneerlijke concurrentie. • Waar kunnen we dat nalezen? 4. Na iedere zes maanden kunt u een premie van maximaal € 250 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. • Wat zijn de richtlijnen om te bepalen of er voldoende is meegewerkt? Is dat 250 euro per week? per maand? • Komt het ook voor dat niet het maximale bedrag wordt ontvangen? • Welke criteria zitten hier aan vast, wie bepaalt dit, wie toetst dit, waar kan iemand heen wanneer hier onenigheid over is. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan kansen op werk. • Wordt er ook naar de mogelijkheden van het individu gerekend?

In de praktijk blijkt dat de meeste mensen willen werken, of participeren. Als het volgen van een bepaald traject (tijdelijk) niet lukt, kan een ontheffing worden gegeven. De participatieplaats is als reintegratievoorziening opgenomen in de Participatiewet (artikel 10a). Deze voorziening wordt ingezet voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit met als doel om de kans op arbeid te vergroten. De inwoner blijft hierbij de uitkering behouden. In die periode evalueren we of de participatieplaats bijdraagt aan het vooraf opgestelde doel. Het gaat daarbij om het bieden van meer kansen aan de inwoner en niet een gratis arbeidskracht voor een werkgever. Een tegenprestatie houdt in dat bijstandsontvangers in ruil voor hun bijstandsuitkering een maatschappelijk nuttige activiteit moeten verrichten. Een consulent gaat in gesprek met de inwoner over een zinvolle dagbesteding. Als betaald werk niet haalbaar is, kan dat ook vrijwilligerswerk zijn. Niet alleen werk, maar ook andere redenen kunnen ertoe leiden dat mensen niet in de gelegenheid zijn om een voedselpakket af te halen. Hierover kunnen met de Voedselbank afspraken worden gemaakt. Er zijn geen richtlijnen waarop wordt beoordeeld of een participatieplaats niet leidt tot verdringing van oneerlijke concurrentie. De hulp aan de klant staat bovenaan.

Werkgevers snijden zichzelf in de vingers indien zij proefplaatsingen ongepast inzetten. Ter bescherming van inwoners zullen wij in principe geen mensen plaatsen waar deze praktijken gebeuren. Consulenten zien hierop toe. In de Participatiewet staat dat de premie eens per zes maanden kan worden verstrekt. Het bedrag is landelijk voorgeschreven.

SP: 2.4.2, lid 5. Beschut werk Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven ernaar om in ieder geval het door het Rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren. • Om hoeveel beschutte werkplekken gaat het en wat als dit niet mogelijk blijkt te zijn?

SP: 2.4.3 Proefplaatsing • Wat zijn de criteria voor een proefplaatsing? • Wie gaat controleren of deze werkgever deze client goed begeleidt. • Waar bestaat deze begeleiding uit? • Waarom is deze proefperiode 3 maanden Er bestaat zoiets als wettelijke proeftijd, deze mag bij een vast contract slechts 2 maanden zijn en bij een contract tussen 6 maanden en 2 jaar geldt normaal gesproken slechts 1 maand proeftijd.

Het uitgangspunt is om de premie te bieden bij voldoende inzet om de kans op inschakeling in het arbeidsproces te vergroten. Hierbij wordt rekening gehouden met de omstandigheden en capaciteiten van de inwoner. We kunnen geen verplichting opleggen als de inwoner dit niet kan leveren. De voorwaarde om voldoende mee te werken slaat niet op het te ontvangen bedrag. De participatieplaats wordt ingezet als opstap naar regulier werk en is geen gewoon werk. Van concurrentievervalsing is geen sprake, omdat het om additioneel werk gaat. De Participatiewet verplicht gemeenten om beschutte werkplekken aan te bieden. De taakstelling beschut werk wordt per ministeriële regeling jaarlijks bekend gemaakt. Onze gemeentelijke taakstelling voor het jaar 2022 omvat zestien plekken. In 2021 waren dit er veertien. In 2021 werkten 63 mensen beschut bij Dethon, waarvan 14 uit onze gemeente. Daarmee hebben we aan onze wettelijke taakstelling voldaan. Voor de invulling van het aantal werkplekken stelt het Rijk geld beschikbaar aan de gemeenten. Als een gemeente de doelstelling van de regeling niet haalt, is het (volgens het ministerie) in de eerste plaats aan de gemeenteraad om dit aan te kaarten bij het college. Het Rijk vordert geen geld terug van gemeenten die zich niet houden aan de aantallen in de regeling.

In bijlage 1 van de verordening wordt nader inzichtelijk gemaakt wie voor welke voorziening in aanmerking komt. De criteria worden verder uitgewerkt in nadere regels. De consulenten controleren in het kader van opvolging of een inwoner goed wordt begeleid. Begeleiding is namelijk noodzakelijk om het werk en de gestelde doelen voldoende te kunnen vervullen. In de zin van de wet is het geen proefperiode. De voorziening kan maximaal drie maanden worden ingezet. Bij de proefplaatsing gaat het er namelijk om om te kijken of de baan/werkzaamheden passend zijn bij de inwoner.

Bij een contract van 6 maanden of korter mag een werkgever zelfs helemaal geen proeftijd afspreken. Een werknemer die in dienst komt van een werkgever krijgt ook meteen een salaris, waarom hier niet? • Hoe kan het dat je tijdens de proefplaatsing niet iemands baan verdringt maar dan toch na 3 maanden in dienst komt van het bedrijf? Dan is er toch sprake van een reguliere baan? • Wat als de proefplaatsing na 3 maanden niet resulteert in een baan van minimaal 6 maanden bij dat bedrijf? Ook hier dezelfde vraag over de voedselbank, de mogelijkheid tot beroep en hoe dit mensen gaat helpen bij het op orde krijgen en houden van hun financiën? SP: 2.4.4 Werkervaringsplaats/stage • Wie bepaalt welke werkzaamheden passend zijn. • Wat gebeurt er als een client het hier niet mee eens is. • Wat zijn de mogelijkheden voor beroep.

Groot Hontenisse 2.4.8. Vrij te laten vrijwilligersvergoeding Eerst staat er dat er dat het bedrag geheel of gedeeltelijk wordt vrijgesteld, daarna staat er dat de client het bedrag mag houden. Duidelijkheid hierover is wel handig. Over welk bedrag gaat het ? Duidelijk met de cliënt en organisatie communiceren, zodat duidelijk is wat gevolgen zijn.

Het is nog geen vaste baan, maar bij een proefplaatsing is wel de intentie om te komen tot een reguliere baan. Bij een proefplaatsing kan de inwoner werkervaring doen met behoud van uitkering. Bezwaar en beroep is mogelijk.

Op basis van wat een inwoner kan, beslist uiteindelijk de gemeente. We doen dit in overleg met de inwoner en de werkgever. Als er bijvoorbeeld sprake is van een lichamelijke beperking, dan houden wij hier rekening mee. Indien nodig kan een medicus gevraagd worden om belemmeringen in beeld te brengen en welke mogelijke oplossingen er zijn om een werkplek passend te maken. Wij gaan in overleg met de inwoner waarom wij een voorziening willen inzetten. In dit gesprek kunnen eventuele wensen en bedenkingen worden gedeeld. De eindbeslissing ligt echter bij de gemeente. Bezwaar en beroep is mogelijk. De wettelijke maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is per 1 januari 2022 € 180 per maand en € 1.800 op jaarbasis. We zijn het met u eens dat hierover duidelijk gecommuniceerd dient te worden. Een vrijwilligersvergoeding kan twee kanten op werken: Enerzijds kunnen wij een vrijwilligersvergoeding geven aan een inwoner die vrijwilliger is, maar hiervoor geen vergoeding ontvangt. Anderzijds moeten wij als gemeente de vrijwilligersvergoeding vrijlaten indien een inwoner deze vergoeding krijgt van bijvoorbeeld een organisatie.

SP 2.5 Tegenprestatie: We kunnen u maximaal verplichten 320 uur per jaar een tegenprestatie te doen. Deze kan bestaan uit vrijwilligerswerk, mantelzorg, maatschappelijk nuttige werkzaamheden of werken aan de eigen problemen zodat u later vrijwilligerswerk, mantelzorg of maatschappelijk nuttige werkzaamheden te gaan verrichten. • Maar hoe helpt dit iemand dan aan een fatsoenlijk inkomen? Uit de uitkering en het niet meer nodig hebben van de voedselbank? • Ook hier mis ik regelgeving en beroepsmogelijkheden.

Groot Hontenisse 2.5.2, lid 2, sub c. Voorbeelden van een tegenprestatie Wat zijn overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden? SP: 2.6. Inkomensvrijlating en premie Er wordt aangegeven dat een deel van inkomsten kunnen worden vrijgelaten. • Gebeurt dit ook in onze gemeente? Groot Hontenisse 2.6.1 Inkomensvrijlating “Artikel 31, lid 2 sub n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 224,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling;” Goed met cliënt bespreken, wat zijn de gevolgen ?

De tegenprestatie houdt in dat bijstandsontvangers in ruil voor hun bijstandsuitkering een maatschappelijk nuttige activiteit moeten verrichten. Zij blijven hun uitkering dus behouden. Wat de tegenprestatie is, hoe lang en hoe veel uur dit is, bepaalt de gemeente. Tegenprestatie is geen uitstroomdoel. De regelgeving is vastgelegd in de Participatiewet en de verordening. De tegenprestatie komt in overleg met de inwoner tot stand. Gemeenten hebben hierbij wel de eindbeslissing. Bezwaar en beroep is mogelijk. Uit onderzoek blijkt overigens dat driekwart van de uitkeringsgerechtigden een tegenprestatie zien als een mogelijkheid om iets terug te doen voor de uitkering en bij te dragen aan de maatschappij. (Kampen, e.a., 2020) Vrijwilligerswerkzaamheden bij een maatschappelijke organisatie (zoals koffieschenken), sneeuwschuiven bij een bejaardentehuis, beheer van een kantine bij een sportvereniging, taalmaatje nieuwkomers, enzovoort. Dit wordt ook gedaan in onze gemeente als wordt vastgesteld dat vrijlating bijdraagt aan arbeidsinschakeling. (conform artikel 31, lid 2, sub n, Participatiewet)

Wij zijn het met u eens dat dit goed met de inwoner besproken moet worden. Doordat er minder inkomsten gekort worden op het salaris, zal het inkomen hoger zijn. Dit kan als gevolg hebben dat de inwoner minder aanspraak kan doen op eventuele toeslagen.

Groot Hontenisse 2.6.2 Premie Waarom maar 1 keer per jaar ? Volgens de participatiewet mag het twee keer per jaar, dat zou ook wenselijk zijn om tussentijds eventueel gepaste kleding, een voortuig of dergelijke aan te kunnen schaffen. “artikel 31, lid 2, sub j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.672,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;” Vragen over hoofdstuk 3: Minimaregelingen en aanvullende inkomensondersteuning Groot Hontenisse: 3.1, lid 1, sub a. Individuele inkomenstoeslag Optrekken naar 125 % i.v.m. voorkomen armoedeval? Armoedeval is een heel vervelend gevolg. Is bekend bij welk % de armoedeval voorkomen wordt? 3.1, lid 1, sub c. Individuele inkomenstoeslag Deze regel kan op twee manieren worden uitgelegd en is afhankelijk van veel factoren. Indien er niet aangetoond kan worden dat iemand op korte termijn een baan zal krijgen of een loonsverhoging, zou de toeslag gewoon verstrekt moeten worden. Regel aanpassen. 3.3.2 Maatschappelijke participatie/meedoen budget. Optrekken naar 125 % i.v.m. voorkomen armoedeval? ( zie ook 3.1.1.)

Wij kunnen ons vinden in uw voorstel. We passen de verordening als volgt aan: Artikel 2.6.2. Lid 2: De premie krijgt u in twee termijnen per kalenderjaar en is niet hoger dan het bedrag, zoals genoemd in artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet.

Beantwoording: Armoedeval zal er altijd zijn ongeacht welk percentage ook gebruikt wordt. Hoe hoger het percentage, des te minder armoedeval. Hoe lager het percentage, des te groter de armoedeval. Armoedeval gaat ook om een terugval in netto te besteden bedrag als mensen van een uitkering naar werk gaan. We vinden het als gemeente belangrijk dat werk loont en we inwoners goed informeren. We zijn voornemens om te gaan werken met een tool die de situatie vóór (bijstand) en na (werk) inzichtelijk maakt. Zo wordt direct helder waar iemand financieel staat en wat de financiële effecten zijn van de uitstroom van uitkering naar werk. In overleg met de inwoner willen we vervolgens opzoek gaan naar passende oplossingen. De percentages voor minimaregelingen zijn in 2018 door uw raad regionaal geüniformeerd. We zien op dit moment geen reden om dit te herzien. De verordening is gebaseerd op een omgekeerde verordening en gaat verder dan alleen het benoemen van de raadsbevoegdheden. Sub c staat letterlijk in de wet en willen we daarom niet aanpassen. De raad is bevoegd om het bedrag en het percentage vast te stellen van de individuele inkomenstoeslag.

Vragen over hoofdstuk 4: Schuldhulpverlening SP: Op de website van Divosa staat te lezen: Het bestaande stelsel van wet- en regelgeving is onnodig onwerkbaar en niet efficiënt. Het belemmert mensen om uit hun schulden te komen. En nog erger: het veroorzaakt meer of nieuwe schulden. Landelijke wet- en regelgeving maakt schuldhulpverlening onnodig ingewikkeld. Werkt de gemeente ook samen met commerciële schuldhulpverleningsbureaus? PvdA: Niet iedereen zal de paragraaf vinden die op hen betrekking heeft. Worden inwoners hier actief op gewezen? Zo ja, op wat voor manier?

Vragen over hoofdstuk 5: Inburgering PvdA: Beleidskader inburgering: Wat doen we voor mensen waarbij de inburgering niet goed verloopt?

Beantwoording: Op het gebied van schuldhulpverlening werken we samen met verschillende organisaties: Stichting Hulst voor Elkaar, Stichting Schuldhulpmaatje, Kredietbank Nederland, vrijwilligers, Caritas, enzovoort. Daarnaast hebben we gesprekken lopen om een samenwerking aan te gaan met de Nederlandse Schuldhulproute.

Het uitgangspunt is en blijft om in gesprek te gaan met de inwoner. Waar loopt de inwoner tegen aan, welke ondersteuningsbehoefte is er en wie kan daarbij helpen? Op basis daarvan kijkt de dienstverlenende partij samen met de inwoner wat nodig en mogelijk is. Dit kan een consulent zijn van werk en/of inkomen, Hulst voor Elkaar, maar ook bijvoorbeeld een vrijwilliger van Schuldhulpmaatje of Vluchtelingen Werk Nederland. De verordening helpt medewerkers om samen met de inwoner te zoeken naar de beste oplossing. Het is een fundering waarop de rest van ons beleid en de uitvoering gebaseerd is. Beantwoording: Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een inburgeringsproces niet goed verloopt. Aan de voorkant proberen we zo goed mogelijk in beeld te brengen wat de situatie (startpositie) is en ontwikkelmogelijkheden zijn van de inburgeringsplichtige. Dit doen we door het afnemen van een brede intake. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken wat iemands onderwijs- en arbeidskansen, motivatie, gezinssituatie, interesses, gezondheid, enzovoort, zijn. Op die manier kan er een zo passend mogelijk inburgeringstraject worden vormgegeven. Afspraken over inburgering en participatie worden vastgelegd in het Plan Inburgering en Participatie (PIP).

PvdA: 5.1 informatieverstrekking Is informatie in meerdere talen beschikbaar? heeft onze gemeente voldoende mogelijkheden om mensen in hun eigen taal aan te spreken? SP: 5.1 informatieverstrekking Is de brief die cliënten ontvangen ook beschikbaar in de taal van die cliënten? CDA: Naar aanleiding van het advies van de Adviesraad Sociaal Domein: - Is het stuk over inburgering in verschillende talen beschikbaar? - Is er hulp mogelijk bij het opstellen van een persoonlijk plan? Door wie wordt dat gedaan? Kan dat door Hulst voor Elkaar gedaan worden doen? Kan dat kenbaar gemaakt worden? SP: 5.4 Handhaving tijdens het PIP traject We geven een lagere boete als u zich niet aan uw afspraken houdt en u heeft hiervoor een goede reden. • Waarom wordt die boete dan niet ingetrokken? Groot Hontenisse: 5.4. lid 5. Handhaving tijdens het PIP traject Dus zelfs met een goede reden krijgt cliënt/cliënte toch een verlaagde boete als hij/zij zich niet aan de afspraken houdt? Wat wordt hier dan gezien als goede reden? Zijn er geen redenen te bedenken die zo ingrijpend zijn dat de client zich niet aan de afspraken kan houden zoals bijv. ziekte ,ongeval van hemzelf of een familielid, die een boete uitluiten? Maar zelfs met goede reden, kan er toch een boete opgelegd worden ?

De bevindingen en voortgang worden periodiek geëvalueerd met betrokkenen. Zo nodig kan de PIP en bijbehorende ondersteuning worden bijgesteld op basis van de persoonlijke situatie. Voor de meest voorkomende talen is de mogelijkheid er om op papier, via filmpjes of een tolk uitleg te geven. We werken hierbij samen met andere partijen en maken gebruik van landelijk beschikbare informatie. De besluitvormingsbrieven zijn vooralsnog niet beschikbaar in verschillende talen. Het persoonlijk inburgeringsplan (PIP) wordt samen met de inwoner opgesteld door de consulent. Hierbij is aanvullende ondersteuning mogelijk, bijvoorbeeld door een tolk.

Voor het opleggen van een boete moet er sprake zijn van verwijtbaar gedrag. Is dit niet het geval, dan kan er geen boete op worden gelegd. Als het deels verwijtbaar gedrag is, dan dient gekeken te worden naar de omstandigheden. De wet kent een maximum boetebedrag. Het college is bevoegd om de boete te verlagen, bijvoorbeeld als er sprake is bij deels verwijtbaar gedrag en een motivatie van de inwoner. Verlagen kan ook inhouden dat deze op nihil wordt gezet.

Dit willen we graag aanpassen: geen boete opleggen als er sprake is van een goede reden. SP: 5.5 Leerroutes • Wat als de client in het land van herkomst nooit onderwijs heeft genoten en dus niet kan lezen of schrijven bijvoorbeeld doordat zijn hele leven er in het land van herkomst oorlog is geweest of vrouwen uit landen waar vrouwen en meisjes geen toegang hebben gehad tot onderwijs? Als het niet halen van de leerroute niet ligt aan de client maar aan de instelling die het onderwijs geeft, krijgt dan de onderwijsinstelling een boete. • Hoe wordt de onderwijsinstelling gecontroleerd? • Wat zijn de consequenties voor de client als het niet aan zijn of haar inzet ligt maar aan de onderwijsinstelling?

Groot Hontenisse: Hoeveel bijeenkomsten telt het Participatieverklaringstraject? Er zijn gemeenten die tot 12 dagdelen hieraan besteden ! Vragen over hoofdstuk 6: Afspraken tussen inwoner en gemeente SP: ‘Alles wat belangrijk is voor de beoordeling’ is een nogal vaag begrip. Dit hoort nader uitgewerkt te zijn om onduidelijkheden te voorkomen. Het is naar onze mening niet goed uitgewerkt, het gaat voornamelijk over plichten. • Kan dit begrip beter uitgewerkt worden?

Zoals hiervoor aangegeven proberen we aan de voorkant zo goed mogelijk in beeld te brengen wat de situatie (startpositie) is en ontwikkelmogelijkheden zijn van de inburgeringsplichtige. Dit doen we door het afnemen van een brede intake. Op die manier kan er een zo passend mogelijk inburgeringstraject worden vormgegeven. Op basis van de Wet inburgering 2021 kan onze minister onder bepaalde omstandigheden de inburgeringsplichtige geheel of gedeeltelijk ontheffen van de inburgeringsplicht. In de wet is vastgelegd wat de voorschriften zijn, waarmee gemeenten en andere partijen in de inburgeringsketen rekening moeten houden. De kwaliteit van taalaanbieders wordt gecontroleerd door het keurmerk Blik op Werk. Dit keurmerk wordt verplicht voor taalaanbieders die betrokken zijn bij de B1- en/of de Zleerroute, en voor hun onderaannemers. Daarnaast vindt toezicht plaats door de Onderwijsinspectie. Als er zorgen zijn over de kwaliteit van de onderwijsinstelling, dan wordt in overleg getreden met betrokken partijen. Als er geen sprake is van verwijtbaar gedrag van de inwoner, dan zal er geen boete worden opgelegd. Wettelijk is vastgelegd dat het participatieverklaringstraject twaalf uur moet omvatten. Het aanbod in ZeeuwsVlaanderen omvat twaalf uur verdeeld over vier dagdelen. Beantwoording: Diverse wetten schrijven voor wat de rechten van een inwoner zijn.

In onze communicatie naar inwoners toe geven we aan wat zij van ons als gemeente mogen verwachten en wat wij van inwoners verwachten. In mondelinge communicatie, folders, website en aanvraagformulieren maken we duidelijk wat nodig is voor een aanvraag. De verordening is gebaseerd op een zogenoemde omgekeerde verordening.

•

Kunnen de rechten die mensen hebben ook in dit stuk verwerkt worden? Groot Hontenisse: 6.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen Lid 2, sub b: Over welke wetgeving gaat het hier? Lid 4: Over welke wetgeving gaat het hier? Algemeen bij dit hoofdstuk: wordt er bij verlagingen rekening gehouden met inwonende minderjarige kinderen? Volgens art. 3 van de verklaring van de rechten van het kind hoort de staat voor de voorzieningen en zorg voor kinderen in te staan, indien de ouders dat niet voldoende doen. PvdA: 6.2.7 Onacceptabel gedrag Onacceptabel gedrag is subjectief. Het gedrag is uiteraard altijd gekoppeld aan heftige emoties. Is er voldoende ruimte voor de menselijke maat? De emoties die spelen, die situatie waar mensen in zitten en soms stomme dingen doen uit frustratie. Er staat genoemd dat medewerkers worden getraind. Is dit genoeg? In gesprek gaan met elkaar over wat je acceptabel vindt?

Vragen over hoofdstuk 8: Inspraak, cliëntenparticipatie en rechtsbescherming Groot Hontenisse: We missen hierin een onderdeel over onafhankelijke clientondersteuning. Graag een artikel hiervoor opnemen. Hoe is dat in Hulst nu geregeld, wie biedt die onafhankelijke clientondersteuning? Actief aanbieden aan cliënt !

Dit houdt juist in dat er naast de verordende plicht ook wordt beschreven hoe om te gaan de inwoner. Beide artikelen gaan over de Participatiewet. Bij verlagingen wordt rekening gehouden met de omstandigheden van de inwoner. De gezinssituatie kan hieronder vallen. Ook hierbij gaan we als gemeente uit van maatwerk. Als de inwoner vindt dat het besluit leidt tot onaanvaardbare situaties, dan kan deze bezwaar indienen.

Ieder mens heeft zijn eigen verhaal en beleving. Gedrag staat niet op zichzelf; het heeft een oorzaak, maar ook een gevolg. Eventuele maatregelen worden niet zomaar ingezet. Dit vraagt om zorgvuldige voorbereiding, afstemming en communicatie met de inwoner. Hierbij dient, zoals u aangeeft, rekening gehouden te worden met de omstandigheden en situatie van de inwoner. Maatregelen zijn niet bedoeld om te straffen, maar juist om een gedragsverandering te laten zien. Door de subjectiviteit is er ruimte voor de menselijke maat. Door de professional zijn/haar werk te laten doen en ruimte te geven, kan deze komen tot een gewogen keuze op basis van het verhaal en hulpvraag van de inwoner. Beantwoording: De Participatiewet kent geen verplichting als het gaat om het bieden van onafhankelijke clientondersteuning. De Wmo kent een dergelijke verplichting wel. Die ondersteuning is onder andere gericht op het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening, waaronder op het gebied van zorg, werk en inkomen. Aanvragen verlopen via stichting Hulst voor Elkaar.

We willen de onafhankelijke clientondersteuning doorontwikkelen en zijn het met u eens om dit actief aan te bieden aan onze inwoners. Daarom is dit onderwerp opgenomen als speerpunt in de programmabegroting 2022. Om deze redenen is het onderwerp niet opgenomen in de verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11228111/1